Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
E-mailenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; e-mailde, heeft ge-e-maild)
1 per e-mail verzenden.

E-maildeGe-e-maild
EbaucherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ebaucheerde, heeft geŽbaucheerd)
1 schetsen, vluchtig ontwerpen, met [[name]] het maken van een model in was of klei voor een beeld in marmer of metaal.

EbaucheerdeGeŽbaucheerd
EbbenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 ebbenhout.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 ebbenhouten
2 zwart als ebbenhout.

EbdeGeŽbd
EcarterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ecarteerde]], heeft geŽcarteerd)
1 [[ecartť]] spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ecarteerde]], heeft geŽcarteerd)
1 (formeel) verwijderen, terzijde schuiven.

EcarteerdeGeŽcarteerd
EchelonnerenEchelonneerdeGeŽchelonneerd
EchoŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; echode, heeft geŽchood)
1 weergalmen.
([[overgankelijk]] werkwoord; echode, heeft geŽchood)
1 napraten, nazeggen.

EchodeGeŽchood
EchtbrekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; echtbreker)
1 (formeel) overspel plegen.

EchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; echtte, heeft geŽcht; echting)
1 (een kind) wettig verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Legitimar
  sLegitimeren
EchtteGeŽcht
EclipserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; eclipseerde, is geŽclipseerd)
1 verduisterd worden
2 verdwijnen.

EclipseerdeGeŽclipseerd
EcologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ecologiseerde]], heeft geŽcologiseerd)
1 een [[milieuvriendelijker]] karakter geven.

EcologiseerdeGeŽcologiseerd
EconomiserenEconomiseerdeGeŽconomiseerd
EenendertigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[eenendertigde]], heeft geŽenendertigd)
1 een kaartspel spelen waarbij men 31 punten moet verzamelen.

EenendertigdeGeŽenendertigd
EenentwintigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; eenentwintigde, heeft geŽenentwintigd)
1 een kaartspel spelen waarbij men tot 21 punten kaarten van de bank mag kopen.

EenentwintigdeGeŽenentwintigd
EerbiedigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; eerbiedigde, heeft geŽerbiedigd; eerbiediging)
1 het [[bestaansrecht]] erkennen van (iets) en daarnaar handelen.

In Spaans overeenkomend met: Acatar, Respectar, Respetar
  sHoogachten
Ontzien
Respecteren
Vereren
EerbiedigdeGeŽerbiedigd
EestenEestteGeŽest
EffectuerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; effectueerde, heeft geŽffectueerd; effectuering)
1 ten uitvoer brengen.

EffectueerdeGeŽffectueerd
EffenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; effende, heeft geŽffend; effenaar, effening)
1 gladmaken
2 vereffenen.

In Spaans overeenkomend met: Allanar
  sEffen maken
EffendeGeŽffend
EgaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; egaliseerde, heeft geŽgaliseerd; egalisatie/egalisering)
1 gelijk, gladmaken.

EgaliseerdeGeŽgaliseerd
EggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; egde, heeft geŽgd)
1 (grond) met de eg bewerken.

In Spaans overeenkomend met: Rastrillar
EgdeGeŽgd
EgotrippenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; egotripper)
1 zich aan een egotrip overgeven.

EgotripteGeŽgotript
EiertikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 het tegen elkaar tikken van gekookte eieren.

EigenenEigendeGeŽigend
EikelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; eikelde, heeft geŽikeld)
1 (informeel) klieren.

EikeldeGeŽikeld
EindenEinddeGeŽind
EindigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; eindiging)
1 (eindigde, is geŽindigd) niet verder gaan
2 (eindigde, heeft geŽindigd) bidden na de maaltijd
3 (eindigde, is geŽindigd) (sport) finishen
4 uiteindelijk terechtkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; eindigde, heeft geŽindigd)
1 beŽindigen.

In Spaans overeenkomend met: Acabarse
Terminar
Acabar
Boquear, Expirar, Terminarse
  sAflopen
Afmaken
Afsluiten
Besluiten
BeŽindigen
Ophouden
Uitgaan
Uitlopen
Uitmaken
Uitraken
Verlopen
Voleindigen
EindigdeGeŽindigd
EisenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; eiste, heeft geŽist; eiser)
1 met alle geweld willen
2 (juridisch) van de rechter als uitspraak verlangen
3 (iets) als een noodzakelijk deel van een proces of actie nodig hebben.

In Spaans overeenkomend met: Exigir
Reclamar
  sOpeisen
Rekenen
Vereisen
Vergen
Voorschrijven
Vorderen
EisteGeŽist
EjaculerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ejaculeerde, heeft geŽjaculeerd; ejaculatie)
1 ejaculaat uitscheiden.

EjaculeerdeGeŽjaculeerd
EjecterenIn Spaans overeenkomend met: Eyectar
EjecteerdeGeŽjecteerd
ElaborerenElaboreerdeGeŽlaboreerd
ElektrificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[elektrificeerde]], heeft geŽlektrificeerd; elektrificatie)
1 inrichten tot het gebruiken van elektriciteit.

In Spaans overeenkomend met: Electrizar
ElektrificeerdeGeŽlektrificeerd
ElektriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; elektriseerde, heeft geŽlektriseerd)
1 elektriciteit opwekken in, mededelen aan
2 een prikkelende, bezielende werking uitoefenen.

ElektriseerdeGeŽlektriseerd
ElektrocuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; elektrocuteerde, heeft geŽlektrocuteerd; elektrocutie)
1 doden door elektrische stroom.

In Spaans overeenkomend met: Electrocutar
ElektrocuteerdeGeŽlektrocuteerd
EleverenEleveerdeGeŽleveerd
EliderenElideerdeGeŽlideerd
EliminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; elimineerde, heeft geŽlimineerd; eliminering/eliminatie)
1 wegwerken, verwijderen of uitschakelen
2 (eufemisme) vermoorden.

In Spaans overeenkomend met: Eliminar
  sAfschaffen
Opdoeken
Uitmaken
Verwijderen
Wegdoen
ElimineerdeGeŽlimineerd
EmaillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; emailleerde, heeft geŽmailleerd; emailleur)
1 met email bekleden.

In Spaans overeenkomend met: Esmaltar
EmailleerdeGeŽmailleerd
EmanciperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; emancipeerde, heeft geŽmancipeerd; emancipatie)
1 bevrijden van sociale, politieke, wettelijke enz. belemmeringen
2 [[gelijkstellen]] voor de wet.

In Spaans overeenkomend met: Emancipar
  sMondig verklaren
Ontvoogden
EmancipeerdeGeŽmancipeerd
EmanerenIn Spaans overeenkomend met: Emanar
  sUitstralen
EmaneerdeGeŽmaneerd
EmballerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; emballeerde, heeft geŽmballeerd; [[emballeur]], emballage)
1 inpakken op grote schaal.

In Spaans overeenkomend met: Embalar, Empaquetar
  sInpakken
Pakken
EmballeerdeGeŽmballeerd
EmbarkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; embarkeerde, is geŽmbarkeerd)
1 zich inschepen.
([[overgankelijk]] werkwoord; embarkeerde, heeft geŽmbarkeerd)
1 aan boord van een schip brengen.

EmbarkeerdeGeŽmbarkeerd
EmenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; emendeerde, heeft geŽmendeerd; emendatie)
1 verbeteringen aanbrengen in.

EmendeerdeGeŽmendeerd
EmigrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; emigreerde, is geŽmigreerd; emigrant, emigratie)
1 verhuizen naar het buitenland.

In Spaans overeenkomend met: Emigrar
  sUittrekken
Uitwijken
EmigreerdeGeŽmigreerd
EmitterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[emitteerde]], heeft geŽmitteerd; emissie)
1 (aandelen enz.) uitgeven
2 (afvalstoffen) uitstoten.

In Spaans overeenkomend met: Editar
Emitir
  sAfgeven
In omloop brengen
Uitgeven
EmitteerdeGeŽmitteerd
EmmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; emmerde, heeft geŽmmerd)
1 (pejoratief; informeel) zeuren.

EmmerdeGeŽmmerd
EmotionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; emotioneerde, heeft geŽmotioneerd)
1 emoties, ontroering veroorzaken.

EmotioneerdeGeŽmotioneerd
EmulerenIn Spaans overeenkomend met: Emular
EmuleerdeGeŽmuleerd
EmulgerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; emulgeerde, heeft geŽmulgeerd)
1 een emulsie maken van of met.

In Spaans overeenkomend met: Emulsionar
EmulgeerdeGeŽmulgeerd
EncadrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; encadreerde, heeft geŽncadreerd; encadrering)
1 inlijsten
2 omsluiten.

EncadreerdeGeŽncadreerd
EncanaillerenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; encanailleerde zich, heeft zich geŽncanailleerd)
1 zich inlaten met.

EncanailleerdeGeŽncanailleerd
EndosserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[endosseerde]], heeft geŽndosseerd)
1 (handel) een wissel of ander stuk aan een ander overdragen door op de rugzijde de ondertekende en gedagtekende clausule te schrijven.

In Spaans overeenkomend met: Contentar, Endosar, Girar, Traspasar un crťdito
  sGireren
Wenden
EndosseerdeGeŽndosseerd
EnerverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; enerveerde, heeft geŽnerveerd)
1 op de zenuwen werken.

EnerveerdeGeŽnerveerd
EngagerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; engageerde, heeft geŽngageerd)
1 (een artiest) tot bepaalde diensten verbinden
2 (schermen) contact tussen de [[klingen]] herstellen.
(wederkerend werkwoord; engageerde zich, heeft zich geŽngageerd)
1 zich als artiest verbinden
2 zich verloven.

In Spaans overeenkomend met: Enzarzar
  sIn dienst nemen
EngageerdeGeŽngageerd
EnquÍterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; enquÍteerde, heeft geŽnquÍteerd)
1 (iemand) ondervragen over bepaalde meningen, gewoonten enz.

In Spaans overeenkomend met: Encuestar
EnquÍteerdeGeŽnquÍteerd
EnscenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ensceneerde, heeft geŽnsceneerd; enscenering)
1 voor het toneel of de film inrichten
2 als [[schijnvertoning]] opvoeren.

EnsceneerdeGeŽnsceneerd
EntamerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[entameerde]], heeft geŽntameerd)
1 een begin maken met.

EntameerdeGeŽntameerd
EntenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; entte, is geŽnt)
1 grondvesten op.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; entte, heeft geŽnt; enting)
1 een loot op een andere boom bevestigen zodat zij zich met die stam kan verbinden
2 inenten.

In Spaans overeenkomend met: Injertar
Inocular
  sInenten
Oculeren
EntteGeŽnt
EnterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; enterde, heeft geŽnterd)
1 (ook absoluut) (een vijandelijk schip) aan boord klampen en beklimmen om het te veroveren
2 (informeel) (iemand) aanklampen, aanhouden.

In Spaans overeenkomend met: Aferrar
EnterdeGeŽnterd
EntertainenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; entertainde, heeft geŽntertaind; entertainer, entertaining)
1 vermaken, aangenaam bezighouden.

EntertaindeGeŽntertaind
EnthousiasmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; enthousiasmeerde, heeft geŽnthousiasmeerd)
1 enthousiast maken.

In Spaans overeenkomend met: Entusiasmar
  sBezielen
EnthousiasmeerdeGeŽnthousiasmeerd
EntrainerenEntraineerdeGeŽntraineerd
EnumererenEnumereerdeGeŽnumereerd
EpaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[epateerde]], heeft geŽpateerd)
1 overdonderen.

EpateerdeGeŽpateerd
EpibrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[epibreerde]], heeft geŽpibreerd)
1 (schertsend) niet nader aan te geven werkzaamheden verrichten, waarvan men de indruk wil geven dat ze belangrijk zijn.

EpibreerdeGeŽpibreerd
EpilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; epileerde, heeft geŽpileerd; epilatie)
1 ontharen met een pincet.

In Spaans overeenkomend met: Depilar, Depilarse
EpileerdeGeŽpileerd
EquiperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; equipeerde, heeft geŽquipeerd)
1 van het nodige voorzien.

EquipeerdeGeŽquipeerd
ErbarmenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 (formeel) medelijden.
(werkwoord; erbarmde, heeft erbarmd)
1 medelijden tonen met, uit medelijden hulp verlenen aan, zich ontfermen over.

ErbarmdeErbarmd
ErenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; eerde, heeft geŽerd)
1 hoger aanzien verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Honrar
  sHuldigen
Vereren
EerdeGeŽerd
ErgerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ergerde, heeft geŽrgerd)
1 tot ontstemming of verontwaardiging prikkelen.
(wederkerend werkwoord; ergerde zich, heeft zich geŽrgerd)
1 ontstemd, geprikkeld worden.

In Spaans overeenkomend met: Corromper
Molestar
Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar
Disgustar, Enojar
  sBedroeven
Tegenstaan
Vermoeien
Vervelen
ErgerdeGeŽrgerd
ErkennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; erkende, heeft erkend; erkenning)
1 inzien, toegeven
2 als wettig, echt, juist aanvaarden
3 zich dankbaar tonen voor.

In Spaans overeenkomend met: Confirmar
Reconocer
Confesar, Declarar
  sBekennen
Bekrachtigen
Bevestigen
Herkennen
Onderkennen
Staven
Toegeven
Vormen
ErkendeErkend
ErlangenErlangdeErlangd
EroderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; erodeerde, is geŽrodeerd)
1 door wind of water afslijten.

In Spaans overeenkomend met: Erosionar
  sAfslijten
ErodeerdeGeŽrodeerd
ErotiserenErotiseerdeGeŽrotiseerd
EruitzienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag eruit, heeft eruitgezien)
1 het genoemde voorkomen hebben
2 de genoemde indruk maken.

Zag eruitEruitgezien
ErvarenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; [[ervarener]], meest ervaren; ervarenheid)
1 door ondervinding bekwaam.
([[overgankelijk]] werkwoord; ervaarde, heeft ervaren; ervaring)
1 ondervinden, meemaken.

In Spaans overeenkomend met: Experimentar, Pasar la experiencia
  sBeleven
Doormaken
Ondervinden
Ervaarde, ErvoerErvaren
ErvenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 erfgenamen.
([[overgankelijk]] werkwoord; erfde, heeft geŽrfd)
1 (ook absoluut) (iets) uit een nalatenschap, door erfenis verkrijgen
2 (eigenschappen) van zijn ouders of voorouders meekrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Heredar
  sBeŽrven
ErfdeGeŽrfd
EscalerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; escaleerde, is geŽscaleerd; escalatie)
1 het voorwerp worden van escalatie.
([[overgankelijk]] werkwoord; escaleerde, heeft geŽscaleerd)
1 het voorwerp maken van escalatie.

In Spaans overeenkomend met: Escalar
  sMet ladders bestormen
EscaleerdeGeŽscaleerd
EscamoterenEscamoteerdeGeŽscamoteerd
EscorterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; escorteerde, heeft geŽscorteerd)
1 ter bescherming of als bewijs van eer begeleiden.

In Spaans overeenkomend met: Escoltar
  sBegeleiden
Gewapend begeleiden
EscorteerdeGeŽscorteerd
EskimoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; eskimoteerde, is geŽskimoteerd)
1 met de boot omslaan en doordraaien totdat men weer overeind komt.

EskimoteerdeGeŽskimoteerd
EssayerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[essayeerde]], heeft geŽssayeerd)
1 het zilver- of goudgehalte van een voorwerp of munt onderzoeken.

EssayeerdeGeŽssayeerd
EsthetiserenEsthetiseerdeGeŽsthetiseerd
EtalerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; etaleerde, heeft geŽtaleerd; etaleur)
1 (winkelwaren) uitstallen
2 met enige voldoening tonen.

In Spaans overeenkomend met: Exhibir, Presentar
Exponer
  sTentoonspreiden
Uitbrengen
Uitkramen
Uitstallen
EtaleerdeGeŽtaleerd
EtenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 voedsel
2 maaltijd.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; at, heeft gegeten)
1 (iets) als voedsel tot zich nemen.

In Spaans overeenkomend met: Consumir
Comer
Cenar
  sBikken
Gebruiken
Nuttigen
Vreten
AtGegeten
EtiketterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[etiketteerde]], heeft geŽtiketteerd; etikettering)
1 van een etiket voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Etiquetar
EtiketteerdeGeŽtiketteerd
EtsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; etste, heeft geŽtst)
1 (ook absoluut) in een met hars of was bedekte plaat krassen maken en die vervolgens door een zuur laten inbijten
2 (geneeskunde) aantasten, invreten op.

EtsteGeŽtst
EttenEtteGeŽt
EtterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; etterde, heeft geŽtterd)
1 etter afscheiden
2 sarren, treiteren.

In Spaans overeenkomend met: Enconarse
Ulcerarse
Supurar
  sZweren
EtterdeGeŽtterd
EtymologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; etymologiseerde, heeft geŽtymologiseerd)
1 de historische oorsprong en de verwante vormen van een woord onderzoeken en verklaren.

EtymologiseerdeGeŽtymologiseerd
EuropeaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; europeaniseerde, heeft geŽuropeaniseerd; europeanisering)
1 de West-Europese denkwijze, zienswijze en levenswijze ingang doen vinden bij.

EuropeaniseerdeGeŽuropeaniseerd
EuthanaserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; euthanaseerde, heeft geŽuthanaseerd)
1 euthanasie toepassen op.

EuthanaseerdeGeŽuthanaseerd
EvacuerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; evacueerde, is geŽvacueerd)
1 om [[veiligheidsredenen]] tijdelijk weggaan uit zijn woonplaats.
([[overgankelijk]] werkwoord; evacueerde, heeft geŽvacueerd)
1 (personen) om [[veiligheidsredenen]] tijdelijk wegvoeren uit hun woonplaats.

In Spaans overeenkomend met: Evacuar
  sOntruimen
EvacueerdeGeŽvacueerd
EvaluerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; evalueerde, heeft geŽvalueerd; evaluatie)
1 beoordelen, waarderen.

EvalueerdeGeŽvalueerd
EvangeliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[evangeliseerde]], heeft geŽvangeliseerd; evangelisatie)
1 het evangelie verkondigen aan.

In Spaans overeenkomend met: Evangelizar
EvangeliseerdeGeŽvangeliseerd
EvaporerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; evaporeerde, is geŽvaporeerd; evaporatie)
1 verdampen.

EvaporeerdeGeŽvaporeerd
EvenarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; evenaarde, heeft geŽvenaard)
1 gelijk te stellen zijn met.

EvenaardeGeŽvenaard
EvocerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie evoqueren.

EvoceerdeGeŽvoceerd
EvoluerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; evolueerde, heeft/is geŽvolueerd)
1 een ontwikkelingsproces doormaken
2 wendingen maken.

In Spaans overeenkomend met: Desarrollarse, Evolucionar
  sZich ontwikkelen
EvolueerdeGeŽvolueerd
EvoquerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; evoqueerde, heeft geŽvoqueerd)
1 (beelden, gevoelens) oproepen.

EvoqueerdeGeŽvoqueerd
ExacerberenExacerbeerdeGeŽxacerbeerd
ExalterenExalteerdeGeŽxalteerd
ExaminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; examineerde, heeft geŽxamineerd; examinator)
1 (iemand) onderzoeken, ondervragen naar zijn kundigheden.

In Spaans overeenkomend met: Examinar, Explorar
  sNakijken
Nauwkeurig onderzoeken
ExamineerdeGeŽxamineerd
ExcellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; excelleerde, heeft geŽxcelleerd)
1 uitmunten.

ExcelleerdeGeŽxcelleerd
ExcerperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[excerpeerde]], heeft geŽxcerpeerd)
1 uittrekken.

In Spaans overeenkomend met: Resumir
  sResumeren
Samenvatten
ExcerpeerdeGeŽxcerpeerd
ExciterenExciteerdeGeŽxciteerd
ExclamerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[exclameerde]], heeft geŽxclameerd)
1 uitroepen.

ExclameerdeGeŽxclameerd
ExcommunicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; excommuniceerde, heeft geŽxcommuniceerd; excommunicatie)
1 (iemand) van de sacramenten of van de [[kerkgemeenschap]] uitsluiten.

In Spaans overeenkomend met: Excomulgar
ExcommuniceerdeGeŽxcommuniceerd
ExcuserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; excuseerde, heeft geŽxcuseerd)
1 verontschuldigen.

In Spaans overeenkomend met: Disculpar, Excusar
  sVerontschuldigen
Verschonen
ExcuseerdeGeŽxcuseerd
ExecuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; executeerde, heeft geŽxecuteerd; executeur, executie)
1 (juridisch) (een vonnis) voltrekken
2 op grond van een vonnis terechtstellen
3 (gevangenen, gijzelaars e.d.) doden.
(wederkerend werkwoord; executeerde zich, heeft zich geŽxecuteerd)
1 (beursterm) zich insolvent verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Ejecutar
  sTer dood brengen
Terechtstellen
ExecuteerdeGeŽxecuteerd
ExercerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; exerceerde, heeft geŽxerceerd)
1 militaire bewegingsoefeningen uitvoeren.

ExerceerdeGeŽxerceerd
ExhiberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[exhibeerde]], heeft geŽxhibeerd)
1 tentoonstellen, uitstallen
2 (een bewijsstuk) overleggen.

ExhibeerdeGeŽxhibeerd
ExhorterenExhorteerdeGeŽxhorteerd
ExhumerenExhumeerdeGeŽxhumeerd
ExisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; existeerde, heeft geŽxisteerd)
1 bestaan.

ExisteerdeGeŽxisteerd
ExpanderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[expandeerde]], is geŽxpandeerd)
1 zich uitbreiden.

In Spaans overeenkomend met: Expandir
  sUitbreiden
ExpandeerdeGeŽxpandeerd
ExpatriŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; expatrieerde, heeft geŽxpatrieerd; expatriŽring)
1 weggaan uit het vaderland.
([[overgankelijk]] werkwoord; expatrieerde, heeft geŽxpatrieerd)
1 uit het land verdrijven.

ExpatrieerdeGeŽxpatrieerd
ExpediŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[expedieerde]], heeft geŽxpedieerd)
1 afzenden, verzenden.

In Spaans overeenkomend met: Despachar, Enviar, Expedir
ExpedieerdeGeŽxpedieerd
ExperimenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; experimenteerde, heeft geŽxperimenteerd)
1 een proef nemen.

In Spaans overeenkomend met: Experimentar
ExperimenteerdeGeŽxperimenteerd
ExpirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; expireerde, is geŽxpireerd)
1 sterven
2 (van termijnen) aflopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; expireerde, heeft geŽxpireerd)
1 uitademen.

ExpireerdeGeŽxpireerd
ExplicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; expliceerde, heeft geŽxpliceerd; explicator/explicateur, explicatie)
1 uitleggen.

ExpliceerdeGeŽxpliceerd
ExpliciterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; expliciteerde, heeft geŽxpliciteerd; explicitatie)
1 uitdrukkelijk formuleren.

ExpliciteerdeGeŽxpliciteerd
ExpliquerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[expliqueerde]], heeft geŽxpliqueerd)
1 uitleggen.

ExpliqueerdeGeŽxpliqueerd
ExploderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; explodeerde, is geŽxplodeerd; explosie)
1 ontploffen, met een knal uiteenbarsten
2 ontploffen, in woede uitbarsten.

ExplodeerdeGeŽxplodeerd
ExploiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; exploiteerde, heeft geŽxploiteerd; exploitant, exploitatie)
1 (een zaak) tegen vast loon of tegen provisie voor rekening van een ander beheren
2 uitbuiten.

In Spaans overeenkomend met: Beneficiar ((mijn),(mina)), Explotar
  sUitbaten
Uitbuiten
Uitmelken
ExploiteerdeGeŽxploiteerd
ExplorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; exploreerde, heeft geŽxploreerd; exploratie)
1 een gebied verkennen of op bodemschatten doorzoeken.

In Spaans overeenkomend met: Examinar, Explorar
  sNagaan
Onderzoeken
Uitvissen
Uitzoeken
Verkennen
Vorsen
ExploreerdeGeŽxploreerd
ExponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; exponeerde, heeft geŽxponeerd)
1 plaatsen in een kwetsbare positie
2 uiteenzetten
3 (fotografie) aan de inwerking van het licht blootstellen.

ExponeerdeGeŽxponeerd
ExporterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; exporteerde, heeft geŽxporteerd)
1 (goederen) uitvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Exportar
  sUitvoeren
ExporteerdeGeŽxporteerd
ExposerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; exposeerde, heeft geŽxposeerd)
1 tentoonstellen.

In Spaans overeenkomend met: Exhibir, Exponer
  sTentoonstellen
ExposeerdeGeŽxposeerd
ExpresserenExpresseerdeGeŽxpresseerd
ExtemporerenExtemporeerdeGeŽxtemporeerd
ExtenderenExtendeerdeGeŽxtendeerd
ExtensiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; extensiveerde, heeft geŽxtensiveerd; extensivering)
1 meer extensief maken.

ExtensiveerdeGeŽxtensiveerd
ExtirperenExtirpeerdeGeŽxtirpeerd
ExtraherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; extraheerde, heeft geŽxtraheerd; extractie)
1 (geneeskunde) uittrekken
2 een uittreksel maken van
3 (techniek) een stof uit een mengsel afscheiden.

ExtraheerdeGeŽxtraheerd
ExtrapolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; extrapoleerde, heeft geŽxtrapoleerd; extrapolatie)
1 (wiskunde) uit bekende termen van een reeks daarbuiten gelegen termen berekenen
2 doorberekenen.

In Spaans overeenkomend met: Extrapolar
ExtrapoleerdeGeŽxtrapoleerd
ExtruderenExtrudeerdeGeŽxtrudeerd
EzelenEzeldeGeŽzeld

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven