Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espańoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
FabelenFabeldeGefabeld
FabricerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fabriceerde, heeft gefabriceerd; fabricage/fabricatie)
1 (producten) door middel van werktuigen bewerken, vervaardigen op grote schaal
2 knutselend maken
3 ([[pejoratief]]) verzinnen, verdichten.

In Spaans overeenkomend met: Fabricar
  sAanmaken
Maken
Vervaardigen
FabriceerdeGefabriceerd
FabriekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fabriekte, heeft gefabriekt)
1 (schertsend; informeel) in elkaar zetten.

FabriekteGefabriekt
FabrikerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (in [[België]], niet algemeen) (producten) fabriceren
2 (in [[België]], niet algemeen) knutselen, fabriceren
3 (in [[België]], niet algemeen) fabriceren, verzinnen.

FabrikeerdeGefabrikeerd
FabulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fabuleerde]], heeft gefabuleerd)
1 verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven.

FabuleerdeGefabuleerd
FaceliftenFaceliftteGefacelift
FaciliterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; faciliteerde, heeft gefaciliteerd)
1 (ook absoluut) technische hulp, voorzieningen aanbieden, beschikbaar stellen
2 vereenvoudigen, mogelijk maken.

FaciliteerdeGefaciliteerd
FacturerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; factureerde, heeft gefactureerd; facturist, facturering)
1 een factuur opmaken van, op een factuur vermelden.

FactureerdeGefactureerd
FaillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; failleerde, is gefailleerd)
1 niet meer kunnen betalen.

FailleerdeGefailleerd
FakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fakete, heeft gefaket)
1 namaken, verzinnen.

FaketeGefaket
FalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; faalde, heeft gefaald)
1 het nagestreefde niet bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Fallar
FaaldeGefaald
FalsificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; falsificeerde, heeft gefalsificeerd; falsificering)
1 vervalsen
2 de onjuistheid aantonen van.

FalsificeerdeGefalsificeerd
FalsifiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie falsificeren.

FalsifieerdeGefalsifieerd
FantaserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fantaseerde, heeft gefantaseerd)
1 onwerkelijke voorstellingen bedenken
2 op een muziekinstrument improviseren.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fantaseerde, heeft gefantaseerd)
1 (droombeelden) scheppen met zijn verbeelding.

In Spaans overeenkomend met: Fantasear
FantaseerdeGefantaseerd
FarcerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; farceerde, heeft gefarceerd)
1 gevogelte of vis vullen met gehakt vlees, truffels e.d.

In Spaans overeenkomend met: Rellenar
FarceerdeGefarceerd
FascinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fascineerde, heeft gefascineerd; fascinatie)
1 zeer sterk boeien.

In Spaans overeenkomend met: Fascinar
  sBetoveren
FascineerdeGefascineerd
FaserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; faseerde, heeft gefaseerd; fasering)
1 in fasen verdelen of doen verlopen.

FaseerdeGefaseerd
FatsoenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fatsoeneerde, heeft gefatsoeneerd; fatsoenering)
1 netjes maken.

In Spaans overeenkomend met: Adecentar
FatsoeneerdeGefatsoeneerd
FavoriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; favoriseerde, heeft gefavoriseerd)
1 begunstigen, bevoordelen.

FavoriseerdeGefavoriseerd
FaxenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; faxte, heeft gefaxt)
1 per faxpost verzenden.

FaxteGefaxt
FederaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[federaliseerde]], is gefederaliseerd)
1 een federatie, een federale organisatie of staat gaan vormen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[federaliseerde]], heeft gefederaliseerd; federalisering)
1 tot een federatie, een federale organisatie of staat omvormen.

FederaliseerdeGefederaliseerd
FedererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[federeerde]], is gefedereerd)
1 een federatie vormen.

FedereerdeGefedereerd
FeestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; feestte, heeft gefeest)
1 feestvieren.

FeestteGefeest
FeestvierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vierde feest, heeft feestgevierd; feestvierder)
1 deelnemen aan een feest, uiting geven aan feestvreugde.

In Spaans overeenkomend met: Celebrar una fiesta, Festejar
  sFuiven
Vieren
Vierde feestFeestgevierd
FeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; feilde, heeft gefeild)
1 falen.

FeildeGefeild
FeliciterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; feliciteerde, heeft gefeliciteerd)
1 gelukwensen.

In Spaans overeenkomend met: Congratular, Felicitar
  sGelukwensen
FeliciteerdeGefeliciteerd
FelsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[felste]], heeft gefelst; felser)
1 (blikwerk, zinken of ijzeren platen) omvouwen en vastslaan.

FelsteGefelst
FemelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[femelde]], heeft gefemeld; femelaar)
1 zoetsappige en zeurige praatjes houden.

FemeldeGefemeld
FeppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fepte, heeft gefept)
1 (informeel) aan de drank zijn.

FepteGefept
FermenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fermenteerde, heeft gefermenteerd; fermentatie)
1 gisten.

In Spaans overeenkomend met: Fermentar
  sGisten
Werken
FermenteerdeGefermenteerd
FestonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; festonneerde, heeft gefestonneerd)
1 [[festons]] aanbrengen op (een stuk stof).

FestonneerdeGefestonneerd
FezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fezelde, heeft gefezeld; fezelaar)
1 fluisteren.

FezeldeGefezeld
FiatterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fiatteerde, heeft gefiatteerd)
1 goedkeuren.

FiatteerdeGefiatteerd
FibrillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fibrilleerde, heeft gefibrilleerd; fibrillatie)
1 onregelmatig samentrekken (van telkens andere bundels van de hartspier).
([[overgankelijk]] werkwoord; fibrilleerde, heeft gefibrilleerd)
1 een vezelstructuur geven.

FibrilleerdeGefibrilleerd
FicherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ficheerde, heeft geficheerd; fichering)
1 een kaartsysteem maken van.

FicheerdeGeficheerd
FictionaliserenFictionaliseerdeGefictionaliseerd
FiedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fiedelde, heeft gefiedeld; fiedelaar)
1 (informeel) (een melodie) op de viool spelen.

FiedeldeGefiedeld
FieldenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fieldde, heeft gefield; fielder)
1 (sport) veldpartij zijn.

FielddeGefield
FierljeppenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 polsstokverspringen.

FierljepteGefierljept
FietscrossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fietscroste]], heeft gefietscrost)
1 een [[fietscross]] houden.

FietscrosteGefietscrost
FietsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fietser)
1 (fietste, heeft/is gefietst) rijden op een fiets
2 (fietste, heeft gefietst) (van fietsen, wegen) zo aanvoelen bij het rijden als genoemd wordt.

In Spaans overeenkomend met: Montar en bicicleta
FietsteGefietst
FietskamperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fietskampeerde]], heeft gefietskampeerd)
1 een meerdaagse fietstocht maken waarbij men overnacht in een tent.

FietskampeerdeGefietskampeerd
FiggelenFiggeldeGefiggeld
FigurerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; figureerde, heeft gefigureerd)
1 een rol vervullen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; figureerde, heeft gefigureerd)
1 optreden als figurant
2 (in [[België]]) voorkomen, vermeld staan.

In Spaans overeenkomend met: Figurar
  sAfbeelden
Voorstellen
Vormen
FigureerdeGefigureerd
FiguurrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 bij het [[schaatsenrijden]] voorgeschreven figuren beschrijven.

FiguurzagenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 figuren uit dun hout zagen.

FiguurzaagdeGefiguurzaagd
FijfelenFijfeldeGefijfeld
FijnhakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hakte fijn, heeft fijngehakt)
1 door hakken fijnmaken.

In Spaans overeenkomend met: Picar
  sHakken
Hakte fijnFijngehakt
FijnkauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kauwde fijn, heeft fijngekauwd)
1 door kauwen fijnmaken.

Kauwde fijnFijngekauwd
FijnknijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kneep fijn, heeft fijngeknepen)
1 door knijpen fijnmaken.

Kneep fijnFijngeknepen
FijnmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte fijn, heeft fijngemaakt)
1 maken dat iets fijn wordt.

In Spaans overeenkomend met: Pulverizar
  sVerpoederen
Verpulveren
Maakte fijnFijngemaakt
FijnmalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maalde fijn, heeft fijngemalen)
1 door malen fijn maken.

Maalde fijnFijngemalen
FijnslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg fijn, heeft fijngeslagen)
1 door slaan fijnmaken.

Sloeg fijnFijngeslagen
FijnsnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed fijn, heeft fijngesneden)
1 door snijden fijnmaken.

Sneed fijnFijngesneden
FijnstampenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stampte fijn, heeft fijngestampt)
1 door stampen fijnmaken.

In Spaans overeenkomend met: Majar
Machacar, Machucar, Triturar
  sStampen
Vermalen
Stampte fijnFijngestampt
FijnstotenStootte fijn, Stiet fijnFijngestoten
FijntrappenTrapte fijnFijngetrapt
FijnwrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wreef fijn, heeft fijngewreven)
1 door wrijven fijnmaken.

Wreef fijnFijngewreven
FikfakkenFikfakteGefikfakt
FikkenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 (informeel) vingers, handen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; fikte, heeft gefikt)
1 (informeel) branden.

FikteGefikt
FiksenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fikste, heeft gefikst)
1 (informeel) klaarspelen.

FiksteGefikst
FileparkerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 de auto parkeren in de ruimte tussen twee achter elkaar staande auto's.

FilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fileerde, heeft gefileerd)
1 (vlees, vis) van bot of graat ontdoen
2 (muziek) (een toon) met dezelfde intensiteit aanhouden
3 (spel) (de speelkaarten) langzaam één voor één openleggen
4 (beeldende kunst) met lijnornamenten beschilderen.

In Spaans overeenkomend met: Filetear
FileerdeGefileerd
FilibusterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; filibusterde, heeft gefilibusterd)
1 obstructie plegen.

FilibusterdeGefilibusterd
FilmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; filmde, heeft gefilmd; filmer)
1 filmopnamen maken van.

In Spaans overeenkomend met: Filmar, Rodar
  sVerfilmen
FilmdeGefilmd
FilosoferenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; filosofeerde, heeft gefilosofeerd)
1 wijsgerige bespiegelingen houden
2 vrijblijvend peinzen.

FilosofeerdeGefilosofeerd
FilterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; filterde, is gefilterd; filteraar, filtering)
1 als door een filter tevoorschijn komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; filterde, heeft gefilterd)
1 door een filter tevoorschijn doen komen.

In Spaans overeenkomend met: Filtrar
  sFiltreren
Zijgen
FilterdeGefilterd
FiltrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; filtreerde, heeft gefiltreerd; filtratie)
1 filteren.

In Spaans overeenkomend met: Colar
Filtrar
  sFilteren
Zeven
Zijgen
FiltreerdeGefiltreerd
FinaliserenFinaliseerdeGefinaliseerd
FinancierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; financierde, heeft gefinancierd; financiering)
1 krediet verschaffen ten [[behoeve]] van.

In Spaans overeenkomend met: Financiar
FinancierdeGefinancierd
FinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fineerde, heeft gefineerd; fineerder)
1 (houtwerk) met fineer beleggen
2 (edele metalen) zuiveren.

In Spaans overeenkomend met: Chapar
  sMet platen bekleden
FineerdeGefineerd
FinetunenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; finetunede, heeft gefinetuned)
1 (een apparaat) precies afstellen
2 tot in de [[kleinste]] details regelen.

FinetunedeGefinetuned
FingerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[fingeerde]], heeft gefingeerd)
1 voorwenden
2 verzinnen.

In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Fingir
  sDoen alsof
Simuleren
Veinzen
Voorgeven
Voorwenden
FingeerdeGefingeerd
FinishenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; finishte, heeft/is gefinisht)
1 aankomen bij de finish.

FinishteGefinisht
FiscaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fiscaliseerde, heeft gefiscaliseerd; fiscalisering)
1 belasting leggen op
2 door belasting financieren.

FiscaliseerdeGefiscaliseerd
FistfuckenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fistfuckte, heeft gefistfuckt)
1 vuistneuken.

FistfuckteGefistfuckt
FitnessenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fitneste, heeft gefitnest)
1 fitnessoefeningen doen.

FitnesteGefitnest
FittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fitte, heeft gefit; fitter, fitting)
1 (buizen) in elkaar passen, pasklaar maken
2 door omvatting met een fithaak meten
3 de diepte van boorgaten meten.

In Spaans overeenkomend met: Instalar
  sAanbrengen
Aanleggen
Installeren
FitteGefit
FixerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; fixeerde, heeft gefixeerd)
1 zich richten op één zaak, met het gevaar dat men daardoor alle andere uit het oog verliest.
([[overgankelijk]] werkwoord; fixeerde, heeft gefixeerd; fixatie/fixering)
1 onbeweeglijk bevestigen, vastmaken
2 vaststellen
3 ([[fotonegatieven]], fotoafdrukken, tekeningen) onuitwisbaar maken
4 (iemand) voortdurend [[brutaalweg]] aankijken
5 (biologie) (weefsels) doden met zo weinig mogelijke beschadiging van de structuur.

In Spaans overeenkomend met: Fijar, Sujetar
Virar ((foto))
  sBevestigen
Vastbinden
Vastmaken
Vastzetten
Verstevigen
FixeerdeGefixeerd
FlabberenFlabberdeGeflabberd
FladderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fladderaar)
1 (fladderde, heeft/is gefladderd) met ongelijkmatige bewegingen vliegen
2 (fladderde, heeft gefladderd) wapperen.

In Spaans overeenkomend met: Aletear, Flirtear, Revolotear
  sAan de scharrel zijn
Flirten
Scharrelen
Wapperen
FladderdeGefladderd
FlakkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flakkerde, heeft geflakkerd; flakkering)
1 (van een vlam) met onrustige bewegingen branden.

In Spaans overeenkomend met: Deflagrar, Flamear
  sFlikkeren
Schitteren
Vonken schieten
Wapperen
FlakkerdeGeflakkerd
FlamberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; flambeerde, heeft geflambeerd)
1 (vlees) door de vlam halen om haar of veren weg te schroeien
2 (vleesgerechten, desserts) opdienen met brandende alcohol
3 (geneeskunde) (een instrument) kiemvrij maken door het door een vlam te halen.

In Spaans overeenkomend met: Flambear
FlambeerdeGeflambeerd
FlanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flaneerde, heeft/is geflaneerd; flaneur)
1 wandelen om te zien en gezien te worden.

In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar
Ruar
  sDrentelen
Kuieren
Rondhangen
Slenteren
FlaneerdeGeflaneerd
FlankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; flankeerde, heeft geflankeerd)
1 zich bevinden naast of aan beide kanten van.

In Spaans overeenkomend met: Flanquear
FlankeerdeGeflankeerd
FlansenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

FlansteGeflanst
FlappenFlapteGeflapt
FlapperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flapperde, heeft geflapperd)
1 een klappend geluid maken door het snel heen en weer gaan, bv. door de wind.

FlapperdeGeflapperd
FlaterenFlaterdeGeflaterd
FlatterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; flatteerde, heeft geflatteerd)
1 (iets of iem.) [[gunstiger]] of [[mooier]] laten lijken dan die persoon of zaak in werkelijkheid is.

FlatteerdeGeflatteerd
FlauwvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel flauw, is flauwgevallen)
1 in een toestand van lichte [[bewusteloosheid]] raken.

In Spaans overeenkomend met: Desmayarse, Desvanecerse
  sBewusteloos raken
Bezwijmen
In zwijm vallen
Viel flauwFlauwgevallen
FlecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[flecteerde]], heeft geflecteerd)
1 (taalkunde) verbuigen, [[flexie]] bezitten.

FlecteerdeGeflecteerd
FleetracenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (van zeil-, roeiboten) met het gehele deelnemersveld een wedstrijd varen.

FleetraceteGefleetracet
FlemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fleemde, heeft gefleemd; flemer)
1 ([[pejoratief]]) vleien.

In Spaans overeenkomend met: Embaucar, Embelecar, Engatusar
  sFlikflooien
Gatlikken
FleemdeGefleemd
FlensenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flenste, heeft geflenst)
1 (vulgair) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord; flenste, heeft geflenst)
1 (de dode walvis) aan stukken snijden en het vet er in repen afhalen.

FlensteGeflenst
FlenzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; flensde, heeft geflensd)
1 (scheepvaart) (lading) vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen.

FlensdeGeflensd
FlerenFleerdeGefleerd
FlessenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fleste, is geflest)
1 (in België; informeel) zakken voor een examen.
([[overgankelijk]] werkwoord; fleste, heeft geflest)
1 afzetten
2 (in België; informeel) (iemand) laten zakken voor een examen.

FlesteGeflest
FleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fleurde, heeft gefleurd)
1 met de fleur vissen.

FleurdeGefleurd
FlexibiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[flexibiliseerde]], heeft geflexibiliseerd)
1 flexibel maken.

FlexibiliseerdeGeflexibiliseerd
FlexwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; flexwerker)
1 werken zonder vast contract.

FlierefluitenFlierefluitteGeflierefluit
FlikflooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flikflooide, heeft geflikflooid; flikflooier)
1 (informeel) vleien
2 aanhalerig liefkozen.

In Spaans overeenkomend met: Embaucar, Embelecar, Engatusar
  sFlemen
Gatlikken
FlikflooideGeflikflooid
FlikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; flikte, heeft geflikt)
1 (informeel) handig klaarspelen
2 ([[pejoratief]]) lappen, leveren.

In Spaans overeenkomend met: Remendar
  sBoeten
Lappen
Oplappen
Stoppen
Verstellen
FlikteGeflikt
FlikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flikkering)
1 (flikkerde, heeft geflikkerd) onrustig of telkens onderbroken licht of [[weerkaatsing]] geven
2 (flikkerde, is geflikkerd) (informeel) vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; flikkerde, heeft geflikkerd)
1 (informeel) gooien.

In Spaans overeenkomend met: Parpadear ((sterren),(estrella's))
Deflagrar, Flamear
Relampaguear
Chisporrotear
Centellear, Destellar, Rielar
  sBliksemen
Flakkeren
Flitsen
Flonkeren
Fonkelen
Glinsteren
Knetteren
Kraken
Lichten
Schitteren
Tintelen
Twinkelen
Vonken schieten
Wapperen
FlikkerdeGeflikkerd
FlippenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; flipte, is geflipt)
1 (informeel) teleurgesteld worden in, afknappen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; flipte, is geflipt)
1 ongunstig reageren op drugs
2 (informeel) mislukken in werk of studie
3 (informeel) plotseling heel boos worden.

FlipteGeflipt
FlipperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flipperde, heeft geflipperd)
1 een flipperkast bedienen
2 inbreken door de dagschoot van een slot met een kaartje o.i.d. weg te duwen.

FlipperdeGeflipperd
FlirtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flirtte, heeft geflirt)
1 vrijblijvend een ander of elkaar het hof maken.

In Spaans overeenkomend met: Coquetear
Flirtear, Timarse
  sAan de scharrel zijn
Fladderen
Koketteren
Scharrelen
Versieren
FlirtteGeflirt
FlitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (flitste, heeft/is geflitst) zich zeer snel voortbewegen
2 (flitste, heeft geflitst) (van lampen, lichten) een kort, fel licht geven
3 (flitste, heeft geflitst) streaken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; flitste, heeft geflitst)
1 met flitslicht fotograferen.

In Spaans overeenkomend met: Relampaguear
  sBliksemen
Flikkeren
FlitsteGeflitst
FlittenFlitteGeflit
FloatenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[floatte]], heeft gefloat)
1 drijven in een cabine met zeer zout water, als ontspanningsmethode.

FloatteGefloat
FlodderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flodderde, heeft geflodderd)
1 (van kleren) lubberen, te ruim zitten
2 slordig werken.

FlodderdeGeflodderd
FloepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; floepte, is gefloept)
1 al of niet met een licht ploffend geluid snel bewegen.

FloepteGefloept
FlonkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flonkerde, heeft geflonkerd; flonkering)
1 fonkelen.

In Spaans overeenkomend met: Centellear, Rielar, Titilar
  sFlikkeren
Lichten
Trillen
Twinkelen
FlonkerdeGeflonkerd
FloppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flopte, is geflopt)
1 mislukken
2 (atletiek) de fosburyflop springen.

FlopteGeflopt
FlorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; floreerde, heeft gefloreerd)
1 tot volle [[ontplooiing]] gekomen zijn.

In Spaans overeenkomend met: Florecer
Prosperar
  sAarden
Bloeien
Gedijen
Tieren
Vooruitkomen
Welvaren
FloreerdeGefloreerd
FlossenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; floste, heeft geflost)
1 (het gebit) met [[tandzijde]] reinigen van voedselresten.

FlosteGeflost
FluctuerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fluctueerde, heeft gefluctueerd; fluctuatie/fluctuering)
1 op en neer gaan (met [[name]] van beursprijzen).

In Spaans overeenkomend met: Fluctuar
  sOp en neer gaan
Schommelen
FluctueerdeGefluctueerd
FluimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fluimde, heeft gefluimd)
1 fluimen uitspuwen.

FluimdeGefluimd
FluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fluisterde, heeft gefluisterd)
1 nauwelijks hoorbaar (iets) zeggen
2 op bedekte wijze (iets) zeggen.

In Spaans overeenkomend met: Cuchichear
Susurrar
  sMompelen
Smoezelen
Smoezen
FluisterdeGefluisterd
FluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[floot]], heeft gefloten; fluiter)
1 een fluitsignaal geven
2 (van zaken) een hoog, schriel geluid voortbrengen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[floot]], heeft gefloten)
1 (ook absoluut) (een melodie) met de mond of met een fluit ten [[gehore]] brengen
2 (ook absoluut) als scheidsrechter leiden
3 door een fluitsignaal tot zich roepen.

In Spaans overeenkomend met: Silbar
  sSissen
FlootGefloten
FluorescerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fluoresceerde, heeft gefluoresceerd)
1 (van bepaalde stoffen) het invallende licht weer uitstralen in een andere frequentie.

FluoresceerdeGefluoresceerd
FluoriderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[fluorideerde]], heeft gefluorideerd; fluoridering)
1 fluoride toevoegen aan.

FluorideerdeGefluorideerd
FnazelenFnazeldeGefnazeld
FnuikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fnuikte, heeft gefnuikt; fnuiking)
1 beknotten, verminderen.

FnuikteGefnuikt
FocussenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; focuste, heeft gefocust)
1 (de aandacht) richten.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; focuste, heeft gefocust)
1 (de [[camera]]) scherp stellen.

FocusteGefocust
FocusserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; focusseerde, heeft gefocusseerd)
1 (natuurkunde) in een brandpunt verenigen.

FocusseerdeGefocusseerd
FoefelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[foefelde]], heeft gefoefeld; foefelaar)
1 (in België; informeel) frauderen
2 (in België; informeel) prutsen, knoeien, slordig werken.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[foefelde]], heeft gefoefeld)
1 (in België; informeel) snel en/of slordig wegbergen.

FoefeldeGefoefeld
FoeragerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; foerageerde, heeft gefoerageerd; [[foerageur]], foeragering)
1 voer, [[levensmiddelen]] halen.

FoerageerdeGefoerageerd
FoeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; foeterde, heeft gefoeterd; foeteraar)
1 (informeel) mopperen, uitvaren.

FoeterdeGefoeterd
FoezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; foezelde, heeft gefoezeld; foezelaar)
1 frauderen.

FoezeldeGefoezeld
FokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fokte, heeft gefokt)
1 (vee of andere huisdieren) zich doen voortplanten
2 (pejoratief; informeel) vrijen met het doel kinderen voort te brengen.

In Spaans overeenkomend met: Criar
Criarse, Procrear
  sOpfokken
FokteGefokt
FoliënFoliedeGefolied
FoliërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; folieerde, heeft gefolieerd)
1 de bladen van een boek nummeren.

FolieerdeGefolieerd
FolterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; folterde, heeft gefolterd; folteraar, foltering)
1 (iemand) behandelen met slagen, schoppen enz. om hem te straffen, te laten bekennen, zijn lust op te wekken enz.

In Spaans overeenkomend met: Apasionar, Atormentar
  sKwellen
FolterdeGefolterd
FomenterenFomenteerdeGefomenteerd
FonduenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fondude, heeft gefonduud)
1 een fonduemaaltijd houden.

FondudeGefonduud
FonkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fonkelde, heeft gefonkeld; fonkeling)
1 levendig glanzen of stralen
2 (van dranken) sprankelen.

In Spaans overeenkomend met: Destellar
  sFlikkeren
Tintelen
FonkeldeGefonkeld
FoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fopte, heeft gefopt)
1 beetnemen.

In Spaans overeenkomend met: Burlar
  sBedriegen
Verschalken
FopteGefopt
ForcerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; forceerde, heeft geforceerd)
1 zich dwingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; forceerde, heeft geforceerd; forcering)
1 (iets) met geweld of met verkeerde middelen bereiken
2 beschadigen door verkeerd kracht uit te oefenen
3 door geweld openen
4 (landbouw) voortijdig tot ontwikkeling of bloei brengen
5 (techniek) metalen platen met behulp van druk vormen.
(wederkerend werkwoord; forceerde zich, heeft zich geforceerd)
1 zich te veel inspannen.

In Spaans overeenkomend met: Forzar, Violentar
Constreńir, Imponer, Obligar
  sGeweld aandoen
Opdringen
Opleggen
Verkrachten
ForceerdeGeforceerd
ForenzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; forensde, heeft geforensd)
1 heen en weer reizen als forens.

ForensdeGeforensd
FormaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; formaliseerde, heeft geformaliseerd; formalisering)
1 de juiste of een vaste vorm geven.

In Spaans overeenkomend met: Formalizar
FormaliseerdeGeformaliseerd
FormatterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; formatteerde, heeft geformatteerd; formatteur, formattering)
1 het voor een bepaalde computer geschikt maken van een [[diskette]] door vaststelling en identificatie van het aantal en de grootte van de sectoren.

FormatteerdeGeformatteerd
FormerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; formeerde, heeft geformeerd; formeerder, formering/formatie)
1 vormen, samenstellen.

In Spaans overeenkomend met: Formar
  sAangaan
Vormen
FormeerdeGeformeerd
FormulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; formuleerde, heeft geformuleerd)
1 (ook absoluut) verwoorden
2 (techniek) in een verwerkbare vorm brengen.

In Spaans overeenkomend met: Formular
FormuleerdeGeformuleerd
FosforescerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fosforesceerde]], heeft gefosforesceerd; fosforescentie)
1 zacht licht geven na bestraling met lichtstralen, röntgenstralen of andere stralen.

In Spaans overeenkomend met: Fosforescer
FosforesceerdeGefosforesceerd
FotograferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fotografeerde, heeft gefotografeerd)
1 door middel van fotografie afbeelden.

In Spaans overeenkomend met: Fotografiar
  sKieken
FotografeerdeGefotografeerd
FotokopiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; fotokopieerde, heeft gefotokopieerd)
1 een fotokopie maken van.

FotokopieerdeGefotokopieerd
FotoshoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fotoshopte]], heeft gefotoshopt)
1 foto's bewerken met een computerprogramma.

FotoshopteGefotoshopt
FouillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fouilleerde, heeft gefouilleerd; fouillering)
1 iemand tastend onderzoeken op verboden zaken.

In Spaans overeenkomend met: Cachear, Registrar
FouilleerdeGefouilleerd
FournerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fourneerde, heeft gefourneerd; fournering)
1 geld storten
2 verschaffen, leveren.

In Spaans overeenkomend met: Facilitar
Proporcionar
  sBezorgen
Verschaffen
FourneerdeGefourneerd
FoutparkerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; foutparkeerder)
1 op een verboden plaats parkeren.

Parkeerde foutFoutgeparkeerd
FoxtrottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[foxtrotte]], heeft gefoxtrot)
1 de [[foxtrot]] dansen.

FoxtrotteGefoxtrot
FractionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fractioneerde, heeft gefractioneerd)
1 in fracties verdelen
2 trapsgewijs distilleren.

FractioneerdeGefractioneerd
FragmenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fragmenteerde, heeft gefragmenteerd; fragmentering)
1 in stukken of in fragmenten uiteenvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; fragmenteerde, heeft gefragmenteerd)
1 in fragmenten verdelen.

FragmenteerdeGefragmenteerd
FrankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frankeerde, heeft gefrankeerd; frankering)
1 voor verzending van een postzegel of porto voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Franquear
FrankeerdeGefrankeerd
FrapperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frappeerde, heeft gefrappeerd)
1 treffen, opvallen
2 (wijn) in of met ijs afkoelen.

FrappeerdeGefrappeerd
FraserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fraseerde, heeft gefraseerd; frasering)
1 duidelijk in frasen verdelen.

FraseerdeGefraseerd
FrauderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fraudeerde, heeft gefraudeerd; fraudeur)
1 fraude plegen, oneerlijk handelen.

In Spaans overeenkomend met: Defraudar, Estafar
  sBedriegen
Knoeien
Zwendelen
FraudeerdeGefraudeerd
FrazelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[frazelde]], heeft gefrazeld)
1 (in [[België]], niet algemeen) (van kleine kinderen) stamelen, beginnen te spreken.

FrazeldeGefrazeld
FreewheelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; freewheelde, heeft gefreewheeld)
1 zijn fiets laten doorlopen zonder te trappen
2 zijn gemak ervan nemen.

FreewheeldeGefreewheeld
FrequenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frequenteerde, heeft gefrequenteerd)
1 vaak bezoeken.

FrequenteerdeGefrequenteerd
FrettenFretteGefret
FrezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; freesde, heeft gefreesd)
1 (hout, metaal) met de frees bewerken
2 (landbouw) (de grond) goed losmaken en egaliseren.

In Spaans overeenkomend met: Fresar
FreesdeGefreesd
FrictionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frictioneerde, heeft gefrictioneerd)
1 (techniek) een weke stof d.m.v. een mangel in een weefsel persen.

FrictioneerdeGefrictioneerd
FriemelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; friemelde, heeft gefriemeld; [[friemelaar]], friemeling)
1 frunniken.

FriemeldeGefriemeld
FrijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[frijnde]], heeft gefrijnd)
1 (beeldende kunst) (gehouwen steen) voorzien van smalle evenwijdige groefjes.

FrijndeGefrijnd
FriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; friseerde, heeft gefriseerd)
1 (haren) doen krullen
2 (industrie) (geruwde stof) opkammen met golvende lijnen.

In Spaans overeenkomend met: Rizar
  sKappen
FriseerdeGefriseerd
FriturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; frituurde, heeft gefrituurd)
1 bakken door onderdompeling in hete olie of vet.

In Spaans overeenkomend met: Freír en grasa sumergido
Freír
FrituurdeGefrituurd
FrommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frommelde, heeft gefrommeld)
1 tersluiks of slordig wegstoppen.

In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar
  sKreukelen
Kreuken
Verfomfaaien
Verfrommelen
Verkreukelen
FrommeldeGefrommeld
FronselenFronseldeGefronseld
FronsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fronste, heeft gefronst)
1 (de wenkbrauwen, het voorhoofd) tot rimpels samentrekken
2 (in [[België]]) plooien, plooien aanbrengen in (een kledingstuk).

In Spaans overeenkomend met: Fruncir
  sRimpelen
FronsteGefronst
FrotterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[frotteerde]], heeft gefrotteerd; frottage)
1 wrijven.

FrotteerdeGefrotteerd
FruitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fruitte, heeft gefruit)
1 in een open pan in vet lichtbruin bakken.

In Spaans overeenkomend met: Sofreír
Freír
FruitteGefruit
FrunnikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; frunnikte, heeft gefrunnikt)
1 met de vingers in onrustige beweging ergens aan zitten.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

FrunnikteGefrunnikt
FrustrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frustreerde, heeft gefrustreerd; frustratie)
1 (iemand) belemmeren in de [[verwezenlijking]] van zijn verwachtingen of behoeften
2 dwarsbomen, verijdelen.

In Spaans overeenkomend met: Frustrar
FrustreerdeGefrustreerd
FrutselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; frutselde, heeft gefrutseld; frutselaar)
1 friemelen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

FrutseldeGefrutseld
FröbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fröbelde]], heeft gefröbeld)
1 vrijblijvend bezig zijn.

FröbeldeGefröbeld
FuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; foof/fuifde, heeft gefoven/gefuifd)
1 op uitgelaten wijze feestvieren.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; foof/fuifde, heeft gefoven/gefuifd)
1 (iemand) trakteren.

In Spaans overeenkomend met: Celebrar una fiesta
  sFeestvieren
Vieren
FuifdeGefuifd
FulminerenIn Spaans overeenkomend met: Fulminar
  sRazen
Tekeergaan
Tieren
FulmineerdeGefulmineerd
FunctionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; functioneerde, heeft gefunctioneerd; functionering)
1 zijn functie of taak vervullen
2 in werking zijn.

In Spaans overeenkomend met: Funcionar
  sHet doen
In zijn werk gaan
Werken
FunctioneerdeGefunctioneerd
FunderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fundeerde, heeft gefundeerd; fundering)
1 van grondvesten voorzien
2 gronden, baseren.

In Spaans overeenkomend met: Cimentar, Fundamentar, Fundar
Fundar, Instituir, Motivar
  sBaseren
Grondvesten
Stichten
Vestigen
FundeerdeGefundeerd
FundraisenFundraisede, FundraiseteGefundraised, Gefundraiset
FungerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; fungeerde, heeft gefungeerd)
1 optreden als.
([[onovergankelijk]] werkwoord; fungeerde, heeft gefungeerd)
1 zijn betrekking vervullen.

FungeerdeGefungeerd
FuserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fuseerde, is gefuseerd)
1 een fusie aangaan.

FuseerdeGefuseerd
FusillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fusilleerde, heeft gefusilleerd; fusillade)
1 met het geweer executeren.

In Spaans overeenkomend met: Fusilar
FusilleerdeGefusilleerd
FusionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[fusioneerde]], is gefusioneerd)
1 (in [[België]]) fuseren.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[fusioneerde]], heeft gefusioneerd)
1 (in [[België]]) een fusie doen aangaan, samenvoegen.

FusioneerdeGefusioneerd
FutselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; futselde, heeft gefutseld; futselaar)
1 friemelen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

FutseldeGefutseld
FęterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fęteerde, heeft gefęteerd)
1 huldigen.

FęteerdeGefęteerd
FöhnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; föhnde, heeft geföhnd)
1 met de föhn drogen.

FöhndeGeföhnd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven