Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
Gaaibollen
Gaaischieten
GaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 verkering hebben met.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 tot onderwerp hebben
2 beheren.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 prevaleren boven.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich geven, in actie zijn.
(werkwoord; ging, is gegaan)
1 als doel hebben.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging, is gegaan)
1 zich voortbewegen en zo van plaats veranderen
2 voortgaan in de tijd
3 weggaan
4 beginnen de genoemde handeling te verrichten of te ondergaan
5 (van apparaten) klinken
6 leiden, zich uitstrekken
7 verlopen
8 in de genoemde toestand of positie raken
9 lopen, zich te voet voortbewegen
10 zich in het openbaar vertonen, gekleed zoals in de bepaling wordt aangeduid
11 begrepen zijn op, in iets.

In Spaans overeenkomend met: Andar, Andarse
Andar
Tocar
Ir, Ir en vehículo
  sAfleggen
Karren
Kleppen
Klinken
Lopen
Overgaan
Rijden
Slaan
Te voet gaan
Varen
Wandelen (snel)
GingGegaan
GaarkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kookte gaar, is gaargekookt)
1 door verhitting in of met water gaar worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; kookte gaar, heeft gaargekookt)
1 (mbt. gerechten) door verhitting in of met water (of een andere vloeistof) gaar maken.

Kookte gaarGaargekookt
GaarsmorenSmoorde gaarGaargesmoord
GadeslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg gade, heeft gadegeslagen)
1 (formeel) observeren, aandachtig kijken naar.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar
  sObserveren
Toekijken
Toezien
Waarnemen
Sloeg gadeGadegeslagen
GaffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaffelde, heeft gegaffeld)
1 (informeel) smullen.

GaffeldeGegaffeld
GaggelenGaggeldeGegaggeld
GakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[gakte]], heeft gegakt)
1 het voor ganzen kenmerkende geluid geven.

GakteGegakt
GallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[galde]], heeft gegald)
1 lastig, vervelend doen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[galde]], heeft gegald)
1 (vis) van de gal ontdoen
2 (leer) behandelen met een aftreksel van galnoten.

GaldeGegald
GalmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; galmde, heeft gegalmd)
1 klankweerkaatsing voortbrengen
2 luid weerklinken.
([[overgankelijk]] werkwoord; galmde, heeft gegalmd)
1 luidkeels uitroepen, met volle, krachtige stem zingen.

In Spaans overeenkomend met: Resonar
  sResoneren
Weergalmen
Weerklinken
GalmdeGegalmd
GalonnerenGalonneerdeGegalonneerd
GalopperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; galoppeerde, heeft/is gegaloppeerd)
1 in [[galop]] gaan of rijden
2 rennen, zich bijzonder haasten
3 de [[galop]] dansen.

In Spaans overeenkomend met: Galopar
GaloppeerdeGegaloppeerd
GalvaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; galvaniseerde, heeft gegalvaniseerd; galvanisatie)
1 (geneeskunde) een lichaam aan galvanische stroom onderwerpen
2 galvanisch met een dunne laag metaal bedekken
3 thermisch verzinken.

In Spaans overeenkomend met: Galvanizar
GalvaniseerdeGegalvaniseerd
GamenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gamede, heeft gegamed)
1 een computerspel spelen.

GamedeGegamed
GangbangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gangbangde, heeft gegangbangd)
1 aan groepsseks deelnemen.

GangbangdeGegangbangd
GannevenGannefdeGegannefd
GansrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 proberen te paard de kop van een opgehangen gans af te rukken.

Gansslaan
Ganstrekken
GanzenbordenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ganzenbordde]], heeft geganzenbord)
1 ganzenbord spelen.

GanzenborddeGeganzenbord
GapenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaapte, heeft gegaapt; gaper)
1 onwillekeurig op krampachtige wijze de mond openen en daarbij diep ademhalen, als gevolg van [[lusteloosheid]] of vermoeidheid
2 (van zaken) een wijde opening of ruime toegang hebben.

In Spaans overeenkomend met: Estar boquiabierto, Estar embobado
Bostezar
  sAangapen
Dom kijken
Geeuwen
GaapteGegaapt
GappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gapte, heeft gegapt; gapper)
1 (informeel) stelen.

In Spaans overeenkomend met: Afanar
Hurtar, Sustraer
  sOntvreemden
Stelen
GapteGegapt
GaranderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; garandeerde, heeft gegarandeerd)
1 instaan voor, waarborgen.

In Spaans overeenkomend met: Afianzar
Garantizar
  sBorg staan voor
Instaan voor
Sponsoren
Waarborgen
GarandeerdeGegarandeerd
GarenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 gesponnen draad.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van garen vervaardigd.

GaardeGegaard
GarerenGareerdeGegareerd
GarnaalkruienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (in België; visserij) dicht tegen het strand, te voet of met een trekpaard, garnalen vangen met een sleepnet.

GarnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; garneerde, heeft gegarneerd; garnering)
1 (een kledingstuk, sieraad of gerecht) versieren, opmaken
2 (scheepvaart) (lading) door bedekking beveiligen
3 oren en tuiten aanbrengen bij (aardewerk).

In Spaans overeenkomend met: Guarnecer
  sAfzetten
Beslaan
Stofferen
Uitmonsteren
GarneerdeGegarneerd
GarvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[garfde]], heeft gegarfd; garver)
1 (graan) in [[garven]] binden.

GarfdeGegarfd
GaslaanSloeg gaGageslagen
GassenGasteGegast
GasterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gasteerde, heeft gegasteerd)
1 (van artiesten) optreden bij een gezelschap waaraan men niet vast verbonden is.

GasteerdeGegasteerd
GatlikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gatlikte, heeft gegatlikt; gatlikker)
1 (vulgair) vleien.

In Spaans overeenkomend met: Embaucar, Embelecar, Engatusar
  sFlemen
Flikflooien
GatlikteGegatlikt
GaufrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaufreerde, heeft gegaufreerd)
1 met walsen reliëffiguren persen in (papier, textiel, leer).

GaufreerdeGegaufreerd
GebarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gebaarde, heeft gebaard)
1 gebaren maken.

In Spaans overeenkomend met: Hacer gestos
GebaardeGebaard
GebeurenALLE betekenissen van dit woord:
(het; gebeurens)
1 geheel van voorvallen met de ermee verbonden effecten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; gebeurde, is gebeurd)
1 onbedoeld plaatshebben, zich voordoen
2 gedaan worden
3 overkomen.

In Spaans overeenkomend met: Ser
Acaecer, Acontecer, Darse, Ocurrir, Realizarse, Suceder, Tener lugar
Pasar
  sAan de hand zijn
Geschieden
Overkomen
Plaatsvinden
Voorkomen
Voorvallen
Zich voordoen
GebeurdeGebeurd
GebiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gebood, heeft geboden; gebieder)
1 heersen.
([[overgankelijk]] werkwoord; gebood, heeft geboden)
1 (ook absoluut) (iets) met gezag bevelen
2 (van onstoffelijke zaken) vereisen
3 (archaïsch) heersen over.

GeboodGeboden
GebruikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gebruikte, heeft gebruikt)
1 (ook absoluut) regelmatig ([[alcohol]] of drugs) innemen
2 zich hetzij geregeld, hetzij bij een bepaalde gelegenheid bedienen van, [[gebruikmaken]] van
3 (voedsel, drank) tot zich nemen.

In Spaans overeenkomend met: Utilizar
Aprovechar
Comer
Cometer, Emplear, Hacer uso de, Servirse, Servirse de, Usar
Tomar
Beber
  sAanwenden
Benutten
Bikken
Drinken
Eten
Gebruik maken
Gebruik maken van
Nuttigen
Profiteren
Vreten
GebruikteGebruikt
GebruikmakenMaakte gebruikGebruikgemaakt
GedachtelezenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 door telepathie de gedachten van anderen te weten komen.

GedenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gedacht, heeft gedacht)
1 stilstaan bij (een persoon, gebeurtenis).

In Spaans overeenkomend met: Acordarse, Recordarse
  sZich herinneren
GedachtGedacht
GedijenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gedijde, heeft gedijd)
1 voorspoedig groeien
2 (van zaken) in bloei en voorspoed toenemen.

In Spaans overeenkomend met: Crecer, Desarrollarse
Prosperar
  sAanwassen
Aarden
Bloeien
Floreren
Groeien
Tieren
Toenemen
Vooruitkomen
Wassen
Welvaren
GedijdeGedijd
GedogenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[gedoogde]], heeft gedoogd; gedoger, gedoging)
1 (formeel) dulden.

In Spaans overeenkomend met: Permitir
  sNiet beletten
Permitteren
Toelaten
Toestaan
Vergunnen
Veroorloven
GedoogdeGedoogd
GedragenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; gedragenheid)
1 (van met de stem of een instrument voortgebrachte klanken) plechtstatig.
(wederkerend werkwoord; gedroeg zich, heeft zich gedragen)
1 (van personen) op de genoemde manier handelen en reageren
2 (van zaken) de genoemde werking vertonen.

GedroegGedragen
GeeuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; geeuwde, heeft gegeeuwd)
1 vaak onwillekeurig, met wijd open mond diep en langzaam inademen.

In Spaans overeenkomend met: Bostezar
  sGapen
GeeuwdeGegeeuwd
GeheimhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield geheim, heeft geheimgehouden; geheimhouding)
1 (iets) niet openbaren, er niets van laten blijken of er niet over spreken.

Hield geheimGeheimgehouden
GehengenGehengdeGehengd
GehoorzamenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gehoorzaamde, heeft gehoorzaamd)
1 gewillig bevelen of aanwijzingen opvolgen
2 (van voer- en vaartuigen) goed reageren op handelingen van de bestuurder.

In Spaans overeenkomend met: Obedecer
GehoorzaamdeGehoorzaamd
GeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[geide]], heeft gegeid)
1 (scheepvaart) (zeilen) inkorten of [[gorden]] door het doorhalen van de daartoe bestemde touwen.

In Spaans overeenkomend met: Cargar, Recoger velas
  sOpgeien
GeideGegeid
GeilbekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bekte geil, heeft geilgebekt)
1 (informeel) vuilbekken.

GeilbekteGegeilbekt
GeilenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; geilde, heeft gegeild)
1 hevig verlangen naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; geilde, heeft gegeild; geilaard)
1 (informeel) een hevige prikkel tot paring hebben.

GeildeGegeild
GeilkenenGeilkendeGegeilkend
GeitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 ([[pejoratief]]) zich [[meisjesachtig]] aanstellerig en giechelig gedragen.

GeitteGegeit
GekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gekte, heeft gegekt)
1 schertsen.

GekteGegekt
GekscherenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gekscheerde, heeft gegekscheerd)
1 schertsen.

In Spaans overeenkomend met: Mofarse
Bromear, Burlarse
  sGrappen
Grappen maken
Honen
Schertsen
Spotten
GekscheerdeGegekscheerd
GelastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gelastte, heeft gelast)
1 bevelen, gebieden.

In Spaans overeenkomend met: Mandar, Ordenar
  sBevelen
Sommeren
Verordenen
Voorschrijven
GelastteGelast
GeldenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gold, heeft gegolden)
1 doorgaan voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; gold, heeft gegolden)
1 meetellen bij het spel
2 toegepast worden
3 betreffen, aangaan.

In Spaans overeenkomend met: Concernir, Incumbir
Imperar
  sAangaan
Betreffen
Heersen
Raken
GoldGegolden
GeleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; geleidde, heeft geleid; geleider, geleiding)
1 (formeel) met iemand meegaan, om eer te bewijzen of uit voorzorg
2 (natuurkunde) (energie, golven) doorlaten, doorgeven.

In Spaans overeenkomend met: Guiar, Orientar
Conducir
  sBrengen
De weg wijzen
Leiden
Rondleiden
Voeren
GeleiddeGeleid
GelenGeeldeGegeeld
GelerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; geleerde, is gegeleerd; gelering)
1 tot gelei worden.

GeleerdeGegeleerd
GelievenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 (formeel) minnenden, een minnend paar.
([[overgankelijk]] werkwoord; geliefde, heeft geliefd)
1 (formeel) als aangenaam aanvaarden.

In Spaans overeenkomend met: Servirse, Tener a bien
  sWelwillend zijn
Zo goed zijn om te
GeliefdeGeliefd
GelijkbreienBreide gelijkGelijkgebreid
GelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; geleek, heeft geleken)
1 (formeel) lijken.

In Spaans overeenkomend met: Parecerse, Semejar, Semejarse
  sAarden
Lijken
Lijken op
GeleekGeleken
GelijkknippenKnipte gelijkGelijkgeknipt
GelijkkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam gelijk, is gelijkgekomen)
1 dezelfde [[score]] bereiken als de tegenstander.

Kwam gelijkGelijkgekomen
GelijkliggenLag gelijkGelijkgelegen
GelijklopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep gelijk, heeft gelijkgelopen)
1 (van uurwerken) steeds de juiste tijd aanwijzen
2 (van wegen, vaarten enz.) dezelfde richting volgen, evenwijdig zijn
3 (van vloeren, gangen enz.) overal dezelfde hoogte hebben, horizontaal zijn.

Liep gelijkGelijkgelopen
GelijkmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte gelijk, heeft gelijkgemaakt)
1 (ook absoluut) (de stand in een wedstrijd) in evenwicht brengen
2 geheel vlak of effen maken.

In Spaans overeenkomend met: Abalanzar
Maakte gelijkGelijkgemaakt
GelijkrichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; richtte gelijk, heeft gelijkgericht; [[gelijkrichter]], gelijkrichting)
1 dezelfde richting laten krijgen
2 (natuurkunde) (wisselstroom) in gelijkstroom veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Rectificar
  sDoor herhaalde destillatie zuiveren
Richtte gelijkGelijkgericht
GelijkschakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schakelde gelijk, heeft gelijkgeschakeld; gelijkschakeling)
1 in eenzelfde elektrische stroomketen opnemen
2 doen aansluiten bij een systeem
3 (mensen) op dezelfde wijze behandelen.

Schakelde gelijkGelijkgeschakeld
GelijkspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; speelde gelijk, heeft gelijkgespeeld)
1 een gelijke eindstand bereiken in een wedstrijd.

Speelde gelijkGelijkgespeeld
GelijkstaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stond gelijk, heeft gelijkgestaan)
1 overeenkomen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond gelijk, heeft gelijkgestaan)
1 in een wedstrijd of competitie hetzelfde aantal punten hebben.

Stond gelijkGelijkgestaan
GelijkstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde gelijk, heeft gelijkgesteld; gelijkstelling)
1 van gelijke waarde achten.

Stelde gelijkGelijkgesteld
GelijkstemmenStemde gelijkGelijkgestemd
GelijktrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok gelijk, heeft gelijkgetrokken; gelijktrekking)
1 in niveau, waarde enz. gelijk maken.

Trok gelijkGelijkgetrokken
GelijkzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette gelijk, heeft gelijkgezet)
1 (een uurwerk) op de juiste tijd zetten.

Zette gelijkGelijkgezet
GelovenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; geloofde, heeft geloofd)
1 vast vertrouwen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; geloofde, heeft geloofd)
1 er vast van overtuigd zijn dat iemand of iets niet alleen in de verbeelding, maar in werkelijkheid bestaat
2 gelovig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; geloofde, heeft geloofd)
1 vertrouwen stellen in
2 (iets) op gezag van een ander als waar beschouwen
3 menen, aannemen.

In Spaans overeenkomend met: Creer
Opinar
  sAchten
Houden voor
Menen
Van mening zijn
Vinden
GeloofdeGeloofd
GelukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gelukte, is gelukt)
1 (formeel) een voorspoedige afloop hebben.

GelukteGelukt
GelukwensenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wenste geluk, heeft gelukgewenst)
1 (iemand) zijn belangstelling in en vreugde over iets dat hem te beurt gevallen is betuigen.

In Spaans overeenkomend met: Congratular, Felicitar
  sFeliciteren
Wenste gelukGelukgewenst
GenakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; genaakte, is genaakt)
1 (formeel) naderen.

GenaakteGenaakt
GeneraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; generaliseerde, heeft gegeneraliseerd; generalisering/generalisatie)
1 uit een bijzonder geval een algemene conclusie afleiden.

In Spaans overeenkomend met: Generalizar
  sVeralgemenen
GeneraliseerdeGegeneraliseerd
GenerenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; geneerde zich, heeft zich gegeneerd)
1 zich schamen, zich verlegen voelen.

GeneerdeGegeneerd
GenererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; genereerde, heeft gegenereerd)
1 voortbrengen.

GenereerdeGegenereerd
GenezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; genas, is genezen; genezer, genezing)
1 van een ziekte of aandoening herstellen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; genas, heeft genezen)
1 beter maken, doen herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Curarse
Curar
Sanar
GenasGenezen
GenietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; genoot, heeft genoten; genieter, genieting)
1 genot hebben, plezier beleven.
([[overgankelijk]] werkwoord; genoot, heeft genoten)
1 tot gebruik, voordeel hebben, krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Obtener, Recibir
Regocijarse
Deleitarse, Gozar
  sBlij zijn
Genieten van
Genot scheppen
Krijgen
Ontvangen
Toucheren
Zich verblijden
Zich verheugen
Zich verheugen in
Zich verlustigen in
GenootGenoten
GenoegenALLE betekenissen van dit woord:
(het; genoegens)
1 (geen meervoud) voldoening, bevrediging
2 plezier, aangenaam gevoel.

GenoegdeGenoegd
GenotterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (schertsend; informeel) intens genieten.

GerakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; geraakte/gerocht, heeft geraakt)
1 (formeel) raken.

In Spaans overeenkomend met: Caer
  sVervallen
GeraakteGeraakt
GereedhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield gereed, heeft gereedgehouden)
1 voor gebruik klaar houden.

Hield gereedGereedgehouden
GereedkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam gereed, is gereedgekomen)
1 voltooid worden.

Kwam gereedGereedgekomen
GereedleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde gereed, heeft gereedgelegd)
1 klaarleggen.

Legde gereedGereedgelegd
GereedliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag gereed, heeft gereedgelegen)
1 klaarliggen.

Lag gereedGereedgelegen
GereedmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte gereed, heeft gereedgemaakt)
1 klaarmaken, bereiden.

In Spaans overeenkomend met: Aderezar
  sAanmaken
Bereiden
Toebereiden
Voorbereiden
Maakte gereedGereedgemaakt
GereedstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond gereed, heeft gereedgestaan)
1 klaarstaan.

Stond gereedGereedgestaan
GereedzettenZette gereedGereedgezet
GerenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 het telkens of aanhoudend rennen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; geerde, heeft gegeerd)
1 een schuine richting hebben aan één of meer zijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; geerde, heeft gegeerd)
1 (een rok) naar beneden schuin uitlopend knippen.

GeerdeGegeerd
GerievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; geriefde, heeft geriefd)
1 (formeel) bijstaan, helpen.

GeriefdeGeriefd
GeringschattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schatte gering, heeft geringgeschat; geringschatting)
1 van weinig betekenis achten.

Schatte geringGeringgeschat
GermaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; germaniseerde, heeft gegermaniseerd; germanisatie)
1 aan de [[Duitse]] cultuur aanpassen.

GermaniseerdeGegermaniseerd
GeruststellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; stelde gerust, heeft gerustgesteld; geruststelling)
1 [[iemands]] vrees of bezorgdheid wegnemen.

In Spaans overeenkomend met: Apaciguar, Apaciguarse, Calmar, Sosegar
  sBedaren
Kalmeren
Stelde gerustGerustgesteld
GeschiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; geschiedde, is geschied)
1 (formeel) gebeuren
2 (formeel) overkomen.

In Spaans overeenkomend met: Acaecer, Acontecer, Ocurrir, Realizarse, Suceder, Tener lugar
  sAan de hand zijn
Gebeuren
Overkomen
Plaatsvinden
Voorkomen
Voorvallen
GeschieddeGeschied
Geschiedschrijven
GeselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; geselde, heeft gegeseld; geseling)
1 met een gesel slaan
2 met geweld of met woede slaan op
3 (gebreken, ondeugden) vinnig hekelen
4 hevig kwellen.

In Spaans overeenkomend met: Azotar
  sStriemen
Teisteren
GeseldeGegeseld
GespenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gespte, heeft gegespt)
1 met een of meer gespen vastmaken.

GespteGegespt
GesticulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gesticuleerde, heeft gegesticuleerd; gesticulatie)
1 gestes, gebaren maken.

In Spaans overeenkomend met: Accionar, Gesticular
  sGebaren maken
GesticuleerdeGegesticuleerd
GetroostenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; getroostte zich, heeft zich getroost)
1 (formeel) gewillig doorstaan.

GetroostteGetroost
GetuigenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; getuigde, heeft getuigd)
1 tonen, doen blijken.
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; getuigde, heeft getuigd)
1 een [[getuigenverklaring]] afleggen.

In Spaans overeenkomend met: Atestiguar, Testimoniar
GetuigdeGetuigd
GeurenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; geurde, heeft gegeurd)
1 (formeel) pronken met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; geurde, heeft gegeurd)
1 aangenaam ruiken.

In Spaans overeenkomend met: Despedir olor, Oler
  sRieken
Ruiken
GeurdeGegeurd
GevallenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; geviel, heeft gevallen)
1 (archaïsch) gebeuren.

GevielGevallen
GevangenhoudenHield gevangenGevangengehouden
GevangenmakenMaakte gevangenGevangengemaakt
GevangennemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam gevangen, heeft gevangengenomen)
1 van de vrijheid beroven.

In Spaans overeenkomend met: Entregarse
Nam gevangenGevangengenomen
GevangenzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zette gevangen, heeft gevangengezet)
1 in de gevangenis zetten.

Zette gevangenGevangengezet
GevangenzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat gevangen, heeft gevangengezeten)
1 in de gevangenis zitten.

Zat gevangenGevangengezeten
GevenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gaf, heeft gegeven)
1 houden van, gesteld zijn op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaf, heeft gegeven; gever)
1 (van zaken) vervelend, hinderlijk zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf, heeft gegeven)
1 (iets) aan iemand doen toekomen zodat het van eigenaar wisselt
2 (iets) aan iemand doen toekomen zonder dat het van eigenaar wisselt
3 toebrengen
4 van zich doen uitgaan
5 verschaffen, opleveren
6 tot stand brengen, veroorzaken
7 organiseren.

In Spaans overeenkomend met: Aplicar ((slagen)), Impartir, Propinar ((oorvijg, pak slaag, schop),(bofetada, paliza, patada))
Largar ((klap))
Dar, Rendir
  sAangeven
Opbrengen
Toebrengen
Toedienen
Toekennen
Verlenen
GafGegeven
GevoegenGevoegdeGevoegd
GevoelenALLE betekenissen van dit woord:
(het; gevoelens)
1 (formeel) oordeel, mening.
([[overgankelijk]] werkwoord; gevoelde, heeft gevoeld)
1 (archaïsch) met het zintuig van het gevoel gewaarworden
2 (archaïsch) een indruk van iets hebben.

In Spaans overeenkomend met: Sentir
  sAanvoelen
Gewaarworden
Voelen
GevoeldeGevoeld
GewaarwordenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; werd gewaar, is gewaargeworden; gewaarwording)
1 (formeel) waarnemen
2 (formeel) zich bewust worden van
3 (formeel) ervaren.

In Spaans overeenkomend met: Apercibirse, Apercibirse de
Sentir
  sAanvoelen
Gevoelen
Merken
Opmerken
Voelen
Waarnemen
Werd gewaarGewaargeworden
GewagenGewaagdeGewaagd
GewennenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gewende, is gewend; gewenning)
1 (formeel) zich thuis gaan voelen.

In Spaans overeenkomend met: Habituar, Habituarse
  sAarden
Gewend raken
Wennen
GewendeGewend
GewichtheffenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gewichtheffer)
1 zware gewichten optillen als sport.

GewinnenGewonGewonnen
GewordenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gewerd, is geworden)
1 (archaïsch) ten deel vallen, te beurt vallen.

GewerdGeworden
GidsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gidste, heeft gegidst)
1 als gids leiden, functioneren.

GidsteGegidst
GiebelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; giebelde, heeft gegiebeld)
1 giechelen.

GiebeldeGegiebeld
GiechelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; giechelde, heeft gegiecheld)
1 onderdrukt lachen.

GiecheldeGegiecheld
GiegagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[giegaagde]], heeft gegiegaagd)
1 balken als een ezel.

GiegaagdeGegiegaagd
GierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gierde, heeft gegierd)
1 zeer uitbundig lachen
2 een hoog, fluitend geluid voortbrengen door zich snel voort te bewegen
3 vloeibare mest op het land brengen
4 (van een schip) door de stroom heen en weer gaan.

In Spaans overeenkomend met: Silbar
Gritar
Abonar
  sBemesten
Joelen
Mesten
Piepen
Roepen
Schreeuwen
GierdeGegierd
GietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot, heeft gegoten)
1 (vocht) laten stromen uit een vat, een emmer enz.
2 door gieten vervaardigen
3 (in [[België]], niet algemeen) begieten, water geven.
(onpersoonlijk werkwoord; goot, heeft gegoten)
1 hevig regenen.

In Spaans overeenkomend met: Abrevar, Aguar, Regar
Moldear, Vaciar
Llover
Derramar, Verter
  sAfgieten
Begieten
Besproeien
Bevloeien
Plengen
Regenen
Schenken
Sproeien
Storten
Vergieten
Water geven
Wateren
GootGegoten
GijlenGijldeGegijld
GijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gijpte, heeft gegijpt)
1 (scheepvaart) bij het voor de wind zeilen het grootzeil overbrengen naar het andere boord.

GijpteGegijpt
GijzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gijzelde, heeft gegijzeld; gijzeling)
1 (iemand) als onderpand nemen voor het afdwingen van bepaalde eisen
2 (juridisch) (een schuldenaar) [[gevangenzetten]] totdat hij zijn schuld heeft betaald.

In Spaans overeenkomend met: Raptar
  sOntvoeren
GijzeldeGegijzeld
GillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gilde, heeft gegild)
1 (van zaken) een hoog en schel geluid laten horen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gilde, heeft gegild)
1 met hoge, luide stem roepen.

In Spaans overeenkomend met: Aullar, Chillar
  sBlèren
Brullen
Bulderen
Krijsen
Uitbrullen
GildeGegild
GinnegappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ginnegapte, heeft geginnegapt)
1 spottend, half ingehouden lachen.

GinnegapteGeginnegapt
GipsenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van gips vervaardigd.
([[overgankelijk]] werkwoord; gipste, heeft gegipst)
1 met gips bestrijken
2 (landbouw) (grond) bestrooien met gemalen gips
3 (wijnbouw) (de most) met gebrand gips zuiveren
4 (geneeskunde) (lichaamsdelen) in een [[gipsverband]] leggen.

GipsteGegipst
GirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gireerde, heeft gegireerd)
1 per [[postgiro]] betalen.

In Spaans overeenkomend met: Endosar, Girar, Traspasar un crédito
  sEndosseren
Wenden
GireerdeGegireerd
GispenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gispte, heeft gegispt; gisping)
1 (formeel) hekelen.

In Spaans overeenkomend met: Censurar, Desaprobar, Reprender, Reprobar
  sAfkeuren
Berispen
Laken
Wraken
GispteGegispt
GissenIn Spaans overeenkomend met: Adivinar
Barruntar, Conjeturar, Entrever, Presentir, Prever
Acertar, Atinar
  sRaden
Vermoeden
Verwachten
GisteGegist
GistenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gistte, heeft gegist; gisting)
1 door [[micro-organismen]] veranderd worden van chemische structuur.

In Spaans overeenkomend met: Fermentar
  sFermenteren
Werken
GistteGegist
GlacerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; glaceerde, heeft geglaceerd)
1 glanzend maken
2 (gebak) glazuren, bestrijken met glazuur
3 (vruchten) tot een gelei laten verkoken.

In Spaans overeenkomend met: Glasear
  sGlanzend maken
GlaceerdeGeglaceerd
GladdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gladde, heeft geglad)
1 gladmaken.

GladdeGeglad
GladkammenKamde gladGladgekamd
GladmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte glad, heeft gladgemaakt)
1 gelijk, effen maken
2 (stoffen, papier) glanzig, glimmend maken
3 vereffenen, aanzuiveren.

Maakte gladGladgemaakt
GladschavenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schaafde glad, heeft gladgeschaafd)
1 door schaven gladmaken.

Schaafde gladGladgeschaafd
GladscherenSchoor gladGladgeschoren
GladschurenSchuurde gladGladgeschuurd
GladslijpenSleep gladGladgeslepen
GladstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streek glad, heeft gladgestreken)
1 door strijken gladmaken.

In Spaans overeenkomend met: Planchar
Streek gladGladgestreken
GladwrijvenWreef gladGladgewreven
GlanzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glansde, heeft geglansd)
1 weerspiegelen doordat het een glad oppervlak heeft.
([[overgankelijk]] werkwoord; glansde, heeft geglansd)
1 (iets) doen glimmen, blinken.

In Spaans overeenkomend met: Brillar, Lucir
Aprestar, Lustrar
  sBlinken
Schijnen
Schitteren
GlansdeGeglansd
GlarieogenGlarieoogdeGeglarieoogd
GlariënGlariedeGeglaried
GlasblazenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; glasblazer)
1 heet, week glas tot de vereiste vorm blazen.

GlasstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; glasstraalde, heeft geglasstraald)
1 (mbt. oppervlakken van glas of bep. metalen) met zeer fijne deeltjes glas bestralen.

GlasstraaldeGeglasstraald
GlazurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; glazuurde, heeft geglazuurd)
1 met glazuur bedekken.

GlazuurdeGeglazuurd
GlibberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glibberde, heeft geglibberd)
1 herhaaldelijk uitglijden op een glad oppervlak
2 (van iets dat glibberig is) glijdend voortschuiven.

In Spaans overeenkomend met: Deslizarse, Patinar, Resbalar
  sGlijden
Glippen
Schuiven
Uitglijden
GlibberdeGeglibberd
GlijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gleed, heeft/is gegleden)
1 gemakkelijk, met zeer weinig wrijving schuiven.

In Spaans overeenkomend met: Deslizarse, Patinar, Resbalar
  sGlibberen
Glippen
Schuiven
Uitglijden
GleedGegleden
GlimlachenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glimlachte, heeft geglimlacht)
1 het gezicht tot een glimlach plooien.

In Spaans overeenkomend met: Sonreír
GlimlachteGeglimlacht
GlimmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glom, heeft geglommen)
1 glanzen, weerspiegelen doordat het een glad oppervlak heeft
2 glimlachen van genot of trots.

In Spaans overeenkomend met: Relucir
  sBlinken
Glinsteren
Schitteren
GlomGeglommen
GlinsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glinsterde, heeft geglinsterd; glinstering)
1 lichtjes schitteren.

In Spaans overeenkomend met: Parpadear ((sterren),(estrella's)), Relucir
  sBlinken
Flikkeren
Glimmen
Schitteren
GlinsterdeGeglinsterd
GlippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glipte, is geglipt)
1 wegglijden
2 zich onopgemerkt verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Deslizarse, Patinar, Resbalar
  sGlibberen
Glijden
Schuiven
Uitglijden
GlipteGeglipt
GlissenGlisteGeglist
GlobaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; globaliseerde, heeft geglobaliseerd; globalisering)
1 in het algemeen beschouwen
2 mondialiseren
3 (in [[België]], niet algemeen) samenvoegen, tot een geheel maken.

GlobaliseerdeGeglobaliseerd
GloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gloeide, heeft gegloeid; gloeiing)
1 door verhitting stralen
2 zonder vlammen, met een rode gloed branden
3 zeer heet zijn.

In Spaans overeenkomend met: Arder
  sBlaken
GloeideGegloeid
GlooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glooide, heeft geglooid)
1 in lichte mate hellen.

GlooideGeglooid
GlorenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gloorde, heeft gegloord)
1 zacht, glanzend schijnen.

GloordeGegloord
GloriërenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glorieerde, heeft geglorieerd)
1 triomferen.

GlorieerdeGeglorieerd
GlosserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[glosseerde]], heeft geglosseerd)
1 van aantekeningen voorzien.

GlosseerdeGeglosseerd
GluipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gluipte, heeft gegluipt; gluiper)
1 vals of huichelachtig kijken.

GluipteGegluipt
GlunderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glunderde, heeft geglunderd)
1 stralend, vergenoegd kijken.

GlunderdeGeglunderd
GlurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gluurde, heeft gegluurd)
1 stiekem, met nieuwsgierige, onderzoekende blik kijken.

In Spaans overeenkomend met: Acechar
  sBeloeren
Bespieden
Bespioneren
Spieden
Spioneren
Verspieden
GluurdeGegluurd
GluurogenGluuroogdeGegluuroogd
GniffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gniffelde, heeft gegniffeld)
1 onderdrukt lachen.

GniffeldeGegniffeld
GnuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gnuifde, heeft gegnuifd)
1 zich verkneukelen.

GnuifdeGegnuifd
GoedachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; achtte goed, heeft goedgeacht)
1 voor goed of nuttig oordelen.

Achtte goedGoedgeacht
GoeddoenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deed goed, heeft goedgedaan)
1 goede daden doen, liefdadig zijn
2 helpen, verlichting geven.

Deed goedGoedgedaan
GoeddunkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dunkte goed, heeft goedgedunkt)
1 nodig, nuttig, wenselijk voorkomen.

Dunkte goed, Dochtª goedGoedgedunkt, Goedgedochtª
GoedkeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keurde goed, heeft goedgekeurd; goedkeuring)
1 (iemand) geschikt bevinden
2 geen bezwaar tegen iets hebben, ermee instemmen.

In Spaans overeenkomend met: Aprobar
  sBeamen
Billijken
Toestemmen
Keurde goedGoedgekeurd
GoedleggenLegde goedGoedgelegd
GoedmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte goed, heeft goedgemaakt)
1 (bedreven kwaad) door andere daden ongedaan maken
2 (een gebrek of tekortkoming) compenseren.

In Spaans overeenkomend met: Compensar
  sCompenseren
Vergoeden
Maakte goedGoedgemaakt
GoedpratenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; praatte goed, heeft goedgepraat)
1 (iets) door redenering zo weten voor te stellen, dat men er geen verkeerdheid meer in vindt.

Praatte goedGoedgepraat
GoedsprekenSprak goedGoedgesproken
GoedvindenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vond goed, heeft goedgevonden)
1 goedkeuren, geen bezwaar tegen iets hebben.

In Spaans overeenkomend met: Acceder, Acordar, Consentir
  sHet eens zijn
Toegeven
Toestemmen
Vond goedGoedgevonden
GokkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gokte, heeft gegokt)
1 verwachtingen bouwen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; gokte, heeft gegokt; gokker)
1 een kansspel spelen om geld
2 een risico nemen dat voordeel op kan leveren.

GokteGegokt
GolfenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; golfde/golfte, heeft gegolfd/gegolft; golfer)
1 het golfspel spelen.

Golfte, GolfdeGegolft, Gegolfd
GolvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; golfde, heeft gegolfd; golving)
1 een beurtelings rijzend en dalend oppervlak vertonen
2 in een golflijn voortlopen
3 in golven stromen.

In Spaans overeenkomend met: Ondear
GolfdeGegolfd
GommenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gomde, heeft gegomd)
1 (van bomen) gom laten uitvloeien
2 gummen.
([[overgankelijk]] werkwoord; gomde, heeft gegomd)
1 (iets) met gom bestrijken
2 (weefsel) met gom glanzig maken.

GomdeGegomd
GonzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gonsde, heeft gegonsd)
1 klinken als een vliegende bij.

In Spaans overeenkomend met: Canturrear, Ronronear, Zumbar
  sBrommen
Razen
Snorren
Suizelen
Suizen
Tuiten
Zoemen
GonsdeGegonsd
GoochelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; goochelde, heeft gegoocheld)
1 op handige of bedrieglijke wijze met iets omspringen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; goochelde, heeft gegoocheld; goochelaar)
1 vlugge, voor het oog bedrieglijke toeren met de handen verrichten.
([[overgankelijk]] werkwoord; goochelde, heeft gegoocheld)
1 door toveren in de genoemde positie of toestand brengen.

GoocheldeGegoocheld
GoogelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; googelde, heeft gegoogeld)
1 zoeken op het internet, onderzoeken aan de hand van informatie via het internet.

GoogeldeGegoogeld
GooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gooide, heeft gegooid; gooier)
1 (iets) door krachtig met de arm te zwaaien vanuit de hand naar iets of iemand anders laten gaan.

In Spaans overeenkomend met: Arrojar
Tirar
Echar, Lanzar
  sKeilen
Smijten
Uitgooien
Uitsmijten
Uitspelen
Uitwerpen
Wegslingeren
Wegwerpen
Werpen
GooideGegooid
GordelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gordelde, heeft gegordeld)
1 deelnemen aan de Gordel, een jaarlijks wandel- en fietsevenement in de [[Vlaamse]] gordel rondom Brussel.

GordeldeGegordeld
GordenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[gordde]], heeft gegord; gording)
1 met een gordel vastmaken
2 met een gordel omgeven
3 (scheepvaart) reven.

GorddeGegord
GorgelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gorgelde, heeft gegorgeld)
1 een vloeistof achter in de keel in beweging houden door uit te ademen door de mond om zodoende de keel te spoelen.

In Spaans overeenkomend met: Gargarizar
  sAfspoelen
Spoelen
GorgeldeGegorgeld
GourmettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gourmette, heeft gegourmet)
1 recreatief tafelen waarbij ieder aan tafel in [[pannetjes]] zijn eigen gerechten klaarmaakt.

GourmetteGegourmet
GraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; graaide, heeft gegraaid)
1 met de handen ergens in rondtasten.
([[overgankelijk]] werkwoord; graaide, heeft gegraaid)
1 stelen
2 zich op oneerlijke of discutabele wijze verrijken bij de [[uitoefening]] van zijn functie.

GraaideGegraaid
GrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; grabbelde, heeft gegrabbeld)
1 graaien.

GrabbeldeGegrabbeld
GrabbenGrabdeGegrabd
GraderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gradeerde, heeft gegradeerd; gradering)
1 het gehalte verhogen van (metalen)
2 (zeewater) op het voor de verdamping in de [[zoutpannen]] vereiste gehalte brengen
3 (beeldende kunst) frijnen.

In Spaans overeenkomend met: Graduar
  sIn graden verdelen
GradeerdeGegradeerd
GraduerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gradueerde, heeft gegradueerd; graduatie)
1 van een schaalverdeling voorzien, in graden verdelen
2 een graad aan een hogeschool of universiteit verlenen.

GradueerdeGegradueerd
GranenGraandeGegraand
GranulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; granuleerde, heeft gegranuleerd; granulatie)
1 (geneeskunde) (van weefsel) korrelig worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; granuleerde, heeft gegranuleerd)
1 (een stof) een korrelige structuur geven
2 (een oppervlakte) ruw maken.

GranuleerdeGegranuleerd
GrapjassenGrapjasteGegrapjast
GrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grapte, heeft gegrapt)
1 op grappige wijze, als iets [[grappigs]] zeggen.

In Spaans overeenkomend met: Bromear
  sGekscheren
Grappen maken
Schertsen
GrapteGegrapt
GrasduinenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 met gras begroeide duinen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; grasduinde, heeft gegrasduind)
1 op zijn gemak, voor zijn plezier met iets bezig zijn.

GrasduindeGegrasduind
GrasmaaienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; grasmaaier)
1 gras afsnijden met de zeis of grasmaaier.

Maaide grasGrasgemaaid
GratificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gratificeerde, heeft gegratificeerd)
1 genade schenken
2 (iemand) belonen met een gratificatie.

GratificeerdeGegratificeerd
GratinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gratineerde, heeft gegratineerd)
1 (gerechten) in de oven een korstje laten krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Gratinar
  sPaneren
GratineerdeGegratineerd
GratiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[gratieerde]], heeft gegratieerd)
1 gratie verlenen aan.

GratieerdeGegratieerd
GrauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (grauwde, is gegrauwd) grijs, grauw worden
2 (grauwde, heeft gegrauwd) snauwen.

GrauwdeGegrauwd
GravenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; groef, heeft gegraven; graver)
1 (een gat) in de grond maken met de handen, een schop of ander graafwerktuig.

In Spaans overeenkomend met: Cavar
  sOmspitten
Spitten
Woelen
GroefGegraven
GraverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; graveerde, heeft gegraveerd)
1 (beeldende kunst) met een scherpe stift tekeningen inkrassen in hout, metaal of glas, om daarvan vervolgens afdrukken te maken.

In Spaans overeenkomend met: Abrir, Grabar
  sGriffen
GraveerdeGegraveerd
GraviterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; graviteerde, heeft/is gegraviteerd)
1 als gevolg van de zwaartekracht zich in een bepaalde richting voortbewegen.

GraviteerdeGegraviteerd
GrazenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; graasde, heeft gegraasd)
1 in grasland gras eten.

In Spaans overeenkomend met: Pastar, Tascar
Pacer
  sWeiden
GraasdeGegraasd
GreinenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van geiten- of kemelshaar gemaakt.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[greinde]], heeft gegreind)
1 greineren.

GreindeGegreind
GreinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[greineerde]], heeft gegreineerd)
1 (een oppervlak) zo bewerken dat het oneffen wordt.

GreineerdeGegreineerd
GrendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; grendelde, heeft gegrendeld)
1 met een grendel op slot doen.

In Spaans overeenkomend met: Correr el cerrojo
  sAfgrendelen
GrendeldeGegrendeld
GrenzenGrensdeGegrensd
GrienenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; griende, heeft gegriend; griener)
1 ([[pejoratief]]) huilen.

GriendeGegriend
GrievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; griefde, heeft gegriefd)
1 kwetsen, krenken.

In Spaans overeenkomend met: Acongojar, Afligir, Entristecer
Ofender
  sBedroeven
Beledigen
Krenken
Smarten
Verongelijken
GriefdeGegriefd
GriezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; griezelde, heeft gegriezeld)
1 huiveren van ontzetting, schrik of afkeer.

GriezeldeGegriezeld
GriffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; griffelde, heeft gegriffeld; griffeling)
1 met een metalen schrijfstift schrijven
2 (landbouw) enten.

In Spaans overeenkomend met: Insertar
GriffeldeGegriffeld
GriffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[grifte]], heeft gegrift)
1 graveren, met een stift inkrassen
2 (landbouw) enten.

In Spaans overeenkomend met: Grabar
  sGraveren
GrifteGegrift
GrijnenGrijndeGegrijnd
GrijnslachenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grijnslachte, heeft gegrijnslacht)
1 spottend, hatelijk lachen.

GrijnslachteGegrijnslacht
GrijnzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grijnsde, heeft gegrijnsd)
1 het gezicht tot een grijns vertrekken.

In Spaans overeenkomend met: Reírse maliciosamente
GrijnsdeGegrijnsd
GrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; greep, heeft gegrepen)
1 een beweging maken om iets te pakken, te raken.
([[overgankelijk]] werkwoord; greep, heeft gegrepen)
1 beetpakken om iets vast te houden, te bemachtigen of tegen te houden.

In Spaans overeenkomend met: Agazapar, Asir, Captar, Coger
Agarrar, Empuñar
  sAangrijpen
Pakken
Vastgrijpen
Vastpakken
Vatten
GreepGegrepen
GrijsrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 opzettelijk te weinig strippen afstempelen op de strippenkaart.

Reed grijsGrijsgereden
GrijswerkenWerkte grijsGrijsgewerkt
GrijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grijsde, is gegrijsd)
1 grijs worden.

GrijsdeGegrijsd
GrillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; grilde, heeft gegrild)
1 roosteren.

In Spaans overeenkomend met: Asar a la parrilla
GrildeGegrild
GrillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; grilleerde, heeft gegrilleerd)
1 roosteren.

In Spaans overeenkomend met: Asar a la parrilla
GrilleerdeGegrilleerd
GrimassenGrimasteGegrimast
GrimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; grimeerde, heeft gegrimeerd; grimeur)
1 (het gezicht van toneelspelers enz.) beschilderen en tekenen om er de voor de rol vereiste uitdrukking aan te geven.

In Spaans overeenkomend met: Maquillar
  sBlanketten
Maquilleren
Opmaken
Schminken
GrimeerdeGegrimeerd
GrimlachenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grimlachte, heeft gegrimlacht)
1 het gezicht tot een hatelijke, bittere of valse lach vertrekken.

GrimlachteGegrimlacht
GrimmenGrimdeGegrimd
GrindenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grindde, heeft gegrind)
1 grind delven, uitgraven.
([[overgankelijk]] werkwoord; grindde, heeft gegrind)
1 met grind bestrooien.

GrinddeGegrind
GrinnikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grinnikte, heeft gegrinnikt)
1 min of meer grijnzend lachen met een knorrend keelgeluid.

GrinnikteGegrinnikt
GrintenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie grinden.
([[overgankelijk]] werkwoord) zie grinden.

GrintteGegrint
GrissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; griste, heeft gegrist)
1 met snelle greep een ander afhandig maken.

GristeGegrist
GritstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[gritstraalde]], heeft gegritstraald)
1 (een gevel) reinigen met een straal van fijne harde deeltjes.

GritstraaldeGegritstraald
GroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; groeide, is gegroeid)
1 (van levende wezens en hun organen) in grootte toenemen
2 (van gewassen) opschieten, uit de aarde tevoorschijn komen
3 (van zaken) vermeerderen.

In Spaans overeenkomend met: Crecer
Darse
Encarnar ((wild vlees),(carne))
Aumentar
Prevalecer
Vegetar
  sAangroeien
Aanwassen
Aarden
Gedijen
Ontstaan
Stijgen
Tieren
Toenemen
Vegeteren
Wassen
Wortel schieten
GroeideGegroeid
GroenenIn Spaans overeenkomend met: Verdecer
GroendeGegroend
GroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; groepte, heeft gegroept)
1 een groep vormen.

GroepteGegroept
GroeperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; groepeerde, heeft gegroepeerd; groepering)
1 in een of meer groepen verenigen.

GroepeerdeGegroepeerd
GroetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; groette, heeft gegroet)
1 een heilwens tot iemand of iets richten of met een gebaar beleefdheid betonen.

In Spaans overeenkomend met: Saludar
  sBegroeten
GroetteGegroet
GroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; groefde, heeft gegroefd)
1 een groef maken in.

In Spaans overeenkomend met: Rizar
GroefdeGegroefd
GrokkenGrokteGegrokt
GrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; grolde, heeft gegrold)
1 grappen verkopen.

GroldeGegrold
GrommelenGrommeldeGegrommeld
GrommenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gromde, heeft gegromd)
1 een dof brommend geluid maken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gromde, heeft gegromd)
1 (iets) morrend zeggen, brommen.

In Spaans overeenkomend met: Rebuznar
Gruñir
  sBalken
Blaten
Brullen
Hinniken
Knorren
Loeien
Schreeuwen
GromdeGegromd
GrondenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 baseren op.
([[overgankelijk]] werkwoord; grondde, heeft gegrond)
1 (ook absoluut) grondverven
2 (beeldende kunst) de eerste laag verf op doek, op papier aanbrengen
3 de bodem peilen van
4 (archaïsch) stichten.

In Spaans overeenkomend met: Basar, Fundar
  sBaseren
GronddeGegrond
GrondvervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[grondverfde]], heeft gegrondverfd)
1 in de grondverf zetten.

GrondverfdeGegrondverfd
GrondvestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; grondvestte, heeft gegrondvest; [[grondvester]], grondvesting)
1 in het leven roepen.

In Spaans overeenkomend met: Fundar, Instituir, Motivar
  sBaseren
Funderen
Stichten
Vestigen
GrondvestteGegrondvest
GrootbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht groot, heeft grootgebracht)
1 (kinderen, jonge dieren) door voortdurende zorg doen opgroeien.

In Spaans overeenkomend met: Educar
  sDresseren
Kweken
Opleiden
Opvoeden
Bracht grootGrootgebracht
GroothoudenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; hield zich groot, heeft zich grootgehouden)
1 doen alsof men iets [[hinderlijks]] niet bespeurt of het zich niet aantrekt.

Hield grootGrootgehouden
Grootspreken
GrosserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[grosseerde]], heeft gegrosseerd)
1 (een stuk) overschrijven of in [[hanteerbare]] vorm overbrengen.

GrosseerdeGegrosseerd
GrossierenGrossierdeGegrossierd
GruizelenIn Spaans overeenkomend met: Derribarse, Derruirse, Desmoronarse, Fragmentarse
  sAfbrokkelen
GruizeldeGegruizeld
GruizenGruisdeGegruisd
GruttenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 mengsel van gebroken boekweit- en haverkorrels
2 gepelde, gebroken gerst.

GrutteGegrut
GruwelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gruwelde, heeft gegruweld)
1 gruwen.

GruweldeGegruweld
GruwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gruwde, heeft gegruwd)
1 een gevoel van afgrijzen hebben.

In Spaans overeenkomend met: Horrorizarse
  sOntzet zijn
GruwdeGegruwd
Gsm'enGsm'deGe-gsm'd
GuillocherenGuillocheerdeGeguillocheerd
GuillotinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; guillotineerde, heeft geguillotineerd)
1 onthoofden met de guillotine.

GuillotineerdeGeguillotineerd
GullenGuldeGeguld
GulpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gulpte, is gegulpt)
1 plotseling met een dikke straal tevoorschijn komen.

GulpteGegulpt
GummenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gumde, heeft gegumd)
1 vegen met gum.

GumdeGegumd
GunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gunde, heeft gegund)
1 uit goedheid schenken
2 zonder nijd of spijt zien dat een ander iets heeft of ontvangt
3 de uitvoering van een werk aan iemand toewijzen.

GundeGegund
GutsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gutste, heeft gegutst)
1 overvloedig, in stromen neervloeien of storten.
([[overgankelijk]] werkwoord; gutste, heeft gegutst)
1 met een guts uitsteken.

GutsteGegutst
GymmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gymde, heeft gegymd)
1 gymnastiek doen.

GymdeGegymd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven