Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
DaarlatenLiet daarDaargelaten
DabbenDabdeGedabd
DactyloscoperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dactyloscopeerde, heeft gedactyloscopeerd)
1 een vingerafdruk maken.

DactyloscopeerdeGedactyloscopeerd
DagdievenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[dagdiefde]], heeft gedagdiefd)
1 zijn tijd verluieren.

DagdiefdeGedagdiefd
DagdromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dagdroomde, heeft gedagdroomd; dagdromer)
1 mijmeren, fantaseren.

DagdroomdeGedagdroomd
DagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daagde, heeft gedaagd)
1 aanbreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; daagde, heeft gedaagd)
1 (juridisch) dagvaarden.
(onpersoonlijk werkwoord; daagde, heeft gedaagd)
1 dag worden.

In Spaans overeenkomend met: Alborear, Amanecer, Esclarecer
  sAanbreken
Dag worden
Krieken
Licht worden
DaagdeGedaagd
DagtekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; [[dagtekende]], heeft gedagtekend)
1 dateren van.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dagtekende]], heeft gedagtekend)
1 dateren, van een datum voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Fechar
  sDateren
DagtekendeGedagtekend
DagvaardenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dagvaardde, heeft gedagvaard; dagvaarding)
1 voor een rechtszitting oproepen.

In Spaans overeenkomend met: Emplazar
DagvaarddeGedagvaard
DalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daalde, is gedaald; daler, daling)
1 geleidelijk omlaaggaan
2 (van waarden, bedragen, hoeveelheden) verminderen, minder worden
3 (van geluiden) verminderen, minder worden in sterkte.

In Spaans overeenkomend met: Bajar, Deshinchar
Descender
Aterrizar
  sAfdalen
Afgaan
Landen
Naar beneden gaan
Neerdalen
Neerstrijken
Uitstappen
Verlagen
Verzakken
Wegzakken
Zakken
Zinken
DaaldeGedaald
DalvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[dalfde]], heeft gedalfd)
1 bedelen
2 (van [[overheidspersoneel]]) persoonlijke voordelen afdwingen van bedrijven en instellingen waarmee men ambtshalve te maken heeft.

DalfdeGedalfd
DamascerenIn Spaans overeenkomend met: Damasquinar
DamasceerdeGedamasceerd
DammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; damde, heeft gedamd; dammer)
1 het damspel spelen.

In Spaans overeenkomend met: Jugar a las damas
DamdeGedamd
DampenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dampte, heeft gedampt)
1 damp afgeven, uitwasemen
2 stevig roken.

DampteGedampt
DankenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dankte, heeft gedankt)
1 verschuldigd zijn aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; dankte, heeft gedankt)
1 (ook absoluut) bidden uit dankbaarheid
2 (ook absoluut) dank betuigen aan.

In Spaans overeenkomend met: Agradecer, Dar gracias, Dar gracias a
  sBedanken
Bedanken voor
Dank betuigen
Dankbaar zijn
Dankbaar zijn voor
Te danken hebben
DankteGedankt
DankzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zegde dank/zei dank, heeft dankgezegd; dankzegging)
1 een dankgebed uitspreken.

Zegde dank, Zei dankDankgezegd
DansenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; danste, heeft gedanst; danser)
1 springen, huppelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; danste, heeft/is gedanst)
1 het lichaam ritmisch bewegen op de maat van de muziek.

In Spaans overeenkomend met: Bailar, Danzar
DansteGedanst
DarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; darde, heeft gedard)
1 (informeel) rusteloos heen en weer lopen.

DardeGedard
DartelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dartelde, heeft/is gedarteld)
1 zich dartel bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Juguetear, Loquear, Retozar
  sRobbedoezen
Stoeien
DarteldeGedarteld
DartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dartte, heeft gedart)
1 de dartssport beoefenen, darts gooien.

DartteGedart
DatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; datete, heeft gedatet)
1 uitgaan met iemand, met [[name]] iemand met wie men een relatie wil.

DateteGedatet
DaterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dateerde, heeft gedateerd)
1 bestaan sinds.
(werkwoord; dateerde, heeft gedateerd)
1 uit de genoemde tijd afkomstig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; dateerde, heeft gedateerd)
1 van een datum voorzien
2 vaststellen uit welke tijd iets afkomstig is.

In Spaans overeenkomend met: Fechar
Datar, Poner la fecha
  sDagtekenen
DateerdeGedateerd
DauwenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; dauwde, heeft gedauwd)
1 zich vormen van dauw.

DauwdeGedauwd
DauwtrappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 vroeg naar buiten gaan om te wandelen of te fietsen.

DauwtrapteGedauwtrapt
DaverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daverde, heeft gedaverd)
1 dreunen, schudden
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (van mensen) beven, trillen.

In Spaans overeenkomend met: Mugir
Tronar
  sBrullen
Bulderen
Donderen
Loeien
DaverdeGedaverd
DavvenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[davvende]], heeft gedavvend)
1 bidden.

DavvendeGedavvend
DazenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daasde, heeft gedaasd)
1 (informeel) onzin uitslaan.

DaasdeGedaasd
De-escalerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[de-escaleerde]], is gede-escaleerd; de-escalatie)
1 [[stapsgewijs]] minder ernstig worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[de-escaleerde]], heeft gede-escaleerd)
1 [[stapsgewijs]] minder ernstig maken.

De-escaleerdeGede-escaleerd
DeactiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deactiveerde, heeft gedeactiveerd; deactiveerder, deactivering)
1 uitschakelen, buiten werking stellen
2 (een molecule) minder reactief maken.

In Spaans overeenkomend met: Desactivar
  sUitschakelen
DeactiveerdeGedeactiveerd
DeactualiserenDeactualiseerdeGedeactualiseerd
DealenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dealde, heeft gedeald; dealer)
1 handelen in drugs.

DealdeGedeald
DeballoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[deballoteerde]], heeft gedeballoteerd)
1 iemand bij stemming afwijzen als lid.

DeballoteerdeGedeballoteerd
DebarkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; debarkeerde, is gedebarkeerd; debarkering)
1 [[ontschepen]], aan land gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; debarkeerde, heeft gedebarkeerd)
1 [[ontschepen]], aan wal zetten.

DebarkeerdeGedebarkeerd
DebarrasserenDebarrasseerdeGedebarrasseerd
DebatterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; debatteerde, heeft gedebatteerd)
1 debat voeren.

DebatteerdeGedebatteerd
DebiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; debiteerde, heeft gedebiteerd)
1 als debet boeken
2 vertellen, aan de man brengen.

In Spaans overeenkomend met: Contar, Narrar
Adeudar ((als vordering (debet) boeken)), Debitar ((als vordering (debet) boeken))
  sIn de schuld staan
Schuldig zijn
Verhalen
Verschuldigd zijn
Vertellen
DebiteerdeGedebiteerd
DeblokkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[deblokkeerde]], heeft gedeblokkeerd)
1 de blokkade opheffen van.

In Spaans overeenkomend met: Desbloquear
DeblokkeerdeGedeblokkeerd
DebraillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[debrailleerde]], heeft gedebrailleerd; debrailleur)
1 uit [[brailleschrift]] in gewoon schrift overbrengen, vertalen.

DebrailleerdeGedebrailleerd
DebrayerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[debrayeerde]], heeft gedebrayeerd)
1 (de [[motor]]) ontkoppelen.

DebrayeerdeGedebrayeerd
DebriefenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; debriefte/debriefde, heeft gedebrieft/gedebriefd)
1 na een missie, met [[name]] een militaire missie, psychologische ondersteuning bieden.

Debriefde, DebriefteGedebriefd, Gedebrieft
DebuggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[debugde]], heeft gedebugd)
1 de fouten in [[computerprogramma's]] opsporen en corrigeren.

DebugdeGedebugd
DebuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; debuteerde, heeft gedebuteerd)
1 voor het eerst in het openbaar optreden, spelen of publiceren.

In Spaans overeenkomend met: Debutar, Estrenarse
DebuteerdeGedebuteerd
DecanterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; decanteerde, heeft gedecanteerd)
1 vloeistof langzaam van het bezinksel afgieten.

In Spaans overeenkomend met: Decantar
  sAfgieten
Afschenken
DecanteerdeGedecanteerd
DecapiterenDecapiteerdeGedecapiteerd
DecentraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[decentraliseerde]], heeft gedecentraliseerd; decentralisatie)
1 (bestuurlijke bevoegdheden) spreiden over een aantal lagere instanties.

In Spaans overeenkomend met: Descentrar
DecentraliseerdeGedecentraliseerd
DechargerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dechargeerde]], heeft gedechargeerd)
1 ontheffen
2 vrijspreken.

DechargeerdeGedechargeerd
DeciderenDecideerdeGedecideerd
DecimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; decimeerde, heeft gedecimeerd)
1 uitdunnen, iets sterk in aantal terugbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Diezmar
DecimeerdeGedecimeerd
DeclamerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; declameerde, heeft gedeclameerd; [[declamator]], declamatie)
1 (een vers) opzeggen, voordragen.

DeclameerdeGedeclameerd
DeclarerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; declareerde, heeft gedeclareerd; declarant)
1 een declaratie indienen
2 aangifte doen van goederen aan tolkantoren of voor de belasting
4 het specificeren van naam en type van een variabele in een computerprogramma.
(wederkerend werkwoord; declareerde zich, heeft zich gedeclareerd)
1 zich over iets uitspreken.

In Spaans overeenkomend met: Declarar
  sAangeven
Betuigen
Verklaren
DeclareerdeGedeclareerd
DeclasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[declasseerde]], heeft gedeclasseerd; declassering)
1 uit een lijst of rangorde schrappen
2 overtroeven.

DeclasseerdeGedeclasseerd
DeclinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; declineerde, heeft gedeclineerd; declinatie)
1 (natuurkunde) afwijken.

In Spaans overeenkomend met: Declinar, Menguar
  sVerbuigen
DeclineerdeGedeclineerd
DecoderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; decodeerde, heeft gedecodeerd)
1 uit code overbrengen in gewone taal.

In Spaans overeenkomend met: Decodificar
DecodeerdeGedecodeerd
DecollectiviserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[decollectiviseerde]], heeft gedecollectiviseerd; decollectivisering)
1 (goederen in collectief bezit) tot privť-eigendom maken.

DecollectiviseerdeGedecollectiviseerd
DecompenserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[decompenseerde]], heeft gedecompenseerd)
1 (pathologie) (van personen) [[decompensatie]] vertonen.

DecompenseerdeGedecompenseerd
DecompilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[decompileerde]], heeft gedecompileerd)
1 (software) omzetten in de broncode en naar eigen behoeften aanpassen.

DecompileerdeGedecompileerd
DecomplicerenDecompliceerdeGedecompliceerd
DecomprimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[decomprimeerde]], heeft gedecomprimeerd)
1 (computer) unzippen.

DecomprimeerdeGedecomprimeerd
DeconfessionaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[deconfessionaliseerde]], is gedeconfessionaliseerd; deconfessionalisering)
1 het godsdienstig karakter verliezen.

DeconfessionaliseerdeGedeconfessionaliseerd
DeconstruerenDeconstrueerdeGedeconstrueerd
DecorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; decoreerde, heeft gedecoreerd; decorateur, decoratie)
1 versieren, beschilderen
2 ridderen.

In Spaans overeenkomend met: Decorar
Adornar, Engalanar, Ornamentar
  sOnderscheiden
Opsieren
Sieren
Tooien
Uitdossen
Versieren
DecoreerdeGedecoreerd
DecouperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; decoupeerde, heeft gedecoupeerd)
1 in stukken snijden.

DecoupeerdeGedecoupeerd
DecreterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[decreteerde]], heeft gedecreteerd)
1 verordenen van overheidswege.

In Spaans overeenkomend met: Decretar
DecreteerdeGedecreteerd
DeducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; deduceerde, heeft gededuceerd; deductie)
1 (het bijzondere) met behulp van logische regels uit het algemene afleiden.

In Spaans overeenkomend met: Deducir
  sAbstraheren
Afleiden
DeduceerdeGededuceerd
DeelhebbenHad deelDeelgehad
DeelnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nam deel, heeft deelgenomen; deelnemer, deelname/deelneming)
1 meedoen
2 meeleven.

In Spaans overeenkomend met: Intervenir
Participar, Tomar parte
  sDeelnemen aan
Meedoen
Zich voordoen
Nam deelDeelgenomen
DeeplinkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 dieplinken.

DeeplinkteGedeeplinkt
DefecerenDefeceerdeGedefeceerd
DefenderenDefendeerdeGedefendeerd
DefibrillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[defibrilleerde]], heeft gedefibrilleerd)
1 (geneeskunde) (iemand) met een defibrillator behandelen.

DefibrilleerdeGedefibrilleerd
DefilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; defileerde, heeft gedefileerd)
1 in optocht [[voorbijtrekken]], vooral als eerbetoon.

In Spaans overeenkomend met: Desfilar en formaciůn
DefileerdeGedefileerd
DefiniŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; definieerde, heeft gedefinieerd; definitie)
1 duidelijk omschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Definir
  sBepalen
Omschrijven
DefinieerdeGedefinieerd
DeflecterenDeflecteerdeGedeflecteerd
DeflorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[defloreerde]], heeft gedefloreerd; defloratie)
1 ontmaagden.

In Spaans overeenkomend met: Desflorar
  sOnteren
Ontmaagden
Ontwijden
Schenden
DefloreerdeGedefloreerd
DeformerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[deformeerde]], heeft gedeformeerd; deformatie/deformering)
1 vervormen, misvormen.

DeformeerdeGedeformeerd
DefragmenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[defragmenteerde]], heeft gedefragmenteerd; defragmentatie)
1 (computer) de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen.

DefragmenteerdeGedefragmenteerd
DegenererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; degenereerde, is gedegenereerd; degeneratie)
1 ontaarden
2 (biologie) langzaam [[achteruitgaan]] in levensvatbaarheid, in kwaliteit.

In Spaans overeenkomend met: Degenerar
  sOntaarden
Verbasteren
Verworden
Zinken
DegenereerdeGedegenereerd
DeglacerenIn Spaans overeenkomend met: Dťglacer, Desglasar
DeglaceerdeGedeglaceerd
DegraderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; degradeerde, is gedegradeerd; degradatie)
1 zijn rang verliezen.
([[overgankelijk]] werkwoord; degradeerde, heeft gedegradeerd)
1 in rang verlagen.

In Spaans overeenkomend met: Degradar
  sVerlagen
DegradeerdeGedegradeerd
DegusterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; degusteerde, heeft gedegusteerd)
1 ([[culinaria]]) (wijnen) proeven om herkomst en kwaliteit te bepalen.

DegusteerdeGedegusteerd
DehydraterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie dehydreren.

DehydrateerdeGedehydrateerd
DehydrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dehydreerde]], heeft gedehydreerd; dehydratie)
1 drogen, droog maken.

DehydreerdeGedehydreerd
DeinenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deinde, heeft gedeind)
1 (van vaartuigen) zacht op en neer bewegen.

DeindeGedeind
DeinzenDeinsdeGedeinsd
DejeunerenDejeuneerdeGedejeuneerd
DekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dekte, heeft gedekt; dekker, dekking)
1 (ook absoluut) een voorwerp of een laag uitspreiden over
2 (ook absoluut) (sport) (een tegenstander) achtervolgen om hem geen kans tot spelen te geven
3 (een tekort, verlies) compenseren
4 overlappen
5 (van mannelijke zoogdieren) paren met
6 beschermen tegen risico, gevaar.

In Spaans overeenkomend met: Fecundar
Cubrir, Tapar
  sBedekken
Beleggen
Toedekken
DekteGedekt
DekoloniserenIn Spaans overeenkomend met: Descolonizar
DekoloniseerdeGedekoloniseerd
DelegerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; delegeerde, heeft gedelegeerd; delegatie/delegering)
1 (een recht, macht, bevoegdheid, schuld) overdragen
2 afvaardigen.

In Spaans overeenkomend met: Delegar
  sAfvaardigen
DelegeerdeGedelegeerd
DelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; deelde, heeft gedeeld)
1 deelnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; deelde, heeft gedeeld)
1 (iets) in delen splitsen
2 verdelen
3 (wiskunde) (een getal) splitsen in factoren
4 gemeenschappelijk hebben.

In Spaans overeenkomend met: Compartir
Dividir, Partir
  sAfbreken
Opsplitsen
Splitsen
Verdelen
DeeldeGedeeld
DeletenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deletete, heeft gedeletet)
1 (computer) wissen.

DeleteteGedeletet
DelgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; delgde, heeft gedelgd; delger, delging)
1 tenietdoen.

In Spaans overeenkomend met: Saldar una deuda
DelgdeGedelgd
DelibererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; delibereerde, heeft gedelibereerd)
1 beraadslagen.

DelibereerdeGedelibereerd
DeltavliegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zweefvliegen met een driehoekige vleugel.

DelvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; delfde, heeft gedolven; delver, delving)
1 door graven doen ontstaan
2 door graven tevoorschijn brengen.

In Spaans overeenkomend met: Cavar, Excavar, Extraer
  sWinnen
Delfde, DolfGedolven
DemagnetiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[demagnetiseerde]], heeft gedemagnetiseerd; demagnetisatie)
1 het magnetisme opheffen van.

DemagnetiseerdeGedemagnetiseerd
DemarquerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; demarqueerde, heeft gedemarqueerd)
1 afbakenen
2 (biljarten) punten tellen bij aftrekking.

DemarqueerdeGedemarqueerd
DemarrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; demarreerde, heeft/is gedemarreerd; demarrage)
1 (sport) snel wegsprinten uit het peloton.

DemarreerdeGedemarreerd
DemaskerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[demaskeerde]], heeft gedemaskeerd)
1 ontmaskeren.

DemaskeerdeGedemaskeerd
DementerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[dementeerde]], is gedementeerd)
1 psychisch aftakelen, dement worden.

DementeerdeGedementeerd
DemilitariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[demilitariseerde]], heeft gedemilitariseerd; demilitarisatie)
1 ontdoen van alles wat militair is.

DemilitariseerdeGedemilitariseerd
DemineraliserenDemineraliseerdeGedemineraliseerd
DemobiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; demobiliseerde, heeft gedemobiliseerd)
1 (een leger) tot vredessterkte terugbrengen
2 (militair, leger) uit de [[krijgsdienst]] ontslaan
3 (juridisch) (roerend goed) tot onroerend verklaren.

DemobiliseerdeGedemobiliseerd
DemocratiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[democratiseerde]], is gedemocratiseerd; democratisering)
1 [[democratischer]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[democratiseerde]], heeft gedemocratiseerd)
1 (een instelling) [[democratischer]] maken.

DemocratiseerdeGedemocratiseerd
DemodulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[demoduleerde]], heeft gedemoduleerd; [[demodulator]], demodulatie)
1 (computer) reconstrueren van het oorspronkelijke signaal dat gemoduleerd is.

DemoduleerdeGedemoduleerd
DemoniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[demoniseerde]], heeft gedemoniseerd)
1 iemand systematisch ongunstig voorstellen.

DemoniseerdeGedemoniseerd
DemonstrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; demonstreerde, heeft gedemonstreerd; demonstratie)
1 een betoging houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; demonstreerde, heeft gedemonstreerd)
1 iets in zijn werking tonen.

DemonstreerdeGedemonstreerd
DemonterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; demonteerde, heeft gedemonteerd; demontering/demontage)
1 (een toestel) in onderdelen uit elkaar nemen, afbreken.

In Spaans overeenkomend met: Desmontar
  sUit elkaar nemen
Uiteennemen
DemonteerdeGedemonteerd
DemoraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; demoraliseerde, heeft gedemoraliseerd; demoralisatie)
1 ontmoedigen.

In Spaans overeenkomend met: Desmoralizar
  sOntmoedigen
DemoraliseerdeGedemoraliseerd
DemotiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[demotiveerde]], heeft gedemotiveerd; demotivering)
1 het enthousiasme, de motivatie wegnemen bij.

DemotiveerdeGedemotiveerd
DempenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dempte, heeft gedempt; demping)
1 dichtgooien met aarde
2 minder sterk maken.

In Spaans overeenkomend met: Amortecer ((zwakker maken, de kracht verminderen van)), Amortiguar ((zwakker maken, de kracht verminderen van)), Apagar ((zwakker maken, de kracht verminderen van)), Atenuar ((zwakker maken, de kracht verminderen van))
Llenar ((dichtgooien met grond of ander vast materiaal )), Terraplenar ((dichtgooien met grond of ander vast materiaal ))
  sInvullen
Spekken
Stoppen
Volmaken
Volschenken
Vullen
DempteGedempt
DemystificerenDemystificeerdeGedemystificeerd
DenationaliserenDenationaliseerdeGedenationaliseerd
DenaturaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[denaturaliseerde]], heeft gedenaturaliseerd)
1 het [[staatsburgerschap]] ontnemen aan.

DenaturaliseerdeGedenaturaliseerd
DenaturerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; denatureerde, heeft gedenatureerd)
1 onbruikbaar maken voor het gebruik als voedsel
2 de ruimtelijke structuur aan de [[macromoleculen]] ontnemen.

In Spaans overeenkomend met: Cambiar, Desnaturalizar
DenatureerdeGedenatureerd
DenazificerenDenazificeerdeGedenazificeerd
DenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; denderde, heeft/is gedenderd)
1 (van voertuigen) snel en met dreunend geluid zich voortbewegen.

DenderdeGedenderd
DenigrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; denigreerde, heeft gedenigreerd)
1 minachten, kleineren.

DenigreerdeGedenigreerd
DenivellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[denivelleerde]], heeft gedenivelleerd; denivellering)
1 op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken.

DenivelleerdeGedenivelleerd
DenkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dacht, heeft gedacht)
1 in gedachten hebben.
(werkwoord; dacht, heeft gedacht)
1 rekening houden met.
(werkwoord; dacht, heeft gedacht)
1 van plan zijn.
([[onovergankelijk]] werkwoord; dacht, heeft gedacht)
1 het verstand gebruiken, zijn gewaarwordingen ordenen, een oordeel vormen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dacht, heeft gedacht)
1 als beeld van de werkelijkheid hebben
2 in aanmerking nemen.

In Spaans overeenkomend met: Creer ((een bepaalde mening toegedaan zijn)), Opinar ((een bepaalde mening toegedaan zijn)), Pensar ((een bepaalde mening toegedaan zijn))
Pensar
DachtGedacht
DenominerenDenomineerdeGedenomineerd
DenoncerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; denonceerde, heeft gedenonceerd)
1 aangeven, verklikken.

DenonceerdeGedenonceerd
DenoterenDenoteerdeGedenoteerd
DenunciŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[denuncieerde]], heeft gedenuncieerd; [[denunciateur]], denunciatie)
1 verklikken.

DenuncieerdeGedenuncieerd
DeodoriserenDeodoriseerdeGedeodoriseerd
DepannerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[depanneerde]], heeft gedepanneerd)
1 (in BelgiŽ; informeel) (een auto met panne) repareren
2 (in BelgiŽ; informeel) (iemand die in moeilijkheden zit) helpen.

DepanneerdeGedepanneerd
DepenaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[depenaliseerde]], heeft gedepenaliseerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) (een strafbaar feit) uit het strafrecht halen.

DepenaliseerdeGedepenaliseerd
DepersonaliserenDepersonaliseerdeGedepersonaliseerd
DepolariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[depolariseerde]], heeft gedepolariseerd; depolarisatie)
1 (natuurkunde) de polariteit opheffen van.

DepolariseerdeGedepolariseerd
DepolitiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[depolitiseerde]], heeft gedepolitiseerd)
1 ontdoen van zijn politieke betekenis.

In Spaans overeenkomend met: Despolitizar
DepolitiseerdeGedepolitiseerd
DeponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deponeerde, heeft gedeponeerd)
1 ergens plaatsen, neerleggen
2 in bewaring geven
3 ter inschrijving in een openbaar register aanbieden
4 als getuigen verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Dejar en depůsito, Depositar, Poner en depůsito
  sAfgeven
In bewaring geven
Inleggen
DeponeerdeGedeponeerd
DeporterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deporteerde, heeft gedeporteerd)
1 naar een ballingsoord, [[strafkolonie]], concentratiekamp brengen.

In Spaans overeenkomend met: Deportar
DeporteerdeGedeporteerd
DepouillerenDepouilleerdeGedepouilleerd
DeppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; depte, heeft gedept)
1 (zijn ogen, een wond enz.) bevochtigen met een lapje.

In Spaans overeenkomend met: Mojar
  sBetten
DepteGedept
DepreciŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[deprecieerde]], heeft gedeprecieerd)
1 de waarde, de koers verlagen van
2 geringschatten, minachten.

DeprecieerdeGedeprecieerd
DeprimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deprimeerde, heeft gedeprimeerd)
1 neerslachtig maken, ontmoedigen.

In Spaans overeenkomend met: Abatir, Deprimir, Desalentar
  sNeerdrukken
Neerslachtig maken
Terneerdrukken
DeprimeerdeGedeprimeerd
DeprivatiserenDeprivatiseerdeGedeprivatiseerd
DepriverenDepriveerdeGedepriveerd
DeprogrammerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[deprogrammeerde]], heeft gedeprogrammeerd; deprogrammering)
1 genezen van de gevolgen van een hersenspoeling.

DeprogrammeerdeGedeprogrammeerd
DeputerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deputeerde, heeft gedeputeerd; deputatie)
1 afvaardigen.

In Spaans overeenkomend met: Diputar
  sAfvaardigen
Tot afgevaardigde kiezen
DeputeerdeGedeputeerd
DeraillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; derailleerde, is gederailleerd)
1 ontsporen
2 van de wijs raken.

In Spaans overeenkomend met: Descarrilar
DerailleerdeGederailleerd
DerangerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; derangeerde, heeft gederangeerd)
1 (iemand) storen, hinderen.

DerangeerdeGederangeerd
DeregulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[dereguleerde]], heeft gedereguleerd; deregulering)
1 ingewikkelde regels en procedures van [[overheidswege]] vereenvoudigen of schrappen.

DereguleerdeGedereguleerd
DerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deerde, heeft gedeerd)
1 schade, letsel aandoen
2 verdriet doen.

In Spaans overeenkomend met: Perjudicar
  sSchaden
DeerdeGedeerd
DerogerenDerogeerdeGederogeerd
DervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; derfde, heeft gederfd; derver, derving)
1 missen, mislopen.

DerfdeGederfd
DesacraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; desacraliseerde, heeft gedesacraliseerd; desacralisering)
1 ontheiligen.

DesacraliseerdeGedesacraliseerd
DesactiverenDesactiveerdeGedesactiveerd
DesambiguerenDesambigueerdeGedesambigueerd
DesavouerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; desavoueerde, heeft gedesavoueerd)
1 loochenen, niet erkennen.

DesavoueerdeGedesavoueerd
DesemenDesemdeGedesemd
DesensibiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[desensibiliseerde]], heeft gedesensibiliseerd; desensibilisatie)
1 ongevoelig maken.

DesensibiliseerdeGedesensibiliseerd
DeserterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deserteerde, is gedeserteerd; deserteur, desertie)
1 uit militaire dienst of van een schip voorgoed weglopen
2 naar de vijand overlopen.

In Spaans overeenkomend met: Desertar
DeserteerdeGedeserteerd
DesillusionerenDesillusioneerdeGedesillusioneerd
DesinfecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; desinfecteerde, heeft gedesinfecteerd; desinfectering)
1 ontsmetten.

In Spaans overeenkomend met: Desinfectar a
Desinfectar
  sOntsmetten
DesinfecteerdeGedesinfecteerd
DesintegrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; desintegreerde, is gedesintegreerd; desintegratie)
1 uiteenvallen, zijn samenhang verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Desintegrar
  sUit elkaar vallen
DesintegreerdeGedesintegreerd
DesinvesterenDesinvesteerdeGedesinvesteerd
DesisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; desisteerde, heeft gedesisteerd)
1 (juridisch) afzien van, afstand doen van.

DesisteerdeGedesisteerd
DesolidariserenDesolidariseerdeGedesolidariseerd
DesorganiserenDesorganiseerdeGedesorganiseerd
DesoriŽnterenIn Spaans overeenkomend met: Desorientar
DesoriŽnteerdeGedesoriŽnteerd
DessinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dessineerde, heeft gedessineerd)
1 van dessins voorzien.

DessineerdeGedessineerd
DestabiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; destabiliseerde, is gedestabiliseerd; destabilisator, destabilisering/destabilisatie)
1 zijn stabiliteit verliezen.
([[overgankelijk]] werkwoord; destabiliseerde, heeft gedestabiliseerd)
1 zijn stabiliteit doen verliezen.

DestabiliseerdeGedestabiliseerd
DestaliniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[destaliniseerde]], heeft gedestaliniseerd; destalinisatie)
1 (politiek) Stalins beleid ombuigen.

DestaliniseerdeGedestaliniseerd
DestillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie distilleren.

In Spaans overeenkomend met: Alambicar, Destilar
  sBranden
Distilleren
Overhalen
Stoken
DestilleerdeGedestilleerd
DestruerenDestrueerdeGedestrueerd
DetacherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; detacheerde, heeft gedetacheerd)
1 tijdelijk elders laten werken
2 (militair, leger) tijdelijk elders legeren.

In Spaans overeenkomend met: Destacar
DetacheerdeGedetacheerd
DetaillerenDetailleerdeGedetailleerd
DetecterenIn Spaans overeenkomend met: Detectar
DetecteerdeGedetecteerd
DeteriorerenDeterioreerdeGedeterioreerd
DeterminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; determineerde, heeft gedetermineerd; determinatie/determinering)
1 bepalen, vaststellen
2 (planten) identificeren op basis van de kenmerken
3 (filosofie) bijzondere kenmerken toevoegen aan (een algemeen begrip).

In Spaans overeenkomend met: Determinar
  sBepalen
Nauwkeurig bepalen
DetermineerdeGedetermineerd
DetinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; detineerde, heeft gedetineerd)
1 in hechtenis houden.

In Spaans overeenkomend met: Retener
  sOphouden
Reserveren
Terughouden
Weerhouden
DetineerdeGedetineerd
DetonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (detoneerde, heeft gedetoneerd) vals zingen of spelen
2 (detoneerde, heeft gedetoneerd) misstaan
3 (detoneerde, heeft/is gedetoneerd) ontploffen.

In Spaans overeenkomend met: Desentonar
DetoneerdeGedetoneerd
DeugenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deugde, heeft gedeugd)
1 braaf zijn, goed oppassen
2 geschikt zijn voor iets.

In Spaans overeenkomend met: Ser apto, Servir
  sGeschikt zijn
DeugdeGedeugd
DeukenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deukte, heeft gedeukt)
1 ťťn of meer deuken maken in.

DeukteGedeukt
DeunenDeundeGedeund
DeuvikenDeuvikteGedeuvikt
DevaluerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; devalueerde, heeft gedevalueerd; devaluatie/devaluering)
1 in waarde verminderen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; devalueerde, heeft gedevalueerd)
1 (de waarde van de munteenheid) verminderen ten [[opzichte]] van buitenlands geld.

In Spaans overeenkomend met: Depreciar, Devaluar
DevalueerdeGedevalueerd
DeviŽrenDevieerdeGedevieerd
DiaboliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diaboliseerde, heeft gediaboliseerd)
1 demoniseren.

DiaboliseerdeGediaboliseerd
DiagnosticerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; diagnosticeerde, heeft gediagnosticeerd)
1 de diagnose opmaken van.

In Spaans overeenkomend met: Diagnosticar
DiagnosticeerdeGediagnosticeerd
DialogiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dialogiseerde]], heeft gedialogiseerd)
1 in de vorm van een dialoog brengen.

DialogiseerdeGedialogiseerd
DialyserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dialyseerde]], heeft gedialyseerd)
1 dialyse teweegbrengen
2 (een nierpatiŽnt) een dialysebehandeling geven.

DialyseerdeGedialyseerd
DiamantklovenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 door klieven een diamant de vorm van een regelmatig kristal geven.

DibberenDibberdeGedibberd
DichtbindenBond dichtDichtgebonden
DichtdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed dicht, heeft dichtgedaan)
1 sluiten.

In Spaans overeenkomend met: Cerrar
  sDichtmaken
Toedoen
Deed dichtDichtgedaan
DichtdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide dicht, heeft dichtgedraaid)
1 door draaien sluiten.

Draaide dichtDichtgedraaid
DichtdrukkenDrukte dichtDichtgedrukt
DichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dichtte, heeft gedicht; dichter)
1 (ook absoluut) gedichten maken
2 dichtmaken.

In Spaans overeenkomend met: Obturar, Tapar
  sDichtmaken
Stoppen
Toestoppen
Verstoppen
Volstoppen
DichtteGedicht
DichtgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging dicht, is dichtgegaan)
1 gesloten raken.

In Spaans overeenkomend met: Cerrarse ((wond, bloem),(herida, flor))
Cicatrizarse ((wond),(herida))
  sHelen
Sluiten
Ging dichtDichtgegaan
DichtgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide dicht, heeft dichtgegooid)
1 met een klap dichtdoen
2 dempen.

Gooide dichtDichtgegooid
DichtgroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; groeide dicht, is dichtgegroeid)
1 verstopt, overwoekerd raken, bijvoorbeeld door planten
2 dik worden.

Groeide dichtDichtgegroeid
DichtklappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klapte dicht, is dichtgeklapt)
1 dichtslaan, met een klap dichtgaan
2 (van mensen) zwijgen door remmingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; klapte dicht, heeft dichtgeklapt)
1 met een klap dichtdoen.

Klapte dichtDichtgeklapt
DichtknijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kneep dicht, heeft dichtgeknepen)
1 door knijpen sluiten.

Kneep dichtDichtgeknepen
DichtknopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knoopte dicht, heeft dichtgeknoopt)
1 met knopen dichtmaken.

In Spaans overeenkomend met: Abotonar, Abrochar, Abrocharse
Knoopte dichtDichtgeknoopt
DichtlakkenLakte dichtDichtgelakt
DichtlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep dicht, is dichtgelopen)
2 (van letters in een klein korps) geheel zwart worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep dicht, heeft dichtgelopen)
1 in een wedstrijd een achterstand ten [[opzichte]] van een tegenstander door lopen verkleinen.

Liep dichtDichtgelopen
DichtmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte dicht, heeft dichtgemaakt)
1 maken dat iets dicht, gesloten wordt.

In Spaans overeenkomend met: Cerrar
Obturar, Tapar
  sDichtdoen
Dichten
Stoppen
Toedoen
Toestoppen
Verstoppen
Volstoppen
Maakte dichtDichtgemaakt
DichtmetselenMetselde dichtDichtgemetseld
DichtnaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; naaide dicht, heeft dichtgenaaid)
1 door naaien afsluiten.

Naaide dichtDichtgenaaid
DichtplakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plakte dicht, heeft dichtgeplakt)
1 door plakken sluiten.

Plakte dichtDichtgeplakt
DichtrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed dicht, heeft dichtgereden)
1 (een achterstand) door rijden [[kleiner]] maken.

Reed dichtDichtgereden
DichtschroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schroeide dicht, heeft dichtgeschroeid; dichtschroeiing)
1 door schroeien dicht laten gaan.

In Spaans overeenkomend met: Sellar, Soasar
Schroeide dichtDichtgeschroeid
DichtschroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schroefde dicht, heeft dichtgeschroefd)
1 met schroeven dichtmaken.

Schroefde dichtDichtgeschroefd
DichtschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof dicht, heeft dichtgeschoven)
1 door schuiven sluiten.

Schoof dichtDichtgeschoven
DichtslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg dicht, is dichtgeslagen)
1 met een slag dichtgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg dicht, heeft dichtgeslagen)
1 met een slag dichtdoen.

Sloeg dichtDichtgeslagen
DichtslibbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; slibde dicht, is dichtgeslibd; dichtslibbing)
1 door slibafzetting [[ondieper]] worden.

Slibde dichtDichtgeslibd
DichtsluitenSloot dichtDichtgesloten
DichtsnoerenSnoerde dichtDichtgesnoerd
DichtspijkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spijkerde dicht, heeft dichtgespijkerd; dichtspijkering)
1 met spijkers dichtmaken.

Spijkerde dichtDichtgespijkerd
DichtspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong dicht, is dichtgesprongen)
1 (van een slot) zich plotseling sluiten.

Sprong dichtDichtgesprongen
DichtstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte dicht, heeft dichtgestopt)
1 (een opening of holte) zodanig vullen dat zij afgesloten wordt.

Stopte dichtDichtgestopt
DichtstrijkenStreek dichtDichtgestreken
DichttimmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; timmerde dicht, heeft dichtgetimmerd)
1 door timmeren dichtmaken
2 zo organiseren of formuleren dat er geen wijzigingen aangebracht kunnen worden.

Timmerde dichtDichtgetimmerd
DichttrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok dicht, is dichtgetrokken)
1 helemaal met wolken of mist bedekt worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok dicht, heeft dichtgetrokken)
1 sluiten door te trekken.

Trok dichtDichtgetrokken
DichtvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel dicht, is dichtgevallen)
1 (van deur, ogen) dichtgaan.

Viel dichtDichtgevallen
DichtvouwenVouwde dichtDichtgevouwen
DichtvriezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vroor dicht, is dichtgevroren)
1 door bevriezing geheel met ijs bedekt worden.

In Spaans overeenkomend met: Helarse
Vroor dichtDichtgevroren
DichtzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat dicht, heeft dichtgezeten)
1 afgesloten zijn
2 door mist onzichtbaar zijn.

Zat dichtDichtgezeten
DicterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dicteerde, heeft gedicteerd)
1 (ook absoluut) (iets) voorzeggen om het op te laten schrijven
2 dwingend voorschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Dictar, Imponer
DicteerdeGedicteerd
DiekenDiekteGediekt
DienenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; diende, heeft gediend)
1 bruikbaar zijn voor.
(werkwoord; diende, heeft gediend)
1 behoren, moeten.
(werkwoord; diende, heeft gediend)
1 een functie vervullen als.
([[onovergankelijk]] werkwoord; diende, heeft gediend)
1 (juridisch) door de rechter in behandeling genomen worden
2 soldaat zijn
3 in dienst zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; diende, heeft gediend)
1 zijn persoon en [[arbeidskracht]] ter beschikking stellen van.

In Spaans overeenkomend met: Deber, Tener que
Prestar servicio, Servir
  sBedienen
Behoren
Behoren te
Helpen
Horen
Moeten
Van dienst zijn
Verplicht zijn om te
DiendeGediend
DienstdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (van zaken) gebruikt worden, van nut zijn
2 (van personen) een functie of taak vervullen.

Deed dienstDienstgedaan
DienstweigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weigerde dienst, heeft dienstgeweigerd)
1 weigeren om in militaire dienst te gaan.

Weigerde dienstDienstgeweigerd
DiepenDiepteGediept
DiepgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging diep, is diepgegaan)
1 (sport) ver oprukken in de richting van het vijandelijke doel
2 (van schepen) zo diep in het water liggen als een bepaling aangeeft
3 tot het uiterste gaan.

Ging diepDiepgegaan
DieplinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dieplinkte]], heeft gedieplinkt)
1 via een hyperlink rechtstreeks naar een subpagina van een website linken.

DieplinkteGedieplinkt
DiepvriezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vroor diep, heeft diepgevroren)
1 invriezen als methode van levensmiddelenconservering waarbij snelle, tot de kern gaande bevriezing wordt toegepast.

In Spaans overeenkomend met: Congelarse
Congelar, Helar
Vroor diepDiepgevroren
DieselenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 doordraaien van een [[motor]] na het uitschakelen van de ontsteking.

DieseldeGedieseld
DievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; diefde, heeft gediefd)
1 (informeel) stelen
2 dieven afplukken van (een plant).

DiefdeGediefd
DiffamerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[diffameerde]], heeft gediffameerd; diffamatie)
1 belasteren.

In Spaans overeenkomend met: Amancillar ((),(Deslustrar la buena fama de una persona, familia o linaje.)), Calumniar, Difamar ((),(Deslustrar la buena fama de una persona, familia o linaje.))
  sBelasteren
Kwaadspreken
Roddelen
DiffameerdeGediffameerd
DifferentiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; differentieerde, heeft gedifferentieerd; differentiŽring)
1 vanuit een homogeen geheel in verschillende vormen splitsen
2 (wiskunde) het berekenen van de differentiaal.

In Spaans overeenkomend met: Diferenciar
  sOnderscheiden
Verschil maken tussen
DifferentieerdeGedifferentieerd
DiffunderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; diffundeerde, is gediffundeerd)
1 zich vermengen.

In Spaans overeenkomend met: Difundir
  sZich verspreiden
DiffundeerdeGediffundeerd
DiftongerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; diftongeerde, is gediftongeerd; diftongering)
1 (taalkunde) in een tweeklank overgaan.

DiftongeerdeGediftongeerd
DigererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[digereerde]], heeft gedigereerd)
1 (voedsel) verteren
2 (scheikunde) (een vloeistof en een vaste stof samen) matig verwarmen.

In Spaans overeenkomend met: Digerir
  sVerduwen
Verteren
Verwerken
DigereerdeGedigereerd
DigitaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; digitaliseerde, heeft gedigitaliseerd)
1 (computer) (informatie) omzetten naar binaire getallen.

DigitaliseerdeGedigitaliseerd
DijenDijdeGedijd
DijkenDijkteGedijkt
DikkenDikteGedikt
DilaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dilateerde]], heeft gedilateerd; dilatatie)
1 (een opening) verwijden, doen uitzetten.

DilateerdeGedilateerd
DimensionerenDimensioneerdeGedimensioneerd
DimmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dimde, heeft gedimd)
1 (informeel) rustig aan doen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dimde, heeft gedimd)
1 (koplampen) zo instellen dat tegenliggers niet verblind worden.

In Spaans overeenkomend met: Reducir las luces
DimdeGedimd
DinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dineerde, heeft gedineerd)
1 de warme maaltijd gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Cenar
DineerdeGedineerd
DingenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dong, heeft gedongen)
1 proberen te verkrijgen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; dong, heeft gedongen)
1 afdingen.

DongGedongen
DiplomerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diplomeerde, heeft gediplomeerd; diplomering)
1 een [[diploma]] toekennen.

DiplomeerdeGediplomeerd
DippenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dipte, heeft gedipt)
1 voorzichtig indopen
2 (telecommunicatie) ([[zendapparatuur]]) afstellen
3 (koeienspenen) behandelen met een [[ontsmettingsmiddel]] voor het melken.

DipteGedipt
DirigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dirigeerde, heeft gedirigeerd)
1 (een groep) leiden
2 zenden.

In Spaans overeenkomend met: Dirigir
  sBesturen
Mennen
Richten
Sturen
DirigeerdeGedirigeerd
DisambiguerenDisambigueerdeGedisambigueerd
DisciplinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; disciplineerde, heeft gedisciplineerd)
1 onder tucht brengen.

DisciplineerdeGedisciplineerd
DisconterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; disconteerde, heeft gedisconteerd; discontering)
1 (economie) (een wissel) te [[gelde]] maken voor de vervaltijd, tegen een zeker disconto.

DisconteerdeGedisconteerd
DiscrediterenDiscrediteerdeGediscrediteerd
DiscriminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; discrimineerde, heeft gediscrimineerd; discriminering/discriminatie)
1 (iemand) achterstellen op grond van niet ter [[zake]] doende kenmerken
2 onderscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Discriminar
DiscrimineerdeGediscrimineerd
DisculperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; disculpeerde, heeft gedisculpeerd; disculpatie)
1 verontschuldigen, van schuld vrijspreken.

DisculpeerdeGedisculpeerd
DiscussiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; discussieerde, heeft gediscussieerd)
1 van gedachten wisselen, een discussie voeren.

In Spaans overeenkomend met: Discutir
DiscussieerdeGediscussieerd
DiscuswerpenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; discuswerper)
1 werpnummer in de atletiek, waarbij men een discus zo ver mogelijk probeert te gooien.

DiscuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; discuteerde, heeft gediscuteerd)
1 discussiŽren.

In Spaans overeenkomend met: Discutir, Hablar de
  sVan gedachten wisselen
DiscuteerdeGediscuteerd
DisfunctionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[disfunctioneerde]], heeft gedisfunctioneerd)
1 slecht functioneren.

DisfunctioneerdeGedisfunctioneerd
DisharmoniŽrenDisharmonieerdeGedisharmonieerd
DiskwalificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diskwalificeerde, heeft gediskwalificeerd; diskwalificatie)
1 (sport) van de wedstrijd uitsluiten wegens overtreding van de spelregels of het reglement
2 ongeschikt verklaren.

DiskwalificeerdeGediskwalificeerd
DispenserenDispenseerdeGedispenseerd
DispergerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dispergeerde]], heeft gedispergeerd)
1 (licht) ontleden
2 (een vaste stof) fijn verdelen in een andere, [[colloÔdaal]] verdelen.

DispergeerdeGedispergeerd
DisponerenIn Spaans overeenkomend met: Disponer, Usar
  sBeschikken
Beschikken over
DisponeerdeGedisponeerd
DisputerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; disputeerde, heeft gedisputeerd)
1 wetenschappelijk redetwisten.

In Spaans overeenkomend met: Disputar
  sRedetwisten
Strijden
Strijden voor
Twisten
DisputeerdeGedisputeerd
DisseminerenDissemineerdeGedissemineerd
DissimilerenDissimileerdeGedissimileerd
DissociŽrenIn Spaans overeenkomend met: Disociar
  sUiteen doen vallen
DissocieerdeGedissocieerd
DistantiŽrenDistantieerdeGedistantieerd
DistillerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; distilleerde, heeft gedistilleerd)
1 met enige moeite afleiden uit.
([[overgankelijk]] werkwoord; distilleerde, heeft gedistilleerd; distillateur/distilleerder, distillatie)
1 door verdamping en daarop volgende condensatie zuiveren of scheiden
2 ([[sterkedrank]]) bereiden uit [[alcoholhoudende]] stoffen.

In Spaans overeenkomend met: Alambicar, Destilar
  sBranden
Destilleren
Overhalen
Stoken
DistilleerdeGedistilleerd
DistingerenDistingeerdeGedistingeerd
DistribuerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; distribueerde, heeft gedistribueerd; distributeur, distributie)
1 uitdelen.

In Spaans overeenkomend met: Distribuir
Repartir
  sRondbrengen
Verdelen
DistribueerdeGedistribueerd
DivergerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; divergeerde, heeft/is gedivergeerd)
1 uiteenwijken.

In Spaans overeenkomend met: Divergir
  sUiteenlopen
DivergeerdeGedivergeerd
DiversificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie diversifiŽren.

DiversificeerdeGediversificeerd
DiversifiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diversifieerde, heeft gediversifieerd)
1 (formeel) [[verscheidenheid]] aanbrengen, variŽren.

DiversifieerdeGediversifieerd
DiverterenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; diverteerde zich, heeft zich gediverteerd)
1 zich vermaken.

DiverteerdeGediverteerd
DjakkenDjakteGedjakt
DjorkenDjorkteGedjorkt
DobbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dobbelde, heeft gedobbeld; dobbelaar)
1 een kansspel met dobbelstenen spelen.

DobbeldeGedobbeld
DobberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dobberde, heeft gedobberd)
1 drijvend zachtjes op en neer gaan
2 (handel) (van koersen) niet vast zijn.

In Spaans overeenkomend met: Flotar, Sobrenadar
  sDrijven
Vlotten
DobberdeGedobberd
DocerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; doceerde, heeft gedoceerd)
1 lesgeven in (een vak aan een hogere opleiding).

DoceerdeGedoceerd
DoctorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doctoreerde, heeft/is gedoctoreerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) promoveren.

DoctoreerdeGedoctoreerd
DocumenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; documenteerde, heeft gedocumenteerd; documentatie)
1 met bewijsstukken staven
2 voorzien van documentatie.

In Spaans overeenkomend met: Documentar
DocumenteerdeGedocumenteerd
DoddelenDoddeldeGedoddeld
DodenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doodde, heeft gedood; doder)
1 van het leven beroven
2 verdrijven.

In Spaans overeenkomend met: Cargarse, Matar
  sDoodmaken
Ombrengen
DooddeGedood
DodijnenDodijndeGedodijnd
Doe-het-zelven
DoechenenDoechendeGedoechend
DoedelenDoedeldeGedoedeld
DoelenALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; doelens)
1 [[schietbaan]], oefenplaats van de vroegere schutterij.
(werkwoord; doelde, heeft gedoeld)
1 verwijzen naar.

DoeldeGedoeld
DoelpuntenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[doelpuntte]], heeft gedoelpunt)
1 een doelpunt maken.

DoelpuntteGedoelpunt
DoemdenkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; doemdenker)
1 pessimistische gedachten koesteren over de toekomst.

DoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

DoemdeGedoemd
DoenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
∂ alleen in verbindingen.
(werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 verhandelen, handel drijven in.
(werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 de genoemde tijd met iets bezig zijn.
([[onovergankelijk]] werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 handelen, zich gedragen
2 als [[plaatsvervanger]] van een eerder genoemd werkwoord.
([[overgankelijk]] werkwoord; deed, heeft gedaan)
1 een bepaalde handeling of werking ten uitvoer brengen
2 in de genoemde positie of toestand brengen
3 laten ondergaan, laten ondervinden
4 opbrengen, kosten
5 schoonmaken
6 op oppervlakkige wijze bereizen, bezichtigen.
(hulpwerkwoord)
1 zorgen dat het genoemde gebeurt, laten.

In Spaans overeenkomend met: Actuar, Obrar
Hacer
Causar
Colocar, Meter, Poner
  sAanmaken
Ageren
Bedrijven
Bezig zijn
Handelen
Laten
Laten doen
Leggen
Maken
Optreden
Plaatsen
Steken
Stellen
Stoppen
Te werk gaan
Uitbrengen
Uitrichten
Uitvoeren
Zetten
DeedGedaan
DoezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doezelde, heeft gedoezeld)
1 dommelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; doezelde, heeft gedoezeld)
1 (kleurstof) met een doezelaar dun uitwrijven.

In Spaans overeenkomend met: Dormitar ((lichtjes slapen, dommelen))
Difuminar ((een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven)), Disfumar ((een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven)), Esfumar ((een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven)), Esfuminar ((een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven))
  sLichtjes slapen
Verdoezelen
DoezeldeGedoezeld
DoffenDofteGedoft
DogenDoogdeGedoogd
DogmatiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dogmatiseerde, heeft gedogmatiseerd)
1 tot [[dogma]] verheffen.

DogmatiseerdeGedogmatiseerd
DokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dokte, heeft gedokt)
1 (van schepen) in het dok liggen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dokte, heeft gedokt)
1 (ook absoluut) (informeel) betalen
2 (een schip) in het dok brengen.

In Spaans overeenkomend met: Pagar
  sBetalen
Storten
Uitbetalen
Uitkeren
Voldoen
DokteGedokt
DokkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dokkerde, heeft/is gedokkerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) denderen, ratelen, daveren.

DokkerdeGedokkerd
DokterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dokterde, heeft gedokterd)
1 sleutelen aan, proberen te verbeteren.
([[onovergankelijk]] werkwoord; dokterde, heeft gedokterd)
1 de geneeskunst uitoefenen.

DokterdeGedokterd
DoldraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide dol, is dolgedraaid)
1 (van schroeven) verder draaien zonder te pakken
2 (van mensen) doordraaien, instorten.

Draaide dolDolgedraaid
DolenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doler, doling)
1 (doolde, heeft/is gedoold) dwalen
2 (doolde, heeft gedoold) de weg kwijt zijn in morele zin.

In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar
  sDwalen
Ronddolen
Ronddwalen
Waren
Zwerven
DooldeGedoold
DolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[doleerde]], heeft gedoleerd)
1 zich aansluiten bij de Doleantie.

DoleerdeGedoleerd
DollariserenDollariseerdeGedollariseerd
DollenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dolde, heeft gedold)
1 beetnemen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; dolde, heeft gedold)
1 stoeien.
([[overgankelijk]] werkwoord; dolde, heeft gedold)
1 (iemand) opfokken door hem voor gek te zetten.

DoldeGedold
DomenDoomdeGedoomd
DomesticerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; domesticeerde, heeft gedomesticeerd; domesticatie)
1 tot huisdier maken
2 tot goede landbouwgewassen maken.

DomesticeerdeGedomesticeerd
DomiciliŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[domicilieerde]], heeft gedomicilieerd)
1 als woonplaats kiezen voor.

In Spaans overeenkomend met: Domiciliar
DomicilieerdeGedomicilieerd
DominerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; domineerde, heeft gedomineerd)
1 het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden.

In Spaans overeenkomend met: Dominar
  sBedwingen
Beheersen
Overheersen
Uitschitteren
DomineerdeGedomineerd
DominoŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dominode, heeft gedominood)
1 domino spelen.

DominodeGedominood
DommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dommelde, heeft gedommeld)
1 lichtjes slapen.

DommeldeGedommeld
DompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dompelde, heeft gedompeld; dompeling)
1 helemaal onder laten gaan in een vloeistof
2 in de genoemde toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: BaŮar
  sOvergieten
DompeldeGedompeld
DompenDompteGedompt
DonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (donderde, heeft gedonderd) luid en vurig spreken
2 (donderde, heeft/is gedonderd) (informeel) met donderend geraas vallen
3 (donderde, is gedonderd) (informeel) lastig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; donderde, heeft gedonderd)
1 (informeel) met geweld gooien.
(onpersoonlijk werkwoord; donderde, heeft gedonderd)
1 onweren met donder.

In Spaans overeenkomend met: Retumbar, Tronar
  sBulderen
Daveren
Dreunen
DonderdeGedonderd
DonderjagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; donderjaagde, heeft gedonderjaagd)
1 het zijn omgeving lastig maken.

DonderjaagdeGedonderjaagd
DonderstenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (informeel) vervelen.

DonderstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; donderstraalde, heeft/is gedonderstraald)
1 (informeel) klieren, irriteren
2 (informeel) vallen.

DonderstraaldeGedonderstraald
DonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doneerde, heeft gedoneerd; donateur, donatie)
1 geld geven, als donateur optreden
2 (organen en weefsels) voor transplantatie afstaan.

DoneerdeGedoneerd
DonkerenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; donkerde, heeft gedonkerd)
1 (archaÔsch) donker worden.

DonkerdeGedonkerd
DoodbijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; beet dood, heeft doodgebeten)
1 door bijten doden
2 (geneeskunde) (weefsel) met bijtmiddelen doden.

Beet doodDoodgebeten
DoodblijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef dood, is doodgebleven)
1 plotseling sterven.

Bleef doodDoodgebleven
DoodbloedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bloedde dood, is doodgebloed)
1 omkomen door bloedverlies
2 geleidelijk [[af-]] of uitsterven, geleidelijk aflopen.

Bloedde doodDoodgebloed
DoodbrandenIn Spaans overeenkomend met: Foguear
  sToeschroeien
Uitbranden
Brandde doodDoodgebrand
DooddelenDeelde doodDoodgedeeld
DooddoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed dood, heeft doodgedaan)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) doden.

Deed doodDoodgedaan
DooddrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte dood, heeft doodgedrukt)
1 door drukken doden
2 door [[uitoefening]] van druk vernietigen.

Drukte doodDoodgedrukt
DoodergerenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; ergerde zich dood, heeft zich doodgeŽrgerd)
1 zich in hoge mate ergeren.

Ergerde doodDoodgeŽrgerd
DoodgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging dood, is doodgegaan)
1 ophouden te leven.

In Spaans overeenkomend met: Morirse
Morir
  sOverlijden
Sterven
Verscheiden
Versmachten
Ging doodDoodgegaan
DoodgooienGooide doodDoodgegooid
DoodhongerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hongerde dood, is doodgehongerd)
1 van honger omkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; hongerde dood, heeft doodgehongerd)
1 de hongerdood doen sterven.

Hongerde doodDoodgehongerd
DoodhoudenHield doodDoodgehouden
DoodknijpenKneep doodDoodgeknepen
DoodknuffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knuffelde dood, heeft doodgeknuffeld; doodknuffeling)
1 (iets) zo overdreven koesteren, dat het zijn functie, kracht of waarde verliest.

Knuffelde doodDoodgeknuffeld
DoodknuppelenKnuppelde doodDoodgeknuppeld
DoodlachenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; lachte zich dood, heeft zich doodgelachen)
1 lang en uitbundig lachen.

Lachte doodDoodgelachen
DoodleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde dood, heeft doodgelegd)
1 (voetbal) (een aangespeelde bal) met de borst of de voet zů opvangen dat hij meteen stil komt te liggen, niet wegspringt.

Legde doodDoodgelegd
DoodliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag dood, heeft doodgelegen)
1 (van huisdieren) op commando onbeweeglijk liggen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lag dood, heeft doodgelegen)
1 doden door erop te liggen.

Lag doodDoodgelegen
DoodlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep dood, is doodgelopen)
1 (van een weg) niet verder gaan
2 krachteloos worden en tot een einde komen.

Liep doodDoodgelopen
DoodmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte dood, heeft doodgemaakt)
1 doden
2 (sport) doodleggen.

In Spaans overeenkomend met: Matar
  sDoden
Ombrengen
Maakte doodDoodgemaakt
DoodmartelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; martelde dood, heeft doodgemarteld)
1 zo folteren dat de dood erop volgt.

Martelde doodDoodgemarteld
DoodpratenPraatte doodDoodgepraat
DoodranselenRanselde doodDoodgeranseld
DoodrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed dood, heeft doodgereden)
1 zo aanrijden dat het slachtoffer eraan sterft.

Reed doodDoodgereden
DoodschamenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; schaamde zich dood, heeft zich doodgeschaamd)
1 zich vreselijk schamen.

Schaamde doodDoodgeschaamd
DoodschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot dood, heeft doodgeschoten)
1 met een vuurwapen of pijl doden.

In Spaans overeenkomend met: Fusilar
Schoot doodDoodgeschoten
DoodschoppenSchopte doodDoodgeschopt
DoodschuddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schudde dood, heeft doodgeschud)
1 doden door te schudden, met [[name]] van baby's en jonge kinderen.

Schudde doodDoodgeschud
DoodslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg dood, heeft doodgeslagen)
1 door slaan doden.

Sloeg doodDoodgeslagen
DoodspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde dood, heeft doodgespeeld)
1 (een muziekstuk, toneelstuk e.d.) zo vaak spelen dat het bijzondere, mooie verdwijnt.

Speelde doodDoodgespeeld
DoodspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot dood, heeft doodgespoten)
1 door spuiten doden
2 (landbouw) door bespuiten doden.

Spoot doodDoodgespoten
DoodstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak dood, heeft doodgestoken)
1 met een steek doden.

Stak doodDoodgestoken
DoodtrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte dood, heeft doodgetrapt)
1 door trappen doden.

Trapte doodDoodgetrapt
DoodvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel dood, is doodgevallen)
1 een dodelijke val maken.

Viel doodDoodgevallen
DoodvechtenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vocht zich dood, heeft zich doodgevochten)
1 vechten tot de dood erop volgt.

Vocht doodDoodgevochten
DoodverklarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklaarde dood, heeft doodverklaard; doodverklaring)
1 constateren dat iemand dood is
2 iemand behandelen alsof hij niet meer bestaat.

Verklaarde doodDoodverklaard
DoodvervenDoodverfdeGedoodverfd
DoodvriezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vroor dood, is doodgevroren)
1 omkomen door overmatige kou.

Vroor doodDoodgevroren
DoodwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; werkte zich dood, heeft zich doodgewerkt)
1 zich totaal uitputten met werken.

Werkte doodDoodgewerkt
DoodzwijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zweeg dood, heeft doodgezwegen)
1 negeren door er niet over te praten.

Zweeg doodDoodgezwegen
DooienALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; dooide, heeft gedooid)
1 ophouden te vriezen.

In Spaans overeenkomend met: Deshelar, Deshelarse
  sOntdooien
Wegsmelten
DooideGedooid
DoorademenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ademde door, heeft doorgeademd)
1 aanhoudend ademen
2 diep ademen.

Ademde doorDoorgeademd
DooraderenDooraderdeDooraderd
DoorakkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; akkerde door, heeft doorgeakkerd)
1 uitvoerig bespreken.

Akkerde doorDoorgeakkerd
DoorbehandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; behandelde door, heeft doorbehandeld)
1 doorgaan met medicatie en medische handelingen.

DoorbehandeldeDoorbehandeld
DoorbellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; belde door, heeft doorgebeld)
1 (een mededeling) telefonisch doorgeven.

Belde doorDoorgebeld
DoorberekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; berekende door, heeft doorberekend; doorberekening)
1 verwerken in de bij de verkoop berekende prijs.

Berekende doorDoorberekend
DoorbetalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; betaalde door, heeft doorbetaald; doorbetaling)
1 de betaling voortzetten.

Betaalde doorDoorbetaald
DoorbijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (beet door, heeft doorgebeten) krachtig bijten
2 (beet door, is doorgebeten) (van scheikundige stoffen) bijtend doordringen
3 (beet door, heeft doorgebeten) volhouden.
([[overgankelijk]] werkwoord; beet door, heeft doorgebeten)
1 stukbijten
2 (van scherpe stoffen) door bijtende werking geheel doen vergaan.

In Spaans overeenkomend met: Perseverar, Persistir
  sDoorzetten
Voet bij stuk houden
Volharden
Volhouden
Beet doorDoorgebeten
DoorbladerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[doorbladerde]], heeft doorbladerd)
1 al bladerend doorlopen.

In Spaans overeenkomend met: Hojear
  sBladeren
Ombladeren
Bladerde doorDoorgebladerd
DoorblazenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blies door, heeft doorgeblazen)
1 reinigen door erdoorheen te blazen.

Blies doorDoorgeblazen
doorbloedenIn de betekenis van: Blijven bloeden

Bloedde doorDoorgebloed
DoorbloedenIn de betekenis van: Met bloed doordrongen worden

DoorbloeddeDoorbloed
DoorbloeienBloeide doorDoorgebloeid
DoorbordurenBorduurde doorDoorgeborduurd
doorborenIn de betekenis van:
Blijven boren, doorgaan met boren

In Spaans overeenkomend met:
  sDoorprikken
Doorsteken
Doorzeven
Boorde doorDoorgeboord
DoorborenIn de betekenis van:
1. in iets doordringen
2. gaten maken in => perforeren

In Spaans overeenkomend met: Horadar
Espetar, Puncionar
Horadar, Perforar, Taladrar
  sDoorprikken
Doorsteken
Doorzeven
DoorboordeDoorboord
DoorbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brandde door, is doorgebrand)
1 door en door branden
2 door branden kapotgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; brandde door, heeft doorgebrand)
1 door branden in delen scheiden.

In Spaans overeenkomend met: Derretirse
  sSmelten
Verbranden
Versmelten
Vloeibaar worden
Brandde doorDoorgebrand
DoorbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brak door, is doorgebroken)
1 openbarsten, openbreken
2 door iets heen breken
3 opvallend op de voorgrond treden, aan de top komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorbrak, heeft doorbroken; doorbreking)
1 een opening, een weg breken door.
([[overgankelijk]] werkwoord; brak door, heeft doorgebroken; doorbreking)
1 door drukken in delen scheiden
2 (een ruimte) door het slopen van de afscheiding met een andere verbinden.

In Spaans overeenkomend met: Quebrar, Romper
  sAfbreken
Breken
Schenden
Stukbreken
Verbreken
Brak doorDoorgebroken
DoorbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brak door, is doorgebroken)
1 openbarsten, openbreken
2 door iets heen breken
3 opvallend op de voorgrond treden, aan de top komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorbrak, heeft doorbroken; doorbreking)
1 een opening, een weg breken door.
([[overgankelijk]] werkwoord; brak door, heeft doorgebroken; doorbreking)
1 door drukken in delen scheiden
2 (een ruimte) door het slopen van de afscheiding met een andere verbinden.

In Spaans overeenkomend met: Quebrar, Romper
  sAfbreken
Breken
Schenden
Stukbreken
Verbreken
DoorbrakDoorbroken
DoorbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht door, heeft doorgebracht)
1 (de tijd) besteden.

In Spaans overeenkomend met: Alargar, Entregar, Llegar, Pasar
Desbaratar
  sAangeven
Aanreiken
Verdrijven
Verkwisten
Verspillen
Bracht doorDoorgebracht
DoorbrievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; briefde door, heeft doorgebriefd)
1 (ongunstig) overbrieven.

Briefde doorDoorgebriefd
DoorbuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; boog door, is doorgebogen; doorbuiging)
1 krom worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; boog door, heeft doorgebogen)
1 door druk doen ombuigen.

In Spaans overeenkomend met: Arquear, Doblar, Encorvar
Doblarse, Doblegarse
  sBuigen
Ombuigen
Zich buigen
Zich krommen
Boog doorDoorgebogen
DoordenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; denderde door, is doorgedenderd)
1 denderend verder rijden of hollen
2 (figuurlijk) blindelings doorgaan met een eenmaal begonnen activiteit.

Denderde doorDoorgedenderd
DoordenkenIn de betekenis van: Verder denken

Dacht doorDoorgedacht
DoordenkenIn de betekenis van: Overdenken

DoordachtDoordacht
DoordesemenDoordesemdeDoordesemd
DoordoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed door, heeft doorgedaan)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) doorgaan, doorzetten.

Deed doorDoorgedaan
DoordouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; douwde door, heeft doorgedouwd; doordouwer)
1 doorzetten, volhouden.
([[overgankelijk]] werkwoord; douwde door, heeft doorgedouwd)
1 doordrukken.

Douwde doorDoorgedouwd
DoordraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide door, is doorgedraaid)
1 doorgaan met draaien
2 (van schroeven) doldraaien
3 zijn beheersing verliezen, overspannen worden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; draaide door, heeft doorgedraaid)
1 ten [[gevolge]] van een te groot aanbod aan de markt onttrekken.

Draaide doorDoorgedraaid
DoordrammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dramde door, heeft doorgedramd; doordrammer)
1 aandringen, aanhouden om iets gedaan te krijgen.

Dramde doorDoorgedramd
DoordravenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (draafde door, heeft doorgedraafd) onbesuisd en ondoordacht doorredeneren
2 (draafde door, is doorgedraafd) verder draven.

Draafde doorDoorgedraafd
DoordrenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[doordrenkte]], heeft doordrenkt; doordrenking)
1 door en door natmaken.

In Spaans overeenkomend met: Embeber
Empapar
  sBevochtigen
Doorweken
Indompelen
Indopen
Soppen
DoordrenkteDoordrenkt
DoordrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef door, heeft doorgedreven; doordrijver)
1 (een mening, een besluit) tegen de wens of de behoefte van anderen in laten aanvaarden of uitvoeren.

Dreef doorDoorgedreven
doordringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; drong door, is doorgedrongen)
1 doen beseffen.
(werkwoord; doordrong, heeft doordrongen)
1 volkomen overtuigen van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong door, is doorgedrongen)
1 met moeite voortgaan
2 met veel moeite benaderen, contact maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; doordrong, heeft doordrongen; doordringing)
1 dringen in alle delen van.

In Spaans overeenkomend met: Penetrar
Penetrar
  sBinnendringen
Doortrekken
Dringen door
Dringen in
Drong doorDoorgedrongen
DoordringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; drong door, is doorgedrongen)
1 doen beseffen.
(werkwoord; doordrong, heeft doordrongen)
1 volkomen overtuigen van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong door, is doorgedrongen)
1 met moeite voortgaan
2 met veel moeite benaderen, contact maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; doordrong, heeft doordrongen; doordringing)
1 dringen in alle delen van.

In Spaans overeenkomend met: Penetrar
Penetrar
  sBinnendringen
Doortrekken
Dringen door
Dringen in
DoordrongDoordrongen
DoordruipenDroop doorDoorgedropen
DoordrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drukte door, heeft doorgedrukt)
1 (drukwezen) zodanig bedrukt zijn dat de kleur aan de andere zijde zichtbaar wordt.
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte door, heeft doorgedrukt)
1 door moeite gedaan weten te krijgen dat iets tot stand wordt gebracht.

Drukte doorDoorgedrukt
DooreengooienGooide dooreenDooreengegooid
DooreengroeienGroeide dooreenDooreengegroeid
DooreenhaspelenHaspelde dooreenDooreengehaspeld
DooreenjagenJaagde dooreen, Joeg dooreenDooreengejaagd
DooreenlopenLiep dooreenDooreengelopen
DooreenmengenIn Spaans overeenkomend met: Involucrar
  sInmengen
Mengde dooreenDooreengemengd
DooreenroerenRoerde dooreenDooreengeroerd
DooreenschuddenSchudde dooreenDooreengeschud
DooreenslaanSloeg dooreenDooreengeslagen
DooreensmijtenSmeet dooreenDooreengesmeten
DooreenwarrenWarde dooreenDooreengeward
DooreenwerkenWerkte dooreenDooreengewerkt
DooreenwerpenWierp dooreenDooreengeworpen
DooremmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; emmerde door, heeft doorgeŽmmerd)
1 ([[pejoratief]]) doorzeuren.

Emmerde doorDoorgeŽmmerd
DooretenAt doorDoorgegeten
DooretterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; etterde door, heeft doorgeŽtterd)
1 (van een ongewenste toestand) zich uitbreiden.

Etterde doorDoorgeŽtterd
DoorfietsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (fietste door, heeft doorgefietst) [[sneller]] fietsen
2 (fietste door, heeft/is doorgefietst) doorgaan met fietsen.

Fietste doorDoorgefietst
DoorgaanIn de betekenis van: Niet stoppen, verdergaan

In Spaans overeenkomend met: Continuar
Proseguir, Seguir
Atravesar, Recorrer
  sAfleggen
Aflopen
Gaan door
Verder gaan met
Vervolgen
Voortgaan
Voortzetten
Ging doorDoorgegaan
DoorgaanIn de betekenis van: Doorstaan, zien vol te houden

In Spaans overeenkomend met: Continuar
Proseguir, Seguir
Atravesar, Recorrer
  sAfleggen
Aflopen
Gaan door
Verder gaan met
Vervolgen
Voortgaan
Voortzetten
DoorgingDoorgaan
DoorgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf door, heeft doorgegeven)
1 verder geven, vooral zů dat een hele reeks van personen het voorwerp in handen krijgt
2 verder vertellen, bekendmaken.

In Spaans overeenkomend met: Traspasar
Gaf doorDoorgegeven
DoorglippenGlipte doorDoorgeglipt
DoorgravenIn de betekenis van: Voortgaan met graven

Groef doorDoorgegraven
DoorgravenIn de betekenis van: Gravend gaan door

DoorgroefDoorgraven
DoorgroeienGroeide doorDoorgegroeid
DoorgroevenDoorgroefdeDoorgroefd
DoorgrondenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorgrondde, heeft doorgrond; doorgronding)
1 volledig doorzien, begrijpen.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar
Penetrar, Penetrarse
  sBegrijpen
Bevatten
Doorzien
Nasporen
Navorsen
Onderzoeken
DoorgronddeDoorgrond
DoorhakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hakte door, heeft doorgehakt)
1 door hakken scheiden.

Hakte doorDoorgehakt
DoorhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde door, heeft doorgehaald)
1 door een opening naar zich toe trekken
2 doorstrepen, schrappen.

In Spaans overeenkomend met: Borrar
  sSchrappen
Wissen
Haalde doorDoorgehaald
DoorhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing door, heeft/is doorgehangen)
1 zo hangen dat het doorbuigt of uitzakt.

Hing doorDoorgehangen
DoorhebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; had door, heeft doorgehad)
1 (informeel) doorzien, snappen.

Had doorDoorgehad
DoorhelpenHielp doorDoorgeholpen
DoorhollenHolde doorDoorgehold
DoorjagenJaagde door, Joeg doorDoorgejaagd
DoorkervenKerfde door, Korf doorDoorgekorven
DoorkiezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; koos door, heeft doorgekozen)
1 het [[doorkiesnummer]] bellen.

Koos doorDoorgekozen
DoorkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keek door, heeft doorgekeken)
1 vluchtig beoordelen.

Keek doorDoorgekeken
DoorklievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kliefde door, heeft doorgekliefd; doorkliever, doorklieving)
1 door klieven in stukken verdelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorkliefde, heeft doorkliefd; doorkliever, doorklieving)
1 gaan door.

In Spaans overeenkomend met: Hender, Rajar
Surcar
  sDoorsnijden
Klieven
Kloven
Splijten
Kliefde doorDoorgekliefd
DoorklikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klikte door, heeft doorgeklikt)
1 (computer) via een link naar een andere plaats op een [[internetsite]] of naar een andere [[internetsite]] gaan.

Klikte doorDoorgeklikt
DoorklinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klonk door, heeft doorgeklonken)
1 hoorbaar zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorklonk, heeft doorklonken)
1 met klank vervullen.

Klonk doorDoorgeklonken
DoorknagenKnaagde doorDoorgeknaagd
DoorknippenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knipte door, heeft doorgeknipt)
1 in tweeŽn knippen.

Knipte doorDoorgeknipt
DoorkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kookte door, is doorgekookt)
1 terdege, over de gehele massa koken.

Kookte doorDoorgekookt
DoorkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam door, is doorgekomen)
1 zijn, haar weg nemen
2 ten einde brengen, doorstaan
3 door iets heen dringen.

In Spaans overeenkomend met: Acertar, Lograr, Tener ťxito
Atravesar, Ir a travťs de
  sDoormaken
Doortrekken
Erin slagen
Klaarspelen
Slagen
Slagen in
Slagen voor
Kwam doorDoorgekomen
DoorkoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kopte door, heeft doorgekopt; doorkopper)
1 (een bal) verder koppen.

Kopte doorDoorgekopt
DoorkrabbenKrabde doorDoorgekrabd
DoorkrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kraste door, heeft doorgekrast)
1 met krassen doorhalen.

Kraste doorDoorgekrast
DoorkrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kreeg door, heeft doorgekregen)
1 (geleidelijk) begrijpen, doorzien
2 doorgebeld, [[doorgeseind]], doorgegeven enz. krijgen.

Kreeg doorDoorgekregen
DoorkruidenDoorkruiddeDoorkruid
DoorkruisenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorkruiste, heeft doorkruist; doorkruising)
1 rondtrekken door, in allerlei richtingen doorlopen
2 dwarsbomen, indruisen tegen, tegenwerken.
([[overgankelijk]] werkwoord; kruiste door, heeft doorgekruist; doorkruising)
1 met een kruis doorhalen.

In Spaans overeenkomend met: Atravesar
Cruzar
  sKruisen
DoorkruisteDoorkruist
DoorladenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laadde door, heeft doorgeladen; doorlading)
1 (een vuurwapen) schietklaar maken door na het laden met een handeling een kogel van het magazijn in de kamer te brengen.

Laadde doorDoorgeladen
DoorlappenLapte doorDoorgelapt
DoorlatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet door, heeft doorgelaten)
1 laten passeren, laten doordringen.

In Spaans overeenkomend met: Pasar
Liet doorDoorgelaten
DoorlekkenLekte doorDoorgelekt
DoorlerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leerde door, heeft doorgeleerd)
1 na [[beŽindiging]] van een school een hogere gaan bezoeken.

Leerde doorDoorgeleerd
DoorlevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorleefde, heeft doorleefd; doorleving)
1 meemaken, beleven.

In Spaans overeenkomend met: Vivir un hecho, Vivir un suceso
  sDoormaken
Een gebeurtenis beleven
Ondergaan
DoorleefdeDoorleefd
DoorlezenIn de betekenis van: Voortgaan met lezen

In Spaans overeenkomend met: Leer de cabo a rabo
Las doorDoorgelezen
DoorlezenIn de betekenis van:
Geheel lezen; lezend doorbrengen; belezen

In Spaans overeenkomend met: Leer de cabo a rabo
DoorlasDoorlezen
DoorlichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorlichtte, heeft doorlicht; doorlichting)
1 met rŲntgenstralen onderzoeken
2 kritisch onderzoeken op efficiŽntie.

Lichtte doorDoorgelicht
DoorliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag door, heeft/is doorgelegen)
1 wonden krijgen door langdurig op bed liggen.

Lag doorDoorgelegen
DoorlinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; linkte door, heeft doorgelinkt)
1 (computer) (een gebruiker) naar een andere website laten gaan
2 doorklikken.

Linkte doorDoorgelinkt
DoorloodsenLoodste doorDoorgeloodst
DoorlopenIn de betekenis van: Důůrlopen, voortgaan met lopen

In Spaans overeenkomend met: Transitar
Liep doorDoorgelopen
DoorlopenIn de betekenis van:
Doorlůpen, afleggen; gaan door; een cursus of opleiding voltooien

In Spaans overeenkomend met: Transitar
DoorliepDoorlopen
DoormakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte door, heeft doorgemaakt)
1 ondergaan, beleven.

In Spaans overeenkomend met: Experimentar, Pasar la experiencia
Atravesar, Ir a travťs de
Vivir un hecho, Vivir un suceso
  sBeleven
Doorkomen
Doorleven
Doortrekken
Een gebeurtenis beleven
Ervaren
Ondergaan
Ondervinden
Maakte doorDoorgemaakt
DoormarcherenMarcheerde doorDoorgemarcheerd
DoormengenMengde doorDoorgemengd
DoormetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mat door, heeft doorgemeten; doormeting)
1 (techniek) meten m.b.v. een doorgaande elektrische stroom.

Mat doorDoorgemeten
DoormodderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; modderde door, heeft doorgemodderd)
1 (informeel) doorgaan met prutsen, knoeien.

Modderde doorDoorgemodderd
DoornagelenNagelde doorDoorgenageld
DoornemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam door, heeft doorgenomen)
1 globaal bestuderen
2 globaal bespreken.

In Spaans overeenkomend met: Recorrer, Repasar
Nam doorDoorgenomen
DoornummerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; nummerde door, heeft doorgenummerd; doornummering)
1 de nummers laten doorlopen.

Nummerde doorDoorgenummerd
DoorpakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pakte door, heeft doorgepakt; doorpakker)
1 krachtig ingrijpen.

Pakte doorDoorgepakt
DoorplaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plaatste door, heeft doorgeplaatst)
1 (mbt. personen) elders onderbrengen, op een andere afdeling of in een andere organisatie plaatsen, aan het werk helpen e.d.
2 (mbt. advertenties) in een ander medium plaatsen.

Plaatste doorDoorgeplaatst
DoorploegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ploegde door, heeft doorgeploegd)
1 doorgaan met ploegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorploegde, heeft doorploegd; doorploeging)
1 met de ploeg gaan, voren trekken door.

In Spaans overeenkomend met: Surcar
Ploegde doorDoorgeploegd
DoorpluizenPluisde door, Ploos doorDoorgepluisd, Doorgeplozen
DoorpratenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; praatte door, heeft doorgepraat)
1 verder praten.
([[overgankelijk]] werkwoord; praatte door, heeft doorgepraat)
1 grondig bespreken.

Praatte doorDoorgepraat
DoorprikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prikte door, heeft doorgeprikt)
1 door prikken openen.
([[overgankelijk]] werkwoord; prikte door, heeft doorgeprikt)
1 (in [[BelgiŽ]]) door prikken openen.

In Spaans overeenkomend met: Pinchar
Puncionar
  sDoorboren
Doorsteken
Prikte doorDoorgeprikt
DoorredenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; redeneerde door, heeft doorgeredeneerd)
1 een redenering voortzetten.

Redeneerde doorDoorgeredeneerd
DoorregenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; regende door, is doorgeregend)
1 regen doorlaten.
(onpersoonlijk werkwoord; regende door, heeft doorgeregend)
1 voortgaan met regenen.

Regende doorDoorgeregend
DoorreizenIn de betekenis van: Doorgaan met reizen

In Spaans overeenkomend met: Recorrer
  sRondreizen
Reisde doorDoorgereisd
DoorreizenIn de betekenis van: Bereizen

In Spaans overeenkomend met: Recorrer
  sRondreizen
DoorreisdeDoorreisd
DoorrennenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rende door, is doorgerend)
1 verder rennen.

Rende doorDoorgerend
DoorrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed door, heeft/is doorgereden)
1 doorgaan met rijden
2 [[sneller]] rijden.

Reed doorDoorgereden
DoorroerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roerde door, heeft doorgeroerd)
1 roeren.

In Spaans overeenkomend met: Arremolinarse, Batir
  sOmroeren
Roeren
Roerde doorDoorgeroerd
DoorroestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roestte door, is doorgeroest)
1 zo door roest aangetast worden dat er een of meer gaten ontstaan.

Roestte doorDoorgeroest
DoorrokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rookte door, heeft doorgerookt)
1 doorgaan met roken.
([[overgankelijk]] werkwoord; rookte door, heeft doorgerookt)
1 met rook doortrekken.

Rookte doorDoorgerookt
DoorrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rolde door, heeft doorgerold)
1 (handel) (een optie) verkopen en met de opbrengst een nieuwe kopen.

Rolde doorDoorgerold
DoorschakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schakelde door, heeft doorgeschakeld; doorschakeling)
1 (een telefoontoestel) doorverbinden naar een ander toestel, zodat gesprekken op dat tweede toestel binnenkomen.

Schakelde doorDoorgeschakeld
DoorschemerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schemerde door, heeft/is doorgeschemerd)
1 vaag zichtbaar zijn door iets anders heen.

In Spaans overeenkomend met: Vislumbrar
  sBespeuren
In de smiezen krijgen
In het oog krijgen
Ontwaren
Oppervlakkig leren kennen
Schemerde doorDoorgeschemerd
DoorscheurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheurde door, is doorgescheurd)
1 scheurend stukgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; scheurde door, heeft doorgescheurd)
1 in tweeŽn scheuren.

In Spaans overeenkomend met: Desgarrar, Dilacerar
  sVaneenscheuren
Verscheuren
Scheurde doorDoorgescheurd
DoorschietenIn de betekenis van:
Verder schieten; door schieten openen of stukmaken

Schoot doorDoorgeschoten
DoorschietenIn de betekenis van: Met een schot doorboren

DoorschootDoorschoten
DoorschijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheen door, heeft doorgeschenen)
1 licht doorlaten.

Scheen doorDoorgeschenen
DoorschouwenDoorschouwdeDoorschouwd
DoorschrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schrapte door, heeft doorgeschrapt)
1 een streep halen door.

Schrapte doorDoorgeschrapt
DoorschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schreef door, heeft doorgeschreven)
1 doorgaan met schrijven.

Schreef doorDoorgeschreven
DoorschuddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schudde door, heeft doorgeschud)
1 door schudden vermengen.

Schudde doorDoorgeschud
DoorschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoof door, is doorgeschoven)
1 naar een andere plaats, positie gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof door, heeft doorgeschoven)
1 verder schuiven
2 doorgeven naar een ander.

Schoof doorDoorgeschoven
DoorseinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; seinde door, heeft doorgeseind)
1 naar een volgend kantoor seinen.

Seinde doorDoorgeseind
DoorsijpelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sijpelde door, is doorgesijpeld)
1 in druppels doordringen
2 geleidelijk aan zich manifesteren, bekend worden, zich openbaren.

In Spaans overeenkomend met: Rezumar, Rezumarse
  sDoorzweten
Sijpelde doorDoorgesijpeld
DoorslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg door, is doorgeslagen)
1 (van vocht enz.) ergens doorheen dringen
2 (van oppervlakten) met vocht doordrongen worden
3 overhellen naar de kant van het [[grootste]] gewicht
4 te veel gaan overdrijven
5 (van wielen, werktuigen en werktuigdelen) draaien zonder te pakken
6 het stroomcircuit onderbreken
7 een misdaad toegeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg door, heeft doorgeslagen)
1 stukslaan
2 door slaan mengen
3 (een patroon) met een dubbele rijgsteek op de stof overnemen.

In Spaans overeenkomend met: Desbaratar
  sRaaskallen
Sloeg doorDoorgeslagen
DoorslapenSliep doorDoorgeslapen
DoorslenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (slenterde door, heeft/is doorgeslenterd) slenterend verder gaan
2 (slenterde door, is doorgeslenterd) slenterend doorkruisen.

Slenterde doorDoorgeslenterd
DoorslijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sleet door, is doorgesleten)
1 door slijten kapotgaan.

In Spaans overeenkomend met: Desgastarse
  sAfslijten
Slijten
Uitslijten
Verslijten
Sleet doorDoorgesleten
DoorslikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slikte door, heeft doorgeslikt)
1 slikkend door het keelgat brengen.

In Spaans overeenkomend met: Deglutir, Tragar
Tragarse
  sInslikken
Slikken
Slokken
Slikte doorDoorgeslikt
DoorslippenSlipte doorDoorgeslipt
DoorsluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sluisde door, heeft doorgesluisd; doorsluizing)
1 massaal doorgeven.

Sluisde doorDoorgesluisd
DoorsmeltenSmolt doorDoorgesmolten
DoorsmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeerde door, heeft doorgesmeerd; doorsmeerder, doorsmering)
1 (auto's) een periodieke onderhoudsbeurt geven.

In Spaans overeenkomend met: Aceitar, Lubrificar
Engrasar, Untar
  sAansmeren
Besmeren
Invetten
Smeren
Smeerde doorDoorgesmeerd
DoorsmeulenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; smeulde door, heeft doorgesmeuld)
1 blijven smeulen.

Smeulde doorDoorgesmeuld
DoorsmokkelenSmokkelde doorDoorgesmokkeld
DoorsnijdenIn de betekenis van: In twee losse stukken snijden

In Spaans overeenkomend met: Cortar, Disecar, Seccionar
Surcar
  sDoorklieven
Sectie verrichten
Sneed doorDoorgesneden
DoorsnijdenIn de betekenis van:
Dwars door een bepaald gebied voeren

In Spaans overeenkomend met: Cortar, Disecar, Seccionar
Surcar
  sDoorklieven
Sectie verrichten
DoorsneedDoorsneden
DoorsnuffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorsnuffelde, heeft doorsnuffeld)
1 oppervlakkig doorzoeken.

Snuffelde doorDoorgesnuffeld
DoorspekkenDoorspekteDoorspekt
DoorspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; speelde door, heeft doorgespeeld)
1 doorgaan met spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde door, heeft doorgespeeld)
1 al spelend doornemen
2 heimelijk doorgeven
3 spelend doorgeven.

Speelde doorDoorgespeeld
DoorspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoelde door, heeft doorgespoeld)
1 (een buis enz.) reinigen door er een vloeistof doorheen te laten stromen
2 (een geluids- of videoband) versneld doordraaien.

Spoelde doorDoorgespoeld
DoorspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoelde door, heeft doorgespoeld)
1 (een buis enz.) reinigen door er een vloeistof doorheen te laten stromen
2 (een geluids- of videoband) versneld doordraaien.

DoorspoeldeDoorspoeld
DoorsprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprak door, heeft doorgesproken)
1 doorgaan met spreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; sprak door, heeft doorgesproken)
1 grondig bespreken.

Sprak doorDoorgesproken
DoorstaanIn de betekenis van: Ondergaan, verduren

In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin
Resistir
Padecer, Sufrir
  sDulden
Harden
Lijden
Lijden aan
Ondergaan
Uithouden
Uitstaan
Velen
Verdragen
DoorstondDoorstaan
DoorstaanIn de betekenis van: Blijven staan

In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin
Resistir
Padecer, Sufrir
  sDulden
Harden
Lijden
Lijden aan
Ondergaan
Uithouden
Uitstaan
Velen
Verdragen
Stond doorDoorgestaan
DoorstappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stapte door, heeft/is doorgestapt)
1 [[sneller]] lopen
2 verder lopen.

Stapte doorDoorgestapt
DoorstartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; startte door, heeft/is doorgestart)
1 een doorstart maken.

Startte doorDoorgestart
DoorstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak door, is doorgestoken)
1 in een dwarsrichting een [[kortere]] weg nemen door.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[doorstak]], heeft doorstoken)
1 met een scherp voorwerp doorboren.
([[overgankelijk]] werkwoord; stak door, heeft doorgestoken)
1 door of in een opening brengen
2 (iets) breken door er iets doorheen te steken
3 (een buis) ontstoppen door er een lang voorwerp doorheen te halen.

In Spaans overeenkomend met: Espetar, Puncionar
Barrenar
  sAftappen
Doorboren
Doorprikken
Stak doorDoorgestoken
DoorstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak door, is doorgestoken)
1 in een dwarsrichting een [[kortere]] weg nemen door.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[doorstak]], heeft doorstoken)
1 met een scherp voorwerp doorboren.
([[overgankelijk]] werkwoord; stak door, heeft doorgestoken)
1 door of in een opening brengen
2 (iets) breken door er iets doorheen te steken
3 (een buis) ontstoppen door er een lang voorwerp doorheen te halen.

In Spaans overeenkomend met: Espetar, Puncionar
Barrenar
  sAftappen
Doorboren
Doorprikken
DoorstakDoorstoken
DoorstikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stikte door, heeft doorgestikt)
1 met een stiksteek erdoor naaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorstikte, heeft doorstikt)
1 met stikwerk geheel versieren.

Stikte doorDoorgestikt
DoorstokenStookte doorDoorgestookt
DoorstomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 verder stomen
2 vol inzet doorgaan.

Stoomde doorDoorgestoomd
DoorstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stortte door, heeft doorgestort)
1 (geld dat tijdelijk of ten [[onrechte]] is toevertrouwd) overmaken op de rekening van de rechthebbende.

Stortte doorDoorgestort
DoorstotenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stootte door, is doorgestoten)
1 doordringen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; stootte door, heeft doorgestoten)
1 (biljarten) (een [[biljartbal]]) zodanig stoten dat hij na het raken van de tweede bal nagenoeg niet van zijn baan afwijkt.

Stootte door, Stiet doorDoorgestoten
DoorstovenStoofde doorDoorstoofd
DoorstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorstraalde, heeft doorstraald; doorstraling)
1 (voedsel) met ioniserende stralen conserveren.

DoorstraaldeDoorstraald
DoorstrepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streepte door, heeft doorgestreept; doorstreping)
1 een streep halen door.

Streepte doorDoorgestreept
DoorstromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde door, is doorgestroomd; doorstromer, doorstroming)
1 van een [[goedkopere]] naar een [[duurdere]] woning verhuizen
2 van een lagere vorm van onderwijs naar een hogere gaan
3 stromend door iets heen gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorstroomde, heeft doorstroomd; doorstroming)
1 als een stroom gaan door.

Stroomde doorDoorgestroomd
DoorstuderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; studeerde door, heeft doorgestudeerd)
1 doorgaan met studeren
2 zijn studie vervolgen bij een hogere onderwijsinstelling.

Studeerde doorDoorgestudeerd
DoorsturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde door, heeft doorgestuurd)
1 verder sturen.

Stuurde doorDoorgestuurd
DoorsukkelenSukkelde doorDoorgesukkeld
DoortastenTastte doorDoorgetast
DoortellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; telde door, heeft doorgeteld; doortelling)
1 bij een doorgaande telling [[meegerekend]] worden
2 doorgaan met tellen.

Telde doorDoorgeteld
DoortintelenDoortinteldeDoortinteld
DoortochtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tochtte door, heeft doorgetocht)
1 geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden.

Tochtte doorDoorgetocht
DoortrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (trapte door, is [[doorgetrapt]]) doorgaan met trappen
2 (trapte door, heeft [[doorgetrapt]]) verder fietsen
3 (trapte door, heeft [[doorgetrapt]]) [[sneller]] fietsen
4 (trapte door, heeft [[doorgetrapt]]) (van fietsen) een slag overslaan
5 (trapte door, heeft [[doorgetrapt]]) trappen om te raken
6 (trapte door, is [[doorgetrapt]]) (in BelgiŽ; informeel) niet goed wijs zijn.

Trapte doorDoorgetrapt
DoortrekkenIn de betekenis van:
Een lijn verlengen
zich door een gebied heen begeven
de inhoud van de stortbak van een toilet ledigen

In Spaans overeenkomend met: Penetrar
Alargar
Recorrer
Saturar
Atravesar, Ir a travťs de
  sDoordringen
Doorkomen
Doormaken
Langer maken
Rekken
Uitleggen
Uitrekken
Uittrekken
Verlengen
Verzadigen
Trok doorDoorgetrokken
DoortrekkenIn de betekenis van:
Door een materiaal heen diffunderen

In Spaans overeenkomend met: Penetrar
Alargar
Recorrer
Saturar
Atravesar, Ir a travťs de
  sDoordringen
Doorkomen
Doormaken
Langer maken
Rekken
Uitleggen
Uitrekken
Uittrekken
Verlengen
Verzadigen
DoortrokDoortrokken
DoorvarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer door, heeft/is doorgevaren)
1 doorgaan met varen.

Voer doorDoorgevaren
DoorvechtenVocht doorDoorgevochten
DoorverbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbond door, heeft doorverbonden; doorverbinding)
1 (telecommunicatie) een verdergaande verbinding tot stand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Vincular
Verbond doorDoorverbonden
DoorverkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkocht door, heeft doorverkocht)
1 weer aan een ander verkopen.

Verkocht doorDoorverkocht
DoorvertellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertelde door, heeft doorverteld)
1 aan een ander of anderen verder vertellen.

Vertelde doorDoorverteld
DoorverwijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwees door, heeft doorverwezen; doorverwijzing)
1 van de ene instantie verder sturen naar de andere.

Verwees doorDoorverwezen
DoorvlechtenVlocht doorDoorgevlochten
DoorvlechtenDoorvlochtDoorvlochten
DoorvliegenVloog doorDoorgevlogen
DoorvlijmenDoorvlijmdeDoorvlijmd
DoorvloeienVloeide doorDoorgevloeid
DoorvloeienDoorvloeideDoorvloeid
DoorvoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorvoelde, heeft doorvoeld)
1 intens, volkomen voelen.

DoorvoeldeDoorvoeld
DoorvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde door, heeft doorgevoerd)
1 (koopwaren) door een land vervoeren, aanvoeren met het doel dat ze weer verder vervoerd worden
2 (maatregelen) uitvoeren, toepassen.

In Spaans overeenkomend met: Aplicar, Emplear
Realizar
  sAanwenden
In toepassing brengen
Toepassen
Tot stand brengen
Verwezenlijken
Voerde doorDoorgevoerd
DoorvorsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorvorste, heeft doorvorst; doorvorser, doorvorsing)
1 geheel met scherpe blik doorzoeken.

DoorvorsteDoorvorst
DoorvragenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vraagde door/vroeg door, heeft doorgevraagd)
1 doorgaan met vragen.

Vraagde™ door, Vroeg doorDoorgevraagd
DoorvretenVrat doorDoorgevreten
DoorwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waaide door/woei door, heeft/is doorgewaaid)
1 doortochten.

Waaide door, Woei doorDoorgewaaid
DoorwadenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorwaadde, heeft doorwaad; doorwading)
1 wadend oversteken.

In Spaans overeenkomend met: Vadear
  sWaden
Waadde doorDoorgewaad
DoorwadenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorwaadde, heeft doorwaad; doorwading)
1 wadend oversteken.

In Spaans overeenkomend met: Vadear
  sWaden
DoorwaaddeDoorwaad
DoorwakenDoorwaakteDoorwaakt
DoorwandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wandelde door, heeft/is doorgewandeld)
1 doorgaan met wandelen.

Wandelde doorDoorgewandeld
DoorwarmenDoorwarmdeDoorwarmd
DoorwasemenWasemde doorDoorgewasemd
DoorwegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woog door, heeft doorgewogen)
1 (in [[BelgiŽ]]) zwaar wegen, meetellen, van belang zijn.

Woog doorDoorgewogen
DoorwekenIn Spaans overeenkomend met: Empapar
  sDoordrenken
Indompelen
Indopen
Soppen
DoorweekteDoorweekt
DoorwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; werkte door, heeft doorgewerkt; doorwerking)
1 voortgaan met werken, met [[name]] na het gebruikelijke tijdstip van beŽindiging
2 (van krachten, beginselen enz.) zijn werking geleidelijk verder uitstrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte door, heeft doorgewerkt)
1 ten einde toe bestuderen
2 bewerken door iets toe te voegen.

Werkte doorDoorgewerkt
DoorwevenWeefde doorDoorgeweven
DoorwevenDoorweefdeDoorweven
DoorwinterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; winterde door, heeft doorgewinterd)
1 gedurende de winter op het veld laten staan.

Winterde doorDoorgewinterd
DoorwoelenDoorwoeldeDoorwoeld
DoorwondenDoorwonddeDoorwond
DoorworstelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; worstelde door, heeft doorgeworsteld; doorworsteling)
1 met moeite doorwerken.

Worstelde doorDoorgeworsteld
DoorzagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zaagde door, heeft doorgezaagd)
1 in tweeŽn zagen.

Zaagde doorDoorgezaagd
DoorzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte door, is doorgezakt)
1 een doorbuiging krijgen
2 tot diep in de nacht veel [[alcohol]] drinken.

Zakte doorDoorgezakt
DoorzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond door, heeft doorgezonden)
1 doorsturen.

In Spaans overeenkomend met: Reexpedir
Zond doorDoorgezonden
DoorzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zette door, heeft doorgezet; doorzetter)
1 verhevigen
2 volhouden, niet opgeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; zette door, heeft doorgezet)
1 (iets) met ijver ondanks bezwaren of [[tegenwerking]] doen voortgaan.

In Spaans overeenkomend met: Perseverar, Persistir
  sDoorbijten
Voet bij stuk houden
Volharden
Volhouden
Zette doorDoorgezet
DoorzeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeurde door, heeft doorgezeurd)
1 doorgaan met zeuren
2 (van pijn enz.) niet overgaan, hinderlijk op de achtergrond aanwezig blijven.

Zeurde doorDoorgezeurd
DoorzevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorzeefde, heeft doorzeefd)
1 met talloze gaten doorboren.

In Spaans overeenkomend met: Horadar, Perforar
Agujerear
  sDoorboren
Knippen
Ponsen
DoorzeefdeDoorzeefd
doorzevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doorzeefde, heeft doorzeefd)
1 met talloze gaten doorboren.

In Spaans overeenkomend met: Horadar, Perforar
Agujerear
  sDoorboren
Knippen
Ponsen
Zeefde doorDoorgezeefd
DoorziekenZiekte doorDoorgeziekt
DoorzienIn de betekenis van:
DoorzŪťn, inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden

In Spaans overeenkomend met: Calar ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden)), Comprender ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden)), Penetrar ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden)), Penetrarse ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden))
  sBegrijpen
Beseffen
Bevatten
Doorgronden
Omvatten
Snappen
Vatten
Verstaan
DoorzagDoorzien
DoorzienIn de betekenis van:
Důůrzien, vluchtig iets lezen, doornemen

In Spaans overeenkomend met: Calar ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden)), Comprender ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden)), Penetrar ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden)), Penetrarse ((inzien dat iets een poging tot bedrog is, doorgronden))
  sBegrijpen
Beseffen
Bevatten
Doorgronden
Omvatten
Snappen
Vatten
Verstaan
Zag doorDoorgezien
DoorzijgenZeeg doorDoorgezegen
DoorzijpelenZijpelde doorDoorgezijpeld
DoorzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat door, heeft doorgezeten)
1 ([[paardensport]]) de drafbewegingen van het paard met de zit volgen.

Zat doorDoorgezeten
DoorzoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zocht door, heeft doorgezocht)
1 doorgaan met zoeken.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorzocht, heeft doorzocht; doorzoeking)
1 overal zoekend doorlopen, doorvoelen enz.

In Spaans overeenkomend met: EscudriŮar ((grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt)), Indagar ((grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt)), Registrar ((grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt))
  sAfzoeken
Zocht doorDoorgezocht
DoorzoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zocht door, heeft doorgezocht)
1 doorgaan met zoeken.
([[overgankelijk]] werkwoord; doorzocht, heeft doorzocht; doorzoeking)
1 overal zoekend doorlopen, doorvoelen enz.

In Spaans overeenkomend met: EscudriŮar ((grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt)), Indagar ((grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt)), Registrar ((grondig onderzoeken of zich iets ergens bevindt))
  sAfzoeken
DoorzochtDoorzocht
DoorzwelgenZwolg doorDoorgezwolgen
DoorzwetenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zweette door, heeft doorgezweet)
1 (van muren en [[keramisch]] vaatwerk) vocht doorlaten.

In Spaans overeenkomend met: Rezumar, Rezumarse
  sDoorsijpelen
Zweette doorDoorgezweet
DoorzwikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwikte door, is doorgezwikt)
1 verstuikt raken.

DoorzwikteDoorzwikt
DopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doopte, heeft gedoopt)
1 bevochtigen door indompeling
2 de doop toedienen
3 een naam geven, met [[name]] bij het dopen
4 (in [[BelgiŽ]]) ontgroenen.

In Spaans overeenkomend met: Acristianar, Bautizar, Cristianar
DoopteGedoopt
DoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dopte, heeft gedopt)
1 (in BelgiŽ; informeel) van de bijstand leven, stempelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dopte, heeft gedopt)
1 van de dop ontdoen
2 (in BelgiŽ; informeel) dopen, bevochtigen door indompeling.

In Spaans overeenkomend met: Desgranar
  sAfplukken
DopteGedopt
DorrenDordeGedord
DorsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dorste, heeft gedorsen/gedorst; dorser)
1 (zaad van veldvruchten) met een daartoe geschikt instrument uit de aren, halmen, peulen enz. slaan.

In Spaans overeenkomend met: Trillar
  sAfranselen
Afrossen
DorsteGedorst
DorstenDorstteGedorst
DoserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doseerde, heeft gedoseerd; dosering)
1 een [[dosis]] bepalen
2 in [[doses]] verdelen.

DoseerdeGedoseerd
DossenDosteGedost
DoterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; [[doteerde]], heeft gedoteerd)
1 (een wedstrijd, toernooi) van prijzengeld voorzien.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[doteerde]], heeft gedoteerd)
1 schenken, geven.

DoteerdeGedoteerd
DotterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dotterde, heeft gedotterd)
1 (iemand) een dotterbehandeling geven.

DotterdeGedotterd
DoublerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doubleerde, heeft gedoubleerd)
1 (ook absoluut) (een leerjaar) nogmaals doorlopen
2 (ook absoluut) (de inzet van een spel) verdubbelen
3 (kleding) voeren.

DoubleerdeGedoubleerd
DouchenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; douchte, heeft gedoucht; doucher)
1 zich wassen onder een straal stromend water.

In Spaans overeenkomend met: Ducharse
DouchteGedoucht
DouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; douwde, heeft gedouwd; douwer)
1 (informeel) duwen.

In Spaans overeenkomend met: Empujar
  sAanduwen
Dringen
Duwen
Stoten
DouwdeGedouwd
DovenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doofde, is gedoofd; [[dover]], doving)
1 (van vuur, licht) ophouden met branden.
([[overgankelijk]] werkwoord; doofde, heeft gedoofd)
1 (vuur, licht) uitdoen.

In Spaans overeenkomend met: Apagar, Apagarse, Extinguir
  sBlussen
Uitblazen
Uitblussen
Uitdoen
Uitdoven
Uitmaken
DoofdeGedoofd
DownloadenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; downloadde, heeft gedownload)
1 (computer) elektronische data, software e.d. van een zich elders bevindend [[computersysteem]] naar zijn eigen computer halen.

DownloaddeGedownload
DraadsnijdenSneed draadDraadgesneden
DraaienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; draaide, heeft gedraaid)
1 als middelpunt hebben.
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (draaide, heeft/is gedraaid) zich in de rondte bewegen
2 (draaide, is gedraaid) van richting veranderen
3 (draaide, heeft gedraaid) functioneren, in werking zijn
4 (draaide, heeft gedraaid) lopen, gaande zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide, heeft gedraaid)
1 (ook absoluut) in de rondte laten bewegen
2 (ook absoluut) (een [[telefoonnummer]]) kiezen
3 van richting doen veranderen
4 door draaien maken of bewerken
5 door draaien in de genoemde toestand brengen
6 door middel van apparatuur vertonen of ten [[gehore]] brengen.

In Spaans overeenkomend met: Marcar
Rodar
Tornear
Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
Girar
Virar
  sKeren
Omdraaien
Omkeren
Ronddraaien
Wenden
Wentelen
Zich omkeren
Zwenken
DraaideGedraaid
DragenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droeg, heeft gedragen; drager)
1 zich over een afstand uitstrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg, heeft gedragen)
1 (ook absoluut) van onderen tegenkracht uitoefenen, zodat het niet valt
2 (ook absoluut) door dragen verplaatsen
3 (ook absoluut) zwanger zijn van
4 bij zich hebben
5 als kledingstuk, sieraad enz. aan, op het lichaam hebben
6 voorzien zijn van
7 zich belasten met
8 verdragen.

In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin
Gestar
Reportar
Sufrir
Sostener
Llevar, Tener puesto
  sAanhebben
Brengen
Koesteren
Naar buiten brengen
Onderhouden
Ondersteunen
Ophebben
Ruggensteunen
Schoren
Schragen
Voorhebben
Zwanger zijn van
DroegGedragen
DrainerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; draineerde, heeft gedraineerd; drainage)
1 (bouwland, weiland, pleinen) [[droogleggen]] door het aanleggen van buizen onder de grond
2 (geneeskunde) het vocht laten weglopen uit een holte of abces.

In Spaans overeenkomend met: Drenar
  sAftappen
Afwateren
Droogleggen
DraineerdeGedraineerd
DralenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draalde, heeft gedraald; draler, draling)
1 (formeel) treuzelen.

In Spaans overeenkomend met: Tardar
DraaldeGedraald
DramatiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dramatiseerde, heeft gedramatiseerd; dramatisering)
1 voor het toneel bewerken
2 [[ernstiger]] voorstellen dan het is.

In Spaans overeenkomend met: Dramatizar
DramatiseerdeGedramatiseerd
DrammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dramde, heeft gedramd; drammer)
1 (informeel) aandringen, aanhoudend zeuren, zaniken.

DramdeGedramd
DraperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drapeerde, heeft gedrapeerd; drapering)
1 (een kleed) losjes, in plooien afhangend over of om iets heen leggen.

In Spaans overeenkomend met: Empavesar, Ornar con colgaduras
DrapeerdeGedrapeerd
DravenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draver)
1 (draafde, heeft gedraafd) (van paarden) in draf gaan
2 (draafde, heeft/is gedraafd) hard lopen.

In Spaans overeenkomend met: Trotar
  sDribbelen
DraafdeGedraafd
DreggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dregde, heeft gedregd)
1 met een dreg (naar iets) vissen.

DregdeGedregd
DreigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreigde, heeft gedreigd; dreiging)
1 (van iets slechts of [[vervelends]]) op het punt staan te gebeuren, los te barsten.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dreigde, heeft gedreigd)
1 iets slechts of [[vervelends]] in het vooruitzicht stellen.

In Spaans overeenkomend met: Amagar, Amenazar, Conminar
  sBedreigen
DreigdeGedreigd
DreinenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreinde, heeft gedreind; dreiner)
1 huilerig zeuren.

DreindeGedreind
DrenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drenkte, heeft gedrenkt; drenking)
1 drinken geven aan
2 laten doortrekken met een vloeistof.

In Spaans overeenkomend met: Abrevarse
DrenkteGedrenkt
DrentelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drentelde, heeft/is gedrenteld; drentelaar, drenteling)
1 langzaam, op zijn gemak, zonder een bepaald doel rondlopen.

In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar
  sFlaneren
Kuieren
Rondhangen
Slenteren
DrenteldeGedrenteld
DrenzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drensde, heeft gedrensd)
1 dreinen.

DrensdeGedrensd
DresserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dresseerde, heeft gedresseerd; dresseur, dressuur)
1 africhten, kunstjes leren.

In Spaans overeenkomend met: Amaestrar
Educar
Adiestrar
  sAfrichten
Grootbrengen
Kweken
Opleiden
Opvoeden
Temmen
Tot gehoorzaamheid dwingen
DresseerdeGedresseerd
DretsenDretsteGedretst
DreunenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreunde, heeft gedreund)
1 trillen met een zwaar, dof geluid
2 dof en zwaar weerklinken.

In Spaans overeenkomend met: Retumbar
  sDonderen
DreundeGedreund
DreutelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreutelde, heeft gedreuteld)
1 (informeel) treuzelen.

DreuteldeGedreuteld
DrevelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drevelde, heeft gedreveld)
1 met een drevel [[aan-]] of doorslaan.

DreveldeGedreveld
DribbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dribbelde, heeft/is gedribbeld)
1 met kleine snelle passen lopen
2 (sport) de bal met lichte tikjes voortdrijven.

In Spaans overeenkomend met: Driblar
Trotar
  sDraven
DribbeldeGedribbeld
DriegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[driegde]], heeft gedriegd)
1 (in [[BelgiŽ]]) rijgen, met wijde steken vastnaaien.

DriegdeGedriegd
DrijtenDreetGedreten
DrijvenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dreef, heeft gedreven)
1 aansporen, bewegen tot.
([[onovergankelijk]] werkwoord; drijver)
1 (dreef, heeft/is gedreven) aan de oppervlakte van een vloeistof blijven
2 (dreef, heeft/is gedreven) in de lucht zweven
3 (dreef, heeft gedreven) doornat zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef, heeft gedreven)
1 voor zich uit doen gaan
2 (handel) plegen, (een zaak) leiden
3 slaan
4 figuren op metaal uitkloppen.

In Spaans overeenkomend met: Abollonar ((heel fijne reliŽfversieringen in metaal maken door hierin een beitel te drijven)), Cincelar ((heel fijne reliŽfversieringen in metaal maken door hierin een beitel te drijven)), Repujar ((heel fijne reliŽfversieringen in metaal maken door hierin een beitel te drijven))
Ir a la deriva ((stuurloos ronddobberen))
Aboyar ((op het oppervlakte van een vloeistof rusten)), Flotar ((op het oppervlakte van een vloeistof rusten)), Nadar ((op het oppervlakte van een vloeistof rusten)), Sobrenadar ((op het oppervlakte van een vloeistof rusten))
Acuciar ((aansporen, bewegen tot)), Aguijar ((aansporen, bewegen tot)), Aguijonear ((aansporen, bewegen tot)), Aguzar ((aansporen, bewegen tot)), Animar ((aansporen, bewegen tot)), Espolear ((aansporen, bewegen tot)), Estimular ((aansporen, bewegen tot)), Impeler ((aansporen, bewegen tot)), Incitar ((aansporen, bewegen tot)), Instigar ((aansporen, bewegen tot))
Arrear ((iets of iemand voor zich uit doen bewegen))
  sAandrijven
Afdrijven
Ciseleren
Dobberen
Op drift zijn
Opjagen
Vlotten
Voortdrijven
DreefGedreven
DrillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drilde, heeft gedrild; driller, drilling)
1 schudden, trillen.
([[overgankelijk]] werkwoord; drilde, heeft gedrild)
1 volgens strenge regels, op harde wijze africhten
2 boren
3 slijpen met een rad.

In Spaans overeenkomend met: Ejercitar
  sOefenen
DrildeGedrild
DringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong, is gedrongen)
1 zich een weg banen
2 naar voren duwen.
([[overgankelijk]] werkwoord; drong, heeft gedrongen)
1 door drukken verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar
Empujar
Apremiar, Urgir
  sAandrukken
Aanduwen
Douwen
Dringend zijn
Drukken
Duwen
Haasten
Jachten
Knellen
Persen
Pressen
Stoten
Tot haast aanzetten
Urgent zijn
DrongGedrongen
DrinkenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 vloeistof die men opdrinkt.
([[onovergankelijk]] werkwoord; dronk, heeft gedronken)
1 [[alcohol]] gebruiken.
([[overgankelijk]] werkwoord; dronk, heeft gedronken)
1 (ook absoluut) (vloeistof) tot zich nemen
2 door drinken in een bepaalde toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Tomar
Beber
  sGebruiken
DronkGedronken
DroedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droedelde, heeft gedroedeld)
1 gedachteloos zomaar wat tekenen.

DroedeldeGedroedeld
DrogenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droogde, heeft/is gedroogd; droger, droging)
1 droog worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; droogde, heeft gedroogd)
1 droogmaken of droog laten worden
2 ([[levensmiddelen]]) conserveren door er de van [[nature]] in aanwezige vochten uit te trekken.

In Spaans overeenkomend met: Secar
  sDroogmaken
Uitdrogen
DroogdeGedroogd
DrogerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drogeerde, heeft gedrogeerd)
1 stimulerende middelen toedienen.

DrogeerdeGedrogeerd
DromenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; droomde, heeft gedroomd)
1 hevig verlangen naar.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; droomde, heeft gedroomd; dromer)
1 (iets) tijdens de slaap beleven, alsof het echt gebeurt
2 mijmeren zonder te letten op wat rondom gebeurt.

In Spaans overeenkomend met: SoŮar
DroomdeGedroomd
DrommenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dromde, heeft/is gedromd)
1 (formeel) in drommen komen of gaan.

DromdeGedromd
DroogleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde droog, heeft drooggelegd; drooglegger, drooglegging)
1 droogmaken, draineren
2 de verkoop van alcoholische dranken verbieden.

In Spaans overeenkomend met: Drenar
  sAftappen
Afwateren
Draineren
Legde droogDrooggelegd
DrooglopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep droog, is drooggelopen)
1 boven water komen bij eb
2 (van machines) vastlopen door te weinig vloeistof.

Liep droogDrooggelopen
DroogmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte droog, heeft drooggemaakt; droogmaking)
1 afdrogen
2 (een meer, een plas enz.) door uitmaling in droog land veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Secar
  sDrogen
Uitdrogen
Maakte droogDrooggemaakt
DroogmalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maalde droog, heeft drooggemalen)
1 droogmaken.

Maalde droogDrooggemalen
DroogstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond droog, heeft drooggestaan)
1 geen water meer hebben
2 (van koeien) geen melk meer geven
3 geen alcoholische drank meer gebruiken.

Stond droogDrooggestaan
DroogstokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stookte droog, heeft drooggestookt)
1 door verwarming droogmaken.

Stookte droogDrooggestookt
DroogvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel droog, is drooggevallen)
1 bij het vallen van het water droog komen te liggen.

Viel droogDrooggevallen
DroogwrijvenWreef droogDrooggewreven
DroogzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette droog, heeft drooggezet)
1 (personen) alcoholische drank ontzeggen
2 (een schip) in een [[droogdok]] brengen.

Zette droogDrooggezet
DroogzwemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwom droog, heeft drooggezwommen)
1 zwembewegingen maken op het droge
2 iets oefenen in een leersituatie
3 zich behelpen.

Zwom droogDrooggezwommen
DroppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie druppelen.

DroppeldeGedroppeld
DroppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dropte, heeft gedropt; dropping)
1 (formeel) druppelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dropte, heeft gedropt)
1 iemand ergens afzetten
2 (militair, leger) uit een vliegtuig werpen.

DropteGedropt
DrossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[droste]], is gedrost)
1 deserteren.

DrosteGedrost
DrozenDroosdeGedroosd
DruilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; druilde, heeft gedruild)
1 (van het weer) regenachtig zijn.

In Spaans overeenkomend met: Echar la siesta
  sDutten
Sluimeren
DruildeGedruild
DruilorenDruiloordeGedruiloord
DruipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droop, heeft gedropen; druiper)
1 in druppels neervallen
2 vocht in druppels laten neervallen.

In Spaans overeenkomend met: Chorrear
  sStromen
DroopGedropen
DruipstaartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; druipstaartte, heeft gedruipstaart)
1 (van honden, vossen enz.) de staart tussen de benen laten hangen.

DruipstaartteGedruipstaart
DruisenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; druiste, heeft gedruist)
1 een aanhoudend dof, vrij sterk geluid voortbrengen.

DruisteGedruist
DrukkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; drukte, heeft gedrukt)
1 een last zijn voor.
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte, heeft gedrukt)
1 (ook absoluut) door een stuwende kracht iets in zekere toestand of ergens brengen
2 (ook absoluut) (letters, tekeningen enz.) d.m.v. een pers op papier e.d. overbrengen
3 (ook absoluut) poepen
4 (ook absoluut) (sport) gewichtheffen, waarbij de halter vanaf het strottenhoofd boven het hoofd gebracht wordt
5 omlaagbrengen
6 (boeken, platen) met de pers vervaardigen.
(wederkerend werkwoord; drukte zich, heeft zich gedrukt)
1 (informeel) zich aan zijn plicht onttrekken.

In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar
Estampar, Imprimir
  sAandrukken
Aanduwen
Afdrukken
Boekdrukken
Dringen
Knellen
Persen
Pressen
Printen
DrukteGedrukt
DrummenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drumde, heeft gedrumd)
1 (in [[BelgiŽ]]) dringen, duwen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; drumde, heeft gedrumd; drummer)
1 de drums bespelen.

DrumdeGedrumd
DruppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; druppeling)
1 (druppelde, heeft/is gedruppeld) in druppels vallen
2 (druppelde, heeft gedruppeld) druppels laten vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; druppelde, heeft gedruppeld)
1 in druppels laten neervallen.
(onpersoonlijk werkwoord; druppelde, heeft gedruppeld)
1 zachtjes regenen.

DruppeldeGedruppeld
DruppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (drupte, heeft/is gedrupt) in druppels neervallen
2 (drupte, heeft gedrupt) druppels laten vallen.
(onpersoonlijk werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

DrupteGedrupt
DubbelcheckenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[dubbelcheckte]], heeft gedubbelcheckt)
1 een tweede [[controle]] uitvoeren.

DubbelcheckteGedubbelcheckt
DubbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dubbelde, heeft gedubbeld)
1 (sport) een dubbelspel spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dubbelde, heeft gedubbeld)
1 (ook absoluut) (in [[BelgiŽ]]) doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen
2 een beschermende laag of bekleding aanbrengen op (een schip)
3 (een beschadigde prent of tekening) op een nieuwe papieren onderlaag plakken
4 (sport) op een ronde achterstand zetten.

DubbeldeGedubbeld
DubbelklikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[dubbelklikte]], heeft gedubbelklikt)
1 (computer) twee keer achter elkaar klikken met de muis.

DubbelklikteGedubbelklikt
DubbelslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg dubbel, is dubbelgeslagen)
1 in tweeŽn buigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg dubbel, heeft dubbelgeslagen)
1 omvouwen.

Sloeg dubbelDubbelgeslagen
DubbelvouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vouwde dubbel, heeft dubbelgevouwen)
1 zo in tweeŽn vouwen dat de helften op elkaar liggen.

In Spaans overeenkomend met: Doblar
Vouwde dubbelDubbelgevouwen
DubbelzienZag dubbelDubbelgezien
DubbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dubde, heeft gedubd)
1 twijfelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dubde, heeft gedubd)
1 (een film of plaat) nog eens opnemen met een andere stem.

In Spaans overeenkomend met: Dudar
Titubear, Vacilar
  sAarzelen
In dubio staan
Schoorvoeten
Schromen
Twijfelen
Weifelen
DubdeGedubd
DuchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duchtte, heeft geducht)
1 vrezen.

In Spaans overeenkomend met: Temer
  sBang zijn voor
Schromen
Terugschrikken voor
Vrezen
DuchtteGeducht
DuellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duelleerde, heeft geduelleerd; duellist)
1 een tweegevecht houden.

DuelleerdeGeduelleerd
DuidenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; duidde, heeft geduid)
1 een aanwijzing zijn voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; duidde, heeft geduid; duider, duiding)
1 wijzen met de vinger.
([[overgankelijk]] werkwoord; duidde, heeft geduid)
1 uitleggen.

In Spaans overeenkomend met: Interpretar
  sInterpreteren
Uitleggen
Verklaren
Vertolken
DuiddeGeduid
DuikelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duikelaar, duikeling)
1 (duikelde, heeft/is geduikeld) buitelen
2 (duikelde, is geduikeld) (informeel) draaiend vallen
3 (duikelde, is geduikeld) (van [[waardepapieren]]) kelderen.

In Spaans overeenkomend met: Voltear
  sBuitelen
Kopje duikelen
Voltigeren
DuikeldeGeduikeld
DuikenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; dook, is gedoken)
1 zich verdiepen in.
([[onovergankelijk]] werkwoord; duiker)
1 (dook, heeft/is gedoken) met gestrekt lichaam voorover springen zodat men ondersteboven in het water terechtkomt
2 (dook, is gedoken) snel omlaaggaan
3 (dook, is gedoken) zich schielijk verbergen.

In Spaans overeenkomend met: Bucear, Zambullirse
DookGedoken
DuimelenDuimeldeGeduimeld
DuimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duimde, heeft geduimd; duimer)
1 de duim van de ene en de wijsvinger van de andere hand afwisselend tegen elkaar drukken, om een afwezige iets [[goeds]] toe te wensen
2 op de duim zuigen.

DuimdeGeduimd
DuisterenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; duisterde, heeft geduisterd; duistering)
1 (formeel) duister worden.

DuisterdeGeduisterd
DuivelenDuiveldeGeduiveld
DuizelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duizelde, heeft geduizeld)
1 draaierig in het hoofd worden.

DuizeldeGeduizeld
DuldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duldde, heeft geduld; dulder, dulding)
1 lijdzaam ondergaan
2 toelaten.

In Spaans overeenkomend met: Consentir
Aguantar hasta el fin
Aguantar
Comportar
Padecer
Tolerar
  sAanzien
Doorstaan
Harden
Lijden
Lijden aan
Ondergaan
Pikken
Toelaten
Tolereren
Uithouden
Uitstaan
Velen
Verdragen
Weerstaan
DulddeGeduld
DumpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dumpte, heeft gedumpt; dumping)
1 (ook absoluut) onder de marktprijs verkopen
2 (ook absoluut) als afval storten
3 (iemand) in de steek laten, laten vallen.

DumpteGedumpt
DunkenIn de betekenis van: Als mening hebben

Dunkte, Docht™Gedunkt, Gedocht™
DunkenIn de betekenis van:
(Basketball) hoog springen om de bal in de basket te leggen

DunkteGedunkt
DunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dunde, is gedund)
1 minder dicht of talrijk worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; dunde, heeft gedund)
1 minder dicht of talrijk maken.

DundeGedund
DuperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dupeerde, heeft gedupeerd)
1 de dupe doen worden.

DupeerdeGedupeerd
DuplicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dupliceerde, heeft gedupliceerd; duplicatie)
1 op een repliek antwoorden.
([[overgankelijk]] werkwoord; dupliceerde, heeft gedupliceerd)
1 kopiŽren.

In Spaans overeenkomend met: Duplicar
  sOp een repliek antwoorden
DupliceerdeGedupliceerd
DurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duurde, heeft geduurd)
1 blijven bestaan.

In Spaans overeenkomend met: Tardar
Durar
  sAanblijven
Aanhouden
Beklijven
Standhouden
Voortduren
DuurdeGeduurd
DurvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dorst/durfde, heeft gedurfd; durver)
1 (iets) doen, ondanks dat men angstig is of dat er reden is tot angst.

In Spaans overeenkomend met: Animarse
Atreverse, Osar
Atreverse a
  sBestaan
Geanimeerd worden
Moed vatten
Opleven
Wagen
Durfde, DorstGedurfd
DuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dutte, heeft gedut; dutter)
1 een kort slaapje doen
2 dommelen.

In Spaans overeenkomend met: Echar la siesta
  sDruilen
Sluimeren
DutteGedut
DuvelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (duvelde, heeft geduveld) (informeel) last veroorzaken
2 (duvelde, is geduveld) (informeel) plotseling vallen.

DuveldeGeduveld
DuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duwde, heeft geduwd)
1 druk uitoefenen op.
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde, heeft geduwd)
1 door druk voortbewegen
2 door duwen ergens, in een toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Empujar
  sAanduwen
Douwen
Dringen
Stoten
DuwdeGeduwd
DwalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwaalde, heeft gedwaald; dwaler, dwaling)
1 zich in de juiste richting vergissen
2 zwerven, zonder bepaald doel rondgaan
3 zich vergissen, met [[name]] zich van het pad der deugd verwijderen.

In Spaans overeenkomend met: Descarriarse, Desviarse, Extraviarse
Equivocarse
Errar, Vagabundear, Vagar
  sAfdwalen
Dolen
Een fout maken
Ernaast zitten
Ronddolen
Ronddwalen
Van de weg afraken
Van de weg afwijken
Verdwalen
Waren
Zich afscheiden
Zich vergissen
Zich vergissen in
Zwerven
DwaaldeGedwaald
DwarrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwarrelde, heeft/is gedwarreld; dwarreling)
1 in een onregelmatige, fladderende, draaiende beweging zich verplaatsen.

DwarreldeGedwarreld
DwarsbomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dwarsboomde, heeft gedwarsboomd)
1 moeilijkheden in de weg leggen.

In Spaans overeenkomend met: Contrariar
  sHinderen
Tegenwerken
DwarsboomdeGedwarsboomd
DwarsliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag dwars, heeft dwarsgelegen; dwarsligger)
1 zich op een onredelijke manier ergens tegen verzetten.

Lag dwarsDwarsgelegen
DwarszittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zat dwars, heeft dwarsgezeten; dwarszitter)
1 hinderen, in de weg zitten
2 tegenwerken.

Zat dwarsDwarsgezeten
DweilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dweilde, heeft/is gedweild)
1 doelloos op straat rondzwerven.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dweilde, heeft gedweild)
1 (een oppervlak) met een dweil schoonmaken
2 (een ijsbaan) met een dweilwagen vegen.

In Spaans overeenkomend met: Fregar
DweildeGedweild
DwepenDweepteGedweept
DwingenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwong, heeft gedwongen)
1 (van kinderen) zeuren om iets te krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dwong, heeft gedwongen)
1 (iemand) door [[uitoefening]] van macht beÔnvloeden.

In Spaans overeenkomend met: Forzar, Obligar
  sNoodzaken
Verplichten
DwongGedwongen

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven