Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
HaaienHaaideGehaaid
Haarklieven
HaarklovenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[haarkloofde]], heeft gehaarkloofd; haarklover)
1 muggenziften.

In Spaans overeenkomend met: Criticar, Disputar, Zaherir
  sBedillen
Het lastig maken
Vitten
HaarkloofdeGehaarkloofd
Haarknippen
Haarplukken
HaastenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; haastte zich, heeft zich gehaast)
1 proberen om dat wat men te doen heeft snel af te maken.

In Spaans overeenkomend met: Apremiar, Urgir
  sDringen
Dringend zijn
Jachten
Tot haast aanzetten
Urgent zijn
HaastteGehaast
HachelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

HacheldeGehacheld
HackenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hackte, heeft gehackt; hacker)
1 inbreken in een computer om gegevens te achterhalen of te wijzigen.

HackteGehackt
HagelenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; hagelde, heeft gehageld)
1 in hagelstenen uit de hemel neervallen.

In Spaans overeenkomend met: Granizar
HageldeGehageld
HagenHaagdeGehaagd
HakenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; haakte, heeft gehaakt)
1 smachten naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; haakte, heeft gehaakt; haker)
1 met of als met een haak vastzitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; haakte, heeft gehaakt)
1 (ook absoluut) (een bepaald soort van weefsel) met lussen vervaardigen
2 d.m.v. een haak bevestigen of ophangen
3 (iemand) over zijn uitgestoken voet laten struikelen.

In Spaans overeenkomend met: Colgar de un gancho, Enganchar
Hacer a ganchillo, Hacer crochet, Hacer ganchillo
HaakteGehaakt
HakkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hakkelde, heeft gehakkeld)
1 stotteren.

In Spaans overeenkomend met: Balbucear, Balbucir, Farfullar, Tartamudear
  sStamelen
Stotteren
HakkeldeGehakkeld
HakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hakte, heeft gehakt; hakker)
1 onbesuisd slaan of snijden
2 negatieve kritiek leveren
3 (van gabbers) dansen.
([[overgankelijk]] werkwoord; hakte, heeft gehakt)
1 (ook absoluut) door slaan met een bijl enz. in kleine stukken verdelen
2 door hakken doen ontstaan
3 met de hak bewerken
4 (voetbal) (de bal) met de achterkant van de schoen spelen.

In Spaans overeenkomend met: Picar
Cortar
  sFijnhakken
Houwen
Kappen
HakteGehakt
HakketakkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 kibbelen.

HakketakteGehakketakt
HakketerenHakketeerdeGehakketeerd
HakselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[hakselde]], heeft gehakseld)
1 (stro of andere plantenafval) tot haksel maken.

HakseldeGehakseld
HaktakkenHaktakteGehaktakt
HalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde, heeft gehaald)
1 (ook absoluut) met een beweging naar zich toe in de genoemde positie of toestand brengen
2 met inspanning verwerven
3 erin slagen te bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Buscar, Coger, Ir por
Sacar
Acertar, Dar con, Dar en
  sGaan halen
Inslaan
Raken
Teisteren
Treffen
HaaldeGehaald
HallucinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hallucineerde, heeft gehallucineerd)
1 waanvoorstellingen hebben.

In Spaans overeenkomend met: Alucinar
HallucineerdeGehallucineerd
HalsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[halsterde]], heeft gehalsterd)
1 de halster aandoen.

HalsterdeGehalsterd
HalterenHalteerdeGehalteerd
HalverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; halveerde, heeft gehalveerd; halvering)
1 in twee gelijke stukken delen
2 tot op de helft verminderen.

In Spaans overeenkomend met: Cortar en dos, Dividir en dos
HalveerdeGehalveerd
HalvezolenHalvezooldeGehalvezoold
HalzenHalsdeGehalsd
HamerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hamerde, heeft gehamerd)
1 telkens benadrukken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hamerde, heeft gehamerd)
1 krachtig kloppen.
([[overgankelijk]] werkwoord; hamerde, heeft gehamerd; hamering)
1 (ook absoluut) (iets) met een hamer slaan
2 (ook absoluut) (iemand) meermalen slaan.

In Spaans overeenkomend met: Martillear
HamerdeGehamerd
Hamergooien
HamerslingerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (in [[BelgiŽ]]) kogelslingeren.

HamsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hamsterde, heeft gehamsterd; hamsteraar)
1 bij een dreigend tekort een voorraad aanleggen van (iets).

In Spaans overeenkomend met: Acaparar
HamsterdeGehamsterd
HandballenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[handbalde]], heeft gehandbald; handballer)
1 (handbal) handbal spelen.

HandbaldeGehandbald
HandboogschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 het schieten met de [[handboog]] als sport.

HandeldrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreef handel, heeft handelgedreven)
1 koopmanszaken doen.

Dreef handelHandelgedreven
HandelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; handelde, heeft gehandeld)
1 gaan over.
([[onovergankelijk]] werkwoord; handelde, heeft gehandeld; handelaar, handeling)
1 goederen kopen en verkopen
2 een daad of daden verrichten.

In Spaans overeenkomend met: Actuar, Obrar
Comerciar, Traficar, Tratar
  sAgeren
Bezig zijn
Doen
Handel drijven
Optreden
Te werk gaan
HandeldeGehandeld
HandenHanddeGehand
Handenwringen
HandgiftenHandgiftteGehandgift
HandhavenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; handhaafde, heeft gehandhaafd; handhaver, handhaving)
1 zorgen dat iets blijft bestaan
2 niet terugnemen, staande houden.
(wederkerend werkwoord; handhaafde zich, heeft zich gehandhaafd)
1 zich staande houden.

In Spaans overeenkomend met: Atener
HandhaafdeGehandhaafd
HandicappenHandicapteGehandicapt
HandlezenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; handlezer)
1 [[waarzeggen]] uit de lijnen van de hand.

HandtekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 tekenen uit de vrije hand
2 zijn handtekening plaatsen.

HandtekendeGehandtekend
HandwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 bezig zijn met een handwerkje.

HandwerkteGehandwerkt
HandzettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; handzetter)
1 [[letterzetten]] met de hand.

HangenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hing, heeft gehangen)
1 verlangen naar.
(werkwoord; hing, heeft gehangen)
1 gehecht zijn aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing, heeft gehangen)
1 van boven ondersteund, door eigen zwaarte neerwaarts gestrekt blijven
2 van de opgerichte houding of rechte lijn afwijken
3 zonder steunsel zweven, drijven
4 tot straf opgehangen zijn
5 vastzitten
6 (informeel; sport) (van de bal) in het doel gebracht zijn
7 weinig actief, lusteloos zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; hing, heeft gehangen)
1 (iets) zo bevestigen dat het zich door zijn eigen zwaarte omlaag strekt
2 (iemand) ophangen.

In Spaans overeenkomend met: Colgar, Pender
HingGehangen
HangglidenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 deltavliegen.

HangglidedeGehangglided
HannesenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hanneste, heeft gehannest)
1 (informeel) klungelen, knoeien.

HannesteGehannest
HanterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hanteerde, heeft gehanteerd; hanteerder, hantering)
1 omgaan met
2 in de hand nemen.

In Spaans overeenkomend met: Manipular, Tratar
  sIn handen hebben
Manipuleren
Omgaan met
HanteerdeGehanteerd
HaperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; haperde, heeft gehaperd; hapering)
1 blijven steken.

HaperdeGehaperd
HappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hapte, heeft gehapt; happer)
1 ernstig reageren op een plagende opmerking.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hapte, heeft gehapt)
1 bijten, met de mond grijpen.

In Spaans overeenkomend met: Morder
  sBeitsen
Bijten
Knauwen
HapteGehapt
HarddravenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; [[harddraafde]], heeft geharddraafd)
1 (van paarden) in wedstrijdverband draven voor een sulky.

HarddraafdeGeharddraafd
HardebollenHardeboldeGehardebold
HardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hardde, is gehard; harding)
1 (van lijm, lak e.d.) hard worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; hardde, heeft gehard)
1 hard maken
2 het weerstandsvermogen vergroten van
3 uithouden, verduren.

In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin
Endurecer, Templar
  sDoorstaan
Dulden
Stalen
Temperen
Uithouden
Uitstaan
Verdragen
HarddeGehard
HardlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep hard, heeft/is hardgelopen; hardloper)
1 rennen.

In Spaans overeenkomend met: Correr
  sHollen
Rennen
Snellen
Liep hardHardgelopen
HardmakenMaakte hardHardgemaakt
HardrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hardrijder)
1 (sport) ijssport waarbij men een bepaalde afstand zo snel mogelijk probeert af te leggen.

Reed hardHardgereden
HarenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van haar gemaakt.
([[onovergankelijk]] werkwoord; haarde, heeft gehaard)
1 het haar verliezen.
([[overgankelijk]] werkwoord; haarde, heeft gehaard)
1 (landbouw) (een zeis) scherpen.

HaardeGehaard
HarkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; harkte, heeft geharkt)
1 met een hark [[bijeenbrengen]], bewerken.

In Spaans overeenkomend met: Rastrillar
  sAanharken
Opharken
Uitkammen
HarkteGeharkt
HarmoniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; harmoniseerde, heeft geharmoniseerd)
1 harmonisch, tot een goed [[samenklinkend]] of samengaand geheel maken.

In Spaans overeenkomend met: Armonizar
HarmoniseerdeGeharmoniseerd
HarmoniŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; harmonieerde, heeft geharmonieerd)
1 een ordelijk en evenwichtig geheel vormen.

HarmonieerdeGeharmonieerd
HarnassenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[harnaste]] zich, heeft zich geharnast)
1 zich wapenen, sterken.

HarnasteGeharnast
HarpenHarpteGeharpt
HarpoenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[harpoeneerde]], heeft geharpoeneerd)
1 met een harpoen treffen.

In Spaans overeenkomend met: Arponar
Arponear
HarpoeneerdeGeharpoeneerd
HarpuizenHarpuisdeGeharpuisd
HarrewarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; harrewarde, heeft geharreward)
1 krakelen, ruziŽn.

HarrewardeGeharreward
HarstenHarstteGeharst
HartenjagenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zeker kaartspel spelen waarin ten minste de harten alle voor een strafpunt gelden.

HaspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; haspelde, heeft gehaspeld; haspelaar)
1 stuntelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; haspelde, heeft gehaspeld)
1 tot een warboel maken
2 op een haspel winden.

HaspeldeGehaspeld
HassebassenHassebasteGehassebast
HatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haatte, heeft gehaat; hater)
1 langdurig en hevig verafschuwen.

In Spaans overeenkomend met: Abominar, Aborrecer, Detestar, Odiar
HaatteGehaat
HavenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; havende, heeft gehavend)
1 toetakelen, beschadigen.

In Spaans overeenkomend met: Estropear
Echar a perder
  sBederven
Beschadigen
Knoeien
Schenden
Stuk maken
Stukmaken
Toetakelen
Verknoeien
Verpesten
HavendeGehavend
HeadbangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; headbangde, heeft geheadbangd; headbanger)
1 met slingerende hoofdbewegingen luidruchtige muziek ondergaan.

HeadbangdeGeheadbangd
HeadhuntenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; headhuntte, heeft geheadhunt; headhunter, headhunting)
1 (hoger personeel) via werving en selectie aannemen.

HeadhuntteGeheadhunt
HealenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; healde, heeft geheald)
1 langs paranormale weg genezen.

HealdeGeheald
HebbenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; had, heeft gehad)
1 nut ondervinden van.
(werkwoord; had, heeft gehad)
1 moeten.
([[overgankelijk]] werkwoord; had, heeft gehad)
1 bezitten of in beheer hebben
2 ter aanduiding van een betrekking of verwantschap
3 beschikken over, als kenmerk hebben
4 ziek zijn door
5 verkeren in (bepaalde omstandigheden)
6 ondervinden, voelen
7 deelachtig zijn of worden door toebedeling of verkrijging
8 er zijn, zich voordoen
9 (van zaken) vertonen, in zich dragen
10 in de genoemde positie of toestand zijn.
(hulpwerkwoord)
1 ter omschrijving van de voltooide tijd bij transitieve en subjectieve [[intransitieve]] werkwoorden.

In Spaans overeenkomend met: Poseer, Tener
Haber
  sErop nahouden
HadGehad
HechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hechtte, heeft gehecht)
1 vast blijven zitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; hechtte, heeft gehecht)
1 (een wond) dichtnaaien
2 vastmaken, verbinden.
(wederkerend werkwoord; hechtte zich, heeft zich gehecht)
1 zich vastzetten.

In Spaans overeenkomend met: Pegar
  sLijmen
Plakken
HechtteGehecht
HeenbrengenBracht heenHeengebracht
HeengaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging heen, is heengegaan)
1 (formeel) vertrekken
2 (eufemisme) sterven.

Ging heenHeengegaan
HeenleidenLeidde heenHeengeleid
HeenlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep heen, is heengelopen)
1 weglopen.

Liep heenHeengelopen
HeenrennenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rende heen, is heengerend)
1 (formeel) hard weglopen.

Rende heenHeengerend
HeenrijdenReed heenHeengereden
HeensnellenSnelde heenHeengesneld
HeenstappenStapte heenHeengestapt
HeentrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok heen, is heengetrokken)
1 (formeel) wegtrekken.

Trok heenHeengetrokken
HeenvliedenVlood heenHeengevloden
HeenvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde heen, heeft heengevoerd)
1 (formeel) wegvoeren.

Voerde heenHeengevoerd
HeenzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond heen, heeft heengezonden)
1 (formeel) wegsturen.

Zond heenHeengezonden
HeersenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; heerste, heeft geheerst)
1 op strenge wijze regeren over.
([[onovergankelijk]] werkwoord; heerste, heeft geheerst; heerser)
1 macht uitoefenen
2 voorkomen, aangetroffen worden.

In Spaans overeenkomend met: Reinar ((gewoonte, ziekte, wind),(costumbre, enfermedad, viento))
Imperar
Gobernar, Regir, Subyugar
  sBesturen
De scepter zwaaien
Gelden
Regeren
HeersteGeheerst
HeetlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep heet, is heetgelopen)
1 (van delen van een machine) door wrijving warm worden.

Liep heetHeetgelopen
HeffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hief]], heeft geheven; heffer, heffing)
1 omhoog brengen
2 (belasting, boete enz.) vorderen.

In Spaans overeenkomend met: Alzar, Levantar
  sBeuren
Omhoogtrekken
Ophalen
Oprichten
Tillen
Verheffen
Verhogen
HiefGeheven
HeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; heide, heeft geheid; heier)
1 (palen) met een heiblok [[in-]] of vaststampen.

HeideGeheid
HeiligenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; heiligde, heeft geheiligd; heiliging)
1 wijden, heilig maken
2 van zonden reinigen
3 eren.

In Spaans overeenkomend met: Santificar
HeiligdeGeheiligd
HeisterenHeisterdeGeheisterd
HekelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hekelde, heeft gehekeld; hekeling)
1 scherp veroordelen
2 (vlas, haar enz.) over de hekel halen.

In Spaans overeenkomend met: Cardar
  sKaarden
HekeldeGehekeld
HeksenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Embrujar, Hechizar
  sToveren
HeksteGehekst
HelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; heelde, is geheeld; heler, heling)
1 gezond worden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; heelde, heeft geheeld)
1 het opzettelijk kopen, aannemen of uit winstbejag verbergen van een door misdrijf verkregen voorwerp.

In Spaans overeenkomend met: Cicatrizar ((wond),(herida)), Cicatrizarse ((wond),(herida)), Sanar
Encubrir, Receptar
  sBeter worden
Dichtgaan
HeeldeGeheeld
HellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; helde, heeft geheld; helling)
1 afwijken van de loodlijn
2 schuin aflopen
3 geleidelijk gaan, neigen.

In Spaans overeenkomend met: Acurrucarse
  sOverhellen
HeldeGeheld
HelleniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; helleniseerde, heeft gehelleniseerd)
1 de [[Griekse]] beschaving volgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; helleniseerde, heeft gehelleniseerd)
1 Helleens, [[Grieks]] maken.

HelleniseerdeGehelleniseerd
HelpenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hielp, heeft geholpen)
1 (iemand) door persoonlijke bemiddeling voorzien van.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hielp, heeft geholpen; helper)
1 zo handelen dat het ten goede komt aan (iemand)
2 (van zaken) een gunstige uitwerking hebben bij een probleem
3 (iemand) in een winkel bedienen
4 (eufemisme) (huisdieren) castreren of steriliseren.

In Spaans overeenkomend met: Asistir, Secundar, Socorrer
Auxiliar, Ayudar
Sufragar
Atender ((helpen van klanten),(atender clientes))
Prestar servicio, Servir
Aprovechar
  sAssisteren
Baten
Bedienen
Begunstigen
Bijstaan
Dienen
Meehelpen
Ter zijde staan
Van dienst zijn
Van nut zijn
Verzorgen
HielpGeholpen
HemelenHemeldeGehemeld
HemmenHemdeGehemd
HengelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hengelde, heeft gehengeld)
1 slinkse pogingen doen om iets te krijgen of te weten te komen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hengelde, heeft gehengeld)
1 met de hengel vissen.

HengeldeGehengeld
HengstenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hengstte, heeft gehengst)
1 hard slaan
2 (informeel) hard studeren
3 (van merries) hengstig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; hengstte, heeft gehengst)
1 (van paarden) dekken.

In Spaans overeenkomend met: Golpear
  sBonken
Bonzen
HengstteGehengst
HeractiverenHeractiveerdeGeheractiveerd
HerademenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; herademde, heeft herademd; herademing)
1 opgelucht zijn.

HerademdeHerademd
HerbebossenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herbeboste, heeft herbebost; herbebossing)
1 opnieuw met houtgewas beplanten.

In Spaans overeenkomend met: Repoblar
  sWeer beplanten
Weer bevolken
HerbebosteHerbebost
HerbeginnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; herbegon, is herbegonnen)
1 opnieuw beginnen met, te.

In Spaans overeenkomend met: Recomenzar
HerbegonHerbegonnen
HerbegravenHerbegroefHerbegraven
HerbeleggenHerbelegdeHerbelegd
HerbelevenHerbeleefdeHerbeleefd
HerbenoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herbenoemde, heeft herbenoemd; herbenoeming)
1 opnieuw, voor een volgende ambtstermijn benoemen.

HerbenoemdeHerbenoemd
HerbergenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herbergde, heeft geherbergd; herberging)
1 huisvesten
2 bevatten.

In Spaans overeenkomend met: Cobijar
Almacenar
Albergar
  sBergen
Huisvesten
HerbergdeGeherbergd
HerbevestigenHerbevestigdeHerbevestigd
HerbewapenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; herbewapende, heeft herbewapend; herbewapening)
1 opnieuw wapens aanschaffen.
([[overgankelijk]] werkwoord; herbewapende, heeft herbewapend)
1 opnieuw wapens geven.

HerbewapendeHerbewapend
Herbezien
HerbezinnenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; herbezon zich, heeft zich herbezonnen)
1 zich opnieuw beraden.

HerbindenHerbondHerbonden
HerbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herbouwde, heeft herbouwd)
1 opnieuw bouwen.

HerbouwdeHerbouwd
HerdefiniŽrenIn Spaans overeenkomend met: Redefinir
HerdefinieerdeGeherdefinieerd
HerdenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; herdacht, heeft herdacht; herdenker, herdenking)
1 de herinnering vieren, met [[name]] als nagedachtenis
2 in herinnering brengen.

In Spaans overeenkomend met: Conmemorar
Recordar, Rememorar
Acordarse
  sTerugdenken
Zich herinneren
HerdachtHerdacht
HerdoenHerdeedHerdaan
HerdopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herdoopte, heeft herdoopt)
1 een andere naam geven
2 opnieuw dopen.

HerdoopteHerdoopt
HerdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herdrukte]], heeft herdrukt)
1 opnieuw drukken.

HerdrukteHerdrukt
HerenenHereendeHereend
HerenigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herenigde, heeft herenigd; hereniging)
1 weer bijeenbrengen
2 verzoenen.

HerenigdeHerenigd
HerexaminerenHerexamineerdeGeherexamineerd
HerfinancierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herfinancierde]], heeft geherfinancierd)
1 opnieuw financieren.

HerfinancierdeGeherfinancierd
HerformulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herformuleerde]], heeft geherformuleerd; herformulering)
1 opnieuw, anders formuleren.

In Spaans overeenkomend met: Reformular
HerformuleerdeGeherformuleerd
HergebruikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hergebruikte, heeft hergebruikt; [[hergebruiker]], hergebruik)
1 opnieuw gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Reciclar
HergebruikteHergebruikt
HergevenIn Spaans overeenkomend met: Devolver
  sReproduceren
Teruggeven
Vergelden
Weergeven
HergafHergeven
HergroeperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hergroepeerde, heeft gehergroepeerd)
1 opnieuw ordenen, met [[name]] van militairen na een strijd.

HergroepeerdeGehergroepeerd
HerhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herhaalde, heeft herhaald; herhaler, herhaling)
1 nog eens hetzelfde doen
2 opnieuw zeggen.
(wederkerend werkwoord; herhaalde zich, heeft zich herhaald)
1 nogmaals gebeuren
2 (van kunstenaars, sprekers e.d.) steeds dezelfde motieven, technieken, argumenten aanwenden.

In Spaans overeenkomend met: Instar ((van een verzoek),(la sķplica o peticiůn)), Reiterar, Repetir
  sNazeggen
HerhaaldeHerhaald
HerhuisvestenHerhuisvestteGeherhuisvest
HerijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herijkte, heeft herijkt; herijking)
1 (maten en gewichten) opnieuw ijken
2 herwaarderen.

HerijkteHerijkt
HerindelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herindeelde]], heeft geherindeeld; herindeling)
1 opnieuw, anders indelen.

HerindeeldeHeringedeeld
HerinnerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; herinnerde, heeft herinnerd)
1 (iemand) doen [[terugdenken]] aan
2 de aandacht van iemand vestigen op.
(wederkerend werkwoord; herinnerde zich, heeft zich herinnerd)
1 (iets) uit het geheugen oproepen.

In Spaans overeenkomend met: Recordar
  sOnthouden
HerinnerdeHerinnerd
HerinrichtenHerinrichtteHeringericht
HerintegrerenHerintegreerdeGeherintegreerd
HerinterpreterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herinterpreteerde]], heeft geherinterpreteerd; herinterpretatie)
1 opnieuw, anders interpreteren.

In Spaans overeenkomend met: Reinterpretar
HerinterpreteerdeGeherinterpreteerd
HerintredenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; [[herintreder]], herintreding)
1 terugkeren op de arbeidsmarkt.

In Spaans overeenkomend met: Reentrar
HerintradHeringetreden
HerintroducerenHerintroduceerdeGeherintroduceerd
HerinvesterenHerinvesteerdeGeherinvesteerd
HerinvoerenHeringevoerd
HerkansenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; herkanste, heeft herkanst; herkansing)
1 (iets) overdoen.

HerkansteHerkanst
HerkapitaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; herkapitaliseerde, heeft geherkapitaliseerd)
1 [[herkapitalisatie]] toepassen.

HerkapitaliseerdeGeherkapitaliseerd
HerkauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; herkauwde, heeft herkauwd; herkauwer, herkauwing)
1 (van [[plantenetende]] dieren) het gedeeltelijk verteerde voedsel opnieuw kauwen
2 telkens weer over hetzelfde spreken of denken, tot [[vervelens]] toe herhalen.

In Spaans overeenkomend met: Rumiar
HerkauwdeHerkauwd
HerkennenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; herkende, heeft herkend)
1 instemmen met.
([[overgankelijk]] werkwoord; herkende, heeft herkend; herkenning)
1 zich herinneren doordat men (iemand of iets) weer ziet of hoort.

In Spaans overeenkomend met: Reconocer
  sErkennen
Onderkennen
HerkendeHerkend
HerkeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herkeurde, heeft herkeurd; herkeuring)
1 opnieuw keuren.

HerkeurdeHerkeurd
HerkiezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herkoos, heeft herkozen; herkiezing)
1 opnieuw kiezen.

In Spaans overeenkomend met: Reelegir
HerkoosHerkozen
HerkrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herkreeg]], heeft herkregen; herkrijging)
1 terugkrijgen.

HerkreegHerkregen
HerladenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herlaadde, heeft herladen)
1 opnieuw laden.

HerlaaddeHerladen
HerleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herleidde, heeft herleid; herleiding)
1 vereenvoudigen tot de basis
2 in een andere eenheid uitdrukken
3 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) verminderen, reduceren.

In Spaans overeenkomend met: Reducir
  sInkrimpen
Reduceren
Vereenvoudigen
Zetten
HerleiddeHerleid
HerlevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; herleefde, is herleefd; herleving)
1 opleven, weer tot bloei, actueel, levendig worden na een inzinking.

In Spaans overeenkomend met: Resurgir
Reponerse
  sHerrijzen
Opleven
Wederopstaan
HerleefdeHerleefd
HerlezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herlas, heeft herlezen; herlezing)
1 opnieuw lezen.

In Spaans overeenkomend met: Releer
  sOverlezen
HerlasHerlezen
HermuntenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hermuntte, heeft hermunt; hermunting)
1 opnieuw munten
2 de waarde opnieuw bepalen van.

HermuntteHermunt
HernemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hernam, heeft hernomen; herneming)
1 het spreken voortzetten
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) opnieuw beginnen, hervat worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; hernam, heeft hernomen)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) hervatten, na een onderbreking weer verder gaan met.

In Spaans overeenkomend met: Recuperar, Reponer
  sHerroepen
Terughalen
Terugkrijgen
Terugnemen
HernamHernomen
HernieuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hernieuwde, heeft hernieuwd)
1 (iets [[abstracts]]) vernieuwen.

HernieuwdeHernieuwd
HernoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hernoemde, heeft hernoemd)
1 een andere naam geven.

HernoemdeHernoemd
HeronderhandelenHeronderhandeldeHeronderhandeld
HerontdekkenHerontdekteHerontdekt
HerontginnenHerontgonHerontgonnen
HerontwerpenIn Spaans overeenkomend met: Replantear
HerontwierpHerontworpen
HeropbouwenHeropbouwdeHeropgebouwd
HeropenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; heropende, heeft heropend; heropening)
1 wederom openen, opnieuw openstellen.

In Spaans overeenkomend met: Reabrir
HeropendeHeropend
HeropererenHeropereerdeGeheropereerd
HeroprichtenHeroprichtteHeropgericht
HeropvoedenHeropvoeddeHeropgevoed
HerordenenIn Spaans overeenkomend met: Reajustar
HerordendeHerordend
HeroriŽnterenIn Spaans overeenkomend met: Reorientar
HeroriŽnteerdeGeheroriŽnteerd
HeroverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; heroverde, heeft heroverd; heroveraar, herovering)
1 na verlies terugwinnen.

In Spaans overeenkomend met: Reconquistar
HeroverdeHeroverd
HeroverwegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; heroverwoog, heeft heroverwogen; heroverweging)
1 opnieuw overwegen.

In Spaans overeenkomend met: Reconsiderar
HeroverwoogHeroverwogen
HerpakkenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; herpakte zich, heeft zich herpakt)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) zich herstellen, er weer bovenop komen.

HerpakteHerpakt
HerplaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herplaatste, heeft herplaatst; herplaatsing)
1 nog eens plaatsen.

HerplaatsteHerplaatst
HerrekenenHerrekendeHerrekend
HerrijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; herrees, is herrezen)
1 wederom oprijzen.

In Spaans overeenkomend met: Realzarse, Resurgir
Reponerse, Resucitar
  sHerleven
Opleven
Wederopstaan
HerreesHerrezen
HerroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herriep, heeft herroepen; herroeping)
1 terugnemen, intrekken.

In Spaans overeenkomend met: Recuperar
Retractar, Retractarse
Retratar
  sHernemen
Intrekken
Terughalen
Terugkomen
Terugkrijgen
Terugnemen
HerriepHerroepen
HerschattenHerschatteHerschat
HerscheppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herschiep]], heeft herschapen; herschepper, herschepping)
1 een nieuwe gedaante of vorm geven.

In Spaans overeenkomend met: Transformar, Transformarse
  sVeranderen
Vermaken
Vervormen
HerschiepHerschapen
HerschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herschikte]], heeft herschikt; herschikking)
1 opnieuw, anders schikken.

HerschikteHerschikt
HerscholenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herschoolde]], heeft herschoold; herscholing)
1 opnieuw scholen.

HerschooldeHerschoold
HerschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herschreef, heeft herschreven; herschrijving)
1 opnieuw, anders schrijven.

In Spaans overeenkomend met: Reescribir
HerschreefHerschreven
HersenspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hersenspoelde, heeft gehersenspoeld; hersenspoeling)
1 iemand door psychische druk en lichamelijk geweld willoos maken en indoctrineren.

HersenspoeldeGehersenspoeld
HersmedenHersmeeddeHersmeed
HerspellenHerspeldeHerspeld
HerstartenHerstartteHerstart
HerstellenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; herstelde, heeft hersteld)
1 weer op zijn vorige plaats, in de vorige toestand plaatsen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; herstelde, is hersteld; hersteller, herstelling)
1 weer verbeteren tot in de oude, gezonde staat, beter worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; herstelde, heeft hersteld)
1 weer in goede of bruikbare staat brengen
2 (de oorspronkelijke toestand) laten terugkeren
3 (een gebrek, [[ongerechtigheid]]) verhelpen, opheffen.
(wederkerend werkwoord; herstelde zich, heeft zich hersteld)
1 weer in de vorige toestand terugkeren
2 zijn zelfbeheersing terugkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Reponer
Convalecer, Recuperarse, Remontar ((schoeisel),(calzada)), Restablecer
Aderezar, Arreglar, Enmendar, Rehacer, Reparar, Restaurar
  sMaken
Repareren
Verhelpen
Verstellen
HersteldeHersteld
HerstemmenHerstemdeHerstemd
HerstructurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herstructureerde]], heeft geherstructureerd; herstructurering)
1 een andere structuur geven.

HerstructureerdeGeherstructureerd
HertalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hertaalde]], heeft hertaald)
1 omzetten naar [[eenvoudiger]] taal.

HertaaldeHertaald
HertellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hertelde, heeft herteld)
1 opnieuw tellen.

In Spaans overeenkomend met: Recontar
HerteldeHerteld
HertrouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hertrouwde, is hertrouwd)
1 opnieuw trouwen.

HertrouwdeHertrouwd
HeruitbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht [[heruit]], heeft heruitgebracht)
1 opnieuw uitgeven.

Heruitgebracht
HeruitgevenHeruitgegeven
HeruitzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond [[heruit]], heeft heruitgezonden)
1 (radio, tv) opnieuw uitzenden door radio of tv
2 (radio, tv) een signaal van een zendstation opvangen en versterkt weer doorzenden.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
Retransmitir
  sRetourneren
Terugbezorgen
Terugbrengen
Terugsturen
Terugwijzen
Heruitgezonden
HervallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; herviel, is hervallen)
1 (in [[BelgiŽ]]) terugvallen, in een vroegere toestand komen.

HervielHervallen
HervattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hervatte, heeft hervat)
1 na een onderbreking weer verder gaan met.

In Spaans overeenkomend met: Reanudar, Reemprender, Retomar
  sWeer opnemen
HervatteHervat
HerverdelenHerverdeeldeHerverdeeld
HerverkavelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; herverkavelde, heeft herverkaveld; herverkaveling)
1 ([[grondbezit]]) opnieuw, anders verkavelen.

HerverkaveldeHerverkaveld
HerverzekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herverzekerde, heeft herverzekerd; herverzekering)
1 (van assurantiemaatschappijen) een verzekerd bedrag weer bij andere maatschappijen verzekeren, om het risico minder groot te maken.

HerverzekerdeHerverzekerd
HervindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hervond, heeft hervonden)
1 terugvinden.
(wederkerend werkwoord; hervond zich, heeft zich hervonden)
1 zijn zelfbeheersing terugkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Reencontrar
  sHerwinnen
HervondHervonden
HervormenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hervormde, heeft hervormd; hervormer, hervorming)
1 (een beleid, een organisatie) grondig veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Reformar, Remodelar
  sReformeren
HervormdeHervormd
HerwaarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[herwaardeerde]], heeft geherwaardeerd; herwaardering)
1 opnieuw de waarde bepalen van.

HerwaardeerdeGeherwaardeerd, Herwaardeerd
HerwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herwerkte, heeft herwerkt)
1 (in [[BelgiŽ]]) herzien.

HerwerkteHerwerkt
HerwinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herwon, heeft herwonnen)
1 opnieuw verkrijgen
2 via een recyclingsproces verkrijgen.
(wederkerend werkwoord; herwon zich, heeft zich herwonnen)
1 zich herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Recobrar, Reencontrar
  sHervinden
HerwonHerwonnen
HerzeggenHerzegde, HerzeiHerzegd
HerzienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; herzag, heeft herzien; herziening)
1 verbeteren na zorgvuldige [[controle]] of overweging.

In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar
  sInspecteren
Nakijken
Nazien
Reviseren
HerzagHerzien
HetenIn de betekenis van: Heet maken

In Spaans overeenkomend met:
  sBenoemen
Genoemd worden
Noemen
Uitmaken voor
HeetteGeheet
HetenIn de betekenis van:
1. de naam dragen, genoemd worden
2. gekwalificeerd worden als, doorgaan voor

In Spaans overeenkomend met: Llamar, Nombrar
Llamarse
  sBenoemen
Genoemd worden
Noemen
Uitmaken voor
HeetteGeheten
HeugenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; heugde, heeft geheugd)
1 in [[iemands]] geheugen zijn.

HeugdeGeheugd
HeulenHeuldeGeheuld
HeupwiegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; heupwiegde, heeft geheupwiegd; heupwieging)
1 heen en weer bewegen met de heupen.

HeupwiegdeGeheupwiegd
HevelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hevelde, heeft geheveld; heveling)
1 (een vloeistof) d.m.v. een hevel opvoeren, [[af-]] of overtappen.

HeveldeGeheveld
HielenHieldeGehield
HieuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hieuwde]], heeft gehieuwd)
1 met een windas ophijsen.

HieuwdeGehieuwd
HijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hijgde, heeft gehijgd; hijger)
1 kort en hoorbaar of moeilijk ademhalen.

In Spaans overeenkomend met: Acezar, Anhelar, Jadear
  sZwoegen
HijgdeGehijgd
HijsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hees, heeft gehesen; hijser)
1 optillen aan een kabel of touw
2 met moeite iets in de genoemde positie brengen
3 veel drinken.

In Spaans overeenkomend met: Izar, Largar ((vlag, zeilen))
Enarbolar ((vlag),(bandera))
Jalar
  sOphalen
Ophijsen
Planten
Uitsteken
Verhalen
Voorttrekken
HeesGehesen
HikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hikte, heeft gehikt)
1 een of meermalen een hik geven.

HikteGehikt
HinderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hinderde, heeft gehinderd; hindering)
1 hinder veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Contrariar
Dificultar, Encocorar, Estorbar, Fastidiar, Incomodar, Marear, Molestar, Perturbar
  sBelemmeren
Dwarsbomen
Lastig vallen
Storen
Tegenwerken
Verstoren
Vervelen
HinderdeGehinderd
Hineininterpretieren
Hink-stap-springen
HinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hinkelde, heeft/is gehinkeld; hinkelaar)
1 op ťťn been voortspringen, vooral als kinderspel.

HinkeldeGehinkeld
HinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hinkte, heeft/is gehinkt)
1 mank lopen
2 hinkelen.

In Spaans overeenkomend met: Cojear, Renquear
  sKreupel lopen
Mank lopen
Slecht functioneren
Trekken
HinkteGehinkt
HinkepinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hinkepinkte, heeft/is gehinkepinkt)
1 ([[pejoratief]]) hinken, mank gaan.

HinkepinkteGehinkepinkt
HinnikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hinnikte, heeft gehinnikt)
1 het voor paarden kenmerkende geluid laten horen
2 grof lachen.

In Spaans overeenkomend met: Rebuznar
Relinchar
  sBalken
Blaten
Brullen
Grommen
Loeien
Schreeuwen
HinnikteGehinnikt
HintenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hintte, heeft gehint)
1 een hint geven.

HintteGehint
HippelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[hippelde]], heeft/is gehippeld)
1 zich met kleine [[sprongetjes]] voortbewegen.

HippeldeGehippeld
HippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hipte, heeft gehipt)
1 springend voortgaan.

HipteGehipt
HistoriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; historiseerde, heeft gehistoriseerd)
1 tot iets historisch maken.

HistoriseerdeGehistoriseerd
HitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hitste, heeft gehitst)
1 in woord en geschrift aanzetten tot iets laakbaars.

HitsteGehitst
HobbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hobbelde, heeft/is gehobbeld)
1 schuddend voortgaan.

In Spaans overeenkomend met: Balancear
  sBalanceren
Schommelen
Wiegelen
Wiegen
Wippen
HobbeldeGehobbeld
HobbyenHobbydeGehobbyd
HockeyenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hockeyde, heeft gehockeyd; hockeyer)
1 hockey spelen.

HockeydeGehockeyd
HoedenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hoedde, heeft gehoed)
1 oppassen, uitkijken voor.
([[overgankelijk]] werkwoord; hoedde, heeft gehoed; hoeder)
1 beschermen, bewaken
2 (vee) bewaken, terwijl het weidt.

In Spaans overeenkomend met: Custodiar, Guardar
  sBewaken
Bewaren
De wacht hebben
Waken over
HoeddeGehoed
HoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hoekte, heeft gehoekt)
1 bij boksen, een hoekstoot toedienen aan.

HoekteGehoekt
HoelahoepenHoelahoepteGehoelahoept
HoepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoepelde, heeft gehoepeld)
1 met de hoepel spelen.

HoepeldeGehoepeld
HoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoerde, heeft gehoerd)
1 hoereren.

HoerdeGehoerd
HoererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoereerde, heeft gehoereerd; hoereerder)
1 een ontuchtig leven leiden.

HoereerdeGehoereerd
HoestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoestte, heeft gehoest)
1 plotseling met een schurend geluid uitademen.

In Spaans overeenkomend met: Toser
HoestteGehoest
HoetelenHoeteldeGehoeteld
HoevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoefde, heeft gehoefd)
1 (van zaken) nodig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; hoefde, heeft gehoefd)
1 moeten, behoren te doen.

In Spaans overeenkomend met: Necesitar
  sBehoeven
Toe zijn aan
HoefdeGehoefd, Gehoeven
HogenHoogdeGehoogd
HogeschoolrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 [[paardendressuur]] beoefenen.

HokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hokte, heeft gehokt)
1 ([[pejoratief]]) ongehuwd samenwonen.

HokteGehokt
HolenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; holede, heeft geholed)
1 (golf) (mbt. de putt) maken, scoren.

HooldeGehoold
HollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; holde, heeft/is gehold)
1 (van paarden) doorrennen, niet meer naar de teugel luisteren
2 hard lopen.

In Spaans overeenkomend met: Correr
  sHardlopen
Rennen
Snellen
HoldeGehold
HomogeniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; homogeniseerde, heeft gehomogeniseerd; homogenisator)
1 homogeen maken.

In Spaans overeenkomend met: Homogenizar
HomogeniseerdeGehomogeniseerd
HomologerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[homologeerde]], heeft gehomologeerd; homologatie)
1 bekrachtigen, goedkeuren.

HomologeerdeGehomologeerd
HompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hompelde, heeft/is gehompeld)
1 mank of kreupel lopen.

HompeldeGehompeld
HonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hoonde, heeft gehoond)
1 met verachting bespotten.

In Spaans overeenkomend met: Burlarse, Mofarse
  sGekscheren
Spotten
Uitlachen
HoondeGehoond
HongerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hongerde, heeft gehongerd)
1 sterk verlangen naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hongerde, heeft gehongerd)
1 honger lijden.

HongerdeGehongerd
HongerlijdenLeed hongerHongergeleden
HongerstakenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 in hongerstaking zijn.

HonkballenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[honkbalde]], heeft gehonkbald; honkballer)
1 honkbal spelen.

HonkbaldeGehonkbald
HonkenHonkteGehonkt
HonorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; honoreerde, heeft gehonoreerd; honorering)
1 belonen voor arbeid
2 als geldig erkennen.

In Spaans overeenkomend met: Reconocer
HonoreerdeGehonoreerd
HoofdrekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 rekenen zonder de getallen op te schrijven.

HoofdschuddenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 schudden met het hoofd, ten teken van afkeuring of weigering.

HoogachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; achtte hoog, heeft hooggeacht; hoogachting)
1 hoge achting hebben voor.

In Spaans overeenkomend met: Apreciar, Estimar
Acatar
  sAchten
Achting hebben voor
Achting toedragen
Eerbiedigen
Ontzien
Vereren
Achtte hoogHooggeacht
HooghoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield hoog, heeft hooggehouden)
1 in ere houden.

Hield hoogHooggehouden
HoogschattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schatte hoog, heeft hooggeschat; hoogschatting)
1 hoogachten.

Schatte hoogHooggeschat
HoogspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoogspringer)
1 over een lat op zekere hoogte springen, als sport.

HooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hooide, heeft gehooid; hooier)
1 hooi winnen van (een stuk land).

HooideGehooid
HopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hoopte, heeft gehoopt)
1 verlangen naar (iets dat moet gebeuren).
([[overgankelijk]] werkwoord; hoopte, heeft gehoopt)
1 (ook absoluut) gunstige verwachtingen koesteren t.o.v. iets dat men wenst
2 opstapelen.

In Spaans overeenkomend met: Esperar, Tener esperanza
HoopteGehoopt
HoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hopte, heeft gehopt)
1 tijdens meditatie springen en zweven
2 voortdurend naar elders gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; hopte, heeft gehopt)
1 hop toevoegen bij.

HopteGehopt
HopsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hopste, heeft/is gehopst)
1 zich op logge wijze springend voortbewegen.

HopsteGehopst
HordelopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hordeloper)
1 loopnummer in de atletiek, waarbij men horden moet passeren.

HordenHorddeGehord
HorenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoorde, heeft gehoord)
1 ergens zijn plaats hebben
2 moeten volgens bepaalde normen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hoorde, heeft gehoord)
1 met het gehoor waarnemen
2 uit het gehoorde opmaken
3 luisteren naar.

In Spaans overeenkomend met: OŪr
Ser conforme, Ser conveniente, Ser decoroso
Deber, Tener que
  sBehoren
Behoren te
Betamen
Dienen
Moeten
Passen
Vernemen
Verplicht zijn om te
Verstaan
Voegen
HoordeGehoord
HortenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hortte, heeft gehort)
1 haperen.

HortteGehort
HospitaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hospitaliseerde, is gehospitaliseerd; hospitalisatie/hospitalisering)
1 zo gewend raken aan de verzorging in een ziekenhuis of inrichting dat men zich daarbuiten moeilijk kan handhaven.
([[overgankelijk]] werkwoord; hospitaliseerde, heeft gehospitaliseerd; hospitalisatie)
1 (iemand) in een ziekenhuis opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Hospitalizar
HospitaliseerdeGehospitaliseerd
HospiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hospiteerde, heeft gehospiteerd)
1 als aanstaand leraar lessen op een middelbare school bijwonen en zelf geven, om praktijkervaring op te doen.

HospiteerdeGehospiteerd
HossebossenHossebosteGehossebost
HosselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hosselde, heeft gehosseld)
1 (informeel) scharrelen om aan eten of geld te komen.

HosseldeGehosseld
HossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoste, heeft/is gehost)
1 in een rij springend en dansend voortgaan.

HosteGehost
HostenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hostte, heeft gehost)
1 (een website e.d.) via een netwerk [[oproepbaar]] maken.

HostteGehost
HotsenHotsteGehotst
HottenHotteGehot
HoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hield, heeft gehouden)
1 achten.
(werkwoord; hield, heeft gehouden)
1 liefde, genegenheid voelen voor
2 gesteld zijn op, lusten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hield, heeft gehouden; houder)
1 vast blijven, in of op elkaar blijven zitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; hield, heeft gehouden)
1 niet afstaan, blijven bezitten
2 vasthouden, niet loslaten
3 beletten door te gaan
4 tot zijn gebruik of genoegen in huis hebben
5 in de genoemde positie of toestand laten blijven
6 onderhouden, in acht nemen
7 (een evenement) laten plaatsvinden
8 beheren.
(wederkerend werkwoord; hield zich, heeft zich gehouden)
1 de schijn aannemen van wat genoemd wordt.

In Spaans overeenkomend met: Mantener
Contener
Tener
  sBevatten
Bijhouden
Inhouden
Vasthouden
Vervatten
HieldGehouden
HousenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[housete]], heeft gehouset)
1 dansen op housemuziek.

Housede, HouseteGehoused, Gehouset
Houtbewerken
HouthakkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 bomen omhakken of fijnhakken.

Hakte houtHoutgehakt
Houtsnijden
Houtvlotten
HouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hieuw]], heeft gehouwen)
1 (ook absoluut) met een groot, zwaar en scherp voorwerp slaan
2 door hakken vormen.

In Spaans overeenkomend met: Batir, Golpear, Pegar
Cortar
  sHakken
Kappen
Klappen
Kloppen
Meppen
Slaan
HieuwGehouwen
HovenHoofdeGehoofd
HovenierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hovenierde, heeft gehovenierd)
1 de tuinbouw beoefenen
2 in de tuin werken.

HovenierdeGehovenierd
HozenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; hoosde, heeft gehoosd)
1 gieten, stortregenen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; hoosde, heeft gehoosd)
1 (water) uit een vaartuig scheppen en het overboord gooien.

In Spaans overeenkomend met: Extraer, Sacar
  sOntlenen
Putten
Scheppen
HoosdeGehoosd
HuichelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; huichelde, heeft gehuicheld; huichelaar)
1 de valse indruk trachten te wekken van.

HuicheldeGehuicheld
HuidvettenHuidvetteGehuidvet
HuilebalkenHuilebalkteGehuilebalkt
HuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; huilde, heeft gehuild; huiler)
1 (van mensen) tranen laten stromen als uiting van emoties
2 hoge, langgerekte, klagende geluiden voortbrengen.

In Spaans overeenkomend met: GaŮir
Aullar
Llorar
Ulular
  sKrijten
Roepen
Schreien
Wenen
HuildeGehuild
HuishoudenALLE betekenissen van dit woord:
(het; huishoudens)
1 geheel van zaken betreffende de dagelijkse zorg voor een woning en haar bewoners
2 persoon of groep personen die een huishouding voert.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hield huis, heeft huisgehouden)
1 de huishouding doen
2 tekeergaan.

In Spaans overeenkomend met: Cuidar la casa, Llevar la casa
  sBeheren
Besturen
Hield huisHuisgehouden
HuisvestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; huisvestte, heeft gehuisvest; huisvesting)
1 onderkomen verschaffen aan.

In Spaans overeenkomend met: Alojar, Cobijar
  sHerbergen
HuisvestteGehuisvest
HuivenHuifdeGehuifd
HuiverenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; huiverde, heeft gehuiverd)
1 [[terugschrikken]] voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; huiverde, heeft gehuiverd)
1 bibberen van kou, schrik of afkeer.

In Spaans overeenkomend met: Temblequear, Tiritar
Estremecerse, Temblar
  sBeven
Beven van de kou
Bibberen
Rillen
Trillen
HuiverdeGehuiverd
HuizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; huisde, heeft gehuisd)
1 wonen
2 (van onstoffelijke zaken) aanwezig zijn.

In Spaans overeenkomend met: Habitar
  sGevestigd zijn
Resideren
Wonen
HuisdeGehuisd
HukkenHukteGehukt
HuldigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; huldigde, heeft gehuldigd; huldiging)
1 eer bewijzen
2 erkennen als juist.

In Spaans overeenkomend met: Honrar
  sEren
Vereren
HuldigdeGehuldigd
HullenIn Spaans overeenkomend met: Enrollar
  sInwikkelen
Omhullen
Toestoppen
Woelen
HuldeGehuld
HulpverlenenVerleende hulpHulpverleend
HumaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; humaniseerde, heeft gehumaniseerd; humanisering)
1 tot een zedelijk of beschaafd mens maken
2 humaan maken.

HumaniseerdeGehumaniseerd
HummenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; humde, heeft gehumd)
1 hum of [[hm]] zeggen.

HumdeGehumd
HunkerenIn Spaans overeenkomend met: Desear
Anhelar, AŮorar, Suspirar
  sHaken naar
Reikhalzen
Smachten
Smachten naar
Snakken naar
Verlangen
Zuchten
Zuchten naar
HunkerdeGehunkerd
HuppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; huppelde, heeft/is gehuppeld)
1 zich onregelmatig dansend voortbewegen.

HuppeldeGehuppeld
HuppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hupte, heeft/is gehupt)
1 met beide benen tegelijk springen.

HupteGehupt
HupsenHupsteGehupst
HurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; huurde, heeft gehuurd; huurder)
1 (iets) tegen betaling tijdelijk in gebruik nemen
2 (iemand) tijdelijk in dienst nemen.

In Spaans overeenkomend met: Arrendar
Tomar a sueldo
Alquilar, Tomar en alquiler
  sAannemen
Aanwerven
Afhuren
Charteren
In dienst nemen
Tewerkstellen
HuurdeGehuurd
HurkenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
∂ alleen in verbindingen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hurkte, is gehurkt)
1 op de hurken zitten.

In Spaans overeenkomend met: Estar en agazapado, Estar en cuclillas
  sIn elkaar duiken
HurkteGehurkt
HusselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; husselde, heeft gehusseld)
1 hutselen.

HusseldeGehusseld
HutselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hutselde, heeft gehutseld)
1 voortdurend schudden.

HutseldeGehutseld
HutsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie hutselen.

HutsteGehutst
HuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; huwde, is gehuwd)
1 (formeel) trouwen.
([[overgankelijk]] werkwoord; huwde, heeft gehuwd)
1 trouwen met.

In Spaans overeenkomend met: Desposarse
  sTrouwen
HuwdeGehuwd
HydraterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hydrateerde, heeft gehydrateerd)
1 water doen opnemen.

HydrateerdeGehydrateerd
HydrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hydreerde]], heeft gehydreerd)
1 (de moleculen van een stof) waterstof doen opnemen zonder dat daarbij een andere stof afsplitst.

In Spaans overeenkomend met: Hidratar
  sInweken
Vocht toevoegen aan
HydreerdeGehydreerd
HypenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hypete, heeft gehypet; hyper)
1 via de media tot hype maken.

HypeteGehypet
HyperboliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[hyperboliseerde]], heeft gehyperboliseerd; hyperbolisering)
1 overdrijven.

HyperboliseerdeGehyperboliseerd
HyperventilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[hyperventileerde]], heeft gehyperventileerd; hyperventilant, hyperventilatie)
1 te snel en te diep ademhalen waardoor hartkloppingen en [[benauwdheid]] ontstaan.

HyperventileerdeGehyperventileerd
HypnotiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hypnotiseerde, heeft gehypnotiseerd; hypnotiseur, hypnotisering)
1 onder hypnose brengen.

In Spaans overeenkomend met: Hipnotizar
  sBiologeren
HypnotiseerdeGehypnotiseerd
HypostaserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hypostaseerde, heeft gehypostaseerd)
1 (een abstractie) tot een [[zelfstandigheid]] verheffen.

HypostaseerdeGehypostaseerd
HypothekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hypothekeerde]], heeft gehypothekeerd)
1 als hypotheek of onderpand stellen
2 (in [[BelgiŽ]]) de [[realisering]] of het voortbestaan van iets bemoeilijken of in gevaar brengen.

HypothekeerdeGehypothekeerd
HyvenHyvedeGehyved

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven