Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espa˝oles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
┌ltima Actualizaciˇn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
I-bankierenI-bankierdeGe-i-bankierd
IaŰnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[iade]], heeft ge´aad)
1 balken van, als een ezel.

IadeGe´aad
IdealiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; idealiseerde, heeft ge´dealiseerd)
1 [[gunstiger]] of zelfs als ideaal beoordelen.

In Spaans overeenkomend met: Idealizar
IdealiseerdeGe´dealiseerd
IdentificerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; identificeerde, heeft ge´dentificeerd)
1 vereenzelvigen met.
([[overgankelijk]] werkwoord; identificeerde, heeft ge´dentificeerd; identificatie)
1 de identiteit vaststellen.
(wederkerend werkwoord; identificeerde zich, heeft zich ge´dentificeerd)
1 zich legitimeren.

In Spaans overeenkomend met: Identificar, Reconocer
  sVereenzelvigen
IdentificeerdeGe´dentificeerd
IdeologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ideologiseerde, heeft ge´deologiseerd)
1 tot voorwerp van een ideologie maken.

IdeologiseerdeGe´deologiseerd
IdoliserenIdoliseerdeGe´doliseerd
IgnorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ignoreerde, heeft ge´gnoreerd)
1 iemand niet willen kennen
2 zich onkundig van iets houden.

IgnoreerdeGe´gnoreerd
IjkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ijkte, heeft geijkt; ijker, ijking)
1 (meet- en weegwerktuigen) toetsen aan de gestelde eisen en van een ijk voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Aforar, Calibrar, Contrastar
  sKalibreren
Keuren
Waarmerken
IjkteGeijkt
IjlenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (ijlde, is geijld) spoeden, snellen
2 (ijlde, heeft geijld) door koorts verward en onsamenhangend spreken.

IjldeGeijld
IjsberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ijsbeerde, heeft geijsbeerd)
1 rusteloos op en neer lopen.

IjsbeerdeGeijsbeerd
IjsdansenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 kunstrijden waarbij een danspaar de figuren schaatst.

IjsdansteGeijsdanst
IjshockeyenIjshockeydeGeijshockeyd
IjsracenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ijsracete, heeft geijsracet)
1 met een [[motor]] met spijkerbanden racen op een ijsbaan.

IjsraceteGeijsracet
IjverenIjverdeGeijverd
IjzelenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; ijzelde, heeft geijzeld)
1 het zich vormen van ijzel.

IjzeldeGeijzeld
IjzenIjsdeGeijsd
IlluminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[illumineerde]], heeft ge´llumineerd)
1 feestelijk verlichten
2 (handschriften enz.) met ornamenten versieren
3 (tekeningen enz.) met doorschijnende kleuren opwerken.

In Spaans overeenkomend met: Adornar con luces, Iluminar
  sVerlichten
IllumineerdeGe´llumineerd
IllustrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; illustreerde, heeft ge´llustreerd)
1 (een boek enz.) van afbeeldingen voorzien
2 toelichten met voorbeelden.

In Spaans overeenkomend met: Ilustrar
  sVeraanschouwelijken
Verluchten
IllustreerdeGe´llustreerd
ImiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; imiteerde, heeft ge´miteerd; imitator, imitatie)
1 (iemand of iets) nadoen.

In Spaans overeenkomend met: Imitar
  sNabootsen
Nadoen
ImiteerdeGe´miteerd
ImkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; imkerde, heeft ge´mkerd)
1 bijen houden.

ImkerdeGe´mkerd
ImmatriculerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; immatriculeerde, heeft ge´mmatriculeerd)
1 inschrijven in de madricula, het register van de leden.

ImmatriculeerdeGe´mmatriculeerd
ImmigrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; immigreerde, is ge´mmigreerd; immigrant, immigratie)
1 zich uit een ander land ergens komen vestigen.

In Spaans overeenkomend met: Inmigrar
ImmigreerdeGe´mmigreerd
ImmobiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; immobiliseerde, heeft ge´mmobiliseerd; immobilisering)
1 onbeweeglijk maken.

ImmobiliseerdeGe´mmobiliseerd
ImmuniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; immuniseerde, heeft ge´mmuniseerd; immunisering)
1 immuun maken, immuniteit veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Inmunizar
  sImmuun maken
ImmuniseerdeGe´mmuniseerd
ImplanterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; implanteerde, heeft ge´mplanteerd; implantatie)
1 (geneeskunde) (levend weefsel) inbrengen, inzetten.

ImplanteerdeGe´mplanteerd
ImplementerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; implementeerde, heeft ge´mplementeerd; implementatie)
1 (een plan) tot uitvoering brengen
2 (computer) installeren, testen en in gebruik nemen van apparatuur, [[informatiesysteem]], [[programmatuur]] en/of procedures.

ImplementeerdeGe´mplementeerd
ImplicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; impliceerde, heeft ge´mpliceerd)
1 inhouden.

In Spaans overeenkomend met: Envolver
Contener, Implicar
  sInhouden
Insluiten
Met zich meebrengen
ImpliceerdeGe´mpliceerd
ImploderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; implodeerde, is ge´mplodeerd; implosie)
1 met kracht instorten door te grote druk van buitenaf of door zeer sterke gravitatiekrachten.

ImplodeerdeGe´mplodeerd
ImponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; imponeerde, heeft ge´mponeerd)
1 achting, eerbied, ontzag inboezemen.

In Spaans overeenkomend met: Imponer
  sIndruk maken op
ImponeerdeGe´mponeerd
ImporterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; importeerde, heeft ge´mporteerd)
1 invoeren van elders.

In Spaans overeenkomend met: Importar
  sInvoeren
ImporteerdeGe´mporteerd
ImpregnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; impregneerde, heeft ge´mpregneerd; impregneerder, impregnatie)
1 (een poreuze vaste stof) [[doordrenken]] met een vloeistof om hem waterdicht, onbrandbaar enz. te maken.

In Spaans overeenkomend met: Impregnar
ImpregneerdeGe´mpregneerd
ImpressionerenImpressioneerdeGe´mpressioneerd
ImproviserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; improviseerde, heeft ge´mproviseerd; [[improvisator]], improvisatie)
1 een mondelinge of instrumentale voordracht houden, die op het ogenblik zelf is bedacht
2 met de op dat moment beschikbare middelen werken
3 variŰren op een bekend thema.

In Spaans overeenkomend met: Improvisar
ImproviseerdeGe´mproviseerd
ImpulserenImpulseerdeGe´mpulseerd
InactiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; inactiveerde, heeft ge´nactiveerd)
1 (iets) onwerkzaam maken.

InactiveerdeGe´nactiveerd
InademenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ademde in, heeft ingeademd; inademer, inademing)
1 (lucht) in de longen brengen.

In Spaans overeenkomend met: Aspirar
Ademde inIngeademd
InaugurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[inaugureerde]], heeft ge´naugureerd; inauguratie)
1 plechtig inwijden.

In Spaans overeenkomend met: Inaugurar
  sInwijden
Officieel openen
Onthullen
InaugureerdeGe´naugureerd
InbakerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bakerde in, heeft ingebakerd)
1 (een baby, een kind) in doeken wikkelen, warm instoppen.

In Spaans overeenkomend met: Empa˝ar, Envolver, Vendar
  sBakeren
Insluiten
Inzwachtelen
Omwikkelen
Bakerde inIngebakerd
InbakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bakte in, is ingebakken/ingebakt)
1 bij het bakken slinken.

Bakte inIngebakken
InbeddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[bedde]] in, heeft ingebed; inbedding)
1 iets doen rusten als in een bed
2 situeren, inpassen.

Bedde inIngebed
InbeeldenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; beeldde zich in, heeft zich ingebeeld)
1 zich iets onwezenlijks of [[onmogelijks]] voorstellen als werkelijk bestaand
2 een te hoge dunk van zichzelf hebben.

Beeldde inIngebeeld
InbellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; belde in, heeft ingebeld; inbeller)
1 via een modemverbinding contact leggen met een andere computer.

Belde inIngebeld
InbeukenBeukte inIngebeukt
InbijtenIn de betekenis van:
Door gehakte bijten binnenbrengen

Bijtte inIngebijt
InbijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; beet in, heeft/is ingebeten)
1 bijtend inwerken.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (beet in, heeft ingebeten) met een bijtend middel bewerken
2 (bijtte in, heeft ingebijt) (een vaartuig) door drijfijs leiden.

Beet inIngebeten
InbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bond in, heeft ingebonden; inbinder, inbinding)
1 zich [[redelijker]] opstellen na felheid of brutaliteit.
([[overgankelijk]] werkwoord; bond in, heeft ingebonden)
1 (de vellen, bladen van een boek) in een band samenbinden.

In Spaans overeenkomend met: Encuadernar
Aferrar ((zeilen),(velas))
  sBinden
Inhalen
Oprollen
Bond inIngebonden
InblazenBlies inIngeblazen
InblikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blikte in, heeft ingeblikt)
1 in blik conserveren
2 muziek, geluiden vastleggen.

In Spaans overeenkomend met: Enlatar
Blikte inIngeblikt
InboekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boekte in, heeft ingeboekt)
1 [[boekhoudkundige]] gegevens in het grootboek schrijven.

Boekte inIngeboekt
InboetenIn Spaans overeenkomend met: Substituir
  sIn de plaats stellen van
Vervangen
Boette inIngeboet
InboezemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boezemde in, heeft ingeboezemd; inboezeming)
1 inprenten, vervullen met.

In Spaans overeenkomend met: Inspirar
  sBezielen
Inspireren
Boezemde inIngeboezemd
InborenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boorde in, heeft ingeboord)
1 met een boor een gat maken in.

Boorde inIngeboord
InbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bouwde in, heeft ingebouwd)
1 een gebouw, terrein, enz. met andere gebouwen omgeven
2 in de constructie opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Incorporar
Empotrar
Bouwde inIngebouwd
InbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brandde in, is ingebrand; inbrander, inbranding)
1 niet gelijkmatig afbranden.
([[overgankelijk]] werkwoord; brandde in, heeft ingebrand)
1 met een gloeiend ijzer een merkteken indrukken
2 verf door sterke verhitting vastleggen
3 fotografisch vastleggen.

Brandde inIngebrand
InbreienBreide inIngebreid
InbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brak in, heeft ingebroken)
1 zich met geweld toegang verschaffen met het doel te stelen
2 inbreuk maken, plegen.

Brak inIngebroken
InbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht in, heeft ingebracht; inbrenger, inbrenging)
1 naar binnen brengen
2 (geld of goederen) bijdragen aan een gezamenlijk bezit
3 voorstellen
4 (meststoffen) onder de grond brengen
5 (sport) in het veld brengen ter vervanging van een andere speler.

In Spaans overeenkomend met: Introducir
  sIndoen
Inleiden
Invoeren
Bracht inIngebracht
InbrokkelenBrokkelde inIngebrokkeld
InbuigenBoog inIngebogen
InburgerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; burgerde in, is ingeburgerd)
1 wennen in een nieuwe woonplaats.

Burgerde inIngeburgerd
InbusselenBusselde inIngebusseld
IncalculerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; calculeerde in, heeft ingecalculeerd)
1 begroten
2 voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Incluir en cuenta
  sMeerekenen
Calculeerde inIngecalculeerd
IncarnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; incarneerde, heeft ge´ncarneerd; incarnatie)
1 een lichamelijke gestalte geven.

In Spaans overeenkomend met: Encarnar
Encarnarse
  sVlees worden
IncarneerdeGe´ncarneerd
IncasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; incasseerde, heeft ge´ncasseerd; incasseerder, incassatie/incassering)
1 (geld) innen
2 (tegenslag) moeten verdragen.

IncasseerdeGe´ncasseerd
IncheckenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; checkte in, heeft ingecheckt)
1 zich op een luchthaven laten registreren voor aanvang van een vliegreis.
([[overgankelijk]] werkwoord; checkte in, heeft ingecheckt)
1 (passagiers of bagage) op de luchthaven registreren voor aanvang van een vliegreis.

In Spaans overeenkomend met: Facturar
Checkte inIngecheckt
InciderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[incideerde]], heeft ge´ncideerd; incisie)
1 (geneeskunde) insnijden.

IncideerdeGe´ncideerd
InciterenInciteerdeGe´nciteerd
InclinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[inclineerde]], heeft ge´nclineerd)
1 (formeel) tenderen, overhellen.

InclineerdeGe´nclineerd
IncluderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[includeerde]], heeft ge´ncludeerd; inclusie)
1 insluiten.

IncludeerdeGe´ncludeerd
IncorporerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; incorporeerde, heeft ge´ncorporeerd; incorporatie)
1 inlijven, in zich opnemen.

IncorporeerdeGe´ncorporeerd
IndagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; daagde in, heeft ingedaagd; indager, indaging)
1 dagvaarden.

Daagde inIngedaagd
IndalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daalde in, is ingedaald; indaling)
1 (van een kind in de baarmoeder) de [[bekkenbodem]] bereiken.

Daalde inIngedaald
IndammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; damde in, heeft ingedamd; indamming)
1 tussen dijken insluiten
2 inperken, beperken.

Damde inIngedamd
IndampenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dampte in, heeft ingedampt; indamping)
1 (een oplossing) concentreren door verdamping van het oplosmiddel.

Dampte inIngedampt
IndekkenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; dekte zich in, heeft zich ingedekt; indekking)
1 zich vrijwaren.

Dekte inIngedekt
IndelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deelde in, heeft ingedeeld; indeling)
1 ordenen in groepen
2 onderbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Clasificar
  sClassificeren
Sorteren
Deelde inIngedeeld
IndenkenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; dacht zich in, heeft zich ingedacht)
1 zich in heel zijn betekenis voorstellen.

Dacht inIngedacht
IndeukenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deukte in, heeft ingedeukt)
1 een deuk maken in.

Deukte inIngedeukt
IndexerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; indexeerde, heeft ge´ndexeerd; indexatie/indexering)
1 een index maken op
2 in een index opnemen
3 binden aan een index.

IndexeerdeGe´ndexeerd
IndicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; indiceerde, heeft ge´ndiceerd; indicator, indicering/indicatie)
1 een aanwijzing zijn voor
2 op de index plaatsen.

IndiceerdeGe´ndiceerd
IndienenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diende in, heeft ingediend; indiener, indiening)
1 bij de bevoegde macht inleveren, voorleggen.

In Spaans overeenkomend met: Elevar
Presentar, Representar
  sAanbieden
Presenteren
Uitbeelden
Vertonen
Voorstellen
Diende inIngediend
IndijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dijkte in, heeft ingedijkt; indijker, indijking)
1 door een dijk of dijken omgeven.

Dijkte inIngedijkt
IndikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dikte in, is ingedikt; indikking)
1 door koken dik worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; dikte in, heeft ingedikt)
1 door koken dik maken.

In Spaans overeenkomend met: Consolidar
  sConsolideren
Versterken
Dikte inIngedikt
IndividualiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[individualiseerde]], heeft ge´ndividualiseerd; individualisering)
1 een op het individu gericht karakter geven.

IndividualiseerdeGe´ndividualiseerd
IndoctrinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[indoctrineerde]], heeft ge´ndoctrineerd; indoctrinatie)
1 (een politieke leer, een opvatting) onder druk doen aanvaarden.

In Spaans overeenkomend met: Adoctrinar
IndoctrineerdeGe´ndoctrineerd
IndoenIn Spaans overeenkomend met: Injerir
Introducir
  sInbrengen
Inleiden
Insteken
Invoeren
Steken
Deed inIngedaan
IndommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dommelde in, is ingedommeld)
1 indutten, onvast in slaap vallen
2 insuffen, het verliezen van aandacht.

In Spaans overeenkomend met: Adormecerse
Dommelde inIngedommeld
IndompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dompelde in, heeft ingedompeld; indompeling)
1 in een vloeistof steken.

In Spaans overeenkomend met: Botar, Empapar, Mojar, Sumergir
  sDoordrenken
Doorweken
Indopen
Soppen
Dompelde inIngedompeld
IndonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; donderde in, is ingedonderd)
1 (informeel) instorten, inzakken.
([[overgankelijk]] werkwoord; donderde in, heeft ingedonderd)
1 insmijten
2 met geweld en geraas iets inslaan.

Donderde inIngedonderd
IndopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doopte in, heeft ingedoopt)
1 in een vloeistof dompelen of steken.

In Spaans overeenkomend met: Botar, Empapar, Mojar, Sumergir
  sDoordrenken
Doorweken
Indompelen
Soppen
Doopte inIngedoopt
IndosserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie endosseren.

IndosseerdeGe´ndosseerd
IndraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide in, heeft ingedraaid)
1 door draaien inzetten, in iets brengen.

Draaide inIngedraaid
IndragenDroeg inIngedragen
IndrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef in, heeft ingedreven)
1 met kracht ergens inslaan.

Dreef inIngedreven
IndringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong in, is ingedrongen; indringer, indringing)
1 binnendringen.
(wederkerend werkwoord; drong zich in, heeft zich ingedrongen)
1 zich door list, [[onbeschaamdheid]] enz. toegang bezorgen.

Drong inIngedrongen
IndrinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dronk in, heeft ingedronken)
1 (formeel) in zich opnemen.

Dronk inIngedronken
IndrogenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droogde in, is ingedroogd; indroging)
1 droog wordend intrekken
2 door opdrogen inkrimpen.

Droogde inIngedroogd
IndroppelenDroppelde inIngedroppeld
IndruisenDruiste inIngedruist
IndrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte in, heeft ingedrukt; indrukking)
1 door drukken naar binnen brengen.

Drukte inIngedrukt
IndruppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; druppelde in, heeft ingedruppeld)
1 druppels inbrengen in.

Druppelde inIngedruppeld
InducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; induceerde, heeft ge´nduceerd; inductie)
1 uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden
2 (natuurkunde) door inductie opwekken.

In Spaans overeenkomend met: Inducir
InduceerdeGe´nduceerd
InduffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duffelde in, heeft ingeduffeld)
1 (in [[BelgiŰ]]) warm aankleden.

In Spaans overeenkomend met: Aborujarse
Abrigarse
Arrebujarse
Duffelde inIngeduffeld
InduikenDook inIngedoken
IndustrialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[industrialiseerde]], heeft ge´ndustrialiseerd; industrialisering)
1 de industrie tot [[voornaamste]] middel van bestaan maken van (een land).

IndustrialiseerdeGe´ndustrialiseerd
InduttenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dutte in, is ingedut)
1 onvast in slaap vallen
2 insuffen, het verliezen van aandacht.

Dutte inIngedut
InduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde in, heeft ingeduwd)
1 door duwen stukmaken.

In Spaans overeenkomend met: Incrustar
Duwde inIngeduwd
IneendraaienDraaide ineenIneengedraaid
IneendringenIn Spaans overeenkomend met: Comprimir
  sIneendrukken
Samendrukken
Samenknijpen
Drong ineenIneengedrongen
IneendrukkenIn Spaans overeenkomend met: Comprimir
  sIneendringen
Samendrukken
Samenknijpen
Drukte ineenIneengedrukt
IneenduikenIn Spaans overeenkomend met: Agacharse
  sZich bukken
Dook ineenIneengedoken
IneenfrommelenFrommelde ineenIneengefrommeld
IneengrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; greep ineen, heeft ineengegrepen)
1 in elkaar grijpen.

Greep ineenIneengegrepen
IneenkrimpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kromp ineen, is ineengekrompen; ineenkrimping)
1 zich samentrekken.

In Spaans overeenkomend met: Contraerse, Encogerse
  sIneenkronkelen
Krimpen
Kromp ineenIneengekrompen
IneenkronkelenIn Spaans overeenkomend met: Contraerse, Encogerse
  sIneenkrimpen
Krimpen
Kronkelde ineenIneengekronkeld
IneenlopenLiep ineenIneengelopen
IneenpassenPaste ineenIneengepast
IneenpersenIn Spaans overeenkomend met: Apelmazar
Perste ineenIneengeperst
IneenrollenRolde ineenIneengerold
IneenschroevenSchroefde ineenIneengeschroefd
IneenschrompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schrompelde ineen, is ineengeschrompeld; ineenschrompeling)
1 door schrompelen [[kleiner]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Abarquillarse, Arrugarse, Encogerse
  sRimpels krijgen
Slinken
Verschrompelen
Schrompelde ineenIneengeschrompeld
IneenschuivenSchoof ineenIneengeschoven
IneenslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
 alleen in verbindingen.

Sloeg ineenIneengeslagen
IneensluitenSloot ineenIneengesloten
IneensmeltenSmolt ineenIneengesmolten
IneenstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stortte ineen, is ineengestort; ineenstorting)
1 in stukken uiteenvallen, instorten.

In Spaans overeenkomend met: Desmoronarse
  sNeerzakken
Stortte ineenIneengestort
IneenstrengelenStrengelde ineenIneengestrengeld
IneenvlechtenVlocht ineenIneengevlochten
IneenvoegenVoegde ineenIneengevoegd
IneenvouwenVouwde ineenIneengevouwen
IneenzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte ineen, is ineengezakt)
1 instorten
2 (van personen) flauwvallen.

Zakte ineenIneengezakt
IneenzettenIn Spaans overeenkomend met: Construir
Juntar
Componer
  sAanleggen
Bijeenvoegen
Bouwen
Construeren
Maken
Samenstellen
Zette ineenIneengezet
InentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; entte in, heeft ingeŰnt; inenting)
1 (geneeskunde) verzwakte of dode smetstof in het bloed brengen om het lichaam aan te zetten tot het maken van antistoffen, zonder dat de echte ziekte optreedt
2 (biologie) als ent inzetten.

In Spaans overeenkomend met: Inocular
Vacunar
  sEnten
Oculeren
Vaccineren
Entte inIngeŰnt
InfantiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; infantiliseerde, is ge´nfantiliseerd; infantilisering/infantilisatie)
1 infantiel worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; infantiliseerde, heeft ge´nfantiliseerd)
1 versimpelen.

InfantiliseerdeGe´nfantiliseerd
InfecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; infecteerde, heeft ge´nfecteerd; infectie)
1 besmetten met een ziekte.

In Spaans overeenkomend met: Infectar
Contagiar
  sAansteken
Besmetten
Verpesten
InfecteerdeGe´nfecteerd
InfiltrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; infiltreerde, is ge´nfiltreerd; infiltrant, infiltratie)
1 langzaam of tersluiks binnendringen
2 doorsijpelen.

In Spaans overeenkomend met: Infiltrar
InfiltreerdeGe´nfiltreerd
InfluencerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; influenceerde, heeft ge´nfluenceerd)
1 invloed hebben op.

InfluenceerdeGe´nfluenceerd
InfluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fluisterde in, heeft ingefluisterd; influistering)
1 nauwelijks hoorbaar in het oor zeggen
2 met [[arglistige]] bedoeling heimelijk meedelen
3 souffleren.

In Spaans overeenkomend met: Sugerir
  sEen wenk geven
Opperen
Suggereren
Voorstellen
Fluisterde inIngefluisterd
InformatiserenInformatiseerdeGe´nformatiseerd
InformerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; informeerde, heeft ge´nformeerd)
1 inlichtingen inwinnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; informeerde, heeft ge´nformeerd)
1 inlichtingen verstrekken.

In Spaans overeenkomend met: Informar
  sBerichten
Inlichten
Voorlichten
InformeerdeGe´nformeerd
IngaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging in, is ingegaan)
1 bestrijden.
(werkwoord; ging in, is ingegaan)
1 nader behandelen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging in, is ingegaan)
1 aanvangen, beginnen van kracht te zijn.

In Spaans overeenkomend met: Entrar, Montar
Comenzar, Empezar, Principiar
  sAanbreken
Aanpakken
Aanvangen
Beginnen
Binnengaan
Binnenlopen
Ging inIngegaan
IngevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf in, heeft ingegeven; ingeving)
1 in de geest brengen.

In Spaans overeenkomend met: Soplar
Gaf inIngegeven
IngietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot in, heeft ingegoten)
1 (een vloeistof) gietend naar binnen laten stromen
2 (geneeskunde) infuseren
3 door middel van gesmolten metaal in iets bevestigen.

In Spaans overeenkomend met: Verter
  sInschenken
Goot inIngegoten
InglijdenGleed inIngegleden
IngooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide in, heeft ingegooid)
1 (ook absoluut) door gooien ergens binnenbrengen
2 door een worp breken.

Gooide inIngegooid
IngravenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; groef zich in, heeft zich ingegraven)
1 zich door graven verbergen, verschansen.

Groef inIngegraven
IngraverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; graveerde in, heeft ingegraveerd)
1 door graveren aanbrengen in.

Graveerde inIngegraveerd
IngriffenGrifte inIngegrift
IngrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; greep in, heeft ingegrepen)
1 sterk merkbaar zijn
2 handelen om erger te voorkomen
3 in elkaar grijpen (van tanden, radertjes enz.).

In Spaans overeenkomend met: Intervenir
  sInterveniŰren
Tussenbeide komen
Zich mengen in
Greep inIngegrepen
IngroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; groeide in, is ingegroeid)
1 in iets vast groeien.

Groeide inIngegroeid
IngroevenGroefde inIngegroefd
IngrosserenIngrosseerdeGe´ngrosseerd
InhakenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; haakte in, heeft/is ingehaakt)
1 aanknopen bij.
([[onovergankelijk]] werkwoord; haakte in, heeft/is ingehaakt)
1 (de arm) steken door de gebogen arm van een ander.
([[overgankelijk]] werkwoord; haakte in, heeft ingehaakt)
1 met een haak slaan in.

Haakte inIngehaakt
InhakkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hakte in, heeft ingehakt)
1 met woede aanvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; hakte in, heeft ingehakt)
1 door hakken aanbrengen
2 door hakken inslaan.

Hakte inIngehakt
InhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde in, heeft ingehaald)
1 (ook absoluut) (een voortrijdend voertuig) voorbijgaan
2 feestelijk ontvangen
3 naar zich toe of binnen iets brengen
4 [[achternagaan]] en weer bereiken
5 achteraf alsnog doen.

In Spaans overeenkomend met: Conseguir, Lograr
Aferrar ((zeilen),(velas))
Adelantar
Alcanzar
Pasar
  sAchterhalen
Behalen
Bereiken
Inbinden
Langskomen
Oprollen
Reiken tot
Haalde inIngehaald
InhalerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; inhaleerde, heeft ge´nhaleerd; inhaleerder, inhalering)
1 diep inademen.

In Spaans overeenkomend met: Inhalar
InhaleerdeGe´nhaleerd
InhebbenHad inIngehad
InheienHeide inIngeheid
InhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield in, heeft ingehouden; inhouder, inhouding)
1 bedwingen, beheersen
2 van het verschuldigde aftrekken, niet uitbetalen
3 in zich hebben, bevatten
4 (zijn buik) ingetrokken houden.
(wederkerend werkwoord; hield zich in, heeft zich ingehouden)
1 zich bedwingen.

In Spaans overeenkomend met: Deducir, Descontar
Contener, Reportar
Implicar
  sAftellen
Aftrekken
Beteugelen
Bevatten
Houden
Impliceren
Insluiten
Korten
Matigen
Onderdrukken
Vervatten
Hield inIngehouden
InhouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hieuw]] in/inhieuw, heeft ingehouwen)
1 inhakken, door hakken aanbrengen.

Hieuw inIngehouwen
InhuldigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; huldigde in, heeft ingehuldigd; inhuldiging)
1 plechtig bevestigen in een ambt
2 (in [[BelgiŰ]]) (gebouwen e.d.) inwijden.

In Spaans overeenkomend met: Investir
  sInvesteren
Huldigde inIngehuldigd
InhullenHulde inIngehuld
InhurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; huurde in, heeft ingehuurd)
1 (iemand) tijdelijk in dienst nemen.

Huurde inIngehuurd
InitialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; initialiseerde, heeft ge´nitialiseerd)
1 (computer) (een [[computerprogramma]]) van beginwaarden voorzien.

InitialiseerdeGe´nitialiseerd
InitiŰrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; initieerde, heeft ge´nitieerd; initiŰring)
1 inwijden
2 invoeren.

InitieerdeGe´nitieerd
InjagenJaagde in, Joeg inIngejaagd
InjecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; injecteerde, heeft ge´njecteerd)
1 een injectie geven.

In Spaans overeenkomend met: Inyectar
  sInspuiten
InjecteerdeGe´njecteerd
InkaderenKaderde inIngekaderd
InkakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kakte in, is ingekakt)
1 (informeel) insuffen.

Kakte inIngekakt
InkalvenKalfde inIngekalfd
InkankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kankerde in, is ingekankerd; inkankering)
1 invreten
2 door kanker ingevreten worden.

Kankerde inIngekankerd
InkapselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kapselde in, heeft ingekapseld; inkapseling)
1 insluiten in een omhulsel dat het voorwerp geheel omgeeft.

Kapselde inIngekapseld
InkelderenKelderde inIngekelderd
InkepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keepte in, heeft ingekeept; inkeping)
1 een of meer kepen maken in
2 (stukken hout) in elkaar doen sluiten.

Keepte inIngekeept
InkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
 alleen in verbindingen.

Keerde inIngekeerd
InkervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kerfde in, is ingekerfd/ingekorven; inkerving)
1 barsten, kerven krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kerfde in, heeft ingekerfd/ingekorven)
1 een kerf of kerven snijden in.

Kerfde in, Korf inIngekerfd, Ingekorven
InkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keek in, heeft ingekeken)
1 vluchtig [[kennisnemen]] van de inhoud van (een boek of geschrift).

Keek inIngekeken
InklappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klapte in, is ingeklapt)
1 mentaal instorten
2 met een klap in elkaar storten.
([[overgankelijk]] werkwoord; klapte in, heeft ingeklapt)
1 naar binnen vouwen.

Klapte inIngeklapt
InklarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klaarde in, heeft ingeklaard; inklaring)
1 voor in te voeren goederen de douaneformaliteiten vervullen.

Klaarde inIngeklaard
InkledenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kleedde in, heeft ingekleed; inkleding)
1 in bepaalde vorm gieten
2 door het plechtig aandoen van het ordegewaad in een [[rooms-katholieke]] orde opnemen.

Kleedde inIngekleed
InklemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klemde in, heeft ingeklemd; inklemming)
1 vastklemmen tussen of in iets.

Klemde inIngeklemd
InkleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kleurde in, heeft ingekleurd; inkleuring)
1 met kleur invullen.

Kleurde inIngekleurd
InklimmenKlom inIngeklommen
InklinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klonk in, is ingeklonken; inklinking)
1 door indroging of het [[vaster]] ineenwerken lager worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; klonk in, heeft ingeklonken)
1 door klinken met de hamer ergens in vastmaken.

Klonk inIngeklonken
InkloppenKlopte inIngeklopt
InkochelenKochelde inIngekocheld
InkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kookte in, is ingekookt)
1 [[dikker]] worden door verdamping.
([[overgankelijk]] werkwoord; kookte in, heeft ingekookt)
1 [[dikker]] doen worden door verdamping.

In Spaans overeenkomend met: Reducir
  sRÚduire
Kookte inIngekookt
InkomenALLE betekenissen van dit woord:
(het; inkomens)
1 bedrag dat men ontvangt uit arbeid of vermogen, of als uitkering of winst uit aanmerkelijk belang.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam in, is ingekomen)
1 binnenkomen.

In Spaans overeenkomend met: Entrar
  sBinnenkomen
Kwam inIngekomen
InkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht in, heeft ingekocht; inkoper)
1 voor eigen gebruik kopen
2 kopen met het doel weer te verkopen
3 door storting van een som rechten verwerven.

In Spaans overeenkomend met: Comprar, Procurarse
  sAankopen
Aanschaffen
Afnemen
Kopen
Overnemen
Kocht inIngekocht
InkoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kopte in, heeft ingekopt)
1 (voetbal) (de bal) als besluit van een aanval in de richting van het doel koppen.

Kopte inIngekopt
InkortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kortte in, heeft ingekort; inkorting)
1 korter maken in lengte of tijd.

In Spaans overeenkomend met: Abreviar, Acortar
  sAfkorten
Bekorten
Verkorten
Kortte inIngekort
InkorvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; korfde in, heeft ingekorfd; inkorving)
1 (bijen, duiven, e.d.) in korven doen.

Korfde inIngekorfd
InkostenKostte inIngekost
InkrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kraste in, heeft ingekrast)
1 door krassen ergens in aanbrengen.

Kraste inIngekrast
InkrijgenKreeg inIngekregen
InkrimpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kromp in, is ingekrompen; inkrimping)
1 afnemen in omvang, hoeveelheid.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kromp in, heeft ingekrompen)
1 [[kleiner]] maken in hoeveelheid.

In Spaans overeenkomend met: Reducir
  sHerleiden
Reduceren
Vereenvoudigen
Zetten
Kromp inIngekrompen
InkruipenKroop inIngekropen
InktenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; inktte, heeft ge´nkt)
1 van inkt voorzien.

InktteGe´nkt
InkuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kuilde in, heeft ingekuild; inkuiler, inkuiling)
1 in een kuil doen en met aarde, stro enz. bedekken.

Kuilde inIngekuild
InkuipenKuipte inIngekuipt
InkwartierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwartierde in, heeft ingekwartierd; inkwartiering)
1 (militairen) bij burgers inlegeren
2 onderbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Acuartelar
Kwartierde inIngekwartierd
InladenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laadde in, heeft ingeladen; inlader, inlading)
1 als lading brengen in.

In Spaans overeenkomend met: Cargar
  sBeladen
Belasten
Laadde inIngeladen
InlappenLapte inIngelapt
InlassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laste in, heeft ingelast; inlassing)
1 tussenvoegen.

In Spaans overeenkomend met: Insertar, Interponer
  sInschakelen
Tussenvoegen
Laste inIngelast
InlatenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liet in, heeft ingelaten)
1 omgaan met (mensen of dingen van laag allooi).
([[overgankelijk]] werkwoord; liet in, heeft ingelaten)
1 (een vloeistof) binnen laten stromen.

In Spaans overeenkomend met: Dejar entrar
  sBinnenlaten
Liet inIngelaten
InlegerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legerde in, heeft ingelegerd; inlegering)
1 (troepen) in garnizoen of bezetting leggen.

Legerde inIngelegerd
InleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde in, heeft ingelegd; inlegger)
1 inbrengen van geld
2 (een kledingstuk) innemen
3 in, binnen, tussen iets leggen
4 (vruchten, groenten enz.) met pekel, zuur, brandewijn of suiker in een pot doen om ze te conserveren
5 (stukjes anders gekleurd hout, ivoor enz.) inzetten.

In Spaans overeenkomend met: Incrustar
Dejar en depˇsito, Depositar, Poner en depˇsito
Confitar, Hacer confitura
Escabechar, Marinar
Hacer marqueterÝa, Taracear
Adobar, Curar con sal, Salar
  sAfgeven
Deponeren
In bewaring geven
In het zout leggen
Inmaken
Konfijten
Marineren
Pekelen
Zouten
Legde inIngelegd
InleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde in, heeft ingeleid; inleider, inleiding)
1 in algemene trekken voorlopig behandelen
2 (een bevalling) kunstmatig op gang brengen.

In Spaans overeenkomend met: Encabezar
Introducir
Introducir
Introducir
  sBinnendringen
Binnenlaten
Binnenvoeren
Inbrengen
Indoen
Inschuiven
Insteken
Invoeren
Staan boven
Voorafgaan aan
Leidde inIngeleid
InlenenLeende inIngeleend
InlevenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; leefde zich in, heeft zich ingeleefd; inleving)
1 zich geheel en al met zijn gedachten in iets verplaatsen.

Leefde inIngeleefd
InleverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leverde in, heeft ingeleverd)
1 (ook absoluut) afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen
2 afgeven op een daarvoor bestemde plaats of bij een daartoe aangewezen persoon.

In Spaans overeenkomend met: Entregar
  sAfleveren
Bezorgen
Leveren
Leverde inIngeleverd
InlezenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; las zich in, heeft zich ingelezen)
1 door lezen zich oriŰnteren en thuisraken in een vakgebied.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; las in, heeft ingelezen; inlezer, inlezing)
1 gegevens uit een extern geheugen lezen en invoeren in het werkgeheugen.

Las inIngelezen
InlichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lichtte in, heeft ingelicht; inlichting)
1 de nodige kennis verschaffen, opheldering geven.

In Spaans overeenkomend met: Informar
  sBerichten
Informeren
Voorlichten
Lichtte inIngelicht
InlijstenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lijstte in, heeft ingelijst; inlijster, inlijsting)
1 in een lijst vatten, zetten.

In Spaans overeenkomend met: Encajar, Enmarcar
Lijstte inIngelijst
InlijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lijfde in, heeft ingelijfd; inlijving)
1 (een persoon, bedrijf e.d.) in een groep, in een groter geheel opnemen
2 (grondgebied van een staat) op gewelddadige of wederrechtelijke wijze met een andere staat verenigen.

Lijfde inIngelijfd
InlineskatenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; inlineskater, inlineskating)
1 rolschaatsen op inlineskates.

InlineskateteGe´nlineskatet
InloggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; logde in, heeft ingelogd)
1 de procedure doorlopen waarmee de verbinding met of de toegang tot een computer tot stand wordt gebracht.

Logde inIngelogd
InlokkenLokte inIngelokt
InloodsenLoodste inIngeloodst
InlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep in, heeft ingelopen)
1 door lopen uitslijten
2 warmlopen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; liep in, heeft/is ingelopen) (een achterstand) verkleinen
2 (liep in, heeft ingelopen) (schoenen) door te dragen [[gemakkelijker]] doen zitten
3 (liep in, heeft ingelopen) (vuil dat aan schoenen blijft zitten) in huis brengen.

Liep inIngelopen
InlossenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loste in, heeft ingelost; inlosser, inlossing)
1 door betaling van de op een pand aangegane schuld dat pand weer in zijn bezit krijgen
2 (een belofte) gestand doen.

Loste inIngelost
InlotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lootte in, heeft ingeloot)
1 door loting selecteren.

Lootte inIngeloot
InluidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; luidde in, heeft ingeluid)
1 (iets nieuws of het begin van iets) aankondigen.

Luidde inIngeluid
InluizenLuisde inIngeluisd
InmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte in, heeft ingemaakt; inmaker)
1 (eetwaren) conserveren, inleggen
2 (de tegenstander) geheel overwinnen.

In Spaans overeenkomend met: Confitar, Hacer confitura
Escabechar, Marinar
Adobar, Curar con sal, Salar
  sIn het zout leggen
Inleggen
Konfijten
Marineren
Pekelen
Zouten
Maakte inIngemaakt
InmengenIn Spaans overeenkomend met: Involucrar
  sDooreenmengen
Mengde inIngemengd
InmetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mat in, heeft ingemeten)
1 minder uitmeten dan er eigenlijk moet zijn
2 bij het [[landmeten]], gelijke delen op een te meten stuk afzetten.

Mat inIngemeten
InmetselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; metselde in, heeft ingemetseld)
1 door metselen invoegen, met [[metselwerk]] omringen.

In Spaans overeenkomend met: Encarcelar
Metselde inIngemetseld
InmetsenMetste inIngemetst
InmijnenMijnde inIngemijnd
InnaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; naaide in, heeft ingenaaid)
1 door naaien ergens in bergen of sluiten
2 (een boek) binden door de vellen aan elkaar te naaien en in een omslag te zetten
3 (een kledingstuk) innemen.

In Spaans overeenkomend met: Encuadernar en r˙stica
  sBrocheren
Naaide inIngenaaid
InnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam in, heeft ingenomen)
1 (een geneesmiddel) slikken
2 (plaatsruimte) in beslag nemen
3 veroveren
4 in een vervoermiddel binnenhalen
5 door naaien korter of [[nauwer]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Ingerir, Tomar, Tragar
  sBinnenkrijgen
Inslikken
Nam inIngenomen
InnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; inde, heeft ge´nd; inner, inning)
1 (geld, e.d.) in ontvangst nemen.

In Spaans overeenkomend met: Cobrar, Embolsar, Recaudar ((belasting, premie),(impuestos))
Coleccionar
  sCollecteren
Inzamelen
Ontvangen
Oogsten
Plukken
Rapen
Verdienen
IndeGe´nd
InnestelenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; nestelde zich in, heeft zich ingenesteld; innesteling)
1 zich vastzetten.

Nestelde inIngenesteld
InnoverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; innoveerde, heeft ge´nnoveerd; innovatie)
1 als nieuwigheid invoeren.

InnoveerdeGe´nnoveerd
InoculerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[inoculeerde]], heeft ge´noculeerd; inoculatie)
1 inenten
2 oculeren.

InoculeerdeGe´noculeerd
InoefenenOefende inIngeoefend
InoliŰnIn Spaans overeenkomend met: Aceitar
  sOliŰn
Oliede inIngeolied
InoogstenOogstte inIngeoogst
InpakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte in, heeft ingepakt)
1 (ook absoluut) (iets) in een omhulsel, bv. een koffer, kist, cadeaupapier enz. stoppen
2 (een koffer, doos e.d.) vullen met voorwerpen
3 warm aankleden
4 (iemand) inpalmen
5 (de tegenstander) ruim verslaan.

In Spaans overeenkomend met: Empacar, Envolver
Embalar, Empaquetar
Enfundar
  sBekleden
Emballeren
Instoppen
Pakken
Verpakken
Vullen
Pakte inIngepakt
InpalmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; palmde in, heeft ingepalmd)
1 [[iemands]] vertrouwen weten te krijgen
2 hand over hand naar zich toehalen.

In Spaans overeenkomend met: Engatusar a
Palmde inIngepalmd
InparkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; parkeerde in, heeft ingeparkeerd)
1 (een auto) parkeren tussen twee andere auto's in.

Parkeerde inIngeparkeerd
InpassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; paste in, heeft ingepast)
1 invoegen in een bestaand geheel.

Paste inIngepast
InpekelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pekelde in, heeft ingepekeld)
1 (iets) in de pekel leggen.

Pekelde inIngepekeld
InpekkenPekte inIngepekt
InpennenPende inIngepend
InpeperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; peperde in, heeft ingepeperd)
1 iemand (iets) nadrukkelijk inprenten.

Peperde inIngepeperd
InperkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; perkte in, heeft ingeperkt; inperking)
1 (iets) tussen [[nauwere]] grenzen insluiten.

Perkte inIngeperkt
InpersenPerste inIngeperst
InpikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; pikte in, heeft ingepikt)
1 (in [[BelgiŰ]]) inhaken op, aanknopen bij.
([[overgankelijk]] werkwoord; pikte in, heeft ingepikt; inpikker)
1 (informeel) (iets) pakken, meenemen
2 (informeel) (iets) inrichten, aanleggen
3 (een roeispaan) in het water steken.

Pikte inIngepikt
InplakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plakte in, heeft ingeplakt)
1 (iets) door plakken ergens in bevestigen.

Plakte inIngeplakt
InplannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plande in, heeft ingepland)
1 in de [[planning]] rekening houden met.

Plande inIngepland
InplantenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plantte in, heeft ingeplant; inplanting)
1 (gewas, e.d.) in de grond zetten
2 implanteren
3 (in [[BelgiŰ]]) (gebouwen, bedrijven, instellingen) neerzetten, oprichten, vestigen (in een bepaald gebied).

Plantte inIngeplant
InploegenPloegde inIngeploegd
InplooienPlooide inIngeplooid
InpluggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plugde in, heeft ingeplugd)
1 (elektronische toestellen) op elkaar aansluiten door middel van een stekkertje.

Plugde inIngeplugd
InpolderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[polderde]] in, heeft ingepolderd; inpoldering)
1 (water) tot polder maken, bedijken.

Polderde inIngepolderd
InpompenPompte inIngepompt
InponsenPonste inIngeponst
InpratenPraatte inIngepraat
InprentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prentte in, heeft ingeprent; inprenting)
1 (iets) diep en vast in [[iemands]] gemoed of geest doen indringen.

In Spaans overeenkomend met: Inculcar
Prentte inIngeprent
InprikkenPrikte inIngeprikt
InramenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raamde in, heeft ingeraamd; inraming)
1 (dia's) in een raampje zetten, zodat ze vertoond kunnen worden.

Raamde inIngeraamd
InranselenRanselde inIngeranseld
InregelenRegelde inIngeregeld
InregenenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; regende in, heeft ingeregend)
1 naar binnen regenen.

Regende inIngeregend
InreizenReisde inIngereisd
InrekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende in, heeft ingerekend; inrekening)
1 (iemand) in verzekerde bewaring brengen.

In Spaans overeenkomend met: Arrestar, Detener
  sAanhouden
Arresteren
In verzekerde bewaring nemen
Stoppen
Rekende inIngerekend
InrichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; richtte in, heeft ingericht)
1 (iets) zo maken dat het geschikt is voor het genoemde
2 (een lokaliteit) in gereedheid brengen voor gebruik of bewoning
3 ordenen in verband met een bepaalde bestemming.

In Spaans overeenkomend met: Amueblar
Establecer, Instalar
Arreglar
  sOprichten
Opruimen
Regelen
Ruimen
Schikken
Stichten
Terechtbrengen
Vestigen
Richtte inIngericht
InrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed in, heeft ingereden)
1 door rijden geschikt maken voor gebruik.

In Spaans overeenkomend met: Entrar
  sBinnenrijden
Reed inIngereden
InrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reeg in, heeft ingeregen)
1 (iets) in iets anders rijgen
2 met een rijgsnoer [[nauwer]] maken.

Reeg inIngeregen
InroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep in, heeft ingeroepen)
1 verzoeken (hulp)
2 (in [[BelgiŰ]]) aanvoeren, ter verdediging gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Pedir, Rogar
  sAanvragen
Verzoeken
Vragen
Riep inIngeroepen
InroestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roestte in, is ingeroest)
1 door roest ingevreten worden
2 door roesten vastklemmen.

Roestte inIngeroest
InrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rolde in, heeft ingerold)
1 rollende brengen in
2 tot een rol maken, inwikkelen
3 (zaad e.d.) met een rol de akker in persen.

Rolde inIngerold
InroosterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roosterde in, heeft ingeroosterd; inroostering)
1 in het les- of werkrooster opnemen.

Roosterde inIngeroosterd
InruilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ruilde in, heeft ingeruild)
1 (een oud product) ruilen tegen een [[nieuwer]] exemplaar met bijbetaling.

In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar
  sInwisselen
Ruilen
Uitwisselen
Verruilen
Wisselen
Ruilde inIngeruild
InruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ruimde in, heeft ingeruimd; inruiming)
1 (ruimte) vrij maken voor iets of iem.

Ruimde inIngeruimd
InrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rukte in, is ingerukt)
1 na afloop van de dienst enz. in de kwartieren terugkeren
2 weggaan.

Rukte inIngerukt
InschakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schakelde in, heeft ingeschakeld; inschakeling)
1 onder spanning brengen, in werking stellen
2 de hulp inroepen van.

In Spaans overeenkomend met: Poner
Interponer
  sAanzetten
Inlassen
Tussenvoegen
Schakelde inIngeschakeld
InschalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schaalde in, heeft ingeschaald; inschaling)
1 invoegen in een salarisschaal.

Schaalde inIngeschaald
InschattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schatte in, heeft ingeschat; inschatting)
1 beoordelen.

Schatte inIngeschat
InschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schonk in, heeft ingeschonken; inschenker, inschenking)
1 (drank, vloeistof) door schenken ergens in doen.

In Spaans overeenkomend met: Echar
Verter
  sIngieten
Schonk inIngeschonken
InschepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; scheepte in, heeft ingescheept; inscheping)
1 (personen) aan boord doen gaan.
(wederkerend werkwoord; scheepte zich in, heeft zich ingescheept)
1 zich aan boord van een vaartuig begeven.

Scheepte inIngescheept
InscheppenSchepte inIngeschept
InscherpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; scherpte in, heeft ingescherpt; inscherping)
1 (iets) op het hart drukken, met klem voorhouden.

Scherpte inIngescherpt
InscheurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheurde in, is ingescheurd; inscheuring)
1 (van zaken) naar binnen toe scheuren
2 (van de vrouwelijke geslachtsdelen bij de baring, of van de barende zelf) naar binnen toe scheuren.
([[overgankelijk]] werkwoord; scheurde in, heeft ingescheurd)
1 (zaken) naar binnen toe scheuren.

Scheurde inIngescheurd
InschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
 alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot in, heeft ingeschoten)
1 (ook absoluut) (de bal) in het doel schieten
2 (iets) door schieten breken
3 (wapens e.d.) testen.

Schoot inIngeschoten
InschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schikte in, heeft/is ingeschikt; inschikking)
1 opschuiven
2 speelruimte afstaan.

Schikte inIngeschikt
InschilderenSchilderde inIngeschilderd
InschoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schopte in, heeft ingeschopt)
1 door schoppen (iets) breken, stuk maken.

Schopte inIngeschopt
InschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schreef in, heeft ingeschreven; inschrijving)
1 intekenen
2 (van aannemers e.a.) schriftelijk opgeven voor welke prijs men iets wil leveren.
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef in, heeft ingeschreven)
1 (iets) opschrijven in een boek, register
2 (personen) door opschrijven van hun naam in een register enz. in een bepaalde hoedanigheid aannemen of erkennen.

In Spaans overeenkomend met: Inscribir
Consignar
Matricular
  sBijboeken
Boeken
Registreren
Schreef inIngeschreven
InschroevenSchroefde inIngeschroefd
InschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof in, heeft ingeschoven)
1 naar binnen schuiven
2 (iets) dichter op elkaar schuiven.

In Spaans overeenkomend met: Introducir
  sInleiden
Insteken
Schoof inIngeschoven
InseinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; seinde in, heeft ingeseind)
1 (informeel) inlichten, op de hoogte stellen van iets.

Seinde inIngeseind
InseminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; insemineerde, heeft ge´nsemineerd; inseminatie)
1 bevruchten.

InsemineerdeGe´nsemineerd
InsijpelenSijpelde inIngesijpeld
InsinuerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; insinueerde, heeft ge´nsinueerd; insinuatie)
1 op een bedekte manier beschuldigen, op suggestieve wijze te verstaan geven
2 gerechtelijk aanzeggen.

InsinueerdeGe´nsinueerd
InsisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; insisteerde, heeft ge´nsisteerd)
1 aandringen.

InsisteerdeGe´nsisteerd
InslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (sloeg in, is ingeslagen) de genoemde richting gaan volgen
2 (sloeg in, is ingeslagen) met een slag in iets doordringen
3 (sloeg in, heeft ingeslagen) (sport) door slaan zich inspelen, zich voorbereiden op een wedstrijd.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg in, heeft ingeslagen)
1 breken door erop te slaan
2 in voorraad nemen
3 naar binnen vouwen
4 (iets) door slaan ergens in vastmaken.

In Spaans overeenkomend met: Clavar
Dar con, Dar en
Tomar ((van een weg),(Tomar un camino))
  sHalen
Raken
Teisteren
Treffen
Sloeg inIngeslagen
InslapenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sliep in, is ingeslapen)
1 in slaap geraken
2 (eufemisme) sterven
3 minder actief of waakzaam worden.

In Spaans overeenkomend met: Adormecer, Dormirse
  sIn slaap vallen
Onder zeil gaan
Sliep inIngeslapen
InslenterenSlenterde inIngeslenterd
InslijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sleep in, heeft ingeslepen)
1 door slijpen aanbrengen in
2 op de juiste maat slijpen.

Sleep inIngeslepen
InslijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sleet in, is ingesleten; inslijting)
1 (van materialen) door aanhoudende wrijving over een smal oppervlak een inkeping krijgen.

Sleet inIngesleten
InslikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slikte in, heeft ingeslikt)
1 naar binnen slikken
2 (klanken, woorden, enz.) niet helemaal uitspreken
3 niet uiten.

In Spaans overeenkomend met: Zamparse
Tomar
Deglutir, Tragar
  sBinnenkrijgen
Doorslikken
Innemen
Slikken
Slokken
Verslinden
Verzwelgen
Slikte inIngeslikt
InslokkenSlokte inIngeslokt
InslorpenSlorpte inIngeslorpt
InsluikenSlook inIngesloken
InsluimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sluimerde in, is ingesluimerd; insluimering)
1 indutten, onvast in slaap vallen
2 insuffen, het verliezen van aandacht.

Sluimerde inIngesluimerd
InsluipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloop in, is ingeslopen; insluiper, insluiping)
1 sluipend naar binnen gaan of komen.

In Spaans overeenkomend met: Introducirse
  sBinnendringen
Zich toegang verschaffen
Sloop inIngeslopen
InsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloot in, heeft ingesloten; insluiter, insluiting)
1 in een omhulsel voegen en dat sluiten
2 aan twee of meer zijden omgeven
3 opsluiten
4 mede betekenen, in zich bevatten.

In Spaans overeenkomend met: Adjuntar
Incluir
Implicar
Envolver
  sBakeren
Bevatten
Bijsluiten
Impliceren
Inbakeren
Inhouden
Inzwachtelen
Sloot inIngesloten
InslurpenSlurpte inIngeslurpt
InsmeltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; smolt in, is ingesmolten)
1 door smelten in volume verminderen
2 langzaam, bij kleine gedeelten verminderen
3 smeltend overgaan, vervloeien in.
([[overgankelijk]] werkwoord; smolt in, heeft ingesmolten)
1 smeltend invoegen.

Smolt inIngesmolten
InsmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeerde in, heeft ingesmeerd)
1 smerend inwrijven, bestrijken.

In Spaans overeenkomend met: Embadurnar, Untar
Ponerse
  sNat maken
Smeerde inIngesmeerd
InsmijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeet in, heeft ingesmeten)
1 met kracht werpen in.

Smeet inIngesmeten
InsneeuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sneeuwde in, is ingesneeuwd)
1 door de neervallende sneeuw ingesloten worden en ge´soleerd raken.
(onpersoonlijk werkwoord; sneeuwde in, heeft ingesneeuwd)
1 naar binnen sneeuwen.

Sneeuwde inIngesneeuwd
InsnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed in, heeft ingesneden; insnijding)
1 een snee maken in
2 door snijden ergens in aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Sajar
  sOpensnijden
Sneed inIngesneden
InsnoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snoerde in, heeft ingesnoerd; insnoering)
1 door snoeren een plaatselijke vernauwing aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Agarrotar
Snoerde inIngesnoerd
InsnuivenSnoof inIngesnoven
InsoppenSopte inIngesopt
InspannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spande in, heeft ingespannen; inspanner, inspanning)
1 volledig inzetten, alle vermogens gebruiken van
2 (een trekdier) optuigen en voor de wagen spannen.
(wederkerend werkwoord; spande zich in, heeft zich ingespannen)
1 zorgen dat iets zo goed mogelijk gebeurt.

In Spaans overeenkomend met: Uncir
  sBespannen
Optuigen
Spannen
Tuigen
Voorspannen
Spande inIngespannen
InspecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; inspecteerde, heeft ge´nspecteerd; inspecteur, inspectie)
1 nauwgezet controleren, bekijken.

In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar
  sHerzien
Nakijken
Nazien
Reviseren
InspecteerdeGe´nspecteerd
InspeldenSpeldde inIngespeld
InspelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; speelde in, heeft ingespeeld)
1 reageren op gebeurtenissen door er rekening mee te houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde in, heeft ingespeeld)
1 door spelen geschikt maken voor gebruik.
(wederkerend werkwoord; speelde zich in, heeft zich ingespeeld)
1 al spelend, door oefeningen zich voorbereiden op een wedstrijd of optreden.

Speelde inIngespeeld
InspijkerenSpijkerde inIngespijkerd
InspinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spon in, heeft ingesponnen)
1 in spinsel wikkelen.

Spon inIngesponnen
InspirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; inspireerde, heeft ge´nspireerd; [[inspirator]], inspiratie)
1 bezielen, de geest gaande maken.

In Spaans overeenkomend met: Soplar
Inspirar
  sBezielen
Inboezemen
InspireerdeGe´nspireerd
InspittenSpitte inIngespit
InsprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sprak in, heeft ingesproken)
1 spreken in een opnameapparaat.

Sprak inIngesproken
InspringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; sprong in, is ingesprongen)
1 reageren, inhaken op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong in, is ingesprongen)
1 in de plaats treden voor
2 zich ten [[opzichte]] van iets anders meer naar binnen uitstrekken
3 een eindje van de kantlijn beginnen.

In Spaans overeenkomend met: Reemplazar, Remplazar, Substituir
  sAflossen
De plaats innemen van
Vervangen
Sprong inIngesprongen
InspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot in, heeft ingespoten; inspuiting)
1 (iets) met een spuit binnenbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Inyectar
  sInjecteren
Spoot inIngespoten
InstaanStond inIngestaan
InstallerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; installeerde, heeft ge´nstalleerd)
1 (toestellen, machines enz.) aanbrengen, instellen en voor het gebruik gereedmaken
2 (iemand) ergens vestigen en geheel inrichten
3 (iemand in een ambt of een waardigheid) plechtig bevestigen.
(wederkerend werkwoord; installeerde zich, heeft zich ge´nstalleerd; installatie)
1 zo gaan zitten dat men alles bij de hand heeft.

In Spaans overeenkomend met: Instalar
  sAanbrengen
Aanleggen
Fitten
InstalleerdeGe´nstalleerd
InstampenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stampte in, heeft ingestampt)
1 door stampen in elkaar duwen
2 door grote druk op het gemoed of de geest inprenten, met moeite (aan iem.) leren.

Stampte inIngestampt
InstappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stapte in, is ingestapt)
1 binnengaan in een voertuig
2 beginnen, meedoen aan.

In Spaans overeenkomend met: Montar
Subir
Embarcar
Subir
Subir a
  sIn de trein stappen
Naar boven gaan
Stapte inIngestapt
InstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak in, heeft ingestoken)
1 (ook absoluut) (iets) ergens in steken
2 (drukwezen) innaaien.

In Spaans overeenkomend met: Injerir
Enhebrar, Ensartar
Introducir
  sIndoen
Inleiden
Inschuiven
Rijgen
Steken
Stak inIngestoken
InstellenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stelde in, heeft ingesteld)
1 zich voorbereiden op.
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde in, heeft ingesteld; insteller, instelling)
1 tot stand brengen, oprichten, stichten
2 (toestellen) zˇ stellen dat ze voor gebruik geschikt zijn.

In Spaans overeenkomend met: Plantear
Enfocar
Establecer
  sBepalen
Beschikken
Bevelen
Pas maken
Scherp stellen
Stelde inIngesteld
InstemmenStemde inIngestemd
InstigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[instigeerde]], heeft ge´nstigeerd; instigatie)
1 aansporen.

InstigeerdeGe´nstigeerd
InstijgenSteeg inIngestegen
InstinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stonk in, is ingestonken)
 alleen in verbindingen.

Stonk inIngestonken
InstituerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[institueerde]], heeft ge´nstitueerd)
1 instellen, stichten.

InstitueerdeGe´nstitueerd
InstitutionaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; institutionaliseerde, heeft ge´nstitutionaliseerd; institutionalisering)
1 maken tot een gevestigde instelling
2 tot een formele regeling maken.

InstitutionaliseerdeGe´nstitutionaliseerd
InstomenStoomde inIngestoomd
InstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte in, heeft ingestopt)
1 toedekken.

In Spaans overeenkomend met: Enfundar
  sBekleden
Inpakken
Vullen
Stopte inIngestopt
InstormenStormde inIngestormd
InstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stortte in, is ingestort; instorting)
1 in stukken in elkaar vallen
2 plotseling overspannen raken.

In Spaans overeenkomend met: Desplomarse
Allanarse ((gebouw),(edificio)), Derrumbarse
  sInzakken
Verzakken
Stortte inIngestort
InstotenStootte in, Stiet inIngestoten
InstouwenStouwde inIngestouwd
InstralenStraalde inIngestraald
InstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streek in, heeft ingestreken)
1 strijkend aanbrengen in
2 (bouwkunde) (voegen) strijkend volmaken.

Streek inIngestreken
InstromenStroomde inIngestroomd
InstruerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; instrueerde, heeft ge´nstrueerd; instructeur, instructie)
1 een vaardigheid onderwijzen
2 (juridisch) (een zaak) voorbereiden.

In Spaans overeenkomend met: Ense˝ar, Instruir
  sBijbrengen
Leren
Scholen
InstrueerdeGe´nstrueerd
InstrumenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; instrumenteerde, heeft ge´nstrumenteerd)
1 (ook absoluut) (een akte) opmaken
2 (ook absoluut) aan de opererende arts de instrumenten aanreiken
3 (een muziekstuk) zetten voor de verschillende instrumenten van een orkest.

InstrumenteerdeGe´nstrumenteerd
InstuderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; studeerde in, heeft ingestudeerd)
1 zich door studeren eigen maken.

In Spaans overeenkomend met: Estudiar
  sStudie maken van
Studeerde inIngestudeerd
InstuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stoof in, is ingestoven)
1 (vooral van stof) naar binnen stuiven
2 [[landwaarts]] verstuiven.

Stoof inIngestoven
InstulpenStulpte inIngestulpt
InsturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde in, heeft ingestuurd)
1 door zending in het bezit van iemand laten komen.

Stuurde inIngestuurd
InstuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuwde in, heeft ingestuwd)
1 ([[scheepslading]]) op de juiste plaats opstellen.

Stuwde inIngestuwd
InsuffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sufte in, is ingesuft)
1 het verliezen van aandacht.

Sufte inIngesuft
IntandenTandde inIngetand
IntapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tapete in, heeft ingetapet)
1 (een gekneusd of zwak gewricht) verstevigen door het met [[tape]] te omwikkelen.

Tapete inIngetapet
IntegrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; integreerde, is ge´ntegreerd; integratie)
1 in een eenheid opgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; integreerde, heeft ge´ntegreerd)
1 in een geheel doen opgaan
2 (wiskunde) het berekenen van de integraal.

In Spaans overeenkomend met: Integrar, Integrarse
IntegreerdeGe´ntegreerd
IntekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tekende in, heeft ingetekend; [[intekenaar]], intekening)
1 zich schriftelijk verbinden tot iets.
([[overgankelijk]] werkwoord; tekende in, heeft ingetekend)
1 (tekeningen) op iets invullen.

In Spaans overeenkomend met: Reservar
Suscribir
Tekende inIngetekend
IntellectualiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[intellectualiseerde]], heeft ge´ntellectualiseerd)
1 verstandelijk benaderen
2 een intellectuele bedoeling zoeken in -.

IntellectualiseerdeGe´ntellectualiseerd
IntenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; intendeerde, heeft ge´ntendeerd)
1 beogen, bedoelen.

IntendeerdeGe´ntendeerd
IntensifiŰrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; intensifieerde, heeft ge´ntensifieerd)
1 [[heviger]], [[krachtiger]] maken.

IntensifieerdeGe´ntensifieerd
IntensiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; intensiveerde, heeft ge´ntensiveerd)
1 [[heviger]], [[krachtiger]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Intensificar
IntensiveerdeGe´ntensiveerd
InteracterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[interacteerde]], heeft ge´nteracteerd)
1 interageren.

InteracteerdeGe´nteracteerd
InteragerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[interageerde]], heeft ge´nterageerd; interactor, interactie)
1 deelnemen aan een interactie.

InterageerdeGe´nterageerd
IntercepterenIntercepteerdeGe´ntercepteerd
InterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; teerde in, heeft/is ingeteerd; intering)
1 (een kapitaal) door verbruik laten [[achteruitgaan]], minder maken.

Teerde inIngeteerd
InteresserenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; interesseerde, heeft ge´nteresseerd)
1 belangstelling hebben, tonen voor.
([[overgankelijk]] werkwoord; interesseerde, heeft ge´nteresseerd)
1 belangstelling inboezemen, nieuwsgierig maken.

In Spaans overeenkomend met: Cautivar, Interesar
  sBelang inboezemen
InteresseerdeGe´nteresseerd
InterfererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; interfereerde, heeft ge´nterfereerd; interferent, interferentie)
1 tussenbeide komen
2 op elkaar inwerken.

In Spaans overeenkomend met: Interferir
  sInterferentie veroorzaken
InterfereerdeGe´nterfereerd
InterliniŰrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; interlinieerde, heeft ge´nterlinieerd)
1 interlinies aanbrengen.

InterlinieerdeGe´nterlinieerd
InternaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; internaliseerde, heeft ge´nternaliseerd; internalisering)
1 tot onderdeel van het innerlijk maken.

InternaliseerdeGe´nternaliseerd
InternationaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[internationaliseerde]], heeft ge´nternationaliseerd; internationalisatie/internationalisering)
1 internationaal maken.

InternationaliseerdeGe´nternationaliseerd
InternerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; interneerde, heeft ge´nterneerd; internering)
1 (iemand) een gedwongen verblijfplaats aanwijzen.

In Spaans overeenkomend met: Internar
  sNaar het binnenland brengen
InterneerdeGe´nterneerd
InternetbankierenInternetbankierdeGe´nternetbankierd
InternetbellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[internetbelde]], heeft ge´nternetbeld)
1 bellen via het internet.

InternetbeldeGe´nternetbeld
InternetdatenInternetdateteGe´nternetdatet
InternettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; internette, heeft ge´nternet; internetter)
1 al dan niet doelgericht via hyperlinks naar een bepaalde website gaan om informatie te vergaren.

InternetteGe´nternet
InterpellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; interpelleerde, heeft ge´nterpelleerd; [[interpellant]], interpellatie)
1 (iemand) om opheldering of inlichtingen vragen.

In Spaans overeenkomend met: Interpelar
InterpelleerdeGe´nterpelleerd
InterpolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[interpoleerde]], heeft ge´nterpoleerd; interpolatie)
1 inlassen, tussenvoegen.

In Spaans overeenkomend met: Interpolar
  sTussenvoegen
InterpoleerdeGe´nterpoleerd
InterpreterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; interpreteerde, heeft ge´nterpreteerd; [[interpretator]], interpretatie)
1 uitleggen, verklaren naar de innerlijke bedoeling
2 vertolken.

In Spaans overeenkomend met: Interpretar
  sDuiden
Uitleggen
Verklaren
Vertolken
InterpreteerdeGe´nterpreteerd
InterpungerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; interpungeerde, heeft ge´nterpungeerd; interpunctie)
1 (een tekst) van leestekens voorzien.

InterpungeerdeGe´nterpungeerd
InterrogerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[interrogeerde]], heeft ge´nterrogeerd; interrogatie)
1 ondervragen.

InterrogeerdeGe´nterrogeerd
InterrumperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[interrumpeerde]], heeft ge´nterrumpeerd; interruptie)
1 in de rede vallen.

In Spaans overeenkomend met: Interrumpir
  sOnderbreken
Schorsen
InterrumpeerdeGe´nterrumpeerd
InterveniŰrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; intervenieerde, heeft ge´ntervenieerd; interveniŰnt, interventie)
1 ingrijpen in een conflict.

In Spaans overeenkomend met: Intervenir
  sIngrijpen
Tussenbeide komen
Zich mengen in
IntervenieerdeGe´ntervenieerd
InterviewenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; interviewde, heeft ge´nterviewd; interviewer)
1 een vraaggesprek houden met.

In Spaans overeenkomend met: Entrevistar
InterviewdeGe´nterviewd
IntikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tikte in, heeft ingetikt)
1 (een ruit) inslaan
2 (computer) intypen
3 door tikken naar binnen plaatsen, deponeren in.

Tikte inIngetikt
IntimiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; intimideerde, heeft ge´ntimideerd; intimidatie)
1 door bedreiging afschrikken, weerhouden, ontmoedigen.

In Spaans overeenkomend met: Amedrentar, Atemorizar, Intimidar
  sAfschrikken
Angst aanjagen
Bang maken
Bevreesd maken
Schrik aanjagen
Vrees aanjagen
IntimideerdeGe´ntimideerd
IntoetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toetste in, heeft ingetoetst; intoetsing)
1 (computer) intypen.

Toetste inIngetoetst
IntomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toomde in, heeft ingetoomd)
1 (emoties) matigen, bedwingen.

In Spaans overeenkomend met: Contener, Refrenar, Reprimir
  sBedwingen
Beteugelen
Betomen
In toom houden
Toomde inIngetoomd
IntonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; intoneerde, heeft ge´ntoneerd; intonering/intonatie)
1 een bepaalde stembuiging volgen in het spreken
2 (muziek) de toon aangeven
3 (een muziekinstrument) juist stemmen.

IntoneerdeGe´ntoneerd
IntrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte in, heeft ingetrapt)
1 trappend forceren
2 met de voet indrukken.

In Spaans overeenkomend met: Quebrantar, Romper con estrÚpito
Pisar
  sVerbrijzelen
Vermorzelen
Verpletteren
Trapte inIngetrapt
IntredenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trad in, is ingetreden)
1 toetreden tot een [[kloosterorde]], monnik of non worden
2 (van tijdruimten) een aanvang nemen
3 (van toestanden) tot stand komen.

Trad inIngetreden
IntrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; trok in, is ingetrokken)
1 gaan inwonen bij, samenwonen met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok in, is ingetrokken)
1 indringen in, opgezogen worden door
2 (van hout enz.) krimpen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok in, heeft ingetrokken)
1 door trekken achteruit, naar binnen brengen
2 terugnemen, herroepen
3 (militair, leger) terugroepen zonder te vervangen.

In Spaans overeenkomend met: Ir a ocupar
Retirar
Retractar, Retractarse
Retratar
  sHerroepen
Terugkomen
Terugtrekken
Verwijderen
Zijn intrek nemen
Zijn tenten opslaan
Trok inIngetrokken
IntrigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; intrigeerde, heeft ge´ntrigeerd)
1 met slinkse streken te werk gaan, een heimelijke invloed aanwenden om zijn doel te bereiken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; intrigeerde, heeft ge´ntrigeerd)
1 door de [[geheimzinnigheid]] fascineren.

In Spaans overeenkomend met: Intrigar, Tramar
  sBekonkelen
Konkelen
IntrigeerdeGe´ntrigeerd
IntroducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; introduceerde, heeft ge´ntroduceerd; introductie)
1 inleiden, voorstellen, in een besloten kring uitnodigen
2 in omloop brengen, op de markt brengen.

In Spaans overeenkomend met: Introducir
IntroduceerdeGe´ntroduceerd
IntroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; troefde in, heeft ingetroefd)
1 (spel) een troef uitspelen bij een kaart van een andere kleur.

Troefde inIngetroefd
IntrouwenTrouwde inIngetrouwd
IntuerenIntueerdeGe´ntueerd
IntuigenTuigde inIngetuigd
IntuinenTuinde inIngetuind
IntypenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; typte in, heeft ingetypt)
1 gegevens via het toetsenbord in de computer invoeren.

Typte inIngetypt
InunderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[inundeerde]], heeft ge´nundeerd; inundatie)
1 onder water zetten van lager gelegen land, bv. ter verdediging.

InundeerdeGe´nundeerd
InvaliderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[invalideerde]], heeft ge´nvalideerd; invalidatie)
1 (juridisch) ongeldig verklaren, krachteloos maken.

InvalideerdeGe´nvalideerd
InvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel in, is ingevallen)
1 naar binnen vallen, in iets vallen
2 ergens plotseling met geweld binnenkomen
3 plotseling beginnen
4 iemand vervangen
5 eensklaps in gedachte komen
6 (muziek) op het juiste ogenblik mee gaan doen.

In Spaans overeenkomend met: Sumirse ((wangen),(mejillas))
Viel inIngevallen
InvangenVing inIngevangen
InvarenVoer inIngevaren
InvechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vocht in, heeft ingevochten)
1 (vechtsport) (van boksers) de afstand tussen elkaar verkleinen tot borst aan borst.
(wederkerend werkwoord; vocht zich in, heeft zich ingevochten)
1 met moeite ergens binnen proberen te komen.

Vocht inIngevochten
InventariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; inventariseerde, heeft ge´nventariseerd; inventarisatie)
1 de inventaris opmaken van
2 (hetgeen men aantreft) op een rij zetten.

InventariseerdeGe´nventariseerd
InverdienenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdiende in, heeft inverdiend)
1 [[terugverdienen]] van gemaakte kosten.

Verdiende inInverdiend
InverterenInverteerdeGe´nverteerd
InvesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; investeerde, heeft ge´nvesteerd; investeerder, investering)
1 (geld) aanwenden met een productieve bestemming
2 besteden aan.

In Spaans overeenkomend met: Invertir, Investir
  sBeleggen
Inhuldigen
InvesteerdeGe´nvesteerd
InvettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vette in, heeft ingevet; invetting)
1 met vet insmeren.

In Spaans overeenkomend met: Aceitar, Engrasar, Lubrificar
  sDoorsmeren
Smeren
Vette inIngevet
InvijzenVees inIngevezen
InviterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; inviteerde, heeft ge´nviteerd; invitatie)
1 (formeel) uitnodigen
2 (spel) een [[invite]] doen
3 (schermen) een stoot uitlokken.

In Spaans overeenkomend met: Invitar
  sNoden
Uitnodigen
Vragen
InviteerdeGe´nviteerd
InvlechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlocht in, heeft ingevlochten)
1 door vlechten inbrengen, tussenbrengen
2 iets in zeker verband opnemen.

Vlocht inIngevlochten
InvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vloog in, heeft ingevlogen)
1 (een vliegtuig) testen door ermee te vliegen
2 per vliegtuig aanvoeren.

Vloog inIngevlogen
InvloeienVloeide inIngevloeid
InvluchtenVluchtte inIngevlucht
InvochtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vochtte in, heeft ingevocht)
1 vochtig maken om te kunnen bewerken.

Vochtte inIngevocht
InvoegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voegde in, heeft ingevoegd; invoeger, invoeging)
1 met een vervoermiddel een plaats vinden in een reeds op de weg rijdende stroom.
([[overgankelijk]] werkwoord; voegde in, heeft ingevoegd)
1 tussen andere zaken zijn plaats geven
2 (de voegen van [[metselwerk]]) opvullen.

Voegde inIngevoegd
InvoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voelde in, heeft ingevoeld)
1 gevoelsmatig begrijpen.

Voelde inIngevoeld
InvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde in, heeft ingevoerd; invoering)
1 (goederen) uit een ander gebied of land aanvoeren
2 (een werkwijze, regeling e.d.) van start doen gaan
3 ergens in leiden, toevoeren, inbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Importar
Introducir
  sImporteren
Inbrengen
Indoen
Inleiden
Voerde inIngevoerd
InvolgenVolgde inIngevolgd
InvolverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[involveerde]], heeft ge´nvolveerd)
1 (formeel) meebrengen
2 (formeel) betrekken bij.

InvolveerdeGe´nvolveerd
InvorderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vorderde in, heeft ingevorderd; invorderaar, invordering)
1 betaling eisen van (een schuld).

Vorderde inIngevorderd
InvouwenVouwde inIngevouwen
InvretenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vrat zich in, heeft zich ingevreten)
1 (van [[larven]]) door vreten gaten maken in, aantasten.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vrat in, heeft ingevreten; invreting)
1 aantasten, beschadigend steeds dieper of verder gaan in.

Vrat inIngevreten
InvriezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vroor in, heeft ingevroren)
1 door bevriezen conserveren.

In Spaans overeenkomend met: Congelar
  sBevriezen
Vroor inIngevroren
InvullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vulde in, heeft ingevuld; invuller, invulling)
1 (de opengelaten ruimte van een formulier, oefening) beschrijven
2 concretiseren, uitwerken.

In Spaans overeenkomend met: Introducir
Llenar
Rellenar
  sAanbrengen
Dempen
Spekken
Stoppen
Volmaken
Volschenken
Vullen
Vulde inIngevuld
InwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (waaide in/woei in, is ingewaaid) door de wind ingedrukt of omvergeworpen worden
2 (waaide in/woei in, heeft ingewaaid) (van wind) inkomen.

Waaide in, Woei inIngewaaid
InwachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wachtte in, heeft ingewacht; inwachting)
1 wachten op de komst, de bezorging of inlevering van.

Wachtte inIngewacht
InwandelenWandelde inIngewandeld
InwassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waste in, heeft ingewassen)
1 (voegen) opvullen met.

Waste inIngewassen
InwaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waterde in, is ingewaterd)
1 water doorlaten.
([[overgankelijk]] werkwoord; waterde in, heeft ingewaterd)
1 (houten vaatwerk) doen [[dichttrekken]] door het met water te vullen.

Waterde inIngewaterd
InwegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; woog in, heeft ingewogen)
1 verliezen door te ruim wegen.

Woog inIngewogen
InwekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weekte in, heeft/is ingeweekt; inweking)
1 in een vloeistof liggen om week te worden, vlekken op te laten lossen enz.
([[overgankelijk]] werkwoord; weekte in, heeft ingeweekt)
1 in een vloeistof leggen om het week te maken, vlekken op te lossen enz.

In Spaans overeenkomend met: Hidratar
  sHydreren
Vocht toevoegen aan
Weekte inIngeweekt
InwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; werkte in, heeft ingewerkt)
1 uitwerking hebben, invloed hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte in, heeft ingewerkt)
1 (iemand) in een materie thuis laten worden
2 al werkend aanbrengen in
3 naar boven [[smaller]] metselen.

In Spaans overeenkomend met: Orientar
  sOriŰnteren
Werkte inIngewerkt
InwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp in, heeft ingeworpen)
1 (ook absoluut) (de bal) door een inworp weer in het spel brengen
2 ingooien: door werpen breken.

Wierp inIngeworpen
InwevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weefde in, heeft ingeweven)
1 bij het of door weven inwerken, aanbrengen in
2 inlassen, invoegen.

Weefde inIngeweven
InwijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wijdde in, heeft ingewijd; inwijding)
1 plechtig of feestelijk in gebruik nemen
2 deelgenoot maken van de geheimen.

In Spaans overeenkomend met: Bendecir
Inaugurar
Iniciar
Consagrar
  sConsacreren
Consecreren
Inaugureren
Inzegenen
Officieel openen
Onthullen
Wijden
Zegenen
Wijdde inIngewijd
InwijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; week in, is ingeweken)
1 (in [[BelgiŰ]], niet algemeen) immigreren.

Week inIngeweken
InwikkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wikkelde in, heeft ingewikkeld)
1 in een omhulsel doen.

In Spaans overeenkomend met: Enrollar
  sHullen
Omhullen
Toestoppen
Woelen
Wikkelde inIngewikkeld
InwilligenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; willigde in, heeft ingewilligd; inwilliging)
1 gunstig beslissen over.

In Spaans overeenkomend met: Allanarse ((verzoek),(ruego)), Otorgar
  sToekennen
Toestaan
Verlenen
Willigde inIngewilligd
InwinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; won in, heeft ingewonnen)
1 trachten te krijgen
2 (drukwezen) (ruimte) besparen.

Won inIngewonnen
InwippenWipte inIngewipt
InwisselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wisselde in, heeft ingewisseld; inwisseling)
1 wisselen voor iets anders.

In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar
  sInruilen
Ruilen
Uitwisselen
Verruilen
Wisselen
Wisselde inIngewisseld
InwonenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woonde in, heeft ingewoond; inwoning)
1 bij iemand in huis wonen.

In Spaans overeenkomend met: Habitar
  sBewonen
Woonde inIngewoond
InwortelenWortelde inIngeworteld
InwrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wreef in, heeft ingewreven)
1 (een oppervlak, lichaamsdeel enz.) door wrijven met iets bedekken of doordrenken
2 (iets) hevig verwijten.

In Spaans overeenkomend met: Frotar, Frotarse
Wreef inIngewreven
InwroetenWroette inIngewroet
InzaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zaaide in, heeft ingezaaid)
1 (een gewas) als zaad in de grond aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Sembrar
  sZaaien
Zaaide inIngezaaid
InzagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zaagde in, heeft ingezaagd; inzaging)
1 met een zaag een snee of kerf (in hout) maken.

Zaagde inIngezaagd
InzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte in, is ingezakt; inzakking)
1 door zijn gewicht dringen in de stof van het steunende vlak of in een onderliggende holte
2 in elkaar zakken, al zakkend zijn verband verliezen
3 (handel) (van koersen, prijzen, de markt) snel lager worden
4 (van personen) in gezondheid achteruitgaan.

In Spaans overeenkomend met: Derrumbarse
  sInstorten
Verzakken
Zakte inIngezakt
InzamelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[zamelde]] in, heeft ingezameld; inzamelaar, inzameling)
1 geld of goederen [[bijeenbrengen]] voor een bepaald doel.

In Spaans overeenkomend met: Coleccionar
  sCollecteren
Innen
Oogsten
Plukken
Rapen
Zamelde inIngezameld
InzegenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zegende in, heeft ingezegend; inzegening)
1 door het verlenen van de zegen heiligen.

In Spaans overeenkomend met: Bendecir
Consagrar
  sConsacreren
Consecreren
Inwijden
Wijden
Zegenen
Zegende inIngezegend
InzeilenZeilde inIngezeild
InzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond in, heeft ingezonden; inzender, inzending)
1 insturen.

Zond inIngezonden
InzepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zeepte in, heeft ingezeept; inzeping)
1 met zeep insmeren
2 met sneeuw inwrijven.

In Spaans overeenkomend met: Enjabonar
  sZepen
Zeepte inIngezeept
InzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zette in, heeft ingezet)
1 (van periodes) beginnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zette in, heeft ingezet)
1 (ook absoluut) (een bedrag, voorwerp) op het spel zetten
2 (ook absoluut) (iets dat geveild wordt) voor een bepaald bedrag te koop aanbieden
3 (ook absoluut) (een melodie, lied) beginnen te zingen of te spelen
4 plaatsen in of tussen een bepaalde ruimte
5 beginnen te doen
6 in actie laten komen.
(wederkerend werkwoord; zette zich in, heeft zich ingezet)
1 zijn best doen, zich inspannen.

In Spaans overeenkomend met: Entonar
  sEen lied aanheffen
Zette inIngezet
InzienALLE betekenissen van dit woord:
(het)
 alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zag in, heeft ingezien)
1 inkijken, vluchtig lezen of bekijken
2 zich realiseren
3 op de genoemde wijze beoordelen.

Zag inIngezien
InzijpelenZijpelde inIngezijpeld
InzingenZong inIngezongen
InzinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zonk in, is ingezonken; inzinking)
1 zinken in iets anders.

Zonk inIngezonken
InzittenZat inIngezeten
InzoomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zoomde in, heeft ingezoomd)
1 het beeld dat men filmt met de [[camera]] dichterbij halen.

Zoomde inIngezoomd
InzoutenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoutte in, heeft ingezouten)
1 ([[levensmiddelen]]) door middel van zout conserveren.

Zoutte inIngezouten
InzuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoog in, heeft ingezogen; inzuiging)
1 met de mond zuigend in zich opnemen
2 door capillaire werking in zich opnemen.

Zoog inIngezogen
InzultenZultte inIngezult
InzwachtelenIn Spaans overeenkomend met: Envolver, Vendar
  sBakeren
Inbakeren
Insluiten
Omwikkelen
Zwachtelde inIngezwachteld
InzwelgenZwolg inIngezwolgen
InzwemmenZwom inIngezwommen
InzwerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zwoer in, heeft ingezworen)
1 beŰdigen.

Zwoor inIngezworen
IoniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ioniseerde, is ge´oniseerd)
1 in ionen gesplitst worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; ioniseerde, heeft ge´oniseerd)
1 in ionen splitsen.

In Spaans overeenkomend met: Ionizar
IoniseerdeGe´oniseerd
IriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; iriseerde, heeft ge´riseerd)
1 de kleuren van de regenboog hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord; iriseerde, heeft ge´riseerd)
1 kleuren in de tinten van de regenboog.

In Spaans overeenkomend met: Irisar
  sDe kleuren van de regenboog vertonen
IriseerdeGe´riseerd
IroniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ironiseerde, heeft ge´roniseerd; ironisering)
1 in ironie spreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; ironiseerde, heeft ge´roniseerd)
1 tot een voorwerp van ironie maken.

In Spaans overeenkomend met: Ironizar
IroniseerdeGe´roniseerd
IrrigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; irrigeerde, heeft ge´rrigeerd; irrigatie)
1 (landbouw) (bouw- of weiland) bevloeien
2 (geneeskunde) (een wond, [[lichaamsholte]]) uitspoelen.

In Spaans overeenkomend met: Abrevar
  sBevloeien
IrrigeerdeGe´rrigeerd
IrriterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; irriteerde, heeft ge´rriteerd; irritatie)
1 ergeren
2 sterk prikkelen.

In Spaans overeenkomend met: Dar dentera
Acuciar
Irritar
  sPrikkelen
Verbitteren
Vertoornen
IrriteerdeGe´rriteerd
IslamiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[islamiseerde]], heeft ge´slamiseerd; islamisering)
1 de maatschappij organiseren volgens islamitische principes.

IslamiseerdeGe´slamiseerd
IsolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; isoleerde, heeft ge´soleerd)
1 (ook absoluut) (iets) zo afschermen, dat elektriciteit, warmte, kou of geluid niet meer naar buiten of naar binnen kan treden
2 totaal afzonderen.

In Spaans overeenkomend met: Aislar, Incomunicar
  sAfzonderen
Alleen zetten
IsoleerdeGe´soleerd
IsomeriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[isomeriseerde]], heeft ge´someriseerd; isomerisatie)
1 (scheikunde) (een stof) omzetten in een andere [[isomerische]] structuur.

IsomeriseerdeGe´someriseerd
ItalianiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[italianiseerde]], heeft ge´talianiseerd)
1 de [[Italiaanse]] schildertrant navolgen.

ItalianiseerdeGe´talianiseerd
ItererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[itereerde]], heeft ge´tereerd)
1 herhalen.

In Spaans overeenkomend met: Iterar
ItereerdeGe´tereerd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven