Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
ObducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[obduceerde]], heeft geobduceerd; obducent, obductie)
1 (geneeskunde) (een lijk) openen, schouwen bij verdachte sterfgevallen.

ObduceerdeGeobduceerd
ObjectiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; objectiveerde, heeft geobjectiveerd; objectivering)
1 objectief voorstellen of beschouwen.

ObjectiveerdeGeobjectiveerd
OblitererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; oblitereerde, heeft geoblitereerd; obliteratie)
1 vernietigen.

OblitereerdeGeoblitereerd
ObsederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; obsedeerde, heeft geobsedeerd)
1 (van gewaarwordingen en gedachten) volledig in beslag nemen.

In Spaans overeenkomend met: Obsesionar
  sBeklemmen
ObsedeerdeGeobsedeerd
ObserverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; observeerde, heeft geobserveerd; observeerder, observering)
1 gadeslaan, waarnemen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar
  sGadeslaan
Toekijken
Toezien
Waarnemen
ObserveerdeGeobserveerd
ObstiperenObstipeerdeGeobstipeerd
ObstruerenObstrueerdeGeobstrueerd
OccuperenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; occupeerde, heeft geoccupeerd)
1 zich bezighouden.
([[onovergankelijk]] werkwoord; occupeerde, heeft geoccupeerd; occupatie)
1 (juridisch) optreden.
([[overgankelijk]] werkwoord; occupeerde, heeft geoccupeerd)
1 bezit nemen van, bezetten.

OccupeerdeGeoccupeerd
OchtendmalenOchtendmaaldeGeochtendmaald
OctrooierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[octrooieerde]], heeft geoctrooieerd)
1 octrooi verlenen.

OctrooieerdeGeoctrooieerd
OculerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; oculeerde, heeft geoculeerd; oculering/oculatie)
1 een stukje bast zonder hout met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het [[bladsteeltje]], enten op de bast van een andere boom.

In Spaans overeenkomend met: Inocular
  sEnten
Inenten
OculeerdeGeoculeerd
OdoriserenOdoriseerdeGeodoriseerd
OefenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (protestants) onderling godsdienstige bijeenkomsten houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; oefende, heeft geoefend)
1 (ook absoluut) door geregelde herhaling bekwamen
2 (deugden en plichten) in praktijk brengen.

In Spaans overeenkomend met: Ejercitar
Practicar
  sDrillen
OefendeGeoefend
OehoeŽnOehoedeGeoehoed
OetelenOeteldeGeoeteld
OetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[oetste]], heeft geoetst)
1 (informeel) bedriegen.

OetsteGeoetst
OfferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; offerde, heeft geofferd; offeraar, offering)
1 aan een godheid als offer opdragen
2 schenken, afstaan
3 (informeel) betalen
4 (een dam- of schaakstuk) bewust laten slaan om een [[gunstiger]] positie op het bord te verkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Inmolar
Ofrendar, Sacrificar
  sOpofferen
Slachtofferen
OfferdeGeofferd
OfficialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; officialiseerde, heeft geofficialiseerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) officieel maken.

OfficialiseerdeGeofficialiseerd
OfficiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[officieerde]], heeft geofficieerd)
1 als priester dienstdoen.

In Spaans overeenkomend met: Oficiar
  sDe mis lezen
Dienst doen
OfficieerdeGeofficieerd
OffrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; offreerde, heeft geoffreerd)
1 aanbieden om te nuttigen.

OffreerdeGeoffreerd
OgenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; oogde, heeft geoogd)
1 (archaÔsch) aandachtig kijken naar.
(werkwoord; oogde, heeft geoogd)
1 (archaÔsch) streven naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; oogde, heeft geoogd)
1 eruitzien, lijken.

OogdeGeoogd
OhaŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ohade]], heeft geohaad)
1 (eufemisme) ouwehoeren.

OhadeGeohaad
OliŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; oliede, heeft geolied)
1 met olie insmeren.

In Spaans overeenkomend met: Aceitar
  sInoliŽn
OliedeGeolied
OmarmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omarmde, heeft omarmd; omarming)
1 de armen heen slaan om
2 met graagte accepteren.

In Spaans overeenkomend met: Abrazar
  sOmhelzen
Omvademen
OmarmdeOmarmd
OmberenOmberdeGeomberd
OmbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ombond, heeft ombonden)
1 om het lichaam of om een voorwerp binden.

Bond omOmgebonden
OmbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ombond, heeft ombonden)
1 om het lichaam of om een voorwerp binden.

OmbondOmbonden
OmbladerenIn Spaans overeenkomend met: Hojear
  sBladeren
Doorbladeren
Bladerde omOmgebladerd
OmblazenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blies om, heeft omgeblazen)
1 door blazen omverwerpen.

Blies omOmgeblazen
OmboekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boekte om, heeft omgeboekt; omboeker, omboeking)
1 (boekhouden) in een andere rekening, op een andere plaats boeken
2 (randen van leerwerk) omvouwen en vlak kloppen of pletten.

Boekte omOmgeboekt
omboordenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omboordde, heeft omboord)
1 met een boord omsluiten.

  sOmzomen
Staan langs
Boordde omOmgeboord
OmboordenIn de betekenis van: 1 met een boord omsluiten

In Spaans overeenkomend met: Orlar
  sOmzomen
Staan langs
OmboorddeOmboord
OmbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bouwde om, heeft omgebouwd)
1 veranderen, verbouwen.

Bouwde omOmgebouwd
OmbrassenBraste omOmgebrast
OmbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht om, heeft omgebracht; ombrenger, ombrenging)
1 vermoorden.

In Spaans overeenkomend met: Matar
  sDoden
Doodmaken
Bracht omOmgebracht
OmbuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; boog om, is omgebogen; ombuiger, ombuiging)
1 een gebogen stand aannemen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; boog om, heeft omgebogen)
1 (de voorgenomen koers) wijzigen
2 verbuigen.

In Spaans overeenkomend met: Arquear, Doblar, Encorvar
Doblarse, Doblegarse, Rebotar ((),(tr. Redoblar o volver la punta de una cosa aguda. Rebotar un clavo.))
  sBuigen
Doorbuigen
Omklinken
Zich buigen
Zich krommen
Boog omOmgebogen
OmcirkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omcirkelde, heeft omcirkeld; omcirkeling)
1 met een cirkel omgeven.

OmcirkeldeOmcirkeld
OmdijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omdijkte, heeft omdijkt; omdijking)
1 met een [[ringdijk]] omsluiten.

OmdijkteOmdijkt
OmdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed om, heeft omgedaan)
1 om het lichaam of een lichaamsdeel doen.

In Spaans overeenkomend met: Abrocharse
Deed omOmgedaan
OmdolenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doolde om, heeft omgedoold; omdoling)
1 (formeel) rondzwerven.

Doolde omOmgedoold
OmdonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; donderde om, is omgedonderd)
1 (informeel) omvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; donderde om, heeft omgedonderd)
1 omsmijten.

Donderde omOmgedonderd
OmdopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doopte om, heeft omgedoopt; omdoping)
1 een andere naam geven.

Doopte omOmgedoopt
OmdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide om, is omgedraaid; omdraaiing)
1 een halve slag draaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide om, heeft omgedraaid)
1 een halve slag doen draaien
2 in het tegenovergestelde doen veranderen.
(wederkerend werkwoord; draaide zich om, heeft zich omgedraaid)
1 (van mensen en dieren) een halve draai om zijn as maken.

In Spaans overeenkomend met: Dar la vuelta
Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
Dar vueltas, Dirigirse, Girar, Retornar, Volverse
  sDraaien
Keren
Omkeren
Ronddraaien
Wenden
Wentelen
Zich omkeren
Zwenken
Draaide omOmgedraaid
OmdragenDroeg omOmgedragen
OmdrentelenDrentelde omOmgedrenteld
omdrijvenDreef omOmgedreven
omdrijvenOmdreefOmdreven
OmduikelenDuikelde omOmgeduikeld
OmduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde om, heeft omgeduwd)
1 door duwen omgooien.

Duwde omOmgeduwd
OmdwalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwaalde om, heeft omgedwaald; omdwaling)
1 rondzwerven.

Dwaalde omOmgedwaald
OmeggenEgde omOmgeŽgd
OmflikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flikkerde om, is omgeflikkerd)
1 (informeel) omvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; flikkerde om, heeft omgeflikkerd)
1 (informeel) omgooien.

Flikkerde omOmgeflikkerd
OmfloersenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omfloerste, heeft omfloerst)
1 met een [[floers]], sluier omgeven
2 verhullen, versluieren.

OmfloersteOmfloerst
OmgaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging om, is omgegaan)
1 veel contact hebben met (iemand), (iemand) vaak zien
2 (iets) hanteren.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging om, is omgegaan)
1 (van een tijdruimte) voorbijgaan
2 gebeuren
3 omvallen
4 van mening veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Comerciar, Tratarse
Circundar, Rodear
  sRondgaan
Ging omOmgegaan
OmgaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging om, is omgegaan)
1 veel contact hebben met (iemand), (iemand) vaak zien
2 (iets) hanteren.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging om, is omgegaan)
1 (van een tijdruimte) voorbijgaan
2 gebeuren
3 omvallen
4 van mening veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Comerciar, Tratarse
Circundar, Rodear
  sRondgaan
OmgingOmgaan
OmgespenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gespte om, heeft omgegespt)
1 om het middel gespen.

Gespte omOmgegespt
OmgevenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; omgaf, heeft omgeven met, door)
1 voorzien van iets dat omgeeft.
([[overgankelijk]] werkwoord; omgaf, heeft omgeven)
1 zich bevinden rondom.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf om, heeft omgegeven)
1 ronddelen.

In Spaans overeenkomend met: Rodear
OmgafOmgeven
omgevenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; omgaf, heeft omgeven met, door)
1 voorzien van iets dat omgeeft.
([[overgankelijk]] werkwoord; omgaf, heeft omgeven)
1 zich bevinden rondom.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf om, heeft omgegeven)
1 ronddelen.

Gaf omOmgegeven
OmglurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gluurde om, heeft omgegluurd)
1 tersluiks omkijken.

Gluurde omOmgegluurd
OmgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide om, heeft omgegooid)
1 omver doen vallen
2 (het roer, het stuur) vlug omdraaien
3 (informeel) (een programma, plan e.d.) op het laatste moment totaal veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Derribar, Invertir, Poner al revťs, Tumbar, Volcar
  sDoen vallen
Kantelen
Omkeren
Omslaan
Omvallen
Omvergooien
Ten val brengen
Gooide omOmgegooid
omgordenIn de betekenis van:
Omgůrden: met een gordel omgeven, omringen, omdoen

Gordde omOmgegord
OmgordenIn de betekenis van: ”mgorden: omheen doen

OmgorddeOmgord
OmgravenGroef omOmgegraven
OmgrenzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omgrensde, heeft omgrensd; omgrenzing)
1 van alle kanten begrenzen.

OmgrensdeOmgrensd
OmhakenHaakte omOmgehaakt
OmhakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hakte om, heeft omgehakt)
1 door hakken doen omvallen.

In Spaans overeenkomend met: Apear, Talar
  sVellen
Hakte omOmgehakt
OmhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde om, heeft omgehaald)
1 omver doen vallen
2 (voetbal) (de bal) over het eigen hoofd naar achteren schoppen
3 (in [[BelgiŽ]]) (geld) inzamelen.

In Spaans overeenkomend met: Escarbar
  sPoken in
Haalde omOmgehaald
omhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hing om, heeft omgehangen)
1 om het lichaam of een lichaamsdeel hangen.
([[overgankelijk]] werkwoord; omhing, heeft omhangen)
1 omgeven met iets dat hangt.

Hing omOmgehangen
OmhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hing om, heeft omgehangen)
1 om het lichaam of een lichaamsdeel hangen.
([[overgankelijk]] werkwoord; omhing, heeft omhangen)
1 omgeven met iets dat hangt.

OmhingOmhangen
OmheinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omheinde, heeft omheind; omheining)
1 met een heining omgeven.

In Spaans overeenkomend met: Cercar
OmheindeOmheind
OmhelzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omhelsde, heeft omhelsd; omhelzing)
1 (iemand) enthousiast omarmen
2 (een leer, voorstel e.d.) omarmen, aannemen.

In Spaans overeenkomend met: Abrazar
  sOmarmen
Omvademen
OmhelsdeOmhelsd
OmhoogdrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef omhoog, heeft omhooggedreven)
1 naar boven doen gaan.

Dreef omhoogOmhooggedreven
OmhoogduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde omhoog, heeft omhooggeduwd)
1 naar boven duwen.

Duwde omhoogOmhooggeduwd
OmhooggaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging omhoog, is omhooggegaan)
1 naar boven gaan.

Ging omhoogOmhooggegaan
OmhooghoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield omhoog, heeft omhooggehouden)
1 (iets) zů houden, dat het zich in de hoogte bevindt.

Hield omhoogOmhooggehouden
OmhoogkijkenKeek omhoogOmhooggekeken
OmhoogkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam omhoog, is omhooggekomen)
1 opkomen, omhoog komen
2 in de maatschappij vooruitkomen.

Kwam omhoogOmhooggekomen
OmhooglopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep omhoog, is omhooggelopen)
1 naar boven lopen
2 (scheepvaart) op een ondiepte vastraken.

Liep omhoogOmhooggelopen
OmhoogschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot omhoog, is omhooggeschoten)
1 snel groeien
2 snel naar boven gaan.

Schoot omhoogOmhooggeschoten
OmhoogslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg omhoog, heeft omhooggeslagen)
1 door slaan in de hoogte drijven.

Sloeg omhoogOmhooggeslagen
OmhoogstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak omhoog, heeft omhooggestoken)
1 zich recht in de hoogte uitstrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; stak omhoog, heeft omhooggestoken)
1 recht in de hoogte steken.

Stak omhoogOmhooggestoken
OmhoogtillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tilde omhoog, heeft omhooggetild)
1 in de hoogte tillen.

Tilde omhoogOmhooggetild
OmhoogtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok omhoog, heeft omhooggetrokken)
1 naar boven trekken.

In Spaans overeenkomend met: Alzar
  sBeuren
Heffen
Ophalen
Oprichten
Tillen
Verheffen
Verhogen
Trok omhoogOmhooggetrokken
OmhoogvallenViel omhoogOmhooggevallen
OmhoogvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog omhoog, is omhooggevlogen)
1 naar boven vliegen
2 in de hoogte gedreven worden.

In Spaans overeenkomend met: Remontarse
  sOpstijgen
Vloog omhoogOmhooggevlogen
OmhoogwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; werkte zich omhoog, heeft zich omhooggewerkt)
1 geleidelijk een betere maatschappelijke positie bereiken, zich opwerken.

Werkte omhoogOmhooggewerkt
OmhoogzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat omhoog, heeft omhooggezeten)
1 (scheepvaart) op een ondiepte vastzitten
2 in moeilijkheden verkeren.

Zat omhoogOmhooggezeten
OmhouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; houwde om, heeft omgehouwd)
1 door houwen doen omvallen.

Hieuw omOmgehouwen
OmhullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omhulde, heeft omhuld; omhuller, omhulling)
1 aan alle kanten bedekken.

In Spaans overeenkomend met: Enrollar
Encapotar
  sHullen
Inwikkelen
Toestoppen
Verbergen
Woelen
OmhuldeOmhuld
OmkadenOmkaaddeOmkaad
OmkaderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omkaderde, heeft omkaderd; omkadering)
1 in een kader plaatsen, omlijnen.

OmkaderdeOmkaderd
OmkantelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kantelde om, is omgekanteld)
1 op een andere zijde vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kantelde om, heeft omgekanteld)
1 [[omwentelen]] op een andere zijde.

Kantelde omOmgekanteld
OmkantenKantte omOmgekant
OmkappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kapte om, heeft omgekapt; omkapping)
1 omhakken.

Kapte omOmgekapt
OmkattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; katte om, heeft omgekat; omkatter, omkatting)
1 (een gestolen auto) voorzien van uit een wrak gesloopte chassisnummers.

Katte omOmgekat
OmkegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kegelde om, heeft omgekegeld)
1 (informeel) omgooien.

Kegelde omOmgekegeld
OmkeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keilde om, heeft omgekeild)
1 (informeel) omgooien.

Keilde omOmgekeild
OmkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keerde om, is omgekeerd; omkering)
1 omdraaien en terugkeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; keerde om, heeft omgekeerd)
1 omdraaien: een halve slag doen draaien
2 omdraaien: in het tegenovergestelde doen veranderen.
(wederkerend werkwoord; keerde zich om, heeft zich omgekeerd)
1 zich omdraaien.

In Spaans overeenkomend met: Subvertir
Invertir
Derribar, Poner al revťs, Trastornar, Tumbar, Volcar
Dar vueltas, Dirigirse, Girar, Retornar, Volverse
  sDoen vallen
Draaien
Kantelen
Keren
Omdraaien
Omgooien
Omslaan
Omvallen
Omvergooien
Omverwerpen
Omwerpen
Ondersteboven keren
Ronddraaien
Ten val brengen
Vernietigen
Zich omkeren
Keerde omOmgekeerd
OmkiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kiepte om, is omgekiept)
1 (informeel) omvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kiepte om, heeft omgekiept)
1 omverwerpen, omgooien.

Kiepte omOmgekiept
OmkieperenKieperde omOmgekieperd
OmkijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keek om, heeft omgekeken)
1 aandacht besteden aan
2 zoeken naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek om, heeft omgekeken)
1 achterwaarts kijken.

Keek omOmgekeken
OmkippenKipte omOmgekipt
OmklappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klapte om, is omgeklapt)
1 als een klep omgeslagen worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; klapte om, heeft omgeklapt)
1 als een klep doen omslaan.

Klapte omOmgeklapt
OmkledenIn de betekenis van:
1. omhullen; 2. met redenen omklťden: voorzien van deugdelijke argumentatie

In Spaans overeenkomend met: Vestir
  sAankleden
Kleden
Staan
OmkleeddeOmkleed
omkledenIn de betekenis van:
Zich ůmkleden, andere kleren aandoen

In Spaans overeenkomend met: Vestir
  sAankleden
Kleden
Staan
Kleedde omOmgekleed
OmklemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omklemde, heeft omklemd; omklemming)
1 stevig en vast omvatten.

OmklemdeOmklemd
OmklinkenIn Spaans overeenkomend met: Rebotar ((),(tr. Redoblar o volver la punta de una cosa aguda. Rebotar un clavo.))
  sOmbuigen
Klonk omOmgeklonken
OmkloppenKlopte omOmgeklopt
OmknellenOmkneldeOmkneld
OmknikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knikkerde om, heeft omgeknikkerd)
1 (informeel) omgooien.

Knikkerde omOmgeknikkerd
OmkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam om, is omgekomen)
1 te veel hebben van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam om, is omgekomen)
1 door geweld of gebrek doodgaan
2 (van tijd) langzaam verstrijken.

In Spaans overeenkomend met: Sucumbir, Sucumbir a
Pasar, Transcurrir
Perecer
  sBezwijken
Creperen
Ondergaan
Overgaan
Sneuvelen
Sterven
Vergaan
Verlopen
Verongelukken
Verstrijken
Kwam omOmgekomen
OmkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht om, heeft omgekocht; omkoper, omkoping)
1 (iemand) met behulp van steekpenningen, geschenken e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken.

In Spaans overeenkomend met: Corromper
Sobornar
Kocht omOmgekocht
OmkransenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omkranste, heeft omkranst; omkransing)
1 met een krans omgeven.

OmkransteOmkranst
OmkrijgenKreeg omOmgekregen
OmkringenOmkringdeOmkringd
OmkruipenIn de betekenis van:
(Van de tijd) zeer traag verstrijken
kruipen langs de omtrek van een aangewezen ruimte, er om heen kruipen

Kroop omOmgekropen
OmkruipenIn de betekenis van:
Iemand of iets al kruipende omgeven, er om heen kruipen

OmkroopOmkropen
OmkrullenIn de betekenis van:
Aan de buitenkant wat naar binnen buigen, een wat opgerolde vorm aannemen, een krul vormen
aan de buitenkant naar binnen verbuigen, enigszins oprollen, een krulvorm geven

In Spaans overeenkomend met: Respingar ((rand van een slecht gemaakt kledingstuk),(por estar mal hecha o mal colocada la prenda))
Krulde omOmgekruld
OmkrullenIn de betekenis van:
Rond iets of iemand de vorm van een of meer spiralen aannemen, met krullen omringen

In Spaans overeenkomend met: Respingar ((rand van een slecht gemaakt kledingstuk),(por estar mal hecha o mal colocada la prenda))
OmkruldeOmkruld
OmkuierenKuierde omOmgekuierd
OmkukelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kukelde om, is omgekukeld)
1 (informeel) omvallen.

Kukelde omOmgekukeld
OmkwakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwakte om, is omgekwakt)
1 omvallen en hard op de grond neerkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kwakte om, heeft omgekwakt)
1 uit onbesuisdheid of moedwil omgooien.

Kwakte omOmgekwakt
OmlaaggaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging omlaag, is omlaaggegaan)
1 naar beneden gaan.

Ging omlaagOmlaaggegaan
OmlaaghalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde omlaag, heeft omlaaggehaald)
1 naar beneden, in de laagte halen
2 in waarde of aanzien doen dalen.

Haalde omlaagOmlaaggehaald
OmladenLaadde omOmgeladen
omleggenIn de betekenis van:
1 om iets heen leggen
2 andersom, omgekeerd leggen
3 een ander verloop geven
4 (informeel) vermoorden

In Spaans overeenkomend met: Conmutar, Desviar
  sOmschakelen
Overschakelen
Legde omOmgelegd
OmleggenIn de betekenis van: Met iets rondom beleggen

  sOmschakelen
Overschakelen
OmlegdeOmlegd
OmleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde om, heeft omgeleid; omleiding)
1 langs een omweg leiden.

Leidde omOmgeleid
OmliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag om, heeft omgelegen)
1 [[neerliggen]], na omgevallen te zijn.

Lag omOmgelegen
OmlijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omlijnde, heeft omlijnd; omlijning)
1 omcirkelen
2 (van ideeŽn, plannen e.d.) duidelijk vaststellen.

OmlijndeOmlijnd
OmlijstenOmlijstteOmlijst
OmlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep om, is omgelopen)
1 via een omweg lopen
2 de hele kring om een middelpunt doorlopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep om, heeft omgelopen)
1 omverlopen.

Liep omOmgelopen
OmlopenIn de betekenis van:
Met stromend water als subject, en een ruimte (land, streek, stad enz.) als object. ze lopend omgeven, er om heen lopen. (weinig gebruikelijk)

OmliepOmlopen
OmmurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ommuurde, heeft ommuurd; ommuring)
1 met een muur omgeven.

In Spaans overeenkomend met: Amurallar
Cercar
OmmuurdeOmmuurd
OmnaaienNaaide omOmgenaaid
OmnevelenOmneveldeOmneveld
OmnummerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nummerde om, heeft omgenummerd; omnummering)
1 volgens een ander systeem nummeren.

Nummerde omOmgenummerd
OmpakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte om, heeft omgepakt)
1 anders inpakken.

Pakte omOmgepakt
OmpalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ompaalde]], heeft ompaald)
1 rondom met palen afzetten.

OmpaaldeOmpaald
OmpantserenOmpantserdeOmpantserd
OmplantenPlantte omOmgeplant
OmplantenOmplantteOmplant
OmploegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ploegde om, heeft omgeploegd)
1 met de ploeg omwerken
2 onderploegen.

In Spaans overeenkomend met: Arar
  sBeploegen
Ploegen
Ploegde omOmgeploegd
OmplooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plooide om, heeft omgeplooid)
1 in plooien omvouwen.

Plooide omOmgeplooid
OmpotenPootte omOmgepoot
OmprangenOmprangdeOmprangd
OmpratenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; praatte om, heeft omgepraat)
1 door praten van mening doen veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Gitanear
Praatte omOmgepraat
OmprogrammerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; programmeerde om, heeft omgeprogrammeerd)
1 een andere [[programmering]] toepassen in.

Programmeerde omOmgeprogrammeerd
OmrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omrandde, heeft omrand; omranding)
1 met een rand omgeven.

OmranddeOmrand
OmrankenOmrankteOmrankt
OmrasterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[omrasterde]], heeft omrasterd; omrastering)
1 met rasterwerk omheinen.

In Spaans overeenkomend met: Alambrar
Cercar
OmrasterdeOmrasterd
OmreizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reisde om, heeft/is omgereisd)
1 langs een omweg reizen.

Reisde omOmgereisd
OmrekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende om, heeft omgerekend; omrekening)
1 herberekenen in andere eenheden.

Rekende omOmgerekend
OmrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed om, heeft/is omgereden)
1 langs een omweg rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; reed om, heeft omgereden)
1 omverrijden.

In Spaans overeenkomend met: Dar un rodeo
Reed omOmgereden
OmringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; omringde, heeft omringd)
1 omgeven met.
([[overgankelijk]] werkwoord; omringde, heeft omringd; omringing)
1 aan alle kanten omgeven.

In Spaans overeenkomend met: Rodear
OmringdeOmringd
OmroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep om, heeft omgeroepen; omroeper, omroeping)
1 uitzenden via radio of tv
2 door een [[omroepinstallatie]] oproepen
3 in het openbaar op de straat bekendmaken.

In Spaans overeenkomend met: Emitir, Radiar
  sRondsturen
Riep omOmgeroepen
OmroerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roerde om, heeft omgeroerd)
1 roerend dooreen mengen.

In Spaans overeenkomend met: Revolver
Arremolinarse, Batir
  sDoorroeren
Roeren
Roerde omOmgeroerd
OmrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rolde om, is omgerold)
1 zich rollend bewegen, omwentelen
2 rollend omvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; rolde om, heeft omgerold)
1 door rollen omgooien
2 omwentelen.

Rolde omOmgerold
OmruilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ruilde om, heeft omgeruild; omruiling)
1 een ruil doen, met elkaar ruilen.

Ruilde omOmgeruild
OmrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rukte om, heeft omgerukt)
1 ruw omver trekken.

Rukte omOmgerukt
OmschakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schakelde om, heeft omgeschakeld; omschakeling)
1 door te schakelen van richting, werking enz. doen veranderen
2 aanpassen, veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Conmutar, Desviar
  sOmleggen
Overschakelen
Schakelde omOmgeschakeld
OmschansenOmschansteOmschanst
OmschenkenSchonk omOmgeschonken
OmscheppenIn de betekenis van: Overscheppen, omroeren

Schepte omOmgeschept
OmscheppenIn de betekenis van: Tot iets anders maken

Schiep omOmgeschapen
OmschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot om, heeft omgeschoten)
1 omverschieten
2 (scheepvaart) (een touw) anders oprollen.

Schoot omOmgeschoten
OmscholenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoolde om, heeft omgeschoold; omscholing)
1 (iemand) opleiden voor een ander vak dan hij aanvankelijk geleerd heeft.

Schoolde omOmgeschoold
OmschoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schopte om, heeft omgeschopt)
1 omver schoppen.

Schopte omOmgeschopt
OmschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omschreef, heeft omschreven; omschrijving)
1 aanduiden, vaststellen met woorden.

In Spaans overeenkomend met: Definir
  sBepalen
DefiniŽren
OmschreefOmschreven
OmschuddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schudde om, heeft omgeschud)
1 door elkaar schudden.

Schudde omOmgeschud
OmsingelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omsingelde, heeft omsingeld; omsingeling)
1 aan alle kanten dicht omringen, met een vijandige bedoeling.

In Spaans overeenkomend met: Acordonar
OmsingeldeOmsingeld
OmslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg om, is omgeslagen)
1 radicaal veranderen
2 kantelen, omvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg om, heeft omgeslagen)
1 (ook absoluut) (een draad) slaan of slingeren om de breinaald of haakpen, na die ingestoken te hebben in de reeds gemaakte steek
2 door slaan omgooien
3 omvouwen, ombuigen (een mouw, een [[pagina]] e.d.)
4 naar een bepaalde maatstaf verdelen
5 omdoen om hals of schouders.

In Spaans overeenkomend met: Volcar
  sKantelen
Omgooien
Omkeren
Omvallen
Omvergooien
Ten val brengen
Sloeg omOmgeslagen
OmslepenSleepte omOmgesleept
omslingerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slingerde om, heeft omgeslingerd; omslingering)
1 tegen het rafelen met een grote steek omnaaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; omslingerde, heeft omslingerd; omslingering)
1 in slingers omgeven.

Slingerde omOmgeslingerd
OmslingerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slingerde om, heeft omgeslingerd; omslingering)
1 tegen het rafelen met een grote steek omnaaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; omslingerde, heeft omslingerd; omslingering)
1 in slingers omgeven.

OmslingerdeOmslingerd
OmsluierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omsluierde, heeft omsluierd; omsluiering)
1 aan het oog onttrekken
2 verhullen.

In Spaans overeenkomend met: Oscurecer, Velar
  sSluieren
OmsluierdeOmsluierd
OmsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omsloot, heeft omsloten; omsluiting)
1 aan alle kanten omringen
2 omvatten, bevatten.

In Spaans overeenkomend met: CeŮir
OmslootOmsloten
OmsmakkenSmakte omOmgesmakt
OmsmedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeedde om, heeft omgesmeed; omsmeder, omsmeding)
1 in een andere vorm hersmeden
2 raffineren.

Smeedde omOmgesmeed
OmsmeltenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smolt om, heeft omgesmolten; omsmelting)
1 (iets) opnieuw smelten om het een andere vorm te geven.

Smolt omOmgesmolten
OmsmijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeet om, heeft omgesmeten)
1 met geweld omgooien.

Smeet omOmgesmeten
OmsnoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snoerde om, heeft omgesnoerd; omsnoering)
1 ombinden.

OmsnoerdeOmsnoerd
omspannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spande om, heeft omgespannen; omspanning)
1 (de trekpaarden) van plaats doen verwisselen.
([[overgankelijk]] werkwoord; omspande, heeft omspannen; omspanning)
1 in de greep van ťťn of van beide handen omvatten
2 spannend omgeven
3 werkzaam zijn in (een bepaalde regio).

Spande omOmgespannen
OmspannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spande om, heeft omgespannen; omspanning)
1 (de trekpaarden) van plaats doen verwisselen.
([[overgankelijk]] werkwoord; omspande, heeft omspannen; omspanning)
1 in de greep van ťťn of van beide handen omvatten
2 spannend omgeven
3 werkzaam zijn in (een bepaalde regio).

OmspandeOmspannen
OmspeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speldde om, heeft omgespeld)
1 door middel van spelden om iets bevestigen.

Speldde omOmgespeld
OmspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omspeelde, heeft omspeeld; omspeling)
1 (sport) een tegenstander al dribbelend passeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde om, heeft omgespeeld; omspeling)
1 (biljarten) (de speelbal) via twee of meer banden spelen alvorens deze tegen de derde bal caramboleert.

OmspeeldeOmspeeld
OmspellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spelde om, heeft omgespeld)
1 omzetten naar een andere spelling.

Spelde omOmgespeld
OmspinnenOmsponOmsponnen
OmspittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spitte om, heeft omgespit)
1 met een spade omkeren.

In Spaans overeenkomend met: Cavar
  sGraven
Spitten
Woelen
Spitte omOmgespit
omspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoelde om, heeft omgespoeld; omspoeling)
1 door spoelen schoonmaken
2 (een film, geluidsband) andersom op een spoel winden.
([[overgankelijk]] werkwoord; omspoelde, heeft omspoeld; omspoeling)
1 rondom bespoelen.

Spoelde omOmgespoeld
OmspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoelde om, heeft omgespoeld; omspoeling)
1 door spoelen schoonmaken
2 (een film, geluidsband) andersom op een spoel winden.
([[overgankelijk]] werkwoord; omspoelde, heeft omspoeld; omspoeling)
1 rondom bespoelen.

OmspoeldeOmspoeld
OmspokenSpookte omOmgespookt
OmspringenSprong omOmgesprongen
OmstaanStond omOmgestaan
OmstikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omstikte, heeft omstikt; omstikking)
1 met een stiksel omgeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; stikte om, heeft omgestikt; omstikking)
1 stikkend omnaaien.

OmstikteOmstikt
OmstortenStortte omOmgestort
OmstotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stiet om, heeft omgestoten)
1 door stoten omgooien.

Stootte om, Stiet omOmgestoten
OmstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omstraalde, heeft omstraald; omstraling)
1 met een krans van stralen omgeven.

OmstraaldeOmstraald
OmstrengelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omstrengelde, heeft omstrengeld; omstrengeling)
1 strengelend omvatten
2 innig omhelzen.

OmstrengeldeOmstrengeld
OmstuivenStoof omOmgestoven
OmstulpenStulpte omOmgestulpt
omstuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omstuwde, heeft omstuwd; omstuwing)
1 in een dichte drom omgeven.

Stuwde omOmgestuwd
OmstuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omstuwde, heeft omstuwd; omstuwing)
1 in een dichte drom omgeven.

OmstuwdeOmstuwd
OmsuizenOmsuisdeOmsuisd
OmtollenTolde omOmgetold
OmtoverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toverde om, heeft omgetoverd)
1 door toverkunst veranderen.

Toverde omOmgetoverd
OmtrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte om, heeft omgetrapt)
1 door trappen omgooien.

Trapte omOmgetrapt
omtrekkenIn de betekenis van: ”mtrekken

Trok omOmgetrokken
OmtrekkenIn de betekenis van: Omtrťkken

OmtrokOmtrokken
OmtuimelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tuimelde om, is omgetuimeld)
1 (informeel) omvallen.

Tuimelde omOmgetuimeld
OmtuinenOmtuindeOmtuind
OmturnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; turnde om, heeft omgeturnd; omturning)
1 van mening of voornemen doen veranderen.

Turnde omOmgeturnd
OmvademenIn Spaans overeenkomend met: Abrazar
  sOmarmen
Omhelzen
OmvademdeOmvademd
OmvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel om, is omgevallen)
1 vanuit stand in liggende positie vallen.

In Spaans overeenkomend met: Volcar
  sKantelen
Omgooien
Omkeren
Omslaan
Omvergooien
Ten val brengen
Viel omOmgevallen
OmvamenOmvaamdeOmvaamd
OmvangenOmvingOmvangen
OmvarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer om, heeft/is omgevaren)
1 langs een omweg varen.
([[overgankelijk]] werkwoord; voer om, heeft omgevaren)
1 omver varen.

Voer omOmgevaren
OmvattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omvatte, heeft omvat; omvatting)
1 nauw omgeven
2 inhouden, behelzen.

In Spaans overeenkomend met: Abarcar, Caber, Incluir, Involucrar
Comprender, Involucrar
  sBegrijpen
Beseffen
Bevatten
Doorzien
Snappen
Vatten
Verstaan
OmvatteOmvat
OmverblazenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blies omver, heeft omvergeblazen)
1 door blazen laten omvallen.

Blies omverOmvergeblazen
OmverduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde omver, heeft omvergeduwd)
1 door duwen omgooien.

Duwde omverOmvergeduwd
OmvergooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide omver, heeft omvergegooid)
1 omgooien
2 tenietdoen.

In Spaans overeenkomend met: Derribar, Invertir, Poner al revťs, Tumbar, Volcar
  sDoen vallen
Kantelen
Omgooien
Omkeren
Omslaan
Omvallen
Ten val brengen
Gooide omverOmvergegooid
OmverhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde omver, heeft omvergehaald)
1 omtrekken
2 overhoophalen
3 tenietdoen.

In Spaans overeenkomend met: Desquiciar
  sOndersteboven keren
Ontwrichten
Haalde omverOmvergehaald
OmverlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liep omver, heeft omvergelopen)
1 omgooien door ertegenaan te lopen.

Liep omverOmvergelopen
OmverlullenLulde omverOmvergeluld
OmverpratenPraatte omverOmvergepraat
OmverrennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rende omver, heeft omvergerend)
1 door hardlopen omgooien.

Rende omverOmvergerend
OmverrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reed omver, heeft omvergereden)
1 omgooien door ertegenaan te rijden.

Reed omverOmvergereden
OmverrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rukte omver, heeft omvergerukt)
1 met geweld en plotseling omtrekken.

Rukte omverOmvergerukt
OmverschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot omver, heeft omvergeschoten)
1 door schieten omgooien.

Schoot omverOmvergeschoten
OmverslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg omver, is omvergeslagen)
1 omslaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg omver, heeft omvergeslagen)
1 met een slag om laten vallen.

Sloeg omverOmvergeslagen
OmvertrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok omver, heeft omvergetrokken)
1 omtrekken.

Trok omverOmvergetrokken
OmvervallenViel omverOmvergevallen
OmverwaaienWaaide omver, Woei omverOmvergewaaid
OmverwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp omver, heeft omvergeworpen; omverwerping)
1 omgooien
2 te [[gronde]] richten
3 tenietdoen.

In Spaans overeenkomend met: Derrocar
Subvertir
Tirar
  sOmkeren
Vernietigen
Wierp omverOmvergeworpen
OmvlaggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlagde om, heeft omgevlagd)
1 (een schip) onder een andere vlag laten varen.

Vlagde omOmgevlagd
OmvliegenIn de betekenis van: Snel voorbijgaan

Vloog omOmgevlogen
OmvliegenIn de betekenis van: (Ergens) omheen vliegen

OmvloogOmvlogen
OmvormenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vormde om, heeft omgevormd; omvorming)
1 in een andere vorm brengen.

Vormde omOmgevormd
OmvouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vouwde om, heeft omgevouwen; omvouwing)
1 binnenste rand van iets naar buiten vouwen.

In Spaans overeenkomend met: Doblar, Plegar
  sPlooien
Vouwen
Vouwde omOmgevouwen
OmvragenVraagde™ om, Vroeg omOmgevraagd
omwaaienWaaide om, Woei omOmgewaaid
OmwaaienOmwaaide, OmwoeiOmwaaid
OmwallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omwalde, heeft omwald; omwalling)
1 met een wal omringen.

OmwaldeOmwald
OmwalmenOmwalmdeOmwalmd
OmwandelenWandelde omOmgewandeld
OmwarenWaarde omOmgewaard
OmwassenWaste omOmgewassen
OmweidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weidde om, heeft omgeweid)
1 (vee) in een ander weiland plaatsen.

OmweiddeOmweid
OmwendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wendde om, heeft omgewend; omwending)
1 omdraaien.

Wendde omOmgewend
OmwentelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wentelde om, is omgewenteld; omwenteling)
1 om zijn as draaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; wentelde om, heeft omgewenteld)
1 in de rondte draaien.

Wentelde omOmgewenteld
OmwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte om, heeft omgewerkt; omwerking)
1 opnieuw in een andere vorm bewerken
2 ploegend, spittend enz. keren.

Werkte omOmgewerkt
OmwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp om, heeft omgeworpen)
1 door een worp omgooien
2 (scheepvaart) veranderen van koers.

In Spaans overeenkomend met: Trastornar
  sOmkeren
Ondersteboven keren
Wierp omOmgeworpen
omwikkelen  sBakeren
Inbakeren
Inzwachtelen
Wikkelde omOmgewikkeld
OmwikkelenIn de betekenis van: Rondom inwikkelen

In Spaans overeenkomend met: Vendar
  sBakeren
Inbakeren
Inzwachtelen
OmwikkeldeOmwikkeld
omwindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omwond, heeft omwonden; omwinding)
1 omgeven met iets dat eromheen gewonden wordt.

Wond omOmgewonden
OmwindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omwond, heeft omwonden; omwinding)
1 omgeven met iets dat eromheen gewonden wordt.

OmwondOmwonden
OmwippenWipte omOmgewipt
OmwisselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wisselde om, heeft omgewisseld)
1 (ook absoluut) met elkaar van plaats wisselen
2 tegen elkaar ruilen.

In Spaans overeenkomend met: Turnar
  sAfwisselen
Rouleren
Verwisselen
Wisselde omOmgewisseld
omwoelenIn de betekenis van:
1 (de grond) oppervlakkig omwerken
2 in wanorde brengen, door elkaar halen

Woelde omOmgewoeld
OmwoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; woelde om, heeft omgewoeld)
1 (de grond) oppervlakkig omwerken
2 in wanorde brengen, door elkaar halen.

OmwoeldeOmwoeld
OmwolkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omwolkte, heeft omwolkt)
1 met wolken omsluiten.

OmwolkteOmwolkt
OmwrikkenWrikte omOmgewrikt
OmwringenWrong omOmgewrongen
OmwroetenIn Spaans overeenkomend met: Escarbar
Wroette omOmgewroet
OmzadelenZadelde omOmgezadeld
OmzagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zaagde om, heeft omgezaagd)
1 door zagen doen omvallen.

Zaagde omOmgezaagd
OmzakkenOmzakteOmzakt
OmzeggenZegde om, Zei omOmgezegd
omzeilenIn de betekenis van: Langs een omweg zeilen

  sOntwijken
Zeilde omOmgezeild
OmzeilenIn de betekenis van: Behoedzaam ontwijken

In Spaans overeenkomend met: Esquivar
  sOntwijken
OmzeildeOmzeild
omzettenIn de betekenis van:
1 van plaats laten verwisselen
2 in een andere stand brengen
3 verhandelen
4 veranderen
5 (muziek) overbrengen in een andere toonsoort

In Spaans overeenkomend met: Invertir
Convertir, Transformar
Trasladar
  sConverteren
Overbrengen
Overplaatsen
Verleggen
Verplaatsen
Zette omOmgezet
OmzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette om, heeft omgezet; omzetter, omzetting)
1 van plaats laten verwisselen
2 in een andere stand brengen
3 verhandelen
4 veranderen
5 (muziek) overbrengen in een andere toonsoort.

In Spaans overeenkomend met:
  sConverteren
Overbrengen
Overplaatsen
Verleggen
Verplaatsen
OmzetteOmzet
OmzienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag om, heeft omgezien)
1 aandacht besteden aan
2 uitkijken, zoeken naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag om, heeft omgezien)
1 omkijken.

Zag omOmgezien
Omzitten
omzomenIn de betekenis van: Een zoom maken aan of om

In Spaans overeenkomend met: Ribetear
  sOmboorden
Staan langs
Zoomde omOmgezoomd
OmzomenIn de betekenis van: Met een rand omgeven

In Spaans overeenkomend met: Orlar
  sOmboorden
Staan langs
OmzoomdeOmzoomd
OmzwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwaaide om, is omgezwaaid)
1 van standpunt veranderen
2 van [[studierichting]] veranderen.

Zwaaide omOmgezwaaid
OmzwachtelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omzwachtelde, heeft omzwachteld; omzwachteling)
1 met zwachtels omwikkelen.

In Spaans overeenkomend met: Vendar
  sVerbinden
Zwachtelen
OmzwachteldeOmzwachteld
OmzwalkenZwalkte omOmgezwalkt
OmzwalpenZwalpte omOmgezwalpt
OmzwenkenZwenkte omOmgezwenkt
OmzwermenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; omzwermde, heeft omzwermd)
1 als een zwerm omgeven.

OmzwermdeOmzwermd
OmzwervenZwierf omOmgezworven
omzwevenZweefde omOmgezweefd
OmzwevenOmzweefdeOmzweefd
OmzwiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwiepte om, is omgezwiept)
1 zwiepend omvallen.

OmzwiepteOmzwiept
OmzwikkenZwikte omOmgezwikt
OnanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; onaneerde, heeft geonaneerd; onanist, onanie)
1 (formeel) zich aftrekken.

OnaneerdeGeonaneerd
OnderbelichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; belichtte onder, heeft onderbelicht; onderbelichting)
1 (fotografie) te kort belichten
2 te weinig aandacht besteden aan.

Belichtte onderOnderbelicht
OnderbenuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; benutte onder, heeft onderbenut)
1 ([[productiemiddelen]] e.d.) niet geheel benutten.

OnderbenutteOnderbenut
OnderbetalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; onderbetaalde, heeft onderbetaald; onderbetaling)
1 te weinig betalen aan.

OnderbetaaldeOnderbetaald
OnderbevrachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderbevrachtte, heeft onderbevracht; onderbevrachting)
1 (een deel van de bevrachting) uitbesteden.

OnderbevrachtteOnderbevracht
OnderbiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[onderbood]], heeft onderboden)
1 lager bieden dan een ander
2 een lagere prijs vragen dan een ander.

Bood onderOnderboden
OnderbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bond onder, heeft ondergebonden)
1 (schaatsen) onder de voeten binden.

Bond onderOndergebonden
OnderblijvenOnderbleefOnderbleven
OnderbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderbouwde, heeft onderbouwd; onderbouwing)
1 met argumenten ondersteunen.

OnderbouwdeOnderbouwd
OnderbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderbrak, heeft onderbroken; onderbreking)
1 tijdelijk doen ophouden
2 afbreken, stoppen.

In Spaans overeenkomend met: Suspender
Interrumpir
  sInterrumperen
Schorsen
OnderbrakOnderbroken
OnderbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht onder, heeft ondergebracht)
1 een onderkomen bezorgen
2 onder een zekere categorie brengen.

In Spaans overeenkomend met: Colocar
  sUitzetten
Bracht onderOndergebracht
OnderdekkenDekte onderOndergedekt
OnderdoenIn Spaans overeenkomend met: Sucumbir
  sBezwijken
Overweldigd worden
Wijken
Zich onderwerpen
Zwichten
Deed onderOndergedaan
OnderdompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dompelde onder, heeft ondergedompeld; onderdompeling)
1 geheel in een vloeistof dompelen.

In Spaans overeenkomend met: Sumergir, Zambullir
Dompelde onderOndergedompeld
OnderdoorspelenSpeelde onderdoorOnderdoorgespeeld
onderdrukkenIn de betekenis van: Naar beneden duwen

In Spaans overeenkomend met:
  sBeteugelen
Inhouden
Matigen
Neerslaan
Opkroppen
Smoren
Verdringen
Verdrukken
Verkroppen
Verstikken
Drukte onderOndergedrukt
OnderdrukkenIn de betekenis van:
1. met overmacht in bedwang, in een staat van afhankelijkheid houden => iemand eronder houden, iemand kunnen maken en breken, verdrukken
2. tegenhouden, bedwingen => beteugelen

In Spaans overeenkomend met: Reportar
Oprimir, Reprimir
Ahogar, Sofocar
  sBeteugelen
Inhouden
Matigen
Neerslaan
Opkroppen
Smoren
Verdringen
Verdrukken
Verkroppen
Verstikken
OnderdrukteOnderdrukt
OnderduikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dook onder, is ondergedoken; onderduiker, onderduiking)
1 zich schuil houden om zekere maatregelen te ontgaan
2 onder water duiken.

In Spaans overeenkomend met: Esconderse, Ocultarse
Bucear, Sumergirse, Sumirse
  sZich begraven
Zich schuilhouden
Zich verbergen
Zich verscholen houden
Zich verschuilen
Zinken
Dook onderOndergedoken
OnderduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde onder, heeft ondergeduwd)
1 onder water duwen.

In Spaans overeenkomend met: Hundir
Duwde onderOndergeduwd
OndereggenEgde onderOndergeŽgd
OndergaanIn de betekenis van:
OndergŠŠn: onderhevig gemaakt worden

In Spaans overeenkomend met: Perecer
Padecer, Sufrir
Vivir un hecho, Vivir un suceso
  sCreperen
Doorleven
Doormaken
Doorstaan
Dulden
Een gebeurtenis beleven
Lijden
Lijden aan
Omkomen
Sneuvelen
Uitstaan
Velen
Verdragen
Vergaan
Verongelukken
OndergingOndergaan
ondergaanIn de betekenis van:
”ndergaan: onder een oppervlak verdwijnen

In Spaans overeenkomend met:
  sCreperen
Doorleven
Doormaken
Doorstaan
Dulden
Een gebeurtenis beleven
Lijden
Lijden aan
Omkomen
Sneuvelen
Uitstaan
Velen
Verdragen
Vergaan
Verongelukken
Ging onderOndergegaan
OndergietenOndergootOndergoten
OndergooienGooide onderOndergegooid
ondergravenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; groef onder, heeft ondergegraven)
1 onder de grond begraven.
([[overgankelijk]] werkwoord; ondergroef, heeft ondergraven)
1 ondermijnen.

In Spaans overeenkomend met: Socavar
Socavar
  sOndermijnen
Uithollen
Groef onderOndergegraven
OndergravenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; groef onder, heeft ondergegraven)
1 onder de grond begraven.
([[overgankelijk]] werkwoord; ondergroef, heeft ondergraven)
1 ondermijnen.

In Spaans overeenkomend met: Socavar
Minar, Socavar
  sOndermijnen
Uithollen
OndergroefOndergraven
OnderhandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; onderhandelde, heeft onderhandeld; onderhandelaar, onderhandeling)
1 proberen om met een ander tot overeenstemming te komen inzake een koop, geschil enz.

In Spaans overeenkomend met: Negociar
OnderhandeldeOnderhandeld
OnderhoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; onderhield, heeft onderhouden over)
1 (iemand) toespreken.
(werkwoord; onderhield, heeft onderhouden met)
1 spreken met.
([[overgankelijk]] werkwoord; hield onder, heeft ondergehouden)
1 onder iets of onder zich houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; onderhield, heeft onderhouden)
1 in stand houden, laten voortduren
2 naleven, betrachten
3 (iets) in goede staat houden
4 aangenaam bezighouden
5 (iemand) financieel verzorgen.

In Spaans overeenkomend met: Divertir, Entretener
Mantener
Conservar
Sostener
  sAmuseren
Behouden
Bergen
Bewaren
Conserveren
Dragen
Ondersteunen
Opvrolijken
Overhouden
Ruggensteunen
Schoren
Schragen
Vermaken
OnderhieldOnderhouden
onderhoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; onderhield, heeft onderhouden over)
1 (iemand) toespreken.
(werkwoord; onderhield, heeft onderhouden met)
1 spreken met.
([[overgankelijk]] werkwoord; hield onder, heeft ondergehouden)
1 onder iets of onder zich houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; onderhield, heeft onderhouden)
1 in stand houden, laten voortduren
2 naleven, betrachten
3 (iets) in goede staat houden
4 aangenaam bezighouden
5 (iemand) financieel verzorgen.

In Spaans overeenkomend met:
  sAmuseren
Behouden
Bergen
Bewaren
Conserveren
Dragen
Ondersteunen
Opvrolijken
Overhouden
Ruggensteunen
Schoren
Schragen
Vermaken
Hield onderOndergehouden
onderhurenIn de betekenis van: Huren van de huurder

In Spaans overeenkomend met: Subarrendar
  sOnderverhuren
Huurde onderOndergehuurd
OnderhurenIn de betekenis van: Stiekem verhuren aan een ander

  sOnderverhuren
OnderhuurdeOnderhuurd
OnderkennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderkende, heeft onderkend; onderkenner, onderkenning)
1 zich realiseren.

In Spaans overeenkomend met: Distinguir, Divisar
Reconocer
  sBespeuren
Erkennen
Herkennen
Onderscheid maken tussen
Onderscheiden
Opmerken
OnderkendeOnderkend
OnderkoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; is onderkoeld)
1 (van levende wezens) te sterk afkoelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; onderkoelde, heeft onderkoeld; onderkoeling)
1 afkoelen tot beneden het stolpunt.

OnderkoeldeOnderkoeld
OnderkomenALLE betekenissen van dit woord:
(het; onderkomens)
1 onderdak, huisvesting.
(bijvoeglijk naamwoord)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) lichamelijk erg verzwakt.
([[onovergankelijk]] werkwoord; onderkwam, is onderkomen)
1 (in [[BelgiŽ]]) vervallen.

OnderkwamOnderkomen
OnderkopenOnderkochtOnderkocht
OnderkotsenKotste onderOndergekotst
OnderkruipenIn de betekenis van:
Kruipende ergens ondergaan, te bed gaan (en dan dus onder de dekens kruipen)

OnderkroopOnderkropen
onderkruipenIn de betekenis van:
Werken tijdens een staking======tegen een lager loon werken dan anderen======tegen een lagere prijs verkopen dan gewoon is======iemand proberen te verdringen

Kroop onderOndergekropen
OnderleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde onder, heeft ondergelegd)
1 (iemand) onder zich op de grond leggen bij een worsteling
2 (iets) zo plaatsen dat het onder iets anders komt te liggen.

Legde onderOndergelegd
OnderleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde onder, heeft ondergelegd)
1 (iemand) onder zich op de grond leggen bij een worsteling
2 (iets) zo plaatsen dat het onder iets anders komt te liggen.

OnderlegdeOnderlegd
OnderliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag onder, heeft ondergelegen)
1 onder iemand liggen.

Lag onderOndergelegen
OnderlijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderlijnde]], heeft onderlijnd; onderlijning)
1 onderstrepen
2 beklemtonen.

OnderlijndeOnderlijnd
OnderlopenIn de betekenis van: Zich vullen met water

Liep onderOndergelopen
OnderlopenIn de betekenis van:
Ze door hard te lopen midden op hun weg inhalen en stuiten, ze achterhalen======(van een handeling of werking:) de voortduring er van middenin stuiten, ze onverwachts verstoren, doen ophouden, door er tussen te komen

OnderliepOnderlopen
OndermengenOndermengdeOndermengd
OndermijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ondermijnde, heeft ondermijnd; ondermijner, ondermijning)
1 ([[iemands]] positie, macht e.d.) verzwakken
2 met mijnen ondergraven.

In Spaans overeenkomend met: Minar
Socavar, Zapar
  sLoopgraven maken
Ondergraven
Uithollen
OndermijndeOndermijnd
OndernemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ondernam, heeft ondernomen; ondernemer, onderneming)
1 op zich nemen, beginnen te doen
2 (economie) speculeren.

In Spaans overeenkomend met: Acometer una empresa, Emprender
  sAanvaarden
OndernamOndernomen
OnderploegenPloegde onderOndergeploegd
OnderrichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderrichtte, heeft onderricht)
1 (iemand) onderwijzen
2 voorlichten over een vaardigheid.

In Spaans overeenkomend met: Culturizar
OnderrichtteOnderricht
OnderschattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderschatte, heeft onderschat; onderschatting)
1 beneden de waarde schatten.

In Spaans overeenkomend met: Subestimar
OnderschatteOnderschat
OnderscheidenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 verschillend.
([[overgankelijk]] werkwoord; onderscheidde, heeft onderscheiden; onderscheiding)
1 als ongelijksoortig scheiden
2 onderkennen
3 (iemand) eren met een onderscheiding, een ridderorde.
(wederkerend werkwoord; onderscheidde zich, heeft zich onderscheiden)
1 door eigen toedoen opvallen.

In Spaans overeenkomend met: Decorar
Diferenciar, Discernir, Distinguir, Divisar
  sBespeuren
Decoreren
DifferentiŽren
Onderkennen
Onderscheid maken tussen
Opmerken
Verschil maken tussen
Versieren
OnderscheiddeOnderscheiden
OnderscheppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderschepte, heeft onderschept; onderschepper, onderschepping)
1 (iets) op zijn weg tegenhouden, onderweg opvangen.

OnderschepteOnderschept
OnderschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderschikte]], heeft onderschikt; onderschikking)
1 ondergeschikt maken aan.

In Spaans overeenkomend met: Subordinar
  sOndergeschikt maken
OnderschikteOnderschikt
OnderschorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderschoorde, heeft onderschoord)
1 met een of meer schoren van onderen steunen.

OnderschoordeOnderschoord
OnderschragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderschraagde, heeft onderschraagd)
1 steunen.

OnderschraagdeOnderschraagd
OnderschrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderschreed]], heeft onderschreden)
1 minder geld uitgeven dan (wat is toegestaan).

OnderschreedOnderschreden
OnderschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderschreef]], heeft onderschreven)
1 erkennen, goedvinden.

In Spaans overeenkomend met: Firmar, Suscribir
  sOndertekenen
Tekenen
OnderschreefOnderschreven
OnderschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof onder, heeft ondergeschoven)
1 ongemerkt in de plaats van het echte of ware stellen.

Schoof onderOndergeschoven
OndersneeuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sneeuwde onder, is ondergesneeuwd)
1 geheel met sneeuw overdekt worden
2 uit de belangstelling verdrongen worden.

Sneeuwde onderOndergesneeuwd
OnderspannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderspande]], heeft onderspannen)
1 (wiskunde) (van een [[koorde]]) (de [[uiteinden]] van een cirkelboog) met elkaar verbinden.

OnderspandeOnderspannen
OnderspittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spitte onder, heeft ondergespit)
1 met een spade onder de grond werken.

Spitte onderOndergespit
OnderspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderspoelde, heeft onderspoeld)
1 door water ondermijnen.

OnderspoeldeOnderspoeld
OnderspuitenSpoot onderOndergespoten
onderstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond onder, heeft ondergestaan)
1 onder water staan.

Stond onderOndergestaan
OnderstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond onder, heeft ondergestaan)
1 onder water staan.

OnderstondOnderstaan
OnderstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; stak onder, heeft ondergestoken)
1 (speelkaarten) door steken heimelijk omruilen.

Stak onderOndergestoken
OnderstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderstelde]], heeft ondersteld; onderstelling)
1 veronderstellen.

In Spaans overeenkomend met: Suponer
  sAannemen
Menen
Stellen
Vermoeden
Veronderstellen
OndersteldeOndersteld
OndersteunenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ondersteunde, heeft ondersteund; ondersteuner, ondersteuning)
1 stutten
2 (iemand) zo vasthouden dat hij niet kan vallen
3 helpen, bijstaan
4 steun geven aan, onderschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Apoyar
Sostener
  sDragen
Onderhouden
Ruggensteunen
Rugsteunen
Schoren
Schragen
Steunen
Stutten
OndersteundeOndersteund
OnderstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte onder, heeft ondergestopt)
1 toedekken.

Stopte onderOndergestopt
OnderstrepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderstreepte, heeft onderstreept; onderstreping)
1 een streep zetten onder
2 beklemtonen.

In Spaans overeenkomend met: Subrayar
OnderstreepteOnderstreept
OnderstromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde onder, is ondergestroomd; onderstroming)
1 door een stroom overdekt worden.

Stroomde onderOndergestroomd
OnderstromenIn de betekenis van:
Een vloeistof onder iets laten stromen

OnderstroomdeOnderstroomd
OnderstuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stoof onder, is ondergestoven)
1 onder stuifzand, stof bedolven worden.

OnderstoofOnderstoven
OnderstuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderstutte]], heeft onderstut; onderstutter, onderstutting)
1 stutten
2 helpen, beschermen.

OnderstutteOnderstut
OndertekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ondertekende, heeft ondertekend; [[ondertekenaar]], ondertekening)
1 met zijn handtekening bekrachtigen.

In Spaans overeenkomend met: Firmar, Suscribir
  sOnderschrijven
Tekenen
OndertekendeOndertekend
OndertitelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ondertitelde, heeft ondertiteld)
1 van ondertitels voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Subtitular
OndertiteldeOndertiteld
OndertrouwenIn Spaans overeenkomend met: Desposarse
OndertrouwdeOndertrouwd
OndertunnelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ondertunnelde, heeft ondertunneld; ondertunneling)
1 een tunnel aanleggen onder (een gebied).

OndertunneldeOndertunneld
OnderuitgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging onderuit, is onderuitgegaan)
1 (informeel) uitglijden
2 (informeel) falen.

Ging onderuitOnderuitgegaan
OnderuitglijdenGleed onderuitOnderuitgegleden
OnderuithalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde onderuit, heeft onderuitgehaald; onderuithaler)
1 (iemand) laten struikelen
2 (iemand) met woorden een nederlaag toebrengen.

Haalde onderuitOnderuitgehaald
OnderuitzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte onderuit, is onderuitgezakt)
1 zeer gemakkelijk, half liggend gaan zitten.

Zakte onderuitOnderuitgezakt
OndervangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderving, heeft ondervangen; ondervanging)
1 de kracht of gelding van iets tenietdoen
2 tijdelijk onderstutten.

OndervingOndervangen
OnderverdelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdeelde onder, heeft onderverdeeld; onderverdeling)
1 in delen splitsen.

Verdeelde onderOnderverdeeld
OnderverhurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderverhuurde]], heeft onderverhuurd; onderverhuurder, onderverhuur)
1 (iets dat men zelf gehuurd heeft of een deel daarvan) aan een ander verhuren.

In Spaans overeenkomend met: Subarrendar
  sOnderhuren
OnderverhuurdeOnderverhuurd
OndervindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ondervond, heeft ondervonden; ondervinding)
1 ervaren
2 verkrijgen, ontvangen.

In Spaans overeenkomend met: Sufrir
Experimentar, Pasar la experiencia
  sBeleven
Doormaken
Ervaren
OndervondOndervonden
OndervoedenOndervoeddeOndervoed
OndervragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ondervraagde/ondervroeg, heeft ondervraagd)
1 een onderzoek, een verhoor doen ondergaan
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (iemand) overhoren of examineren.

In Spaans overeenkomend met: Interrogar
Encuestar
Ondervraagde™, OndervroegOndervraagd
OnderwaarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderwaardeerde, heeft ondergewaardeerd; onderwaardering)
1 te laag waarderen, onderschatten.

OnderwaardeerdeOndergewaardeerd
OnderwerkenWerkte onderOndergewerkt
OnderwerpenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; onderwierp, heeft onderworpen)
1 een behandeling doen ondergaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; onderwierp, heeft onderworpen)
1 onder zijn gezag brengen.
(wederkerend werkwoord; onderwierp zich, heeft zich onderworpen)
1 erkennen dat iem., iets de overmacht heeft.

In Spaans overeenkomend met: Allanar, Someter
  sKnechten
Pacificeren
OnderwierpOnderworpen
OnderwijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderwees, heeft onderwezen; onderwijzer, onderwijzing)
1 kennis, begrip of vaardigheid overbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Educar niŮos, Hacer de ayo
EnseŮar
  sLeren
Opvoeden
OnderweesOnderwezen
OnderwindenWond onderOndergewonden
OnderzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette onder, heeft ondergezet; onderzetting)
1 laten onderlopen met water.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onderzette]], heeft onderzet; onderzetting)
1 (juridisch) met hypotheek bezwaren.

Zette onderOndergezet
OnderzinkenOnderzonkOnderzonken
OnderzoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onderzocht, heeft onderzocht; onderzoeker, onderzoeking)
1 proberen om iets beter te leren kennen, om er een beter inzicht in te krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Requerir
Averiguar
Escrutar, Examinar, Explorar, Inquirir, Investigar
  sDoorgronden
Exploreren
Nagaan
Nasporen
Navorsen
Navragen
Opsporen
Te weten komen
Uitvissen
Uitvorsen
Uitzoeken
Verkennen
Vorsen
OnderzochtOnderzocht
OndulerenALLE betekenissen van dit woord:
zie ook unduleren ([[overgankelijk]] werkwoord; [[onduleerde]], heeft geonduleerd)
1 (iets) doen golven.

In Spaans overeenkomend met: Ondular
OnduleerdeGeonduleerd
OntaardenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontaardde, is ontaard)
1 (van zaken) overgaan in iets slechters.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontaardde, is ontaard; ontaarding)
1 de goede aard van het voorgeslacht verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Degenerar
  sDegenereren
Verbasteren
Verworden
Zinken
OntaarddeOntaard
OntadelenOntadeldeOntadeld
OntberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontbeerde, heeft ontbeerd; ontbering)
1 (iets) missen, waaraan men grote behoefte heeft.

In Spaans overeenkomend met: Prescindir
OntbeerdeOntbeerd
OntbiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontbood, heeft ontboden; ontbieder, ontbieding)
1 (iemand) laten komen.

OntboodOntboden
OntbijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontbeet, heeft ontbeten; ontbijter)
1 zijn ontbijt gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Desayunar
OntbeetOntbeten
OntbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontbond, heeft ontbonden; ontbinder, ontbinding)
1 opheffen, beŽindigen
2 (wiskunde) de [[factoren]] van een getal bepalen.

In Spaans overeenkomend met: Anular, Contramandar
  sAfgelasten
Annuleren
Tenietdoen
Terugnemen
OntbondOntbonden
OntbladerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontbladerde]], heeft ontbladerd; ontbladering)
1 (bomen, gewassen enz.) van de bladeren of bladen ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Defoliar
OntbladerdeOntbladerd
OntblotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontblootte, heeft ontbloot; ontbloting)
1 de bekleding wegnemen van
2 (geologie) de bovenlaag wegnemen van.

OntblootteOntbloot
OntboezemenOntboezemdeOntboezemd
OntbolsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontbolsterde, heeft ontbolsterd; ontbolstering)
1 van de bolster ontdoen.

OntbolsterdeOntbolsterd
OntbossenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontboste, heeft ontbost; ontbossing)
1 (een gebied) van bos ontdoen.

OntbosteOntbost
OntbramenOntbraamdeOntbraamd
OntbrandenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontbrandde, is ontbrand)
1 door hartstochten in vuur geraken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontbrandde, is ontbrand; ontbranding)
1 gaan branden.

In Spaans overeenkomend met: Inflamarse
  sOntvlammen
Vuur vatten
OntbranddeOntbrand
OntbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontbrak, heeft ontbroken)
1 er niet zijn, terwijl dat wel moet of verwacht wordt.

In Spaans overeenkomend met: Estar ausente
Faltar
  sAbsent zijn
Afwezig zijn
Schelen
Verstek laten gaan
OntbrakOntbroken
OntcijferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontcijferde, heeft ontcijferd; ontcijfering)
1 (iets [[onduidelijks]]) lezen en begrijpen.

In Spaans overeenkomend met: Descifrar
OntcijferdeOntcijferd
OntdarmenOntdarmdeOntdarmd
OntdekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontdekte, heeft ontdekt; ontdekker, ontdekking)
1 bespeuren, waarnemen wat tot [[dusverre]] onbekend was
2 vinden wat verborgen is.

In Spaans overeenkomend met: Detectar
Descubrir, Desvelar, Poner de manifiesto
OntdekteOntdekt
OntdoenIn Spaans overeenkomend met: Desembarazar
  sBevrijden
Ontlasten
Ontruimen
Vrijmaken
OntdeedOntdaan
OntdooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontdooide, is ontdooid; ontdooiing)
1 door het dooien van ijs of sneeuw bevrijd worden
2 (informeel) minder stijf en koel worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontdooide, heeft ontdooid)
1 door verwarming van ijs of sneeuw vrijmaken.

In Spaans overeenkomend met: Descongelar, Deshelar, Deshelarse
  sDooien
Wegsmelten
OntdooideOntdooid
OntdubbelenOntdubbeldeOntdubbeld
OntduikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontdook, heeft ontdoken; ontduiker, ontduiking)
1 zich weten te onttrekken aan.

In Spaans overeenkomend met: Evadirse
Evadir
  sOntkomen
Ontsnappen
Ontvluchten
Ontwijken
OntdookOntdoken
OnteigenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onteigende, heeft onteigend; onteigening)
1 (iets) tegen schadeloosstelling ontnemen voor het algemeen belang.

OnteigendeOnteigend
OnterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onteerde, heeft onteerd; ontering)
1 (iemand) van zijn eer beroven, te schande maken
2 (een vrouw) verkrachten.

In Spaans overeenkomend met: Amancillar, Desflorar, EmpaŮar, Mancillar
  sDefloreren
Ontluisteren
Ontmaagden
Ontwijden
Schenden
OnteerdeOnteerd
OntervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onterfde, heeft onterfd; onterving)
1 (een toekomstig erfgenaam) bij testament zijn erfdeel onthouden.

OnterfdeOnterfd
OntfermenOntfermdeOntfermd
OntfronsenOntfronsteOntfronst
OntfutselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontfutselde, heeft ontfutseld; ontfutseling)
1 (iets) heimelijk of listig ontnemen aan iem.

In Spaans overeenkomend met: Birlar
OntfutseldeOntfutseld
OntgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontging, is ontgaan)
1 door iemand niet opgemerkt worden
2 niet duidelijk zijn voor iem.

In Spaans overeenkomend met: Escapar
  sOntkomen
Ontsnappen
OntgingOntgaan
OntgassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontgaste, heeft ontgast; ontgassing)
1 van schadelijk gas ontdoen.

OntgasteOntgast
OntgeldenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

OntgoldOntgolden
OntgevenOntgafOntgeven
OntgiftenOntgiftteOntgift
OntginnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontgon, heeft ontgonnen; ontginner, ontginning)
1 (grond) geschikt maken voor bebouwing
2 (mijnen) geschikt maken voor exploitatie.

OntgonOntgonnen
OntglijdenOntgleedOntgleden
OntglippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontglipte, is ontglipt)
1 door een vlugge beweging ontkomen
2 ontgaan.

OntglipteOntglipt
OntgloeienOntgloeideOntgloeid
OntgoochelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontgoochelde, heeft ontgoocheld; ontgoocheling)
1 (iemand) zijn illusies doen verliezen.

OntgoocheldeOntgoocheld
OntgratenIn Spaans overeenkomend met: Desespinar, Despinar, Espinar
OntgraatteOntgraat
OntgravenOntgroefOntgraven
OntgrendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontgrendelde, heeft ontgrendeld; ontgrendeling)
1 de grendels wegschuiven van.

OntgrendeldeOntgrendeld
OntgroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontgroeide, is ontgroeid; ontgroeiing)
1 te groot worden voor.

OntgroeideOntgroeid
OntgroenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontgroende, heeft ontgroend; ontgroener, ontgroening)
1 (nieuw aangekomen studenten) inwijden in een gezelligheidsvereniging door ze met allerlei plagerijen op de proef te stellen.

OntgroendeOntgroend
OntgrondenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontgrondde, heeft ontgrond; ontgronder, ontgronding)
1 (een stuk land) bewerken om het [[bebouwbaar]] te maken door de bovengrond af te graven.

OntgronddeOntgrond
OnthaastenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; onthaastte, heeft onthaast)
1 rustig aan doen omdat men zich normaal te veel haast.

OnthaastteOnthaast
OnthalenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; onthaalde, heeft onthaald)
1 trakteren op.
([[overgankelijk]] werkwoord; onthaalde, heeft onthaald)
1 ontvangen als gast.

In Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien
  sTrakteren
Vergasten
Vrijhouden
OnthaaldeOnthaald
OnthalzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onthalsde, heeft onthalsd)
1 (archaÔsch) onthoofden.

In Spaans overeenkomend met: Yugular
OnthalsdeOnthalsd
OnthardenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onthardde, heeft onthard; ontharder, ontharding)
1 (metalen) in brosheid doen verminderen.

OntharddeOnthard
OntharenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onthaarde, heeft onthaard; ontharing)
1 van het haar ontdoen.

OnthaardeOnthaard
OnthechtenOnthechtteOnthecht
OntheffenOnthiefOntheven
OntheiligenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontheiligde, heeft ontheiligd; ontheiliging)
1 ontwijden.

In Spaans overeenkomend met: Profanar
  sOntwijden
Profaneren
Schenden
Verontheiligen
OntheiligdeOntheiligd
OnthoofdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onthoofdde, heeft onthoofd; onthoofding)
1 het hoofd afslaan.

In Spaans overeenkomend met: Decapitar
Cortar
  sHet hoofd afslaan
OnthoofddeOnthoofd
OnthoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; onthield, heeft onthouden van)
1 geen [[gebruikmaken]] van.
([[overgankelijk]] werkwoord; onthield, heeft onthouden)
1 in het geheugen bewaren
2 (iets) niet aan iemand geven.

In Spaans overeenkomend met: Memorizar
Apartar, Contener, Detener
Recordar
  sAfhouden
Herinneren
Onttrekken
Uit het hoofd leren
Weghouden
OnthieldOnthouden
OnthullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onthulde, heeft onthuld; onthuller, onthulling)
1 van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden
2 (onbekende feiten) openbaren.

In Spaans overeenkomend met: Inaugurar
Revelar
  sInaugureren
Inwijden
Officieel openen
Ontwikkelen
Openbaren
OnthuldeOnthuld
OnthutsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onthutste, heeft onthutst)
1 (iemand) van streek brengen.

In Spaans overeenkomend met: Desconcertar
Consternar
  sIn de war brengen
Ontstellen
Ontzetten
Verbijsteren
Verbluffen
OnthutsteOnthutst
OntinktenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontinktte, heeft ontinkt)
1 (drukwezen) inkt verwijderen uit (bedrukt papier).

OntinktteOntinkt
OntkalkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontkalkte, heeft ontkalkt; ontkalker, ontkalking)
1 van kalk ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Descalcificar
OntkalkteOntkalkt
OntkapenOntkaapteOntkaapt
OntkennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ontkende, heeft ontkend; ontkenner, ontkenning)
1 meedelen dat iets niet waar is.

In Spaans overeenkomend met: Desmentir
Negar
  sLoochenen
OntkendeOntkend
OntkerstenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontkerstende, is ontkerstend; ontkerstening)
1 (van [[landstreken]], groepen mensen enz.) het christelijke geloof verliezen.

OntkerstendeOntkerstend
OntketenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontketende, heeft ontketend; ontketening)
1 doen beginnen.

In Spaans overeenkomend met: Desencadenar
Lanzar
  sLanceren
Uitschrijven
Van stapel laten lopen
OntketendeOntketend
OntkiemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontkiemde, is ontkiemd; ontkieming)
1 een kiem vormen, beginnen te groeien
2 ontstaan, ontluiken.

In Spaans overeenkomend met: Brotar, Lanzar
  sUitkomen
Uitlopen
OntkiemdeOntkiemd
OntkledenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontkleedde, heeft ontkleed; ontkleding)
1 (formeel) uitkleden
2 van bekleding ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Desnudar
  sUitkleden
OntkleeddeOntkleed
OntkleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontkleurde]], heeft ontkleurd)
1 kleur- en verfstoffen verwijderen uit.

In Spaans overeenkomend met: Decolorar
OntkleurdeOntkleurd
OntknopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontknoopte, heeft ontknoopt; ontknoping)
1 ophelderen, oplossen.

OntknoopteOntknoopt
OntkolenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontkoolde]], heeft ontkoold; ontkoler, ontkoling)
1 ontdoen van koolstof.

OntkooldeOntkoold
OntkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontkwam, is ontkomen aan)
1 erin slagen zich aan iets te onttrekken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontkwam, is ontkomen)
1 ontsnappen aan.

In Spaans overeenkomend met: Evadirse
Escapar, Evadir
Librarse
  sOntduiken
Ontgaan
Ontsnappen
Ontvluchten
Ontwijken
Vrijkomen
Vrijlopen
Zich behoeden
Zich hoeden
OntkwamOntkomen
OntkoppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontkoppelde, heeft ontkoppeld)
1 naar de vrije stand schakelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontkoppelde, heeft ontkoppeld; ontkoppelaar, ontkoppeling)
1 loskoppelen.

OntkoppeldeOntkoppeld
OntkrachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontkrachtte, heeft ontkracht; ontkrachter, ontkrachting)
1 van zijn kracht beroven.

OntkrachtteOntkracht
OntkroezenOntkroesdeOntkroesd
OntkurkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontkurkte, heeft ontkurkt; ontkurker, ontkurking)
1 (een fles, pot enz.) van de kurk ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Destapar
Descorchar
  sOpenen
OntkurkteOntkurkt
OntladenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontlaadde, heeft ontladen; ontlader, ontlading)
1 afladen, lossen
2 (vuurwapens) ontdoen van lading
3 (natuurkunde) van elektrische lading ontdoen.
(wederkerend werkwoord; ontlaadde zich, heeft zich ontladen)
1 zich van spanning, opwinding bevrijden.

In Spaans overeenkomend met: Descargar
  sAfschieten
OntlaaddeOntladen
OntlastenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontlastte, heeft ontlast)
1 ontheffen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontlastte, heeft ontlast; ontlasting)
1 ontdoen van een last, van druk.
(wederkerend werkwoord; ontlastte zich, heeft zich ontlast)
1 (formeel) poepen
2 zich van zijn inhoud ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Desahogar
Desembarazar
Eximir, Eximirse
  sBevrijden
Ontdoen
Ontruimen
Verzachten
Vrijmaken
OntlastteOntlast
OntlatenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ontliet]], heeft ontlaten; ontlating)
1 (van wat hard is) [[zachter]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontliet]], heeft ontlaten)
1 (techniek) (metalen) ontharden.

OntlietOntlaten
OntledenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontleedde, heeft ontleed; ontleder, ontleding)
1 in verschillende delen scheiden
2 de afzonderlijke delen op zichzelf en in betrekking tot elkaar beschouwen
3 analyseren
4 (scheikunde) (samengestelde verbindingen) ontbinden.

In Spaans overeenkomend met: Diseccionar
OntleeddeOntleed
OntlenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontleende, heeft ontleend)
1 overnemen
2 te danken hebben aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontleende, heeft ontleend; ontlener, ontlening)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (van iem.) lenen.

In Spaans overeenkomend met: Extraer, Sacar
  sHozen
Putten
Scheppen
OntleendeOntleend
OntlerenOntleerdeOntleerd
OntlokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontlokte, heeft ontlokt; ontlokker, ontlokking)
1 (een handeling of uitspraak) uitlokken bij iem.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar
  sTappen
Te voorschijn trekken
Trekken
Uithalen
OntlokteOntlokt
OntlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontliep, is ontlopen)
1 ontsnappen aan
2 uiteenlopen, verschillen.

In Spaans overeenkomend met: Eludir
  sOntwijken
OntliepOntlopen
OntluchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontluchtte, heeft ontlucht; ontluchter, ontluchting)
1 van lucht ontdoen.

OntluchtteOntlucht
OntluikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontlook, is ontloken; ontluiking)
1 zich ontsluiten
2 zich ontwikkelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontlook, heeft ontloken)
1 (van bloemen) (de kelk) openen.

In Spaans overeenkomend met: Desabotonar, Nacer
  sGeboren worden
Spruiten
OntlookOntloken
OntluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontluisterde, heeft ontluisterd; ontluistering)
1 van zijn luister beroven.

In Spaans overeenkomend met: Amancillar, EmpaŮar, Mancillar
  sOnteren
OntluisterdeOntluisterd
OntluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontluisde, heeft ontluisd; ontluizer, ontluizing)
1 van luizen en neten reinigen.

OntluisdeOntluisd
OntmaagdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmaagdde, heeft ontmaagd; ontmaagding)
1 (een vrouw) van de maagdelijkheid beroven.

In Spaans overeenkomend met: Desflorar
  sDefloreren
Onteren
Ontwijden
Schenden
OntmaagddeOntmaagd
OntmakenOntmaakteOntmaakt
OntmannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmande, heeft ontmand; ontmanning)
1 (een mens) castreren.

In Spaans overeenkomend met: Castrar
Capar, Emascular
  sCastreren
Snijden
OntmandeOntmand
OntmantelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmantelde, heeft ontmanteld; ontmanteling)
1 ontdoen van essentiŽle delen
2 ontdoen van een omhulsel, bescherming.

In Spaans overeenkomend met: Desguarnecer
OntmanteldeOntmanteld
OntmaskerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmaskerde, heeft ontmaskerd; ontmaskeraar, ontmaskering)
1 van het masker ontdoen
2 in zijn ware gedaante voorstellen.

In Spaans overeenkomend met: Desenmascarar
OntmaskerdeOntmaskerd
OntmastenOntmastteOntmast
OntmengenOntmengdeOntmengd
OntmenselijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ontmenselijkte]], is ontmenselijkt; ontmenselijking)
1 aan menselijkheid verliezen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontmenselijkte]], heeft ontmenselijkt)
1 beroven van het menselijke.

OntmenselijkteOntmenselijkt
OntmijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmijnde, heeft ontmijnd; ontmijning)
1 van mijnen ontdoen.

OntmijndeOntmijnd
OntmoedigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmoedigde, heeft ontmoedigd; ontmoediging)
1 moedeloos, neerslachtig maken.

In Spaans overeenkomend met: Desanimar, Desmoralizar
Abatir
  sDe moed ontnemen
Demoraliseren
Vrees aanjagen
OntmoedigdeOntmoedigd
OntmoetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmoette, heeft ontmoet; ontmoeting)
1 (iemand) toevallig of volgens afspraak vinden
2 (iets) ondervinden
3 (wiskunde) (van lijnen) een punt gemeen hebben met een andere lijn, maar zich slechts aan een zijde van die lijn uitstrekken.

In Spaans overeenkomend met: Afrontarse, Chocar contra, Dar con, Encontrar, Encontrarse con, Topar
Hallar
  sAantreffen
Het hoofd bieden
Tegemoet treden
Tegenkomen
Treffen
OntmoetteOntmoet
OntmommenOntmomdeOntmomd
OntmuggenOntmugdeOntmugd
OntmuntenOntmuntteOntmunt
OntmythologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontmythologiseerde, heeft ontmythologiseerd)
1 van het mythologische karakter ontdoen.

OntmythologiseerdeOntmythologiseerd
OntnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontnam, heeft ontnomen; ontnemer, ontneming)
1 afnemen.

OntnamOntnomen
OntnietenOntnietteOntniet
OntnuchterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontnuchterde, heeft ontnuchterd; ontnuchtering)
1 nuchter maken
2 ontgoochelen door ontdekking van de waarheid.

OntnuchterdeOntnuchterd
OntpachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontpachtte, heeft ontpacht; ontpachting)
1 het pachtrecht afkopen.

OntpachtteOntpacht
OntpakkenOntpakteOntpakt
OntpersenOntpersteOntperst
OntpittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontpitte, heeft ontpit; [[ontpitter]], ontpitting)
1 van de pitten ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Descarozar, Deshuesar
Enuclear
  sUitbenen
OntpitteOntpit
OntploffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontplofte, is ontploft; ontploffing)
1 met een knal uiteenbarsten.

In Spaans overeenkomend met: Saltar
Estallar
  sBarsten
In de lucht springen
Openspringen
OntplofteOntploft
OntplooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontplooide, heeft ontplooid; ontplooier, ontplooiing)
1 ontwikkelen.

In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Desplegar
  sOntwarren
Ontwikkelen
OntplooideOntplooid
OntpoppenOntpopteOntpopt
OntraadselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontraadselde, heeft ontraadseld; ontraadseling)
1 (iets [[raadselachtigs]], [[geheims]]) ontknopen, oplossen.

OntraadseldeOntraadseld
OntradenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontried, heeft ontraden; ontrading)
1 afraden.

In Spaans overeenkomend met: Desaconsejar
  sAfraden
Ontraadde, OntriedOntraden
OntrafelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontrafelde, heeft ontrafeld; ontrafeling)
1 in rafels losmaken
2 doorzien, doorgronden.

OntrafeldeOntrafeld
OntrattenOntratteOntrat
OntregelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontregelde, heeft ontregeld; ontregeling)
1 de regelmaat of regelmatige werking laten verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Desajustar
OntregeldeOntregeld
OntrievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontriefde, heeft ontriefd; ontrieving)
1 (formeel) hinderen.

In Spaans overeenkomend met: Frustrar
  sTeleurstellen
OntriefdeOntriefd
OntroerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ontroerde, heeft ontroerd)
1 (iemand) in het gemoed treffen.

In Spaans overeenkomend met: Emocionar, Emocionarse
Conmover
  sAangrijpen
Bewegen
OntroerdeOntroerd
OntroestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontroestte, heeft ontroest; ontroester, ontroesting)
1 (ijzer) van roest ontdoen.

OntroestteOntroest
OntrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontrolde, heeft ontrold)
1 open rollen.
(wederkerend werkwoord; ontrolde zich, heeft zich ontrold)
1 tentoonspreiden.

In Spaans overeenkomend met: Desenvolver
  sAfrollen
Afwikkelen
Losschroeven
Opendraaien
Openschroeven
Uitrollen
OntroldeOntrold
OntromenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontroomde, heeft ontroomd; ontromer, ontroming)
1 (melk) van de room ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Descremar
Desnatar
  sAfromen
Romen
OntroomdeOntroomd
OntrovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontroofde, heeft ontroofd; ontrover, ontroving)
1 (iets) door roof of diefstal ontnemen.

OntroofdeOntroofd
OntruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontruimde, heeft ontruimd; ontruimer, ontruiming)
1 (ruimte die men inneemt) verlaten
2 een ruimte door de aanwezigen of inwoners doen verlaten.

In Spaans overeenkomend met: Desalojar, Desembarazar, Evacuar
  sBevrijden
Evacueren
Ontdoen
Ontlasten
Vrijmaken
OntruimdeOntruimd
OntrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontrukker, ontrukking)
∂ alleen in verbindingen.

OntrukteOntrukt
OntrustenOntrustteOntrust
OntschepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ontscheepte]], is ontscheept)
1 (in [[BelgiŽ]]) aan land gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontscheepte]], heeft ontscheept; ontscheper, ontscheping)
1 uit het schip of de schepen laten, aan wal brengen.

In Spaans overeenkomend met: Descargar
OntscheepteOntscheept
OntschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontschoot, is ontschoten)
1 uit het geheugen verdwijnen
2 ontvallen, ondoordacht zeggen.

OntschootOntschoten
OntschoeienOntschoeideOntschoeid
OntschorsenOntschorsteOntschorst
OntsierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ontsierde, heeft ontsierd; ontsiering)
1 de schoonheid of [[aantrekkelijkheid]] verminderen van.

In Spaans overeenkomend met: Deslucir
OntsierdeOntsierd
OntslaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontsloeg, heeft ontslagen)
1 vrijlaten uit een dwangpositie, ontheffen van een verplichting enz.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontsloeg, heeft ontslagen)
1 (iemand) niet langer in dienst houden
2 laten gaan.

In Spaans overeenkomend met: Destituir
Despedir, Licenciar
  sAfmonsteren
Naar huis zenden
Ontzetten
Royeren
OntsloegOntslagen
OntslakenOntslaakteOntslaakt
OntslapenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontsliep, is ontslapen)
1 (formeel) sterven.

OntsliepOntslapen
OntslippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontslipte, is ontslipt)
1 slippend losraken
2 ongemerkt ontgaan.

OntslipteOntslipt
OntsluierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontsluierde, heeft ontsluierd; ontsluieraar, ontsluiering)
1 (onbekende feiten) openbaren.

OntsluierdeOntsluierd
OntsluimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontsluimerde, is ontsluimerd)
1 (archaÔsch) ontwaken.

OntsluimerdeOntsluimerd
OntsluipenOntsloopOntslopen
OntsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontsloot, heeft ontsloten; ontsluiter, ontsluiting)
1 openen
2 toegankelijk maken
3 (scheikunde) toegankelijk maken voor chemische reacties.

OntslootOntsloten
OntsmettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontsmette, heeft ontsmet; ontsmetter, ontsmetting)
1 van smetstoffen reinigen.

In Spaans overeenkomend met: Desinfectar
  sDesinfecteren
OntsmetteOntsmet
OntsnappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontsnapte, is ontsnapt)
1 ontkomen aan, erin slagen zich te onttrekken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontsnapte, is ontsnapt; ontsnapping)
1 met succes vluchten
2 naar buiten dringen
3 ongewild uitgesproken worden
4 (sport) snel een voorsprong nemen op de groep.

In Spaans overeenkomend met: Fugarse
Huir
Escaparse, Evadirse
Escapar, Evadir
  sOntduiken
Ontgaan
Ontkomen
Ontvluchten
Ontwijken
Vluchten
OntsnapteOntsnapt
OntspannenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; meer ontspannen, meest ontspannen)
1 verkerend in de toestand dat de spanning opgeheven is.
(wederkerend werkwoord; ontspande zich, heeft zich ontspannen; ontspanning)
1 tot rust komen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ontspande, heeft ontspannen; ontspanning)
1 (wat gespannen is) laten terugveren, de spanning eraf halen of laten gaan
2 door afleiding tot rust brengen.

In Spaans overeenkomend met: Destensar, Distender, Relajar
Descansar
  sSlapen
OntspandeOntspannen
OntsparenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontspaarde, heeft ontspaard; ontsparing)
1 meer spaargeld opnemen dan inleggen.

OntspaardeOntspaard
OntspiegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontspiegelde, heeft ontspiegeld; ontspiegeling)
1 ontdoen van spiegeling.

OntspiegeldeOntspiegeld
OntspinnenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[ontspon]] zich, heeft zich ontsponnen)
1 gaandeweg ontstaan.

OntsponOntsponnen
OntsporenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontspoorde, is ontspoord; ontsporing)
1 uit de rails raken
2 mislukken, zich vergalopperen.

In Spaans overeenkomend met: Descarrilar
  sUit de rails lopen
OntspoordeOntspoord
OntspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontsprong, is ontsprongen)
1 zijn oorsprong hebben.

In Spaans overeenkomend met: Surtir
  sOpwellen
Tevoorschijn komen
OntsprongOntsprongen
OntspruitenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontsproot, is ontsproten)
1 voortkomen uit, afkomstig zijn van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontsproot, is ontsproten)
1 uitspruiten.

In Spaans overeenkomend met: Originarse, Proceder
  sAfkomstig zijn
Afstammen
Het gevolg zijn van
Voortkomen
OntsprootOntsproten
OntstaanALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 begin van het bestaan van iets.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontstond, is ontstaan)
1 beginnen te bestaan, zijn oorsprong nemen.

In Spaans overeenkomend met: Darse
Nacer
Suscitarse
  sGroeien
OntstondOntstaan
OntstekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontstak, is ontstoken)
1 ontbranden in.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontstak, is ontstoken)
1 geÔnfecteerd raken.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontstak, heeft ontstoken; ontsteking)
1 doen ontbranden.

In Spaans overeenkomend met: Encender
  sAanmaken
Doen ontbranden
Stoken
OntstakOntstoken
OntstelenIn de betekenis van: Door stelen ontnemen

OntstalOntstolen
OntstelenIn de betekenis van: De steel van iets verwijderen

OntsteeldeOntsteeld
OntstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontstelde, heeft ontsteld)
1 (iemand) doen schrikken, van streek brengen.

In Spaans overeenkomend met: Consternar
  sOnthutsen
Ontzetten
Verbijsteren
Verbluffen
OntsteldeOntsteld
OntstemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontstemde, heeft ontstemd)
1 (iemand) lichtelijk ergeren.

In Spaans overeenkomend met: Desafinar, Desafinarse
OntstemdeOntstemd
OntstichtenIn Spaans overeenkomend met: Dar mal ejemplo, Escandalizar
OntstichtteOntsticht
OntstijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontsteeg, is ontstegen; ontstijging)
1 (formeel) zich verheffen boven.

OntsteegOntstegen
OntstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontstopte, heeft ontstopt; ontstopper, ontstopping)
1 (een verstopte ruimte of opening) vrijmaken.

OntstopteOntstopt
OntstorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontstoorde, heeft ontstoord; ontstoring)
1 (een machine, [[motor]] enz.) vrijmaken van storing op elektronische apparatuur.

OntstoordeOntstoord
OntstrijdenOntstreedOntstreden
OntstrikkenOntstrikteOntstrikt
OnttakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[onttakelde]], heeft onttakeld; onttakeling)
1 (een schip) aftuigen.

OnttakeldeOnttakeld
OnttoverenOnttoverdeOnttoverd
OnttrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onttrok, heeft onttrokken; onttrekking)
1 (scheikunde) uit iets anders afscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Apartar, Contener, Detener
  sAfhouden
Onthouden
Weghouden
OnttrokOnttrokken
OnttronenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onttroonde, heeft onttroond; onttroning)
1 (iemand) uit een belangrijke positie verdrijven.

In Spaans overeenkomend met: Destituir
  sAfzetten
Van de troon stoten
OnttroondeOnttroond
OnttuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; onttuigde, heeft onttuigd)
1 (scheepvaart) van de tuigage ontdoen.

OnttuigdeOnttuigd
OntvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontviel, is ontvallen)
1 weggenomen worden door de dood
2 ondoordacht geuit worden.

OntvielOntvallen
OntvangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontving, heeft ontvangen)
1 (ook absoluut) (iemand) op bezoek krijgen
2 in het bezit of genot gesteld worden van
3 (een signaal) opvangen op een [[radio-]] of tv-toestel.

In Spaans overeenkomend met: Percibir
Aceptar, Acoger, Admitir, Caber, Tomar
Cobrar, Embolsar, Recaudar ((belasting, premie),(impuestos))
Concebir
Obtener, Recibir
  sAannemen
Accepteren
Genieten
Innen
Krijgen
Opnemen
Opvangen
Toelaten
Toucheren
Verdienen
Zwanger worden
OntvingOntvangen
OntvarenOntvaarde, OntvoerOntvaren
OntveinzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontveinsde, heeft ontveinsd; ontveinzing)
1 door te veinzen als niet-bestaand doen voorkomen.

In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar
  sVerbergen
Verhelen
Verschuilen
Verstoppen
OntveinsdeOntveinsd
OntvellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvelde, heeft ontveld; ontvelling)
1 van het vel ontdoen.

OntveldeOntveld
OntvettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvette, heeft ontvet; ontvetting)
1 van vetdelen ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Desgrasar
  sDegraiseren
Van vet ontdoen
OntvetteOntvet
OntvlammenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontvlamde, is ontvlamd)
1 plotseling in een bepaalde gemoedstoestand raken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontvlamde, is ontvlamd; ontvlamming)
1 ontbranden.

In Spaans overeenkomend met: Inflamarse
  sOntbranden
Vuur vatten
OntvlamdeOntvlamd
OntvlechtenOntvlochtOntvlochten
OntvlekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvlekte, heeft ontvlekt; ontvlekker, ontvlekking)
1 van vlekken reinigen.

OntvlekteOntvlekt
OntvlezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvleesde, heeft ontvleesd)
1 van vlees ontdoen.

OntvleesdeOntvleesd
OntvliedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontvlood, is ontvloden)
1 (archaÔsch) ontvluchten, ontwijken.

OntvloodOntvloden
OntvliegenOntvloogOntvlogen
OntvloeienOntvloeideOntvloeid
OntvlokkenOntvlokteOntvlokt
OntvluchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontvluchtte, is ontvlucht; ontvluchting)
1 vluchten voor, ontsnappen.

In Spaans overeenkomend met: Evadirse
Evadir
  sOntduiken
Ontkomen
Ontsnappen
Ontwijken
OntvluchtteOntvlucht
OntvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvoerde, heeft ontvoerd; ontvoerder, ontvoering)
1 (iemand) onder dwang meenemen.

In Spaans overeenkomend met: Raptar, Secuestrar
  sGijzelen
OntvoerdeOntvoerd
OntvolgenOntvolgdeOntvolgd
OntvolkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontvolkte, is ontvolkt)
1 (van gebieden, steden e.d.) minder inwoners krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvolkte, heeft ontvolkt; ontvolking)
1 (gebieden, steden e.d.) van bevolking ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Despoblar
OntvolkteOntvolkt
OntvonkenOntvonkteOntvonkt
OntvoogdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontvoogdde]], heeft ontvoogd; ontvoogding)
1 ontheffen van het voogdijschap
2 (in [[BelgiŽ]]) een minderjarige vrijstellen van de voogdij
3 (een volk) van vreemde overheersing bevrijden.

In Spaans overeenkomend met: Emancipar
  sEmanciperen
Mondig verklaren
OntvoogddeOntvoogd
OntvouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvouwde, heeft ontvouwd/ontvouwen; ontvouwer, ontvouwing)
1 uiteenzetten, toelichten
2 openvouwen.

In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Extender, Tender
  sSpreiden
Uitspreiden
OntvouwdeOntvouwd, Ontvouwen
OntvreemdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontvreemdde, heeft ontvreemd; ontvreemding)
1 (iets) stelen.

In Spaans overeenkomend met: Hurtar, Sustraer
  sGappen
Stelen
OntvreemddeOntvreemd
OntvriendenOntvrienddeOntvriend
OntvriezenOntvroorOntvroren
OntwaardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[ontwaardde]], is ontwaard; ontwaarding)
1 waarde verliezen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontwaardde]], heeft ontwaard; ontwaarding)
1 van waarde beroven.

OntwaarddeOntwaard
OntwakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontwaakte, is ontwaakt; ontwaking)
1 wakker worden uit de slaap
2 tot zeker besef komen.

In Spaans overeenkomend met: Despertarse
  sWakker worden
OntwaakteOntwaakt
OntwapenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ontwapende, heeft ontwapend; ontwapening)
1 (iem., een leger enz.) van bewapening ontdoen
2 weerloos maken.

In Spaans overeenkomend met: Desarmar
OntwapendeOntwapend
OntwarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontwaarde]], heeft ontwaard)
1 beginnen te zien.

In Spaans overeenkomend met: Distinguir, Vislumbrar
  sBespeuren
Doorschemeren
In de smiezen krijgen
In het oog krijgen
Oppervlakkig leren kennen
OntwaardeOntwaard
OntwarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwarde, heeft ontward; ontwarring)
1 uit elkaar halen (wat dooreen is geraakt)
2 tot oplossing brengen.

In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Desplegar
  sOntplooien
Ontwikkelen
OntwardeOntward
OntwassenOntwiesOntwassen
OntwaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwaterde, heeft ontwaterd; ontwatering)
1 ontdoen van het overtollige water.

OntwaterdeOntwaterd
OntweienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontweide]], heeft ontweid)
1 (wild, vis enz.) ontdoen van de ingewanden.

In Spaans overeenkomend met: Achurar
Eviscerar
OntweideOntweid
OntweldigenOntweldigdeOntweldigd
OntwellenOntweldeOntweld
OntwennenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontwende, is ontwend; ontwenning)
1 de gewendheid aan iets verliezen.

OntwendeOntwend
OntwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwierp, heeft ontworpen; ontwerper)
1 (iets) bedenken en uitwerken op papier.

In Spaans overeenkomend met: DiseŮar
Proyectar, Tramar, Urdir
Abocetar, Bosquejar, Esbozar
  sBeramen
Plannen
Schetsen
Uitstippelen
OntwierpOntworpen
OntwijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwijdde, heeft ontwijd; ontwijder, ontwijding)
1 (iets [[heiligs]]) schenden.

In Spaans overeenkomend met: Desflorar
Profanar
  sDefloreren
Onteren
Ontheiligen
Ontmaagden
Profaneren
Schenden
Verontheiligen
OntwijddeOntwijd
OntwijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontweek, heeft ontweken)
1 voor iets of iemand uit de weg gaan, om een botsing te voorkomen
2 een confrontatie met iemand of iets proberen te voorkomen.

In Spaans overeenkomend met: Eludir
Evadirse
Esquivar, Evadir
Evitar, Rehuir
  sMijden
Omzeilen
Ontduiken
Ontkomen
Ontlopen
Ontsnappen
Ontvluchten
Uit de weg gaan
Vermijden
OntweekOntweken
OntwikkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwikkelde, heeft ontwikkeld; ontwikkelaar, ontwikkeling)
1 uitbreiden, verbeteren, doen groeien
2 ontwerpen en uitvoeren op basis van onderzoek
3 (fotografie) (het latente beeld in een [[lichtgevoelig]] materiaal) omzetten in een zichtbare afbeelding.
(wederkerend werkwoord; ontwikkelde zich, heeft zich ontwikkeld)
1 tot volle wasdom komen
2 geleidelijk ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Desenvolver, Desplegar
Elaborar
Desarrollar
Revelar
  sOnthullen
Ontplooien
Ontwarren
Openbaren
Uitwerken
OntwikkeldeOntwikkeld
OntwindenOntwondOntwonden
OntwoekerenOntwoekerdeOntwoekerd
OntwormenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwormde, heeft ontwormd; ontwormer, ontworming)
1 (een dier, persoon) vrijmaken van ingewandswormen.

OntwormdeOntwormd
OntworstelenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[ontworstelde]] zich, heeft zich ontworsteld)
1 zich met veel moeite ontdoen van.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontworstelde]], heeft ontworsteld; ontworsteling)
1 door zware inspanning ontnemen.

OntworsteldeOntworsteld
OntwortelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwortelde, heeft ontworteld; ontworteling)
1 (een plant) met wortel en al uit de grond rukken.

In Spaans overeenkomend met: Desarraigar
OntworteldeOntworteld
OntwrichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontwrichtte, heeft ontwricht; ontwrichting)
1 (ledematen) losmaken uit hun gewricht
2 uit zijn verband rukken.

In Spaans overeenkomend met: Desarticular
Desquiciar
  sOmverhalen
Ondersteboven keren
Verrekken
Verstuiken
OntwrichtteOntwricht
OntwringenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ontwrong]], heeft ontwrongen)
1 (iets) met geweld afnemen
2 (iets) met veel moeite uit iets verkrijgen.

OntwrongOntwrongen
OntwurmenOntwurmdeOntwurmd
OntzadelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzadelde, heeft ontzadeld)
1 afzadelen.

OntzadeldeOntzadeld
OntzegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzegelde, heeft ontzegeld; ontzegeling)
1 (wat verzegeld is) van het zegel of van de zegels ontdoen.

OntzegeldeOntzegeld
OntzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzegde/ontzei, heeft ontzegd; ontzegging)
1 weigeren iemand (iets) te geven of toe te staan.
(wederkerend werkwoord; ontzegde zich/ontzei zich, heeft zich ontzegd)
1 afzien van.

Ontzegde, OntzeiOntzegd
OntzeilenOntzeildeOntzeild
OntzenuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzenuwde, heeft ontzenuwd; ontzenuwing)
1 ([[argumentatie]], beschuldigingen) afdoende weerleggen.

In Spaans overeenkomend met: Marcir, Marchitar, Mustiar
Refutar
  sVerzwakken
Weerleggen
OntzenuwdeOntzenuwd
OntzettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ontzette, heeft ontzet)
1 (iemand) de genoemde waardigheid, functie enz. ontnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzette, heeft ontzet)
1 van [[belegeraars]] bevrijden
2 hevig doen schrikken.

In Spaans overeenkomend met: Desbloquear
Destituir
Consternar
  sOnthutsen
Ontslaan
Ontstellen
Royeren
Verbijsteren
Verbluffen
OntzetteOntzet
OntzielenOntzieldeOntzield
OntzienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzag, heeft ontzien)
1 zo voorzichtig mogelijk behandelen.

In Spaans overeenkomend met: Dignarse, Ser indulgente
Acatar
  sEerbiedigen
Hoogachten
Sparen
Toegeeflijk zijn voor
Vereren
Zich laten vermurwen
OntzagOntzien
OntziltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontziltte, is ontzilt; ontzilting)
1 het zout verliezen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontziltte, heeft ontzilt)
1 (de bodem) van zout ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Desalinizar
OntziltteOntzilt
OntzinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontzonk, is ontzonken; ontzinking)
1 (van gemoedstoestanden) verloren gaan.

OntzonkOntzonken
OntzinnenOntzinde, OntzonOntzonnen
OntzippenOntzipteOntzipt
OntzoutenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzoutte, heeft ontzout; ontzouting)
1 ontzilten.

In Spaans overeenkomend met: Desalar
OntzoutteOntzout
OntzuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ontzuilde, is ontzuild; ontzuiling)
1 de opsplitsing in allerlei kerkelijk-politieke [[belangengroepen]] kwijtraken.
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzuilde, heeft ontzuild)
1 de verzuiling opheffen.

OntzuildeOntzuild
OntzurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontzuurde, heeft ontzuurd; ontzuring)
1 van zuren ontdoen.

OntzuurdeOntzuurd
OntzwachtelenOntzwachteldeOntzwachteld
OntzwavelenOntzwaveldeOntzwaveld
OntzwellenOntzwolOntzwollen
OnwerenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; onweerde, heeft geonweerd)
1 donderen en bliksemen.

OnweerdeGeonweerd
OogstenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; oogstte, heeft geoogst)
1 (ook absoluut) de oogst binnenhalen van (een gewas)
2 (succes, roem, bijval e.d.) verwerven.

In Spaans overeenkomend met: Coleccionar
Cosechar, Recolectar
  sCollecteren
Innen
Inzamelen
Plukken
Rapen
OogstteGeoogst
OordelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; oordeelde, heeft geoordeeld)
1 een oordeel, een vonnis wijzen
2 door redeneren tot een gevolgtrekking komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; oordeelde, heeft geoordeeld)
1 een oordeel, een mening hebben over.

In Spaans overeenkomend met: Juzgar
  sBerechten
Rechtspreken
Veroordelen
Vonnissen
OordeeldeGeoordeeld
OorlogenOorloogdeGeoorloogd
OorlogvoerenIn Spaans overeenkomend met: Militar
  sStrijden
Voerde oorlogOorloggevoerd
OormerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; oormerkte, heeft geoormerkt)
1 van een oormerk voorzien
2 aan de beschikbaarstelling van een som geld een bepaalde bestemming verbinden.

OormerkteGeoormerkt
OpbaggerenIn Spaans overeenkomend met: Dragar
  sBaggeren
Uitbaggeren
Baggerde opOpgebaggerd
OpbakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bakte op, heeft opgebakken)
1 (alles wat gebakken moet worden) bakken
2 door bakken opnieuw gereed maken voor consumptie.

Bakte opOpgebakken
OpbarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; baarde op, heeft opgebaard; opbaring)
1 ([[iemands]] lijk) op een baar leggen.

Baarde opOpgebaard
OpbellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; belde op, heeft opgebeld)
1 telefoneren naar (iemand).

In Spaans overeenkomend met: Llamar, Llamar por telťfono, Telefonear
  sTelefoneren
Belde opOpgebeld
OpbergenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; borg op, heeft opgeborgen; opberger, opberging)
1 in een ruimte plaatsen om te bewaren.

In Spaans overeenkomend met: Guardar
Borg opOpgeborgen
OpbeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; beurde op, heeft opgebeurd)
1 (ook absoluut) (iemand) uit zijn [[moedeloosheid]] opheffen
2 optillen.

In Spaans overeenkomend met: Reconfortar
  sSterken
Versterken
Vertroosten
Beurde opOpgebeurd
OpbiechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; biechtte op, heeft opgebiecht)
1 bekennen, zeggen wat men weet of denkt.

In Spaans overeenkomend met: Confesar, Confesarse
Biechtte opOpgebiecht
OpbiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bood op, heeft opgeboden; opbieder, opbieding)
1 bij veilingen een hoger bod doen dan zijn voorganger.

Bood opOpgeboden
OpbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bond op, heeft opgebonden; opbinder, opbinding)
1 naar boven omslaan en daar vastbinden
2 tot steun aan iets vastbinden
3 samenbinden.

In Spaans overeenkomend met: Bridar, Embridar
  sBrideren
Bond opOpgebonden
OpblazenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blies op, heeft opgeblazen)
1 doen ontploffen
2 doen opzwellen door er lucht in te blazen
3 overdrijven
4 (een elektrisch apparaat) stukmaken door het op een te sterke energiebron aan te sluiten.

In Spaans overeenkomend met: Inflar
  sDoen zwellen
Oppompen
Blies opOpgeblazen
OpblekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleekte op, is opgebleekt)
1 bleker worden.

Bleekte opOpgebleekt
OpblijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef op, is opgebleven)
1 niet naar bed gaan.

Bleef opOpgebleven
OpblinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blonk op, heeft opgeblonken)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) oppoetsen.

Blonk opOpgeblonken
OpbloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bloeide op, is opgebloeid)
1 tot nieuwe ontwikkeling komen.

Bloeide opOpgebloeid
OpbobbelenBobbelde opOpgebobbeld
OpboeienBoeide opOpgeboeid
OpboenenBoende opOpgeboend
OpboksenBokste opOpgebokst
OpbollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bolde op, is opgebold; opbolling)
1 bol worden, rond gaan staan.

Bolde opOpgebold
OpbomenBoomde opOpgeboomd
OpborenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boorde op, heeft opgeboord; opboring)
1 (een geboorde opening) [[wijder]] maken
2 bij een grondboring naar boven brengen.

Boorde opOpgeboord
OpborrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; borrelde op, is opgeborreld; opborreling)
1 borrelend naar boven komen.

In Spaans overeenkomend met: Borbollar
Borrelde opOpgeborreld
OpborstelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; borstelde op, heeft opgeborsteld)
1 omhoog borstelen
2 met een borstel schoonmaken.

Borstelde opOpgeborsteld
OpbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bouwde op, heeft opgebouwd)
1 al bouwend in elkaar zetten
2 langzaam tot stand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Carpintear
  sBouwen
Timmeren
Bouwde opOpgebouwd
OpbradenBraadde opOpgebraden
OpbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brandde op, is opgebrand)
1 geheel en al verbranden
2 uitgeput raken.
([[overgankelijk]] werkwoord; brandde op, heeft opgebrand)
1 door branden verbruiken.

Brandde opOpgebrand
OpbrassenBraste opOpgebrast
OpbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; opbreker, opbreking)
1 (brak op, is opgebroken) weggaan
2 (brak op, heeft/is opgebroken) zich wreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; brak op, heeft opgebroken)
1 uit elkaar nemen en verplaatsen
2 openbreken, losbreken.

Brak opOpgebroken
OpbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht op, heeft opgebracht; opbrenger, opbrenging)
1 opleveren, voortbrengen
2 de moed opvatten iets te doen of enthousiasme, interesse e.d. te tonen
3 (iemand) als gevangene naar het [[politiebureau]] brengen
4 (sport) (de bal) vanuit de achterhoede naar voren brengen
5 (een laag) aanbrengen op een oppervlak.

In Spaans overeenkomend met: Dar
Producir
Poner, Sobreponer
  sAandoen
Aangeven
Aantrekken
Afwerpen
Geven
Opleggen
Opleveren
Toebrengen
Toekennen
Verlenen
Voortbrengen
Bracht opOpgebracht
OpbruisenBruiste opOpgebruist
OpcommanderenCommandeerde opOpgecommandeerd
OpdagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; daagde op, is opgedaagd)
1 verschijnen.

In Spaans overeenkomend met: Aparecer
  sOpdraven
Te voorschijn komen
Uitkomen
Verschijnen
Daagde opOpgedaagd
OpdekkenDekte opOpgedekt
OpdelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deelde op, heeft opgedeeld; opdeler, opdeling)
1 geheel verdelen.

Deelde opOpgedeeld
OpdelvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dolf op, heeft opgedolven)
1 door graven tevoorschijn halen
2 met moeite tevoorschijn brengen.

Delfde op, Dolf opOpgedolven
OpdienenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; diende op, heeft opgediend)
1 (het eten) op tafel brengen.

In Spaans overeenkomend met: Servir
  sAankaarten
Serveren
Diende opOpgediend
OpdiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diepte op, heeft opgediept; opdieping)
1 uit de diepte naar boven brengen
2 met moeite opsporen of zich verschaffen
3 dieper maken.

Diepte opOpgediept
OpdirkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dirkte op, heeft opgedirkt; opdirking)
1 ([[pejoratief]]) zonder smaak versieren
2 (scheepvaart) met [[dirken]] hijsen.

Dirkte opOpgedirkt
OpdissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[diste]] op, heeft opgedist; opdisser, opdissing)
1 (wat ongeloofwaardig is of dient om te misleiden) vertellen
2 op tafel zetten.

Diste opOpgedist
OpdoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; doekte op, heeft opgedoekt)
1 (informeel) buiten gebruik stellen
2 (een zeil, een vlag) samenvouwen en bijeenbinden.

In Spaans overeenkomend met: Eliminar
  sAfschaffen
Elimineren
Uitmaken
Verwijderen
Wegdoen
Doekte opOpgedoekt
OpdoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doemde op, is opgedoemd)
1 tevoorschijn komen, zichtbaar worden.

Doemde opOpgedoemd
OpdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed op, heeft opgedaan)
1 (ook absoluut) (het eten) opdienen
2 (abstracte zaken) verkrijgen, verwerven
3 zich door [[onvoorzichtigheid]] of moedwil op de hals halen
4 op het hoofd zetten
5 (in [[BelgiŽ]]) (geld) opmaken.

In Spaans overeenkomend met: Ponerse
  sAandoen
Deed opOpgedaan
OpdoffenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; dofte zich op, heeft zich opgedoft)
1 zich overdreven opmaken, mooi maken.

Dofte opOpgedoft
OpdokkenDokte opOpgedokt
OpdonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; donderde op, is opgedonderd)
1 (grof) weggaan.

Donderde opOpgedonderd
OpdouwenDouwde opOpgedouwd
OpdraaienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; draaide op, is opgedraaid)
1 verantwoordelijk gesteld worden voor.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide op, heeft opgedraaid)
1 opwinden.

In Spaans overeenkomend met: Apechugar
Apencar
Draaide opOpgedraaid
OpdragenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; droeg op, heeft opgedragen)
1 aan iemand aanbieden als eerbewijs.
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg op, heeft opgedragen)
1 heiligen, toewijden
2 iemand dwingend vragen (iets te doen)
3 (iets) zo lang dragen tot het geheel versleten is.

In Spaans overeenkomend met: Celebrar, Festejar
Dedicar
Comisionar, Encargar, Encomendar
Cometer
  sBelasten met
Celebreren
Opdracht geven
Opdragen aan
Spenderen
Toevertrouwen
Toewijden
Vieren
Droeg opOpgedragen
OpdravenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draafde op, is opgedraafd)
1 komen op verzoek of op bevel.
([[overgankelijk]] werkwoord; draafde op, heeft opgedraafd)
1 (een paard) voor laten draven om te beoordelen.

In Spaans overeenkomend met: Aparecer
  sOpdagen
Te voorschijn komen
Uitkomen
Verschijnen
Draafde opOpgedraafd
OpdreggenDregde opOpgedregd
OpdreunenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dreunde op, heeft opgedreund)
1 op eentonige wijze opzeggen, voorlezen enz.

Dreunde opOpgedreund
OpdrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef op, heeft opgedreven)
1 vooruit drijven, vooruit doen gaan
2 op een overdreven of onnatuurlijke wijze laten stijgen.

In Spaans overeenkomend met: Montear ((jacht))
  sJagen
Dreef opOpgedreven
OpdringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong op, is opgedrongen; [[opdringer]], opdringing)
1 dringend zich in een bepaalde richting begeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; drong op, heeft opgedrongen)
1 iemand tegen zijn zin (iets) doen aannemen.
(wederkerend werkwoord; drong zich op, heeft zich opgedrongen)
1 (van herinneringen, gedachten) met kracht oprijzen, voor de verbeelding komen
2 (van personen) met alle middelen [[iemands]] gezelschap of genegenheid zoeken.

In Spaans overeenkomend met: ConstreŮir, Imponer, Obligar
  sForceren
Opleggen
Drong opOpgedrongen
OpdrinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dronk op, heeft opgedronken)
1 drinkend geheel tot zich nemen
2 door drinken opmaken.

In Spaans overeenkomend met: Apurar
Beberse
  sLeegdrinken
Opmaken
Uitdrinken
Dronk opOpgedronken
OpdrogenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droogde op, is opgedroogd; opdroging)
1 droog worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; droogde op, heeft opgedroogd)
1 droogmaken.

Droogde opOpgedroogd
OpdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte op, heeft opgedrukt; opdrukking)
1 door drukken op iets brengen.
(wederkerend werkwoord; drukte zich op, heeft zich opgedrukt)
1 zich met de armen uit liggende houding oprichten, als lichaamsoefening.

Drukte opOpgedrukt
OpduikelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duikelde op, heeft opgeduikeld)
1 (informeel) bij toeval vinden.

Duikelde opOpgeduikeld
OpduikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dook op, is opgedoken)
1 uit het water omhoogkomen
2 (informeel) onverwachts verschijnen, zich onverwachts voordoen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dook op, heeft opgedoken)
1 door duiken naar boven brengen
2 (informeel) opduikelen.

Dook opOpgedoken
OpduvelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duvelde op, is opgeduveld)
1 (informeel) weggaan.

Duvelde opOpgeduveld
OpduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde op, heeft opgeduwd; opduwer, opduwing)
1 door duwen omhoog doen gaan
2 voor zich uit duwen.

In Spaans overeenkomend met: Propulsar
  sStuwen
Voortstuwen
Duwde opOpgeduwd
OpdwarrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwarrelde op, is opgedwarreld)
1 dwarrelend omhooggaan.

Dwarrelde opOpgedwarreld
OpdweilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dweilde op, heeft opgedweild)
1 dweilend wegnemen.

Dweilde opOpgedweild
OpeendringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong opeen, is opeengedrongen)
1 dicht op elkaar in gaan.

In Spaans overeenkomend met: Agolparse
  sSamendrommen
Drong opeenOpeengedrongen
OpeenhopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hoopte opeen, heeft opeengehoopt; opeenhoping)
1 tot een hoop opstapelen.

In Spaans overeenkomend met: Acopiar
Acumular, Reunir
  sAccumuleren
Opeenstapelen
Ophopen
Opstapelen
Stapelen
Hoopte opeenOpeengehoopt
OpeenklemmenKlemde opeenOpeengeklemd
OpeenstapelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stapelde opeen, heeft opeengestapeld; opeenstapeling)
1 tot een hoge stapel maken.

In Spaans overeenkomend met: Acumular, Reunir
  sOpeenhopen
Ophopen
Opstapelen
Stapelen
Stapelde opeenOpeengestapeld
OpeenvolgenVolgde opeenOpeengevolgd
OpeisenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; eiste op, heeft opgeŽist; opeiser, opeising)
1 eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven.

In Spaans overeenkomend met: Exigir
  sEisen
Rekenen
Vereisen
Vergen
Voorschrijven
Vorderen
Eiste opOpgeŽist
OpenbarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; openbaarde, heeft geopenbaard; openbaring)
1 bekend of zichtbaar doen worden.
(wederkerend werkwoord; openbaarde zich, heeft zich geopenbaard)
1 bekend worden.

In Spaans overeenkomend met: Revelar
  sOnthullen
Ontwikkelen
OpenbaardeGeopenbaard
OpenbarstenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; barstte open, is opengebarsten; openbarsting)
1 al barstende opengaan.

In Spaans overeenkomend met: Estallar, Reventar
  sBarsten
Bersten
Openbersten
Scheuren
Springen
Barstte openOpengebarsten
OpenberstenIn Spaans overeenkomend met: Estallar, Reventar
  sBarsten
Bersten
Openbarsten
Scheuren
Springen
Berstte open, Borst openOpengeborsten
OpenblijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef open, is opengebleven)
1 niet gesloten worden.

Bleef openOpengebleven
OpenbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; brak open, is opengebroken; openbreker, openbreking)
1 al brekend opengaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; brak open, heeft opengebroken)
1 door breken met geweld openmaken
2 voortijdig wijzigingen aanbrengen in.

Brak openOpengebroken
OpenbuigenBoog openOpengebogen
OpendoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; deed open, heeft opengedaan)
1 openen door het genoemde weg te schuiven of te draaien.

In Spaans overeenkomend met: Abrir
  sOpenen
Openmaken
Deed openOpengedaan
OpendraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide open, is opengedraaid)
1 draaiend opengaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide open, heeft opengedraaid)
1 draaiend openmaken.

  sAfrollen
Afwikkelen
Losschroeven
Ontrollen
Openschroeven
Draaide openOpengedraaid
OpenduwenDuwde openOpengeduwd
OpenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; opende, heeft geopend; opener, opening)
1 beginnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; opende, heeft geopend)
1 (ook absoluut) laten beginnen, in bedrijf brengen
2 ontsluiten, openmaken wat afsluit of wat gesloten is
3 openstellen, toegankelijk maken.
(wederkerend werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Destapar
Encabezar ((lijst, inschrijving),(lista, inscripciůn))
Abrir
  sBeginnen
Ontkurken
Opendoen
Openmaken
OpendeGeopend
OpengaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging open, is opengegaan)
1 open, ontsloten raken.

Ging openOpengegaan
OpengooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide open, heeft opengegooid)
1 met kracht openmaken.

Gooide openOpengegooid
OpenhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde open, heeft opengehaald)
1 al trekkend, door aan iets te blijven hangen, een opening maken in.

Haalde openOpengehaald
OpenhangenHing openOpengehangen
OpenhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield open, heeft opengehouden)
1 zorgen dat (iets) niet dichtgaat of gesloten wordt
2 vrijhouden.

In Spaans overeenkomend met: Conservar, Reservar
  sBespreken
Bestellen
Boeken
Reserveren
Vrijhouden
Hield openOpengehouden
OpenknippenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knipte open, heeft opengeknipt)
1 met een schaar openmaken.

Knipte openOpengeknipt
OpenknopenKnoopte openOpengeknoopt
OpenkrabbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; krabde open, heeft opengekrabd)
1 door krabben openmaken.

In Spaans overeenkomend met: AraŮar
  sSchrammen
Krabde openOpengekrabd
OpenlatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet open, heeft opengelaten)
1 geopend laten
2 leeg laten.

Liet openOpengelaten
OpenleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde open, heeft opengelegd; openlegging)
1 zo leggen dat het geopend is
2 toegankelijk maken.

Legde openOpengelegd
OpenliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag open, heeft opengelegen)
1 open, onbedekt liggen.

Lag openOpengelegen
OpenmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte open, heeft opengemaakt)
1 zo openen dat er in het genoemde een opening ontstaat.

In Spaans overeenkomend met: Abrir, Desabrochar
  sOpendoen
Openen
Openvouwen
Maakte openOpengemaakt
OpenpeuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; peuterde open, heeft opengepeuterd)
1 al peuterend, met de vingers of met een klein werktuig openmaken.

Peuterde openOpengepeuterd
OpenprikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prikte open, heeft opengeprikt)
1 door prikken openen.

Prikte openOpengeprikt
OpenrijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reet open, heeft opengereten)
1 openscheuren.

Reet openOpengereten
OpenrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rukte open, heeft opengerukt)
1 met kracht opentrekken.

Rukte openOpengerukt
OpenscheurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheurde open, is opengescheurd)
1 al scheurend opengaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; scheurde open, heeft opengescheurd)
1 door scheuren openmaken.

Scheurde openOpengescheurd
OpenschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot open, is opengeschoten)
1 plotseling opengaan.

Schoot openOpengeschoten
OpenschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoof open, is opengeschoven)
1 schuivend opengaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof open, heeft opengeschoven)
1 door schuiven openmaken.

Schoof openOpengeschoven
OpenslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg open, heeft opengeslagen)
1 openleggen
2 door slaan openmaken.

Sloeg openOpengeslagen
OpensmijtenSmeet openOpengesmeten
OpensnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed open, heeft opengesneden)
1 door snijden openmaken.

In Spaans overeenkomend met: Sajar
  sInsnijden
Sneed openOpengesneden
OpenspalkenSpalkte openOpengespalkt
OpensperrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sperde open, heeft opengesperd)
1 wijd uit elkaar doen, zodat een grote opening ontstaat.

Sperde openOpengesperd
OpensplijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; spleet open, is opengespleten; opensplijting)
1 al splijtend opengaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; spleet open, heeft opengespleten)
1 door splijten openmaken.

Spleet openOpengespleten
OpenspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong open, is opengesprongen)
1 plotseling opengaan.

In Spaans overeenkomend met: Saltar
  sBarsten
In de lucht springen
Ontploffen
Sprong openOpengesprongen
OpenstaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stond open, heeft opengestaan)
1 bereid zijn om te luisteren naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond open, heeft opengestaan)
1 niet dicht zijn
2 (van een rekening) niet voldaan zijn
3 vrij, vacant zijn.

In Spaans overeenkomend met: Estar libre, Estar vacante
  sVacant zijn
Vaceren
Stond openOpengestaan
OpenstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde open, heeft opengesteld; openstelling)
1 toegankelijk maken.

Stelde openOpengesteld
OpentrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte open, heeft opengetrapt)
1 openmaken door ertegen te trappen.

Trapte openOpengetrapt
OpentrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok open, heeft opengetrokken)
1 al trekkend openmaken.

Trok openOpengetrokken
OpenvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel open, is opengevallen)
1 al vallend opengaan
2 onbezet raken.
([[overgankelijk]] werkwoord; viel open, heeft opengevallen)
1 door vallen verwonden.

Viel openOpengevallen
OpenvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog open, is opengevlogen)
1 plotseling en snel opengaan.

Vloog openOpengevlogen
OpenvouwenIn Spaans overeenkomend met: Desabrochar
  sOpenmaken
Vouwde openOpengevouwen
OpenwerkenWerkte openOpengewerkt
OpenwerpenWierp openOpengeworpen
OpenzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette open, heeft opengezet)
1 opendoen en open laten staan.

Zette openOpengezet
OpenzwaaienZwaaide openOpengezwaaid
OperationaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; operationaliseerde, heeft geoperationaliseerd; operationalisering)
1 gereedmaken voor gebruik, in gebruik nemen.

OperationaliseerdeGeoperationaliseerd
OpererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; opereerde, heeft geopereerd)
1 te werk gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; opereerde, heeft geopereerd)
1 (geneeskunde) een operatie verrichten op.

In Spaans overeenkomend met: Operar
OpereerdeGeopereerd
OpetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; at op, heeft opgegeten)
1 opmaken door te eten
2 opmaken, verkwisten.

In Spaans overeenkomend met: Comerse, Consumir
At opOpgegeten
OpflakkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flakkerde op, is opgeflakkerd; opflakkering)
1 (van vlammen) zich flakkerend verheffen.

Flakkerde opOpgeflakkerd
OpfleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fleurde op, is opgefleurd; opfleuring)
1 weer levenslustig worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; fleurde op, heeft opgefleurd)
1 fleurig maken.

Fleurde opOpgefleurd
OpflikkenFlikte opOpgeflikt
OpflikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; flikkerde op, is opgeflikkerd; opflikkering)
1 (informeel) weggaan
2 met sterk schijnsel opvlammen.

In Spaans overeenkomend met: Renacer
  sOpleven
Flikkerde opOpgeflikkerd
OpflitsenFlitste opOpgeflitst
OpfokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fokte op, heeft opgefokt; opfokker, opfokking)
1 aankweken, grootbrengen
2 (een [[motor]]) opvoeren
3 (informeel) opjutten, nerveus maken.

In Spaans overeenkomend met: Criar
  sFokken
Fokte opOpgefokt
OpfrissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[friste]] op, is opgefrist; opfrissing)
1 fris worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[friste]] op, heeft opgefrist)
1 weer fris maken
2 (kennis, herinneringen) weer activeren in het geheugen.
(wederkerend werkwoord; [[friste]] zich op, heeft zich opgefrist)
1 zich opknappen.

Friste opOpgefrist
OpgaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging op, is opgegaan)
1 geheel in beslag genomen worden door
2 geheel verdwijnen in.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging op, is opgegaan)
1 omhooggaan
2 opkomen, verschijnen
3 examen doen
4 verdwijnen
5 in alle delen juist zijn
6 op het [[podium]] gaan.

In Spaans overeenkomend met: Subir
Montar
  sBegaan
Bestijgen
Opkomen
Opstaan
Verrijzen
Wassen
Ging opOpgegaan
OpgebruikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gebruikte op, heeft opgebruikt)
1 opmaken.

In Spaans overeenkomend met: Destrozar por el uso
Agotar
Acabar, Apurar, Consumir
Supurar
  sAfdragen
Putten uit
Slijten
Uitputten
Verbruiken
Verslijten
Verteren
Gebruikte opOpgebruikt
OpgeienIn Spaans overeenkomend met: Cargar, Recoger velas
  sGeien
Geide opOpgegeid
OpgeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; geilde op, heeft opgegeild)
1 (vulgair) opvrijen, seksueel prikkelen.

Geilde opOpgegeild
OpgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf op, heeft opgegeven)
1 (ook absoluut) ophouden met iets te doen of vast te houden
2 gegevens bekendmaken aan een instantie
3 iemand (iets) opdragen, tot taak stellen
4 (iemand) als kandidaat, als gegadigde voordragen
5 (slijm, bloed e.d.) braken.

In Spaans overeenkomend met: Dejar caer, Quitar
Decir
Perder
Desistir, Renunciar
  sAfleggen
Afstand doen van
Kwijtraken
Prijsgeven
Uitvallen
Verbeuren
Verkwisten
Verliezen
Verspelen
Zeggen
Gaf opOpgegeven
OpgietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot op, heeft opgegoten)
1 (een vloeistof) op iets gieten, met [[name]] om het te laten trekken of weken.

Goot opOpgegoten
OpgloeienGloeide opOpgegloeid
OpgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide op, heeft opgegooid)
1 omhooggooien.

Gooide opOpgegooid
OpgravenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; groef op, heeft opgegraven; opgraver, opgraving)
1 door graven naar boven of tevoorschijn brengen.

In Spaans overeenkomend met: Desenterrar
  sRooien
Groef opOpgegraven
OpgroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; groeide op, is opgegroeid)
1 volwassen worden.

In Spaans overeenkomend met: Criarse
Groeide opOpgegroeid
OphakkenHakte opOpgehakt
OphalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde op, heeft opgehaald)
1 omhooghalen
2 afhalen en meenemen
3 in de herinnering terugroepen, in herinnering brengen
4 opfrissen, verbeteren.

In Spaans overeenkomend met: Alzar, Levantar
Jalar
Buscar
Recoger
Ir a buscar a
  sAfhalen
Beuren
Heffen
Hijsen
Omhoogtrekken
Oprichten
Tillen
Verhalen
Verheffen
Verhogen
Voorttrekken
Haalde opOpgehaald
OphangenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hing op, heeft opgehangen)
1 vastleggen, vastpinnen op
2 (een redenering, theorie e.d.) baseren op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing op, heeft opgehangen)
1 een [[telefoongesprek]] beŽindigen door de verbinding te verbreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; hing op, heeft opgehangen)
1 in de hoogte hangen
2 ter dood brengen door de galg.

In Spaans overeenkomend met: Ahorcar, Colgar
Hing opOpgehangen
OpharkenIn Spaans overeenkomend met: Rastrillar
  sAanharken
Harken
Uitkammen
Harkte opOpgeharkt
OphebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; had op, heeft opgehad)
1 als hoofddeksel dragen
2 geconsumeerd hebben.

In Spaans overeenkomend met: Llevar, Tener puesto
  sAanhebben
Dragen
Voorhebben
Had opOpgehad
OpheffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[hief]] op, heeft opgeheven; opheffer, opheffing)
1 optillen, omhoog richten
2 tenietdoen, krachteloos maken
3 (een instelling, zaak) beŽindigen.

In Spaans overeenkomend met: Elevar, Encaramar, Encumbrar
Levantar
Liquidar
  sAfwikkelen
Liquideren
Opvoeren
Solveren
Tillen
Verheffen
Hief opOpgeheven
OphelderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; helderde op, heeft opgehelderd)
1 toelichten, verduidelijken.

In Spaans overeenkomend met: Despejar
Aclarar
  sBeduiden
Duidelijk maken
Uitleggen
Verhelderen
Verklaren
Helderde opOpgehelderd
OphelpenHielp opOpgeholpen
OphemelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hemelde op, heeft opgehemeld; ophemeling)
1 uitbundig prijzen.

In Spaans overeenkomend met: Ensalzar
  sRoemen
Hemelde opOpgehemeld
OphijsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hees op, heeft opgehesen)
1 naar boven hijsen.

In Spaans overeenkomend met: Izar
  sHijsen
Hees opOpgehesen
OphikkenHikte opOpgehikt
OphitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hitste op, heeft opgehitst; ophitser, ophitsing)
1 opstoken.

In Spaans overeenkomend met: Agitar, Azuzar, Perturbar
Acuciar, Incitar
  sAanstoken
Agiteren
Op stang jagen
Opruien
Opstoken
Opwinden
Prikkelen
Sarren
Schudden
Hitste opOpgehitst
OphoepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoepelde op, is opgehoepeld)
1 (informeel) weggaan.

Hoepelde opOpgehoepeld
OphoestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hoestte op, heeft opgehoest)
1 door hoesten uitspuwen
2 (schertsend) produceren.

Hoestte opOpgehoest
OphogenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hoogde op, heeft opgehoogd; ophoging)
1 hoger maken
2 (een afbeelding) door het aanbrengen van licht [[sterker]] doen opkomen.

Hoogde opOpgehoogd
OphokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hokte op, heeft opgehokt)
1 in een hok doen of houden.

Hokte opOpgehokt
OphopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hoopte op, heeft opgehoopt; ophoping)
1 op een hoop leggen.
(wederkerend werkwoord; hoopte zich op, heeft zich opgehoopt)
1 aangroeien, vermeerderen.

In Spaans overeenkomend met: Acopiar
Acumular, Apilar, Reunir
  sAccumuleren
Opeenhopen
Opeenstapelen
Opstapelen
Stapelen
Hoopte opOpgehoopt
OphorenHoorde opOpgehoord
OphoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hield op, heeft opgehouden)
1 zich bezighouden met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; hield op, is opgehouden)
1 niet voortgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; hield op, heeft opgehouden)
1 omhooghouden
2 (een bepaalde indruk) trachten te geven
3 openhouden
4 tegenhouden
5 (iemand) beletten verder te gaan.
(wederkerend werkwoord; hield zich op, heeft zich opgehouden)
1 zijn.

In Spaans overeenkomend met: Extender, Tender
Expirar, Terminarse
Finalizar
Parar
Retener
Cesar
  sAflaten
Aflopen
Bezwijken
Detineren
Eindigen
Ophouden te bestaan
Opraken
Rekken
Reserveren
Stoppen
Strekken
Terughouden
Uitbreiden
Uitgaan
Uitlopen
Uitraken
Uitscheiden
Uitsteken
Uitstrekken
Vergroten
Verlopen
Weerhouden
Wijder maken
Wijken
Hield opOpgehouden
OpiniŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; opinieerde, heeft geopinieerd)
1 [[iemands]] mening beÔnvloeden.

OpinieerdeGeopinieerd
OpjagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jaagde op/joeg op, heeft opgejaagd; opjager, opjaging)
1 opdrijven, opvoeren
2 doen opschrikken en op de vlucht jagen
3 opjutten, tot spoed aanzetten
4 (in [[BelgiŽ]]) snel doen opgroeien.
(wederkerend werkwoord; jaagde zich op/joeg zich op, heeft zich opgejaagd)
1 (in [[BelgiŽ]]) zich zenuwachtig, druk maken.

In Spaans overeenkomend met: Acuciar, Arrear, Impeler
  sAandrijven
Drijven
Voortdrijven
Jaagde op, Joeg opOpgejaagd
OpjuinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; juinde op, heeft opgejuind)
1 (informeel) opjagen.

Juinde opOpgejuind
OpjuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jutte op, heeft opgejut; opjutter, opjutting)
1 (informeel) opjagen.

Jutte opOpgejut
OpkalefaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kalefaterde op, heeft opgekalefaterd; opkalefatering)
1 (informeel) weer min of meer in orde brengen.

Kalefaterde opOpgekalefaterd
OpkalfaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie opkalefateren.

Kalfaterde opOpgekalfaterd
OpkalkenKalkte opOpgekalkt
OpkammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kamde op, heeft opgekamd)
1 in de hoogte kammen.

Kamde opOpgekamd
OpkappenKapte opOpgekapt
OpkijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keek op, heeft opgekeken)
1 verrast worden.
(werkwoord; keek op, heeft opgekeken)
1 ontzag voelen voor
2 opzien tegen, verwachten dat iets naar zal zijn.
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek op, heeft opgekeken)
1 naar omhoog kijken.

In Spaans overeenkomend met: Maravillarse
Keek opOpgekeken
OpkikkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kikkerde op, is opgekikkerd; opkikkering)
1 weer opleven.
([[overgankelijk]] werkwoord; kikkerde op, heeft opgekikkerd)
1 weer moed, energie geven.

Kikkerde opOpgekikkerd
OpkistenKistte opOpgekist
OpklappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klapte op, heeft opgeklapt)
1 als een klep naar boven bewegen.

Klapte opOpgeklapt
OpklarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klaarde op, is opgeklaard; opklaring)
1 [[helderder]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Abonanzar
Clarear
Despejarse
Escampar
Klaarde opOpgeklaard
OpklauterenKlauterde opOpgeklauterd
OpkledenKleedde opOpgekleed
OpklimmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klom op, is opgeklommen; opklimming)
1 stijgen
2 tot een hogere rang komen.

In Spaans overeenkomend met: Remontar
  sTeruggaan
Klom opOpgeklommen
OpklinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; klonk op, heeft opgeklonken)
1 weerklinken.

Klonk opOpgeklonken
OpkloppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klopte op, heeft opgeklopt)
1 door kloppen doen opzetten
2 [[belangrijker]] doen schijnen.

Klopte opOpgeklopt
OpknabbelenKnabbelde opOpgeknabbeld
OpknappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; knapte op, heeft opgeknapt)
1 (iemand) iets [[onaangenaams]] bezorgen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; knapte op, heeft opgeknapt)
1 beter worden, zich beter voelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; knapte op, heeft opgeknapt)
1 (gebouwen, meubels e.d.) verbeteren
2 (een handeling) verrichten
3 [[gevangenisstraf]] uitzitten.

In Spaans overeenkomend met: Arreglar
Asear
  sIn orde maken
Netjes maken
Reinigen
Knapte opOpgeknapt
OpknippenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knipte op, heeft opgeknipt)
1 (het haar) van onder naar boven kort knippen
2 (met [[name]] van organisaties, [[projecten]] e.d.) opsplitsen.

Knipte opOpgeknipt
OpknopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knoopte op, heeft opgeknoopt; opknoping)
1 met een strop ter dood brengen
2 met een knoop opbinden.

In Spaans overeenkomend met: Colgar
Knoopte opOpgeknoopt
OpkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kookte op, heeft opgekookt; opkoking)
1 aan de kook brengen.

In Spaans overeenkomend met: Levantar
Kookte opOpgekookt
OpkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam op, is opgekomen)
1 verdedigen.
(werkwoord; kwam op, is opgekomen)
1 zich verzetten tegen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam op, is opgekomen)
1 omhoog, naar boven komen
2 verschijnen
3 ontstaan
4 populair worden
5 (theater) op het toneel komen
6 (van gewassen) ontkiemen en boven de grond komen
7 (in [[BelgiŽ]]) zich kandidaat stellen bij verkiezingen.

In Spaans overeenkomend met: Subir
Ocurrirse
  sOpgaan
Opstaan
Verrijzen
Wassen
Kwam opOpgekomen
OpkooienKooide opOpgekooid
OpkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht op, heeft opgekocht; opkoper, opkoping)
1 alles kopen wat men van zeker artikel krijgen kan.

In Spaans overeenkomend met: Acaparar
  sBeslag leggen op
Zich meester maken van
Zich toe-eigenen
Kocht opOpgekocht
OpkortenKortte opOpgekort
OpkoterenKoterde opOpgekoterd
OpkrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krabbelde op, is opgekrabbeld)
1 met moeite opstaan na gevallen te zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; krabbelde op, heeft opgekrabbeld)
1 haastig, slordig opschrijven.

Krabbelde opOpgekrabbeld
OpkramenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kraamde op, is opgekraamd)
1 (in [[BelgiŽ]]) opstappen, weggaan.

Kraamde opOpgekraamd
OpkrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kraste op, is opgekrast)
1 (informeel) weggaan.

Kraste opOpgekrast
OpkrijgenKreeg opOpgekregen
OpkrikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; krikte op, heeft opgekrikt)
1 met een krik of dommekracht omhoog brengen
2 met kunstmiddelen verbeteren.

Krikte opOpgekrikt
OpkroppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kropte op, heeft opgekropt; opkropping)
1 met moeite in zich verborgen houden.

In Spaans overeenkomend met: Oprimir, Reprimir
  sOnderdrukken
Verdringen
Verdrukken
Verkroppen
Kropte opOpgekropt
OpkruienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kruide op, is opgekruid)
1 (van ijsschotsen) zich ophopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kruide op, heeft opgekruid)
1 (ijsschotsen) op elkaar schuiven.

Kruide opOpgekruid
OpkruipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kroop op, is opgekropen)
1 (verkeer) (van rails) verschuiven in de richting waarin zij steeds bereden worden.

Kroop opOpgekropen
OpkrullenKrulde opOpgekruld
OpkuisenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kuiste op, heeft opgekuist)
1 (in BelgiŽ; informeel) met een dweil, een bezem, een doek o.i.d. verwijderen.

Kuiste opOpgekuist
OpkwekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kweekte op, heeft opgekweekt; opkweking)
1 door zorg tot wasdom brengen.

Kweekte opOpgekweekt
OpkwikkenKwikte opOpgekwikt
OplaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; laaide op, is opgelaaid; oplaaiing)
1 (van vuur) plotseling met hoog uitslaande vlammen branden
2 (van hartstochten) verhevigen.

Laaide opOpgelaaid
OpladenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; laadde op, heeft opgeladen; oplader, oplading)
1 op iets laden
2 bevrachten
3 opnieuw voorzien van elektrische spanning
4 nieuwe energie geven aan, geestelijk sterk maken.

Laadde opOpgeladen
OplappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lapte op, heeft opgelapt; oplapper, oplapping)
1 herstellen op onsolide wijze
2 verstellen door er een lap op te zetten.

In Spaans overeenkomend met: Remendar
  sBoeten
Flikken
Lappen
Stoppen
Verstellen
Lapte opOpgelapt
OplatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet op, heeft opgelaten; oplater, oplating)
1 loslaten zodat het omhoog gaat.

Liet opOpgelaten
OplazerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lazerde op, is opgelazerd)
1 (informeel) weggaan.

Lazerde opOpgelazerd
OpleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde op, heeft opgelegd; oplegger, oplegging)
1 iemand verplichten tot
2 (drukwezen) ter [[perse]] leggen
3 op iets leggen of plaatsen
4 (houten meubelen) bekleden met dunne bladen van een [[fijnere]] houtsoort
5 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) [[bijbetalen]], bijleggen
6 (in [[BelgiŽ]]) inmaken.

In Spaans overeenkomend met: Poner, Sobreponer
Aplicar, Echar ((belasting),(impuestos)), Imponer
  sAanbrengen
Aandoen
Aantrekken
Forceren
Opbrengen
Opdringen
Legde opOpgelegd
OpleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde op, heeft opgeleid; opleider, opleiding)
1 de nodige kennis en vaardigheid bijbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Educar
Preparar
  sDresseren
Grootbrengen
Kweken
Opvoeden
Leidde opOpgeleid
OplepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lepelde op, heeft opgelepeld)
1 met een lepel opeten
2 (parate kennis) gemakkelijk opzeggen.

Lepelde opOpgelepeld
OplettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lette op, heeft opgelet; opletter)
1 aandachtig luisteren of kijken.

In Spaans overeenkomend met: Atender, Atender a, Estar atento, Tener cuidado
Cuidar
  sAandacht schenken
Acht slaan op
Bewaken
Letten op
Oppassen
Passen op
Verplegen
Zorgen voor
Lette opOpgelet
OpleukenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leukte op, heeft opgeleukt; opleuking)
1 (ironisch; informeel) opvrolijken.

Leukte opOpgeleukt
OplevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leefde op, is opgeleefd; opleving)
1 weer tot nieuwe bloei komen.

In Spaans overeenkomend met: Animarse
Renacer
Reponerse
Resurgir
  sDurven
Geanimeerd worden
Herleven
Herrijzen
Moed vatten
Opflikkeren
Weer krachtig worden
Leefde opOpgeleefd
OpleverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leverde op, heeft opgeleverd)
1 na [[voltooiing]] aan de opdrachtgever overdragen
2 als resultaat hebben.

In Spaans overeenkomend met: Beneficiar, Dejar, Producir, Reportar ((voordelen),(ventajas))
  sAfwerpen
Opbrengen
Renderen
Voortbrengen
Leverde opOpgeleverd
OplezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; las op, heeft opgelezen; oplezer, oplezing)
1 voorlezen.

Las opOpgelezen
OplichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lichtte op, is opgelicht; oplichter, oplichting)
1 lichter van kleur worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; lichtte op, heeft opgelicht; oplichting)
1 optillen
2 (iemand) geld of goed afhandig maken door bedrog, leugens
3 lichter maken.

In Spaans overeenkomend met: Estafar, Sisar
Lichtte opOpgelicht
OplikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; likte op, heeft opgelikt)
1 door likken opnemen.

Likte opOpgelikt
OploevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; loefde op, is opgeloefd)
1 zeilend het schip meer tegen de wind in sturen.

Loefde opOpgeloefd
OplopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep op, is opgelopen)
1 toenemen
2 verder lopen
3 in schuine richting naar boven gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; liep op, heeft opgelopen)
1 onverlangd krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Contraer
Liep opOpgelopen
OplossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; loste op, is opgelost; oplosser, oplossing)
1 in een vloeistof verdwijnen
2 verdwijnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; loste op, heeft opgelost)
1 het gevraagde uit de gegevens berekenen
2 tot een bevredigend einde brengen
3 (een stof) met een vloeistof tot een homogeen geheel verenigen.
(wederkerend werkwoord; loste zich op, heeft zich opgelost)
1 (van groepen personen) uiteengaan.

In Spaans overeenkomend met: DesleŪr
Disolver, Resolver, Solucionar, Solventar
  sAanlengen
Binden
Liťren
Loste opOpgelost
OpluchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; luchtte op, heeft opgelucht)
1 van zorg ontheffen, verlichten.

In Spaans overeenkomend met: Aliviar
  sVerlichten
Verzachten
Luchtte opOpgelucht
OpluikenLook opOpgeloken
OpluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; luisterde op, heeft opgeluisterd; opluistering)
1 de sfeer in positieve zin beÔnvloeden.

Luisterde opOpgeluisterd
OpmakenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; maakte op, heeft opgemaakt)
1 uit verschillende gegevens samenvoegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte op, heeft opgemaakt)
1 gebruiken tot er niets meer over is
2 gereed maken, in orde brengen
3 make-up aanbrengen op
4 (een tekst) samenstellen.
(wederkerend werkwoord; maakte zich op, heeft zich opgemaakt)
1 zich voorbereiden, zich gereed maken.

In Spaans overeenkomend met: Apurar
Imponer
Acabar, Consumir
Redactar
Maquillar
  sBlanketten
Grimeren
Leegdrinken
Maquilleren
Opdrinken
Opstellen
Redigeren
Schminken
Stellen
Stileren
Uitdrinken
Verdoen
Verklungelen
Verkwisten
Vermorsen
Verspillen
Maakte opOpgemaakt
OpmalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maalde op, heeft opgemalen; opmaling)
1 (water) omhoog malen.

Maalde opOpgemalen
OpmarcherenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; marcheerde op, is opgemarcheerd)
1 (militair, leger) in gesloten gelederen oprukken.

Marcheerde opOpgemarcheerd
OpmerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; merkte op, heeft opgemerkt)
1 waarnemen, bemerken
2 meedelen als aandachtspunt.

In Spaans overeenkomend met: Divisar
Percibir
Advertir, Apercibirse, Apercibirse de, Notar, Observar, Percatar, Percatarse
Hacer notar, SeŮalar
  sBemerken
Bespeuren
Gewaar worden
Gewaarworden
Merken
Onderkennen
Onderscheiden
Opmerkzaam maken
Signaleren
Vernemen
Waarnemen
Merkte opOpgemerkt
OpmetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mat op, heeft opgemeten; opmeter, opmeting)
1 een maat of maten opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Medir, Tomar la medida
  sAfmeten
Meten
Opnemen
Roeien
Uitmeten
Mat opOpgemeten
OpmetselenMetselde opOpgemetseld
OpmieterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; mieterde op, is opgemieterd)
1 (informeel) weggaan.

Mieterde opOpgemieterd
OpmonterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; monterde op, heeft opgemonterd; opmontering)
1 opvrolijken.

In Spaans overeenkomend met: Animar
  sAanmoedigen
Animeren
Bemoedigen
Bezielen
Opvrolijken
Opwekken
Monterde opOpgemonterd
OpnaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; naaide op, heeft opgenaaid; opnaaier, opnaaiing)
1 op iets vastnaaien
2 (vulgair) opfokken, zenuwachtig maken.

Naaide opOpgenaaid
OpnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam op, heeft opgenomen)
1 (ook absoluut) gehoor geven bij het telefoneren
2 pakken en optillen
3 (een handeling, taak) gaan uitvoeren
4 (geld) halen bij bank, [[giro]] of automaat
5 opvatten
6 nauwkeurig waarnemen
7 (wat men waarneemt) vastleggen met beeld- of geluidsapparatuur
8 opschrijven, noteren
9 binnen een groter geheel een plaats geven
10 absorberen.

In Spaans overeenkomend met: Absorber
Grabar
Ingresar
Acoger, Refugiar
Rodar
Medir, Tomar la medida
Tantear
Avecinar
Afiliar
  sAannemen
Accepteren
Afmeten
Meten
Monsteren
Ontvangen
Opmeten
Opvangen
Roeien
Uitmeten
Vestigen
Nam opOpgenomen
OpnoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; noemde op, heeft opgenoemd; opnoemer, opnoeming)
1 na elkaar noemen.

Noemde opOpgenoemd
OpofferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; offerde op, heeft opgeofferd; opoffering)
1 opgeven voor een bepaald doel.

In Spaans overeenkomend met: Ofrendar, Sacrificar
  sOfferen
Offerde opOpgeofferd
OpontbiedenOntbood opOpontboden
OppakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte op, heeft opgepakt)
1 pakken en optillen
2 in hechtenis nemen.

Pakte opOpgepakt
OppassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; paste op, heeft opgepast)
1 opletten
2 tijdelijk zorgen voor iemand of iets
3 acht geven op wat men doet
4 (informeel) terugtrekken, [[coitus]] interruptus toepassen.

In Spaans overeenkomend met: Atender, Atender a, Estar atento, Tener cuidado
Cuidar
  sAandacht schenken
Acht slaan op
Letten op
Opletten
Passen op
Verzorgen
Paste opOpgepast
OppeppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pepte op, heeft opgepept; oppepper, oppepping)
1 (informeel) meer kracht geven.

Pepte opOpgepept
OpperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; opperde, heeft geopperd)
1 aanvoeren, voorstellen
2 ([[bouwmateriaal]]) aanvoeren bij de metselaars.

In Spaans overeenkomend met: Enunciar, Expresar
Aducir
Sugerir
  sBetuigen
Een wenk geven
Influisteren
Suggereren
Uitdrukken
Uiten
Uitspreken
Verwoorden
Voorstellen
OpperdeGeopperd
OppersenIn Spaans overeenkomend met: Planchar
  sOpstrijken
Perste opOpgeperst
OppeuzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; peuzelde op, heeft opgepeuzeld)
1 langzaam en smakelijk opeten.

Peuzelde opOpgepeuzeld
OppiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; piepte op, heeft opgepiept)
1 (informeel) met behulp van een pieper oproepen
2 (informeel) krokant maken door opwarming in de oven.

Piepte opOpgepiept
OppijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pijpte op, heeft opgepijpt)
1 (iets) [[fraaier]] of groter voorstellen dan het is.

Pijpte opOpgepijpt
OppikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pikte op, heeft opgepikt; oppikker)
1 aantreffen en meenemen
2 met een haak uit het water halen
3 (iets) met de snavel opnemen en eten
4 (informeel) vernemen, leren.

Pikte opOpgepikt
OpplakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plakte op, heeft opgeplakt)
1 op iets plakken.

Plakte opOpgeplakt
OppleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pleurde op, is opgepleurd)
1 (grof) opdonderen, weggaan.

Pleurde opOpgepleurd
OpploegenPloegde opOpgeploegd
OpplooienPlooide opOpgeplooid
OppoetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; poetste op, heeft opgepoetst)
1 poetsen zodat het weer gaat glimmen.

Poetste opOpgepoetst
OppokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pookte op, heeft opgepookt)
1 (vuur, de haard enz.) door poken [[sterker]] laten branden.

In Spaans overeenkomend met: Hurgar
  sAanstoken
Pookte opOpgepookt
OppompenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pompte op, heeft opgepompt)
1 door pompen vullen
2 door pompen omhooghalen.

In Spaans overeenkomend met: Bombear
Inflar
  sDoen zwellen
Opblazen
Pompen
Pompte opOpgepompt
OpponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; opponeerde, heeft geopponeerd)
1 zich tegen iemand of iets verzetten
2 bij de openbare verdediging van een [[vertoog]] de stellingen van de verdediger omver trachten te stoten.
([[overgankelijk]] werkwoord; opponeerde, heeft geopponeerd)
1 tegenover iets anders plaatsen
2 (schermen) de druk van de [[kling]] van de tegenstander met tegendruk beantwoorden.

In Spaans overeenkomend met: Contrarrestar, Oponerse
  sGekant zijn tegen
Tegen ingaan
Tegenover elkaar staan
Tegenwerken
Tegenwerpingen maken
OpponeerdeGeopponeerd
OpporrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; porde op, heeft opgepord)
1 (vuur, de kachel enz.) [[feller]] doen branden
2 aansporen, opwekken.

Porde opOpgepord
OppottenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; potte op, heeft opgepot; oppotter, oppotting)
1 (geld) vrekkig opsparen
2 (landbouw) (planten) potten.

Potte opOpgepot
OpprikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prikte op, heeft opgeprikt)
1 op iets vastprikken.

Prikte opOpgeprikt
OpproppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; propte op, heeft opgepropt; oppropping)
1 volstoppen, overmatig opvullen.

Propte opOpgepropt
OprakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rakelde op, heeft opgerakeld; oprakeling)
1 (vuur) door rakelen weer doen branden
2 weer in herinnering halen.

In Spaans overeenkomend met: Atizar
Rakelde opOpgerakeld
OprakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raakte op, is opgeraakt)
1 bijna niet meer voorradig zijn.

In Spaans overeenkomend met: Finalizar
  sBezwijken
Ophouden
Ophouden te bestaan
Raakte opOpgeraakt
OprapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raapte op, heeft opgeraapt)
1 van de grond opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Pellizcar, Pizcar, Pulsar, Puntear
Asir, Coger, Tomar
Recoger
  sAanpakken
Aanvatten
Afplukken
Nemen
Pakken
Plukken
Rapen
Tokkelen
Vatten
Raapte opOpgeraapt
OpredderenRedderde opOpgeredderd
OprekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekte op, heeft opgerekt; oprekker, oprekking)
1 rekken om ruimer te maken.

Rekte opOpgerekt
OprennenRende opOpgerend
OprichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; richtte op, heeft opgericht; oprichter, oprichting)
1 overeind zetten
2 (een onderneming, instelling enz.) vestigen, stichten
3 (een bouwwerk) omhoog doen rijzen.
(wederkerend werkwoord; richtte zich op, heeft zich opgericht)
1 overeind komen.

In Spaans overeenkomend met: Elevar
Establecer, Instalar
Crear
Alzar
Empinar, Erguir, Erigir, Erizar ((stekels, haar),(pķas, pelo)), Erizarse ((stekels, haar),(pķas, pelo)), Estatuir, Levantar
  sBeuren
Doen opstaan
Heffen
Inrichten
Neerzetten
Omhoogtrekken
Ophalen
Opslaan
Overeind zetten
Rechtop zetten
Stichten
Tillen
Verheffen
Verhogen
Vestigen
Richtte opOpgericht
OprijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed op, is opgereden; oprijder)
1 verder naar voren rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; reed op, heeft opgereden)
1 (een voertuig) zo lang gebruiken totdat het versleten is
2 (een paard) zodanig berijden dat het sierlijk loopt.

In Spaans overeenkomend met: Atropellar
  sOverrijden
Reed opOpgereden
OprijtenReet opOpgereten
OprijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rees op, is opgerezen)
1 (archaÔsch) omhooggaan.

Rees opOpgerezen
OprispenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rispte op, is opgerispt; oprisping)
1 uit de maag naar boven brengen.

In Spaans overeenkomend met: Eructar, Regoldar
  sBoeren
Rispte opOpgerispt
OproeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roeide op, heeft/is opgeroeid)
1 (watersport) zich naar de start begeven.

Roeide opOpgeroeid
OproepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep op, heeft opgeroepen; oproeper, oproeping)
1 (iemand) dringend verzoeken ergens te komen
2 aansporen
3 telefonisch contact vragen
4 (vragen, gevoelens) veroorzaken
5 (in [[BelgiŽ]]) wekken.

In Spaans overeenkomend met: Evocar
Llamar
Convocar
  sAanroepen
Bijeenroepen
Convoceren
Praaien
Uitschrijven
Riep opOpgeroepen
OproerenRoerde opOpgeroerd
OprokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rookte op, heeft opgerookt)
1 (een sigaar, sigaret enz.) roken tot die op is
2 (geld) met het kopen van rookwaar opmaken.

Rookte opOpgerookt
OprollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rolde op, is opgerold; oproller, oprolling)
1 tot een rol ineenrollen.
([[overgankelijk]] werkwoord; rolde op, heeft opgerold)
1 omhoog doen rollen
2 tot een rol maken
3 (een bende) arresteren.

In Spaans overeenkomend met: Arrollar
Aferrar ((zeilen),(velas))
Arremangarse, Remangarse
Bobinar, Enrollar, Envolver
  sInbinden
Inhalen
Strengelen
Wikkelen
Winden
Rolde opOpgerold
OprottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rotte op, is opgerot)
1 ([[pejoratief]]) weggaan.

Rotte opOpgerot
OpruienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ruide op, heeft opgeruid; opruier, opruiing)
1 opstoken.

In Spaans overeenkomend met: Agitar, Perturbar, Sublevar
  sAan het muiten brengen
Agiteren
Ophitsen
Oproerig maken
Opstoken
Opwinden
Schudden
Ruide opOpgeruid
OpruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ruimde op, heeft opgeruimd; opruimer, opruiming)
1 uit de weg ruimen
2 (artikelen) uitverkopen
3 in orde brengen, netjes maken.

In Spaans overeenkomend met: Ordenar
Arreglar
  sInrichten
Regelen
Ruimen
Schikken
Terechtbrengen
Ruimde opOpgeruimd
OprukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rukte op, is opgerukt; oprukking)
1 voorwaarts trekken.

In Spaans overeenkomend met: Ascender, Subir en categorŪa
  sAvanceren
In rang opklimmen
Overgaan
Promotie maken
Rukte opOpgerukt
OpruwenRuwde opOpgeruwd
OpschakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schakelde op, heeft opgeschakeld)
1 (informeel) (een auto) in een hogere versnelling zetten.

Schakelde opOpgeschakeld
OpschalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schaalde op, heeft opgeschaald)
1 op een grotere schaal brengen, met [[name]] in omvang, kracht, uitwerking doen toenemen
2 in een hogere schaal indelen, met [[name]] [[ernstiger]] inschatten, waarbij [[verantwoordelijkheid]] aan een hogere [[bestuurslaag]] wordt overgedragen.

Schaalde opOpgeschaald
OpscharrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; scharrelde op, heeft opgescharreld)
1 met moeite vinden, verkrijgen.

Scharrelde opOpgescharreld
OpschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schonk op, heeft opgeschonken)
1 (ook absoluut) (water enz.) op iets schenken of gieten
2 leegschenken.

Schonk opOpgeschonken
OpschepenScheepte opOpgescheept
OpscheppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schepte op, heeft opgeschept; opschepper)
1 de eigen kracht, slimheid, bezittingen enz. overdrijven.
([[overgankelijk]] werkwoord; schepte op, heeft opgeschept)
1 (ook absoluut) (eten) op borden scheppen
2 met een schep van de grond opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Baladronear, Fanfarronear, Jactarse, Presumir
Excavar con pala, Recoger con pala, Traspalar
  sBluffen
Pochen
Scheppen
Snoeven
Verbeelding hebben
Zwetsen
Schepte opOpgeschept
OpscherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoor op, heeft opgeschoren)
1 (haar) van onder naar boven wegscheren
2 (een haag) snoeiend ontdoen van afhangende takken
3 met geschoren touwwerk ophijsen.

Schoor opOpgeschoren
OpscherpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; scherpte op, heeft opgescherpt; opscherping)
1 scherpen, scherper maken.

Scherpte opOpgescherpt
OpschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot op, is opgeschoten)
1 zich haasten
2 vooruitgaan, vorderingen maken
3 opgroeien, wassen
4 met een snelle beweging in de lucht opstijgen
5 in het zaad schieten.
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot op, heeft opgeschoten)
1 (touwwerk) in bochten leggen.

In Spaans overeenkomend met: Acrecentar, Activar
  sVeld winnen
Vlotten
Vooruitgaan
Vorderen
Schoot opOpgeschoten
OpschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schikte op, heeft/is opgeschikt; opschikking)
1 opschuiven.
([[overgankelijk]] werkwoord; schikte op, heeft opgeschikt)
1 iets in orde brengen
2 optooien, versieren.

Schikte opOpgeschikt
OpschilderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schilderde op, heeft opgeschilderd; opschildering)
1 door schilderen opknappen.

Schilderde opOpgeschilderd
OpschoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoeide op, heeft opgeschoeid; opschoeiing)
1 (een wal, dijk enz.) met aarde en planken ophogen.

Schoeide opOpgeschoeid
OpschommelenSchommelde opOpgeschommeld
OpschonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoonde op, heeft opgeschoond; opschoning)
1 zuiveren, reinigen.

Schoonde opOpgeschoond
OpschoppenSchopte opOpgeschopt
OpschorsenSchorste opOpgeschorst
OpschortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schortte op, heeft opgeschort; opschorting)
1 op een later tijdstip stellen.

Schortte opOpgeschort
OpschransenSchranste opOpgeschranst
OpschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef op, heeft opgeschreven; opschrijver, opschrijving)
1 een notitie maken van.

In Spaans overeenkomend met: Anotar, Apuntar, Notar
Registrar
  sAantekenen
Boeken
Noteren
Registreren
Te boek stellen
Vastleggen
Schreef opOpgeschreven
OpschrikkenIn de betekenis van: Doen schrikken

In Spaans overeenkomend met: AsustarSobresaltar
  sSchrikken
Schrikte opOpgeschrikt
OpschrikkenIn de betekenis van: Schrik krijgen

In Spaans overeenkomend met:
Asustarse
  sSchrikken
Schrok opOpgeschrikt, Opgeschrokken
OpschroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schroefde op, heeft opgeschroefd; opschroeving)
1 bovenmatig verhogen
2 met schroeven vastmaken op iets.

Schroefde opOpgeschroefd
OpschrokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schrokte op, heeft opgeschrokt)
1 gulzig opeten.

Schrokte opOpgeschrokt
OpschuddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schudde op, heeft opgeschud; opschudding)
1 (iets) schuddend weer bol en zacht maken
2 (een persoon of dier) wakker schudden.

In Spaans overeenkomend met: Mullir
Sacudir
  sSchokken
Schudden
Wrikken
Zacht maken
Schudde opOpgeschud
OpschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoof op, is opgeschoven; opschuiving)
1 in een bepaalde richting verschoven worden
2 (van personen) opschikken om plaats te maken
3 (van gebeurtenissen) uitgesteld worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof op, heeft opgeschoven)
1 (iets) in een bepaalde richting verschuiven
2 (een gebeurtenis) uitstellen.

In Spaans overeenkomend met: Deslizarse
  sSchuiven
Schoof opOpgeschoven
OpschurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schuurde op, heeft opgeschuurd)
1 door schuren enigszins ruw maken.

Schuurde opOpgeschuurd
OpschuttenSchutte opOpgeschut
OpsierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sierde op, heeft opgesierd; opsiering)
1 door versierselen [[fraaier]] maken
2 (iets) [[fraaier]] voorstellen dan het is.

In Spaans overeenkomend met: Adornar, Engalanar, Ornamentar
  sDecoreren
Sieren
Tooien
Uitdossen
Versieren
Sierde opOpgesierd
OpsjorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sjorde op, heeft opgesjord)
1 door sjorren naar boven brengen.

Sjorde opOpgesjord
OpsjouwenSjouwde opOpgesjouwd
OpslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg op, is opgeslagen)
1 in prijs stijgen
2 (van vocht) uit de grond naar boven komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg op, heeft opgeslagen)
1 opwaarts, in de hoogte slaan
2 (een prijs, tarief enz.) verhogen
3 opstellen, in elkaar zetten
4 een voorraad vormen van
5 (touwwerk) opnieuw slaan uit de beste garens van reeds gebruikt touwwerk
6 vastleggen en/of bewaren van gegevens uit een geheugen op bv. een diskette.

In Spaans overeenkomend met: Almacenar
Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar
  sNeerzetten
Oprichten
Vestigen
Sloeg opOpgeslagen
OpslepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sleepte op, heeft opgesleept)
1 (een vaartuig) [[stroomopwaarts]] slepen.

Sleepte opOpgesleept
OpsleurenSleurde opOpgesleurd
OpslibbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; slibde op, is opgeslibd; opslibbing)
1 (van gronden onder water) door het neerzetten van slib hoger worden
2 (van het water) door het bezinken van slib [[ondieper]] worden.

Slibde opOpgeslibd
OpslobberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slobberde op, heeft opgeslobberd)
1 slobberend naar binnen werken.

Slobberde opOpgeslobberd
OpslokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slokte op, heeft opgeslokt)
1 gulzig doorslikken.

In Spaans overeenkomend met: Zampar
  sGulzig eten
Slokte opOpgeslokt
OpslorpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slorpte op, heeft opgeslorpt; opslorping)
1 opslurpen
2 beslag leggen op, in beslag nemen.

In Spaans overeenkomend met: Empapar
Absorber, Sorber
  sOpslurpen
Resorberen
Slurpen
Slorpte opOpgeslorpt
OpsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloot op, is opgesloten; opsluiter, opsluiting)
1 (militair, leger) (van gelederen) weer aansluiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloot op, heeft opgesloten)
1 in een afgesloten ruimte plaatsen
2 (bouwdelen, straatdelen) voorgoed vastmaken.

In Spaans overeenkomend met: Aprisionar, Encerrar, Recluir
  sGevangen nemen
Vastzetten
Sloot opOpgesloten
OpslurpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slurpte op, heeft opgeslurpt)
1 slurpend opdrinken.

In Spaans overeenkomend met: Absorber, Sorber
  sOpslorpen
Resorberen
Slurpen
Slurpte opOpgeslurpt
OpsmerenSmeerde opOpgesmeerd
OpsmukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[smukte]] op, heeft opgesmukt; opsmukking)
1 overdreven versieren.

Smukte opOpgesmukt
OpsmullenSmulde opOpgesmuld
OpsnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sneed op, heeft opgesneden; opsnijder)
1 opscheppen.
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed op, heeft opgesneden)
1 (iets) snijden tot alles op is.

Sneed opOpgesneden
OpsnoepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snoepte op, heeft opgesnoept)
1 snoepend opeten.

Snoepte opOpgesnoept
OpsnorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snorde op, heeft opgesnord)
1 her of der vinden.

In Spaans overeenkomend met: Olisquear
Snorde opOpgesnord
OpsnuffelenSnuffelde opOpgesnuffeld
OpsnuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snoof op, heeft opgesnoven; opsnuiving)
1 in de neus ophalen.

In Spaans overeenkomend met: Aspirar con fuerza por la nariz, Husmear, Tomar
Snoof opOpgesnoven
OpsodemieterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sodemieterde op, is opgesodemieterd)
1 (informeel) weggaan.

Sodemieterde opOpgesodemieterd
OpsolferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; solferde op, heeft opgesolferd)
1 (in BelgiŽ; informeel) opzadelen met.

Solferde opOpgesolferd
OpsommenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; somde op, heeft opgesomd; opsommer, opsomming)
1 achtereenvolgens noemen.

In Spaans overeenkomend met: Enumerar
Somde opOpgesomd
OpsouperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; soupeerde op, heeft opgesoupeerd)
1 opmaken, verbrassen.

Soupeerde opOpgesoupeerd
OpspannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spande op, heeft opgespannen)
1 stevig op iets vastmaken.

Spande opOpgespannen
OpsparenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spaarde op, heeft opgespaard)
1 bij elkaar sparen.

Spaarde opOpgespaard
OpspattenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; spatte op, is opgespat)
1 spattend omhoogvliegen.

In Spaans overeenkomend met: Brotar, Surgir
  sStuiven
Verspuiten
Spatte opOpgespat
OpspeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speldde op, heeft opgespeld)
1 op iets vastspelden
2 met spelden hoger vastmaken.

Speldde opOpgespeld
OpspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; speelde op, heeft opgespeeld)
1 uitvaren, zich heftig uiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde op, heeft opgespeeld)
1 (een speelkaart) uitspelen.

Speelde opOpgespeeld
OpsperrenSperde opOpgesperd
OpspeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speurde op, heeft opgespeurd)
1 opsporen.

Speurde opOpgespeurd
OpsplitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; splitste op, heeft opgesplitst; opsplitsing)
1 verdelen in groepen.

In Spaans overeenkomend met: Dividir, Partir
  sAfbreken
Delen
Splitsen
Verdelen
Splitste opOpgesplitst
OpspoelenSpoelde opOpgespoeld
OpsporenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoorde op, heeft opgespoord; opsporing)
1 zoeken en vinden.

In Spaans overeenkomend met: Inquirir, Rastrear
  sNavorsen
Onderzoeken
Spoorde opOpgespoord
OpsprekenSprak opOpgesproken
OpspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong op, is opgesprongen)
1 in de hoogte springen.

In Spaans overeenkomend met: Saltar
Sprong opOpgesprongen
OpspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; spoot op, is opgespoten; opspuiting)
1 spuitend naar boven komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot op, heeft opgespoten)
1 in de hoogte spuiten
2 (een terrein) door het opbrengen van slib verhogen.

In Spaans overeenkomend met: Saltar ((water),(agua))
Spoot opOpgespoten
OpspuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spuwde op, heeft opgespuwd; opspuwing)
1 (formeel) spuwend opgeven.

Spuwde opOpgespuwd
OpstaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stond op, is opgestaan)
1 zich verzetten tegen, in opstand komen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond op, is opgestaan)
1 gaan staan
2 het bed verlaten
3 (van gerechten) op het vuur staan.

In Spaans overeenkomend met: Levantarse, Ponerse en pie
Levantarse de la cama
Subir
Resucitar
Insurreccionarse
  sGaan staan
In opstand komen
Opgaan
Opkomen
Uit bed komen
Verrijzen
Wassen
Stond opOpgestaan
OpstapelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stapelde op, heeft opgestapeld; opstapeling)
1 stapels maken van.
(wederkerend werkwoord; stapelde zich op, heeft zich opgestapeld)
1 tot een stapel aangroeien.

In Spaans overeenkomend met: Amontonar
Acumular, Apilar, Reunir
  sOpeenhopen
Opeenstapelen
Ophopen
Stapelen
Stapelde opOpgestapeld
OpstappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stapte op, is opgestapt)
1 vertrekken
2 op of in iets stappen, bv. op de fiets
3 (in [[BelgiŽ]]) meelopen (in een betoging, een optocht e.d.).

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir
  sOp weg gaan
Tijgen
Weggaan
Stapte opOpgestapt
OpstartenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; startte op, heeft opgestart; opstarter, opstarting)
1 in beweging, in gang zetten
2 [[bedrijfsklaar]] maken.

Startte opOpgestart
OpstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak op, is opgestoken)
1 in kracht toenemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; stak op, heeft opgestoken)
1 in de hoogte brengen
2 (iets) leren
3 (iets) doen ontbranden
4 (het haar) met spelden enz. omhoog vastmaken.

In Spaans overeenkomend met: Prender
Stak opOpgestoken
OpstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde op, heeft opgesteld; opsteller, opstelling)
1 op zijn plaats zetten
2 (een plan, theorie) ontwerpen
3 op schrift zetten.
(wederkerend werkwoord; stelde zich op, heeft zich opgesteld)
1 een standpunt innemen.

In Spaans overeenkomend met: Sentar
Redactar
  sOpmaken
Redigeren
Stellen
Stileren
Vooropstellen
Stelde opOpgesteld
OpstemmenStemde opOpgestemd
OpstijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; steeg op, is opgestegen; opstijging)
1 in de lucht omhooggaan
2 te paard stijgen.

In Spaans overeenkomend met: Elevarse, Remontarse
Subir planeado
  sOmhoogvliegen
Stijgen
Zweefvliegen
Steeg opOpgestegen
OpstijvenStijfde opOpgestijfd
OpstijvenSteef opOpgesteven
OpstikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

Stikte opOpgestikt
OpstokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stookte op, heeft opgestookt; opstoker, opstoking)
1 (vuur) [[sterker]] doen branden
2 (brandstoffen) stokend verbruiken
3 (een persoon of dier) aanzetten tot verzet of strijd.

In Spaans overeenkomend met: Agitar, Perturbar
  sAgiteren
Ophitsen
Opruien
Opwinden
Schudden
Stookte opOpgestookt
OpstomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stoomde op, is opgestoomd)
1 vastberaden ergens naartoe gaan.

Stoomde opOpgestoomd
OpstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte op, heeft opgestopt)
1 volstoppen, opvullen
2 stoppen, stuiten.

In Spaans overeenkomend met: Congestionar, Obstruir
  sBelemmeren
Een congestie veroorzaken
Obstructie voeren
Verstoppen
Stopte opOpgestopt
OpstormenStormde opOpgestormd
OpstotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stiet op, heeft opgestoten; opstoting)
1 (jacht) (wild) uit het leger opjagen.

Stootte op, Stiet opOpgestoten
OpstovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stoofde op, heeft opgestoofd; opstoving)
1 (voedsel) door stoven verder klaarmaken.

Stoofde opOpgestoofd
OpstralenStraalde opOpgestraald
OpstrijdenStreed opOpgestreden
OpstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streek op, heeft opgestreken; opstrijker, opstrijking)
1 (geld e.d.) ontvangen
2 (stof, kleding enz.) met een strijkijzer in de vereiste toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Planchar
  sOppersen
Streek opOpgestreken
OpstromenStroomde opOpgestroomd
OpstrompelenStrompelde opOpgestrompeld
OpstropenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stroopte op, heeft opgestroopt; opstroping)
1 in de hoogte stropen.

Stroopte opOpgestroopt
OpstuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stuitte op, is opgestuit)
1 in de hoogte stuiten.

OpstuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stoof op, is opgestoven)
1 stuivend omhoogvliegen
2 tot een hoop omhoogstuiven
3 razend worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; stoof op, heeft opgestoven)
1 door verstuiving aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Remontarse
Enarbolarse
  sBoos worden
Opvliegen
Stoof opOpgestoven
OpsturenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stuurde op, heeft opgestuurd)
1 (verkeer) enigszins tegen de windrichting in sturen om het afdrijven te voorkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde op, heeft opgestuurd)
1 versturen.

In Spaans overeenkomend met: Despachar, Enviar, Expedir
  sDoen toekomen
Opzenden
Sturen
Verzenden
Zenden
Stuurde opOpgestuurd
OpstuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stutte op, heeft opgestut)
1 door het aanbrengen van stutten staande houden.

Stutte opOpgestut
OpstuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuwde op, heeft opgestuwd; opstuwing)
1 door een van onderen werkende kracht opwaarts drijven
2 voortstuwen
3 (een stroom enz.) door een waterkering tegenhouden
4 in een [[depot]] of als lading opstapelen.

Stuwde opOpgestuwd
OptakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; takelde op, heeft opgetakeld; optakeling)
1 met takels ophijsen
2 optuigen
3 smakeloos versieren.

In Spaans overeenkomend met: Aparejar
  sOptuigen
Tuigen
Takelde opOpgetakeld
OptandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tandde op, heeft opgetand; optanding)
1 (een houtoppervlakte) met de tandschaaf van fijne [[ribbetjes]] voorzien.

Tandde opOpgetand
OptassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; taste op, heeft opgetast)
1 opstapelen.

Taste opOpgetast
OptekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tekende op, heeft opgetekend; optekenaar, optekening)
1 opschrijven om te onthouden
2 (een houtskooltekening) in zwartkrijt zetten.

Tekende opOpgetekend
OptellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; telde op, heeft opgeteld; opteller, optelling)
1 bij elkaar tellen.

In Spaans overeenkomend met: Sumar
  sAdderen
Bijtellen
Telde opOpgeteld
OpterenIn de betekenis van: Een keuze doen, kiezen

In Spaans overeenkomend met: Optar
  sBesluiten
Overgaan
OpteerdeGeopteerd
opterenIn de betekenis van:
Verteren, geheel opmaken, zodat er niets meer overblijft

In Spaans overeenkomend met:
Acabar, Apurar, Consumir
  sBesluiten
Overgaan
Teerde opOpgeteerd
OptillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tilde op, heeft opgetild)
1 omhoog beuren.

In Spaans overeenkomend met: Levantar
Tilde opOpgetild
OptimaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; optimaliseerde, heeft geoptimaliseerd; optimalisering)
1 optimaal maken, in de meest gunstige omstandigheden of tot de [[gunstigste]] oplossing brengen.

In Spaans overeenkomend met: Optimizar
OptimaliseerdeGeoptimaliseerd
OptimmerenTimmerde opOpgetimmerd
OptomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toomde op, heeft opgetoomd)
1 (een rijdier) de toom aandoen.

Toomde opOpgetoomd
OptooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tooide op, heeft opgetooid; optooiing)
1 [[fraaier]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Zafar
Ataviar
  sUitdossen
Tooide opOpgetooid
OptornenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tornde op, heeft/is opgetornd)
1 met moeite ergens tegenin gaan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; tornde op, is opgetornd)
1 (van naaisel) losgaan doordat de draad gebroken is.
([[overgankelijk]] werkwoord; tornde op, heeft opgetornd)
1 (het naaisel van iets) lossnijden.

Tornde opOpgetornd
OptransformerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transformeerde op, heeft opgetransformeerd)
1 (een elektrische stroom van zekere spanning) veranderen in een stroom van hogere spanning.

Transformeerde opOpgetransformeerd
OptredenALLE betekenissen van dit woord:
(het; optredens)
1 handelwijze
2 gelegenheid dat een artiest of een gezelschap een voorstelling geeft.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trad op, heeft opgetreden)
1 een uitvoering geven op het toneel
2 een functie vervullen
3 handelen
4 zich voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Actuar, Obrar
  sAgeren
Bezig zijn
Doen
Handelen
Te werk gaan
Trad opOpgetreden
OptrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; trok op, heeft opgetrokken)
1 omgaan met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok op, is opgetrokken; optrekker, optrekking)
1 zich begeven in een bepaalde richting
2 (van voertuigen) snelheid maken
3 (van mist) verdwijnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok op, heeft opgetrokken)
1 in de hoogte trekken, doen gaan
2 opbouwen.

In Spaans overeenkomend met: Disiparse
  sOvergaan
Vergaan
Vervliegen
Wegtrekken
Trok opOpgetrokken
OptroevenTroefde opOpgetroefd
OptrommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trommelde op, heeft opgetrommeld; optrommeling)
1 bijeenroepen.

Trommelde opOpgetrommeld
OptuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tuigde op, heeft opgetuigd; optuiger, optuiging)
1 wat tot het tuig of de tuigage behoort aanbrengen op
2 versieren.

In Spaans overeenkomend met: Uncir
Aparejar
  sBespannen
Inspannen
Optakelen
Spannen
Tuigen
Voorspannen
Tuigde opOpgetuigd
OptuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tutte op, heeft opgetut)
1 (schertsend) make-up aanbrengen, mooi aankleden.

Tutte opOpgetut
OptyfenTyfte opOpgetyft
OpvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel op, is opgevallen)
1 door bepaalde eigenschappen snel opgemerkt worden.

In Spaans overeenkomend met: Destacarse
Chocar, Golpear, Percutir
  sAfsteken
Klappen
Kloppen
Slaan
Uitkomen
Viel opOpgevallen
OpvangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ving op, heeft opgevangen)
1 vangen, zodat het niet verder valt
2 (geluiden, stemmen, signalen enz.) terloops waarnemen
3 (iemand) helpen bij de overgang naar een nieuwe situatie
4 in zijn werking of gevolgen tenietdoen.

In Spaans overeenkomend met: Acoger, Captar
  sAannemen
Accepteren
Ontvangen
Opnemen
Ving opOpgevangen
OpvarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer op, is opgevaren)
1 (formeel) opstijgen ten hemel.

In Spaans overeenkomend met: Remontar ((rivier),(rŪo))
Voer opOpgevaren
OpvattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vatte op, heeft opgevat)
1 op de genoemde wijze beschouwen
2 (een gevoel) gaan ondervinden.

Vatte opOpgevat
OpvegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veegde op, heeft opgeveegd)
1 bijeenvegen en opruimen.

In Spaans overeenkomend met: Barrer
  sAanvegen
Bezemen
Schoonvegen
Vegen
Veegde opOpgeveegd
OpverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; veerde op, is opgeveerd)
1 als door een veer gedreven omhoog springen.

Veerde opOpgeveerd
OpvervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfde op, heeft opgeverfd)
1 door verven opknappen.

Verfde opOpgeverfd
OpvierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vierde op, heeft opgevierd)
1 (scheepvaart) (touwen e.d.) verder vieren.

Vierde opOpgevierd
OpvijlenVijlde opOpgevijld
OpvijzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vijzelde op, heeft opgevijzeld; opvijzelaar, opvijzeling)
1 met enige moeite opknappen
2 met vijzels in de hoogte brengen.

Vijzelde opOpgevijzeld
OpvijzenVees opOpgevezen
OpvissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; viste op, heeft opgevist)
1 vissend uit het water halen
2 tevoorschijn brengen.

Viste opOpgevist
OpvlammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vlamde op, is opgevlamd)
1 oplaaien.

Vlamde opOpgevlamd
OpvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog op, is opgevlogen; opvlieging)
1 omhoogvliegen
2 vlug opstaan
3 driftig worden.

In Spaans overeenkomend met: Remontarse
  sOpstuiven
Vloog opOpgevlogen
OpvoedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voedde op, heeft opgevoed; opvoeder, opvoeding)
1 (een mens of dier) grootbrengen en vormen.

In Spaans overeenkomend met: Criar
Educar
Educar niŮos, Hacer de ayo
  sDresseren
Grootbrengen
Kweken
Onderwijzen
Opleiden
Voedde opOpgevoed
OpvoegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voegde op, heeft opgevoegd; opvoeging)
1 de voegen van [[metselwerk]] met specie vullen.

Voegde opOpgevoegd
OpvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde op, heeft opgevoerd; opvoerder, opvoering)
1 de kracht, grootte, uitwerking enz. vergroten van
2 (een toneelstuk, opera enz.) ten [[tonele]] brengen
3 (iets nieuws) naar voren brengen
4 (voer) verbruiken.

In Spaans overeenkomend met: Encumbrar
Elevar
Echar ((toneelstuk),(drama)), Representar
  sOpheffen
Verheffen
Verhogen
Voerde opOpgevoerd
OpvolgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (volgde op, heeft/is opgevolgd) iemand vervangen die vertrokken is
2 (volgde op, heeft opgevolgd) zich houden aan
3 de kwaliteit en de voortgang controleren van (een proces of werkzaamheden)
4 (volgde op, heeft opgevolgd) (in [[BelgiŽ]]) (een ontwikkeling, een behandeling, werkzaamheden) volgen en toezien op de kwaliteit, het effect, de voortgang ervan.

In Spaans overeenkomend met: Seguir, Suceder
  sBewandelen
Bijhouden
Volgen
Volgen op
Voortvloeien
Volgde opOpgevolgd
OpvorderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vorderde op, heeft opgevorderd; opvordering)
1 opeisen, terugvorderen.

Vorderde opOpgevorderd
OpvouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vouwde op, heeft opgevouwen)
1 een of meermalen dichtvouwen.

Vouwde opOpgevouwen
OpvragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vraagde op/vroeg op, heeft opgevraagd; opvraging)
1 vragen om iets.

Vraagde™ op, Vroeg opOpgevraagd
OpvretenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vrat op, heeft opgevreten)
1 (informeel) opeten.

Vrat opOpgevreten
OpvriezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vroor op, is opgevroren)
1 opnieuw bevriezen
2 omhoog komen door bevriezing van de ondergrond, bv. bij bestratingen, deurdorpels enz.

Vroor opOpgevroren
OpvrijenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vrijde op, heeft opgevrijd)
1 (iemand) seksueel prikkelen
2 (iemand) door [[vriendelijkheden]] aangenaam trachten te zijn om iets van hem gedaan te krijgen.

Vrijde op, Vree™ opOpgevrijd, OpgevreeŽn™
OpvrolijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vrolijkte op, heeft opgevrolijkt; opvrolijking)
1 [[vrolijker]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Divertir, Entretener
Animar
Amenizar
  sAanmoedigen
Amuseren
Animeren
Bemoedigen
Bezielen
Onderhouden
Opmonteren
Opwekken
Verlevendigen
Vermaken
Vrolijkte opOpgevrolijkt
OpvullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vulde op, heeft opgevuld; opvulling)
1 geheel vullen
2 een zetsel e.d. met wit vullen tot de regel of de vorm vol is.

In Spaans overeenkomend met: Atiborrar
Mechar
Acolchar, Rellenar
  sOpzetten
Volproppen
Vullen
Vulde opOpgevuld
OpwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waaide op/woei op, is opgewaaid; opwaaiing)
1 door de wind in de hoogte gedreven worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; waaide op/woei op, heeft opgewaaid)
1 door waaien omhoog brengen.

Waaide op, Woei opOpgewaaid
OpwaarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waardeerde op, heeft opgewaardeerd; opwaardering)
1 een hogere waarde geven
2 een hogere status geven
3 (iets) een hogere waarde geven.

Waardeerde opOpgewaardeerd
OpwachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wachtte op, heeft opgewacht; opwachting)
1 ergens wachten tot iemand komt.

Wachtte opOpgewacht
OpwandelenWandelde opOpgewandeld
OpwarmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; warmde op, is opgewarmd; opwarmer, opwarming)
1 geleidelijk een hogere temperatuur krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; warmde op, heeft opgewarmd)
1 opnieuw warm maken
2 (iemand) enthousiast maken.

Warmde opOpgewarmd
OpwassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wies op, is opgewassen)
1 (archaÔsch) opgroeien.

Wies opOpgewassen
OpwegenWoog opOpgewogen
OpwekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wekte op, heeft opgewekt)
1 (iemand) aansporen, bemoedigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wekte op, heeft opgewekt; opwekking)
1 (gevoelens, elektriciteit) doen ontstaan
2 weer levend maken.

In Spaans overeenkomend met: Estimular
Instigar
Animar
Resucitar
Irritar
Despertar
  sAanmoedigen
Aansporen
Aanvuren
Aanwakkeren
Animeren
Bemoedigen
Bezielen
Doen herleven
Opmonteren
Opvrolijken
Prikkelen
Wakker maken
Wekken
Zwepen
Wekte opOpgewekt
OpwellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; welde op, is opgeweld; opwelling)
1 naar boven komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; welde op, heeft opgeweld)
1 opkoken, aan de kook brengen.

In Spaans overeenkomend met: Surtir
  sOntspringen
Tevoorschijn komen
Welde opOpgeweld
OpwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; werkte op, is opgewerkt; opwerking)
1 (van vaartuigen) in een bepaalde richting met moeite vooruitkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte op, heeft opgewerkt)
1 ([[beeldhouwwerk]], snijwerk enz.) door het bewerken hoog doen opkomen
2 door bewerken in de vereiste toestand brengen.
(wederkerend werkwoord; werkte zich op, heeft zich opgewerkt)
1 uit een minder gunstige positie vooruitkomen.

Werkte opOpgewerkt
OpwerpenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wierp op, heeft opgeworpen)
1 pretenderen het genoemde te zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp op, heeft opgeworpen; opwerping)
1 omhooggooien
2 (een opmerking, vraag enz.) te [[berde]] brengen
3 doen verrijzen.

In Spaans overeenkomend met: Plantear
  sAansnijden
Stellen
Voorstellen
Wierp opOpgeworpen
OpwindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wond op, heeft opgewonden; opwinding)
1 (de veer van een uurwerk) spannen
2 (iets) tot een kluwen of rol maken
3 (iemand) in een geestdriftige, hartstochtelijke toestand brengen
4 omhoogbrengen m.b.v. een windas
5 (iemand) seksueel prikkelen.
(wederkerend werkwoord; wond zich op, heeft zich opgewonden)
1 zich openlijk zeer aan iets ergeren.

In Spaans overeenkomend met: Agitar, Perturbar
Excitar
Apasionar
Amartillar, Atirantar, Dar cuerda, Tensar
  sAanwakkeren
Agiteren
Nauwer aanhalen
Ophitsen
Opruien
Opstoken
Passioneren
Prikkelen
Schudden
Spannen
Strekken
Uitrekken
Verhitten
Werken op
Wond opOpgewonden
OpwippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wipte op, is opgewipt)
1 wippend omhooggaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; wipte op, heeft opgewipt)
1 met een wip in de hoogte doen gaan.

Wipte opOpgewipt
OpwrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wreef op, heeft opgewreven; opwrijving)
1 door wrijven weer glanzend maken.

In Spaans overeenkomend met: Limpiar
  sAfvegen
Poetsen
Reinigen
Schoonmaken
Wreef opOpgewreven
OpwroetenWroette opOpgewroet
OpzadelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zadelde op, heeft opgezadeld)
1 (iemand) met iets [[onaangenaams]] belasten.
([[overgankelijk]] werkwoord; zadelde op, heeft opgezadeld; opzadeling)
1 (een rijdier) het zadel opleggen.

In Spaans overeenkomend met: Ensillar
  sZadelen
Zadelde opOpgezadeld
OpzakkenZakte opOpgezakt
OpzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zei op, heeft opgezegd)
1 mededelen dat men de genoemde aangegane verbintenis enz. wil doen ophouden of van een recht of dienst geen gebruik meer wil maken
2 voordragen, reciteren.

In Spaans overeenkomend met: Declamar, Recitar
  sReciteren
Voordragen
Zegde op, Zei opOpgezegd
OpzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond op, heeft opgezonden; opzending)
1 (scheepvaart) (iemand) naar de wal sturen.

In Spaans overeenkomend met: Despachar, Enviar, Expedir
  sDoen toekomen
Opsturen
Sturen
Verzenden
Zenden
Zond opOpgezonden
OpzettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zette op, heeft opgezet)
1 (iemand) tot verzet aandrijven.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zette op, is opgezet; opzetter, opzetting)
1 in omvang toenemen
2 in een bepaalde richting zich voortbewegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zette op, heeft opgezet)
1 op de bedoelde plaats zetten
2 omhoog doen gaan, overeind zetten
3 (een [[project]]) organiseren
4 (dode dieren) opvullen om ze te bewaren in die vorm die het levende dier had.

In Spaans overeenkomend met: Montar
Acolchar, Rellenar
Abultarse, Hincharse
  sOpvullen
Opzwellen
Rijzen
Uitdijen
Vullen
Zwellen
Zette opOpgezet
OpzienALLE betekenissen van dit woord:
(het)
∂ alleen in verbindingen.
(werkwoord; zag op, heeft opgezien)
1 bewonderen
2 verwachten dat iets naar zal zijn.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag op, heeft opgezien)
1 opkijken.

Zag opOpgezien
OpzijleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 voor later gebruik apart leggen, sparen, geld ergens voor reserveren.

Legde opzijOpzijgelegd
OpzijschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof opzij, heeft opzijgeschoven)
1 aan de kant schuiven.

Schoof opzijOpzijgeschoven
OpzijzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette opzij, heeft opzijgezet)
1 als minder belangrijk beschouwen.

Zette opzijOpzijgezet
OpzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat op, heeft opgezeten)
1 overeind zitten
2 (van honden) op de achterste poten gaan zitten
3 te paard stijgen.

Zat opOpgezeten
OpzoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zocht op, heeft opgezocht)
1 na enig zoeken tevoorschijn halen
2 bepaalde informatie zoeken in een naslagwerk
3 (iemand) bezoeken
4 gaan naar.

In Spaans overeenkomend met: Buscar
Visitar
  sAfgaan
Bezoeken
Snorren
Uitkijken
Uitzien
Zoeken
Zocht opOpgezocht
OpzoutenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 weggaan, ophoepelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zoutte op, heeft opgezouten; opzouting)
1 (gevoelens) niet uiten.

Zoutte opOpgezouten
OpzuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoog op, heeft opgezogen; opzuiging)
1 door zuigen opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Chupar
  sLurken
Zuigen
Zoog opOpgezogen
OpzuipenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[zoop]] op, heeft opgezopen)
1 (vulgair) (drank) gretig tot zich nemen
2 (vulgair) (geld) uitgeven aan sterkedrank.

Zoop opOpgezopen
OpzuiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zuiverde op, heeft opgezuiverd; opzuivering)
1 (wat ongelijk van oppervlakte is) zuiver bijwerken.

Zuiverde opOpgezuiverd
OpzwellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwol op, is opgezwollen; opzwelling)
1 door zwellen in omvang toenemen
2 omhoog komen.

In Spaans overeenkomend met: Hinchar
Abultarse, Hincharse
  sOpzetten
Rijzen
Uitdijen
Zwellen
Zwol opOpgezwollen
OpzwepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zweepte op, heeft opgezweept)
1 (ook absoluut) (iemand) sterk prikkelen
2 (iets) in de hoogte jagen.

Zweepte opOpgezweept
OpzwoegenZwoegde opOpgezwoegd
OrakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; orakelde, heeft georakeld)
1 nadrukkelijk verkondigen.

OrakeldeGeorakeld
OrdenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ordende, heeft geordend; ordening)
1 plaatsen volgens een bepaalde ordening
2 naar een bepaalde schikking regelen
3 (religie) in een orde opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Arreglar
Organizar
Planear
  sAanrichten
Arrangeren
Plannen
OrdendeGeordend
OrdinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ordineerde]], heeft geordineerd)
1 ([[rooms-katholiek]]) de priesterwijding geven.

OrdineerdeGeordineerd
OrdonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ordonneerde, heeft geordonneerd)
1 bevelen
2 (de onderdelen van een schilderij) schikken, ordenen.

OrdonneerdeGeordonneerd
OrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; oreerde, heeft georeerd; orator, oratie)
1 een redevoering houden
2 (schertsend) hoogdravend of druk praten.

OreerdeGeoreerd
OrganiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; organiseerde, heeft georganiseerd; organisator, organisatie)
1 een bepaalde structuur aanbrengen
2 (informeel) (een evenement) tot stand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Organizar
  sRegelen
Uitschrijven
OrganiseerdeGeorganiseerd
OrgelenOrgeldeGeorgeld
OriŽnterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; oriŽnteerde, heeft georiŽnteerd)
1 richten.
([[overgankelijk]] werkwoord; oriŽnteerde, heeft georiŽnteerd)
1 richten volgens het kompas
2 voorlichten, inzicht geven.
(wederkerend werkwoord; oriŽnteerde zich, heeft zich georiŽnteerd; oriŽntatie)
1 inzicht trachten te verkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Orientar
  sInwerken
OriŽnteerdeGeoriŽnteerd
OrkestrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; orkestreerde, heeft georkestreerd; orkestratie)
1 (een compositie) in partijen voor orkest bewerken.

OrkestreerdeGeorkestreerd
OrnamenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ornamenteerde, heeft geornamenteerd)
1 met ornamenten versieren.

OrnamenteerdeGeornamenteerd
OscillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; oscilleerde, heeft geoscilleerd; oscillatie)
1 voortdurend toe- en afnemen van de intensiteit van een verschijnsel.

In Spaans overeenkomend met: Oscilar
  sSchommelen
Slingeren
OscilleerdeGeoscilleerd
OtterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[otterde]], heeft geotterd)
1 moeizaam bezig zijn.

OtterdeGeotterd
OutillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[outilleerde]], heeft geoutilleerd)
1 voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis.

OutilleerdeGeoutilleerd
OuwehoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ouwehoerde, heeft geouwehoerd)
1 (informeel) kletsen.

OuwehoerdeGeouwehoerd
OuwenelenOuweneeldeGeouweneeld
OveracterenOveracteerdeOveracteerd
OverbelastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overbelastte, heeft overbelast; overbelasting)
1 te zwaar belasten, meer belasten dan de normale spanning, breukvastheid, het prestatievermogen enz. toelaat.

In Spaans overeenkomend met: Sobrecargar
OverbelastteOverbelast
OverbelichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; belichtte over, heeft overbelicht; overbelichting)
1 (fotografie) te lang, te sterk belichten
2 te sterk de nadruk leggen op.

OverbelichtteOverbelicht
OverbevolkenOverbevolkteOverbevolkt
OverbiedenIn de betekenis van:
Een hoger bod uitbrengen dan een ander

OverboodOverboden
OverbiedenIn de betekenis van:
Opnieuw de bieding zijn beslag laten krijgen

Bood overOvergeboden
OverblazenBlies overOvergeblazen
OverblijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef over, is overgebleven; overblijver)
1 ongedaan, ongebruikt blijven
2 blijven bestaan, in leven blijven
3 niet naar huis gaan tijdens de middagpauze op school.

In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse
Sobrar
  sBlijven
Overhouden
Resten
Resteren
Toeven
Verblijven
Bleef overOvergebleven
OverbluffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overblufte, heeft overbluft)
1 (iemand) overtroeven met bluf.

OverblufteOverbluft
OverboekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boekte over, heeft overgeboekt; overboeking)
1 in een ander boek of naar een andere rekening overbrengen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overboekte, heeft overboekt; overboeking)
1 (reisaccommodatie) meer dan eenmaal verhuren.

In Spaans overeenkomend met: Transferir
  sOverzetten
Boekte overOvergeboekt
overbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht over, heeft overgebracht; overbrenging)
1 verplaatsen over een zekere afstand
2 meedelen als [[tussenpersoon]] of op verzoek van een ander
3 doen overgaan van de ene persoon of zaak op de andere
4 (geluid, beweging enz.) naar een andere plaats brengen
5 vertalen.

In Spaans overeenkomend met: Impulsar
Comunicar
Dictaminar, Informar
Trasladar
Transmitir
Transferir, Transportar
  sMelden
Omzetten
Overdragen
Overplaatsen
Transporteren
Uitzenden
Verleggen
Verplaatsen
Verslaan
Vervoeren
Voeren
Bracht overOvergebracht
OverbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht over, heeft overgebracht; overbrenging)
1 verplaatsen over een zekere afstand
2 meedelen als [[tussenpersoon]] of op verzoek van een ander
3 doen overgaan van de ene persoon of zaak op de andere
4 (geluid, beweging enz.) naar een andere plaats brengen
5 vertalen.

In Spaans overeenkomend met:
  sMelden
Omzetten
Overdragen
Overplaatsen
Transporteren
Uitzenden
Verleggen
Verplaatsen
Verslaan
Vervoeren
Voeren
OverbrachtOverbracht
OverbrievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; briefde over, heeft overgebriefd; overbriever, overbrieving)
1 verklikken
2 (iets [[ongunstigs]]) per brief mededelen.

Briefde overOvergebriefd
OverbruggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overbrugde, heeft overbrugd; overbrugging)
1 een brug bouwen over
2 een voorziening aanbrengen tussen (niet-aansluitende verschijnselen, opvattingen, perioden of functies).

OverbrugdeOverbrugd
OverbuigenIn Spaans overeenkomend met: Ladear
  sOverhellen
Boog overOvergebogen
OvercompenserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[overcompenseerde]], heeft overgecompenseerd; overcompensatie)
1 te sterk compenseren.

OvercompenseerdeOvergecompenseerd
OverdekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overdekte, heeft overdekt; overdekking)
1 een dak, kap, deksel enz. aanbrengen over
2 geheel en al bedekken.

OverdekteOverdekt
OverdenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overdacht, heeft overdacht; overdenking)
1 nadenken over.

In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar
  sBedenken
Nadenken
Overleggen
Overpeinzen
Wikken
Zinnen
Zinnen op
OverdachtOverdacht
OverdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed over, heeft overgedaan)
1 ter verbetering opnieuw doen
2 verkopen, afstaan
3 van het ene vat enz. in het andere doen.

In Spaans overeenkomend met: Rehacer
Vender
  sOpnieuw maken
Overmaken
Tappen
Verhandelen
Verkopen
Vervreemden
Wegdoen
Deed overOvergedaan
OverdonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overdonderde, heeft overdonderd)
1 overbluffen.

In Spaans overeenkomend met: Acojonar
Aturullar
OverdonderdeOverdonderd
OverdragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg over, heeft overgedragen; overdrager)
1 (een ziekte, [[woordbetekenis]] e.d.) doen overgaan
2 (wat men bezit, waarop men recht heeft enz.) aan iemand anders geven.

In Spaans overeenkomend met: Endosar, Transmitir
  sOverbrengen
Uitzenden
Droeg overOvergedragen
OverdrijvenIn de betekenis van: OverdrŪjven

In Spaans overeenkomend met: Abultar, Exagerar
  sAandikken
Chargeren
OverdreefOverdreven
overdrijvenIn de betekenis van: ”verdrijven

  sAandikken
Chargeren
Dreef overOvergedreven
OverdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte over, heeft overgedrukt)
1 opnieuw drukken
2 met behulp van de drukpers op iets anders overbrengen
3 boven een bepaalde oplage, meer dan het bepaalde aantal drukken.

Drukte overOvergedrukt
OverduvelenOverduveldeOverduveld
OvereenbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht overeen, heeft overeengebracht)
1 bij elkaar doen passen, doen overeenstemmen.

Bracht overeenOvereengebracht
OvereenkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam overeen, is overeengekomen)
1 gelijkenis vertonen, een verband hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord; kwam overeen, is overeengekomen)
1 het eens worden.

In Spaans overeenkomend met: Concertar
Convenir, Pactar
Coincidir, Conformar, Conformarse
Corresponder
Congeniar
Acordar
Concordar
  sAccorderen
Afspreken
Een schikking treffen
Het eens zijn
Overeenstemmen
Samenvallen
Sympathiseren
Tot stand brengen
Kwam overeenOvereengekomen
OvereenstemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stemde overeen, heeft overeengestemd; overeenstemming)
1 overeenkomen, gelijkenis vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Coincidir, Conformar, Conformarse
Congeniar
  sHet eens zijn
Overeenkomen
Samenvallen
Sympathiseren
Stemde overeenOvereengestemd
overervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; erfde over, is overgeŽrfd; overerving)
1 door erfenis op iemand overgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; erfde over, heeft overgeŽrfd)
1 bij de geboorte van ouders of voorouders meekrijgen.

Erfde overOvergeŽrfd
overervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; erfde over, is overgeŽrfd; overerving)
1 door erfenis op iemand overgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; erfde over, heeft overgeŽrfd)
1 bij de geboorte van ouders of voorouders meekrijgen.

OvererfdeOvererfd
OveretenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[overat]] zich, heeft zich overeten)
1 te veel eten, zich de maag overladen.

OveratOvereten
OvergaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging over, is overgegaan)
1 na iets anders beginnen met.
(werkwoord; ging over, is overgegaan)
1 na iets anders beginnen met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging over, is overgegaan)
1 van plaats of positie veranderen
2 op school bevorderd worden
3 van de ene toestand in de andere komen
4 voorbijgaan
5 sterven.

In Spaans overeenkomend met: Ascender, Subir en categorŪa
Optar
Disiparse
Pasar, Transcurrir
Tocar
Pasar al otro lado
Atravesar
  sAvanceren
Besluiten
Gaan
In rang opklimmen
Kleppen
Klinken
Omkomen
Oprukken
Opteren
Optrekken
Overlopen
Oversteken
Promotie maken
Slaan
Te boven gaan
Vergaan
Verlopen
Verstrijken
Vervliegen
Wegtrekken
Ging overOvergegaan
OvergevenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gaf over, heeft overgegeven)
1 zich wijden aan
2 verslaafd raken aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaf over, heeft overgegeven)
1 braken.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf over, heeft overgegeven)
1 (ook absoluut) (de speelkaarten) opnieuw ronddelen
2 aan iemand anders geven
3 toevertrouwen.
(wederkerend werkwoord; gaf zich over, heeft zich overgegeven)
1 de strijd opgeven.

In Spaans overeenkomend met: Provocar
Alargar, Transferir
Entregar
Lanzar, Vomitar
  sAangeven
Aanreiken
Afdragen
Afgeven
Braken
Kotsen
Overleggen
Spugen
Toereiken
Uitbetalen
Uitbraken
Vomeren
Gaf overOvergegeven
overgietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot over, heeft overgegoten; overgieting)
1 gieten van het ene vat in het andere.
([[overgankelijk]] werkwoord; overgoot, heeft overgoten; overgieting)
1 bedekken met een vloeistof.

In Spaans overeenkomend met: Decantar
Transvasar, Trasegar
  sDompelen
Overschenken
Goot overOvergegoten
OvergietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot over, heeft overgegoten; overgieting)
1 gieten van het ene vat in het andere.
([[overgankelijk]] werkwoord; overgoot, heeft overgoten; overgieting)
1 bedekken met een vloeistof.

In Spaans overeenkomend met: BaŮar
  sDompelen
Overschenken
OvergootOvergoten
OvergooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide over, heeft overgegooid)
1 (ook absoluut) (een voorwerp) over iets heen gooien
2 (ook absoluut) opnieuw gooien
3 in een bepaalde richting omzetten.

Gooide overOvergegooid
OvergroeienOvergroeideOvergroeid
OverhaastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overhaastte, heeft overhaast)
1 te zeer verhaasten.

OverhaastteOverhaast
OverhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; haalde over, heeft overgehaald)
1 (scheepvaart) (van schepen) overhellen.
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde over, heeft overgehaald)
1 (iemand) zo beÔnvloeden dat hij iets doet of laat
2 naar de andere kant halen
3 trekken aan
4 (scheikunde) distilleren
5 (een tekening) overtrekken
6 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (iemand) zo beÔnvloeden dat hij iets doet of laat.

In Spaans overeenkomend met: Requerir
Destilar
Persuadir
  sBepraten
Branden
Destilleren
Distilleren
Overreden
Stoken
Haalde overOvergehaald
OverhandigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overhandigde, heeft overhandigd; overhandiging)
1 overgeven, ter hand stellen.

In Spaans overeenkomend met: Alargar, Entregar
  sTer hand stellen
OverhandigdeOverhandigd
OverhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing over, heeft overgehangen)
1 over, boven iets hangen
2 (van bouwwerken) uit het lood hangen.

Hing overOvergehangen
OverhebbenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; had over, heeft overgehad)
1 bereid zijn iets te geven of te doen omdat daar iets tegenover staat.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; had over, heeft overgehad)
1 meer hebben dan nodig is.

Had overOvergehad
OverheersenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overheerste, heeft overheerst)
1 (ook absoluut) de overhand hebben op (iemand of iets anders)
2 heersen over.

In Spaans overeenkomend met: Imponerse
Dominar, Predominar
  sBedwingen
Beheersen
Domineren
Uitschitteren
OverheersteOverheerst
OverhellenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; helde over, heeft overgeheld)
1 neiging tot iets tonen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; helde over, heeft overgeheld; overhelling)
1 naar ťťn zijde uit het lood hangen.

In Spaans overeenkomend met: Acurrucarse, Ladear
  sHellen
Overbuigen
Helde overOvergeheld
OverhevelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hevelde over, heeft overgeheveld; overheveling)
1 overbrengen, overplaatsen
2 d.m.v. een hevel in een ander vat overbrengen.

Hevelde overOvergeheveld
OverhoopgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide overhoop, heeft overhoopgegooid)
1 door elkaar gooien.

Gooide overhoopOverhoopgegooid
OverhoophalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde overhoop, heeft overhoopgehaald)
1 door elkaar gooien, in wanorde brengen
2 van allerlei te pas of te onpas te [[berde]] brengen.

Haalde overhoopOverhoopgehaald
OverhoopliggenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; lag overhoop, heeft overhoopgelegen)
1 (informeel) (van personen) onenigheid hebben.
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag overhoop, heeft overhoopgelegen)
1 (van voorwerpen) dooreen, verward door elkaar liggen.

Lag overhoopOverhoopgelegen
OverhooplopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liep overhoop, heeft overhoopgelopen)
1 (informeel) omverlopen.

Liep overhoopOverhoopgelopen
OverhoopschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot overhoop, heeft overhoopgeschoten)
1 (informeel) doodschieten.

Schoot overhoopOverhoopgeschoten
OverhoopsmijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeet overhoop, heeft overhoopgesmeten)
1 door elkaar smijten.

Smeet overhoopOverhoopgesmeten
OverhoopstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak overhoop, heeft overhoopgestoken)
1 (informeel) doodsteken.

Stak overhoopOverhoopgestoken
OverhorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overhoorde, heeft overhoord)
1 (het geleerde) ter [[controle]] laten opschrijven of opzeggen
2 (personen) een toets afnemen over het geleerde.

OverhoordeOverhoord
OverhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield over, heeft overgehouden)
1 (ook absoluut) nog over hebben
2 (dieren en planten) door de winter heen in leven houden.

In Spaans overeenkomend met: Conservar
Sobrar
  sBehouden
Bergen
Bewaren
Conserveren
Onderhouden
Overblijven
Hield overOvergehouden
OverhuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overhuifde, heeft overhuifd; overhuiving)
1 met een huif of kap overdekken.

OverhuifdeOverhuifd
OverijlenOverijldeOverijld
overjagenJaagde over, Joeg overOvergejaagd
OverjagenOverjaagde, OverjoegOverjaagd
OverkappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[overkapte]], heeft overkapt; overkapping)
1 met een kap overdekken.

OverkapteOverkapt
overkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keek over, heeft overgekeken)
1 nog eens bekijken.

Keek overOvergekeken
OverkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keek over, heeft overgekeken)
1 nog eens bekijken.

OverkeekOverkeken
OverklassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overklaste, heeft overklast; overklassing)
1 veel beter zijn dan (de tegenstanders).

OverklasteOverklast
OverkluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[overkluisde]], heeft overkluisd; overkluizing)
1 (een water) overdekken met een weg, bebouwing enz.

OverkluisdeOverkluisd
OverkoepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overkoepelde, heeft overkoepeld; overkoepeling)
1 met een koepel overdekken
2 onder zich samenvatten.

OverkoepeldeOverkoepeld
OverkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kookte over, is overgekookt)
1 bij het koken overlopen
2 (van personen) driftig worden.

Kookte overOvergekookt
overkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam over, is overgekomen)
1 over iets heen komen
2 begrepen worden, aanslaan
3 van elders bij iemand komen
4 (van signalen, zendingen, uitzendingen) ontvangen worden.
([[onovergankelijk]] werkwoord; overkwam, is overkomen)
1 m.b.t. iemand gebeuren.

In Spaans overeenkomend met: Parecer
  sGebeuren
Geschieden
Lijken
Schijnen
Toeschijnen
Voorkomen
Voorvallen
Kwam overOvergekomen
OverkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam over, is overgekomen)
1 over iets heen komen
2 begrepen worden, aanslaan
3 van elders bij iemand komen
4 (van signalen, zendingen, uitzendingen) ontvangen worden.
([[onovergankelijk]] werkwoord; overkwam, is overkomen)
1 m.b.t. iemand gebeuren.

In Spaans overeenkomend met: Suceder
PasarOcurrir
  sGebeuren
Geschieden
Lijken
Schijnen
Toeschijnen
Voorkomen
Voorvallen
OverkwamOverkomen
OverkrijgenKreeg overOvergekregen
OverkroppenOverkropteOverkropt
overladenIn de betekenis van:
(De lading) in een ander voertuig of vaartuig overbrengen

In Spaans overeenkomend met: Transbordar
  sAfwentelen
Verladen
Laadde overOvergeladen
OverladenIn de betekenis van:
1 overmatig voorzien van iets
2 te zwaar beladen

  sAfwentelen
Verladen
OverlaaddeOverladen
OverlappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overlapte, heeft overlapt; overlapping)
1 gedeeltelijk samenvallen met een ander deel of een andere periode.

OverlapteOverlapt
OverlastenOverlastteOverlast
OverlatenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liet over, heeft overgelaten)
1 iemand laten zorgen voor (iets), (iets) door iemand laten doen.
([[overgankelijk]] werkwoord; liet over, heeft overgelaten; overlating)
1 overig laten
2 over iets heen laten gaan.

In Spaans overeenkomend met: Dejar
  sToevertrouwen
Liet overOvergelaten
overleggenIn de betekenis van: Ter bestemder plaatse tonen

In Spaans overeenkomend met:
Reflexionar
  sAfgeven
Beraadslagen
Nadenken
Overdenken
Overgeven
Overpeinzen
Overwegen
Uitbetalen
Wikken
Zinnen
Zinnen op
Legde overOvergelegd
OverleggenIn de betekenis van:
Gezamenlijk bespreken om tot een besluit te komen => de /hoofden/koppen/ bij elkaar steken, zich verstaan met

In Spaans overeenkomend met: Deliberar, Tantear
Reflexionar
Entregar
  sAfgeven
Beraadslagen
Nadenken
Overdenken
Overgeven
Overpeinzen
Overwegen
Uitbetalen
Wikken
Zinnen
Zinnen op
OverlegdeOverlegd
OverlevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overleefde, heeft overleefd; overleving)
1 langer leven dan
2 levend te boven komen.

In Spaans overeenkomend met: Pervivir, Sobrevivir
OverleefdeOverleefd
OverleverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leverde over, heeft overgeleverd; overlevering)
1 overdragen
2 aan een volgend geslacht doorgeven.

Leverde overOvergeleverd
overlezenIn de betekenis van: Opnieuw lezen; doorlezen

In Spaans overeenkomend met: Releer
  sHerlezen
Las overOvergelezen
OverlezenIn de betekenis van: Over het hoofd zien

  sHerlezen
OverlasOverlezen
OverliggenLag overOvergelegen
OverlijdenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 (formeel) de dood van een mens, het sterven.
([[onovergankelijk]] werkwoord; overleed, is overleden)
1 (formeel) sterven.

In Spaans overeenkomend met: Fallecer
Morir
  sDoodgaan
Sterven
Verscheiden
Versmachten
OverleedOverleden
OverlommerenOverlommerdeOverlommerd
overlopenIn de betekenis van: ”verlopen

In Spaans overeenkomend met: Colmar, Desbordar, Desbordarse
Atravesar, Pasar al otro lado
  sBuiten de oevers treden
Overgaan
Oversteken
Overstromen
Overtreffen
Liep overOvergelopen
OverlopenIn de betekenis van: Overlůpen

In Spaans overeenkomend met: Colmar
  sBuiten de oevers treden
Overgaan
Oversteken
Overstromen
Overtreffen
OverliepOverlopen
OvermakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte over, heeft overgemaakt; overmaking)
1 (een bedrag) op een andere bank- of [[girorekening]] overbrengen
2 opnieuw maken
3 (in [[BelgiŽ]]) ([[iemands]] groeten) overbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Remitir
Rehacer
  sOpnieuw maken
Overdoen
Maakte overOvergemaakt
OvermannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overmande, heeft overmand; overmanning)
1 door meer kracht of macht overwinnen.

OvermandeOvermand
OvermeesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overmeesterde, heeft overmeesterd; overmeestering)
1 meester worden over, zich meester maken van.

OvermeesterdeOvermeesterd
OvernaaienNaaide overOvergenaaid
OvernachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; overnachtte, heeft overnacht; overnachting)
1 ergens blijven slapen.

In Spaans overeenkomend met: Pernoctar
OvernachtteOvernacht
OvernemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam over, heeft overgenomen; overneming)
1 van een ander in ontvangst nemen
2 (een aan een ander opgedragen taak enz.) aanvaarden in diens plaats
3 (iets) navolgen, zich eigen maken
4 (iets) kopen van iem.
5 (iets) overnemen uit
6 (radio, tv) [[heruitzenden]], een signaal van een zendstation opvangen en versterkt weer doorzenden.

In Spaans overeenkomend met: Comprar, Procurarse
Tomar sobre sŪ
  sAankopen
Aanschaffen
Afnemen
Inkopen
Kopen
Nam overOvergenomen
OvernoemenOvernoemdeOvernoemd
OverpeinzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overpeinsde, heeft overpeinsd; overpeinzing)
1 ernstig nadenken over.

In Spaans overeenkomend met: Reflexionar
  sNadenken
Overdenken
Overleggen
Wikken
Zinnen
Zinnen op
OverpeinsdeOverpeinsd
OverpennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pende over, heeft overgepend)
1 (informeel) overschrijven.

Pende overOvergepend
OverplaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plaatste over, heeft overgeplaatst; overplaatsing)
1 (iemand) een andere standplaats geven.

In Spaans overeenkomend met: Trasladar
  sOmzetten
Overbrengen
Verleggen
Verplaatsen
Plaatste overOvergeplaatst
OverplantenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plantte over, heeft overgeplant; overplanting)
1 op een andere plaats planten
2 (organen, weefsel) op een andere plaats of in een ander lichaam zetten.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
  sOverpoten
Transplanteren
Verplanten
Verpoten
Plantte overOvergeplant
OverpompenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pompte over, heeft overgepompt)
1 van het ene vat in het andere pompen.

Pompte overOvergepompt
OverpotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pootte over, heeft overgepoot)
1 verpoten.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
  sOverplanten
Transplanteren
Verplanten
Verpoten
Pootte overOvergepoot
OverpottenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; potte over, heeft overgepot)
1 verpotten.

Potte overOvergepot
overpratenPraatte overOvergepraat
OverpratenOverpraatteOverpraat
OverprikkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overprikkelde, heeft overprikkeld; overprikkeling)
1 te sterk prikkelen.

OverprikkeldeOverprikkeld
OverreagerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; overreageerde, heeft overgereageerd)
1 [[heftiger]] of [[emotioneler]] reageren dan nodig is.

OverreageerdeOverreageerd
OverredenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overreedde, heeft overreed; overreding)
1 (iemand) door argumenten overhalen.

In Spaans overeenkomend met: Requerir
Persuadir, Trastornar
Disuadir
  sBepraten
Overhalen
Overtuigen
OverreeddeOverreed
OverreikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overreikte, heeft overreikt)
1 overhandigen.

Reikte overOvergereikt
overrijdenIn de betekenis van: ”verrijden

In Spaans overeenkomend met: Atropellar
  sOprijden
Reed overOvergereden
OverrijdenIn de betekenis van: OverrŪjden

  sOprijden
OverreedOverreden
OverroeienRoeide overOvergeroeid
OverroepenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (in [[BelgiŽ]]) overdreven prijzen.

OverriepOverroepen
OverrompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overrompelde, heeft overrompeld; overrompeling)
1 onverwachts overvallen
2 (iemand) onverwachts in aanraking brengen met.

OverrompeldeOverrompeld
OverrulenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overrulede, heeft overruled)
1 met overmacht verslaan
2 op basis van autoriteit besluiten nemen tegen anderen in.

OverruledeOverruled
OverschaduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschaduwde, heeft overschaduwd; overschaduwing)
1 met schaduw bedekken
2 overtreffen waardoor het andere niet meer opvalt.

OverschaduwdeOverschaduwd
OverschakelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; schakelde over, is overgeschakeld)
1 iets anders gaan gebruiken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; overschakeling)
1 (schakelde over, is [[overgeschakeld]]) een andere verbinding bewerkstelligen
2 (schakelde over, heeft/is [[overgeschakeld]]) in een andere versnelling brengen.

In Spaans overeenkomend met: Conmutar, Desviar
  sOmleggen
Omschakelen
Schakelde overOvergeschakeld
overschattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschatte, heeft overschat; overschatting)
1 te hoge waarde toekennen aan.

Schatte overOvergeschat
OverschattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschatte, heeft overschat; overschatting)
1 te hoge waarde toekennen aan.

OverschatteOverschat
OverschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schonk over, heeft overgeschonken; overschenking)
1 van het ene vat in het andere schenken.

In Spaans overeenkomend met: Transvasar, Trasegar
  sOvergieten
Schonk overOvergeschonken
OverschepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; scheepte over, heeft overgescheept; overscheping)
1 van het ene vaartuig in het andere brengen.

Scheepte overOvergescheept
OverscheppenSchepte overOvergeschept
OverschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot over, is overgeschoten)
1 overblijven, ongedaan of ongebruikt blijven.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schoot over, heeft overgeschoten)
1 over iets heen schieten
2 een schietpoging overdoen.

Schoot overOvergeschoten
overschilderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering)
1 opnieuw schilderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering)
1 (iets) zo beschilderen dat het eronder verdwijnt.

Schilderde overOvergeschilderd
OverschilderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering)
1 opnieuw schilderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overschilderde, heeft overschilderd; overschildering)
1 (iets) zo beschilderen dat het eronder verdwijnt.

OverschilderdeOverschilderd
OverschitterenOverschitterdeOverschitterd
OverschouwenOverschouwdeOverschouwd
OverschreeuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschreeuwde, heeft overschreeuwd; overschreeuwing)
1 door geschreeuw overstemmen.

OverschreeuwdeOverschreeuwd
OverschrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overschreed, heeft overschreden; overschrijding)
1 over (iets) heen gaan
2 te buiten, te boven gaan.

OverschreedOverschreden
overschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef over, heeft overgeschreven; overschrijver, overschrijving)
1 nog eens schrijven.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; schreef over, heeft overgeschreven) (een tekst) uit een ander geschrift overnemen
2 (ook absoluut; schreef over, heeft overgeschreven) naar een andere rekening, een andere post overbrengen
3 (overschreef, heeft overschreven) een [[gegevensbestand]] vervangen door een bestand met een identieke naam, zodanig dat het oorspronkelijke bestand verloren gaat.

In Spaans overeenkomend met: Copiar, Copiar de, Transcribir
  sKopiŽren
Nabootsen
Namaken
Schreef overOvergeschreven
OverschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef over, heeft overgeschreven; overschrijver, overschrijving)
1 nog eens schrijven.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; schreef over, heeft overgeschreven) (een tekst) uit een ander geschrift overnemen
2 (ook absoluut; schreef over, heeft overgeschreven) naar een andere rekening, een andere post overbrengen
3 (overschreef, heeft overschreven) een [[gegevensbestand]] vervangen door een bestand met een identieke naam, zodanig dat het oorspronkelijke bestand verloren gaat.

In Spaans overeenkomend met: Transcribir
  sKopiŽren
Nabootsen
Namaken
OverschreefOverschreven
OverschuivenSchoof overOvergeschoven
OverseinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; seinde over, heeft overgeseind; overseining)
1 door seinen berichten.

Seinde overOvergeseind
OverslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg over, is overgeslagen)
1 snel van het ene voorwerp op het andere overgaan
2 (van de stem) in een hogere toon overgaan
3 in een bepaalde richting overhellen
4 over iets heen vallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg over, heeft overgeslagen)
1 al dan niet opzettelijk (een gedeelte) vergeten of verzuimen
2 (koopwaar, vrachtgoed) overladen
3 (een munt) van een opdruk voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Elidir
Saltar ((),(Me he saltado un renglůn, un pŠrrafo, una pŠgina.)), Saltarse ((),(Me he saltado un renglůn, un pŠrrafo, una pŠgina.))
  sAfkappen
Onvermeld laten
Schrappen
Weglaten
Sloeg overOvergeslagen
OverslapenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; oversliep zich, heeft zich overslapen)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) zich verslapen.

OversliepOverslapen
OversmokkelenSmokkelde overOvergesmokkeld
OversnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed over, heeft overgesneden)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) doorsnijden.

Sneed overOvergesneden
OverspannenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; [[overspannener]], meest overspannen; overspannenheid)
1 overdreven, te zeer opgedreven
2 (van personen) ziek door te zware geestelijke belasting.
([[overgankelijk]] werkwoord; overspande, heeft overspannen; overspanning)
1 over iets heen spannen.

OverspandeOverspannen
OversparenSpaarde overOvergespaard
overspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) opnieuw spelen
2 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) (de bal, puck) doorspelen naar een medespeler
3 (overspeelde, heeft overspeeld) ver overtreffen in het spel, niet aan bod laten komen
4 (overspeelde, heeft overspeeld) door zijn spel overstemmen.

Speelde overOvergespeeld
OverspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) opnieuw spelen
2 (ook absoluut; speelde over, heeft overgespeeld) (de bal, puck) doorspelen naar een medespeler
3 (overspeelde, heeft overspeeld) ver overtreffen in het spel, niet aan bod laten komen
4 (overspeelde, heeft overspeeld) door zijn spel overstemmen.

OverspeeldeOverspeeld
OverspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overspoelde, heeft overspoeld; overspoeling)
1 overstromen.

OverspoeldeOverspoeld
OverspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong over, is overgesprongen; overspringing)
1 van het een op het andere springen
2 (van gevels enz.) over iets uitsteken, vooruitsteken.
([[overgankelijk]] werkwoord; sprong over, is overgesprongen)
1 overslaan.

Sprong overOvergesprongen
overspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot over, heeft overgespoten; overspuiting)
1 opnieuw bespuiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; overspoot, heeft overspoten; overspuiting)
1 spuitend met een vloeistof bedekken.

Spoot overOvergespoten
OverspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot over, heeft overgespoten; overspuiting)
1 opnieuw bespuiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; overspoot, heeft overspoten; overspuiting)
1 spuitend met een vloeistof bedekken.

OverspootOverspoten
OverstaanALLE betekenissen van dit woord:
(het)
∂ alleen in verbindingen.

OverstondOverstaan
OverstappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stapte over, is overgestapt)
1 van het een op of in het andere stappen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; stapte over, is overgestapt)
1 zich van het ene vervoermiddel in het andere begeven
2 (van schaatsers) in de bochten het buitenbeen over het binnenbeen zetten om de bocht te kunnen maken.

In Spaans overeenkomend met: Transbordar
Stapte overOvergestapt
OverstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak over, is overgestoken)
1 een bepaalde ruimte overgaan om van de ene plaats naar de andere te komen
2 over iets uitsteken.
([[overgankelijk]] werkwoord; stak over, heeft overgestoken)
1 (wijn) van het ene fust op het andere brengen.

In Spaans overeenkomend met: Pasar
Pasar al otro lado
Atravesar
Cruzar
  sOvergaan
Overlopen
Te boven gaan
Stak overOvergestoken
OverstelpenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; overstelpte, heeft overstelpt)
1 bedelven onder een grote hoeveelheid.
([[overgankelijk]] werkwoord; overstelpte, heeft overstelpt; overstelping)
1 overvallen en overmannen door het grotere getal.

In Spaans overeenkomend met: Abrumar, Agobiar, Brumar, Enterrar
  sBedelven
Verpletteren
OverstelpteOverstelpt
overstemmenIn de betekenis van:
Zijn stem bij een verkiezing nogmaals uitbrengen

Stemde overOvergestemd
OverstemmenIn de betekenis van: Overtreffen

OverstemdeOverstemd
OverstijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; oversteeg, heeft overstegen; overstijging)
1 te boven gaan.

OversteegOverstegen
OverstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overstraalde, heeft overstraald)
1 in glans overtreffen.

OverstraaldeOverstraald
overstromenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stroomde over, heeft overgestroomd)
1 vol zijn van, met.
(werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd)
1 overstelpen, overladen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde over, is overgestroomd)
1 zo vol zijn dat de inhoud over de rand stroomt.
([[overgankelijk]] werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd; overstroming)
1 onder water zetten.

In Spaans overeenkomend met: Desbordar, Desbordarse
  sBuiten de oevers treden
Overlopen
Stroomde overOvergestroomd
OverstromenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; stroomde over, heeft overgestroomd)
1 vol zijn van, met.
(werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd)
1 overstelpen, overladen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde over, is overgestroomd)
1 zo vol zijn dat de inhoud over de rand stroomt.
([[overgankelijk]] werkwoord; overstroomde, heeft overstroomd; overstroming)
1 onder water zetten.

  sBuiten de oevers treden
Overlopen
OverstroomdeOverstroomd
OversturenStuurde overOvergestuurd
OvertappenTapte overOvergetapt
overtekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overtekende, heeft overtekend; overtekening)
1 in totaal voor een hoger bedrag dan gevraagd wordt, inschrijven op (een lening).
([[overgankelijk]] werkwoord; tekende over, heeft overgetekend; overtekening)
1 opnieuw tekenen
2 van de ene tekening op de andere overbrengen
3 over iets heen tekenen.

Tekende overOvergetekend
OvertekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overtekende, heeft overtekend; overtekening)
1 in totaal voor een hoger bedrag dan gevraagd wordt, inschrijven op (een lening).
([[overgankelijk]] werkwoord; tekende over, heeft overgetekend; overtekening)
1 opnieuw tekenen
2 van de ene tekening op de andere overbrengen
3 over iets heen tekenen.

OvertekendeOvertekend
OvertelegraferenTelegrafeerde overOvergetelegrafeerd
OvertellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; telde over, heeft overgeteld)
1 natellen, narekenen.

Telde overOvergeteld
OvertijgenOvertoogOvertogen
OvertikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tikte over, heeft overgetikt)
1 opnieuw tikken.

Tikte overOvergetikt
OvertillenTilde overOvergetild
overtredenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overtrad, heeft overtreden; overtreding)
1 zich niet houden aan (wetten, voorschriften enz.).

Trad overOvergetreden
OvertredenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overtrad, heeft overtreden; overtreding)
1 zich niet houden aan (wetten, voorschriften enz.).

OvertradOvertreden
OvertreffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overtrof, heeft overtroffen)
1 te boven gaan, beter, [[fraaier]], groter enz. zijn dan.

In Spaans overeenkomend met: Sobrepasar
Mejorar
Colmar
Aventajar, Superar
Sobrar
  sOverlopen
Te boven gaan
Uitblinken
Uitmunten
Voorbijstreven
OvertrofOvertroffen
overtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok over, is overgetrokken)
1 voorbijdrijven.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok over, is overgetrokken)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (van de lucht) betrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok over, heeft overgetrokken)
1 overtekenen
2 in een bepaalde stand trekken
3 over iets heen, naar de andere kant halen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overtrok, heeft overtrokken)
1 bekleden met stof
2 overdrijven, opblazen
3 (een vliegtuig) door het verkleinen van de draagkracht [[onbestuurbaar]] maken.

In Spaans overeenkomend met: CalcarForrar, Recubrir, Revestir
  sBekleden
Calqueren
Natrekken
Slaafs volgen
Snelheid verliezen
Trok overOvergetrokken
OvertrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok over, is overgetrokken)
1 voorbijdrijven.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok over, is overgetrokken)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (van de lucht) betrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok over, heeft overgetrokken)
1 overtekenen
2 in een bepaalde stand trekken
3 over iets heen, naar de andere kant halen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overtrok, heeft overtrokken)
1 bekleden met stof
2 overdrijven, opblazen
3 (een vliegtuig) door het verkleinen van de draagkracht [[onbestuurbaar]] maken.

In Spaans overeenkomend met:
Entrar en pťrdida ((vliegtuig),(aviůn))
  sBekleden
Calqueren
Natrekken
Slaafs volgen
Snelheid verliezen
OvertrokOvertrokken
OvertroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; troefde over, heeft overgetroefd) bij het kaartspel een hogere troef spelen dan de vorige spelers
2 (overtroefde, heeft overtroefd) zich de meerdere betonen.

OvertroefdeOvertroefd
OvertrouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trouwde over, is overgetrouwd)
1 (archaÔsch) in de kerk trouwen.

Trouwde overOvergetrouwd
OvertuigenIn de betekenis van:
Met argumenten tot andere visies brengen====een zeilschip tuigen met te veel zeiloppervlak

In Spaans overeenkomend met: Confundir, Confundirse, Convencer
Trastornar
  sBepraten
Overreden
Verslaan
OvertuigdeOvertuigd
OvertuigenIn de betekenis van: Opnieuw tuigen

In Spaans overeenkomend met: Confundir, Confundirse, Convencer
Trastornar
  sBepraten
Overreden
Verslaan
Tuigde overOvergetuigd
OvertypenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; typte over, heeft overgetypt)
1 overtikken.

Typte overOvergetypt
overvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overviel, heeft overvallen)
1 onverhoeds aanvallen
2 overrompelen.

In Spaans overeenkomend met:
  sAanvallen
Viel overOvergevallen
OvervallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overviel, heeft overvallen)
1 onverhoeds aanvallen
2 overrompelen.

In Spaans overeenkomend met: Asaltar
Sobresaltar
  sAanvallen
OvervielOvervallen
overvarenIn de betekenis van: ”vervaren

Voer overOvergevaren
OvervarenIn de betekenis van: OvervŠren

OvervoerOvervaren
OververhittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; oververhitte, heeft oververhit; oververhitting)
1 boven het gewone verhitten.

In Spaans overeenkomend met: Sobrecalentar
OververhitteOververhit
OververmoeienOververmoeideOververmoeid
OververtellenVertelde overOververteld
OververvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfde over, heeft overgeverfd)
1 nog eens verven.

Verfde overOvergeverfd
OververzadigenOververzadigdeOververzadigd
OvervleugelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overvleugelde, heeft overvleugeld; overvleugeling)
1 overtreffen
2 (militair, leger) met de vleugels van een leger de tegenpartij in de flank of in de rug aanvallen.

OvervleugeldeOvervleugeld
OvervliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog over, is overgevlogen)
1 over iets heen vliegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vloog over, heeft overgevlogen)
1 per vliegtuig overbrengen.

Vloog overOvergevlogen
OvervloeienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vloeide over, heeft/is overgevloeid)
1 een overvloed hebben van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloeide over, heeft/is overgevloeid; overvloeiing)
1 overlopen, overstromen.

Vloeide overOvergevloeid
OvervoedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overvoedde, heeft overvoed; overvoeding)
1 te veel voedsel geven.

OvervoeddeOvervoed
overvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overvoerde, heeft overvoerd; overvoering)
1 te veel te eten geven
2 overladen met.

Voerde overOvergevoerd
OvervoerenIn de betekenis van:
1 te veel te eten geven
2 overladen met

In Spaans overeenkomend met: Sobrealimentar
OvervoerdeOvervoerd
overvragenIn de betekenis van: Opnieuw vragen

Vraagde™ over, Vroeg overOvergevraagd
OvervragenIn de betekenis van: Te veel vragen

Overvraagde™, OvervroegOvervraagd
OvervretenOvervratOvervreten
OverwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waaide over/woei over, is overgewaaid)
1 snel van elders overkomen
2 (van stemmingen) voorbijgaan.

Waaide over, Woei overOvergewaaid
OverwaarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waardeerde over, heeft overgewaardeerd; overwaardering)
1 te hoog waarderen.

Waardeerde overOvergewaardeerd
OverwegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overwoog, heeft overwogen)
1 nadenken over de voor- en nadelen van (iets).
([[overgankelijk]] werkwoord; woog over, heeft overgewogen)
1 opnieuw wegen.

In Spaans overeenkomend met: Sopesar, Tantear
Considerar, Tomar en consideraciůn
Prevalecer
  sBeschouwen
Nagaan
Overleggen
Prevaleren
Rekening houden met
Wikken en wegen
Zegevieren
OverwoogOverwogen
overwegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overwoog, heeft overwogen)
1 nadenken over de voor- en nadelen van (iets).
([[overgankelijk]] werkwoord; woog over, heeft overgewogen)
1 opnieuw wegen.

In Spaans overeenkomend met:
  sBeschouwen
Nagaan
Overleggen
Prevaleren
Rekening houden met
Wikken en wegen
Zegevieren
Woog overOvergewogen
OverweldigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overweldigde, heeft overweldigd; overweldiger, overweldiging)
1 met geweld overmeesteren
2 te machtig worden, de baas worden.

In Spaans overeenkomend met: Usurpar
  sKraken
Usurperen
Zich meester maken van
OverweldigdeOverweldigd
OverwelvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[overwelfde]], heeft overwelfd; overwelving)
1 met een gewelf overdekken.

In Spaans overeenkomend met: Abovedar
OverwelfdeOverwelfd
overwerkenIn de betekenis van:
1. meer of langer werken dan bepaald was; 2. overgankelijk zo bewerken dat het over iets uitsteekt

Werkte overOvergewerkt
OverwerkenIn de betekenis van:
Zich ~: zich afmatten, te veel werken en daardoor de gezondheid benadelen

OverwerkteOverwerkt
OverwinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overwon, heeft overwonnen)
1 (ook absoluut) de zege behalen over
2 (emoties, moeilijkheden e.d.) de baas worden.

In Spaans overeenkomend met: Superar
Vadear
Vencer
  sBevangen
Te boven komen
Verslaan
Zegevieren
OverwonOverwonnen
overwinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overwon, heeft overwonnen)
1 (ook absoluut) de zege behalen over
2 (emoties, moeilijkheden e.d.) de baas worden.

In Spaans overeenkomend met:
  sBevangen
Te boven komen
Verslaan
Zegevieren
Won overOvergewonnen
OverwinterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; overwinterde, heeft overwinterd)
1 gedurende de winter ergens verblijven
2 (van planten en dieren) de winter over in leven blijven
3 zich geplaatst hebben voor het vervolg van de competitie na de winterstop.

OverwinterdeOverwinterd
OverwippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wipte over, is overgewipt)
1 een kort bezoek afleggen, waarbij een grote afstand wordt overbrugd.

Wipte overOvergewipt
OverwoekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; overwoekerde, heeft overwoekerd; overwoekering)
1 woekerend overdekken.

OverwoekerdeOverwoekerd
overzeilenZeilde overOvergezeild
OverzeilenOverzeildeOverzeild
OverzendenZond overOvergezonden
OverzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette over, heeft overgezet)
1 met een vaartuig naar de overkant brengen
2 op een andere plaats zetten
3 vertalen.

In Spaans overeenkomend met: Traducir
Transferir
  sOverboeken
Vertalen
Zette overOvergezet
overzienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zag over, heeft overgezien)
1 met het oog doorlopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overzag, heeft overzien)
1 in zijn geheel bezien.

Zag overOvergezien
OverzienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zag over, heeft overgezien)
1 met het oog doorlopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; overzag, heeft overzien)
1 in zijn geheel bezien.

OverzagOverzien
OverzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zat over, heeft overgezeten)
1 (in [[BelgiŽ]]) blijven zitten.

Zat overOvergezeten
OverzwemmenZwom overOvergezwommen
OvulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ovuleerde, heeft geovuleerd)
1 een ovulatie hebben.

OvuleerdeGeovuleerd
OxiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; oxideerde, is geoxideerd; oxidatie)
1 zich met zuurstof verbinden.
([[overgankelijk]] werkwoord; oxideerde, heeft geoxideerd)
1 een zuurstofverbinding doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Oxidar, Oxidarse
  sRoesten
OxideerdeGeoxideerd
OzoniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ozoniseerde]], heeft geozoniseerd)
1 in ozon omzetten
2 met ozon doortrekken, vervullen.

OzoniseerdeGeozoniseerd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven