Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
KaaidraaienKaaidraaideGekaaidraaid
KaaienKaaideGekaaid
KaalknippenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knipte kaal, heeft kaalgeknipt)
1 het hoofdhaar geheel afknippen.

In Spaans overeenkomend met: Rapar
Knipte kaalKaalgeknipt
KaalplukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plukte kaal, heeft kaalgeplukt)
1 door plukken kaal maken
2 afzetten.

Plukte kaalKaalgeplukt
KaalscherenSchoor kaalKaalgeschoren
KaalslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg kaal, heeft kaalgeslagen)
1 (een stuk grond) ontdoen van alle bomen die erop staan.

Sloeg kaalKaalgeslagen
KaalvretenVrat kaalKaalgevreten
KaardenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kaardde]], heeft gekaard; kaarder)
1 met een kaardmachine of wolkam de vezels van de te spinnen stof ontwarren en evenwijdig leggen.

In Spaans overeenkomend met: Cardar
  sHekelen
KaarddeGekaard
KaartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaartte, heeft gekaart; kaarter)
1 een kaartspel spelen.

In Spaans overeenkomend met: Jugar cartas
KaartteGekaart
KaartleggenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; legde kaart, heeft kaartgelegd)
1 (occultisme) door het leggen van kaarten inzicht krijgen in [[iemands]] persoonlijkheid, situatie en toekomst.

KaartlezenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kaartlezer)
1 de aanwijzingen van kaarten interpreteren.

KaartspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; speelde kaart, heeft kaartgespeeld)
1 kaarten.

Speelde kaartKaartgespeeld
Kaasmaken
KaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaatste, heeft gekaatst; kaatser)
1 het kaatsspel spelen
2 [[terugspringen]], terugstuiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; kaatste, heeft gekaatst)
1 (vooral van geluiden en licht) terugwerpen, weerkaatsen.

KaatsteGekaatst
KabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kabbelde, heeft gekabbeld; kabbeling)
1 met kleine, korte [[golfjes]] voortstromen of tegen een oever slaan.

In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar
Chapotear
  sKlapperen
Klateren
Klotsen
Murmelen
Plassen
Plonzen
KabbeldeGekabbeld
KabelenKabeldeGekabeld
KadastrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kadastreerde]], heeft gekadastreerd)
1 het opmeten en in kaart brengen van gronden en gebouwen binnen een bepaald gebied.

KadastreerdeGekadastreerd
KadenKaaddeGekaad
KaderenKaderdeGekaderd
KadraaienKadraaideGekadraaid
KadrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kadreerde, heeft gekadreerd)
1 in een lijst of kader zetten.

KadreerdeGekadreerd
KafferenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kafferde, heeft gekafferd)
1 tekeergaan.

KafferdeGekafferd
KaftenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kaftte, heeft gekaft)
1 (een boek) van een omslag voorzien.

KaftteGekaft
KakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kakelde, heeft gekakeld)
1 het voor kippen kenmerkende geluid laten horen
2 luid en druk praten.

In Spaans overeenkomend met: Cacarear, Cloquear
  sKlokken
KakeldeGekakeld
KakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kaakte, heeft gekaakt; kaker)
1 (haring) schoonmaken door een deel van de ingewanden weg te halen na een insnijding onder de linkerkieuw.

KaakteGekaakt
KakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kakte, heeft gekakt; kakker)
1 (informeel) poepen.

In Spaans overeenkomend met: Defecar
  sOntlasting hebben
Poepen
Schijten
KakteGekakt
KalanderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kalanderde]], heeft gekalanderd)
1 machinaal glad en glanzend persen.

In Spaans overeenkomend met: Calandrar, Satinar
  sMangelen
KalanderdeGekalanderd
KalefatenKalefaatteGekalefaat
KalefaterenIn Spaans overeenkomend met: Calafatear
  sBreeuwen
Kalfateren
KalefaterdeGekalefaterd
KalenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 kaal beginnen te worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; kaalde, heeft gekaald)
1 (een schip) aftuigen.

KaaldeGekaald
KalfatenKalfaatteGekalfaat
KalfaterenIn Spaans overeenkomend met: Calafatear
  sBreeuwen
Kalefateren
KalfaterdeGekalfaterd
KalibrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kalibreerde, heeft gekalibreerd)
1 (techniek) een schaalverdeling aanbrengen op meetinstrumenten
2 (techniek) (de doorsnee van buizen) controleren
3 (techniek) (ijzeren draden en staven) in een bepaalde vorm walsen of trekken
4 (techniek) sorteren naar grootte.

In Spaans overeenkomend met: Calibrar, Contrastar
  sIjken
KalibreerdeGekalibreerd
KalkenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 uit witkalk of een [[kalkachtige]] stof bestaand of ermee bedekt.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kalkte, heeft gekalkt; kalker)
1 (muren) met kalk besmeren
2 (iets) slordig en snel schrijven.

KalkteGekalkt
KallegaaienKallegaaideGekallegaaid
KallenKaldeGekald
KalligraferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[kalligrafeerde]], heeft gekalligrafeerd)
1 (iets) in schoonschrift opstellen.

KalligrafeerdeGekalligrafeerd
KalmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kalmeerde, is gekalmeerd; kalmering)
1 kalm worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; kalmeerde, heeft gekalmeerd)
1 kalm maken.

In Spaans overeenkomend met: Tranquilizar, Tranquilizarse
Apaciguar, Apaciguarse, Calmar, Sedar, Sosegar
Acallar, Calmarse, Sosegarse
  sBedaren
Gerust stellen
Geruststellen
Stillen
Tot bedaren brengen
KalmeerdeGekalmeerd
KalvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kalfde, heeft gekalfd)
1 een kalf werpen.

KalfdeGekalfd
KalverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kalverde, heeft gekalverd)
1 kalven.

KalverdeGekalverd
KamenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kaamde]], is gekaamd)
1 (van wijn, bier) bederven door schimmelen of gisten.

KaamdeGekaamd
KamenierenKamenierdeGekamenierd
KamerfibrillerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 onregelmatig, chaotisch samentrekken van de hartkamerspier, hetgeen een [[hartstilstand]] tot gevolg kan hebben.

KammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kamde, heeft gekamd; kammer)
1 met een kam ontwarren en ordenen.

In Spaans overeenkomend met: Peinar
  sUitkammen
KamdeGekamd
KampenIn Spaans overeenkomend met: Batallar, Batirse, Combatir, Lidiar, Pelear
Luchar
  sStrijd voeren
Strijden
Vechten
Worstelen
KampteGekampt
KamperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kampeerde, heeft/is gekampeerd; kampeerder)
1 buitenshuis verblijven, in een tent, caravan e.d.

In Spaans overeenkomend met: Acampar
  sLegeren
KampeerdeGekampeerd
KanaalzwemmenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (schertsend) zappen.

KanaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kanaliseerde, heeft gekanaliseerd; kanalisatie)
1 in zekere banen leiden
2 (een streek) van kanalen voorzien
3 (een rivier) aanpassen door wegneming van scherpe bochten, uitdieping, sluizen enz.

In Spaans overeenkomend met: Canalizar
KanaliseerdeGekanaliseerd
KandelarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie kandelaberen.

KandelaardeGekandelaard
KandiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kandideerde, heeft gekandideerd)
1 als kandidaat voorstellen.

KandideerdeGekandideerd
KanenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaande, is gekaand)
1 (informeel) met smaak eten
2 (van wijnvaten) schimmelen, muf worden.

KaandeGekaand
KankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kankerde, heeft gekankerd)
1 ([[pejoratief]]) hevig klagen
2 zich woekerend verspreiden.

In Spaans overeenkomend met: Refunfuñar, Rezongar
  sMopperen
Morren
Sputteren
KankerdeGekankerd
KannibaliserenKannibaliseerdeGekannibaliseerd
KanonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kanonneerde, heeft gekanonneerd; kanonnade)
1 met kanonnen beschieten.

KanonneerdeGekanonneerd
KanovarenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kanovaarder)
1 varen in een kano.

KanoënALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kanode, heeft/is gekanood)
1 met een kano varen.

KanodeGekanood
KantelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kantelde, is gekanteld; kanteling)
1 naar één kant omvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kantelde, heeft gekanteld)
1 op de zijkant draaien.

In Spaans overeenkomend met: Derribar, Invertir, Poner al revés, Tumbar, Volcar
  sDoen vallen
Omgooien
Omkeren
Omslaan
Omvallen
Omvergooien
Ten val brengen
KanteldeGekanteld
KantenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van kant gemaakt.
(werkwoord; kantte, heeft gekant)
1 zich verzetten tegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kantte, heeft gekant)
1 vlak, recht maken.

KantteGekant
KanthouwenKanthouwdeGekanthouwd
KantklossenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 kantwerk vervaardigen d.m.v. klossen.

KantonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kantonneerde]], heeft gekantonneerd; kantonnering)
1 in de plaats van inkwartiering gelegerd zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kantonneerde]], heeft gekantonneerd)
1 troepen in bijeen liggende woonplaatsen inkwartieren.

In Spaans overeenkomend met: Acantonar
KantonneerdeGekantonneerd
KantrechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kantrechtte]], heeft gekantrecht)
1 (hout) rechthoekig of haaks afzagen.

KantrechtteGekantrecht
KantwerkenIn Spaans overeenkomend met: Hacer bolillos, Hacer encajes
KantwerkteGekantwerkt
KapenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaapte, heeft gekaapt; kaper, kaping)
1 met machtiging van de overheid de [[koopvaardijschepen]] van de vijand overvallen, zoals vroeger in oorlogstijd gebeurde.
([[overgankelijk]] werkwoord; kaapte, heeft gekaapt)
1 (een voertuig) onder bedreiging met geweld overmeesteren en de inzittenden gijzelen
2 (informeel) behendig wegnemen.

In Spaans overeenkomend met: Secuestrar
KaapteGekaapt
KapitaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kapitaliseerde]], heeft gekapitaliseerd; kapitalisatie)
1 toevoegen aan het kapitaal
2 een periodieke ontvangst enz. uitdrukken in het bedrag dat tegen de normale rentevoet een gelijke [[interest]] oplevert.

In Spaans overeenkomend met: Capitalizar
KapitaliseerdeGekapitaliseerd
KapittelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kapittelde, heeft gekapitteld)
1 (iemand) streng berispen.

KapitteldeGekapitteld
KapotbijtenBeet kapotKapotgebeten
KapotgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging kapot, is kapotgegaan)
1 beschadigingen krijgen en daardoor niet meer bruikbaar zijn
2 (informeel) doodgaan.

In Spaans overeenkomend met: Estropearse
Romperse
  sStukgaan
Ging kapotKapotgegaan
KapotmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte kapot, heeft kapotgemaakt)
1 zo behandelen dat het kapot gaat
2 (informeel) doodmaken.

In Spaans overeenkomend met: Romper
Maakte kapotKapotgemaakt
KapotslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg kapot, heeft kapotgeslagen)
1 stukslaan
2 doodslaan.

Sloeg kapotKapotgeslagen
KapotvriezenVroor kapotKapotgevroren
KappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kapte, heeft gekapt)
1 (informeel) ophouden, breken met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kapte, heeft gekapt)
1 met een bijl e.d. hakken.
([[overgankelijk]] werkwoord; kapte, heeft gekapt)
1 (ook absoluut) (sport) (de bal) spelen met een terugdraaiend effect
2 (ook absoluut) (voetbal) (de bal) doodleggen en zelf wegdraaien, zodat de tegenstander de verkeerde kant op loopt
3 het hoofdhaar opmaken
4 omhakken
5 door hakken in stukken verdelen
6 door hakken doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Rizar
Cortar
  sFriseren
Hakken
Houwen
KapteGekapt
KapseizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kapseisde, is gekapseisd)
1 omslaan, kantelen.

In Spaans overeenkomend met: Zozobrar
KapseisdeGekapseisd
KarakteriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; karakteriseerde, heeft gekarakteriseerd; karakterisering)
1 kenmerken.

In Spaans overeenkomend met: Caracterizar
  sKenmerken
Tekenen
Typeren
KarakteriseerdeGekarakteriseerd
KarameliserenKarameliseerdeGekarameliseerd
KaramelliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[karamelliseerde]], heeft gekaramelliseerd)
1 (suiker) verhitten tot er een bruine verkleuring optreedt.

In Spaans overeenkomend met: Acaramelar, Caramelizar
KaramelliseerdeGekaramelliseerd
KaraokenKaraookteGekaraookt
KarikaturiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[karikaturiseerde]], heeft gekarikaturiseerd)
1 bespotten door een onevenwichtig beeld te geven.

In Spaans overeenkomend met: Caricaturizar
KarikaturiseerdeGekarikaturiseerd
KarnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; karnde, heeft gekarnd)
1 (melk of room) in een karn bewerken om er boter en karnemelk van te maken.

KarndeGekarnd
KarnoffelenKarnoffeldeGekarnoffeld
KarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; karde, heeft/is gekard)
1 (informeel) rijden.

In Spaans overeenkomend met: Ir, Ir en vehículo
  sGaan
Rijden
Varen
KardeGekard
KartelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kartelde, is gekarteld; karteling)
1 kartels, kerven krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kartelde, heeft gekarteld)
1 kartels, [[groefjes]] aanbrengen in
2 (beeldende kunst) greineren.

KarteldeGekarteld
KartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kartte, heeft/is gekart)
1 in een kart racen.

KartteGekart
KarterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; karteerde, heeft gekarteerd; kartering)
1 een kaart maken van (een bepaald gebied).

KarteerdeGekarteerd
KartonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kartonneerde, heeft gekartonneerd; kartonnage)
1 (een boek) in bordpapier binden.

KartonneerdeGekartonneerd
KarweienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; karweide, heeft gekarweid)
1 klussen.

KarweideGekarweid
KasjerenKasjerdeGekasjerd
KasseienKasseideGekasseid
KassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kaste, heeft gekast)
1 (edelstenen) zetten, invatten.

KasteGekast
KastijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kastijdde, heeft gekastijd; kastijding)
1 voor straf afranselen.

In Spaans overeenkomend met: Enderezar
  sBestraffen
Verbeteren
KastijddeGekastijd
KatalyserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; katalyseerde, heeft gekatalyseerd)
1 (scheikunde) als katalysator werken op.

In Spaans overeenkomend met: Catalizar
KatalyseerdeGekatalyseerd
KatapulterenKatapulteerdeGekatapulteerd
KathalzenKathalsdeGekathalsd
KatheteriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; katheteriseerde, heeft gekatheteriseerd)
1 een katheter inbrengen bij (iemand).

KatheteriseerdeGekatheteriseerd
Katknuppelen
KattenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; katte, heeft gekat)
1 hatelijke opmerkingen maken.

KatteGekat
KauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kauwde, heeft gekauwd; kauwer)
1 met tanden en kiezen fijn maken.

In Spaans overeenkomend met: Mascar, Masticar
KauwdeGekauwd
KavelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kavelde, heeft gekaveld; kaveling)
1 in delen of kavelingen verdelen.

KaveldeGekaveld
Kazakdraaien
KazenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaasde, heeft gekaasd)
1 kaas maken.

KaasdeGekaasd
KazernerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kazerneerde, heeft gekazerneerd; kazernering)
1 in kazernes of daartoe bestemde verblijven legeren.

KazerneerdeGekazerneerd
KeepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keepte, heeft gekeept; keeper)
1 als keeper fungeren.

KeepteGekeept
KeestenKeestteGekeest
KeffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kefte, heeft gekeft)
1 hoog en vinnig blaffen.

KefteGekeft
KegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kegelde, heeft gekegeld)
1 het kegelspel spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

KegeldeGekegeld
KeilderenKeilderdeGekeilderd
KeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keilde, heeft gekeild; keiler)
1 (ook absoluut) (een plat voorwerp) vlak langs het [[wateroppervlak]] werpen zodat het stuitert
2 (informeel) gooien.

In Spaans overeenkomend met: Echar, Lanzar
  sGooien
Smijten
Uitspelen
Wegslingeren
Wegwerpen
Werpen
KeildeGekeild
KekkerenKekkerdeGekekkerd
KelderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kelderde, is gekelderd; keldering)
1 (van [[waardepapieren]]) sterk in waarde dalen
2 zinken.
([[overgankelijk]] werkwoord; kelderde, heeft gekelderd)
1 (in [[België]]) onmogelijk maken, doen mislukken.

KelderdeGekelderd
KelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keelde, heeft gekeeld)
1 de keel afsnijden
2 wurgen.

KeeldeGekeeld
KenenKeendeGekeend
KenmerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kenmerkte, heeft gekenmerkt; kenmerking)
1 aanduiden met een kenmerk
2 merken.

In Spaans overeenkomend met: Caracterizar
Hacer un signo, Indicar, Marcar
  sAanduiden
Aangeven
Aankruisen
Een teken geven
Karakteriseren
Markeren
Merken
Tekenen
Typeren
KenmerkteGekenmerkt
KennenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kende, heeft gekend)
1 op de hoogte stellen van.
([[overgankelijk]] werkwoord; kende, heeft gekend; kenner)
1 bekend, vertrouwd zijn met
2 door studie of oefening geleerd hebben
3 herkennen.

In Spaans overeenkomend met: Conocer
Saber
  sBekend zijn met
KendeGekend
KennismakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; maakte kennis, heeft kennisgemaakt; kennismaking)
1 voor het eerst ontmoeten
2 eerste beginselen leren kennen.

In Spaans overeenkomend met: Conocer
Maakte kennisKennisgemaakt
KennisnemenNam kennisKennisgenomen
KenschetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kenschetste, heeft gekenschetst; kenschetsing)
1 kenmerken.

KenschetsteGekenschetst
KentekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kentekende]], heeft gekentekend)
1 karakteriseren.

KentekendeGekentekend
KenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kenterde, heeft gekenterd; kentering)
1 veranderen
2 (van schepen) omslaan.

In Spaans overeenkomend met: Cambiar
  sVeranderen
Verkeren
KenterdeGekenterd
KepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keepte, heeft gekeept)
1 insnijdingen maken in.

KeepteGekeept
KeperenKeperdeGekeperd
KerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keerde, heeft gekeerd)
1 zich verzetten tegen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; keerde, is gekeerd; kering)
1 omdraaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; keerde, heeft gekeerd)
1 in een tegenovergestelde richting brengen
2 op iets richten
3 doen omwenden, [[terugdrijven]], tegenhouden.
(wederkerend werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Parar
Volver del revés
Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
Girar
  sAanhouden
Draaien
Omdraaien
Omkeren
Ronddraaien
Stilleggen
Stoppen
Stuiten
Wenden
Wentelen
Zich omkeren
Zwenken
KeerdeGekeerd
KerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kerkte, heeft gekerkt)
1 de kerkdienst bijwonen.

KerkteGekerkt
KerkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kerkerde, heeft gekerkerd; kerkering)
1 (formeel) in een kerker opsluiten, gevangenzetten.

KerkerdeGekerkerd
KermenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kermde, heeft gekermd)
1 aan pijn uiting geven door op steunende, [[klaaglijke]] wijze ongearticuleerde klanken voort te brengen.

In Spaans overeenkomend met: Gemir
  sZuchten
KermdeGekermd
KermissenKermisteGekermist
KerstenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kerstende, heeft gekerstend; kerstening)
1 (de maatschappij) organiseren volgens christelijke principes.

In Spaans overeenkomend met: Cristianizar
KerstendeGekerstend
KervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kerfde/korf, is gekerfd; kerver, kerving)
1 (van stoffen) vezelig worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; kerfde/korf, heeft gekerfd)
1 (ook absoluut) kerven snijden in
2 (tabak) in kleine stukjes snijden.

Kerfde, KorfGekerfd, Gekorven
KetenALLE betekenissen van dit woord:
(de; ketenen, ketens)
1 zware ketting, met [[name]] als boei
2 (scheikunde) samenhangende reeks atomen in een verbinding
3 (techniek) gesloten kring van geleidende elementen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; keette, heeft gekeet)
1 (informeel) zich uitgelaten en lawaaierig gedragen.

KeetteGekeet
KetenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ketende, heeft geketend; ketening)
1 boeien, met een keten vastmaken
2 beknotten.

KetendeGeketend
KetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 ([[ketste]], heeft/is [[geketst]]) stuiten
2 ([[ketste]], heeft [[geketst]]) (van vuurwapens) weigeren, niet afgaan.

KetsteGeketst
KetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ketterde, heeft geketterd; ketteraar)
1 hevig tekeergaan.

In Spaans overeenkomend met: Blasfemar
  sGod lasteren
Gods lasteren
KetterdeGeketterd
KettingrokenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kettingroker)
1 zeer veel roken.

KeuenKeudeGekeud
KeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keurde, heeft gekeurd; keurder, keuring)
1 onderzoeken en beoordelen of iets of iemand aan gestelde eisen voldoet.

In Spaans overeenkomend met: Degustar
Censurar
Aforar
Criticar
  sBekritiseren
Censureren
Ijken
Kritiseren
Proeven
Waarmerken
KeurdeGekeurd
KeutelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keutelde, heeft gekeuteld)
1 prutsen.

KeuteldeGekeuteld
KeuterenKeuterdeGekeuterd
KeuvelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keuvelde, heeft gekeuveld; keuvelaar)
1 praten voor de gezelligheid.

In Spaans overeenkomend met: Charlar
  sBabbelen
Kletsen
Praten
KeuveldeGekeuveld
KeverenKeverdeGekeverd
KezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keesde, heeft gekeesd)
1 (vulgair) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben.

KeesdeGekeesd
KibbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kibbelde, heeft gekibbeld)
1 ruzie maken, onenigheid hebben over kleinigheden.

KibbeldeGekibbeld
KickboksenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 een bepaalde vechtsport met elementen uit boksen, karate en judo bedrijven.

KickboksteGekickbokst
KickenKickteGekickt
KidnappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kidnapte, heeft gekidnapt; kidnapper, kidnapping)
1 ontvoeren.

KidnapteGekidnapt
KiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kiekte, heeft gekiekt)
1 een kiekje nemen van.

In Spaans overeenkomend met: Fotografiar
  sFotograferen
KiekteGekiekt
KielenKieldeGekield
KielhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kielhaalde, heeft gekielhaald)
1 (iemand) folteren door hem vastgebonden onder de kiel van een schip door te halen.

KielhaaldeGekielhaald
KiemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiemde, heeft/is gekiemd)
1 ontkiemen, een kiem vormen.

KiemdeGekiemd
KienenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiende, heeft gekiend; kiener)
1 het kienspel spelen.

KiendeGekiend
KiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiepte, is gekiept)
1 omslaan, kantelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kiepte, heeft gekiept)
1 doen omslaan, neergooien
2 gooien, storten.

KiepteGekiept
KieperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kieperde, is gekieperd)
1 (informeel) tuimelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kieperde, heeft gekieperd)
1 kiepen.

KieperdeGekieperd
KierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kierde, heeft gekierd)
1 een kier vertonen.

KierdeGekierd
KieskauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kieskauwde]], heeft gekieskauwd; kieskauwer)
1 met tegenzin eten.

KieskauwdeGekieskauwd
KietelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kietelde, heeft gekieteld; kietelaar, kieteling)
1 een kriebeling opwekken bij
2 aangenaam prikkelen.

In Spaans overeenkomend met: Cosquillear, Hacer cosquillas
  sKriebelen
KieteldeGekieteld
KiezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; koos, heeft gekozen; kiezer)
1 zijn voorkeur bepalen voor (een of meer uit een aantal personen of zaken)
2 een stem uitbrengen op
3 (iemand) bij keuze belasten met een functie of waardigheid.

In Spaans overeenkomend met: Balotar, Votar
Elegir, Escoger, Optar
Seleccionar
  sBalloteren
Selecteren
Stemmen
Uitkiezen
Uitlezen
Uitpikken
Uitzoeken
Verkiezen
KoosGekozen
KiftenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiftte, heeft gekift)
1 ruzie maken.

In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir
  sKijven
Krakelen
Ruzie maken
Ruziën
KiftteGekift
KijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek, heeft gekeken)
1 met aandacht, gericht zien
2 eruitzien.
([[overgankelijk]] werkwoord; keek, heeft gekeken)
1 bekijken.

In Spaans overeenkomend met: Mirar
Ver
  sBekijken
Blikken
Kijken naar
Schouwen
Toekijken
Toezien
KeekGekeken
KijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[keef]], heeft gekeven; kijver)
1 ruzie maken met verheffing van stem.

In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir
  sKiften
Krakelen
Ruzie maken
Ruziën
KeefGekeven
KikhalzenKikhalsdeGekikhalsd
KikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

KikteGekikt
KikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kikkerde, heeft gekikkerd)
1 in gehurkte houding rondspringen.

KikkerdeGekikkerd
KillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kilde, heeft gekild)
1 (van een zeil) klapperen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kilde, heeft gekild; killer)
1 afmaken, koelbloedig vermoorden
2 meedogenloos optreden tegen.

KildeGekild
KimmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kimde]], heeft gekimd)
1 (scheepvaart) slagzij maken.

KimdeGekimd
KinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kinkelde, is gekinkeld)
1 in scherven kapotvallen.

KinkeldeGekinkeld
KippenKipteGekipt
KirrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kirde, heeft gekird)
1 het voor duiven kenmerkende trillende [[keelgeluid]] laten horen
2 opgewonden, lacherige [[geluidjes]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Arrullar
  sRoekoeën
KirdeGekird
KiskassenKiskasteGekiskast
KissebissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kissebiste, heeft gekissebist)
1 ruzie maken.

KissebisteGekissebist
KissenKisteGekist
KistenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kistte, heeft gekist; kister, kisting)
1 een kisting of kist maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; kistte, heeft gekist)
1 een lijk in de doodkist leggen.

KistteGekist
KiteboardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiteboardde, heeft gekiteboard)
1 kitesurfen.

KiteboarddeGekiteboard
KiteskatenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiteskatete, heeft gekiteskatet)
1 skaten op [[skates]] met luchtbanden, waarbij men wordt [[voortgetrokken]] door een [[kite]], vaak over het strand.

KiteskateteGekiteskatet
KitesurfenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kitesurfte/kitesurfde, heeft gekitesurft/gekitesurfd)
1 surfen op een speciaal surfboard, waarbij men wordt [[voortgetrokken]] door een kite.

Kitesurfde, KitesurfteGekitesurfd, Gekitesurft
KitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kitste]], heeft gekitst)
1 (bouwkunde) (bakstenen) met de troffel bekappen.

KitsteGekitst
KittelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[kittelde]], heeft gekitteld)
1 aangenaam prikkelen.

In Spaans overeenkomend met: Titilar
  sLicht prikkelen
KitteldeGekitteld
KittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kitte, heeft gekit; kitter)
1 met kit aan elkaar lijmen of dichten.

KitteGekit
KlaarkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam klaar, is klaargekomen)
1 gereedkomen
2 een orgasme krijgen.

Kwam klaarKlaargekomen
KlaarkrijgenKreeg klaarKlaargekregen
KlaarleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde klaar, heeft klaargelegd)
1 ergens gereed voor gebruik neerleggen.

Legde klaarKlaargelegd
KlaarliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag klaar, heeft klaargelegen)
1 gereed zijn voor gebruik, vertrek enz.

Lag klaarKlaargelegen
KlaarmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte klaar, heeft klaargemaakt; klaarmaking)
1 voorbereiden
2 uit ingrediënten klaarmaken
3 (iemand) bevredigen, tot een orgasme brengen.

In Spaans overeenkomend met: Acondicionar, Preparar
Disponer
  sBereiden
In gereedheid brengen
Toebereiden
Voltooien
Voorbereiden
Maakte klaarKlaargemaakt
KlaarspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde klaar, heeft klaargespeeld)
1 iets [[moeilijks]] in orde of ten einde brengen.

In Spaans overeenkomend met: Acertar, Lograr, Tener éxito
  sDoorkomen
Erin slagen
Slagen
Slagen in
Slagen voor
Speelde klaarKlaargespeeld
KlaarstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond klaar, heeft klaargestaan)
1 (van personen) gereed zijn om iets te gaan doen
2 (van zaken) voor het gebruik [[gereedgezet]] zijn.

Stond klaarKlaargestaan
KlaarstomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stoomde klaar, heeft klaargestoomd)
1 in zeer korte tijd voorbereiden.

Stoomde klaarKlaargestoomd
KlaarzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette klaar, heeft klaargezet)
1 ergens gereed voor gebruik neerzetten.

Zette klaarKlaargezet
KlaarzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat klaar, heeft klaargezeten)
1 gereed zitten of zijn om iets te gaan doen of om iets te ondergaan.

Zat klaarKlaargezeten
KlabetterenKlabetterdeGeklabetterd
KladdenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
¶ alleen in verbindingen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kladde, heeft geklad)
1 knoeien.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kladde, heeft geklad)
1 slordig [[neerschrijven]] of schilderen.

In Spaans overeenkomend met: Pintarrajar, Pintarrajear
  sSmeren
KladdeGeklad
KladderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kladderde, heeft gekladderd; kladderaar)
1 kladden, slordig [[neerschrijven]] of schilderen.

KladderdeGekladderd
KladschilderenKladschilderdeGekladschilderd
KlagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klaagde, heeft geklaagd; klager)
1 uiting geven aan pijn of droefheid
2 (juridisch) zijn misnoegen uiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; klaagde, heeft geklaagd)
1 als klacht uiten.

In Spaans overeenkomend met: Dolerse, Gemir, Lamentarse, Quejarse
Klaagde, KloegGeklaagd
KlakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[klakte]], heeft geklakt)
1 een klappend geluid laten horen.

In Spaans overeenkomend met: Castañetear, Chasquear, Restallar
  sKlappen
Kletteren
Klikken
KlakteGeklakt
KlamaaienKlamaaideGeklamaaid
KlampenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klampte, heeft geklampt)
1 met een [[belegstuk]] vastmaken of versterken
2 enteren.

KlampteGeklampt
KlaplopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; klaploper)
1 altijd een ander laten betalen of van zijn gastvrijheid gebruikmaken.

KlaploopteGeklaploopt
KlappeienKlappeideGeklappeid
KlappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (klapte, heeft geklapt) de handen tegen elkaar slaan als teken van goedkeuring of bewondering
2 (klapte, is geklapt) uiteenspringen, barsten
3 (klapte, heeft geklapt) het geluid geven van iets dat barst, ontploft of tegen elkaar slaat
4 (klapte, heeft geklapt) het natuurlijk geluid van bepaalde vogels zoals eksters, raven, papegaaien enz. laten horen.

In Spaans overeenkomend met: Palmear
Batir, Pegar
Chocar, Golpear, Percutir
Castañetear, Chasquear, Restallar
  sApplaudisseren
Houwen
Klakken
Kletteren
Klikken
Kloppen
Meppen
Opvallen
Slaan
Toejuichen
KlapteGeklapt
KlapperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klapperde, heeft geklapperd)
1 snel achtereen tegen iets slaan.

In Spaans overeenkomend met: Chapotear
  sKabbelen
Klotsen
Plassen
Plonzen
KlapperdeGeklapperd
KlappertandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klappertandde, heeft geklappertand)
1 rillen van de kou.

KlappertanddeGeklappertand
KlapwiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klapwiekte, heeft geklapwiekt)
1 met vleugels kleppen of slaan.

KlapwiekteGeklapwiekt
KlarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klaarde, heeft geklaard)
1 klaarspelen, in orde maken
2 helder maken, zuiveren
3 (een schip) inklaren.

In Spaans overeenkomend met: Clarificar
  sClarifiëren
Helder maken
KlaardeGeklaard
KlasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klasseerde, heeft geklasseerd; klassering)
1 (sport) in een klasse onderbrengen
2 (bureau) geordend opbergen
3 (in [[België]], niet algemeen) (een monument) op de [[monumentenlijst]] plaatsen, beschermen.
(wederkerend werkwoord; klasseerde zich, heeft zich geklasseerd)
1 (sport) zich op grond van wedstrijdresultaten plaatsen.

KlasseerdeGeklasseerd
KlaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klaterde, heeft geklaterd; klatering)
1 snel op elkaar volgende, heldere geluiden voortbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar
  sKabbelen
Murmelen
KlaterdeGeklaterd
KlatsjenKlatsjteGeklatsjt
KlauterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klauterde, heeft/is geklauterd; klauteraar)
1 met moeite klimmen.

In Spaans overeenkomend met: Trepar
  sBeklimmen
Klimmen
KlauterdeGeklauterd
KlauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klauwde, heeft/is geklauwd; klauwer)
1 met korte, vlugge streken schaatsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; klauwde, heeft geklauwd)
1 (ook absoluut) (vulgair) stelen
2 krabben.

In Spaans overeenkomend met: Rascar
  sKrabben
Krauwen
Scharrelen
KlauwdeGeklauwd
KlaverjassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klaverjaste, heeft geklaverjast; klaverjasser)
1 een kaartspel voor vier personen spelen, waarbij de boer de hoogste troef is.

KlaverjasteGeklaverjast
KledderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kledderde, heeft gekledderd)
1 kliederen.

KledderdeGekledderd
KledenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kleedde, heeft gekleed)
1 (ook absoluut) (van kledingstukken) een bepaald effect hebben
2 aankleden.

In Spaans overeenkomend met: Vestir
  sAankleden
Omkleden
Staan
KleeddeGekleed
Kleermaken
KleiduivenschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 op [[kleiduiven]] schieten als sport.

KleienALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van klei.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kleide, heeft gekleid; kleier)
1 (iets) met klei boetseren.

KleideGekleid
KleinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kleineerde, heeft gekleineerd; kleineerder, kleinering)
1 als minder belangrijk voorstellen.

KleineerdeGekleineerd
KleinkrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kreeg klein, heeft kleingekregen)
1 onderwerpen, onder zijn gezag brengen.

Kreeg kleinKleingekregen
KleinmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte klein, heeft kleingemaakt)
1 (geld) kleinkrijgen.
(wederkerend werkwoord; maakte zich klein, heeft zich kleingemaakt)
1 proberen om niet op te vallen.

Maakte kleinKleingemaakt
KleinsnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed klein, heeft kleingesneden)
1 aan kleine stukken snijden.

Sneed kleinKleingesneden
KleinzenKleinsdeGekleinsd
KlemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klemde, heeft geklemd; klemming)
1 knellend vastzitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; klemde, heeft geklemd)
1 ergens in of tussen door sterke druk vastzetten, knellen, knijpen.

In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar
  sKnijpen
Nijpen
KlemdeGeklemd
KlemrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed klem, heeft klemgereden)
1 (iemand) verhinderen zijn weg te vervolgen door het eigen voertuig voor dat van de ander te manoeuvreren.

Reed klemKlemgereden
KlemzettenZette klemKlemgezet
KlepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klepelde, heeft geklepeld)
1 (van klokken) door klepelslag klinken.

KlepeldeGeklepeld
KleppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klepte, heeft geklept)
1 klepperen
2 kletsen
3 (van een klok) het geluid geven van het telkens slaan van de klepel
4 heen en weer gaande bewegingen maken.

In Spaans overeenkomend met: Tocar
  sGaan
Klinken
Overgaan
Slaan
KlepteGeklept
KlepperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klepperde, heeft geklepperd)
1 een zich herhalend, klappend geluid voortbrengen
2 gestaag kleppend heen en weer gaan
3 met kleppers spelen.

In Spaans overeenkomend met: Repicar
  sBeieren
Luiden
KlepperdeGeklepperd
KlessebessenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klessebeste, heeft geklessebest)
1 (informeel) kletsen.

KlessebesteGeklessebest
KletsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kletste, heeft gekletst; kletser)
1 veel en gemoedelijk praten
2 roddelen
3 onzinnig praten
4 door te slaan het geluid 'klets' laten horen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kletste, heeft gekletst)
1 met een kletsend geluid gooien.

In Spaans overeenkomend met: Charlar, Picotear
Chismear, Murmurar
  sBabbelen
Keuvelen
Kwaadspreken
Praten
KletsteGekletst
KletterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kletterde]], heeft gekletterd)
1 in snelle opeenvolging heldere of scherpe geluiden teweegbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Castañetear, Chasquear, Restallar
Tintinar, Tintinear
  sKlakken
Klappen
Klikken
Klingelen
Rinkelen
Tingelen
KletterdeGekletterd
KleumenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kleumde, heeft gekleumd; kleumer)
1 van kou [[ineengedoken]] zitten.

KleumdeGekleumd
KleunenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

KleundeGekleund
KleurenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kleurde, heeft gekleurd)
1 qua kleur passen bij.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kleurde, heeft gekleurd)
1 kleur hebben of krijgen
2 blozen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kleurde, heeft gekleurd)
1 (ook absoluut) kleurstof aanbrengen op
2 subjectief weergeven
3 kleur geven aan.

In Spaans overeenkomend met: Colorear
Ponerse rojo
  sBlozen
Rood worden
KleurdeGekleurd
KleuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kleuterde, heeft gekleuterd)
1 naar de kleutergroep van de basisschool gaan.

KleuterdeGekleuterd
KlevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kleefde, heeft gekleefd; klever)
1 vast blijven zitten.

KleefdeGekleefd
KliederenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kliederde, heeft gekliederd)
1 met natte stoffen knoeien.

KliederdeGekliederd
KliekenKliekteGekliekt
KlierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klierde, heeft geklierd)
1 (informeel) zich uiterst vervelend gedragen.

KlierdeGeklierd
KlievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kliefde, heeft gekliefd; kliever, klieving)
1 met kracht splijten.

In Spaans overeenkomend met: Hender, Rajar
  sDoorklieven
Kloven
Splijten
KliefdeGekliefd
KlikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klikte, heeft geklikt)
1 het geluid 'klik' laten horen
2 (pejoratief; informeel) verklappen, overbrengen, aanbrengen
3 de muis van een computer met de vinger indrukken om een programma of functie te (des)activeren.
(onpersoonlijk werkwoord; klikte, heeft geklikt)
1 goed samengaan.

In Spaans overeenkomend met: Delatar, Denunciar
Castañetear, Chasquear, Restallar
  sAanbrengen
Aangeven
Aanzeggen
Klakken
Klappen
Kletteren
Verklikken
Verraden
KlikteGeklikt
KlikklakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klikklakte, heeft geklikklakt)
1 een ritmisch klikkend geluid geven.

KlikklakteGeklikklakt
KlimmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klimmer, klimming)
1 (klom, heeft/is geklommen) zich verplaatsen langs een hellend vlak of over obstakels
2 (klom, heeft/is geklommen) omhooggaan
3 (klom, is geklommen) stijgen, hoger worden in rang, waarde e.d.
4 (klom, is geklommen) (van planten) tegen iets omhoog groeien.

In Spaans overeenkomend met: Trepar
Ascender, Ascender a, Ascender al, Montar, Subir, Subir a
  sBeklimmen
Bestijgen
Klauteren
Naar boven gaan
Rijzen
Stijgen
KlomGeklommen
KlingelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[klingelde]], heeft geklingeld)
1 het geluid geven van metalen of glazen voorwerpen die elkaar herhaaldelijk licht raken.

In Spaans overeenkomend met: Tintinar, Tintinear
  sKletteren
Rinkelen
Tingelen
KlingeldeGeklingeld
KlinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klonk, heeft geklonken)
1 een goed [[waarneembare]] klank voortbrengen
2 de genoemde indruk maken
3 zijn glas tegen dat van een ander stoten bij een heildronk.
([[overgankelijk]] werkwoord; klonk, heeft geklonken)
1 (het eind van een klinknagel) door hameren tot een kop vormen
2 (metalen delen) door kloppen of smeden verbinden
3 vastspijkeren.

In Spaans overeenkomend met: Sonar
Tocar
  sGaan
Kleppen
Overgaan
Slaan
KlonkGeklonken
KlissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kliste]], heeft geklist)
1 (in [[België]], niet algemeen) arresteren, vangen, in de kraag vatten.

KlisteGeklist
KlisterenKlisteerdeGeklisteerd
KlittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klitte, heeft geklit; klitter)
1 een klit of klitten vormen
2 kleven aan iets of iem.

KlitteGeklit
KlodderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klodderde, heeft geklodderd; klodderaar)
1 met verf kliederen.

KlodderdeGeklodderd
KloetenKloetteGekloet
KlokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klokte, heeft geklokt)
1 de werktijden laten vastleggen door een tijdregistratiesysteem
2 het geluid 'klok' laten horen
3 als een klok uitstaan, vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; klokte, heeft geklokt)
1 (sport) de tijd opnemen van (een atleet).

In Spaans overeenkomend met: Gorgotear
Cacarear, Cloquear
  sKakelen
KlokteGeklokt
KlonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kloonde, heeft gekloond)
1 een kloon produceren.

KloondeGekloond
KlonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kloneerde, heeft gekloneerd)
1 klonen.

KloneerdeGekloneerd
KlonterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klonterde, heeft geklonterd; klontering)
1 tot klonters worden, stremmen.

In Spaans overeenkomend met: Apelmazarse, Formar grumos
KlonterdeGeklonterd
KlooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klooide, heeft geklooid; klooier)
1 (informeel) prutsen, lummelen.

KlooideGeklooid
KloothannesenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (vulgair) vervelend doen.

KlootschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 gooien met een zware houten bal.

KloppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klopte, heeft geklopt; klopper)
1 hoorbaar op of tegen iets slaan
2 voelbaar en hoorbaar bewegen (van hart en bloedvaten)
3 overeenstemming vertonen.
([[overgankelijk]] werkwoord; klopte, heeft geklopt)
1 iets hoorbaar een slag of slagen geven
2 verbrijzelen
3 door slaan in de genoemde of bedoelde toestand brengen
4 verslaan.

In Spaans overeenkomend met: Batir, Pegar
Latir
Chocar, Golpear, Percutir
Palpitar
Llamar
  sHouwen
Klappen
Meppen
Opvallen
Slaan
Trillen
KlopteGeklopt
KlossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kloste, heeft/is geklost)
1 zijn voeten niet optillen bij het lopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kloste, heeft geklost)
1 op een klos winden.

KlosteGeklost
KlotenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klootte, heeft gekloot)
1 (vulgair) moeizaam of prutserig met iets bezig zijn
2 (vulgair) klieren, pesten.

KlootteGekloot
KlotsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klotste, heeft/is geklotst; klotsing)
1 het geluid laten horen van golvende of botsende vloeistoffen.

In Spaans overeenkomend met: Chapotear
  sKabbelen
Klapperen
Plassen
Plonzen
KlotsteGeklotst
KlovenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kloofde, is gekloofd; klover, kloving)
1 barsten, splijten.
([[overgankelijk]] werkwoord; kloofde, heeft gekloofd)
1 in de lengterichting splijten door hakken of het [[indrijven]] van een wig.

In Spaans overeenkomend met: Abrir en canal
Hender, Rajar
Exfoliar
  sDoorklieven
Klieven
Splijten
Splitsen
KloofdeGekloofd
KluisterenKluisterdeGekluisterd
KluivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kloof, heeft gekloven)
1 met de mond stukjes vlees van een in de hand of poot vastgehouden bot afeten.

KloofGekloven
KluizenKluisdeGekluisd
KlunenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kluunde, heeft/is gekluund; kluner)
1 op plaatsen waar het ijs te slecht is met schaatsen over de wal lopen.

KluundeGekluund
KlungelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klungelde, heeft geklungeld; klungelaar)
1 prutsen, onhandig te werk gaan.

KlungeldeGeklungeld
KlunzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klunsde, heeft geklunsd)
1 (informeel) stuntelen, stoethaspelen, knoeien.

KlunsdeGeklunsd
KluppelenKluppeldeGekluppeld
KlussenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kluste, heeft geklust; klusser)
1 werken aan reparaties in en om het huis.

In Spaans overeenkomend met: Hacer bricolaje
KlusteGeklust
KlutsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; klutste, heeft geklutst; klutser)
1 (eieren) slaan, kloppen en daardoor tot schuim maken.

KlutsteGeklutst
KnabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; knabbelde, heeft geknabbeld; knabbelaar)
1 met vlugge, korte bewegingen (iets) eten en er zo kleine stukjes afhalen.

In Spaans overeenkomend met: Picotear
  sKnabbelen aan
KnabbeldeGeknabbeld
KnagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knaagde, heeft geknaagd)
1 de voorste tanden op en neer laten gaan langs een voorwerp, om er iets af te halen of het op te eten
2 een aanhoudende en langzaamaan toenemende onaangename gewaarwording veroorzaken.
([[overgankelijk]] werkwoord; knaagde, heeft geknaagd; knager, knaging)
1 (een gat) door knagen doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Roer
KnaagdeGeknaagd
KnakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (knakte, heeft/is geknakt) het geluid 'knak' laten horen
2 (knakte, is geknakt) een knak krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; knakte, heeft geknakt)
1 met een knak breken, zonder de delen te scheiden
2 onherstelbare schade toebrengen.

KnakteGeknakt
KnallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knalde, heeft geknald)
1 een knal geven.

In Spaans overeenkomend met: Crujir, Chascar, Restallar
  sKnappen
Kraken
KnaldeGeknald
KnappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (knapte, heeft geknapt) het geluid 'knap' laten horen
2 (knapte, is geknapt) met het geluid 'knap' breken, barsten, splijten, springen.

In Spaans overeenkomend met: Crujir, Chascar, Restallar
  sKnallen
Kraken
KnapteGeknapt
KnapperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knapperde, heeft geknapperd)
1 telkens knappen.

In Spaans overeenkomend met: Crepitar, Decrepitar
  sKnetteren
Kraken
KnapperdeGeknapperd
KnarpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knarpte, heeft geknarpt)
1 knerpen.

KnarpteGeknarpt
KnarsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knarste, heeft geknarst)
1 een ongelijkmatig, schurend of piepend, onaangenaam geluid voortbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Rechinar
Chillar, Chirriar
  sKnersen
Knetteren
Kraken
Krassen
Piepen
KnarsteGeknarst
KnarsetandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knarsetandde, heeft geknarsetand)
1 knarsen met de tanden.

KnarsetanddeGeknarsetand
KnassenKnasteGeknast
KnauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knauwde, heeft geknauwd; knauwer)
1 onduidelijk spreken door het inslikken van lettergrepen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; knauwde, heeft geknauwd)
1 krachtig bijten.

In Spaans overeenkomend met: Morder
  sBeitsen
Bijten
Happen
KnauwdeGeknauwd
KnechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knechtte, heeft geknecht)
1 willoos ondergeschikt maken.

In Spaans overeenkomend met: Someter
  sOnderwerpen
KnechtteGeknecht
KnedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kneedde, heeft gekneed; kneder, kneding)
1 door drukken, knijpen enz. bewerken
2 door drukken, knijpen enz. doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Macerar, Moldear, Sobar
Amasar
  sBetasten
Maceren
Vormen
Weken
Zacht maken
KneeddeGekneed
KnellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; knelde, heeft gekneld; knelling)
1 met sterke druk vasthouden, stevig drukken
2 benauwen.

In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar
  sAandrukken
Aanduwen
Dringen
Drukken
Persen
Pressen
KneldeGekneld
KnerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[knerpte]], heeft geknerpt)
1 een krakend of knarsend geluid maken.

KnerpteGeknerpt
KnersenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knerste, heeft geknerst)
1 knarsen.

In Spaans overeenkomend met: Chirriar
  sKnarsen
Knetteren
Kraken
Krassen
Piepen
KnersteGeknerst
KnetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knetterde, heeft geknetterd)
1 knappende of ploffende geluiden voortbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Chillar, Chirriar
Crepitar, Decrepitar
Chisporrotear
  sFlikkeren
Knapperen
Knarsen
Knersen
Kraken
Krassen
Piepen
KnetterdeGeknetterd
KneukelenKneukeldeGekneukeld
KneuterenKneuterdeGekneuterd
KneuzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kneusde, heeft gekneusd; kneuzing)
1 (lichaamsdelen) door slaan of drukking onderhuids beschadigen
2 door een slag, stoot of druk aan de oppervlakte beschadigen.

In Spaans overeenkomend met: Contundir, Contusionar
  sBlutsen
KneusdeGekneusd
KnevelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knevelde, heeft gekneveld; kneveling)
1 vastbinden
2 beknotten.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Extorsionar, Hacer exacción, Hacer extorsión, Sacar
  sAfdwingen
Afpersen
KneveldeGekneveld
KnibbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knibbelde, heeft geknibbeld; knibbelaar)
1 op onbelangrijke zaken afdingen.

KnibbeldeGeknibbeld
KniebandenKniebanddeGeknieband
KnielenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knielde, heeft/is geknield; knieling)
1 op een knie of op de knieën gaan zitten of liggen.

In Spaans overeenkomend met: Arrodillarse, Hincarse
  sNeerknielen
KnieldeGeknield
KniepotenKniepootteGekniepoot
KniezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kniesde, heeft gekniesd; kniezer)
1 treuren, zich ongelukkig, chagrijnig voelen.

KniesdeGekniesd
KnijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kneep, heeft geknepen; knijper)
1 ([[pejoratief]]) bezuinigen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kneep, heeft geknepen)
1 krachtig, aan verschillende kanten tegelijk op iets drukken.

In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar
  sKlemmen
Nijpen
KneepGeknepen
KnikkebenenKnikkebeendeGeknikkebeend
KnikkebollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knikkebolde, heeft geknikkebold)
1 vanwege slaap of ouderdom voortdurend met het hoofd knikken.

KnikkeboldeGeknikkebold
KnikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (knikte, is geknikt) half breken
2 (knikte, heeft geknikt) in hoekige vorm buigen
3 (knikte, heeft geknikt) het hoofd een of meer keren buigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; knikte, heeft geknikt)
1 een knik maken in, half breken.

KnikteGeknikt
KnikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knikkerde, heeft geknikkerd)
1 met knikkers spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; knikkerde, heeft geknikkerd)
1 (informeel) smijten.

KnikkerdeGeknikkerd
KnipogenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knipoogde, heeft geknipoogd)
1 een oog even sluiten en weer openen als teken van [[verstandhouding]] of flirt.

In Spaans overeenkomend met: Guiñar, Guiñar el ojo, Parpadear, Pestañear
  sKnipperen
Met de ogen knipperen
Pinken
Tintelogen
KnipoogdeGeknipoogd
KnippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knipte, heeft geknipt; knipper)
1 het geluid 'knip' maken met duim en vingers
2 knipperen
3 geschikt zijn om geknipt te worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; knipte, heeft geknipt)
1 (ook absoluut) snijden met een schaar
2 met de schaar creëren
3 met een tang enz. inknippen.

In Spaans overeenkomend met: Recortar
Cortar, Esquilar
Agujerear
  sDoorzeven
Ponsen
Scheren
Snoeien
Trimmen
KnipteGeknipt
KnipperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knipperde, heeft geknipperd)
1 herhaaldelijk of voortdurend de ogen openen en sluiten
2 lampen snel aan en uit doen.

In Spaans overeenkomend met: Guiñar el ojo, Pestañear
  sKnipogen
Pinken
Tintelogen
KnipperdeGeknipperd
KnisperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knisperde, heeft geknisperd)
1 een knapperend of ritselend geluid maken.

KnisperdeGeknisperd
KnisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie knisperen.

KnisterdeGeknisterd
KnobbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knobbelde, heeft geknobbeld)
1 dobbelen.

KnobbeldeGeknobbeld
KnobelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knobelde, heeft geknobeld)
1 dobbelen, meestal met drie dobbelstenen.

KnobeldeGeknobeld
KnoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knoeide, heeft geknoeid; knoeier)
1 prutsen, onhandig te werk gaan
2 frauderen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; knoeide, heeft geknoeid)
1 herhaaldelijk morsen.

In Spaans overeenkomend met: Estropear
Defraudar, Estafar
Chafallar, Chapucear
  sBederven
Bedriegen
Beschadigen
Beunhazen
Frauderen
Havenen
Modderen
Schenden
Stuk maken
Stukmaken
Toetakelen
Verhaspelen
Verknoeien
Verpesten
Verprutsen
Zwendelen
KnoeideGeknoeid
KnokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knokte, heeft geknokt; knokker)
1 (informeel) vechten.

KnokteGeknokt
KnopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knoopte, heeft geknoopt)
1 d.m.v. knopen vastmaken
2 vervaardigen uit band, touw enz. door hierin bepaalde knopen te leggen.

In Spaans overeenkomend met: Atar
  sStrikken
KnoopteGeknoopt
KnoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knopte, heeft geknopt)
1 knoppen krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; knopte, heeft geknopt)
1 (landbouw) van bloemknoppen ontdoen.

KnopteGeknopt
KnorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knorde, heeft geknord)
1 een dof, trillend, onregelmatig brommend geluid maken
2 het voor varkens kenmerkende geluid laten horen
3 met boze woorden misnoegen, [[ontevredenheid]] uiten
4 (informeel) slapen.

In Spaans overeenkomend met: Gruñir
Roncar
  sGrommen
Ronken
Snorken
Snurken
KnordeGeknord
KnotszwaaienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 gymnastische oefeningen met knotsen uitvoeren.

KnottenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knotte, heeft geknot)
1 (bomen) van de top of van zijscheuten ontdoen
2 (lichaamsdelen of de einden daarvan) van de top ontdoen, respectievelijk afsnijden
3 onderdrukken, breken.

KnotteGeknot
KnuffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; knuffelde, heeft geknuffeld; knuffelaar)
1 liefkozend aanhalen.

In Spaans overeenkomend met: Mimar a
KnuffeldeGeknuffeld
KnuppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; knuppelde, heeft geknuppeld; knuppelaar)
1 met een knuppel slaan.

KnuppeldeGeknuppeld
KnutselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knutselde, heeft geknutseld; knutselaar)
1 uit liefhebberij dingen maken of in elkaar zetten.
([[overgankelijk]] werkwoord; knutselde, heeft geknutseld)
1 met geringe hulpmiddelen construeren.

In Spaans overeenkomend met: Hacer trabajos manuales
KnutseldeGeknutseld
KoeionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; koeioneerde, heeft gekoeioneerd)
1 de baas spelen over, vitten op.

KoeioneerdeGekoeioneerd
KoekeloerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; koekeloerde, heeft gekoekeloerd)
1 gluren.

In Spaans overeenkomend met: Contemplar
KoekeloerdeGekoekeloerd
KoekenKoekteGekoekt
Koekenbakken
KoekhappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; koekhapper)
1 als spelletje geblinddoekt proberen in een koek te happen.

KoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; koelde, heeft gekoeld)
1 koeler doen worden.

In Spaans overeenkomend met: Enfriar
  sLaten afkoelen
KoeldeGekoeld
KoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; koerde, heeft gekoerd)
1 het dofrollende, voor duiven kenmerkende geluid maken.

In Spaans overeenkomend met: Arrullar
KoerdeGekoerd
KoersenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (koerste, heeft/is gekoerst) de koers richten of houden
2 (koerste, heeft/is gekoerst) gaan, zich bewegen
3 (koerste, heeft gekoerst) ([[wielersport]]) aan een [[wielerwedstrijd]] deelnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; koerste, heeft gekoerst)
1 schatten, begroten
2 klaarspelen.

KoersteGekoerst
KoesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; koesterde, heeft gekoesterd; koestering)
1 liefderijk verzorgen
2 bij zichzelf voelen.
(wederkerend werkwoord; koesterde zich, heeft zich gekoesterd)
1 zich laten verwarmen.

In Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar
Empollar huevos, Incubar
Gestar
Fomentar
  sBevorderen
Broeden
Broeden op
Dragen
Troetelen
Vertroetelen
Verwennen
Zwanger zijn van
KoesterdeGekoesterd
KoeterenKoeterdeGekoeterd
KoeterwalenKoeterwaaldeGekoeterwaald
KoetsenKoetsteGekoetst
KofferenKofferdeGekofferd
KoffiedrinkenDronk koffieKoffiegedronken
KoffiezettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zette koffie, heeft koffie gezet)
1 koffie bereiden.

Zette koffieKoffiegezet
KogelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kogelde, heeft gekogeld)
1 gooien, smijten
2 (een bal) hard trappen, schieten.

KogeldeGekogeld
KogelslingerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 werpnummer in de atletiek, waarbij men een aan een staaldraad bevestigde kogel zo ver mogelijk probeert weg te gooien.

KogelstotenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (atletiek) werpnummer in de atletiek, waarbij men een massieve metalen bol zo ver mogelijk probeert weg te stoten.

KokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kookte, heeft gekookt)
1 (van vloeistoffen) door verhitting in een toestand zijn waarbij door de hele vloeistof verdamping optreedt.
([[overgankelijk]] werkwoord; kookte, heeft gekookt)
1 (ook absoluut) (een maaltijd) klaarmaken
2 (een vloeistof) verhitten totdat hij gaat verdampen
3 (een gerecht) in kokend water gaar maken.

In Spaans overeenkomend met: Cocinar
Bullir, Hervir
Cocer, Guisar
  sBereiden
Borrelen
Op het kookpunt zijn
Zieden
KookteGekookt
KokerdenkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zeer beperkt denken zonder begrip van samenhang met andere situaties.

KoketterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; koketteerde, heeft gekoketteerd)
1 ergens mee pronken, te koop lopen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; koketteerde, heeft gekoketteerd)
1 de aandacht proberen te trekken d.m.v. kleding, maniertjes enz.

In Spaans overeenkomend met: Coquetear
  sFlirten
Versieren
KoketteerdeGekoketteerd
KokhalzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kokhalsde, heeft gekokhalsd)
1 op het punt staan te braken.

KokhalsdeGekokhalsd
KokkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kokkelde]], heeft gekokkeld)
1 kakelen.

KokkeldeGekokkeld
KokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kokte, heeft gekokt)
1 kokhalzen.

KokteGekokt
KokkerellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kokkerelde]], heeft gekokkereld)
1 koken met plezier.

KokkereldeGekokkereld
KokkerenKokkerdeGekokkerd
KolderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kolderde]], heeft gekolderd)
1 aan de kolder lijden.

In Spaans overeenkomend met: Desatinar
  sBazelen
Raaskallen
KolderdeGekolderd
KolkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kolkte, heeft gekolkt)
1 wervelen, een kolk vormen.

KolkteGekolkt
KollenKoldeGekold
KolonialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kolonialiseerde, heeft gekolonialiseerd)
1 koloniseren.

KolonialiseerdeGekolonialiseerd
KoloniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; koloniseerde, heeft gekoloniseerd; kolonist, kolonisatie)
1 (gebieden) tot koloniën vormen.

In Spaans overeenkomend met: Colonizar
KoloniseerdeGekoloniseerd
KolvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kolfde, heeft gekolfd; kolver)
1 het kolfspel spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kolfde, heeft gekolfd)
1 (zog) afnemen met een borstkolf.

KolfdeGekolfd
KomediespelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; komediespeler)
1 bedrog plegen, zich aanstellen.

Speelde komedieKomediegespeeld
KomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 (een [[idee]], [[gespreksonderwerp]] e.d.) krijgen
2 bedragen.
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 (iets onstoffelijks) bereiken.
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 afkomstig zijn uit.
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 (van zaken) voortgebracht worden, het resultaat zijn.
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 (een geheim) ontdekken.
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 aanraken
2 in het bezit van iets raken.
(werkwoord; kwam, is gekomen)
1 toegevoegd worden aan, bij.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam, is gekomen)
1 een punt, plaats of positie bereiken, daartoe vorderen
2 min of meer toevallig of onbedoeld een bepaalde toestand, bepaalde omstandigheden bereiken
3 verschijnen, naderen
4 klaarkomen.

In Spaans overeenkomend met: Provenir
Venir
  sAfkomstig zijn van
Voortkomen
KwamGekomen
KondschappenKondschapteGekondschapt
KonfijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; konfijtte, heeft gekonfijt)
1 in suiker inleggen.

In Spaans overeenkomend met: Confitar, Hacer confitura
  sInleggen
Inmaken
KonfijtteGekonfijt
KoningschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 boogschieten om de koningstitel.

Koninggeschoten
KonkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; konkelde, heeft gekonkeld; konkelaar)
1 (informeel) intrigeren
2 (informeel) kwaadspreken.

In Spaans overeenkomend met: Intrigar, Tramar
  sBekonkelen
Intrigeren
KonkeldeGekonkeld
KonkelfoezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[konkelfoesde]], heeft gekonkelfoesd)
1 intrigeren
2 smoezen.

KonkelfoesdeGekonkelfoesd
KonterfeitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; konterfeitte, heeft gekonterfeit)
1 ([[pejoratief]]) afbeelden, uitschilderen.

KonterfeitteGekonterfeit
KontlikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kontlikker)
1 (informeel) op laffe wijze vleien, naar de mond praten
2 (informeel) de anus stimuleren met de mond.

KontneukenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (vulgair) [[geslachtsgemeenschap]] bedrijven op zodanige wijze dat de penis in de anus van de partner wordt gebracht.

KontneukteGekontneukt
KonvooierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; konvooieerde, heeft gekonvooieerd; konvooieerder)
1 met een konvooi schepen begeleiden.

KonvooieerdeGekonvooieerd
KooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kooide, heeft gekooid)
1 een eendenkooi houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; kooide, heeft gekooid)
1 in een kooi of kooien sluiten.

KooideGekooid
KoorddansenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; koorddanser)
1 over een gespannen touw of een staaldraad lopen en springen, en daarbij acrobatische [[kunststukjes]] uitvoeren.

KoorddansteGekoorddanst
KopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kocht, heeft gekocht)
1 in bezit krijgen tegen betaling.

In Spaans overeenkomend met: Adquirir
Comprar, Procurarse
  sAankopen
Aanschaffen
Afnemen
Behalen
Buitmaken
Inkopen
Krijgen
Overnemen
Verkrijgen
Verwerven
KochtGekocht
KoperenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van koper
2 koperkleurig.
([[overgankelijk]] werkwoord; koperde, heeft gekoperd)
1 met koper bekleden.

KoperdeGekoperd
KopiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kopieerde, heeft gekopieerd)
1 (ook absoluut) een tweede, identiek exemplaar maken van (iets)
2 (het gedrag van iem.) overnemen.

In Spaans overeenkomend met: Copiar
  sNabootsen
Namaken
Overschrijven
KopieerdeGekopieerd
KopjeduikelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duikelde kopje, heeft kopjegeduikeld)
1 een koprol maken.

Duikelde kopjeKopjegeduikeld
KoppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; koppelde, heeft gekoppeld; [[koppelaar]], koppeling)
1 de koppeling van een voertuig inschakelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; koppelde, heeft gekoppeld)
1 een relatie leggen tussen
2 (personen, dieren, zaken) paarsgewijs bijeenvoegen
3 een [[liefdesrelatie]] tot stand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Embragar
Acoplar
Proponer en matrimonio, Proponerse en matrimonio
  sSchakelen
KoppeldeGekoppeld
KoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kopte, heeft gekopt; kopper)
1 (ook absoluut) (voetbal) een bal een stotende beweging met het hoofd geven
2 (ook absoluut) van de kop ontdoen
3 (ook absoluut) (bankpapier) met het kopje naar boven leggen
4 in een krantenkop melden.

KopteGekopt
KoppensnellenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; koppensneller)
1 de hoofden van eigenhandig vermoorde vijanden als fetisj of trofee meenemen
2 [[topfunctionarissen]] van andere ondernemingen wegkopen
3 (schertsend) slechts de koppen van de krant lezen
4 schuldigen zoeken, aanwijzen.

KoprollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; koprolde, heeft gekoprold)
1 een koprol maken.

KoproldeGekoprold
Kopschudden
KopseizenKopseisdeGekopseisd
KorfballenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; korfballer)
1 korfbal spelen.

KorfbaldeGekorfbald
KorrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; korrelde, heeft/is gekorreld; korreling)
1 korrelig worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; korrelde, heeft gekorreld)
1 korrelig maken
2 een korrelige oppervlakte geven aan.

KorreldeGekorreld
KorrenKordeGekord
KorstenKorstteGekorst
KortenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; korting)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kortte, heeft gekort)
1 inkorten
2 (iemand) minder uitbetalen dan waar hij oorspronkelijk recht op had.

In Spaans overeenkomend met: Deducir, Descontar
Bajar
  sAfslaan
Aftellen
Aftrekken
Inhouden
Korting geven
KortteGekort
KortorenKortoordeGekortoord
KortsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloot kort, heeft kortgesloten)
1 kortsluiting veroorzaken
2 in overeenstemming brengen met, afstemmen op (iets of elkaar).

Sloot kortKortgesloten
KortstaartenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kortstaartte, heeft gekortstaart)
1 de staart afsnijden of korter maken.

KortstaartteGekortstaart
KortvleugelenKortvleugeldeGekortvleugeld
KortwiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kortwiekte, heeft gekortwiekt; kortwieking)
1 (een vogel) aan één van de vleugels de grote en kleine slagpennen [[wegknippen]], om het wegvliegen te beletten
2 (iemand) beperken in zijn macht of vrijheid van handelen
3 het haar kort afknippen van.

KortwiekteGekortwiekt
KorvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; korfde, heeft gekorfd)
1 (bijen) in een korf brengen.

KorfdeGekorfd
KostenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 het geld dat voor iets betaald is of betaald moet worden.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kostte, heeft gekost)
1 voor het genoemde bedrag verkrijgbaar zijn
2 te staan komen op, vergen.

In Spaans overeenkomend met: Valer
Costar
KostteGekost
KostumerenKostumeerdeGekostumeerd
KotenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kootte]], heeft gekoot)
1 (spel) met kleine stenen werpen naar een rechtopstaande steen.

KootteGekoot
KoterenKoterdeGekoterd
KotsenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kotste, heeft gekotst)
1 (informeel) walgen van.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kotste, heeft gekotst)
1 (informeel) braken.

In Spaans overeenkomend met: Provocar
Vomitar
  sBraken
Overgeven
Spugen
Uitbraken
Vomeren
KotsteGekotst
KotterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kotterde]], heeft gekotterd; kotteraar)
1 met de kotter gaten uitboren.

KotterdeGekotterd
Kouddruklassen
KoukleumenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 kleumen, blauwbekken.

KoutenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[koutte]], heeft gekout)
1 (formeel) informeel en gezellig met elkaar praten.

KoutteGekout
KouvattenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vatte kou, heeft kougevat)
1 een verkoudheid oplopen.

Vatte kouKougevat
KozenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; koosde, heeft gekoosd; kozer)
1 (archaïsch) liefkozen.

KoosdeGekoosd
KraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kraaide, heeft gekraaid)
1 het voor de haan kenmerkende geluid maken
2 (van kinderen) van plezier [[kreetjes]], geluiden voortbrengen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

KraaideGekraaid
KrabbedievenKrabbediefdeGekrabbediefd
KrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krabbelde, heeft gekrabbeld; krabbelaar)
1 voortdurend krabben
2 zich onbeholpen voortbewegen, stumperig schaatsenrijden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; krabbelde, heeft gekrabbeld)
1 haastig en onduidelijk schrijven of tekenen.

In Spaans overeenkomend met: Garabatear
KrabbeldeGekrabbeld
KrabbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; krabde, heeft gekrabd)
1 de nagels of een scherp voorwerp over iets heen halen.

In Spaans overeenkomend met: Rascar
  sKlauwen
Krauwen
Scharrelen
KrabdeGekrabd
KrachttrainenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 trainen om de lichaamskracht te vergroten, met [[name]] met gewichten.

KrakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krakeelde, heeft gekrakeeld)
1 luidruchtig ruzie maken, kijven.

In Spaans overeenkomend met: Disputar, Reñir
  sKiften
Kijven
Ruzie maken
Ruziën
KrakeeldeGekrakeeld
KrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (kraakte, heeft gekraakt) een scherp, onregelmatig geluid maken
2 (kraakte, heeft/is gekraakt) (scheikunde) ontleden.
([[overgankelijk]] werkwoord; kraakte, heeft gekraakt; kraker)
1 met gekraak doen breken
2 (een gebouw) binnendringen en in gebruik nemen als woning
3 inbreken, openbreken
4 bekritiseren, afkraken
5 (scheikunde) splitsen van complexe organische verbindingen in [[eenvoudiger]] verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Chirriar
Crepitar, Decrepitar
Crujir, Chascar, Restallar
Usurpar
Chisporrotear
  sFlikkeren
Knallen
Knappen
Knapperen
Knarsen
Knersen
Knetteren
Krassen
Overweldigen
Piepen
Usurperen
Zich meester maken van
KraakteGekraakt
KrakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krakte, is gekrakt)
1 met gekraak breken, barsten.

KrakteGekrakt
KralenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van kralen vervaardigd.

KraaldeGekraald
KramenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kraamde, heeft gekraamd)
1 in het kraambed liggen
2 een kraamvrouw verzorgen.

KraamdeGekraamd
KrammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kramde, heeft gekramd)
1 (weg- en waterbouw) een krammat leggen of bevestigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kramde, heeft gekramd)
1 met een kram of met krammen vastmaken
2 (varkens) voorzien van een ring van ijzerdraad door de neus om ze het wroeten te beletten.

KramdeGekramd
KransenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; kranste zich, heeft zich gekranst)
1 een krans vormen.

KransteGekranst
KrasselenKrasseldeGekrasseld
KrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kraste, heeft gekrast)
1 het geluid maken van een scherp voorwerp dat over een hard oppervlak schrapt
2 een rauw en snijdend [[keelgeluid]] maken
3 schrappen, strepen maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; kraste, heeft gekrast)
1 door inkerven, schrappen doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Rayar
Carraspear, Graznar
Chirriar
Legrar, Raer, Raspar
  sKnarsen
Knersen
Knetteren
Kraken
Piepen
Schrabben
Schrapen
Schrappen
KrasteGekrast
KrauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; krauwde, heeft gekrauwd; krauwer)
1 zacht krabben.

In Spaans overeenkomend met: Rascar
  sKlauwen
Krabben
Scharrelen
KrauwdeGekrauwd
KrengenKrengdeGekrengd
KrenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; krenkte, heeft gekrenkt; krenking)
1 kwetsen
2 letsel, schade, nadeel toebrengen aan.

In Spaans overeenkomend met: Insultar
Ofender
  sAffronteren
Beledigen
Grieven
Verongelijken
KrenkteGekrenkt
KrentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; krentte, heeft gekrent)
1 (jonge druiventrossen) uitdunnen om grotere druiven te krijgen.

KrentteGekrent
KreppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[krepte]], heeft gekrept)
1 kroezen, gekruld haar tegen de draad in kammen.

KrepteGekrept
KreukelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kreukelde, is gekreukeld)
1 kreukels krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kreukelde, heeft gekreukeld)
1 kreuken maken.

In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar
  sFrommelen
Kreuken
Verfomfaaien
Verfrommelen
Verkreukelen
KreukeldeGekreukeld
KreukenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kreukte, is gekreukt)
1 kreuken krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kreukte, heeft gekreukt)
1 verkreukelen.

In Spaans overeenkomend met: Arrugar
  sFrommelen
Kreukelen
Verfomfaaien
Verfrommelen
Verkreukelen
KreukteGekreukt
KreunenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kreunde, heeft gekreund)
1 een klagend, benauwd geluid maken.

In Spaans overeenkomend met: Suspirar
  sZuchten
KreundeGekreund
KreupelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kreupelde, heeft/is gekreupeld)
1 kreupel lopen.

KreupeldeGekreupeld
KrevelenKreveldeGekreveld
KribbebijtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (van een paard of ezel) uit verveling telkens in de krib bijten.

KribbelenKribbeldeGekribbeld
KribbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kribde, heeft gekribd)
1 ruzie maken, kribbig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; kribde, heeft gekribd)
1 kribben maken in (een rivier).

KribdeGekribd
KriebelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kriebelde, heeft gekriebeld; kriebelaar, kriebeling)
1 de huid licht aanraken en zo een hinderlijke gevoel veroorzaken
2 heel klein schrijven.

In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar
Cosquillear, Hacer cosquillas
  sJeuken
Kietelen
Krieuwelen
Wriemelen
KriebeldeGekriebeld
KriekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (van de dag, de dageraad) aanbreken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kriekte, heeft gekriekt)
1 geluid geven als een krekel.

In Spaans overeenkomend met: Amanecer
  sAanbreken
Dagen
Licht worden
KriekteGekriekt
KrielenIn Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular
  sKrioelen
Wemelen
Wriemelen
Zwermen
KrieldeGekrield
KrieuwelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krieuwelde, heeft gekrieuweld; krieuweling)
1 jeuken, kriebelen
2 klein, ineengedrongen schrijven.

In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar
  sJeuken
Kriebelen
Wriemelen
KrieuweldeGekrieuweld
KrieuwenKrieuwdeGekrieuwd
KrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kreeg, heeft gekregen)
1 al dan niet door eigen toedoen ontvangen, in het genot gesteld worden van
2 in de genoemde omstandigheden terecht komen
3 in de gedachten, het gevoel, het lichaam doen opkomen
4 in de genoemde positie, toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Adquirir, Conseguir, Empuñar
Echar ((haar, tanden),(pelo, dientes)), Obtener, Recibir
  sBehalen
Buitmaken
Erin slagen om
Genieten
Kopen
Ontvangen
Toucheren
Verkrijgen
Verwerven
KreegGekregen
KrijsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krees/krijste, heeft gekresen/gekrijst)
1 op scherpe, schelle, doordringende wijze schreeuwen.

In Spaans overeenkomend met: Chillar
Estridular, Gañir
  sGillen
Krijste, KreesGekrijst, Gekresen
KrijtenIn de betekenis van: Met krijt behandelen, besmeren

  sHuilen
Schreien
Wenen
KrijtteGekrijt
KrijtenIn de betekenis van: Kreten slaken, huilen

In Spaans overeenkomend met: Llorar
  sHuilen
Schreien
Wenen
KreetGekreten
KrijzeltandenKrijzeltanddeGekrijzeltand
KrikkenKrikteGekrikt
KrikkrakkenKrikkrakteGekrikkrakt
KrimpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kromp, is gekrompen; krimping)
1 zich samentrekken door het verlies of het opnemen van vocht onder invloed van temperatuurverandering
2 zich krommen t.g.v. iets onaangenaams
3 (van de maan) afnemen
4 (van de wind) tegen de zon in naar het zuiden draaien.

In Spaans overeenkomend met: Deshinchar, Encogerse
Corrugar
  sIneenkrimpen
Ineenkronkelen
Leeg laten lopen
KrompGekrompen
KringelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kringelde, heeft gekringeld; kringeling)
1 tal van kringen of kringetjes vormen.

KringeldeGekringeld
KrinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krinkelde, heeft/is gekrinkeld; krinkeling)
1 krullen, kringen beschrijven.

KrinkeldeGekrinkeld
KrioelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; krioelde, heeft gekrioeld)
1 geheel gevuld zijn met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; krioelde, heeft gekrioeld; krioeling)
1 zich in alle richtingen door elkaar bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular
  sKrielen
Wemelen
Wriemelen
Zwermen
KrioeldeGekrioeld
KriskrassenKriskrasteGekriskrast
KrissenKristeGekrist
KristalliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kristalliseerde]], is gekristalliseerd)
1 een kristal of kristallen vormen
2 een heldere, vaste vorm aannemen.

KristalliseerdeGekristalliseerd
KritiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kritiseerde, heeft gekritiseerd)
1 bekritiseren, afkeurende kritiek uitoefenen op.

In Spaans overeenkomend met: Criticar
  sBekritiseren
Keuren
KritiseerdeGekritiseerd
KroeglopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kroegloper)
1 veelvuldig allerlei kroegen bezoeken.

KroelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kroelde, heeft gekroeld)
1 vrijend tegen elkaar aanliggen of zitten.

KroeldeGekroeld
KroezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kroezelde, heeft gekroezeld)
1 (in [[België]], niet algemeen) kroezen.

KroezeldeGekroezeld
KroezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kroesde, heeft gekroesd)
1 (van haar) sterk krullen.

KroesdeGekroesd
KrokenKrookteGekrookt
KrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krolde, heeft gekrold)
1 (van katten in de paartijd) luid huilend schreeuwen.

KroldeGekrold
KrombuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; boog krom, is kromgebogen)
1 door buigen krom worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; boog krom, heeft kromgebogen)
1 door buigen krom maken.

In Spaans overeenkomend met: Curvar, Doblar
  sBuigen
Krommen
Verbuigen
Boog kromKromgebogen
KromgroeienGroeide kromKromgegroeid
KromliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag krom, heeft kromgelegen)
1 [[geldgebrek]] hebben doordat men een bepaalde som moet opbrengen.

Lag kromKromgelegen
KromlopenLiep kromKromgelopen
KrommenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kromde, is gekromd; kromming)
1 in de genoemde richting buigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kromde, heeft gekromd)
1 krom maken.

In Spaans overeenkomend met: Curvar, Doblar, Enarcar
  sBuigen
Krombuigen
Verbuigen
KromdeGekromd
KrompratenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; praatte krom, heeft kromgepraat; kromprater)
1 gebrekkig, onbeholpen praten.

Praatte kromKromgepraat
KromsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloot krom, heeft kromgesloten)
1 (iemand) folteren door zijn hand- en voetboeien te verbinden.

Sloot kromKromgesloten
KromtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok krom, is kromgetrokken)
1 zich krommen of buigen door hitte, vocht enz.

In Spaans overeenkomend met: Abarquillarse, Enarcarse, Ladearse, Torcerse
  sBuigen
Trok kromKromgetrokken
KronenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kroonde, heeft gekroond; kroning)
1 (iemand) de kroon opzetten, de vorstelijke waardigheid verlenen
2 bekronen.

In Spaans overeenkomend met: Coronar
  sBekronen
KroondeGekroond
KronkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kronkelde, heeft/is gekronkeld; kronkeling)
1 kronkels vertonen.
(wederkerend werkwoord; kronkelde zich, heeft zich gekronkeld; kronkeling)
1 kronkelend zijn weg gaan.

In Spaans overeenkomend met: Serpentear
  sSlingeren
KronkeldeGekronkeld
KronometrerenKronometreerdeGekronometreerd
KrooienKrooideGekrooid
KroppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kropte, is gekropt)
1 (van kool, slaplanten) kroppen vormen.

KropteGekropt
KrozenKroosdeGekroosd
KruchenKruchteGekrucht
KruidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kruidde, heeft gekruid)
1 met kruiden bereiden of vermengen, om er geur en smaak aan te geven.

In Spaans overeenkomend met: Aderezar, Condimentar
Sazonar
  sAanmaken (sla, saus)
Assaisoner
Op smaak brengen
KruiddeGekruid
KruidenierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruidenierde, heeft gekruidenierd)
1 [[kleinhandel]] drijven
2 bekrompen en krenterig zijn.

KruidenierdeGekruidenierd
KruienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruide, heeft gekruid)
1 (van het ijs in rivieren) losraken en in beweging komen, zodat de schotsen over elkaar schuiven.
([[overgankelijk]] werkwoord; kruide, heeft gekruid)
1 met een kruiwagen vervoeren
2 (een windmolen) met de wieken naar de wind zetten.

Kruide, KrooiªGekruid, Gekrooienª
KruimelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruimelde, heeft gekruimeld; kruimeling)
1 in kruimels uiteenvallen
2 bij het eten kruimels maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; kruimelde, heeft gekruimeld)
1 aan kruimels maken.

In Spaans overeenkomend met: Desmigajar, Desmigar
  sVerbrokkelen
Verkruimelen
KruimeldeGekruimeld
KruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruimde, heeft gekruimd)
1 kruim worden, kruimelen.

KruimdeGekruimd
KruipenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kroop, heeft gekropen)
1 zeer onderdanig gehoorzamen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruiper)
1 (kroop, heeft/is gekropen) (van mensen) zich op handen en voeten of op de knieën voortbewegen
2 (kroop, heeft/is gekropen) (van dieren) zich schuivend voortbewegen
3 (kroop, is gekropen) (van planten) met de stengel over de grond groeien
4 (kroop, heeft/is gekropen) zich zeer langzaam voortbewegen
5 (kroop, is gekropen) zich ergens nestelen.

In Spaans overeenkomend met: Gatear
Arrastrarse, Reptar
KroopGekropen
KruisboogschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 schieten met een kruisboog.

KruisenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruiste, heeft gekruist; kruising)
1 zich [[kruiselings]] heen en weer bewegen
2 laveren
3 met normale snelheid vliegen, rijden, varen enz.
([[overgankelijk]] werkwoord; kruiste, heeft gekruist)
1 [[kruiselings]] plaatsen
2 dwars over iets heen gaan
3 (een plant of dier) laten bevruchten door een exemplaar van andere soort of ander ras.

In Spaans overeenkomend met: Crucificar
Cruzar
  sDoorkruisen
Kruisigen
KruisteGekruist
KruisigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kruisigde, heeft gekruisigd; kruisiging)
1 aan een kruis nagelen of slaan.

In Spaans overeenkomend met: Crucificar
  sKruisen
KruisigdeGekruisigd
KruisjassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kruisjaste]], heeft gekruisjast)
1 [[kruisjas]] spelen.

KruisjasteGekruisjast
KruivenKruifdeGekruifd
KrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krukte, heeft gekrukt)
1 stuntelen.

KrukteGekrukt
KrullenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krulde, heeft gekruld; krulling)
1 van [[nature]] krullen hebben
2 krullen krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; krulde, heeft gekruld)
1 krullen maken in.

KruldeGekruld
KuberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kubeerde, heeft gekubeerd)
1 (een getal) tot de derde macht verheffen
2 de inhoud berekenen van.

KubeerdeGekubeerd
KuchenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kuchte, heeft gekucht)
1 kort en droog hoesten.

KuchteGekucht
KuierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kuierde, heeft/is gekuierd)
1 (informeel) op zijn gemak wandelen.

In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar
  sDrentelen
Flaneren
Rondhangen
Slenteren
KuierdeGekuierd
KuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kuilde, heeft gekuild)
1 met de kuil vissen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kuilde, heeft gekuild)
1 (knolvruchten, groenvoer e.d.) in een kuil bergen om ze te bewaren.

In Spaans overeenkomend met: Enterrar
  sBegraven
KuildeGekuild
KuipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kuipte, heeft gekuipt; kuiper)
1 heimelijke, ongeoorloofde of oneerlijke middelen aanwenden om invloed of voordeel te verkrijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kuipte, heeft gekuipt)
1 met ijzeren banden samenbinden
2 in een kuip leggen om te bewaren.

KuipteGekuipt
KuisenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kuiste, heeft gekuist)
1 zuiveren van ongepaste taal of stijl
2 (in België; informeel) schoonmaken.

KuisteGekuist
KuitschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot kuit, heeft kuitgeschoten)
1 (van vissen) eieren leggen.

Schoot kuitKuitgeschoten
KuivenKuifdeGekuifd
KukelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kukelde, is gekukeld)
1 (informeel) vallen.

KukeldeGekukeld
KukkelenKukkeldeGekukkeld
KukkenKukteGekukt
KullenKuldeGekuld
KunnenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 vermogen.
(hulpwerkwoord)
1 om een mogelijkheid uit te drukken
2 om een wens of verwensing uit te drukken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kon, heeft gekund)
1 de kracht of macht bezitten iets te doen
2 (van zaken) mogelijk zijn, de mogelijkheid hebben
3 geoorloofd zijn.

In Spaans overeenkomend met: Poder
KonGekund
KunstrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kunstrijder)
1 ijssport waarbij men op schaatsen figuren, bewegingen en sprongen uitvoert.

KunstvliegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kunstvlieger)
1 stuntvliegen.

KunstzwemmenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zwemsport waarbij onberispelijke uitvoering van de slag of beweging het doel is.

KurenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 ongewenst, grillig gedrag.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kuurde, heeft gekuurd)
1 een kuur doen.

KuurdeGekuurd
KurkenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van kurk vervaardigd.
([[overgankelijk]] werkwoord; kurkte, heeft gekurkt)
1 met een kurk afsluiten.

KurkteGekurkt
KussenALLE betekenissen van dit woord:
(het; kussens)
1 met veren, schuimplastic enz. gevulde zak die dient om het lichaam of een deel ervan zacht te ondersteunen
2 voorwerp dat in uiterlijk of functie op een kussen lijkt.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kuste, heeft gekust; kusser)
1 met de lippen aanraken.

In Spaans overeenkomend met: Besar
  sZoenen
KusteGekust
KwaadsprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprak kwaad, heeft kwaadgesproken; kwaadspreker)
1 slechte dingen over iemand vertellen.

In Spaans overeenkomend met: Calumniar, Infamar
Chismear, Murmurar
  sBelasteren
Diffameren
Kletsen
Roddelen
Sprak kwaadKwaadgesproken
KwadraterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwadrateerde, heeft gekwadrateerd; kwadratering)
1 in het kwadraat verheffen.

KwadrateerdeGekwadrateerd
KwadrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwadreerde, heeft gekwadreerd)
1 (wiskunde) kwadrateren.

KwadreerdeGekwadreerd
KwakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwaakte, heeft gekwaakt)
1 het geluid van kikkers, eenden enz. laten horen
2 luidruchtig praten.

In Spaans overeenkomend met: Croar
KwaakteGekwaakt
KwakkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwakkelde, heeft gekwakkeld; kwakkelaar)
1 telkens een beetje ziek zijn
2 moeilijkheden ondervinden in zijn ontwikkeling.
(onpersoonlijk werkwoord; kwakkelde, heeft gekwakkeld)
1 afwisselend licht vriezen en weer dooien.

KwakkeldeGekwakkeld
KwakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwakte, is gekwakt)
1 met een plof vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kwakte, heeft gekwakt)
1 met een plof neersmijten.

KwakteGekwakt
KwakzalvenKwakzalfdeGekwakzalfd
KwalificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwalificeerde, heeft gekwalificeerd; kwalificatie)
1 bestempelen
2 een [[rechtskundige]] naam geven.
(wederkerend werkwoord; kwalificeerde zich, heeft zich gekwalificeerd)
1 zich plaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Calificar, Cualificar
KwalificeerdeGekwalificeerd
KwalmenKwalmdeGekwalmd
KwalsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwalsterde, heeft gekwalsterd)
1 rochelen.

KwalsterdeGekwalsterd
KwanselenKwanseldeGekwanseld
KwantificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwantificeerde, heeft gekwantificeerd; kwantificering/kwantificatie)
1 in hoeveelheden, in een getal uitdrukken.

KwantificeerdeGekwantificeerd
KwantiserenKwantiseerdeGekwantiseerd
KwartettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kwartette]], heeft gekwartet; kwartetter)
1 het [[kwartetspel]] spelen.

KwartetteGekwartet
KwebbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwebbelde, heeft gekwebbeld; kwebbelaar)
1 kletsen.

KwebbeldeGekwebbeld
KwekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kweekte, heeft gekweekt; kweker)
1 (gewassen, dieren of weefsel) vermeerderen en doen groeien
2 (nieuwe plantenrassen) ontwikkelen
3 (onstoffelijke zaken) doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Educar
Cultivar
  sAankweken
Bebouwen
Beschaven
Dresseren
Grootbrengen
Opleiden
Opvoeden
Telen
Verbouwen
KweekteGekweekt
KwekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kwekte]], heeft gekwekt)
1 het voor kikkers, ganzen, eksters kenmerkende geluid laten horen
2 (informeel) kletsen.

KwekteGekwekt
KwelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kweelde, heeft gekweeld)
1 (formeel) (van vogels) liefelijk zingen
2 (schertsend) (van mensen) luid en sentimenteel zingen.

KweeldeGekweeld
KwellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwelde, heeft/is gekweld; kweller, kwelling)
1 (van water) langzaam onder een dam of dijk doordringen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kwelde/kwol, heeft gekweld/gekwollen)
1 vaak of langdurig ongemak of pijn aandoen.

In Spaans overeenkomend met: Importunar
Moler
Atenazar ((gedachte of gevoel),(Dicho de un pensamiento o de un sentimiento)), Atormentar
  sFolteren
Malen
Vermalen
Vervolgen
KweldeGekweld
KwelmenKwelmdeGekwelmd
KwetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwetste, heeft gekwetst; kwetsing)
1 (archaïsch of in [[België]]) verwonden, blesseren
2 pijnlijk treffen.

In Spaans overeenkomend met: Lesionar
Herir, Lastimar
Chocar, Desagradar, Escandalizar
  sAanstoot geven
Choqueren
Letsel toebrengen
Pijn doen
Verwonden
Wonden
KwetsteGekwetst
KwetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwetterde, heeft gekwetterd; kwetteraar)
1 (van vogels) een druk geluid maken
2 (van mensen) ratelen.

In Spaans overeenkomend met: Gorjear, Piar
  sPiepen
Sjilpen
Tjilpen
KwetterdeGekwetterd
KwezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwezelde, heeft gekwezeld; kwezelaar)
1 huichelen.

KwezeldeGekwezeld
KwijlenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwijlde, heeft gekwijld; kwijler)
1 kwijl uit de mond laten lopen.

In Spaans overeenkomend met: Babear
KwijldeGekwijld
KwijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kwijnde]], heeft gekwijnd)
1 (van levende wezens) [[achteruitgaan]], zijn krachten verliezen
2 verflauwen, langzaam [[achteruitgaan]], niet meer bloeien.

In Spaans overeenkomend met: Languidecer, Marchitarse, Mustiarse
  sUitteren
Verdorren
Verflensen
Verkleuren
Verleppen
Vervallen
Verwelken
Wegkwijnen
KwijndeGekwijnd
KwijtenKweetGekweten
KwijtmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte kwijt, heeft kwijtgemaakt)
1 zoekmaken.

Maakte kwijtKwijtgemaakt
KwijtrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raakte kwijt, is kwijtgeraakt)
1 bevrijd worden van
2 verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Perder
  sOpgeven
Verbeuren
Verkwisten
Verliezen
Verspelen
Raakte kwijtKwijtgeraakt
KwijtscheldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schold kwijt, heeft kwijtgescholden; kwijtschelding)
1 (een schuld) als voldaan beschouwen.

Schold kwijtKwijtgescholden
KwijtspelenSpeelde kwijtKwijtgespeeld
KwinkelerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kwinkeleerde]], heeft gekwinkeleerd)
1 (van vogels) vrolijk fluiten
2 (schertsend) vrolijk zingen.

KwinkeleerdeGekwinkeleerd
KwispelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwispelde, heeft gekwispeld)
1 snel heen en weer bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Colear
KwispeldeGekwispeld
KwispelstaartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwispelstaartte, heeft gekwispelstaart)
1 zijn staart snel heen en weer bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Colear
KwispelstaartteGekwispelstaart
KwiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[kwiteerde]], heeft gekwiteerd)
1 vrijstelling verlenen
2 voor voldaan ondertekenen.

KwiteerdeGekwiteerd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven