Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
M-bankierenM-bankierdeGe-m-bankierd
MaaibenenMaaibeendeGemaaibeend
MaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; maaide, heeft gemaaid)
1 (van paarden) in draf de voorbenen zijdelings optillen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; maaide, heeft gemaaid; maaier)
1 (gewassen) van het veld afsnijden
2 met zwaaiende bewegingen slaan.

In Spaans overeenkomend met: Segar
  sZichten
MaaideGemaaid
MaathoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hield maat, heeft maatgehouden)
1 bij het zingen of spelen in de maat blijven.

Hield maatMaatgehouden
MaatslaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 de maat van muziek aangeven.

MacadamiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; macadamiseerde, heeft gemacadamiseerd)
1 (een weg) verharden met macadam.

MacadamiseerdeGemacadamiseerd
MacererenIn Spaans overeenkomend met: Macerer
Macerar
MacereerdeGemacereerd
MachinerenMachineerdeGemachineerd
MachineschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 typen.

In Spaans overeenkomend met: Escribir a máquina, Mecanografiar, Teclear
  sTikken
Typen
MachtigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; machtigde, heeft gemachtigd; machtiging)
1 de nodige bevoegdheid of volmacht geven.

In Spaans overeenkomend met: Apoderar, Autorizar
  sAutoriseren
Een volmacht verlenen aan
MachtigdeGemachtigd
Machtsverheffen
MacrameeënALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[macrameede]], heeft gemacrameed)
1 [[macramé]] vervaardigen, met [[name]] in de jaren 70 van de twintigste eeuw populair als creatieve hobby.

MacrameedeGemacrameed
MaffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mafte, heeft gemaft; maffer)
1 (informeel) slapen.

In Spaans overeenkomend met: Dormir
  sPitten
Slapen
Uitslapen
MafteGemaft
MagnetiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; magnetiseerde, heeft gemagnetiseerd)
1 magnetisch maken
2 (iemand) door magnetisme proberen te genezen
3 een sterke [[aantrekkingskracht]] uitoefenen op.

In Spaans overeenkomend met: Magnetizar
MagnetiseerdeGemagnetiseerd
MailenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mailde, heeft gemaild)
1 (ook absoluut) e-mailen
2 ([[reclame]]) verzenden per post.

MaildeGemaild
MaintenerenMainteneerdeGemainteneerd
MajemenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; [[majemde]], heeft gemajemd)
1 (informeel) regenen.

MajemdeGemajemd
MajorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[majoreerde]], heeft gemajoreerd)
1 (handel) bij de uitgifte van aandelen of obligaties voor een hoger bedrag inschrijven dan men verwacht te zullen krijgen.

MajoreerdeGemajoreerd
MakelenIn Spaans overeenkomend met: Hacer el corretaje
MakeldeGemakeld
MakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte, heeft gemaakt; maker)
1 (wat kapot is) herstellen
2 tot stand brengen
3 in de genoemde toestand of positie brengen
4 (van hoeveelheden) zoveel bedragen als genoemd wordt.

In Spaans overeenkomend met: Fabricar
Hacer
Causar
Construir
Crear
Aderezar, Arreglar, Reparar, Restaurar
  sAanleggen
Aanmaken
Bedrijven
Bouwen
Construeren
Creëren
Doen
Fabriceren
Herstellen
Ineenzetten
Laten
Laten doen
Repareren
Scheppen
Uitbrengen
Uitrichten
Uitvoeren
Verhelpen
Verstellen
Vervaardigen
MaakteGemaakt
MakkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

MalenIn de betekenis van: 1 draaien
2 tobben

  sKwellen
Vermalen
MaaldeGemaald
MalenIn de betekenis van:
1 fijnmaken met een molen
2 (polderwater) uitpompen met een molen
3 kauwen

In Spaans overeenkomend met: Moler
  sKwellen
Vermalen
MaaldeGemalen
MallenMaldeGemald
MaltraiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maltraiteerde, heeft gemaltraiteerd)
1 mishandelen.

MaltraiteerdeGemaltraiteerd
MalverserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[malverseerde]], heeft gemalverseerd)
1 toevertrouwde gelden verduisteren.

MalverseerdeGemalverseerd
ManagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; managede, heeft gemanaged)
1 leiden, besturen
2 (informeel) klaarspelen.

ManagedeGemanaged
MandaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mandateerde, heeft gemandateerd)
1 machtigen.

MandateerdeGemandateerd
MandiënMandiedeGemandied
ManenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 het lange haar in de nek van paarden en leeuwen
2 (schertsend) lang hoofdhaar.
(werkwoord; maande, heeft gemaand)
1 aansporen tot.

In Spaans overeenkomend met: Amonestar, Reprender
  sVermanen
MaandeGemaand
MangelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mangelde, heeft gemangeld)
1 (archaïsch) ontbreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; mangelde, heeft gemangeld)
1 door middel van een mangel gladmaken.

In Spaans overeenkomend met: Calandrar, Satinar
  sKalanderen
MangeldeGemangeld
ManicurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; manicuurde, heeft gemanicuurd; manicure, manicure)
1 (iemand) aan de handen en nagels verzorgen.

In Spaans overeenkomend met: Hacer la manicura
ManicuurdeGemanicuurd
ManifesterenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; manifesteerde zich, heeft zich gemanifesteerd)
1 zich openbaren.

In Spaans overeenkomend met: Manifestar
  sLaten blijken
Tonen
Uiten
ManifesteerdeGemanifesteerd
ManipulerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; manipuleerde, heeft gemanipuleerd)
1 goochelen met, op handige of bedrieglijke wijze omspringen met.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; manipuleerde, heeft gemanipuleerd; manipulator, manipulatie)
1 op slinkse wijze beïnvloeden.

In Spaans overeenkomend met: Manipular
  sHanteren
Omgaan met
ManipuleerdeGemanipuleerd
MankenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mankte, heeft/is gemankt)
1 hinken.

MankteGemankt
MankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mankeerde, heeft gemankeerd)
1 niet in orde zijn, haperen, schelen
2 ontbreken
3 in [[gebreke]] zijn.

MankeerdeGemankeerd
MannenMandeGemand
ManoeuvrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; manoeuvreerde, heeft gemanoeuvreerd)
1 behendig laten bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Maniobrar
  sRangeren
ManoeuvreerdeGemanoeuvreerd
ManumitterenManumitteerdeGemanumitteerd
MaquillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maquilleerde, heeft gemaquilleerd; maquillage)
1 schminken.

In Spaans overeenkomend met: Maquillar
  sBlanketten
Grimeren
Opmaken
Schminken
MaquilleerdeGemaquilleerd
MarchanderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; marchandeerde, heeft gemarchandeerd)
1 loven en bieden.

In Spaans overeenkomend met: Regatear
  sAfdingen
Pingelen
MarchandeerdeGemarchandeerd
MarcherenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (marcheerde, heeft/is gemarcheerd) in ritmische pas lopen, vooral in groepsverband
2 (marcheerde, heeft gemarcheerd) lopen, vorderen.

In Spaans overeenkomend met: Marchar
  sLopen
MarcheerdeGemarcheerd
MarenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

MarginaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; marginaliseerde, heeft gemarginaliseerd; marginalisatie)
1 in de marge van de samenleving doen belanden
2 van invloed beroven.

MarginaliseerdeGemarginaliseerd
MarinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; marineerde, heeft gemarineerd)
1 in een marinade van azijn of wijn en kruiden leggen alvorens verder te bewerken
2 inmaken in azijn en kruiden.

In Spaans overeenkomend met: Aliñar, Dejar en adobo, Enmarinar
Adobar
Escabechar, Marinar
  sAanmaken (sla, saus)
Inleggen
Inmaken
MarineerdeGemarineerd
MarkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; markeerde, heeft gemarkeerd; markeerder, markering)
1 met bepaalde merktekens aanduiden
2 (van dieren) (het eigen territorium) afbakenen door een geurtje achter te laten.

In Spaans overeenkomend met: Marcar
  sAanduiden
Aangeven
Aankruisen
Een teken geven
Kenmerken
Merken
MarkeerdeGemarkeerd
MarktenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; marktte, heeft gemarkt)
1 de markt bezoeken.

MarktteGemarkt
MarlenMarldeGemarld
MarmelenMarmeldeGemarmeld
MarmerenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van marmer vervaardigd of daarmee bekleed.
([[overgankelijk]] werkwoord; marmerde, heeft gemarmerd; marmering)
1 (iets) verven, kleuren zodat het op marmer gaat lijken.

In Spaans overeenkomend met: Jaspear, Vetear
Marmolar
  sAderen
MarmerdeGemarmerd
MaroderenMarodeerdeGemarodeerd
MarrenMardeGemard
MartelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; martelde, heeft gemarteld)
1 ([[pejoratief]]) folteren
2 kwellen, tergen.

In Spaans overeenkomend met: Martirizar, Torturar
  sPijnigen
MarteldeGemarteld
MaskerenIn de betekenis van:
Verbergen, verbloemen, aan het oog onttrekken

In Spaans overeenkomend met: Paliar
  sBemantelen
Bewimpelen
Verbergen
Verbloemen
Verkleden
Vermommen
MaskeerdeGemaskeerd
MaskerenIn de betekenis van:
(Het gezicht) met een masker bedekken

In Spaans overeenkomend met:
Enmascarar
  sBemantelen
Bewimpelen
Verbergen
Verbloemen
Verkleden
Vermommen
MaskerdeGemaskerd
MassacrerenMassacreerdeGemassacreerd
MasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; masseerde, heeft gemasseerd)
1 (iem., zijn spieren) kneden, wrijven of kloppen om de bloedsomloop te bevorderen
2 (biljarten) (een [[biljartbal]]) met de keu rechtstandig stoten
3 (iemand) door intensief contact proberen te beïnvloeden.

In Spaans overeenkomend met: Masajear
MasseerdeGemasseerd
MassificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; massificeerde, is gemassificeerd; massificatie)
1 worden tot een massa.
([[overgankelijk]] werkwoord; massificeerde, heeft gemassificeerd)
1 maken tot een massa.

MassificeerdeGemassificeerd
MastenMastteGemast
MastiekenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van mastiek gemaakt.
([[overgankelijk]] werkwoord; mastiekte, heeft gemastiekt)
1 iets met mastiek bedekken.

MastiekteGemastiekt
MastklimmenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; mastklimmer)
1 (als spel) in een gladgemaakte paal klimmen.

MasturberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; masturbeerde, heeft gemasturbeerd; masturbatie)
1 zichzelf seksueel bevredigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; masturbeerde, heeft gemasturbeerd)
1 (iemand) seksueel bevredigen.

In Spaans overeenkomend met: Masturbar
MasturbeerdeGemasturbeerd
MatennaaienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (informeel) eigen vrienden, collega's benadelen.

MaterialiserenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; materialiseerde zich, heeft zich gematerialiseerd)
1 veranderen in een stoffelijke gedaante.

In Spaans overeenkomend met: Materializar
  sStoffelijk maken
Stoffelijk voorstellen
MaterialiseerdeGematerialiseerd
MathematiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mathematiseerde, heeft gemathematiseerd; mathematisering)
1 een vraagstuk een wiskundige vorm geven.

MathematiseerdeGemathematiseerd
MatigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; matigde, heeft gematigd; matiging)
1 [[zuiniger]] gaan leven, zich matigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; matigde, heeft gematigd)
1 binnen de juiste maat brengen of houden.

In Spaans overeenkomend met: Moderar, Reportar
  sBeteugelen
Inhouden
Onderdrukken
MatigdeGematigd
MatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; matste, heeft gematst)
1 (informeel) (iemand) een gunst verlenen.

MatsteGematst
MattenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van matten of biezen gemaakt.
([[overgankelijk]] werkwoord; matte, heeft gemat; matter)
1 van een mat voorzien
2 matteren.

MatteGemat
MatterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; matteerde, heeft gematteerd; mattering)
1 mat, dof maken.

MatteerdeGematteerd
MauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mauwde, heeft gemauwd)
1 miauwen
2 zeuren.

MauwdeGemauwd
MaximaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[maximaliseerde]], heeft gemaximaliseerd; maximalisering)
1 zo groot mogelijk maken, tot een maximum voeren.

In Spaans overeenkomend met: Maximizar
MaximaliseerdeGemaximaliseerd
MaximerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maximeerde, heeft gemaximeerd)
1 een bovengrens aan iets stellen
2 maximaliseren.

MaximeerdeGemaximeerd
MazelenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 (geneeskunde) kinderziekte die gekenmerkt wordt door rode [[vlekjes]] op de huid en vaak hoge koorts.

MazeldeGemazeld
MazenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maasde, heeft gemaasd)
1 brei- of netwerk herstellen door met de naald zo nauwkeurig mogelijk de breisteek na te doen.

MaasdeGemaasd
MazzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mazzelde, heeft gemazzeld; mazzelaar)
1 boffen.

MazzeldeGemazzeld
MeanderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; meanderde, heeft gemeanderd)
1 (formeel) (van rivieren) zich bochtig door het landschap slingeren.

MeanderdeGemeanderd
MechaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; mechaniseerde, heeft gemechaniseerd; mechanisering/mechanisatie)
1 inrichten met werktuigen ter vervanging van menselijke of dierlijke arbeid.

In Spaans overeenkomend met: Mecanizar
MechaniseerdeGemechaniseerd
MedebrengenIn Spaans overeenkomend met: Llevar
Ir a buscar a
  sMeebrengen
Meenemen
Vergaderen
Bracht medeMedegebracht
MededelenIn Spaans overeenkomend met: Comunicar
Divulgar, Enterar, Hacer saber, Informar
  sAankondigen
Berichten
In kennis stellen
Meedelen
Verwittigen
Voortzeggen
Deelde medeMedegedeeld
MededingenIn Spaans overeenkomend met: Concursar
Dong medeMedegedongen
MedelevenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 aandacht voor de gevoelens van anderen, met [[name]] voor hun verdriet.

Leefde medeMedegeleefd
medeondertekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; medeondertekende, heeft medeondertekend; medeondertekenaar, medeondertekening)
1 samen met anderen ondertekenen.

Ondertekende medeMedeondertekend
MedeslepenSleepte medeMedegesleept
MedestrijdenStreed medeMedegestreden
MedewerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie meewerken.

Werkte medeMedegewerkt
MedicaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; medicaliseerde, heeft gemedicaliseerd; medicalisering)
1 [[afhankelijker]] maken van de medische wetenschap.

MedicaliseerdeGemedicaliseerd
MedicinerenMedicineerdeGemedicineerd
MediterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mediteerde, heeft gemediteerd; meditatie)
1 in zichzelf keren om de [[diepste]] werkelijkheid te ervaren
2 in gedachten verzonken zijn
3 ([[rooms-katholiek]]) een contemplatieve, vrome overdenking houden.

In Spaans overeenkomend met: Meditar
  sPeinzen
MediteerdeGemediteerd
MediërenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; medieerde, heeft gemedieerd)
1 bemiddelen, met [[name]] beroepsmatig bemiddelen tussen partijen die in een conflict verwikkeld zijn dat ze onderling niet kunnen oplossen.

MedieerdeGemedieerd
Mee-etenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; at mee, heeft meegegeten; mee-eter)
1 met anderen samen (iets) eten.

At meeMeegegeten
Meebakken
MeebepalenBepaalde meeMeebepaald
MeebeslissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; besliste mee, heeft meebeslist)
1 inspraak hebben.

Besliste meeMeebeslist
MeebetalenBetaalde meeMeebetaald
MeebiddenBad meeMeegebeden
MeebiedenBood meeMeegeboden
MeeblazenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Blies meeMeegeblazen
MeebrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht mee, heeft meegebracht)
1 bij zich hebben
2 in de aard liggen van, van [[nature]] vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Llevar
Ir a buscar a
Traer
  sMedebrengen
Meenemen
Vergaderen
Bracht meeMeegebracht
MeebuigenBoog meeMeegebogen
MeedeinenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 deinend meebewegen
2 zonder inspanning of verzet [[gebruikmaken]] van, deelnemen aan iets.

Deinde meeMeegedeind
MeedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deelde mee, heeft meegedeeld)
1 [[deelhebben]] in, deelnemen aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; deelde mee, heeft meegedeeld)
1 berichten, doen vernemen.

In Spaans overeenkomend met: Comentar
Comunicar
Divulgar, Enterar, Hacer saber, Informar
  sAankondigen
Berichten
In kennis stellen
Mededelen
Verwittigen
Voortzeggen
Deelde meeMeegedeeld
MeedenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dacht mee, heeft meegedacht)
1 met een of meer anderen zijn gedachten laten gaan over hetzelfde onderwerp, om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Dacht meeMeegedacht
MeedingenIn Spaans overeenkomend met: Competir, Rivalizar
  sConcurreren
Wedijveren
Dong meeMeegedongen
MeediscussiërenDiscussieerde meeMeegediscussieerd
MeedoenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deed mee, heeft meegedaan)
1 samen met anderen iets doen.

In Spaans overeenkomend met: Participar
  sDeelnemen
Deed meeMeegedaan
MeedraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (draaide mee, heeft meegedraaid) meedoen in een bepaald [[ritme]], een bepaald patroon van werkzaamheden
2 (draaide mee, heeft/is meegedraaid) samen, tegelijk met iemand of iets draaien.

Draaide meeMeegedraaid
MeedragenDroeg meeMeegedragen
MeedrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreef mee, is meegedreven)
1 met iemand of iets anders drijven of gedreven worden.

Dreef meeMeegedreven
MeedrinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; dronk mee, heeft meegedronken; meedrinker)
1 met anderen samen (iets) drinken.

Dronk meeMeegedronken
MeefietsenFietste meeMeegefietst
MeefinancierenFinancierde meeMeegefinancierd
MeegaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging mee, is meegegaan)
1 volgen in denk- of handelwijze.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging mee, is meegegaan)
1 anderen vergezellen
2 gebruikt kunnen worden, bruikbaar blijven.

In Spaans overeenkomend met: Acompañar
Ging meeMeegegaan
MeegevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaf mee, heeft meegegeven)
1 wijken voor druk, soepel zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf mee, heeft meegegeven)
1 geven aan iemand die vertrekt.

In Spaans overeenkomend met: Dotar
  sBegiftigen
Gaf meeMeegegeven
MeehelpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hielp mee, heeft meegeholpen)
1 een of meer anderen helpen iets te doen
2 mee van invloed zijn om iets te bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Asistir
  sAssisteren
Bijstaan
Helpen
Ter zijde staan
Verzorgen
Hielp meeMeegeholpen
MeekijkenKeek meeMeegekeken
Meeklappen
MeeklinkenKlonk meeMeegeklonken
MeekomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam mee, is meegekomen)
1 meegaan
2 samen met iemand of iets tegelijk verschijnen
3 gelijke vorderingen met anderen maken.

In Spaans overeenkomend met: Venir
Kwam meeMeegekomen
MeekrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kreeg mee, heeft meegekregen)
1 toegewezen krijgen om mee te nemen
2 op zijn hand krijgen, overhalen.

Kreeg meeMeegekregen
MeekunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kon mee)
1 gebruikt kunnen worden, bruikbaar blijven.

Kon meeMeegekund
MeelevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leefde mee, heeft meegeleefd)
1 de gevoelens van anderen delen en met hen meevoelen.

Leefde meeMeegeleefd
MeelezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; las mee, heeft meegelezen)
1 samen met een ander lezen.

Las meeMeegelezen
MeeliftenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liftte mee, heeft/is meegelift)
1 als lifter meerijden.

Liftte meeMeegelift
MeelijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leed mee, heeft meegeleden)
1 delen in het lijden met of van anderen.

Leed meeMeegeleden
MeelokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lokte mee, heeft meegelokt)
1 (iemand of iets) overhalen, verleiden, verlokken om mee te gaan.

Lokte meeMeegelokt
MeelopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep mee, is meegelopen)
1 lopend vergezellen
2 navolgen wat anderen doen
3 voordelig zijn voor.

In Spaans overeenkomend met: Acompañar
Liep meeMeegelopen
MeeluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luisterde mee, heeft meegeluisterd)
1 tegelijk met een ander of anderen luisteren.

Luisterde meeMeegeluisterd
MeemakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte mee, heeft meegemaakt)
1 ondervinden, getuige zijn van.

Maakte meeMeegemaakt
MeenemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam mee, heeft meegenomen)
1 met zich voeren, zich laten vergezellen door
2 profijt hebben van
3 in één moeite door verrichten.

In Spaans overeenkomend met: Llevar
Ir a buscar a
Traer
Llevarse
  sMedebrengen
Meebrengen
Vergaderen
Nam meeMeegenomen
meeondertekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie medeondertekenen.

Ondertekende meeMeeondertekend
MeepakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte mee, heeft meegepakt)
1 grijpen en meenemen.

Pakte meeMeegepakt
MeepikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pikte mee, heeft meegepikt)
1 (informeel) in één moeite door doen.

Pikte meeMeegepikt
MeepratenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; praatte mee, heeft meegepraat; meeprater)
1 met anderen praten
2 slijmen, iemand naar de mond praten.

Praatte meeMeegepraat
MeerderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; meerderde, is gemeerderd; meerdering)
1 (formeel) vermeerderen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; meerderde, heeft gemeerderd)
1 bij breien, haken enz. het aantal steken op de pen groter maken.

MeerderdeGemeerderd
MeeregerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; regeerde mee, heeft meegeregeerd)
1 deelnemen aan de regering.

Regeerde meeMeegeregeerd
MeereizenReisde meeMeegereisd
MeerekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende mee, heeft meegerekend)
1 bij de rest optellen.

In Spaans overeenkomend met: Incluir en cuenta
Computar
  sBerekenen
Incalculeren
Uitrekenen
Rekende meeMeegerekend
MeerijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed mee, heeft/is meegereden; meerijder)
1 met een of meer anderen in gezelschap rijden.

Reed meeMeegereden
MeerokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rookte mee, heeft meegerookt)
1 als [[niet-roker]] de [[tabaksrook]] van andere rokers inademen.

Rookte meeMeegerookt
MeesjouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sjouwde mee, heeft meegesjouwd)
1 met zich meevoeren, meeslepen.

Sjouwde meeMeegesjouwd
MeeslepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sleepte mee, heeft meegesleept)
1 achter zich aan slepen
2 met moeite meenemen
3 sterk inspireren.

In Spaans overeenkomend met: Acarrear
  sMet zich meebrengen
Veroorzaken
Sleepte meeMeegesleept
MeesleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sleurde mee, heeft meegesleurd)
1 ruw meeslepen.

In Spaans overeenkomend met: Arrastrar
  sSlepen
Trekken
Voorttrekken
Sleurde meeMeegesleurd
MeesmuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; meesmuilde, heeft gemeesmuild)
1 met een spottende, schampere glimlach zeggen.

MeesmuildeGemeesmuild
MeespelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; speelde mee, heeft meegespeeld)
1 meedoen met een spel
2 ook een rol spelen, mede van invloed zijn.

Speelde meeMeegespeeld
MeesprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Sprak meeMeegesproken
MeestemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stemde mee, heeft meegestemd)
1 deelnemen aan een stemming
2 instemmen.

Stemde meeMeegestemd
MeesterenMeesterdeGemeesterd
MeestrijdenStreed meeMeegestreden
MeesturenStuurde meeMeegestuurd
MeetellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; telde mee, heeft meegeteld)
1 ook van belang zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; telde mee, heeft meegeteld)
1 meerekenen.

In Spaans overeenkomend met: Entrar en cuenta
  sIn aanmerking komen
Telde meeMeegeteld
MeetrainenTrainde meeMeegetraind
MeetrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (trok mee, is [[meegetrokken]]) samen met anderen of met iets anders ergens heen trekken
2 (trok mee, heeft [[meegetrokken]]) tegelijk aan iets trekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok mee, heeft meegetrokken)
1 (iem., iets) ergens heen trekken.

Trok meeMeegetrokken
MeetrillenTrilde meeMeegetrild
MeetronenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; troonde mee, heeft meegetroond)
1 door zachte, maar aandringende overreding bewegen mee te gaan.

Troonde meeMeegetroond
MeevallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel mee, is meegevallen)
1 beter bevallen dan verwacht werd.

In Spaans overeenkomend met: Salir mejor de lo esperado
Viel meeMeegevallen
MeevarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer mee, heeft/is meegevaren)
1 met anderen varen.

Voer meeMeegevaren
MeevechtenVocht meeMeegevochten
MeeverzekerenVerzekerde meeMeeverzekerd
MeevierenVierde meeMeegevierd
MeevliegenVloog meeMeegevlogen
MeevoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; voelde mee, heeft meegevoeld)
1 zich indenken in (de gevoelens van een ander).

Voelde meeMeegevoeld
MeevoerenIn Spaans overeenkomend met: Acarrear, Llevarse consigo
  sAanvoeren
Voerde meeMeegevoerd
MeevragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vroeg mee, heeft meegevraagd)
1 uitnodigen om mee te gaan of mee te komen.

Vraagdeª mee, Vroeg meeMeegevraagd
MeewandelenWandelde meeMeegewandeld
MeewegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woog mee, heeft meegewogen)
1 ook van belang zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; woog mee, heeft meegewogen)
1 meerekenen.

Woog meeMeegewogen
MeewerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; werkte mee, heeft meegewerkt)
1 met een ander aan iets werken
2 helpen bij het streven naar een doel.

In Spaans overeenkomend met: Colaborar, Cooperar
  sSamenwerken
Werkte meeMeegewerkt
MeewillenWilde mee, Wou meeMeegewild
MeezeilenZeilde meeMeegezeild
MeezeulenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zeulde mee, heeft meegezeuld)
1 (informeel) met zich meeslepen.

Zeulde meeMeegezeuld
MeezingenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zong mee, heeft meegezongen; meezinger)
1 met anderen tegelijk zingen, aan een gezang deelnemen.

Zong meeMeegezongen
MeezittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat mee, heeft meegezeten)
1 gunstig zitten, goed gaan.

Zat meeMeegezeten
MeierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; meierde, heeft gemeierd)
1 (informeel) vervelend kletsen, zaniken.

MeierdeGemeierd
MekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie mekkeren.

MekteGemekt
MekkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mekkerde, heeft gemekkerd)
1 het voor geiten kenmerkende geluid maken
2 zeuren.

In Spaans overeenkomend met: Balar ((van een geit)(de una cabra))
MekkerdeGemekkerd
MeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; meldde, heeft gemeld; melder, melding)
1 min of meer officieel meedelen.
(wederkerend werkwoord; meldde zich, heeft zich gemeld)
1 iemand meedelen dat men gearriveerd is.

In Spaans overeenkomend met: Avisar
Mencionar
Dictaminar, Informar, Referir
  sBerichten
Gewag maken van
Noemen
Overbrengen
Verhalen
Vermelden
Verslaan
Vertellen
MelddeGemeld
MelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; meelde, heeft gemeeld)
1 bloemen.

MeeldeGemeeld
MelkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; melkte, heeft gemolken)
1 (ook absoluut) (een melkdier) van haar melk ontlasten
2 houden, fokken
3 (een kip enz.) telkens haar eieren ontnemen.

In Spaans overeenkomend met: Ordeñar
Melkte, MolkGemolken
MemorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; memoreerde, heeft gememoreerd)
1 herinneren aan
2 opschrijven ter herinnering.

MemoreerdeGememoreerd
MemoriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; memoriseerde, heeft gememoriseerd; memorisatie)
1 van buiten leren.

MemoriseerdeGememoriseerd
MenagerenMenageerdeGemenageerd
MendelenMendeldeGemendeld
MenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; meende, heeft gemeend)
1 in ernst bedoelen
2 bedoelen, voorhebben
3 veronderstellen, vermoeden.

In Spaans overeenkomend met: Creer
Opinar
Suponer
  sAannemen
Geloven
Houden voor
Onderstellen
Stellen
Vermoeden
Veronderstellen
MeendeGemeend
MenerenMeneerdeGemeneerd
MengelenMengeldeGemengeld
MengenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; mengde, heeft gemengd)
1 zich bemoeien met.
([[overgankelijk]] werkwoord; mengde, heeft gemengd; menger, menging)
1 vermengen, (twee of meer stoffen) door elkaar werken.

In Spaans overeenkomend met: Inmiscuir, Mezclar
  sMixen
Temperen
Vermengen
Verwarren
MengdeGemengd
MeniënALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; meniede, heeft gemenied)
1 met menie verven.

MeniedeGemenied
MennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mende, heeft gemend; menner)
1 door middel van een leidsel of toom besturen.

In Spaans overeenkomend met: Dirigir
  sBesturen
Dirigeren
Richten
Sturen
MendeGemend
MensendieckenMensendieckteGemensendieckt
MenstruerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; menstrueerde, heeft gemenstrueerd)
1 de menstruatie hebben, ongesteld zijn.

In Spaans overeenkomend met: Menstruar
MenstrueerdeGemenstrueerd
MeppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; mepte, heeft gemept; mepper)
1 hard slaan.

In Spaans overeenkomend met: Batir, Golpear, Pegar
Abofetear, Ultrajar
  sHouwen
Klappen
Kloppen
Slaan
MepteGemept
MerceriserenMerceriseerdeGemerceriseerd
MerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; meerde, heeft gemeerd)
1 (een schip) aan de wal vastleggen.

MeerdeGemeerd
MergelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; mergelde, heeft gemergeld)
1 (land) met mergel bemesten.

In Spaans overeenkomend met: Margar
  sMet mergel bemesten
MergeldeGemergeld
MerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; merkte, heeft gemerkt)
1 waarnemen
2 met een merk tekenen.

In Spaans overeenkomend met: Percibir
Advertir, Apercibirse, Apercibirse de, Notar, Observar, Percatar, Percatarse
Sentir
Hacer un signo, Indicar, Marcar
  sAanduiden
Aangeven
Aankruisen
Bemerken
Een teken geven
Gewaar worden
Gewaarworden
Kenmerken
Markeren
Opmerken
Tekenen
Vernemen
Waarnemen
MerkteGemerkt
MestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mestte, heeft gemest)
1 (van vee) poepen.
([[overgankelijk]] werkwoord; mestte, heeft gemest)
1 (ook absoluut) bemesten
2 (ook absoluut) mest verwijderen uit
3 vet laten worden door veel voedsel te geven.

In Spaans overeenkomend met: Abonar
  sBemesten
Gieren
MestteGemest
MetalliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; metalliseerde, heeft gemetalliseerd; metallisatie)
1 tot zuiver metaal maken
2 bedekken met een dun laagje metaal
3 zo duurzaam maken als metaal.

MetalliseerdeGemetalliseerd
MetamorfoserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[metamorfoseerde]], is gemetamorfoseerd)
1 van gedaante veranderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[metamorfoseerde]], heeft gemetamorfoseerd)
1 van gedaante doen veranderen.

MetamorfoseerdeGemetamorfoseerd
MetastaserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; metastaseerde, is gemetastaseerd; metastase/metastasering)
1 (van een gezwel) zich uitzaaien.

MetastaseerdeGemetastaseerd
MetenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; mat, heeft gemeten)
1 bepalen wie de beste is.
([[onovergankelijk]] werkwoord; mat, heeft gemeten; meting)
1 de genoemde afmeting hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; mat, heeft gemeten)
1 de lengte, inhoud, temperatuur, oppervlakte enz. bepalen van.

In Spaans overeenkomend met: Medir, Tantear, Tomar la medida
  sAfmeten
Opmeten
Opnemen
Roeien
Uitmeten
MatGemeten
MetselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; metselde, heeft gemetseld; metselaar, metseling)
1 bouwstenen met specie op elkaar voegen (tot)
2 (van dieren) een nest maken met specie.

In Spaans overeenkomend met: Trabajar de albañil
MetseldeGemetseld
MetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[metste]], heeft gemetst)
1 (in België; informeel) metselen.

MetsteGemetst
MeubelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; meubelde, heeft gemeubeld)
1 meubileren.

MeubeldeGemeubeld
MeubilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; meubileerde, heeft gemeubileerd; meubilering)
1 van huisraad voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Amueblar
MeubileerdeGemeubileerd
MeukenMeukteGemeukt
MeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; meurde, heeft gemeurd)
1 (informeel) slapen
2 (informeel) stinken.

MeurdeGemeurd
MeuzelenMeuzeldeGemeuzeld
MevrouwenMevrouwdeGemevrouwd
MiauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; miauwde, heeft gemiauwd)
1 het voor katten kenmerkende geluid laten horen.

In Spaans overeenkomend met: Maullar
MiauwdeGemiauwd
MicrofilmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; microfilmde, heeft gemicrofilmd)
1 op een [[microfilm]] vastleggen.

MicrofilmdeGemicrofilmd
MiddagmalenMiddagmaaldeGemiddagmaald
MiddelenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 geld, bezittingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; middelde, heeft gemiddeld)
1 het gemiddelde berekenen van
2 (van kosten, [[uitgaven]]) gelijkelijk verdelen onder de betrokkenen.

MiddeldeGemiddeld
MidgetgolfenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; midgetgolfte/midgetgolfde, heeft gemidgetgolft/gemidgetgolfd)
1 midgetgolf spelen.

Midgetgolfte, MidgetgolfdeGemidgetgolft, Gemidgetgolfd
MidwinterblazenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 blazen op een midwinterhoorn.

MiegelenMiegeldeGemiegeld
MiegenMiegdeGemiegd
MiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; miepte, heeft gemiept)
1 (informeel) zeuren.

MiepteGemiept
MierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mierde, heeft gemierd)
1 prutsen
2 (informeel) zeuren.

MierdeGemierd
MierenneukenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; mierenneuker)
1 (informeel) muggenziften.

MiesmuizenMiesmuisdeGemiesmuisd
MieterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mieterde, is gemieterd)
1 (informeel) vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; mieterde, heeft gemieterd)
1 met geweld gooien, doen vallen.

MieterdeGemieterd
MiezelenMiezeldeGemiezeld
MiezerenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; miezerde, heeft gemiezerd)
1 motregenen.

MiezerdeGemiezerd
MigrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; migreerde, is gemigreerd; migrant, migratie)
1 trekken, verhuizen.

MigreerdeGemigreerd
MijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[meed]], heeft gemeden)
1 ontwijken, trachten niet in aanraking te komen met.

In Spaans overeenkomend met: Evitar, Rehuir
  sOntwijken
Uit de weg gaan
Vermijden
MeedGemeden
MijmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mijmerde, heeft gemijmerd; mijmeraar, mijmering)
1 aanhoudend en weemoedig peinzen.

In Spaans overeenkomend met: Soñar
MijmerdeGemijmerd
MijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mijnde, heeft gemijnd)
1 zich tot koper verklaren op een openbare verkoping bij afslag.

MijndeGemijnd
MijtenMijtteGemijt
MijterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mijterde, heeft gemijterd)
1 tot bisschop of een andere hoogwaardigheid verheffen.

MijterdeGemijterd
MikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; mikte, heeft gemikt)
1 streven naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; mikte, heeft gemikt)
1 richten op een doel.
([[overgankelijk]] werkwoord; mikte, heeft gemikt)
1 (informeel) gooien.

MikteGemikt
MilderenMilderdeGemilderd
MilitariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[militariseerde]], heeft gemilitariseerd; militarisering)
1 militaire invloed uitoefenen op.

MilitariseerdeGemilitariseerd
MillimeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; millimeterde, heeft gemillimeterd)
1 (het hoofdhaar) zeer kort afknippen.

MillimeterdeGemillimeterd
MimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mimede, heeft gemimed)
1 uitbeelden zonder de stem te gebruiken, maar slechts met gebaren.

MimedeGemimed
MinachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; minachtte, heeft geminacht; minachting)
1 weinig of geen achting hebben voor.

In Spaans overeenkomend met: Aborrecer, Despreciar, Menospreciar
  sEen hekel hebben aan
Versmaden
MinachtteGeminacht
MinderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; minderde, is geminderd)
1 afnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; minderde, heeft geminderd)
1 minder, geringer maken.

MinderdeGeminderd
MineraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[mineraliseerde]], is gemineraliseerd)
1 tot mineraal worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[mineraliseerde]], heeft gemineraliseerd)
1 tot mineraal maken.

MineraliseerdeGemineraliseerd
MinimaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; minimaliseerde, heeft geminimaliseerd; minimalisering)
1 zo klein mogelijk maken
2 kleineren of als [[kleiner]] voorstellen.

In Spaans overeenkomend met: Minimizar
MinimaliseerdeGeminimaliseerd
MiniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; miniseerde, heeft geminiseerd)
1 verminderen.

MiniseerdeGeminiseerd
MinnekozenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; minnekoosde, heeft geminnekoosd)
1 vrijen, uit verliefdheid knuffelen.

MinnekoosdeGeminnekoosd
MinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; minde, heeft gemind; minnaar)
1 vrijen, uit verliefdheid knuffelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; minde, heeft gemind)
1 (formeel) liefhebben.

MindeGemind
MinoriserenMinoriseerdeGeminoriseerd
MisachtenMisachtteMisacht
MisbruikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; misbruikte, heeft misbruikt)
1 een verkeerd of slecht [[gebruikmaken]] van
2 verkrachten, onteren.

In Spaans overeenkomend met: Abusar
MisbruikteMisbruikt
MisdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; misdeed, heeft misdaan)
1 (iets) doen tegenover een ander in strijd met wetten of normen.

MisdeedMisdaan
MisdragenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; misdroeg zich, heeft zich misdragen; misdraging)
1 zich slecht gedragen.

MisdroegMisdragen
MisdrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[misdreef]], heeft misdreven)
1 misdoen.

MisdreefMisdreven
MisduidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; misduidde, heeft misduid)
1 verkeerd uitleggen of opvatten.

MisduiddeMisduid
misgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging mis, is misgegaan)
1 mislukken.

Ging misMisgegaan
MisgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging mis, is misgegaan)
1 mislukken.

MisgingMisgaan
MisgeldenMisgoldMisgolden
MisgokkenGokte misMisgegokt
MisgooienGooide misMisgegooid
MisgrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; greep mis, heeft misgegrepen)
1 verkeerd grijpen.

MisgreepMisgrepen
misgrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; greep mis, heeft misgegrepen)
1 verkeerd grijpen.

Greep misMisgegrepen
MisgunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; misgunde, heeft misgund)
1 niet gunnen, benijden.

In Spaans overeenkomend met: Envidiar
  sBenijden
Jaloers zijn op
MisgundeMisgund
MishagenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 akelig gevoel, ongenoegen, misnoegen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; mishaagde, heeft mishaagd)
1 (formeel) niet behagen, niet aanstaan.

In Spaans overeenkomend met: Desplacer
Displacer
MishaagdeMishaagd
MishandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mishandelde, heeft mishandeld; mishandeling)
1 lichamelijk kwaad doen
2 slecht behandelen.

In Spaans overeenkomend met: Maltratar
MishandeldeMishandeld
MishorenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 ([[rooms-katholiek]]) de mis bijwonen.

MishoordeMishoord
MiskennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; miskende, heeft miskend; miskenning)
1 ten [[onrechte]] niet erkennen
2 niet weten te waarderen.

MiskendeMiskend
MiskijkenMiskeekMiskeken
MiskleunenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kleunde mis, heeft misgekleund)
1 (informeel) zich erg vergissen.

Kleunde misMisgekleund
MiskomenMiskwamMiskomen
MisleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; misleidde, heeft misleid; misleiding)
1 (iemand) overtuigen van iets dat niet waar is.

In Spaans overeenkomend met: Despistar
Engañar
  sBedriegen
Op een dwaalspoor brengen
MisleiddeMisleid
MislezenMislasMislezen
MislopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep mis, is misgelopen)
1 (van zaken) ongunstig, verkeerd lopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep mis, heeft misgelopen)
1 missen doordat men te laat is of niet in aanmerking komt.

In Spaans overeenkomend met: Perder
  sMissen
Liep misMisgelopen
MislukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mislukte, is mislukt; mislukking)
1 verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
2 niet worden wat iemand of iets worden moest.

In Spaans overeenkomend met: Abortar
Fracasar
  sAborteren
Afgaan
Een miskraam krijgen
Ontijdig bevallen
MislukteMislukt
MismeesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[mismeesterde]], heeft mismeesterd)
1 (in [[België]], niet algemeen) medisch verkeerd behandelen.

MismeesterdeMismeesterd
MisnoegenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 [[ontevredenheid]], ongenoegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; misnoegde, heeft misnoegd)
1 (formeel) redenen tot [[ontevredenheid]] geven.

MisnoegdeMisnoegd
MispakkenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; mispakte zich, heeft zich mispakt)
1 (in België; informeel) zich vergissen, bedrogen uitkomen.

MispakteMispakt
MispeuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[mispeuterde]], heeft mispeuterd)
1 (in [[België]]) misdoen, (iets slechts of [[verkeerds]]) doen.

MispeuterdeMispeuterd
MisprijzenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 het misprijzen
2 verachting.
([[overgankelijk]] werkwoord; misprees, heeft misprezen)
1 afkeuren.

MispreesMisprezen
MisradenMisraadde, MisriedMisraden
misradenRaadde mis, Ried misMisgeraden
MisrekenenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; misrekende zich, heeft zich misrekend; misrekening)
1 zich vergissen, in zijn verwachting teleurgesteld worden.

MisrekendeMisrekend
MisschietenSchoot misMisgeschoten
MissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; miste, heeft gemist)
1 (informeel) ontbreken
2 (in België; informeel) zich vergissen.
([[overgankelijk]] werkwoord; miste, heeft gemist)
1 (ook absoluut) (het doel) niet treffen, niet raken
2 de afwezigheid, het gemis van iemand of iets pijnlijk ervaren
3 niet meemaken, mislopen, niet waarnemen.

In Spaans overeenkomend met: Perder
Carecer, Echar de menos
  sMislopen
Niet hebben
MisteGemist
MissionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; missioneerde, heeft gemissioneerd)
1 het verrichten van de missie.

MissioneerdeGemissioneerd
MisslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; sloeg mis, heeft misgeslagen)
1 verkeerd, ernaast slaan.

Sloeg misMisgeslagen
MissprekenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[missprak]] zich, heeft zich missproken)
1 (in [[België]]) zich verspreken.

Sprak misMisgesproken
MisspringenSprong misMisgesprongen
MisstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; misstond, heeft misstaan)
1 (van kleding, kapsel enz.) niet goed staan
2 niet passend zijn voor.

MisstondMisstaan
MisstappenStapte misMisgestapt
MistastenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tastte mis, heeft misgetast)
1 verkeerd, ernaast tasten
2 een verkeerde keuze met vervelende gevolgen maken.

Tastte misMisgetast
MistekenenMistekendeMistekend
MistellenTelde misMisgeteld
MistenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; mistte, heeft gemist)
1 mistig weer zijn.

MistteGemist
MistrouwenMistrouwdeMistrouwd
MisvallenMisvielMisvallen
MisvattenIn de betekenis van: (Misgrijpen)

Vatte misMisgevat
MisvattenIn de betekenis van: (Verkeerd begrijpen)

MisvatteMisvat
MisverstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstond mis, heeft misverstaan)
1 verkeerd begrijpen.

Verstond misMisverstaan
MisvormenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; misvormde, heeft misvormd; misvorming)
1 lelijk maken.

In Spaans overeenkomend met: Afear, Deformar, Desfigurar
  sVerdraaien
Vervormen
Verwringen
MisvormdeMisvormd
MiswijzenWees misMisgewezen
MiszeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; miszegde/miszei, heeft miszegd)
1 (iets) [[ongepasts]] zeggen.

Miszegde, MiszeiMiszegd
MiszienMiszagMiszien
MiszittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 mankeren, niet in orde zijn
2 zich vergissen.

Zat misMisgezeten
MitigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[mitigeerde]], heeft gemitigeerd; mitigatie)
1 verzachten, matigen, verlichten.

MitigeerdeGemitigeerd
MitraillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[mitrailleerde]], heeft gemitrailleerd)
1 met mitrailleurs beschieten.

In Spaans overeenkomend met: Ametrallar
MitrailleerdeGemitrailleerd
MixenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mixte, heeft gemixt; mixer, mixing)
1 (ingrediënten) mengen
2 (verschillende geluidsopnamen) op één geluidsband overbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Mezclar
  sMengen
Temperen
Vermengen
Verwarren
MixteGemixt
MobiliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mobiliseerde, heeft gemobiliseerd; mobilisatie)
1 (troepen, mankracht) inzetbaar maken, voor actie klaarmaken.

In Spaans overeenkomend met: Movilizar
MobiliseerdeGemobiliseerd
ModderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; modderde, heeft gemodderd; modderaar)
1 prutsen.

In Spaans overeenkomend met: Chafallar, Chapucear
  sBeunhazen
Knoeien
Verhaspelen
Verknoeien
Verprutsen
ModderdeGemodderd
ModdervechtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 voor de show vechten in een bak met modder, ten [[overstaan]] van een publiek
2 (figuurlijk) elkaar over en weer belasteren en beschuldigen.

ModellerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; modelleerde, heeft gemodelleerd)
1 op schaal navormen.
([[overgankelijk]] werkwoord; modelleerde, heeft gemodelleerd; modelleur)
1 boetseren, vormen, in model brengen.

In Spaans overeenkomend met: Hacer un modelo, Modelar
  sVormen
ModelleerdeGemodelleerd
ModeltekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 tekenen naar een voorbeeld.

Modelvliegen
ModererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; modereerde, heeft gemodereerd; moderator, moderatie)
1 matigen.

ModereerdeGemodereerd
ModerniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; moderniseerde, heeft gemoderniseerd; modernisering)
1 naar de hedendaagse smaak, stijl of eisen inrichten.

In Spaans overeenkomend met: Modernizar
Actualizar
  sActualiseren
Actueel maken
Bijwerken
Updaten
ModerniseerdeGemoderniseerd
ModificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; modificeerde, heeft gemodificeerd; modificatie/modificering)
1 wijzigen, aanpassen.

In Spaans overeenkomend met: Modificar
  sWijzigen
ModificeerdeGemodificeerd
ModulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; moduleerde, heeft gemoduleerd; modulator, modulatie)
1 (muziek) van de ene toonsoort naar de andere overgaan
2 de draaggolven van [[radio-]] en andere zenders in sterkte veranderen
3 ontwerpen volgens een modulus
4 met gepaste stembuiging uitspreken
5 een digitale bitstroom omzetten in een analoog signaal.

In Spaans overeenkomend met: Modular
ModuleerdeGemoduleerd
MoederenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; moederde, heeft gemoederd)
1 als een moeder zijn.

MoederdeGemoederd
MoeienMoeideGemoeid
MoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; moerde, heeft gemoerd)
1 (informeel) vernielen
2 jonge planten afleggen.

MoerdeGemoerd
MoetenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
¶ alleen in verbindingen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; moest, heeft gemoeten)
1 zich verplicht voelen te
2 noodzakelijk zijn
3 (in [[België]]) hoeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; moest, heeft gemoeten)
1 (ook absoluut) willen
2 (in [[België]]) hoeven.
(hulpwerkwoord)
1 aannemelijk zijn
2 (in [[België]], niet algemeen) mogen.

In Spaans overeenkomend met: Deber, Tener que
  sBehoren
Behoren te
Dienen
Horen
Verplicht zijn om te
MoestGemoeten
MoezenMoesdeGemoesd
MoffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; moffelde, heeft gemoffeld)
1 (metalen voorwerpen) lakken en in een moffel drogen waardoor een harde deklaag ontstaat
2 emailleren
3 wegmoffelen, doen verdwijnen.

MoffeldeGemoffeld
MogenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mocht, heeft gemocht/gemogen/gemoogd)
1 vrijheid, toestemming hebben om
2 toegestaan zijn
3 er goed aan doen
4 reden hebben tot.
([[overgankelijk]] werkwoord; mocht, heeft gemocht/gemogen/gemoogd)
1 sympathie hebben voor, op prijs stellen
2 (in [[België]]) lusten.
(hulpwerkwoord)
1 om iets als mogelijk voor te stellen
2 om iets als wenselijk voor te stellen.

In Spaans overeenkomend met: Poder
Apreciar, Estimar
  sAanslaan
Hechten aan
Houden van
Op prijs stellen
Waarderen
MochtGemogen
MoirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; moireerde, heeft gemoireerd)
1 (weefsel) een gevlamd patroon geven.

In Spaans overeenkomend met: Dar aguas, Dar visos
MoireerdeGemoireerd
MokerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mokerde, heeft gemokerd)
1 met een moker slaan
2 zeer hard slaan.

MokerdeGemokerd
MokkelenMokkeldeGemokkeld
MokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mokte, heeft gemokt)
1 ontstemd zijn maar er niets over zeggen.

In Spaans overeenkomend met: Estar enfurruñado
  sEen lip trekken
Pruilen
MokteGemokt
MolesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; molesteerde, heeft gemolesteerd; molestatie)
1 (een persoon) in elkaar slaan
2 (een zaak) kapotmaken.

MolesteerdeGemolesteerd
MollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; molde, heeft gemold)
1 (informeel) vernielen
2 (landbouw) (grond) gelijkmaken
3 (landbouw) (grond) door ploegen voorzien van drainagegangen.

MoldeGemold
MolmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; molmde, is gemolmd)
1 verrotten.

MolmdeGemolmd
MommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mommelde, heeft gemommeld; mommelaar)
1 mummelen, mompelen.

MommeldeGemommeld
MommenMomdeGemomd
MompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; mompelde, heeft gemompeld)
1 binnensmonds, onverstaanbaar zeggen
2 fluisteren, terughoudend vertellen als gerucht.

In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar
Musitar, Susurrar
  sBrommen
Fluisteren
Morren
Mummelen
Prevelen
Ruisen
MompeldeGemompeld
MondenMonddeGemond
MonitorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; monitoorde, heeft gemonitoord; monitoring)
1 controleren, toezicht houden op.

MonitordeGemonitord
MonkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; monkelde, heeft gemonkeld)
1 fijntjes lachen, uit genoegen of spot glimlachen of meesmuilen.

MonkeldeGemonkeld
MonkenMonkteGemonkt
MonoftongerenMonoftongeerdeGemonoftongeerd
MonopoliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; monopoliseerde, heeft gemonopoliseerd; monopolisering)
1 tot een monopolie maken.

In Spaans overeenkomend met: Monopolizar
MonopoliseerdeGemonopoliseerd
MonopoliënALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; monopoliede, heeft gemonopolied)
1 een spelletje monopoly doen.

MonopoliedeGemonopolied
MonopolyenMonopolydeGemonopolyd
MonsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; monsterde, heeft gemonsterd)
1 aanmonsteren.
([[overgankelijk]] werkwoord; monsterde, heeft gemonsterd)
1 (ook absoluut) (iemand) in dienst nemen
2 grondig onderzoeken.

In Spaans overeenkomend met: Tantear
  sOpnemen
MonsterdeGemonsterd
MonterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; monteerde, heeft gemonteerd)
1 (een machine, [[meubelstuk]], huis) uit de losse delen in elkaar zetten
2 (aan, in, op iets) bevestigen, aanbrengen als onderdeel
3 (een film, foto, stuk drukwerk) uit fragmenten in elkaar zetten.

In Spaans overeenkomend met: Montar
  sZetten
MonteerdeGemonteerd
MontignaccenMontignacteGemontignact
Mooipraten
MooizittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat mooi, heeft mooigezeten)
1 (van een hond of kat) op de achterpoten zitten met opgericht lijf.

Zat mooiMooigezeten
MoordenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; moordde, heeft gemoord; moordenaar)
1 met opzet iemand om het leven brengen.

In Spaans overeenkomend met: Asesinar
  sVermoorden
MoorddeGemoord
MoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; mopte, heeft gemopt)
1 dweilen met een zwabber.

MopteGemopt
MopperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mopperde, heeft gemopperd; mopperaar)
1 [[ontevredenheid]] uiten.

In Spaans overeenkomend met: Refunfuñar, Rezongar
  sKankeren
Morren
Sputteren
MopperdeGemopperd
MoraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; moraliseerde, heeft gemoraliseerd; moralisatie)
1 [[zedenkundige]] beschouwingen houden.

MoraliseerdeGemoraliseerd
MorrelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; morrelde, heeft gemorreld)
1 ondermijnen, verzwakken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; morrelde, heeft gemorreld)
1 op de tast knoeien, rommelen.

MorreldeGemorreld
MorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; morde, heeft gemord)
1 mopperen als protest.

In Spaans overeenkomend met: Rezongar
Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar
  sBrommen
Kankeren
Mompelen
Mopperen
Mummelen
Ruisen
Sputteren
MordeGemord
MorsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; morste, heeft gemorst)
1 (iets, vooral eten of drinken) per ongeluk laten vallen en daardoor iets bevuilen.

MorsteGemorst
MortelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mortelde, is gemorteld)
1 in gruis vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; mortelde, heeft gemorteld)
1 vergruizen.

MorteldeGemorteld
MorzelenMorzeldeGemorzeld
MotiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; motiveerde, heeft gemotiveerd; motivering)
1 van argumenten voorzien
2 enthousiast maken.

MotiveerdeGemotiveerd
MotoriserenIn Spaans overeenkomend met: Motorizar
MotoriseerdeGemotoriseerd
Motorracen
MotorrenMotordeGemotord
MotorrennenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 motorrace.

Motorrijden
MotregenenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; [[motregende]], heeft gemotregend)
1 in fijne regen neervallen.

In Spaans overeenkomend met: Lloviznar
MotregendeGemotregend
MotsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; motste, heeft gemotst)
1 (paarden en honden) bij oren en/of staart knotten, couperen.

MotsteGemotst
MottenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; [[motte]], heeft gemot)
1 (informeel) motregenen.

MotteGemot
MountainbikenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; mountainbiker, mountainbiking)
1 op een mountainbike fietsen.

MountainbiketeGemountainbiket
MousserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mousseerde, heeft gemousseerd)
1 (van wijn) schuimen, opbruisen door vrijkomend koolzuurgas.

MousseerdeGemousseerd
MoutenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; moutte, heeft gemout)
1 bewerken tot mout.

MoutteGemout
MovenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (informeel) weggaan.

MovedeGemoved
MoverenMoveerdeGemoveerd
Msn'enALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 chatten via een messenger.

Msn'deGe-msn'd
MuffenMufteGemuft
MuggenziftenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; muggenziftte, heeft gemuggenzift; muggenzifter)
1 vitten op kleinigheden.

In Spaans overeenkomend met: Zaherir
Criticar
Disputar
MuggenziftteGemuggenzift
MuikenMuikteGemuikt
MuilbandenMuilbanddeGemuilband
MuilkorvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; muilkorfde, heeft gemuilkorfd)
1 een muilkorf aandoen
2 het zwijgen opleggen.

MuilkorfdeGemuilkorfd
MuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; muitte, heeft gemuit; muiter)
1 (vooral van militairen en scheepsbemanning) oproer maken.

In Spaans overeenkomend met: Alzarse, Rebelarse, Resistirse, Sublevarse
  sIn opstand komen
Rebelleren
Zich verzetten
MuitteGemuit
MuizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; muisde, heeft gemuisd)
1 stilletjes smullen
2 de [[computermuis]] hanteren.

MuisdeGemuisd
MultiplicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; multipliceerde, heeft gemultipliceerd; multiplicatie)
1 vermenigvuldigen.

In Spaans overeenkomend met: Multiplicar
  sVerveelvoudigen
MultipliceerdeGemultipliceerd
MummelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mummelde, heeft gemummeld; mummelaar, mummeling)
1 (van bejaarden) mompelen
2 de kaken bewegen om te kauwen.

In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar
  sBrommen
Mompelen
Morren
Ruisen
MummeldeGemummeld
MummificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mummificeerde, is gemummificeerd; mummificatie)
1 tot mummie worden
2 (van weefsel) verdrogen en verschrompelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; mummificeerde, heeft gemummificeerd)
1 tot mummie doen worden.

MummificeerdeGemummificeerd
MuntenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; muntte, heeft gemunt; munter)
1 tot geld slaan.

MuntteGemunt
MurmelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; murmelde, heeft gemurmeld; murmeling)
1 (van [[beekjes]]) zacht ruisen.

In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, Refunfuñar
Susurrar
  sKabbelen
Klateren
Ritselen
Ruisen
MurmeldeGemurmeld
MurmurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[murmureerde]], heeft gemurmureerd)
1 (archaïsch) mopperen.

MurmureerdeGemurmureerd
MurwenMurwdeGemurwd
MusicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; musiceerde, heeft gemusiceerd; musicus)
1 muziek maken.

MusiceerdeGemusiceerd
MuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; muteerde, heeft gemuteerd; mutatie)
1 (gegevens) veranderen.

MuteerdeGemuteerd
MutilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mutileerde, heeft gemutileerd; mutilatie)
1 verminken.

MutileerdeGemutileerd
Muurschilderen
MystificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mystificeerde, heeft gemystificeerd; mystificatie)
1 misleiden.

MystificeerdeGemystificeerd
MythologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mythologiseerde, heeft gemythologiseerd)
1 tot een mythe maken.

MythologiseerdeGemythologiseerd
MêlerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mêleerde, heeft gemêleerd)
1 mengen.

MêleerdeGemêleerd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven