Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
LaagvliegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 op geringe hoogte oefenen met gevechtsvliegtuigen.

Vloog laagLaaggevlogen
LaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; laaide, heeft gelaaid)
1 heftig branden.

LaaideGelaaid
LabberenLabberdeGelabberd
LabelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; labelde, heeft gelabeld; labeling)
1 van een label voorzien.

LabeldeGelabeld
LabeurenLabeurdeGelabeurd
LaborerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; laboreerde, heeft gelaboreerd)
1 lijden.

LaboreerdeGelaboreerd
LachenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lachte, heeft gelachen; lacher)
1 door een vertrekking van de mondhoeken en meestal onder voortbrenging van geluid, een gewaarwording van vrolijkheid uitdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Reír
Reírse
LachteGelachen
LadderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ladderde, heeft geladderd)
1 (van kousen) ladders krijgen.

LadderdeGeladderd
LadenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laadde, heeft geladen)
1 (ook absoluut) van een lading, last voorzien
2 (een last) in of op iets of iemand leggen
3 (wat nodig is om te functioneren) inbrengen
4 voorzien van het nodige om te kunnen functioneren
5 software en data in het geheugen van een computer inlezen.

In Spaans overeenkomend met: Cargar
LaaddeGeladen
LajenenLajendeGelajend
LakenALLE betekenissen van dit woord:
(het; lakens)
1 doek die over iets wordt uitgespreid, vooral van linnen of katoen
2 effen viltachtige geweven wollen stof.
([[overgankelijk]] werkwoord; laakte, heeft gelaakt; laker, laking)
1 afkeuren.

In Spaans overeenkomend met: Censurar, Desaprobar, Extrañar, Reprender, Reprobar
  sAanmerking maken op
Afkeuren
Berispen
Gispen
Wraken
LaakteGelaakt
LakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lakte, heeft gelakt; lakker)
1 met lak bedekken, bestrijken
2 met [[zegellak]] sluiten.

In Spaans overeenkomend met: Pintarse
Lacar, Laquear
LakteGelakt
LallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; lalde, heeft gelald)
1 onduidelijk spreken.

LaldeGelald
LambriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[lambriseerde]], heeft gelambriseerd)
1 met houtwerk bekleden.

LambriseerdeGelambriseerd
LamellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lamelleerde, heeft gelamelleerd)
1 tot lamellen vormen
2 als lamellen op elkaar leggen.

LamelleerdeGelamelleerd
LamenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lamenteerde, heeft gelamenteerd)
1 weeklagen, jammeren.

LamenteerdeGelamenteerd
LamerenLameerdeGelameerd
LaminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lamineerde, heeft gelamineerd)
1 (metaal) tot blik pletten
2 (plastic of een andere stof) laagsgewijs vervaardigen of bedekken.

LamineerdeGelamineerd
LamleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lei lam, heeft lamgelegd)
1 stilleggen.

In Spaans overeenkomend met: Paralizar
  sVerlammen
Legde lamLamgelegd
LammerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lammerde, heeft gelammerd)
1 (van ooien en geiten) jongen werpen.

LammerdeGelammerd
LamslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg lam, heeft lamgeslagen)
1 (iemand) zo hard slaan dat hij bijna lam is
2 machteloos maken.

Sloeg lamLamgeslagen
LancerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lanceerde, heeft gelanceerd; lancering)
1 ([[torpedo's]], raketten) afvuren
2 de wereld insturen, ingang doen vinden.

In Spaans overeenkomend met: Lanzar
  sOntketenen
Uitschrijven
Van stapel laten lopen
LanceerdeGelanceerd
LandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; landde, is geland; landing)
1 vanaf het water op het land aankomen
2 (van vliegtuigen, vliegers) op de grond neerkomen.

In Spaans overeenkomend met: Abordar, Atracar
Arribar ((haven)), Arribarse
Aterrizar
  sAan land gaan
Aan wal komen
Aankomen
Binnenlopen
Dalen
Neerstrijken
LanddeGeland
LandlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; landloper)
1 zwerven over het platteland.

LandmetenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; landmeter, landmeting)
1 gedeelten van de aarde opmeten en in kaart brengen.

LangebaanschaatsenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 schaatsen op ovale banen van 400 m.

LangenLangdeGelangd
LanglaufenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; langlaufte, heeft/is gelanglauft; langlaufer)
1 zich voortbewegen op lange, smalle ski's over relatief vlak terrein.

LanglaufteGelanglauft
LangsfietsenFietste langsLangsgefietst
LangsgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging langs, is langsgegaan)
1 voorbijgaan
2 op bezoek gaan.

In Spaans overeenkomend met: Pasar
Pasar de largo, Sobrepasar
  sPasseren
Voorbijgaan
Voorbijlopen
Ging langsLangsgegaan
LangskomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam langs, is langsgekomen)
1 voorbijgaan
2 langsgaan, op bezoek komen.

In Spaans overeenkomend met: Pasar
  sInhalen
Kwam langsLangsgekomen
LangslopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep langs, is langsgelopen)
1 voorbijgaan
2 op bezoek gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep langs, heeft langsgelopen)
1 in volgorde afwerken.

Liep langsLangsgelopen
LangsrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed langs, is langsgereden)
1 voorbijrijden
2 langsgaan met de auto, fiets enz.

Reed langsLangsgereden
LangstrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok langs, is langsgetrokken)
1 voorbijtrekken.

Trok langsLangsgetrokken
LangswippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wipte langs, is langsgewipt)
1 een onaangekondigd bezoek brengen.

Wipte langsLangsgewipt
LanterenLanterdeGelanterd
LanterfantenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lanterfantte, heeft gelanterfant; lanterfanter)
1 ([[pejoratief]]) luieren.

LanterfantteGelanterfant
LappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lapte, heeft gelapt)
1 (militair, leger) de dienst voor een collega tijdelijk waarnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lapte, heeft gelapt)
1 (ook absoluut) (informeel) samen (geld) inbrengen voor een bepaald doel
2 met lappen herstellen
3 (een raam, houtwerk) met een lap wassen
4 (sport) (iemand die een ronde achterstand heeft) inhalen.

In Spaans overeenkomend met: Remendar
  sBoeten
Flikken
Oplappen
Stoppen
Verstellen
LapteGelapt
LapzalvenLapzalfdeGelapzalfd
LarderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; lardeerde, heeft gelardeerd)
1 volstoppen met, voorzien van.
([[overgankelijk]] werkwoord; lardeerde, heeft gelardeerd)
1 (vlees) met dunne [[reepjes]] spek doorrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Lardear, Larder, Mechar
  sPikeren
Piqueren
LardeerdeGelardeerd
LaserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laserde, heeft gelaserd)
1 (van het netvlies, vernauwde kransslagaderen e.d.) met laser behandelen.

LaserdeGelaserd
LasergamenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lasergamede, heeft gelasergamed)
1 een lasergame spelen.

LasergamedeGelasergamed
LassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; laste, heeft gelast)
1 door een las verbinden.

In Spaans overeenkomend met: Soldar
LasteGelast
LastenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 (boekhouden) verlies.

LastteGelast
LasterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lasterde, heeft gelasterd; lasteraar)
1 liegend kwaadspreken.

LasterdeGelasterd
LastigvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel lastig, heeft/is lastiggevallen)
1 iemand storen met gezeur
2 iemand met oneerbare bedoelingen benaderen.

Viel lastigLastiggevallen
LatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 toelaten
2 (liet, heeft gelaten) niet inhouden, van zich uit doen gaan
3 (liet, heeft gelaten) opgeven, prijsgeven
4 (liet, heeft gelaten) nalaten
5 (liet, heeft gelaten) bij zijn dood nalaten
6 (liet, heeft gelaten) (iets) waarover men beschikt afstaan
7 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand op een bepaalde plaats komt
8 (liet, heeft gelaten) niet verhinderen dat iets of iemand in de genoemde positie of toestand blijft
9 (liet, heeft gelaten) achterlaten, niet meenemen
10 (liet, heeft gelaten) opbergen
11 (liet, heeft gelaten) veroorzaken dat iets gebeurt.
(hulpwerkwoord)
1 ter uitdrukking van een mogelijkheid
2 ter uitdrukking van een [[wenselijkheid]] of aansporing
3 ter uitdrukking van verrassing.

In Spaans overeenkomend met: Causar
Dejar
  sDoen
Laten begaan
Laten doen
Laten schieten
Loslaten
Maken
Zich verlaten van
LietGelaten
LatiniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; latiniseerde, heeft gelatiniseerd; latinisering)
1 aanpassen aan de Latijnse vorm.

LatiniseerdeGelatiniseerd
LattenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van latten gemaakt.
([[overgankelijk]] werkwoord; latte, heeft gelat)
1 met latten beslaan.

LatteGelat
LauwerenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lauwerde, heeft gelauwerd)
1 met een overwinnings- of ereteken tooien.

LauwerdeGelauwerd
LavenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laafde, heeft gelaafd; laving)
1 drenken, (een dorstige) met drank verkwikken
2 (visserij) met een schepnet de vis uit het net scheppen.

In Spaans overeenkomend met: Propinar
  sTe drinken geven
LaafdeGelaafd
LaverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (laveerde, heeft/is gelaveerd) zigzag tegen de wind in zeilen
2 (laveerde, heeft/is gelaveerd) zigzaggend lopen
3 (laveerde, heeft gelaveerd) schipperen.

In Spaans overeenkomend met: Barloventear, Bordear, Navegar de bolina
LaveerdeGelaveerd
LawaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lawaaide, heeft gelawaaid)
1 rumoer, drukte maken.

LawaaideGelawaaid
LaxerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; laxeerde, heeft gelaxeerd)
1 (iemand) behandelen met middelen die de stoelgang bevorderen.

In Spaans overeenkomend met: Purgar
  sAfdrijven
Purgeren
LaxeerdeGelaxeerd
Lay-outenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; lay-outte, heeft gelay-out)
1 de lay-out maken van.

Lay-outteGelay-out
LazerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lazerde, is gelazerd)
1 (vulgair) vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lazerde, heeft gelazerd)
1 (informeel) gooien, smijten.

LazerdeGelazerd
LazerstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lazerstraalde, heeft gelazerstraald)
1 (informeel) vervelen, klieren.

LazerstraaldeGelazerstraald
LaïciserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laïciseerde, heeft gelaïciseerd; laïcisering)
1 (het beheer van iets) in handen van leken brengen.

LaïciseerdeGelaïciseerd
LeasenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; leasede/leasete, heeft geleased/geleaset; leasing)
1 huren per contract voor een bepaalde tijd, soms met koopoptie na afloop van de huurtermijn.

Leasede, LeaseteGeleased, Geleaset
LebberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lebberde, heeft gelebberd)
1 met kleine [[teugjes]] en min of meer hoorbaar drinken.

LebberdeGelebberd
LedigenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook legen ([[overgankelijk]] werkwoord; ledigde, heeft geledigd; lediging)
1 leegmaken.

In Spaans overeenkomend met: Vaciar
  sLegen
Lenzen
Lichten
Ruimen
Uithalen
LedigdeGeledigd
LeebrakenLeebraakteGeleebraakt
LeegblazenBlies leegLeeggeblazen
LeegbloedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bloedde leeg, is leeggebloed)
1 al zijn bloed verliezen.

Bloedde leegLeeggebloed
LeegdrinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dronk leeg, heeft leeggedronken)
1 door drinken leegmaken.

In Spaans overeenkomend met: Apurar
  sOpdrinken
Opmaken
Uitdrinken
Dronk leegLeeggedronken
LeegetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; at leeg, heeft leeggegeten)
1 al etend leegmaken.

At leegLeeggegeten
LeeggietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot leeg, heeft leeggegoten)
1 gietend leegmaken, geheel uitgieten.

Goot leegLeeggegoten
LeeggooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide leeg, heeft leeggegooid)
1 door uitgooien van de inhoud leegmaken.

Gooide leegLeeggegooid
LeeghalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde leeg, heeft leeggehaald)
1 alles weghalen uit.

Haalde leegLeeggehaald
LeegkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht leeg, heeft leeggekocht)
1 alles wegkopen uit.

Kocht leegLeeggekocht
LeeglopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (liep leeg, is leeggelopen) (van lichamen, ruimten enz.) door het [[wegvloeien]] van de inhoud leeg worden
2 (liep leeg, heeft leeggelopen) ([[pejoratief]]) luieren.

In Spaans overeenkomend met: Desinflarse, Vaciarse
Liep leegLeeggelopen
LeegmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte leeg, heeft leeggemaakt)
1 (iets) van zijn inhoud ontdoen.

Maakte leegLeeggemaakt
LeegmalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maalde leeg, heeft leeggemalen)
1 (meren en plassen) door malen droogmaken.

Maalde leegLeeggemalen
LeegplukkenPlukte leegLeeggeplukt
LeegplunderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plunderde leeg, heeft leeggeplunderd; leegplundering)
1 door plundering leegmaken.

Plunderde leegLeeggeplunderd
LeegpompenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pompte leeg, heeft leeggepompt)
1 pompend leegmaken.

Pompte leegLeeggepompt
LeegrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed leeg, heeft leeggereden)
1 door rijden leegmaken.

Reed leegLeeggereden
LeegrovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roofde leeg, heeft leeggeroofd)
1 door roof leegmaken.

Roofde leegLeeggeroofd
LeegruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ruimde leeg, heeft leeggeruimd)
1 alles wegruimen uit of van.

Ruimde leegLeeggeruimd
LeegschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schonk leeg, heeft leeggeschonken)
1 door schenken leegmaken.

Schonk leegLeeggeschonken
LeegscheppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schepte leeg, heeft leeggeschept)
1 door scheppen leegmaken.

Schepte leegLeeggeschept
LeegschietenSchoot leegLeeggeschoten
LeegschuddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schudde leeg, heeft leeggeschud)
1 door schudden leegmaken.

Schudde leegLeeggeschud
LeegstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond leeg, heeft leeggestaan)
1 (van ruimtes) onbezet, ongebruikt, onbewoond zijn.

Stond leegLeeggestaan
LeegstelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stal leeg, heeft leeggestolen)
1 alles stelen uit.

Stal leegLeeggestolen
LeegstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stortte leeg, heeft leeggestort)
1 door uitstorten van de inhoud legen.

Stortte leegLeeggestort
LeegstromenStroomde leegLeeggestroomd
LeegvissenViste leegLeeggevist
LeegzuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoog leeg, heeft leeggezogen)
1 zuigend legen, geheel uitzuigen.

Zoog leegLeeggezogen
LeerlooienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; leerlooier)
1 huiden tot leer bereiden.

In Spaans overeenkomend met: Adobar, Curtir
  sLooien
Tanen
Leertouwen
LeewiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leewiekte, heeft geleewiekt)
1 (een vogel) het vermogen om te vliegen ontnemen door het laatste vleugellid, waaraan de grote slagpennen groeien, weg te nemen.

LeewiekteGeleewiekt
LegaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legaliseerde, heeft gelegaliseerd; legalisatie)
1 geldig, wettig verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Autorizar, Legalizar
  sWettigen
LegaliseerdeGelegaliseerd
LegaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[legateerde]], heeft gelegateerd; [[legator]], legatering)
1 als legaat bij uiterste wil vermaken.

In Spaans overeenkomend met: Dejar
  sAchterlaten
In de steek laten
Nalaten
Verlaten
Vermaken
Verzuimen
LegateerdeGelegateerd
LegenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook ledigen ([[overgankelijk]] werkwoord; leegde, heeft geleegd)
1 leegmaken.

In Spaans overeenkomend met: Vaciar
  sLedigen
Lenzen
Lichten
Ruimen
Uithalen
LeegdeGeleegd
LegerenIn de betekenis van: Een mengsel van metalen maken

  sKamperen
LegeerdeGelegeerd
LegerenIn de betekenis van: Ergens verblijven

In Spaans overeenkomend met: Acampar
  sKamperen
LegerdeGelegerd
LeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde, heeft gelegd)
1 (ook absoluut) (van dieren) (een ei) voortbrengen
2 doen liggen
3 aanbrengen, plaatsen
4 doen ontstaan
5 in de genoemde toestand doen zijn.
(wederkerend werkwoord; legde zich, heeft zich gelegd)
1 gaan liggen.

In Spaans overeenkomend met: Acomodar, Situar
Colocar, Meter, Poner
  sDoen
Plaatsen
Situeren
Stationeren
Steken
Stellen
Stoppen
Zetten
LegdeGelegd
LegitimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legitimeerde, heeft gelegitimeerd)
1 legaliseren, wettig maken.
(wederkerend werkwoord; legitimeerde zich, heeft zich gelegitimeerd)
1 bewijzen dat men de persoon is voor wie men zich uitgeeft
2 zijn aanspraken op, zijn bevoegdheid tot iets bewijzen.

In Spaans overeenkomend met: Legitimar
  sEchten
LegitimeerdeGelegitimeerd
Leidekken
LeidenALLE betekenissen van dit woord:
(het; [[Leids]], Leidenaar)
1 stad in Zuid-Holland.
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde, heeft geleid)
1 (ook absoluut) (van wegen) zich uitstrekken in de genoemde richting
2 (ook absoluut) een leidinggevende functie hebben
3 (ook absoluut) [[vooropgaan]] in een rangorde, wedstrijd of competitie
4 in een bepaalde richting of toestand brengen
5 als leven doorbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Guiar, Orientar
Conducir
  sBrengen
De weg wijzen
Geleiden
Rondleiden
Voeren
LeiddeGeleid
LeidinggevenGaf leidingLeidinggegeven
LekenLeekteGeleekt
LekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lekkage)
1 (lekte, heeft gelekt) lek, niet dicht zijn
2 (lekte, is gelekt) door een ongewenste opening wegvloeien
3 (lekte, heeft gelekt) voortijdig informatie doorgeven.

In Spaans overeenkomend met: Derramarse, Escaparse ((),(Dicho de un líquido o de un gas: Salirse de un depósito, cañería, canal, etc., por algún resquicio.)), Gotear, Hacer agua, Salirse
LekteGelekt
LekkerbekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[lekkerbekte]], heeft gelekkerbekt)
1 smullen
2 watertanden.

LekkerbekteGelekkerbekt
LekrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 een lekke band krijgen.

Reed lekLekgereden
LekschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot lek, heeft lekgeschoten)
1 lek maken door met iets te schieten
2 (figuurlijk) een bloedende wond toebrengen door te schieten met pijl of kogel.

Schoot lekLekgeschoten
LellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; lelde, heeft geleld)
1 hard slaan, trappen.

LeldeGeleld
LemenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van leem.
([[overgankelijk]] werkwoord; leemde, heeft geleemd)
1 met leem of klei bestrijken.

LeemdeGeleemd
LenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; leende, heeft geleend)
1 (van zaken) geschikt zijn voor
2 (van personen) zich ergens voor beschikbaar stellen of laten gebruiken.
([[overgankelijk]] werkwoord; leende, heeft geleend; lener, lening)
1 tijdelijk ten gebruike aan iemand afstaan
2 ten gebruike vragen en krijgen
3 ter beschikking stellen.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar, Dar en préstamo
Prestar, Tomar en préstamo
Dejar
  sUitlenen
Voorschieten
LeendeGeleend
LengenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

LengdeGelengd
LenigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lenigde, heeft gelenigd; [[leniger]], leniging)
1 (pijn, nood) verzachten.

In Spaans overeenkomend met: Aliviar, Desahogar
  sBevrijden
Verlichten
LenigdeGelenigd
LensenLensteGelenst
LenzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lensde, heeft/is gelensd)
1 (scheepvaart) bij stormweer met weinig zeil voor de wind uit zeilen.

In Spaans overeenkomend met: Vaciar
  sLedigen
Legen
Lichten
Ruimen
Uithalen
LensdeGelensd
LepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; lepelde, heeft gelepeld)
1 met een lepel opscheppen of eten
2 (een bal) met een [[boogje]] slaan of schieten.

LepeldeGelepeld
LeppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 ([[lepte]], heeft [[gelept]]) lebberen
2 ([[lepte]], is [[gelept]]) (van bloemen en planten) verflensen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[lepte]], heeft gelept)
1 (techniek) (een voorwerp) dun afslijpen.

LepteGelept
LepperenLepperdeGelepperd
LerarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leraarde, heeft geleraard)
1 een leer verkondigen.

LeraardeGeleraard
LerenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van leer gemaakt.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; leerde, heeft geleerd)
1 [[bedrevenheid]], kennis verwerven in
2 kennis, leerstof, vaardigheden enz. op anderen overdragen.

In Spaans overeenkomend met: Estudiar
Instruir
Aprender
Enseñar
  sAanleren
Bijbrengen
Instrueren
Onderwijzen
Scholen
LeerdeGeleerd
LernenLerndeGelernd
LesgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 onderwijzen.

In Spaans overeenkomend met: Dar clases
Gaf lesLesgegeven
LessenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leste, heeft gelest)
1 (informeel) [[autorijles]] nemen of geven.
([[overgankelijk]] werkwoord; leste, heeft gelest)
1 doen ophouden
2 (iets) met een vloeistof afkoelen of behandelen.

LesteGelest
LettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; lette, heeft gelet)
1 aandacht geven
2 met aandacht toezicht houden op, waken voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lette, heeft gelet)
1 beletten, verhinderen.

LetteGelet
LetterenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 letterkunde
2 literatuur.

LetterdeGeletterd
LettergietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; lettergieter)
1 drukletters vervaardigen.

LetterkerenLetterkeerdeGeletterkeerd
LetterzettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; letterzetter)
1 letterstaafjes met daarbij behorend wit naast elkaar zetten en tot woorden vormen.

Letterziften
LeunenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; leunde, heeft geleund)
1 afhankelijk zijn van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; leunde, heeft geleund)
1 iets als steun gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Apoyarse, Estribar
  sGeschraagd worden
Rusten
LeundeGeleund
LeurenIn Spaans overeenkomend met: Vender como buhonero
  sColporteren
Venten
LeurdeGeleurd
LeuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leuterde, heeft geleuterd; leuteraar)
1 kletsen, zeuren.

LeuterdeGeleuterd
LevenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 complex van eigenschappen en functies van een organisme, zoals voortplanting, stofwisseling, groei en reageren op de omgeving, dat er voor zorgt dat dat organisme blijft voortbestaan
2 (levens) [[iemands]] bestaan van zijn geboorte tot zijn dood
3 (levens) levenswijze
4 geheel van verschijnselen en werkzaamheden in een bepaalde kring
5 drukte, rumoer
6 het vlezige deel van het dierlijk of plantaardig lichaam.
(werkwoord; leefde, heeft geleefd)
1 in zijn onderhoud voorzien door het genoemde.
([[onovergankelijk]] werkwoord; leefde, heeft geleefd)
1 (van organische wezens) zich in de toestand bevinden waarin de verschillende functies en eigenschappen die tezamen het leven vormen aanwezig zijn
2 (van zaken en voorstellingen) bestaan, niet verloren gegaan zijn
3 zijn leven op een bepaalde manier inrichten, doorbrengen
4 (van ideeën, thema's e.d.) zo belangrijk of populair zijn dat het de mensen bezighoudt.
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Vivir
LeefdeGeleefd
LeverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leverde, heeft geleverd; levering)
1 verschaffen
2 produceren
3 aandoen, (iets [[naars]]) bij iemand teweegbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Entregar, Suministrar, Surtir
Abastecer
  sAfleveren
Bevoorraden
Bezorgen
Inleveren
Provianderen
Spekken
Toevoeren
Van voorraden voorzien
Voorzien van
LeverdeGeleverd
LezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; las, heeft gelezen; lezer, lezing)
1 gelezen worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; las, heeft gelezen)
1 (ook absoluut) [[kennisnemen]] van de inhoud van (iets dat geschreven of gedrukt is)
2 (ook absoluut) (iets) voorlezen
3 opmaken uit de beschikbare gegevens
4 (archaïsch) inzamelen
5 selecteren van slechte exemplaren uit de goede.

In Spaans overeenkomend met: Leer
LasGelezen
LiberaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liberaliseerde, heeft geliberaliseerd; liberalisatie)
1 bevrijden van beperkingen of belemmeringen.

LiberaliseerdeGeliberaliseerd
LichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lichtte, heeft gelicht)
1 licht geven
2 dagen, licht worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; lichtte, heeft gelicht; lichting)
1 optillen
2 wegnemen, verwijderen
3 (een brievenbus, fuik enz.) leegmaken
4 ([[krijgsvolk]]) aanwerven, oproepen.
(onpersoonlijk werkwoord; lichtte, heeft gelicht)
1 bliksemen.

In Spaans overeenkomend met: Vaciar
Centellear, Rielar
  sFlikkeren
Flonkeren
Ledigen
Legen
Lenzen
Ruimen
Twinkelen
Uithalen
LichtteGelicht
LichtmissenLichtmisteGelichtmist
LiefhebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; had lief, heeft liefgehad; liefhebber)
1 houden van, liefde voelen voor.

In Spaans overeenkomend met: Amar, Querer
  sBeminnen
Houden van
Had liefLiefgehad
LiefhebberenLiefhebberdeGeliefhebberd
LiefkozenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; liefkoosde, heeft geliefkoosd; liefkozing)
1 door woorden en gebaren laten merken dat men iets of iemand aardig vindt.

In Spaans overeenkomend met: Acariciar
  sStrelen
LiefkoosdeGeliefkoosd
LiegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 een kaartspel spelen waarbij de kaarten onjuist worden benoemd.
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; loog, heeft gelogen)
1 bewust onwaarheid, leugens spreken.

In Spaans overeenkomend met: Mentir
LoogGelogen
LiflaffenLiflafteGeliflaft
LiftenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liftte, heeft/is gelift; lifter)
1 reizen door een auto aan te houden en daarin mee te rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; liftte, heeft gelift)
1 (sport) (een bal, gewicht) omhoog brengen
2 faceliften.

In Spaans overeenkomend met: Ir en autostop
  sEen lift krijgen
LiftteGelift
LiggenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; lag, heeft gelegen)
1 afhangen van.
(werkwoord; lag, heeft gelegen)
1 (informeel) bezig zijn met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag, heeft gelegen)
1 in horizontale positie op een vlak rusten
2 zich bevinden
3 in de genoemde toestand verkeren
4 (van zaken) in rust zijn
5 overeenkomen met [[iemands]] gewoonte, karakter of aanleg.

In Spaans overeenkomend met: Estar echado, Yacer
Estar situado
Estar, Ubicar, Ubicarse
  sGelegen zijn
Zich bevinden
LagGelegen
LijdenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 het ondergaan van smart, ellende.
(werkwoord; leed, heeft geleden)
1 hebben, ziek zijn door.
([[onovergankelijk]] werkwoord; leed, heeft geleden; lijder)
1 in ellende verkeren
2 schade ondervinden.
([[overgankelijk]] werkwoord; leed, heeft geleden)
1 (pijn, gebrek) ondergaan
2 verdragen.

In Spaans overeenkomend met: Padecer, Sufrir
  sDoorstaan
Dulden
Lijden aan
Ondergaan
Uitstaan
Velen
Verdragen
LeedGeleden
LijkenIn de betekenis van:
1 (scheepvaart) (zeilen) op de wind brassen
2 (scheepvaart) (een zeil) met touwwerk omzomen
3 een lijk afleggen

  sAarden
Gelijken
Lijken op
Overkomen
Schijnen
Toeschijnen
Voorkomen
LijkteGelijkt
LijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leek, heeft geleken)
1 overeenkomst hebben of tonen
2 de schijn hebben het genoemde te zijn
3 bevallen, geschikt zijn voor.
([[overgankelijk]] werkwoord; lijkte, heeft gelijkt)
1 (scheepvaart) (zeilen) op de wind brassen
2 (scheepvaart) (een zeil) met touwwerk omzomen.

In Spaans overeenkomend met: Parecer, Parecerse, Semejar, Semejarse
  sAarden
Gelijken
Lijken op
Overkomen
Schijnen
Toeschijnen
Voorkomen
LeekGeleken
LijmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lijmde, heeft gelijmd; lijmer)
1 talmen, treuzelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lijmde, heeft gelijmd)
1 (iets) met lijm bestrijken en vasthechten
2 (een verstoorde verhouding) herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Pegar
  sHechten
Plakken
LijmdeGelijmd
LijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lijnde, heeft gelijnd)
1 afslanken.

LijndeGelijnd
LijntekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 tekenen met behulp van passer en liniaal.

LijntrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; lijntrekker)
1 luieren, niets uitvoeren.

LijstenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lijstte, heeft gelijst)
1 inlijsten.

LijstteGelijst
LikkebaardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; likkebaardde, heeft gelikkebaard)
1 zijn lippen aflikken als teken dat iets lekker smaakt.

LikkebaarddeGelikkebaard
LikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; likte, heeft gelikt; likker)
1 met de tong heen en weer gaan over
2 glad en glanzend polijsten.

In Spaans overeenkomend met: Lamer
LikteGelikt
LillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[lilde]], heeft gelild)
1 (van een weke massa) trillende bewegingen maken.

LildeGelild
LimiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; limiteerde, heeft gelimiteerd)
1 beperken, een grens stellen aan.

LimiteerdeGelimiteerd
LiniërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; linieerde, heeft gelinieerd; linieerder, liniëring)
1 evenwijdig lijnen trekken op.

LinieerdeGelinieerd
LinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; linkte, heeft gelinkt; linker/linkerd)
1 verbinden
2 (computer) (teksten) d.m.v. hyperlinks met elkaar verbinden
3 (computer) (in een programma) alle programmamodules integreren.

LinkteGelinkt
LiplezenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (van slechthorenden en doven) proberen te begrijpen wat iemand zegt door naar de lipbewegingen en de mimiek van het gezicht te kijken.

LippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lipte, heeft gelipt)
1 (handel) voor eigen rekening handel drijven in artikelen waarin men als makelaar is aangesteld
2 voor lage prijs goederen of effecten overnemen van iemand die in moeilijkheden is.

LipteGelipt
LiquiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liquideerde, heeft geliquideerd; liquidator/liquidateur, liquidatie)
1 (geldelijke zaken) afwikkelen, verrekenen
2 (een onderneming) opheffen
3 uitroeien, uit de weg ruimen.

In Spaans overeenkomend met: Liquidar
  sAfwikkelen
Opheffen
Solveren
LiquideerdeGeliquideerd
LispelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lispelde, heeft gelispeld)
1 de s en z onduidelijk, met een zacht gesis uitspreken.

In Spaans overeenkomend met: Cecear, Tartajear
LispeldeGelispeld
LispenLispteGelispt
LithograferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lithografeerde, heeft gelithografeerd)
1 in steendruk vervaardigen.

LithografeerdeGelithografeerd
LiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lieerde, heeft gelieerd)
1 verbinden, verenigen.

In Spaans overeenkomend met: Ligar
LieerdeGelieerd
LobbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; lobde, heeft gelobd)
1 (sport) (de bal) in een wijde boog over een tegenstander heen spelen.

LobdeGelobd
LobberenLobberdeGelobberd
LobbyenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lobbyde, heeft gelobbyd; lobbyist, lobbying)
1 druk uitoefenen op de politieke besluitvorming.

In Spaans overeenkomend met: Cabildear
LobbydeGelobbyd
LodderenLodderdeGelodderd
LodderogenLodderoogdeGelodderoogd
LodenALLE betekenissen van dit woord:
(het, de m )
1 sterke dichte wollen stof
2 loden jas.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van lood
2 van de stof loden.
([[overgankelijk]] werkwoord; loodde, heeft gelood)
1 in lood zetten
2 (scheepvaart) de diepte van een vaarwater peilen
3 met het schietlood onderzoeken of iets loodrecht staat.

In Spaans overeenkomend met: Sondar, Sondear
  sPeilen
Polsen
Sonderen
Vademen
Vissen naar
LooddeGelood
LoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; loeide, heeft geloeid)
1 het voor runderen kenmerkende geluid laten horen
2 (van de wind, sirenes enz.) huilen.

In Spaans overeenkomend met: Berrear ((geluid van dieren vooral koe, kalf, hert)), Bramar, Rugir
Rebuznar
Mugir
  sBalken
Blaten
Blèren
Briesen
Brullen
Bulderen
Bulken
Daveren
Grommen
Hinniken
Schreeuwen
Uitbrullen
LoeideGeloeid
LoensenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; loenste, heeft geloenst)
1 een beetje scheel zijn of kijken.

In Spaans overeenkomend met: Bizquear, Torcer la vista
  sScheel kijken
Scheelzien
LoensteGeloenst
LoerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; loerde, heeft geloerd)
1 heimelijk verlangen naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; loerde, heeft geloerd; loerder)
1 spieden, gluren.

LoerdeGeloerd
LoerogenLoeroogdeGeloeroogd
LoevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; loefde, heeft/is geloefd)
1 (scheepvaart) de [[voorsteven]] van het schip naar de wind brengen.

In Spaans overeenkomend met: Orzar
LoefdeGeloefd
LofprijzenPrees lofLofgeprezen
Loftuiten
LogenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loogde, heeft geloogd)
1 met loog behandelen.

In Spaans overeenkomend met: Lavar
  sDe was doen
Wassen
LoogdeGeloogd
LogenstraffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; logenstrafte, heeft gelogenstraft; logenstraffing)
1 de onwaarheid of onjuistheid aantonen van.

LogenstrafteGelogenstraft
LogerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; logeerde, heeft/is gelogeerd)
1 als gast tijdelijk zijn intrek nemen.

In Spaans overeenkomend met: Estar convidado, Hospedarse
Alojarse
  sTe gast zijn
LogeerdeGelogeerd
LoggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; logde, heeft gelogd)
1 met de log de snelheid van het schip meten.

LogdeGelogd
LokaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lokaliseerde, heeft gelokaliseerd; lokalisatie)
1 tot een bepaalde plaats beperken
2 de plaats vaststellen van
3 (van met [[name]] software) geschikt maken voor de lokale markt.

In Spaans overeenkomend met: Localizar
Ubicar
LokaliseerdeGelokaliseerd
LokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; lokte, heeft gelokt)
1 iemand prikkelen om dichterbij te komen of naar een bepaalde plaats te gaan.

In Spaans overeenkomend met: Atraer, Cautivar
LokteGelokt
LollenLoldeGelold
LompenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 versleten textiel.

LonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loonde, heeft geloond)
1 opwegen tegen.

In Spaans overeenkomend met: Recompensar
Tener valor, Valer
  sBelonen
Schadeloos stellen
Terugdoen
Vergelden
Waard zijn
LoondeGeloond
LonkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lonkte, heeft gelonkt; lonker)
1 iemand een korte, vriendelijke, lokkende blik toewerpen.

In Spaans overeenkomend met: Mirar ávidamente
LonkteGelonkt
LoochenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loochende, heeft geloochend; loochenaar, loochening)
1 het bestaan ontkennen van.

In Spaans overeenkomend met: Negar, Repugnar
  sOntkennen
Tegenspreken
LoochendeGeloochend
LoodsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loodste, heeft geloodst)
1 (een schip) als loods door een vaarwater brengen
2 behendig ergens heenbrengen.

LoodsteGeloodst
LooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; looide, heeft gelooid; looier)
1 (leer) bereiden uit geprepareerde dierenhuiden.

In Spaans overeenkomend met: Adobar, Curtir
  sLeerlooien
Tanen
LooideGelooid
LopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 bezig zijn met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; loper)
1 (liep, heeft/is [[gelopen]]) zich te voet voortbewegen
2 (liep, heeft/is [[gelopen]]) rennen
3 (liep, heeft/is [[gelopen]]) (van zaken) zich voortbewegen
4 (liep, is [[gelopen]]) vloeien, stromen
5 (liep, heeft [[gelopen]]) (van instrumenten) functioneren, in werking zijn
6 (liep, heeft [[gelopen]]) (van tijd en wat daarin voorvalt) gaande zijn, doorgaan
7 (liep, heeft [[gelopen]]) zich uitstrekken, gelegen zijn
8 (liep, heeft [[gelopen]]) verlopen, zich ontwikkelen
9 (liep, heeft [[gelopen]]) zich lenen om erop of erin te lopen
10 (liep, heeft [[gelopen]]) door zich te voet voort te bewegen in een bepaalde toestand of positie brengen
11 (liep, heeft [[gelopen]]) zich in de genoemde toestand bevinden.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep, heeft gelopen)
1 volgen, deelnemen aan.

In Spaans overeenkomend met: Andar, Andarse
Fluir, Manar
Ir
Marchar
Caminar, Dar pasos
Pasear
  sAan de wandel zijn
Afleggen
Gaan
Marcheren
Schrijden
Stappen
Stromen
Te voet gaan
Tippelen
Treden
Van stapel lopen
Verlopen
Vlieten
Vloeien
Wandelen
Wandelen (snel)
Zich begeven
LiepGelopen
LorrenLordeGelord
LosbarstenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; barstte los, is losgebarsten; losbarsting)
1 zich plotseling en met hevigheid voordoen
2 (van personen) plotseling een bepaalde emotie uiten.

Barstte losLosgebarsten
LosbeukenBeukte losLosgebeukt
LosbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bond los, heeft losgebonden)
1 wat gebonden is losmaken.

Bond losLosgebonden
LosbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brandde los, is losgebrand)
1 op heftige wijze beginnen.

Brandde losLosgebrand
LosbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brak los, is losgebroken)
1 door breuk loslaten
2 losbarsten, met geweld tot een uitbarsting komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; brak los, heeft losgebroken)
1 brekend of met een breekwerktuig losmaken of afscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Soltarse
  sDe vrijheid hernemen
Zich vrijmaken
Brak losLosgebroken
LosdoenDeed losLosgedaan
LosdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide los, is losgedraaid)
1 door draaien loslaten.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide los, heeft losgedraaid)
1 door draaien losmaken.

In Spaans overeenkomend met: Aflojar
Draaide losLosgedraaid
LosdrukkenDrukte losLosgedrukt
LosgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging los, is losgegaan)
1 loslaten.

In Spaans overeenkomend met: Aflojarse
Ging losLosgegaan
LosgespenIn Spaans overeenkomend met: Desabrochar
Desabrocharse
Desdar
  sLoshaken
Losmaken
Terugdraaien
Gespte losLosgegespt
LosgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide los, heeft losgegooid)
1 gooiend losmaken.

Gooide losLosgegooid
LosgravenGroef losLosgegraven
LoshakenIn Spaans overeenkomend met: Desabrochar, Desabrocharse, Descolgar, Desenganchar
  sAfhaken
Losgespen
Haakte losLosgehaakt
LoshalenHaalde losLosgehaald
LoshangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing los, heeft losgehangen)
1 niet goed vastzitten
2 vrij hangen, niet opgestoken of vastgebonden zijn.

Hing losLosgehangen
LosharkenHarkte losLosgeharkt
LoskloppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klopte los, heeft losgeklopt)
1 door kloppen losmaken.

Klopte losLosgeklopt
LosknippenKnipte losLosgeknipt
LosknopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knoopte los, heeft losgeknoopt)
1 het dicht- of vastgeknoopte losmaken.

In Spaans overeenkomend met: Desabotonar, Desabotonarse, Desabrochar, Desabrocharse
Knoopte losLosgeknoopt
LoskomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam los, is losgekomen)
1 (van zaken) los worden van iets waaraan het verbonden is
2 tot uiting komen, zich uiten
3 vrijkomen, beschikbaar komen
4 uit de gevangenis komen.

Kwam losLosgekomen
LoskopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht los, heeft losgekocht)
1 door betaling van losgeld vrijmaken.

In Spaans overeenkomend met: Redimir
  sAfkopen
Vrijkopen
Kocht losLosgekocht
LoskoppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; koppelde los, heeft losgekoppeld; loskoppeling)
1 wat gekoppeld is losmaken.

Koppelde losLosgekoppeld
LoskrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kreeg los, heeft losgekregen)
1 gedaan krijgen dat iemand of iets los, vrij wordt
2 gedaan krijgen dat iets ter beschikking wordt gesteld.

Kreeg losLosgekregen
LoslatenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liet los, heeft losgelaten)
1 los worden, niet vast blijven zitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; liet los, heeft losgelaten)
1 niet langer vasthouden
2 niet voor zich houden, laten blijken
3 afstand doen van.

In Spaans overeenkomend met: Dejar salir
Dejar
Largar, Libertar, Poner en libertad
Soltar
  sAfhelpen
Bevrijden
Laten
Laten begaan
Laten schieten
Losmaken
Lossen
Tappen
Uitlaten
Verlossen
Vieren
Vrijlaten
Vrijmaken
Weglaten
Zich verlaten van
Liet losLosgelaten
LoslopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep los, heeft losgelopen)
1 vrij rondlopen.

Liep losLosgelopen
LosmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte los, heeft losgemaakt; losmaking)
1 maken dat iets of iemand los wordt
2 minder samenhangend maken, minder vast laten zijn
3 ter beschikking weten te krijgen
4 (interesses, emoties) oproepen
5 ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Desamarrar, Desatar, Soltar
Desdar
Zafar
Despegar
  sDe hindernissen wegnemen van
Losgespen
Loslaten
Terugdraaien
Maakte losLosgemaakt
LosnemenNam losLosgenomen
LospeuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; peuterde los, heeft losgepeuterd)
1 met moeite losmaken
2 door aandrang of overreding iets trachten te verkrijgen of te weten te komen.

Peuterde losLosgepeuterd
LospratenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; praatte los, heeft losgepraat)
1 door praten gedaan krijgen.

Praatte losLosgepraat
LosrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raakte los, is losgeraakt)
1 vrij, los komen.

In Spaans overeenkomend met: Soltarse
Zafarse
  sVallen
Raakte losLosgeraakt
LosrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed los, heeft losgereden)
1 ([[wielersport]]) (iemand) door [[sneller]] te rijden achter zich laten.

Reed losLosgereden
LosrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rukte los, is losgerukt)
1 met kracht afgaan op.
([[overgankelijk]] werkwoord; rukte los, heeft losgerukt)
1 met kracht lostrekken.

Rukte losLosgerukt
LosscheurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheurde los, is losgescheurd)
1 scheurend losgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; scheurde los, heeft losgescheurd)
1 door scheuren losmaken.

Scheurde losLosgescheurd
LosschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot los, is losgeschoten)
1 plotseling losraken.

Schoot losLosgeschoten
LosschroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schroefde los, heeft losgeschroefd)
1 losmaken wat vastgeschroefd is.

  sAfrollen
Afwikkelen
Ontrollen
Opendraaien
Openschroeven
Schroefde losLosgeschroefd
LosschuddenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schudde los, is losgeschud)
1 door schudden losgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; schudde los, heeft losgeschud)
1 schuddend losmaken of openen.

Schudde losLosgeschud
LossenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loste, heeft gelost)
1 (ook absoluut) [[achteropraken]], afhaken
2 (een vaar- of voertuig) ontladen
3 (een lading) uitladen
4 loslaten.

In Spaans overeenkomend met: Dejar salir
Descargar
  sLoslaten
Tappen
Uitlaten
Vieren
Weglaten
LosteGelost
LosslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg los, is losgeslagen)
1 (van schepen) van zijn ankers slaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg los, heeft losgeslagen)
1 door slaan losmaken of openen.

Sloeg losLosgeslagen
LossnijdenSneed losLosgesneden
LosspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong los, is losgesprongen)
1 springend los- en opengaan.

In Spaans overeenkomend met: Saltar
  sUitschieten
Sprong losLosgesprongen
LosstaanStond losLosgestaan
LosstormenIn Spaans overeenkomend met: Arremeter
Stormde losLosgestormd
LostornenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tornde los, heeft losgetornd)
1 losmaken wat aaneengenaaid is.

In Spaans overeenkomend met: Descoser
  sTornen
Tornde losLosgetornd
LostrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok los, heeft losgetrokken)
1 door trekken losmaken
2 trekkend openen.

Trok losLosgetrokken
LosvijzenVees losLosgevezen
LosvliegenVloog losLosgevlogen
LoswekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weekte los, is losgeweekt)
1 door weking losgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; weekte los, heeft losgeweekt)
1 door weken losmaken.

Weekte losLosgeweekt
LoswerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte los, heeft losgewerkt)
1 met moeite vrijmaken.

Werkte losLosgewerkt
LoswindenWond losLosgewonden
LoswoelenWoelde losLosgewoeld
LoswrikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wrikte los, heeft losgewrikt)
1 wrikkend losmaken.

Wrikte losLosgewrikt
LoswringenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; wrong zich los, heeft zich losgewrongen)
1 door wringen ontsnappen.

Wrong losLosgewrongen
LoswroetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wroette los, heeft losgewroet)
1 wroetend losmaken.

Wroette losLosgewroet
LoszagenZaagde losLosgezaagd
LoszittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat los, heeft losgezeten)
1 niet stevig bevestigd zijn.

Zat losLosgezeten
LotenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lootte, heeft geloot; loter, loting)
1 iets door het lot laten beslissen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lootte, heeft geloot)
1 uit een loterij trekken.

In Spaans overeenkomend met: Echar suertes, Sacar a la suerte, Sortear
LootteGeloot
LouterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; louterde, heeft gelouterd; louteraar, loutering)
1 moreel beter maken
2 (een metaal) scheiden van de stoffen waarmee het vermengd is.

In Spaans overeenkomend met: Adelgazar, Limpiar, Purificar
Refinar
  sRaffineren
Reinigen
Schoonmaken
Vegen
Verfijnen
Zuiveren
LouterdeGelouterd
LovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loofde, heeft geloofd; lover)
1 (formeel) prijzen.

In Spaans overeenkomend met: Alabar, Elogiar, Encaramar
  sLof toezwaaien
Prijzen
Roemen
LoofdeGeloofd
LozenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loosde, heeft geloosd)
1 (ook absoluut) (overtollige vloeistof) laten wegvloeien
2 zich ontdoen van.

LoosdeGeloosd
LubbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[lubde]], heeft gelubd; lubber)
1 (een dier) castreren
2 de ingewanden wegnemen van (een vis)
3 (informeel) (iemand) overhalen een bepaald karwei op zich te nemen.

LubdeGelubd
LubberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lubberde, heeft gelubberd)
1 (van kleren enz.) te ruim zitten.

LubberdeGelubberd
LuchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luchtte, heeft gelucht; luchting)
1 ter opfrissing aan de buitenlucht blootgesteld zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; luchtte, heeft gelucht)
1 aan de frisse lucht blootstellen
2 lucht geven aan, uiten.

In Spaans overeenkomend met: Airear, Ventilar
Aventar
  sSpuien
Uitluchten
Ventileren
Wannen
LuchtteGelucht
LuibakkenLuibakteGeluibakt
LuidenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 mensen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; luidde, heeft geluid; luider)
1 (van een klok of bel) geluid voortbrengen doordat de klepel aan weerszijden met de wand in aanraking komt
2 (van woorden enz.) de genoemde inhoud bevatten.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; luidde, heeft geluid)
1 (een klok, bel) geluid laten voortbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Repicar
Llamar, Tocar la campanilla
  sAanbellen
Beieren
Bellen
Klepperen
Schellen
LuiddeGeluid
LuienLuideGeluid
LuierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luierde, heeft geluierd)
1 niets uitvoeren.

LuierdeGeluierd
LuierikenLuierikteGeluierikt
LuikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; look, is geloken)
1 (archaïsch) (van de ogen) dichtgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; look, heeft geloken)
1 (archaïsch) (de ogen) dichtdoen.

LookGeloken
LuilakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luilakte, heeft geluilakt)
1 luieren
2 (in [[Nederland]]) aan het vieren van de luilak meedoen.

LuilakteGeluilakt
LuimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luimde, heeft geluimd)
1 (informeel) dommelen.

LuimdeGeluimd
LuisterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; luisterde, heeft geluisterd)
1 gehoorzamen aan, zich richten naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; luisterde, heeft geluisterd; luisteraar)
1 met aandacht, gericht horen.

In Spaans overeenkomend met: Escuchar
  sAanhoren
Beluisteren
Toehoren
Toeluisteren
LuisterdeGeluisterd
LuistervinkenLuistervinkteGeluistervinkt
LuiwammesenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[luiwammeste]], heeft geluiwammest)
1 (informeel) luieren.

LuiwammesteGeluiwammest
LuizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; luisde, heeft geluisd)
1 ontluizen.

LuisdeGeluisd
LukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lukte, is gelukt)
1 (van zaken) goed uitvallen.

In Spaans overeenkomend met: Salir bien
LukteGelukt
LullenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lulde, heeft geluld)
1 (informeel) kletsen, praten.

LuldeGeluld
LumbeckenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lumbeckte, heeft gelumbeckt)
1 [[boekbinden]] zonder garen, maar met zeer sterke lijm.

LumbeckteGelumbeckt
LummelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lummelde, heeft gelummeld)
1 lanterfanten.

LummeldeGelummeld
LunchenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lunchte, heeft geluncht)
1 de [[middagmaaltijd]] gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Comer
Merendar
Almorzar
LunchteGeluncht
LunzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[lunsde]], heeft gelunsd)
1 van een [[luns]] voorzien.

LunsdeGelunsd
LurkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lurkte, heeft gelurkt; lurker)
1 (van nieuwe deelnemers aan een [[nieuwsgroep]]) de (informele) regels leren zonder een actieve bijdrage te mogen leveren
2 hoorbaar zuigen
3 lebberen.

In Spaans overeenkomend met: Chupar
  sOpzuigen
Zuigen
LurkteGelurkt
LustenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; lustte, heeft gelust)
1 houden van (spijs, drank enz.).

LustteGelust
LustrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lustreerde, heeft gelustreerd)
1 (glazuur op aardewerk, garens enz.) een metaalglans geven.

LustreerdeGelustreerd
LuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luwde, is geluwd)
1 [[stiller]] worden, minder winderig zijn
2 bedaren, [[kalmer]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; luwde, heeft geluwd)
1 beschutting geven tegen de wind.

In Spaans overeenkomend met: Calmarse, Sosegarse
Amainar
  sBekoelen
Tot rust komen
Uitrazen
Uitwoeden
Verzwakken
LuwdeGeluwd
LynchenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lynchte, heeft gelyncht)
1 (een van misdaad verdachte persoon) in samenwerking met anderen zonder proces vermoorden.

In Spaans overeenkomend met: Linchar
LynchteGelyncht

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven