Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
JachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jachtte, heeft/is gejacht; jachter)
1 zich haasten
2 (formeel) (van de wolken) snel drijven.

In Spaans overeenkomend met: Apremiar, Urgir
  sDringen
Dringend zijn
Haasten
Tot haast aanzetten
Urgent zijn
JachtteGejacht
Jachtspringen
JagenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; jaagde/joeg, heeft gejaagd)
1 proberen te krijgen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; jaagde/joeg, heeft gejaagd; jager)
1 wild achtervolgen om het buit te maken en te doden
2 snel gaan
3 (voetbal) druk uitoefenen op de tegenstander door hem proberen de bal afhandig te maken zodra hij in balbezit is
4 (sport) (van de achtervolgers) hardnekkig achter de koplopers aan zitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; jaagde/joeg, heeft gejaagd)
1 maken dat iem., iets in de genoemde positie of toestand terechtkomt.

In Spaans overeenkomend met: Jalar
Cazar, Montear ((jacht))
  sBejagen
Jacht maken op
Najagen
Opdrijven
Voortdrijven
Jaagde, JoegGejaagd
JakhalzenJakhalsdeGejakhalsd
JakkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jakkerde, heeft/is gejakkerd; jakkeraar)
1 overmatig hard rijden.

JakkerdeGejakkerd
JaknikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; jaknikker)
1 bevestigend knikken.

JalonnerenJalonneerdeGejalonneerd
JammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jamde, heeft gejamd)
1 (muziek) aan een jamsession deelnemen.

JamdeGejamd
JammerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jammerde, heeft gejammerd; jammeraar)
1 luidkeels klagen.

In Spaans overeenkomend met: Lamentarse
JammerdeGejammerd
JankenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jankte, heeft gejankt; janker)
1 (vooral van honden en vossen) [[klaaglijk]], in gerekte, hoge tonen schreeuwen
2 (informeel) huilen.

In Spaans overeenkomend met: Aullar
JankteGejankt
JapenJaapteGejaapt
JassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jaste, heeft gejast; jasser)
1 een kaartspel spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; jaste, heeft gejast)
1 (informeel) (aardappels) schillen.

In Spaans overeenkomend met: Descortezar, Mondar, Pelar
  sAfpellen
Pellen
Schillen
JasteGejast
JattenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 handen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; jatte, heeft gejat; jatter)
1 (informeel) stelen.

JatteGejat
JeinenJeindeGejeind
JengelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jengelde, heeft gejengeld)
1 dwingend huilen
2 eentonig, zeurend klinken.

JengeldeGejengeld
JennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jende, heeft gejend; jenner)
1 (informeel) plagen.

In Spaans overeenkomend met: Chinchar
JendeGejend
JeremiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jeremieerde, heeft gejeremieerd)
1 jammeren.

JeremieerdeGejeremieerd
JetskiënJetskiedeGejetskied
Jeu-de-boulenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[jeu-de-boulde]], heeft gejeu-de-bould)
1 jeu de boules spelen.

Jeu-de-bouldeGejeu-de-bould
JeukenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jeukte, heeft gejeukt; jeuking)
1 het gevoel van jeuk geven.

In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar
  sKriebelen
Krieuwelen
Wriemelen
JeukteGejeukt
JeuzelenJeuzeldeGejeuzeld
Jij-bakkenJij-bakteGejij-bakt
JijenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

JijdeGejijd
JitsjenJitsjteGejitsjt
JobbenJobdeGejobd
JobhoppenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; jobhopper, jobhopping)
1 geregeld van baan veranderen.

JobhopteGejobhopt
JodelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jodelde, heeft gejodeld; jodelaar)
1 zingen met een snelle wisseling van borst- naar keelstem, zoals vooral Alpenbewoners doen.

JodeldeGejodeld
JoechjachenJoechjachteGejoechjacht
JoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; joelde, heeft gejoeld; joeler)
1 luidkeels zijn enthousiasme of afkeuring uiten.

In Spaans overeenkomend met: Gritar
  sGieren
Roepen
Schreeuwen
JoeldeGejoeld
JoepenJoepteGejoept
JoggelenJoggeldeGejoggeld
JoggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jogde, heeft/is gejogd; jogger)
1 (atletiek) hardlopen ten [[behoeve]] van de lichamelijke conditie.

In Spaans overeenkomend met: Hacer footing
JogdeGejogd
JoinenJoindeGejoind
JojoënJojodeGejojood
JokenJookteGejookt
JokerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jokerde, heeft gejokerd)
1 een bepaald kaartspel spelen, waarin de joker een belangrijke rol heeft.

JokerdeGejokerd
JokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jokte, heeft gejokt)
1 (eufemisme) liegen.

JokteGejokt
JolenJooldeGejoold
JollenJoldeGejold
JonassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jonaste, heeft gejonast)
1 (iemand) aan armen en benen heen en weer slingeren of omhooggooien.

JonasteGejonast
JongenALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; jongens; jongetje)
1 kind van het mannelijk geslacht
2 (informeel) man
3 (archaïsch) vriend, geliefde.
([[onovergankelijk]] werkwoord; jongde, heeft gejongd)
1 (van dieren) jongen ter wereld brengen.

JongdeGejongd
JonglerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jongleerde, heeft gejongleerd; jongleerder/jongleur)
1 evenwichtskunsten doen, vooral met messen, ballen enz. die men omhoog werpt en weer opvangt.

In Spaans overeenkomend met: Hacer juegos malabares
JongleerdeGejongleerd
JonnenJondeGejond
JouenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

JoudeGejoud
JouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jouwde, heeft gejouwd)
1 kwetsend schreeuwen.

JouwdeGejouwd
JubelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jubelde, heeft gejubeld)
1 juichen.

In Spaans overeenkomend met: Exultar, Jubilarse
  sJuichen
Zich verblijden
Zich verheugen
JubeldeGejubeld
JubilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jubileerde, heeft gejubileerd)
1 een jubileum vieren.

JubileerdeGejubileerd
JudassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; judaste, heeft gejudast)
1 (iemand) geniepig plagen.

JudasteGejudast
JudoënALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; judode, heeft gejudood)
1 het judo beoefenen.

JudodeGejudood
JufferenJufferdeGejufferd
JuichenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; juichte, heeft gejuicht; juicher)
1 luid zijn vreugde uiten.

In Spaans overeenkomend met: Exultar
  sJubelen
JuichteGejuicht
JukkenJukteGejukt
JurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jureerde, heeft gejureerd)
1 als jury optreden.

JureerdeGejureerd
JuridificerenJuridificeerdeGejuridificeerd
JusterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[justeerde]], heeft gejusteerd)
1 (een instrument) juist stellen
2 controleren en tot de juiste maat, het juiste gewicht brengen.

JusteerdeGejusteerd
JuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; jutte, heeft gejut; jutter)
1 (op het strand aangespoeld materiaal) zoeken of zich toe-eigenen.

JutteGejut
JuxtaponerenJuxtaponeerdeGejuxtaponeerd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven