Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
Na-apenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; aapte na, heeft nageaapt; na-aper)
1 ([[pejoratief]]) nabootsen, imiteren.

Aapte naNageaapt
Na-ijlenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ijlde na, heeft nageijld)
1 verward nagalmen.

Ijlde naNageijld
NaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; naaide, heeft genaaid; naaier)
1 (ook absoluut) met naald en draad vervaardigen, repareren of vasthechten
2 (ook absoluut) (vulgair) [[geslachtsgemeenschap]] hebben met (iemand)
3 (informeel) (iemand) bedriegen, benadelen.

In Spaans overeenkomend met: Coser
NaaideGenaaid
NaastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; naastte, heeft genaast; naasting)
1 [[gebruikmaken]] van het recht om tegen een bepaalde vergoeding eigenaar te worden van.

NaastteGenaast
NababbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; babbelde na, heeft nagebabbeld)
1 na afloop van iets nog even napraten.

Babbelde naNagebabbeld
NabauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bauwde na, heeft nagebauwd; nabauwer)
1 spottend de woorden herhalen van.

Bauwde naNagebauwd
NabesprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; besprak na, heeft nabesproken; nabespreking)
1 na afloop bespreken.

Besprak naNabesproken
NabestellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bestelde na, heeft nabesteld; nabesteller, nabestelling)
1 (iets) bestellen juist zo en op dezelfde voorwaarden als reeds geleverd is.

Bestelde naNabesteld
NabezorgenBezorgde naNabezorgd
NabijblijvenBleef nabijNabijgebleven
NabijkomenKwam nabijNabijgekomen
NablaffenBlafte naNageblaft
NablijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef na, is nagebleven; nablijver)
1 als straf na schooltijd op school blijven.

In Spaans overeenkomend met: Quedarse atrŠs, Tardar
  sAchterblijven
Bleef naNagebleven
NabloedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bloedde na, heeft nagebloed; nabloeding)
1 achteraf bloeden.

Bloedde naNagebloed
NabloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bloeide na, heeft nagebloeid; nabloeier)
1 bloeien nadat de eigenlijke bloeitijd voorbij is.

Bloeide naNagebloeid
NablussenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nablussing)
1 voortgaan met blussen na het bedwingen van de brand.

Bluste naNageblust
NabootsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bootste na, heeft nagebootst; nabootser, nabootsing)
1 nadoen, namaken.

In Spaans overeenkomend met: Copiar
Imitar
Retratar
  sImiteren
KopiŽren
Nadoen
Namaken
Overschrijven
Bootste naNagebootst
NabordurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; borduurde na, heeft nageborduurd)
1 uitvoerige nabeschouwingen houden.

Borduurde naNageborduurd
NabouwenBouwde naNagebouwd
NabrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brandde na, heeft nagebrand)
1 blijven branden nadat het vuur reeds gedoofd is.

Brandde naNagebrand
NabrengenBracht naNagebracht
NacheckenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; checkte na, heeft nagecheckt)
1 (informeel) controleren.

Checkte naNagecheckt
NachtbrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[nachtbraakte]], heeft genachtbraakt; nachtbraker)
1 tot laat in de nacht opblijven.

NachtbraakteGenachtbraakt
NachtvliegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 vliegen bij duisternis, uitsluitend op de aanwijzingen van de instrumenten.

NacijferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; cijferde na, heeft nagecijferd)
1 narekenen.

Cijferde naNagecijferd
NadenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dacht na, heeft nagedacht)
1 gericht denken.

In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar
  sBedenken
Overdenken
Overleggen
Overpeinzen
Wikken
Zinnen
Zinnen op
Dacht naNagedacht
NaderbijbrengenIn Spaans overeenkomend met: Avecinar
Bracht naderbijNaderbijgebracht
NaderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; naderde, heeft genaderd; nadering)
1 dichterbij komen.

In Spaans overeenkomend met: Acercarse, Aproximarse, Avecinarse
  sIn aantocht zijn
NaderdeGenaderd
NadoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed na, heeft nagedaan)
1 doen naar het voorbeeld van
2 (iemand) in stem of gebaren nabootsen.

In Spaans overeenkomend met: Imitar
  sImiteren
Nabootsen
Deed naNagedaan
NadragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg na, heeft nagedragen)
1 iemand (iets) voortdurend verwijten.

Droeg naNagedragen
NadreunenDreunde naNagedreund
NadrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte na, heeft nagedrukt; nadrukker)
1 nog eens drukken, vooral als roofdruk.

Drukte naNagedrukt
NadruppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; druppelde na, heeft nagedruppeld)
1 (van urine) na het urineren nog enige tijd [[druppelsgewijs]] naar buiten komen, bij mannen met een vergrote prostaat.

Druppelde naNagedruppeld
NaduikenDook naNagedoken
NafluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[floot]] na, heeft nagefloten)
1 (een liedje) fluitend nadoen
2 door fluiten gevoelens van bewondering of spot uiten tgov. (iemand die voorbij loopt).

Floot naNagefloten
NagaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ging na, is nagegaan)
1 concluderen door een beredeneerd onderzoek
2 op systematische wijze controleren.

In Spaans overeenkomend met: Averiguar
Comprobar
Examinar, Explorar
Considerar, Tomar en consideraciůn
  sBeschouwen
Controleren
Exploreren
Navragen
Onderzoeken
Overwegen
Rekening houden met
Te weten komen
Uitvissen
Uitvorsen
Uitzoeken
VerifiŽren
Verkennen
Vorsen
Ging naNagegaan
NagalmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; galmde na, heeft nagegalmd)
1 echoŽn.

Galmde naNagegalmd
NagapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaapte na, heeft nagegaapt)
1 (iemand) met open mond nastaren.

Gaapte naNagegaapt
NagelbijtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; nagelbijter)
1 op de vingernagels bijten bij wijze van tic.

NagelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nagelde, heeft genageld)
1 met spijkers of pinnen bevestigen.

In Spaans overeenkomend met: Clavetear
  sSpijkeren
NageldeGenageld
NagenietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; genoot na, heeft nagenoten)
1 blijven genieten van iets dat al voorbij is.

Genoot naNagenoten
NagevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf na, heeft nagegeven)
1 eerlijkheidshalve erkennen tot verdienste van.

Gaf naNagegeven
NagloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gloeide na, heeft nagegloeid)
1 nog even gloeien nadat de oorzaak ervan niet meer aanwezig is.

Gloeide naNagegloeid
NaglurenGluurde naNagegluurd
NahollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; holde na, is nagehold)
1 (iemand) achternahollen.

Holde naNagehold
NahoudenHield naNagehouden
NajagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jaagde na/joeg na, heeft nagejaagd; najager)
1 vervolgen
2 jagen naar, proberen te verkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Aspirar, Desear
Acosar, Perseguir
Cazar
  sAchtervolgen
AmbiŽren
Aspireren
Bejagen
Dingen naar
Jacht maken op
Jagen
Nastreven
Streven naar
Vervolgen
Voortdrijven
Jaagde na, Joeg naNagejaagd
NajouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jouwde na, heeft nagejouwd)
1 met gejouw naroepen.

Jouwde naNagejouwd
NakaartenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaartte na, heeft nagekaart)
1 blijven praten na het vertrek van anderen
2 terugkomen op een zaak die als afgedaan wordt beschouwd.

Kaartte naNagekaart
NakauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; kauwde na, heeft nagekauwd)
1 telkens weer praten over (iets dat gebeurd is).

Kauwde naNagekauwd
NakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; naakte, is genaakt)
1 (archaÔsch) naderen.

NaakteGenaakt
NakijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keek na, heeft nagekeken)
1 kijken naar (iemand die of iets dat weggaat)
2 (stukken, schriftelijk werk) corrigeren
3 controleren.

In Spaans overeenkomend met: Explorar
Controlar, Examinar, Verificar
Corregir
Inspeccionar, Revisar
  sAflezen
Controleren
Checken
Examineren
Herzien
Inspecteren
Nauwkeurig onderzoeken
Nazien
Reviseren
Surveilleren
Toezien
Keek naNagekeken
NaklinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klonk na, heeft nageklonken)
1 weergalmen.

Klonk naNageklonken
NakomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam na, is nagekomen; nakomer, nakoming)
1 later komen dan anderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kwam na, is nagekomen)
1 (iets) naleven, in acht nemen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
Venir despuťs
  sLater komen
Naleven
Uitvoeren
Verrichten
Vervullen
Voltrekken
Kwam naNagekomen
NalassenLaste naNagelast
NalatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet na, heeft nagelaten)
1 als erfenis achterlaten
2 als teken van werking, invloed achterlaten
3 (iets) niet doen
4 verzuimen.

In Spaans overeenkomend met: Dejar, Dejar en pos
Desaprovechar
  sAchterlaten
In de steek laten
Legateren
Uitlaten
Verlaten
Vermaken
Verzaken
Verzuimen
Weglaten
Liet naNagelaten
NalevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leefde na, heeft nageleefd; naleving)
1 leven volgens, zich houden aan een verplichting enz.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
  sNakomen
Uitvoeren
Verrichten
Vervullen
Voltrekken
Leefde naNageleefd
NaleverenLeverde naNageleverd
NalezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; las na, heeft nagelezen)
1 overlezen.

Las naNagelezen
NalopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep na, heeft nagelopen)
1 (iemand) achternalopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep na, heeft nagelopen; naloper)
1 controleren.

Liep naNagelopen
NamakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte na, heeft nagemaakt; namaker, namaking)
1 maken naar een voorbeeld.

In Spaans overeenkomend met: Copiar
Retratar
  sKopiŽren
Nabootsen
Overschrijven
Maakte naNagemaakt
NametenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mat na, heeft nagemeten; nameter, nameting)
1 door meten controleren.

Mat naNagemeten
NaogenOogde naNageoogd
NapeinzenPeinsde naNagepeinsd
NapluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ploos na, heeft nageplozen; napluizer)
1 tot in kleine details onderzoeken.

In Spaans overeenkomend met: Escarbar
  sUitvorsen
Ploos naNageplozen
NapratenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; praatte na, heeft nagepraat; naprater)
1 na afloop van een bijeenkomst nog blijven praten.
([[overgankelijk]] werkwoord; praatte na, heeft nagepraat)
1 zeggen wat (iemand) eerder heeft gezegd.

Praatte naNagepraat
NarcotiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[narcotiseerde]], heeft genarcotiseerd; narcotiseur)
1 onder narcose brengen.

In Spaans overeenkomend met: Narcotizar, Narcotizarse
  sBedwelmen
Verdoven
Wegmaken
NarcotiseerdeGenarcotiseerd
NareizenReisde naNagereisd
NarekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende na, heeft nagerekend; narekening)
1 (een berekening) controleren.

In Spaans overeenkomend met: Verificar la cuenta
Rekende naNagerekend
NarennenRende naNagerend
NarijdenReed naNagereden
NaroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep na, heeft nageroepen)
1 roepen tot iemand die weggaat
2 najouwen.

Riep naNageroepen
NarommelenRommelde naNagerommeld
NarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; narde, heeft genard)
1 treiteren.

NardeGenard
NasalerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[nasaleerde]], heeft genasaleerd; nasalering)
1 (taalkunde) door de neus uitspreken.

NasaleerdeGenasaleerd
NaschilderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schilderde na, heeft nageschilderd; naschildering)
1 schilderen naar de werkelijkheid of naar een andere afbeelding.

Schilderde naNageschilderd
NascholenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoolde na, heeft nageschoold; nascholing)
1 aanvullend [[beroepsonderwijs]] geven aan werkenden.

Schoolde naNageschoold
NaschreeuwenSchreeuwde naNageschreeuwd
NaschrijvenSchreef naNageschreven
NasjenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook nassen ([[onovergankelijk]] werkwoord; [[nasjte]], heeft genasjt)
1 (informeel) eten, met [[name]] lekker eten.

NasjteGenasjt
NaslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg na, heeft nageslagen)
1 bepaalde informatie zoeken in een naslagwerk.

Sloeg naNageslagen
NasluipenSloop naNageslopen
NasmeulenSmeulde naNagesmeuld
NasnikkenSnikte naNagesnikt
NasnuffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snuffelde na, heeft nagesnuffeld)
1 nauwkeurig nagaan.

Snuffelde naNagesnuffeld
NaspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde na, heeft nagespeeld)
1 spelend nadoen
2 (spel) (dezelfde kaartsoort) opnieuw uitspelen.

Speelde naNagespeeld
NaspeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speurde na, heeft nagespeurd; naspeurder)
1 (een toedracht, een hoedanigheid) uitzoeken, nauwkeurig herleiden.

Speurde naNagespeurd
NaspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoelde na, heeft nagespoeld; naspoeling)
1 [[af-]] of uitspoelen na een eerste reiniging.

Spoelde naNagespoeld
NasporenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoorde na, heeft nagespoord; nasporing)
1 door onderzoek en overleg op het spoor komen van iets onbekends.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar
  sDoorgronden
Navorsen
Onderzoeken
Spoorde naNagespoord
NassenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook [[nasjen]] ([[onovergankelijk]] werkwoord; naste, heeft genast)
1 (informeel) eten, met [[name]] lekker eten.

NasteGenast
NastarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; staarde na, heeft nagestaard)
1 met de ogen starend volgen.

Staarde naNagestaard
NastrevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streefde na, heeft nagestreefd; nastreving)
1 (een doel) trachten te bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Aspirar, Desear
  sAmbiŽren
Aspireren
Dingen naar
Najagen
Streven naar
Streefde naNagestreefd
NastromenStroomde naNagestroomd
NasturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde na, heeft nagestuurd)
1 nazenden.

In Spaans overeenkomend met: Hacer seguir
  sNazenden
Stuurde naNagestuurd
NasukkelenSukkelde naNagesukkeld
NasynchroniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; synchroniseerde na, heeft nagesynchroniseerd; nasynchronisatie)
1 (een film) van stemmen in een andere taal voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Doblar
Synchroniseerde naNagesynchroniseerd
NatafelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tafelde na, heeft nagetafeld)
1 aan tafel blijven praten nadat het eten reeds is afgelopen.

Tafelde naNagetafeld
NatekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tekende na, heeft nagetekend; natekening)
1 tekenen zoals voorgedaan, naar een model.

Tekende naNagetekend
NatellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; telde na, heeft nageteld)
1 tellen ter controle.

Telde naNageteld
NatgooienGooide natNatgegooid
NathoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield nat, heeft natgehouden)
1 in een natte toestand houden.

Hield natNatgehouden
NationaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nationaliseerde, heeft genationaliseerd; nationalisatie/nationalisering)
1 ([[productiemiddelen]] en bedrijven) tot eigendom van de staat maken.

NationaliseerdeGenationaliseerd
NatmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte nat, heeft natgemaakt)
1 zo bewerken dat het nat wordt.

Maakte natNatgemaakt
NatrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trapte na, heeft nagetrapt)
1 een trap na geven.

Trapte naNagetrapt
NatregenenRegende natNatgeregend
NatrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok na, heeft nagetrokken)
1 m.b.v. extra informatie controleren.

In Spaans overeenkomend met: Calcar
  sCalqueren
Overtrekken
Slaafs volgen
Trok naNagetrokken
NatrillenTrilde naNagetrild
NatspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot nat, heeft natgespoten)
1 door spuiten natmaken.

Spoot natNatgespoten
NattenNatteGenat
NaturaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; naturaliseerde, heeft genaturaliseerd; naturalisatie)
1 (een vreemdeling) het [[staatsburgerschap]] verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Naturalizar
NaturaliseerdeGenaturaliseerd
NaturenTuurde naNagetuurd
NavelstarenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; navelstaarder)
1 opgaan in ietwat wereldvreemde [[zelfbeschouwing]], voortdurend over zichzelf nadenken.

NavertellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertelde na, heeft naverteld)
1 opnieuw vertellen.

Vertelde naNaverteld
NavigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; navigeerde, heeft genavigeerd)
1 een schip, een vliegtuig vakkundig besturen
2 schipperen, omzichtig te werk gaan in de omgang met mensen
3 internetten.

In Spaans overeenkomend met: Navegar
NavigeerdeGenavigeerd
NavloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloeide na, heeft nagevloeid; navloeiing)
1 blijven vloeien na een bevalling.

Vloeide naNagevloeid
NavlooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlooide na, heeft nagevlooid)
1 uitpluizen.

Vlooide naNagevlooid
NavoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voelde na, heeft nagevoeld)
1 (wat iemand anders voelt) eveneens voelen.

Voelde naNagevoeld
NavolgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; volgde na, heeft nagevolgd; navolger, navolging)
1 handelen naar het voorbeeld van.

Volgde naNagevolgd
NavorderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vorderde na, heeft nagevorderd; navordering)
1 later vorderen, eisen.

Vorderde naNagevorderd
NavorsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vorste na, heeft nagevorst; navorser, navorsing)
1 naspeuren.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar, Inquirir
  sDoorgronden
Nasporen
Onderzoeken
Opsporen
Vorste naNagevorst
NavragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vraagde na/vroeg na, heeft nagevraagd)
1 vragen naar, onderzoeken.

In Spaans overeenkomend met: Averiguar
  sNagaan
Onderzoeken
Te weten komen
Uitvissen
Uitvorsen
Vraagde™ na, Vroeg naNagevraagd
NavullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vulde na, heeft nagevuld; navulling)
1 opnieuw vullen.

Vulde naNagevuld
NawegenWoog naNagewogen
NawerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; werkte na, heeft nagewerkt; nawerking)
1 nog van invloed zijn na de eigenlijke werking
2 overwerk doen.

Werkte naNagewerkt
NawerpenWierp naNageworpen
NawijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wees na, heeft nagewezen)
1 wijzen naar iemand die voorbij of weggaat.

Wees naNagewezen
NawroetenWroette naNagewroet
NawuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; woof na/wuifde na, heeft nagewoven/nagewuifd)
1 wuiven naar (iemand die weggaat).

Wuifde naNagewuifd
NazakkenZakte naNagezakt
NazeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zegde na/zei na, heeft nagezegd)
1 herhalen wat een ander gezegd heeft.

In Spaans overeenkomend met: Repetir
Reiterar
  sHerhalen
Zegde na, Zei naNagezegd
NazeilenZeilde naNagezeild
NazendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond na, heeft nagezonden; nazending)
1 zenden aan iemand die vertrokken is
2 in aanvulling op een eerdere zending zenden.

In Spaans overeenkomend met: Hacer seguir
  sNasturen
Zond naNagezonden
NazettenZette naNagezet
NazienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zag na, heeft nagezien)
1 (iets) controleren
2 naslaan
3 kijken naar (iemand die of iets dat weggaat).

In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar
  sHerzien
Inspecteren
Nakijken
Reviseren
Zag naNagezien
NazificerenNazificeerdeGenazificeerd
NazinderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zinderde na, heeft nagezinderd)
1 (in [[BelgiŽ]]) natrillen
2 (in [[BelgiŽ]]) nawerken, in afgezwakte vorm doorwerken.

Zinderde naNagezinderd
NazingenZong naNagezongen
NazittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zat na, heeft nagezeten)
1 (iemand) achtervolgen
2 dwingen tot grotere activiteit.

Zat naNagezeten
NazoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zocht na, heeft nagezocht; nazoeking)
1 uitzoeken
2 opzoeken.

Zocht naNagezocht
NazwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zwaaide na, heeft nagezwaaid)
1 nawuiven.

Zwaaide naNagezwaaid
NederdalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daalde neder, is nedergedaald; nederdaling)
1 (archaÔsch) neerdalen.

Daalde nederNedergedaald
NederzettenZette nederNedergezet
NeerbliksemenBliksemde neerNeergebliksemd
NeerbuigenIn Spaans overeenkomend met: Agobiar
  sNeerdrukken
Boog neerNeergebogen
NeerdalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daalde neer, is neergedaald)
1 dalen tot op de grond of tot op het wateroppervlak.

In Spaans overeenkomend met: Descender
Desplomarse, Hundirse
  sAfdalen
Afgaan
Dalen
Naar beneden gaan
Uitstappen
Zich neerlaten
Zinken
Daalde neerNeergedaald
NeerdoenDeed neerNeergedaan
NeerdonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; donderde neer, is neergedonderd)
1 (informeel) met geweld neervallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; donderde neer, heeft neergedonderd)
1 met geweld naar beneden werpen.

Donderde neerNeergedonderd
NeerdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte neer, heeft neergedrukt; neerdrukking)
1 naar beneden drukken.

In Spaans overeenkomend met: Abatir, Agobiar, Deprimir, Desalentar
  sDeprimeren
Neerbuigen
Neerslachtig maken
Terneerdrukken
Drukte neerNeergedrukt
NeerduwenDuwde neerNeergeduwd
NeerdwarrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwarrelde neer, is neergedwarreld)
1 dwarrelend neerkomen.

Dwarrelde neerNeergedwarreld
NeergaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging neer, is neergegaan)
1 [[omlaaggaan]] tot op de grond
2 onderuitgaan bij het boksen.

Ging neerNeergegaan
NeergooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide neer, heeft neergegooid)
1 naar beneden, op de grond gooien.

Gooide neerNeergegooid
NeerhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde neer, heeft neergehaald)
1 naar beneden trekken
2 (van gebouwen, muren) afbreken
3 onheus bekritiseren
4 (van boksers, voetballers e.d.) met geweld doen vallen.

In Spaans overeenkomend met: Demoler, Derribar, Desmoronar
Derrumbar
  sAfbreken
Doen ineenstorten
Doen instorten
Slopen
Haalde neerNeergehaald
NeerhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing neer, heeft neergehangen)
1 omlaag hangen.
([[overgankelijk]] werkwoord; hing neer, heeft neergehangen)
1 ergens ophangen.

Hing neerNeergehangen
NeerhurkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hurkte neer, is neergehurkt)
1 op de hurken gaan zitten.

Hurkte neerNeergehurkt
NeerkijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keek neer, heeft neergekeken)
1 minachten, uit de hoogte doen tegen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek neer, heeft neergekeken)
1 naar beneden kijken.

Keek neerNeergekeken
NeerkladdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kladde neer, heeft neergeklad)
1 haastig en slordig neerschrijven.

Kladde neerNeergeklad
NeerklappenKlapte neerNeergeklapt
NeerkletterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kletterde]] neer, is neergekletterd)
1 [[kletterend]] neerkomen.

Kletterde neerNeergekletterd
NeerklimmenKlom neerNeergeklommen
NeerknallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knalde neer, heeft neergeknald)
1 (informeel) neerschieten.

Knalde neerNeergeknald
NeerknielenIn Spaans overeenkomend met: Arrodillarse, Hincarse
  sKnielen
Knielde neerNeergeknield
NeerkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam neer, is neergekomen)
1 treffen
2 betekenen, impliceren.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam neer, is neergekomen)
1 uit de lucht omlaag komen.

Kwam neerNeergekomen
NeerkrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; krabbelde neer, heeft neergekrabbeld)
1 haastig en slordig opschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Borrajear
Borronear
Krabbelde neerNeergekrabbeld
NeerkwakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwakte neer, heeft neergekwakt)
1 neersmijten
2 zonder enige zorg op papier zetten.

Kwakte neerNeergekwakt
NeerladenLaadde neerNeergeladen
NeerlatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet neer, heeft neergelaten; neerlating)
1 naar beneden laten, laten zakken.

In Spaans overeenkomend met: Bajar
Liet neerNeergelaten
NeerleggenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; legde neer, heeft neergelegd)
1 (wat onvermijdelijk is) aanvaarden.
([[overgankelijk]] werkwoord; legde neer, heeft neergelegd; neerlegging)
1 op iets leggen of plaatsen
2 afstand doen van (een functie)
3 doodschieten
4 (een bedrag) betalen
5 (juridisch) deponeren
6 vastleggen in een geschrift.

In Spaans overeenkomend met: Acostar
Colocar, Poner
  sNeervlijen
Verplaatsen
Vlijen
Legde neerNeergelegd
NeerliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag neer, heeft neergelegen)
1 ergens uitgestrekt liggen.

Lag neerNeergelegen
NeerlopenLiep neerNeergelopen
NeerpennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pende neer, heeft neergepend)
1 haastig opschrijven.

Pende neerNeergepend
NeerplenzenPlensde neerNeergeplensd
NeerploffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plofte neer, is neergeploft)
1 gaan zitten door zijn gewicht te laten vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; plofte neer, heeft neergeploft)
1 met een plof doen vallen
2 (scheikunde) precipiteren.

Plofte neerNeergeploft
NeerpotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pootte neer, heeft neergepoot)
1 (informeel) neerzetten.

Pootte neerNeergepoot
NeerrollenRolde neerNeergerold
NeersabelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sabelde neer, heeft neergesabeld)
1 door een slag met de sabel neerslaan
2 genadeloos neerhalen in een kritiek of recensie.

Sabelde neerNeergesabeld
NeerschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot neer, heeft neergeschoten)
1 met een schot verwonden of doden en doen vallen.

Schoot neerNeergeschoten
NeerschijnenScheen neerNeergeschenen
NeerschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef neer, heeft neergeschreven)
1 opschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Escribir
  sUitschrijven
Schreef neerNeergeschreven
NeerschuivenSchoof neerNeergeschoven
NeersijpelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sijpelde neer, is neergesijpeld)
1 (van regen) sijpelend neerkomen.

Sijpelde neerNeergesijpeld
NeerslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg neer, is neergeslagen)
1 (scheikunde) zich afzetten als neerslag
2 (van vloeistoffen, gassen, weersverschijnselen) naar beneden komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg neer, heeft neergeslagen)
1 naar beneden slaan
2 (iemand) slaan zodat hij valt
3 (scheikunde) doen afzetten als neerslag
4 (een opstand) met geweld onderdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Ahogar, Sofocar
  sOnderdrukken
Smoren
Verkroppen
Verstikken
Sloeg neerNeergeslagen
NeersmakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; smakte neer, is neergesmakt)
1 met een smak vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; smakte neer, heeft neergesmakt)
1 met een smak op de grond werpen.

Smakte neerNeergesmakt
NeersmijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeet neer, heeft neergesmeten)
1 op de grond smijten, naar beneden smijten.

Smeet neerNeergesmeten
NeerstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak neer, heeft neergestoken)
1 met een steek doden of verwonden.

Stak neerNeergestoken
NeerstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stortte neer, is neergestort)
1 met geweld vallen.

Stortte neerNeergestort
NeerstotenStootte neer, Stiet neerNeergestoten
NeerstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; streek neer, is neergestreken)
1 (van vogels) na een vlucht zich neerzetten
2 (van mensen) ergens voor [[kortere]] of [[langere]] tijd plaatsnemen of zich vestigen.

In Spaans overeenkomend met: Aterrizar
  sDalen
Landen
Streek neerNeergestreken
NeerstromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde neer, is neergestroomd)
1 (van regen) in stromen neervallen.

Stroomde neerNeergestroomd
NeertellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; telde neer, heeft neergeteld)
1 (een bedrag) betalen.

In Spaans overeenkomend met: Contar, Enumerar
  sAftellen
Tellen
Telde neerNeergeteld
NeertrappenTrapte neerNeergetrapt
NeertrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok neer, heeft neergetrokken)
1 omvertrekken.

Trok neerNeergetrokken
NeervallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel neer, is neergevallen)
1 naar beneden, op de grond vallen
2 neerknielen.

In Spaans overeenkomend met: Caer
  sAfvallen
Vallen
Verschieten
Viel neerNeergevallen
NeervellenVelde neerNeergeveld
NeervlijenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlijde neer, heeft neergevlijd)
1 in gemakkelijke houding, zachtjes neerleggen.

In Spaans overeenkomend met: Acostar
  sNeerleggen
Vlijde neerNeergevlijd
NeerwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp neer, heeft neergeworpen)
1 naar beneden, op de grond werpen.

Wierp neerNeergeworpen
NeerzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte neer, is neergezakt)
1 naar beneden zakken, zich laten glijden.

In Spaans overeenkomend met: Desmoronarse
  sIneenstorten
Zakte neerNeergezakt
NeerzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette neer, heeft neergezet)
1 plaatsen
2 (beeldende kunst) uitbeelden.

In Spaans overeenkomend met: Colocar
Asentar, Sentar
Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar
Poner
  sDoen zitten
Oprichten
Opslaan
Vestigen
Zette neerNeergezet
NeerzienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag neer, heeft neergezien)
1 minachten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag neer, heeft neergezien)
1 van een hoger punt naar beneden kijken.

Zag neerNeergezien
NeerzijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zeeg]] neer, is neergezegen)
1 (formeel) moeizaam naar beneden, op de grond zakken.

Zeeg neerNeergezegen
NeerzinkenZonk neerNeergezonken
NeerzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat neer, heeft/is neergezeten)
1 (formeel) gaan zitten
2 (formeel) gezeten zijn, zitten.

Zat neerNeergezeten
NegerenIn de betekenis van:
1 doen alsof (iemand of iets) er niet is

In Spaans overeenkomend met: Ignorar, Saltarse ((),(Saltarse una ordenanza, Saltarse un semŠforo))
No hacer caso, Pasar por alto
  sGeen aandacht schenken
Onder tafel schuiven
Passeren
Wegcijferen
NegeerdeGenegeerd
NegerenIn de betekenis van: Pesten

In Spaans overeenkomend met:
  sGeen aandacht schenken
Onder tafel schuiven
Passeren
Wegcijferen
NegerdeGenegerd
NegligerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; negligeerde, heeft genegligeerd)
1 verwaarlozen.

NegligeerdeGenegligeerd
NegotiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; negotieerde, heeft genegotieerd)
1 (formeel) handel drijven
2 (formeel) onderhandelen.

NegotieerdeGenegotieerd
NeigenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; neigde, heeft geneigd)
1 bereid zijn een mening, een gedachte te accepteren.
(werkwoord; neigde, heeft geneigd)
1 tenderen naar.
([[overgankelijk]] werkwoord; neigde, heeft geneigd)
1 in schuine richting naar beneden buigen.

In Spaans overeenkomend met: Ladearse
Inclinar
  sAfdwalen
Buigen
Doen overhellen
Opzij gaan
NeigdeGeneigd
NekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nekte, heeft genekt)
1 funest zijn voor.

NekteGenekt
NemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam, heeft genomen; nemer)
1 vastpakken
2 nuttigen, gebruiken
3 in genoemde toestand brengen
4 aanschaffen of zich verschaffen
5 aannemen, aanvaarden, accepteren
6 het genoemde doen
7 afnemen, wegnemen
8 gebruiken, zich bedienen van
9 op genoemde wijze opvatten.

In Spaans overeenkomend met: Coger
Asir, Coger, Echar ((hapje, slok),(bocado, trago)), Echarse ((hap, slok),(bocado, trago)), Tomar
  sAanpakken
Aanvatten
Oprapen
Pakken
Vatten
NamGenomen
NeppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nepte, heeft genept; nepper)
1 (informeel) bedriegen, misleiden.

NepteGenept
NestelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nestelde, heeft genesteld; nesteling)
1 zijn nest maken.
(wederkerend werkwoord; nestelde zich, heeft zich genesteld)
1 plaatsnemen en het zich behaaglijk maken.

In Spaans overeenkomend met: Anidar
NesteldeGenesteld
NetelenNeteldeGeneteld
NetsurfenIn Spaans overeenkomend met: Navegar
  sSurfen
Websurfen
NetsurfteGenetsurft
NettenNetteGenet
NetwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; netwerkte, heeft genetwerkt; netwerker)
1 mensen benaderen die nuttig kunnen zijn voor de eigen carriŤre.

NetwerkteGenetwerkt
NeukenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; neukte, heeft geneukt)
1 (informeel) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben met (iemand).

In Spaans overeenkomend met: Follar
NeukteGeneukt
NeuriŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; neuriede, heeft geneuried)
1 met gesloten mond [[halfluid]] zingen zonder woorden.

In Spaans overeenkomend met: Tararear
NeuriedeGeneuried
NeurotiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; neurotiseerde, heeft geneurotiseerd; neurotisering)
1 neurotisch maken.

NeurotiseerdeGeneurotiseerd
NeuspeuterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; neuspeuteraar)
1 in de neus peuteren.

In Spaans overeenkomend met: Hurgarse la nariz
NeutraliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; neutraliseerde, heeft geneutraliseerd; neutralisatie/neutralisering)
1 werking of invloed tenietdoen van
2 (scheikunde) een zure of basische reactie stoppen door het toevoegen van een hoeveelheid [[base]] resp. zuur.

In Spaans overeenkomend met: Neutralizar
NeutraliseerdeGeneutraliseerd
NeuzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; neuzelde, heeft geneuzeld; neuzelaar)
1 zeuren, zaniken
2 onzin uitkramen
3 door de neus spreken.

NeuzeldeGeneuzeld
NeuzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; neusde, heeft geneusd)
1 snuffelen, rondkijken.

NeusdeGeneusd
NevelenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; nevelde, heeft geneveld)
1 misten.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; nevelde, heeft geneveld)
1 (gewassen) met vloeibare [[bestrijdingsmiddelen]] bespuiten.

NeveldeGeneveld
NiesenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie niezen.

In Spaans overeenkomend met: Estornudar
  sNiezen
Proesten
NiesteGeniest
NietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; niette, heeft geniet)
1 met nietjes vastmaken.

NietteGeniet
Nietsnutten
NiezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; niesde, heeft geniesd; niezer)
1 met kracht de lucht uit de neus stoten ten [[gevolge]] van een prikkeling van de slijmvliezen
2 (van een [[motor]]) een stotend geluid maken als de vlam terugslaat in de carburateur.

In Spaans overeenkomend met: Estornudar
  sNiesen
Proesten
NiesdeGeniesd
NifterenNifterdeGenifterd
NijdassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[nijdaste]], heeft genijdast)
1 iemand sarren.

NijdasteGenijdast
NijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[neeg]], heeft genegen)
1 buigen als groet.

In Spaans overeenkomend met: Inclinarse
  sBuigen
Een buiging maken
NeegGenegen
NijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[neep]], heeft genepen)
1 (vooral van benauwende omstandigheden) kwellen
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) knellen.

In Spaans overeenkomend met: Coger con pinzas, Pellizcar, Pinzar
  sKlemmen
Knijpen
NeepGenepen
NikkenNikteGenikt
NiksenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (informeel) luieren.

NiksteGenikst
NinjaŽnNinjadeGeninjaad
NippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nipte, heeft genipt)
1 een klein [[slokje]] drinken.

NipteGenipt
NitrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nitreerde, heeft genitreerd)
1 (scheikunde) nitrogroepen invoeren in een stof, gewoonlijk door behandeling met geconcentreerd salpeterzuur of met mengsels daarvan
2 (techniek) (staal) verhitten met droog ammoniakgas, waarbij aan het oppervlak ijzernitride wordt gevormd.

NitreerdeGenitreerd
NivellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nivelleerde, heeft genivelleerd)
1 (ook absoluut) [[gelijktrekken]], eenvormig maken
2 (grond) gelijkmaken.

NivelleerdeGenivelleerd
NiŽllerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[niŽlleerde]], heeft geniŽlleerd; niŽllering)
1 niŽllowerk maken.

NiŽlleerdeGeniŽlleerd
NodenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; noodde, heeft genood)
1 verlokken tot.
([[overgankelijk]] werkwoord; noodde, heeft genood)
1 uitnodigen.

In Spaans overeenkomend met: Invitar
  sInviteren
Uitnodigen
Vragen
NooddeGenood
NodigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nodigde, heeft genodigd)
1 (formeel) uitnodigen, verzoeken.

NodigdeGenodigd
NoegenNoegdeGenoegd
NoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; noemde, heeft genoemd)
1 met een naam of een bepaalde hoedanigheid aanduiden
2 met het uitspreken van een naam vermelden
3 (in [[BelgiŽ]]) heten.

In Spaans overeenkomend met: Bautizar
Citar, Referir
Mencionar, Mentar
Denominar
Llamar, Nombrar
  sAanhalen
Benoemen
Citeren
Een naam geven aan
Gewag maken van
Heten
Melden
Uitmaken voor
Vermelden
NoemdeGenoemd
NokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (nokte, heeft/is genokt) (informeel) verdwijnen, weggaan
2 (nokte, heeft genokt) (informeel) ophouden, kappen.

NokteGenokt
NominerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nomineerde, heeft genomineerd; nominatie)
1 kandidaat stellen.

NomineerdeGenomineerd
NoodzakenIn Spaans overeenkomend met: Forzar, Obligar
  sDwingen
Verplichten
NoodzaakteGenoodzaakt
NoordelijkenNoordelijkteGenoordelijkt
NoordoosterenNoordoosterdeGenoordoosterd
NoordwesterenNoordwesterdeGenoordwesterd
NopenNoopteGenoopt
NoppenNopteGenopt
Nordicwalken
NormaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; normaliseerde, heeft genormaliseerd; normalisatie)
1 standaardiseren, regelmatig maken
2 weer normaal maken.

NormaliseerdeGenormaliseerd
NormerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; normeerde, heeft genormeerd; normering)
1 een norm vaststellen voor.

NormeerdeGenormeerd
NoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; noteerde, heeft genoteerd)
1 een prijs, koers bereiken.
([[overgankelijk]] werkwoord; noteerde, heeft genoteerd; notatie/notering)
1 opschrijven
2 (prijzen of koersen) bepalen, opgeven.

In Spaans overeenkomend met: Anotar, Apuntar, Notar
  sAantekenen
Opschrijven
Te boek stellen
NoteerdeGenoteerd
NotificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[notificeerde]], heeft genotificeerd; notificatie)
1 bekendmaken
2 registreren als ontvangen stuk.

NotificeerdeGenotificeerd
NotulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; notuleerde, heeft genotuleerd)
1 een verslag maken van een vergadering.

In Spaans overeenkomend met: Multar
  sBekeuren
Verbaliseren
NotuleerdeGenotuleerd
NuancerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nuanceerde, heeft genuanceerd; nuancering)
1 een nuance aanbrengen in.

In Spaans overeenkomend met: Matizar
  sSchakeren
Tinten
NuanceerdeGenuanceerd
NummerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nummerde, heeft genummerd; nummering)
1 (van militairen) zijn volgnummer afroepen.
([[overgankelijk]] werkwoord; nummerde, heeft genummerd)
1 van een nummer voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Numerar
NummerdeGenummerd
NuttenNutteGenut
NuttigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nuttigde, heeft genuttigd; nuttiging)
1 (formeel) (iets) eten.

In Spaans overeenkomend met: Comer
Sumir ((hostie),(hostia)), Tomar
  sBikken
Eten
Gebruiken
Vreten
NuttigdeGenuttigd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven