Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
PaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; paaide, heeft gepaaid; paaier, paaiing)
1 (van vissen) paren.
([[overgankelijk]] werkwoord; paaide, heeft gepaaid)
1 inpalmen.

In Spaans overeenkomend met: Complacer
  sBevredigen
Tegemoetkomen aan
Tevreden stellen
Voldoen
PaaideGepaaid
PaaldansenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; paaldanste, heeft gepaaldanst)
1 erotisch rond een paal op een [[podium]] dansen, bijvoorbeeld in een nachtclub.

PaaldansteGepaaldanst
PaalzittenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; paalzitter)
1 voor de sport zo lang mogelijk op een paal zitten.

PaardjerijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed [[paardje]], heeft paardjegereden)
1 op de knie rijden.

Reed paardjePaardjegereden
PaardrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed paard, heeft paardgereden; paardrijder)
1 rijden te paard.

Reed paardPaardgereden
PaardspringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (atletiek) turnoefening waarbij men over het paard springt.

PacenPaceteGepacet
PachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pachtte, heeft gepacht; pachter, pachting)
1 in pacht nemen
2 (van inkomsten, rechten enz.) tegen een jaarlijkse vergoeding van de rechthebbende overnemen.

PachtteGepacht
PacificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[pacificeerde]], heeft gepacificeerd)
1 tot vrede brengen.

In Spaans overeenkomend met: Allanar
  sOnderwerpen
PacificeerdeGepacificeerd
PacterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pacteerde, heeft gepacteerd)
1 een verdrag sluiten.

PacteerdeGepacteerd
PaddelenPaddeldeGepaddeld
PaffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pafte, heeft gepaft; paffer)
1 (informeel) flink roken
2 (informeel) schieten.

In Spaans overeenkomend met: Disparar, Tirar
  sSchieten
Vuren
PafteGepaft
PagaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pagaaide, heeft/is gepagaaid; pagaaier)
1 peddelen.

In Spaans overeenkomend met: Remar sin apoyo
PagaaideGepagaaid
PaginerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pagineerde, heeft gepagineerd; paginering)
1 (bladzijden) nummeren.

PagineerdeGepagineerd
PaintballenPaintballdeGepaintballd
PakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pakte, heeft gepakt)
1 houvast vinden.
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte, heeft gepakt)
1 (ook absoluut) (voorwerpen) in een omhulsel stoppen
2 (ook absoluut) (een omhulsel) met voorwerpen vullen
3 (ook absoluut) indruk maken op (iemand)
4 ter hand nemen om te gebruiken
5 [[gebruikmaken]] van
6 vastpakken
7 aanhouden, betrappen
8 benadelen, duperen
9 (in BelgiŽ; informeel) schokken, aangrijpen.

In Spaans overeenkomend met: Coger
Agazapar
Agarrar
Empacar, Envolver
Atrapar, Capturar
Embalar, Empaquetar
Asir, Tomar
  sAanpakken
Aanvatten
Beetkrijgen
Beetnemen
Beetpakken
Emballeren
Grijpen
Inpakken
Nemen
Oprapen
Te pakken krijgen
Vangen
Vastpakken
Vatten
Verpakken
PakteGepakt
PalaverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; palaverde, heeft gepalaverd)
1 langdurig onderhandelen.

PalaverdeGepalaverd
PalenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; paalde, heeft gepaald)
1 grenzen aan, belenden.
([[onovergankelijk]] werkwoord; paalde, heeft gepaald)
1 (vulgair) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben.

PaaldeGepaald
PalerenPaleerdeGepaleerd
PalettenPaletteGepalet
Palingtrekken
PalissaderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; palissadeerde, heeft gepalissadeerd; palissadering)
1 met een palissade versterken, afsluiten.

PalissadeerdeGepalissadeerd
PalmenPalmdeGepalmd
PalperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; palpeerde, heeft gepalpeerd; palpatie)
1 met de handen betasten en bekloppen.

PalpeerdeGepalpeerd
PalpiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; palpiteerde, heeft gepalpiteerd)
1 (van de pols of het hart) snel kloppen van [[angst]] of aandoening.

PalpiteerdeGepalpiteerd
PamperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pamperde, heeft gepamperd)
1 verwennen.

PamperdeGepamperd
PanacherenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; panacheerde, heeft gepanacheerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) bij verkiezingen zijn stem verdelen over kandidaten van verschillende partijen.

PanacheerdeGepanacheerd
PandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pandde, heeft gepand; panding)
1 in pand geven
2 (juridisch) beslag leggen op een goed ter executie.

PanddeGepand
PandoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[pandoerde]], heeft gepandoerd)
1 het kaartspel pandoer spelen.

PandoerdeGepandoerd
PandverbeurenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 [[gezelschapsspel]] waarbij van alle spelers die een fout begaan een pand wordt geŽist, dat later moet worden ingelost door een opgelegde prestatie.

PanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; paneerde, heeft gepaneerd)
1 (een spijs) voor het braden met geklopt ei en paneermeel bestrijken.

In Spaans overeenkomend met: Abizcochar, Aborrajarse, Apanar, Empanar, Empanizar
Gratinar
Rebozar
  sGratineren
PaneerdeGepaneerd
PanikerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; panikeerde, heeft gepanikeerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) panieken, in paniek raken.

PanikeerdeGepanikeerd
PanlikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie pannenlikken.

PanlikteGepanlikt
PantserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pantserde, heeft gepantserd; pantsering)
1 met stalen platen versterken.

In Spaans overeenkomend met: Blindar
  sBlinderen
PantserdeGepantserd
Papegaaischieten
PappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; papte, is gepapt)
1 (techniek) (van olie) zich vermengen met een geringe hoeveelheid water, onder de invloed van de beweging en druk van de met dit mengsel gesmeerde machinedelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; papte, heeft gepapt)
1 met pap bestrijken.

In Spaans overeenkomend met: Fomentar
  sBroeien
PapteGepapt
ParachuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[parachuteerde]], heeft geparachuteerd)
1 (een functionaris) op een belangrijke post plaatsen in een bedrijf, waardoor de carriŤremogelijkheden van de al bij dat bedrijf werkende medewerkers nadelig worden beÔnvloed
2 aan een parachute neerlaten.

ParachuteerdeGeparachuteerd
ParachutespringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 uit een vliegtuig springen met een parachute.

ParaderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; paradeerde, heeft geparadeerd)
1 pronken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; paradeerde, heeft geparadeerd)
1 parade houden.

In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar, Pavonear, Pavonearse
  sPralen
Prijken
Pronken
ParadeerdeGeparadeerd
ParaferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; parafeerde, heeft geparafeerd)
1 ondertekenen met een paraaf.

ParafeerdeGeparafeerd
ParaffinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; paraffineerde, heeft geparaffineerd; paraffineerder, paraffinering)
1 in paraffine drenken.

ParaffineerdeGeparaffineerd
ParafraserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; parafraseerde, heeft geparafraseerd; parafrasering)
1 een parafrase geven van.

ParafraseerdeGeparafraseerd
ParagraferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; paragrafeerde, heeft geparagrafeerd)
1 in paragrafen verdelen.

ParagrafeerdeGeparagrafeerd
ParallelliserenParallelliseerdeGeparallelliseerd
ParalyserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[paralyseerde]], heeft geparalyseerd)
1 verlammen.

ParalyseerdeGeparalyseerd
ParasiterenParasiteerdeGeparasiteerd
PardonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pardonneerde, heeft gepardonneerd)
1 vergeven, door de vingers zien.

PardonneerdeGepardonneerd
Parelduiken
ParelenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief) zie paarlen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; parelde, heeft gepareld)
1 zich vertonen in de vorm van parels.
([[overgankelijk]] werkwoord; parelde, heeft gepareld)
1 versieren met [[parelvormige]] ornamenten.

PareldeGepareld
ParenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; paarde, heeft gepaard)
1 verenigen met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; paarde, heeft gepaard; paring)
1 (van dieren) zich tot voortplanting verenigen.

PaardeGepaard
ParerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pareerde, heeft gepareerd)
1 (een aanval) afwenden.

In Spaans overeenkomend met: Cambiar de direcciůn, Desviar
Repulsar
  sAfdraaien
Afkeren
Afslaan
Terugslaan
Terugstoten
PareerdeGepareerd
ParfumerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; parfumeerde, heeft geparfumeerd)
1 door middel van parfum een geur geven.

ParfumeerdeGeparfumeerd
ParkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; parkeerde, heeft geparkeerd)
1 (ook absoluut) (een voertuig) tijdelijk laten staan
2 (militair, leger) in slagorde opstellen.

In Spaans overeenkomend met: Aparcar, Estacionar, Parquear
ParkeerdeGeparkeerd
ParketterenParketteerdeGeparketteerd
ParlementenParlementteGeparlement
ParlementerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; parlementeerde, heeft geparlementeerd)
1 lang en breed redekavelen.

ParlementeerdeGeparlementeerd
ParlesantenParlesantteGeparlesant
ParlevinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; parlevinkte, heeft geparlevinkt)
1 te water rondtrekkend [[kleinhandel]] drijven
2 (informeel) praten, redeneren.

ParlevinkteGeparlevinkt
ParodiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; parodieerde, heeft geparodieerd; parodiŽring)
1 een parodie maken van.

In Spaans overeenkomend met: Disfrazar, Parodiar
  sTravesteren
ParodieerdeGeparodieerd
ParsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; parste, heeft geparst; [[parser]], parsing)
1 (computer) het automatisch syntactisch analyseren.

ParseteGeparset
PartenPartteGepart
ParticiperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; participeerde, heeft geparticipeerd; participant, participatie)
1 deelnemen, deelhebben.

ParticipeerdeGeparticipeerd
PartijtrekkenTrok partijPartijgetrokken
PartyenPartydeGepartyd
PaskenenPaskendeGepaskend
PasporterenPasporteerdeGepasporteerd
PassagierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; passagierde, heeft gepassagierd)
1 (scheepvaart) uitgaan op de wal.

PassagierdeGepassagierd
PassenIn de betekenis van:
Letten op, in overeenstemming zijn met, geschikt zijn voor, precies op maat zijn, aansluiten
2 op zijn plaats zijn, schikken
4 (spel) de beurt voorbij laten gaan, nauwkeurig meten
2 juist zoveel betalen als men moet
3 (een kledingstuk,sieraad) aandoen om te zien of het goed zit

In Spaans overeenkomend met: Caber
Ser conforme, Ser decoroso
Quedar
Convenir, Ser conveniente
Corresponder
Ensayar, Intentar
Probar
Ajustarse, Probarse
Acomodar
  sAanpassen
Behoren
Beproeven
Betamen
Gelegen komen
Horen
Proberen
Schikken
Testen
Toetsen
Uitkomen
Uitproberen
Voegen
PasteGepast
PassenIn de betekenis van:
Schieten, werpen, naar een medespeler spelen

In Spaans overeenkomend met:
  sAanpassen
Behoren
Beproeven
Betamen
Gelegen komen
Horen
Proberen
Schikken
Testen
Toetsen
Uitkomen
Uitproberen
Voegen
PassteGepasst
PasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; passeerde, is gepasseerd)
1 voorvallen, gebeuren.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; passeerde, heeft/is gepasseerd) voorbijgaan
2 (passeerde, heeft gepasseerd) overslaan bij een benoeming
3 (passeerde, heeft gepasseerd) (archaÔsch) (tijd) doorbrengen
4 (passeerde, heeft gepasseerd) (een contract, testament enz.) bekrachtigen.

In Spaans overeenkomend met: No hacer caso, Pasar por alto, Postergar
Pasar
Pasar de largo, Sobrepasar
Adelantar
  sAchteruitzetten
Geen aandacht schenken
Langsgaan
Negeren
Onder tafel schuiven
Voorbijgaan
Voorbijlopen
Voorbijrijden
Voorbijvaren
Wegcijferen
PasseerdeGepasseerd
PassionerenIn Spaans overeenkomend met: Apasionar
  sOpwinden
PassioneerdeGepassioneerd
PasteuriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pasteuriseerde, heeft gepasteuriseerd; pasteurisatie)
1 duurzaam maken door een snelle, korte verhitting tot 60 ŗ 70 į gevolgd door een snelle afkoeling.

In Spaans overeenkomend met: Pasteurizar
PasteuriseerdeGepasteuriseerd
PatenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; patenteerde, heeft gepatenteerd)
1 octrooi voor iets nemen.

PatenteerdeGepatenteerd
PaternosterenPaternosterdeGepaternosterd
PatinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; patineerde, heeft gepatineerd)
1 kunstmatig [[patina]] aanbrengen op (brons, glas enz.).

PatineerdeGepatineerd
PatronerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; patroneerde, heeft gepatroneerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) beschermen, begunstigen.

PatroneerdeGepatroneerd
PatroniserenPatroniseerdeGepatroniseerd
PatrouillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; patrouilleerde, heeft gepatrouilleerd)
1 de ronde doen als wacht.

In Spaans overeenkomend met: Hacer vigilancia, Patrullar
PatrouilleerdeGepatrouilleerd
PatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; patste, heeft gepatst)
1 zich als een patser gedragen
2 met een pats neerkomen.

PatsteGepatst
PaukenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; paukte, heeft gepaukt)
1 de pauken slaan.

PaukteGepaukt
PauzerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pauzeerde, heeft gepauzeerd)
1 pauze houden.

In Spaans overeenkomend met: Descansar
PauzeerdeGepauzeerd
PavoiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[pavoiseerde]], heeft gepavoiseerd; pavoisering)
1 met rijen vlaggen versieren.

PavoiseerdeGepavoiseerd
PedalerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[pedaleerde]], heeft/is gepedaleerd)
1 fietsen.

PedaleerdeGepedaleerd
PeddelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; peddelde, heeft/is gepeddeld; peddelaar)
1 varen door roeispaan of peddel naast de boot in het water te brengen en naar achter te duwen
2 (informeel) fietsen.

In Spaans overeenkomend met: Chapotear
  sDoor het water plassen
Ploeteren
PeddeldeGepeddeld
PedicurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pedicuurde, heeft gepedicuurd)
1 (voeten) verzorgen, behandelen.

PedicuurdeGepedicuurd
PegelenPegeldeGepegeld
PeigerenPeigerdeGepeigerd
PeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; peilde, heeft gepeild; peiler, peiling)
1 de hoogte of diepte bepalen van
2 door middel van een peiltoestel de plaats bepalen van
3 het alcoholgehalte vaststellen van
4 aftasten.

In Spaans overeenkomend met: Calibrar
Sondar, Sondear
  sLoden
Polsen
Sonderen
Vademen
Vissen naar
PeildeGepeild
PeinzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; peinsde, heeft gepeinsd; peinzer)
1 diep nadenken.

In Spaans overeenkomend met: Meditar
  sMediteren
PeinsdeGepeinsd
PekelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (pekelde, is gepekeld) (van zout) beginnen op te lossen
2 (pekelde, is gepekeld) met zout doortrokken worden
3 (pekelde, heeft gepekeld) (jacht) (van wild) plassen, urineren.
([[overgankelijk]] werkwoord; pekelde, heeft gepekeld)
1 in de pekel zetten of leggen
2 met strooizout bedekken
3 (koperwerk) zuiveren in een bijtende vloeistof.

In Spaans overeenkomend met: Curar con sal, Salar
Poner en adobo
  sIn het zout leggen
Inleggen
Inmaken
Zouten
PekeldeGepekeld
PekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pekte, heeft gepekt; pekker)
1 met pek insmeren.

PekteGepekt
PelenPeeldeGepeeld
PelgrimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pelgrimeerde, heeft gepelgrimeerd)
1 op bedevaart gaan.

PelgrimeerdeGepelgrimeerd
PellenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 tafellinnen met eenvoudige blokachtige patronen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pelde, heeft gepeld)
1 van de pel, de harde buitenhuid ontdoen
2 (de [[keelamandelen]]) wegnemen.

In Spaans overeenkomend met: Pelar
  sAfpellen
Jassen
Schillen
PeldeGepeld
PenaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[penaliseerde]], heeft gepenaliseerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) bestraffen, beboeten.

PenaliseerdeGepenaliseerd
PendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (pendelde, heeft/is gependeld) heen en weer reizen tussen woon- en werkplaats
2 (pendelde, heeft gependeld) met behulp van een pendel antwoorden trachten te krijgen op vragen.

PendeldeGependeld
PenetrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; penetreerde, heeft gepenetreerd; penetratie)
1 doordringen.

PenetreerdeGepenetreerd
PennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pende, heeft gepend)
1 (ook absoluut) druk, ijverig schrijven
2 met pennen vastmaken
3 (varkens) krammen
4 (een vijandelijk schaakstuk) aan een bepaald veld of bepaalde lijn binden.

PendeGepend
PenselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; penseelde, heeft gepenseeld)
1 met het penseel schilderen
2 met een penseel bevochtigen.

PenseeldeGepenseeld
PensionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pensioneerde, heeft gepensioneerd; pensionering)
1 pensioen geven.

In Spaans overeenkomend met: Jubilar
PensioneerdeGepensioneerd
PeperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; peperde, heeft gepeperd)
1 met peper toebereiden.

PeperdeGepeperd
PeptiserenPeptiseerdeGepeptiseerd
PercipiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; percipieerde, heeft gepercipieerd)
1 waarnemen.

PercipieerdeGepercipieerd
PercolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[percoleerde]], heeft gepercoleerd)
1 extraheren door het laten doorsijpelen.

PercoleerdeGepercoleerd
PercuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[percuteerde]], heeft gepercuteerd)
1 medisch onderzoeken door bekloppen.

PercuteerdeGepercuteerd
PerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

PeerdeGepeerd
PerfectionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; perfectioneerde, heeft geperfectioneerd; perfectionering)
1 meer volmaakt, beter maken.

PerfectioneerdeGeperfectioneerd
PerforerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; perforeerde, heeft geperforeerd; perforateur/perforator, perforatie)
1 doorbreken.
([[overgankelijk]] werkwoord; perforeerde, heeft geperforeerd)
1 een gat of een reeks van gaten maken in
2 (scheikunde) (een vloeistof) extraheren met een andere vloeistof die daarmee niet mengbaar is.

In Spaans overeenkomend met: Perforar
PerforeerdeGeperforeerd
PeriodiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; periodiseerde, heeft geperiodiseerd; periodisering)
1 in perioden verdelen.

PeriodiseerdeGeperiodiseerd
PerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; perkte, heeft geperkt)
1 in een perk of omheining opsluiten.

PerkteGeperkt
PermanentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[permanentte]], heeft gepermanent)
1 een permanent aanbrengen in.

PermanentteGepermanent
PermitterenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; permitteerde zich, heeft zich gepermitteerd)
1 zich veroorloven.

In Spaans overeenkomend met: Permitir
  sGedogen
Niet beletten
Toelaten
Toestaan
Vergunnen
Veroorloven
PermitteerdeGepermitteerd
PermuterenIn Spaans overeenkomend met: Permutar
  sOmzetten van de volgorde
PermuteerdeGepermuteerd
PerorerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; peroreerde, heeft geperoreerd)
1 een [[peroratie]] uitspreken.

PeroreerdeGeperoreerd
PerpendiculariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; perpendiculariseerde, heeft geperpendiculariseerd)
1 een loodrechte stand geven.

PerpendiculariseerdeGeperpendiculariseerd
PersenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; perste, heeft geperst)
1 (van een barende vrouw) het kind uitdrijven
2 ontlasting uitdrijven.
([[overgankelijk]] werkwoord; perste, heeft geperst; perser, persing)
1 sterk samendrukken
2 met een heet strijkijzer (vochtig gemaakte stof, kledingstukken enz.) strijken
3 door krachtig drukken vervaardigen
4 uitpersen
5 door krachtig drukken voortstuwen.

In Spaans overeenkomend met: Exprimir
Planchar
Apretar, Presionar
  sAandrukken
Aanduwen
Dringen
Drukken
Knellen
Pressen
Strijken
Uitdrukken
Uitknijpen
Uitpersen
PersteGeperst
PersevererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; persevereerde, heeft gepersevereerd; perseveratie)
1 in iets volharden.

PersevereerdeGepersevereerd
PersiflerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; persifleerde, heeft gepersifleerd; persiflage)
1 bespotten door overdrijvende imitatie.

PersifleerdeGepersifleerd
PersisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; persisteerde, heeft gepersisteerd)
1 volharden.

PersisteerdeGepersisteerd
PersonaliserenPersonaliseerdeGepersonaliseerd
PersonifiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; personifieerde, heeft gepersonifieerd)
1 als een persoon voorstellen.

PersonifieerdeGepersonifieerd
PerverterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[perverteerde]], heeft geperverteerd)
1 verdorven maken, doen ontaarden.

In Spaans overeenkomend met: Depravar
PerverteerdeGeperverteerd
PestenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; pester)
1 een bepaald kaartspel spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pestte, heeft gepest)
1 (informeel) kwellen, treiteren.

PestteGepest
PetanquenPetanqueteGepetanquet
PetitionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; petitioneerde, heeft gepetitioneerd; petitionering)
1 een verzoekschrift indienen.

PetitioneerdeGepetitioneerd
PetrificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; petrificeerde, is gepetrificeerd; petrificatie)
1 verstenen, in steen veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Petrificar
  sVerstenen
PetrificeerdeGepetrificeerd
PetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; petste, heeft gepetst)
1 slaan, klappen.

PetsteGepetst
PeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; peurde, heeft gepeurd)
1 poeren, op paling vissen
2 (informeel) peuteren.

PeurdeGepeurd
PeuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; peuterde, heeft gepeuterd; peuteraar)
1 met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten om er iets uit te halen
2 frunniken
3 knutselen.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 door peuteren in de genoemde toestand brengen.

PeuterdeGepeuterd
PeuzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; peuzelde, heeft gepeuzeld; peuzelaar, peuzeling)
1 langzaam en met smaak eten.

PeuzeldeGepeuzeld
PezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (peesde, heeft/is gepeesd) (informeel) hard rijden
2 (peesde, heeft gepeesd) (informeel) hard werken, studeren
3 (peesde, heeft gepeesd) (informeel) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben
4 (peesde, heeft gepeesd) zich prostitueren.

PeesdeGepeesd
PezewevenPezeweefdeGepezeweefd
PianospelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; pianospeler)
1 de [[piano]] bespelen.

Speelde pianoPianogespeeld
PicknickenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; picknickte, heeft gepicknickt; picknicker)
1 een picknick houden.

PicknickteGepicknickt
PiefpaffenPiefpafteGepiefpaft
PiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; piekte, heeft gepiekt)
1 (van haar) pieken hebben
2 juist en alleen in topvorm zijn als het er op aan komt.

PiekteGepiekt
PiekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; piekerde, heeft gepiekerd; piekeraar)
1 zorgelijk of ingespannen over iets nadenken.

In Spaans overeenkomend met: Cavilar, Devanarse los sesos
  sZich het hoofd breken
PiekerdeGepiekerd
PielenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pielde, heeft gepield)
1 (informeel) voortdurend met een lastig werkje bezig zijn.

PieldeGepield
PiemelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; piemelde, heeft gepiemeld; piemelaar)
1 (van jongens) plassen.

PiemeldeGepiemeld
PiepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; piepelde, heeft gepiepeld)
1 (informeel) met kwade bedoelingen bedriegen.

PiepeldeGepiepeld
PiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; piepte, heeft gepiept; pieper)
1 een dun, hoog geluid geven
2 zeuren
3 zich even vertonen
4 loeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; piepte, heeft gepiept)
1 zeggen met een hoge stem.

In Spaans overeenkomend met: Silbar
Rechinar
Chillar, Chirriar
Gorjear, Piar
  sGieren
Knarsen
Knersen
Knetteren
Kraken
Krassen
Kwetteren
Sjilpen
Tjilpen
PiepteGepiept
PiercenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; piercete, heeft gepiercet; piercer, piercing)
1 (een lichaamsdeel) doorboren met een ringetje, staafje enz. als versiering of om [[lustgevoelens]] op te wekken.

PierceteGepiercet
PierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pierde, heeft gepierd)
1 vissen met pieren als aas.

PierdeGepierd
PierewaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pierewaaide, heeft gepierewaaid; pierewaaier)
1 (informeel) aan de zwier zijn.

PierewaaideGepierewaaid
PiesenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pieste, heeft gepiest; pieser)
1 (informeel) plassen, urineren.
(onpersoonlijk werkwoord; pieste, heeft gepiest)
1 (informeel) zachtjes regenen.

In Spaans overeenkomend met: Mear, Orinar
  sEen plas doen
Pissen
Plassen
Urineren
PiesteGepiest
PietepeuterenPietepeuterdeGepietepeuterd
PifpaffenPifpafteGepifpaft
PijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pijnde, heeft gepijnd)
1 drukken, persen.

PijndeGepijnd
PijnigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pijnigde, heeft gepijnigd; pijniger, pijniging)
1 (eufemisme) folteren
2 kwellen.

In Spaans overeenkomend met: Martirizar
  sMartelen
PijnigdeGepijnigd
PijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pijpte, heeft gepijpt)
1 (informeel) (een man) met de mond seksueel bevredigen.

PijpteGepijpt
Pijproken
PikerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pikeerde, heeft gepikeerd)
1 met kleine [[steekjes]] doornaaien
2 larderen
3 aanstrepen.

In Spaans overeenkomend met: Bardar, Barder, Lardear
  sBarderen
Larderen
Piqueren
PikeerdeGepikeerd
PikettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pikette, heeft gepiket)
1 piket spelen.

PiketteGepiket
PiketterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; piketteerde, heeft gepiketteerd; pikettering)
1 piketten plaatsen.

PiketteerdeGepiketteerd
PikkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pikkelde, heeft/is gepikkeld)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) hinken.
([[overgankelijk]] werkwoord; pikkelde, heeft gepikkeld)
1 (huiden) behandelen met zuur en [[keukenzout]] om zwelling tegen te gaan.

PikkeldeGepikkeld
PikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pikte, heeft gepikt; pikker)
1 plakkerig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; pikte, heeft gepikt)
1 (ook absoluut) (informeel) stelen
2 (ook absoluut) met de snavel, een scherp voorwerp enz. steken naar
3 (ook absoluut) pekken
4 (informeel) pakken, nemen
5 (informeel) accepteren.

In Spaans overeenkomend met: Picar, Picotear ((vogels, met de snavel)), Pinchar, Punzar
Tolerar
  sAanzien
Dulden
Priemen
Prikken
Steken
Toelaten
Tolereren
Velen
Verdragen
PikteGepikt
PillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pilde, heeft gepild)
1 rul worden, samenkoeken tot bolletjes
2 (informeel) de pil gebruiken.

PildeGepild
PimpampettenPimpampetteGepimpampet
PimpelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pimpelde, heeft gepimpeld; pimpelaar)
1 (informeel) stevig drinken.

In Spaans overeenkomend met: Beber demasiado alcohol
PimpeldeGepimpeld
PinarenPinaardeGepinaard
PingelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pingelde, heeft gepingeld; pingelaar)
1 afdingen
2 (van auto's) het geluid maken dat wordt veroorzaakt door ongelijkmatige verbranding van het gasmengsel
3 (voetbal) de bal al drijvende te lang vasthouden
4 (van tl-buizen) ongelijkmatig oplichten.

In Spaans overeenkomend met: Regatear
  sAfdingen
Marchanderen
PingeldeGepingeld
PingpongenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pingpongde, heeft gepingpongd)
1 (informeel) tafeltennissen.

PingpongdeGepingpongd
PinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pinkelde, heeft gepinkeld)
1 (geschiedenis) een spel spelen waarbij een puntig houtje met een stok of [[plankje]] weggeslagen werd.

PinkeldeGepinkeld
PinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pinkte, heeft gepinkt)
1 elkaar aan de gebogen pinken vasthouden
2 flonkeren.

In Spaans overeenkomend met: GuiŮar el ojo, PestaŮear
  sKnipogen
Knipperen
Tintelogen
PinkteGepinkt
PinkerenPinkerdeGepinkerd
PinkogenPinkoogdeGepinkoogd
PinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pinde, heeft gepind)
1 (ook absoluut) geld opnemen met een pinpas
2 (ook absoluut) betalen met een pinpas
3 met een pin doorboren.

In Spaans overeenkomend met: Pagar con tarjeta
PindeGepind
PintelierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[pintelierde]], heeft gepintelierd)
1 (in BelgiŽ; informeel) boemelen, uitgaan en cafťs bezoeken.

PintelierdeGepintelierd
PionierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pionierde, heeft gepionierd)
1 nieuwe mogelijkheden onderzoeken, baanbrekend werk verrichten
2 (militair, leger) geniewerk verrichten, loopgraven maken enz.

PionierdeGepionierd
PipetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[pipetteerde]], heeft gepipetteerd)
1 (iets) met een pipet aanbrengen.

PipetteerdeGepipetteerd
PirouetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pirouetteerde, heeft gepirouetteerd)
1 op ťťn voet ronddraaien, om zijn as wentelen.

PirouetteerdeGepirouetteerd
PissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; piste, heeft gepist; pisser)
1 (informeel) plassen, urineren.
(onpersoonlijk werkwoord; piste, heeft gepist)
1 (informeel) zachtjes regenen.

In Spaans overeenkomend met: Mear, Orinar
  sEen plas doen
Piesen
Plassen
Urineren
PisteGepist
Pistoolschieten
PitchenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[pitchte]], heeft gepitcht; pitcher)
1 (de bal) aangooien naar de slagman.

PitchteGepitcht
PitsenPitsteGepitst
PittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pitte, heeft gepit)
1 (informeel) slapen
2 (theater) op de souffleur spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; pitte, heeft gepit)
1 (aardappels) van ogen ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Dormir
  sMaffen
Slapen
Uitslapen
PitteGepit
PivoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[pivoteerde]], heeft gepivoteerd)
1 op een steunpunt in het midden ronddraaien
2 draaien met ťťn voet aan de grond.

In Spaans overeenkomend met: Pivotar
  sOp een steunpunt in het midden ronddraaien
PivoteerdeGepivoteerd
PlaasterenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) gipsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; plaasterde, heeft geplaasterd)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) met [[pleisterkalk]] bedekken.

PlaasterdeGeplaasterd
PlaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plaatste, heeft geplaatst; plaatsing)
1 een plaats geven aan
2 geklasseerd worden op een plaatsingslijst
3 in dienst nemen
4 beleggen, onderbrengen
5 (sport) (de bal) precies richten, mikken.
(wederkerend werkwoord; plaatste zich, heeft zich geplaatst)
1 (sport) een bepaalde plaats of rangorde bereiken die recht tot verdere deelname geeft.

In Spaans overeenkomend met: Acomodar, Situar
Colocar, Estacionar, Meter, Poner
Disponer
  sDoen
Leggen
Rangschikken
Situeren
Stationeren
Steken
Stellen
Stoppen
Zetten
PlaatsteGeplaatst
PlaatsgrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; greep plaats, heeft plaatsgegrepen)
1 plaatsvinden.

Greep plaatsPlaatsgegrepen
PlaatshebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; had plaats, heeft plaatsgehad)
1 plaatsvinden.

In Spaans overeenkomend met: Ser
Celebrarse
  sGehouden worden
Had plaatsPlaatsgehad
PlaatsmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nam plaats, heeft plaatsgenomen)
1 ruimte maken.

Maakte plaatsPlaatsgemaakt
PlaatsnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nam plaats, heeft plaatsgenomen)
1 op een bep. plaats gaan zitten, staan, liggen.

In Spaans overeenkomend met: Sentarse
  sGaan zitten
Zich zetten
Nam plaatsPlaatsgenomen
Plaatsnijden
PlaatsvindenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vond plaats, heeft plaatsgevonden)
1 tot uitvoering komen.

In Spaans overeenkomend met: Ser
Ocurrir
  sAan de hand zijn
Gebeuren
Geschieden
Voorkomen
Voorvallen
Vond plaatsPlaatsgevonden
PlafonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[plafonneerde]], heeft geplafonneerd; plafonneerder/plafonneur, plafonnering)
1 van een plafond voorzien.

PlafonneerdeGeplafonneerd
PlagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; plaagde, heeft geplaagd; plager)
1 (iemand) schertsend proberen boos te maken
2 overlast aandoen.

In Spaans overeenkomend met: Acatarrar, Afanar, Tomar el pelo a
PlaagdeGeplaagd
PlaggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; plagde, heeft geplagd)
1 plaggen afsteken van (hei of gras).

PlagdeGeplagd
PlagiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; plagieerde, heeft geplagieerd; plagiaris/plagiator)
1 (iets) als plagiaat overnemen.

PlagieerdeGeplagieerd
PlakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plakte, heeft geplakt; plakker)
1 door een kleverige substantie vastzitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; plakte, heeft geplakt)
1 met lijm op iets anders vastmaken
2 door plakken vervaardigen of herstellen
3 platslaan.

In Spaans overeenkomend met: Pegar
  sHechten
Lijmen
PlakteGeplakt
PlamurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plamuurde, heeft geplamuurd; plamuurder)
1 (het te beschilderen hout e.d.) effen maken door het met plamuur te bestrijken.

PlamuurdeGeplamuurd
PlanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; planeerde, heeft geplaneerd)
1 zo hard varen dat de romp van het schip gedeeltelijk uit het water getild wordt
2 zweven, glijvliegen
3 rijden over een dun laagje water op natte weggedeelten.
([[overgankelijk]] werkwoord; planeerde, heeft geplaneerd)
1 gladmaken.

PlaneerdeGeplaneerd
PlanjenenPlanjendeGeplanjend
PlanjerenPlanjerdeGeplanjerd
PlankschaatsenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 skateboarden.

PlankzeilenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 windsurfen.

PlankzeildeGeplankzeild
PlannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; plande, heeft gepland; planner, planning)
1 een plan of concept maken voor.

In Spaans overeenkomend met: Plantear
Planear, Programar, Programarse
Planificar
Proyectar, Tramar
  sBeramen
Ontwerpen
Ordenen
Programmeren
PlandeGepland
PlantenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plantte, heeft geplant; planter, planting)
1 in aarde zetten om te laten groeien
2 stevig op iets vastzetten
3 aanplanten en kweken.

In Spaans overeenkomend met: Enarbolar ((vlag),(bandera))
Plantar
  sAanplanten
Hijsen
Poten
Uitsteken
PlantteGeplant
PlanterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[planteerde]], heeft geplanteerd)
1 de raderen van een uurwerk stellen en vastzetten.

PlanteerdeGeplanteerd
PlasregenenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; plasregende, heeft geplasregend)
1 stortregenen.

PlasregendeGeplasregend
PlassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plaste, heeft geplast)
1 morsen met vloeistof
2 spattend door water e.d. bewegen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; plaste, heeft geplast)
1 urine uitscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Orinar
Chapotear
  sEen plas doen
Kabbelen
Klapperen
Klotsen
Piesen
Pissen
Plonzen
Urineren
PlasteGeplast
PlasticerenPlasticeerdeGeplasticeerd
PlastiekenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van plastic.

Geplastiekt
PlastificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plastificeerde, heeft geplastificeerd; plastificering)
1 overtrekken met een laagje plastic
2 kneedbaar maken.

PlastificeerdeGeplastificeerd
PlastiserenPlastiseerdeGeplastiseerd
PlatbombarderenBombardeerde platPlatgebombardeerd
PlatbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; brandde plat, heeft platgebrand)
1 door branden met de grond gelijkmaken.

Brandde platPlatgebrand
PlatdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte plat, heeft platgedrukt)
1 door drukken platmaken.

Drukte platPlatgedrukt
PlaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plateerde, heeft geplateerd)
1 (een metaal) met een ander metaal samenwalsen.

PlateerdeGeplateerd
PlatgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide plat, heeft platgegooid)
1 door een bombardement vernietigen
2 door staking stilleggen.

Gooide platPlatgegooid
PlatinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; platineerde, heeft geplatineerd)
1 met een laagje platina overdekken
2 ([[roodkoper]]) wit maken met een amalgaam van tin en kwikzilver.

PlatineerdeGeplatineerd
PlatleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde plat, heeft platgelegd)
1 (iets) vlak neerleggen
2 (informeel) stilleggen door te staken.

Legde platPlatgelegd
PlatliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag plat, heeft platgelegen)
1 languit, ziek liggen
2 stilliggen door een staking.

Lag platPlatgelegen
PlatlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liep plat, heeft platgelopen)
1 door lopen platmaken.

Liep platPlatgelopen
PlatmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte plat, heeft platgemaakt)
1 maken dat iets plat wordt.

Maakte platPlatgemaakt
PlatpersenPerste platPlatgeperst
PlatrijdenReed platPlatgereden
PlatscherenSchoor platPlatgeschoren
PlatschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot plat, heeft platgeschoten)
1 in puin schieten.

Schoot platPlatgeschoten
PlatslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg plat, heeft platgeslagen)
1 door slaan pletten
2 (informeel) (iemand) zwaar afranselen.

Sloeg platPlatgeslagen
PlatspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot plat, heeft platgespoten)
1 ([[pejoratief]]) door een injectie met kalmerende middelen tot rust brengen.

Spoot platPlatgespoten
PlatstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streek plat, heeft platgestreken)
1 door strijken platmaken.

Streek platPlatgestreken
PlattenPlatteGeplat
PlattrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte plat, heeft platgetrapt)
1 door trappen platmaken.

Trapte platPlatgetrapt
PlattredenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trad plat, heeft platgetreden)
1 vertrappen.

Trad platPlatgetreden
PlatvoetenPlatvoetteGeplatvoet
PlatwalsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; walste plat, heeft platgewalst)
1 (iemand) overbluffen, (iets) zonder argumenten verwerpen
2 pletten, platmaken.

Walste platPlatgewalst
PlaveienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plaveide, heeft geplaveid; plaveier, plaveiing)
1 bestraten.

In Spaans overeenkomend met: Adoquinar, Empedrar
  sBestraten
PlaveideGeplaveid
PlaybackenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; playbackte, heeft geplaybackt)
1 playback zingen.

PlaybackteGeplaybackt
PleasenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pleasede, heeft gepleased)
1 behagen.

Pleasede, PleaseteGepleased, Gepleaset
PlegenIn de betekenis van:
Een misdaad begaan, zelfmoord, plagiaat, aanslag, echtbreuk of overspel plegen

In Spaans overeenkomend met: Cometer
  sBedrijven
Begaan
Gewend zijn
Gewoon zijn
PleegdeGepleegd
PlegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; placht, heeft geplacht)
1 (van personen) gewoon zijn
2 (van zaken) gewoonlijk gebeuren, gewoonlijk zo zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; pleegde, heeft gepleegd)
1 (een misdaad, misdrijf) begaan.

In Spaans overeenkomend met:
Acostumbrar, Soler
  sBedrijven
Begaan
Gewend zijn
Gewoon zijn
Placht
PleisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pleisterde, heeft gepleisterd; pleisteraar, pleistering)
1 (formeel) de reis onderbreken om te rusten en te eten.
([[overgankelijk]] werkwoord; pleisterde, heeft gepleisterd)
1 met kalkspecie of gips bestrijken
2 pleisters leggen op.

In Spaans overeenkomend met: Revocar
  sBepleisteren
Stukadoren
PleisterdeGepleisterd
PleitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pleitte, heeft gepleit; pleiter)
1 procederen
2 redenen aanvoeren ter verdediging van een persoon of zaak.
([[overgankelijk]] werkwoord; pleitte, heeft gepleit)
1 voor de rechtbank aanvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Abogar, Pleitear
PleitteGepleit
PlekkenPlekteGeplekt
PlempenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plempte, heeft geplempt; plemping)
1 (zand, bagger, puin enz.) ter versteviging in het water storten
2 opvullen, dempen.

PlempteGeplempt
PlengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plengde, heeft geplengd; plenger, plenging)
1 (formeel) uitgieten.

In Spaans overeenkomend met: Derramar, Verter
  sGieten
Schenken
Storten
Vergieten
PlengdeGeplengd
PlensregenenPlensregendeGeplensregend
PlenzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plensde, heeft geplensd)
1 gieten, stortregenen.
([[overgankelijk]] werkwoord; plensde, heeft geplensd)
1 hard gieten, uitstorten.
(onpersoonlijk werkwoord; plensde, heeft geplensd)
1 hard regenen.

PlensdeGeplensd
PletsenPletsteGepletst
PlettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plette, heeft geplet)
1 hevig slaan om te vergruizen
2 platmaken.

In Spaans overeenkomend met: Achatar
PletteGeplet
PletterenPletterdeGepletterd
PleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pleurde, heeft gepleurd)
1 (informeel) smijten.

PleurdeGepleurd
PlezierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plezierde, heeft geplezierd)
1 (iemand) aangenaam verrassen.

PlezierdeGeplezierd
PlisserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plisseerde, heeft geplisseerd)
1 in regelmatige [[plooitjes]] persen.

In Spaans overeenkomend met: Plisar
PlisseerdeGeplisseerd
PloegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ploegde, heeft/is geploegd)
1 zwoegen, met grote moeite vooruitkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ploegde, heeft geploegd)
1 (land) met de ploeg bewerken.

In Spaans overeenkomend met: Arar
  sBeploegen
Omploegen
PloegdeGeploegd
PloeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ploeteraar)
1 (ploeterde, heeft/is geploeterd) met moeite waden
2 (ploeterde, heeft geploeterd) hard werken.

In Spaans overeenkomend met: Chapotear
  sDoor het water plassen
Peddelen
PloeterdeGeploeterd
PloffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plofte, is geploft)
1 met een dof, plompend geluid ergens in of op vallen
2 met een bons stoten
3 ontploffen.
([[overgankelijk]] werkwoord; plofte, heeft geploft)
1 neergooien.

PlofteGeploft
PlomberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plombeerde, heeft geplombeerd; plombeerder, plombering)
1 met lood verzegelen
2 (een holte, tanden of kiezen) vullen.

In Spaans overeenkomend met: Empastar dientes, Emplomar
  sVullen
PlombeerdeGeplombeerd
PlompenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plompte, is geplompt)
1 met een plomp in het water terechtkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; plompte, heeft geplompt)
1 met een plomp in het water gooien.

PlompteGeplompt
PlonzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (plonsde, is geplonsd) met een plons in het water terechtkomen
2 (plonsde, heeft/is geplonsd) zich met geplons in, door een vloeistof, slijk enz. bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Chapotear
  sKabbelen
Klapperen
Klotsen
Plassen
PlonsdeGeplonsd
PlooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plooide, heeft geplooid; plooiing)
1 in rimpels getrokken worden
2 in plooien neerhangen, liggen.
([[overgankelijk]] werkwoord; plooide, heeft geplooid)
1 plooien in iets maken
2 rimpels trekken in het gezicht
3 voegen, schikken
4 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) vouwen
5 (in [[BelgiŽ]]) buigen.

In Spaans overeenkomend met: Doblar, Fruncir ((stof),(tela)), Plegar
  sOmvouwen
Vouwen
PlooideGeplooid
PlotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[plootte]], heeft geploot; ploter)
1 schapenvellen van de wol ontdoen door ze aan de vleeskant met zwavelnatrium in te smeren.

PlootteGeploot
PlottenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plotte, heeft geplot)
1 de plaats van een vaartuig of vliegtuig bepalen d.m.v. coŲrdinaten
2 grafisch weergeven, een grafische voorstelling maken van.

PlotteGeplot
PluggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plugde, heeft geplugd)
1 van een plug voorzien, met een plug afsluiten
2 (nieuwe nummers) laten horen om de verkoop te stimuleren.

PlugdeGeplugd
PluimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pluimde, heeft gepluimd)
1 (in [[BelgiŽ]]) plukken, kaalplukken
2 (in [[BelgiŽ]]) van zijn geld of bezit beroven, afzetten.

PluimdeGepluimd
PluimstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; pluimstrijker)
1 vleien.

PluimstrijkteGepluimstrijkt
PluizenIn de betekenis van: Pluisjes afgeven

PluisdeGepluisd
PluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pluisde, heeft geplozen/gepluisd)
1 pluizen afgeven, rafelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; pluisde, heeft geplozen/gepluisd)
1 tot pluizen of vlokken uit elkaar trekken, rafelen.

PloosGeplozen
PlukharenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[plukhaarde]], heeft geplukhaard)
1 vechten.

PlukhaardeGeplukhaard
PlukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plukte, heeft geplukt)
1 trekken, peuteren.
([[overgankelijk]] werkwoord; plukte, heeft geplukt)
1 (vruchten, bloemen enz.) afbreken, oogsten
2 ontdoen van de veren
3 (iemand) geld afzetten
4 (sport) de door de lucht vliegende bal grijpen.

In Spaans overeenkomend met: Desplumar
Arrancar, Cortar
Coleccionar
Coger, Pellizcar, Pizcar, Pulsar, Puntear
  sAfbreken
Afplukken
Afrukken
Collecteren
Innen
Inzamelen
Kaal plukken
Oogsten
Oprapen
Rapen
Tokkelen
Uitrukken
Uittrekken
Wegscheuren
PlukteGeplukt
PlunderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plunderde, heeft geplunderd)
1 (ook absoluut) stelen (van achtergelaten goederen) in oorlogstijd
2 ontdoen van de inhoud.

In Spaans overeenkomend met: Merodear
Pillar, Robar
  sBeroven
Buitmaken
Roven
Stropen
PlunderdeGeplunderd
PlussenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

PlusteGeplust
PochenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pochte, heeft gepocht; pocher)
1 (iets) opschepperig zeggen.

In Spaans overeenkomend met: Fanfarronear, Jactarse
  sBluffen
Opscheppen
Snoeven
Verbeelding hebben
Zwetsen
PochteGepocht
PocherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pocheerde, heeft gepocheerd)
1 (spijzen) in een net niet kokende vloeistof langzaam gaar maken.

In Spaans overeenkomend met: Pasar por agua
Escaldar
Escalfar
PocheerdeGepocheerd
PoedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; poedelde, heeft gepoedeld)
1 in water spetteren.

PoedeldeGepoedeld
PoederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; poederde, heeft gepoederd)
1 met poeder bestrooien of inwrijven.

PoederdeGepoederd
PoeierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; poeierde, heeft gepoeierd)
1 (informeel) (de bal) hard schieten.

PoeierdeGepoeierd
PoepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; poepte, heeft gepoept)
1 (informeel) lichamelijke afvalstoffen uitscheiden via de anus
2 (in BelgiŽ; vulgair) neuken, vrijen.

In Spaans overeenkomend met: Cagar, Defecar
  sKakken
Ontlasting hebben
Schijten
PoepteGepoept
PoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; poerde, heeft gepoerd)
1 met een [[poer]] op paling vissen.

PoerdeGepoerd
PoetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; poetste, heeft gepoetst; poetser)
1 door wrijven schoonmaken of glanzend maken
2 (een dier) reinigen van huidparasieten.

In Spaans overeenkomend met: Limpiar
Lustrar, Pulimentar, Pulir
  sAfvegen
Opwrijven
Polijsten
Reinigen
Schoonmaken
Schuren
Wrijven
Zoeten
PoetsteGepoetst
PoffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pofte, heeft gepoft)
1 (ook absoluut) (informeel) op krediet kopen
2 in de as of op een plaat verhitten
3 zo naaien dat het bol staat.

PofteGepoft
PogenIn Spaans overeenkomend met: Intentar
Procurar, Tratar de
Afanarse, Esforzarse
Tratar
  sMoeite doen
Proberen
Streven
Trachten
Zich beijveren
Zich inspannen
Zoeken
PoogdeGepoogd
PogoŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pogode, heeft gepogood)
1 wild en met sprongen dansen, in punkstijl.

PogodeGepogood
PointerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[pointeerde]], heeft gepointeerd)
1 (bureau) aantekenen
2 (militair, leger) (het geschut) richten
3 (spel) zetten op een kaart.

PointeerdeGepointeerd
PointillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pointilleerde, heeft gepointilleerd)
1 schilderen door onvermengde primaire kleuren in [[stipjes]] naast elkaar te zetten.

PointilleerdeGepointilleerd
PokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pookte, heeft gepookt)
1 met een pook in de kachel of het vuur stoken.

PookteGepookt
PokerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pokerde, heeft gepokerd)
1 poker spelen.

PokerdeGepokerd
PokkenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 virusziekte die huid en slijmvliezen aantast.

PokteGepokt
PolariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; polariseerde, heeft gepolariseerd; polarisatie)
1 spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen
2 de trillingen van een licht- of warmtestraal in ťťn vlak samenbrengen
3 een positieve of negatieve elektrische lading geven.

In Spaans overeenkomend met: Polarizar
PolariseerdeGepolariseerd
PolderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[polderde]], heeft gepolderd)
1 proberen om door overleg de problemen op te lossen, zoals in het poldermodel
2 (ongunstig) eindeloos beraadslagen zonder beslissingen te durven nemen.

PolderdeGepolderd
PolemiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; polemiseerde, heeft gepolemiseerd)
1 een polemiek voeren.

PolemiseerdeGepolemiseerd
PolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[poleerde]], heeft gepoleerd)
1 polijsten
2 (een geweerloop) glad uitboren
3 (glazen) met een doek opwrijven.

PoleerdeGepoleerd
PolierenPolierdeGepolierd
PolijstenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; polijstte, heeft gepolijst)
1 glad en glanzend slijpen
2 beschaven, verfijnen
3 glad uitboren.

In Spaans overeenkomend met: BruŮir, Lustrar, Pulimentar, Pulir
  sPoetsen
Schuren
Wrijven
Zoeten
PolijstteGepolijst
PolitiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; politiseerde, heeft gepolitiseerd; politisering)
1 iets tot een politieke zaak maken.

In Spaans overeenkomend met: Politizar
PolitiseerdeGepolitiseerd
PolitoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[politoerde]], heeft gepolitoerd)
1 met [[politoer]] glad en glanzend maken.

PolitoerdeGepolitoerd
PoloŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; polode, heeft gepolood)
1 polo spelen.

PolodeGepolood
PolsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; polste, heeft gepolst)
1 door voorzichtig vragen mening, plannen e.d. trachten te weten te komen van.

In Spaans overeenkomend met: Sondar, Sondear, Tantear
  sLoden
Peilen
Sonderen
Vademen
Verkennen
Vissen naar
PolsteGepolst
Polshoogspringen
PolsstokhoogspringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; polsstokhoogspringer)
1 (atletiek) met behulp van een polsstok zo hoog mogelijk over een lat springen.

PolsstokspringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 polsstokhoogspringen
2 polsstokverspringen.

PolychromerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[polychromeerde]], heeft gepolychromeerd)
1 (beelden) in vele kleuren beschilderen.

PolychromeerdeGepolychromeerd
PolymeriserenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; polymerisatie)
1 polymeren vormen.

PolymeriseerdeGepolymeriseerd
PommaderenPommadeerdeGepommadeerd
PompenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pompte, heeft gepompt; pomper)
1 een op- en neergaande beweging maken
2 (vulgair) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben
3 (atletiek) zich opdrukken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pompte, heeft gepompt)
1 (vloeistof of gas) verplaatsen met een pomp
2 zwaar, zwoegend studeren.

In Spaans overeenkomend met: Bombear
  sOppompen
PompteGepompt
PonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; poneerde, heeft geponeerd)
1 stellen, aannemen, verklaren.

PoneerdeGeponeerd
PonsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ponste, heeft geponst; ponser)
1 gaten in iets maken door middel van een pons.

In Spaans overeenkomend met: Agujerear
  sDoorzeven
Knippen
PonsteGeponst
PontificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pontificeerde, heeft gepontificeerd)
1 als bisschop of abt bepaalde liturgische handelingen verrichten.

PontificeerdeGepontificeerd
PooienPooideGepooid
PoolenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (poolde, heeft/is gepoold) carpoolen
2 (poolde, heeft gepoold) [[poolbiljart]] spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; poolde, heeft gepoold)
1 een pool maken van, in ťťn pot doen.

PooldeGepoold
PoorsenPoorsteGepoorst
PoorsjenPoorsjteGepoorsjt
PootjebadenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 met blote voeten in het water lopen.

PopelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; popelde, heeft gepopeld)
1 in hevige spanning of verlangen verkeren.

PopeldeGepopeld
PopulariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; populariseerde, heeft gepopulariseerd; popularisering)
1 algemeen begrijpelijk maken.

In Spaans overeenkomend met: Popularizar
PopulariseerdeGepopulariseerd
PorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; porde, heeft gepord)
1 poken.
([[overgankelijk]] werkwoord; porde, heeft gepord)
1 stoten.

PordeGepord
PortelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; portelde, heeft geporteld)
1 (de kaasstof) kneden, persen.

PorteldeGeporteld
PortretterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; portretteerde, heeft geportretteerd)
1 (iemand) afbeelden, zijn portret maken
2 (iemand) met woorden beschrijven.

PortretteerdeGeportretteerd
PoserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; poseerde, heeft geposeerd)
1 voor een schilder, fotograaf enz. model staan.

In Spaans overeenkomend met: Posar
  sZitten
PoseerdeGeposeerd
PositionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; positioneerde, heeft gepositioneerd)
1 een bepaalde, met [[name]] een opvallende positie geven
2 ([[reclame]]) (een product) onder de aandacht brengen van het publiek door op de unieke kenmerken ervan te wijzen.

PositioneerdeGepositioneerd
PostdaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; postdateerde, heeft gepostdateerd; postdatering)
1 (een geschrift, gebeurtenis) op een latere datum stellen.

In Spaans overeenkomend met: Atrasar
PostdateerdeGepostdateerd
PostenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; postte, heeft gepost)
1 op wacht staan
2 bij stakingen [[werkwilligen]] het werken beletten.
([[overgankelijk]] werkwoord; postte, heeft gepost)
1 naar de post brengen.

PostteGepost
PosterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; posteerde, heeft geposteerd; postering)
1 plaatsen, opstellen.

PosteerdeGeposteerd
PostulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; postuleerde, heeft gepostuleerd)
1 een aanvraag indienen om in een orde te worden opgenomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; postuleerde, heeft gepostuleerd)
1 zonder bewijs aannemen.

PostuleerdeGepostuleerd
PostvattenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vatte post, heeft postgevat)
1 ergens gaan staan
2 (van gevoelens, overtuigingen enz.) zich vestigen.

Vatte postPostgevat
PotelenPoteldeGepoteld
PotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pootte, heeft gepoot)
1 in de grond steken en vastzetten
2 (informeel) plaatsen
3 jong visbroedsel uitzetten.

In Spaans overeenkomend met: Plantar
  sAanplanten
Planten
PootteGepoot
PotenrammenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; potenrammer)
1 (informeel) homoseksuelen afranselen.

PotlodenPotlooddeGepotlood
PottenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; potte, heeft gepot)
1 (geld) in een pot doen om te sparen
2 (planten) in potten doen of zetten.

PotteGepot
PotverterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; potverteerder)
1 met z'n allen een gemeenschappelijke spaarpot opmaken.

PotverteerdePotverteerd
PousserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pousseerde, heeft gepousseerd)
1 aan de man brengen
2 (iemand) vooruithelpen.

In Spaans overeenkomend met: Encaramar
  sAan een hoge betrekking helpen
Verheffen
PousseerdeGepousseerd
PozenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; poosde, heeft gepoosd)
1 (formeel) verpozen.

PoosdeGepoosd
PoŽtiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; poŽtiseerde, heeft gepoŽtiseerd)
1 dichterlijk voorstellen.

PoŽtiseerdeGepoŽtiseerd
PraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; praaide, heeft gepraaid)
1 (een schip) via de radio inlichtingen vragen, boodschappen overbrengen enz.
2 iemand aanspreken, aanklampen.

In Spaans overeenkomend met: Llamar
  sAanroepen
Oproepen
PraaideGepraaid
PrachenPrachteGepracht
PrakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; prakte, heeft geprakt)
1 (eten) met een vork fijnmaken en mengen.

In Spaans overeenkomend met: Apastelar, Pisar
PrakteGeprakt
PrakkezerenPrakkezeerdeGeprakkezeerd
PrakkiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie prakkeseren.
([[overgankelijk]] werkwoord) zie prakkeseren.

PrakkiseerdeGeprakkiseerd
PraktiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; praktiseerde, heeft gepraktiseerd)
1 als dokter, advocaat enz. de praktijk uitoefenen
2 (religie) zijn kerkelijke plichten vervullen.

PraktiseerdeGepraktiseerd
PralenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; praalde, heeft gepraald)
1 pronken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; praalde, heeft gepraald)
1 schitteren, zich met luister voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar, Pavonear, Pavonearse
  sParaderen
Prijken
Pronken
PraaldeGepraald
PramenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[praamde]], heeft gepraamd)
1 (een dier) de praam opzetten
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) aansporen.

PraamdeGepraamd
PrangenPrangdeGeprangd
PratenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; praatte, heeft gepraat; prater)
1 zijn gedachten hardop uiten
2 communiceren met spraak
3 (iemand) door zijn woorden in de genoemde toestand of positie brengen
4 kletsen, roddelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; praatte, heeft gepraat)
1 mondeling uiten.

In Spaans overeenkomend met: Coloquiar, Charlar
Conversar
Hablar
  sBabbelen
Keuvelen
Kletsen
Spreken
PraatteGepraat
PratikerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pratikeerde, heeft gepratikeerd)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) de praktijk uitoefenen
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) zijn kerkelijke plichten vervullen.

PratikeerdeGepratikeerd
PreadviserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; preadviseerde, heeft gepreadviseerd)
1 een preadvies uitbrengen.

PreadviseerdeGepreadviseerd
PrecederenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; precedeerde, heeft geprecedeerd)
1 voorgaan, voorafgaan.

PrecedeerdeGeprecedeerd
PrecipiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; precipiteerde, heeft geprecipiteerd; precipitatie)
1 (scheikunde) (een vaste stof) uit een vloeistof laten bezinken door toevoeging van een reagens.

PrecipiteerdeGeprecipiteerd
PreciserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; preciseerde, heeft gepreciseerd; precisering)
1 nader omschrijven.

PreciseerdeGepreciseerd
PredestinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[predestineerde]], heeft gepredestineerd)
1 voorbeschikken.

PredestineerdeGepredestineerd
PredicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[prediceerde]], heeft geprediceerd)
1 voorspellen.

PrediceerdeGeprediceerd
PredikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; predikte, heeft gepredikt; prediker, prediking)
1 de waarheden van de godsdienst openlijk verkondigen.
([[overgankelijk]] werkwoord; predikte, heeft gepredikt)
1 met ijver en aandrang verkondigen, aanzetten tot.

In Spaans overeenkomend met: Predicar
  sPreken
PredikteGepredikt
PredisponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; predisponeerde, heeft gepredisponeerd)
1 ontvankelijk of geschikt maken tot.

PredisponeerdeGepredisponeerd
PredominerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; predomineerde, heeft gepredomineerd)
1 de overhand hebben.

PredomineerdeGepredomineerd
PrefabricerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[prefabriceerde]], heeft geprefabriceerd; prefabricatie)
1 van tevoren in de fabriek zo vervaardigen dat het naderhand ter [[plaatse]] in elkaar gezet kan worden.

PrefabriceerdeGeprefabriceerd
PrefererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prefereerde, heeft geprefereerd)
1 verkiezen, de voorkeur geven aan.

In Spaans overeenkomend met: Preferir
  sDe voorkeur geven aan
Verkiezen
Voortrekken
PrefereerdeGeprefereerd
PrefigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prefigeerde, heeft geprefigeerd; prefigering)
1 (taalkunde) van een prefix voorzien.

PrefigeerdeGeprefigeerd
PrejudiciŽrenIn Spaans overeenkomend met: Anticipar
  sAnticiperen
Vooruitlopen
Vooruitlopen op
PrejudicieerdeGeprejudicieerd
PrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; preekte, heeft gepreekt; preker)
1 [[Gods]] woord, het geloof in het openbaar verkondigen
2 een zedenpreek houden.
([[overgankelijk]] werkwoord; preekte, heeft gepreekt)
1 met ijver, fanatiek verkondigen.

In Spaans overeenkomend met: Predicar
  sPrediken
PreekteGepreekt
PreluderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; preludeerde, heeft gepreludeerd)
1 zinspelen op wat komen gaat.
([[onovergankelijk]] werkwoord; preludeerde, heeft gepreludeerd)
1 (muziek) als inleiding improviserend spelen.

In Spaans overeenkomend met: Preludiar
PreludeerdeGepreludeerd
PremediterenPremediteerdeGepremediteerd
PremiesparenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 spaarloonregeling waarbij de werkgever een [[premie]] geeft bovenop het gespaarde bedrag.

PrentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

PrentteGeprent
PreoccuperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; preoccupeerde, heeft gepreoccupeerd)
1 de geest bezighouden van.

PreoccupeerdeGepreoccupeerd
PreparerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prepareerde, heeft geprepareerd; preparatie)
1 voorbereiden
2 (een stof) bewerken
3 opzetten
4 klaarmaken voor microscopisch of anatomisch onderzoek.

PrepareerdeGeprepareerd
PresenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; presenteerde, heeft gepresenteerd; presentator, presentatie)
1 voorstellen, vertonen
2 ten gebruike aanbieden
3 als presentator optreden bij, van.

In Spaans overeenkomend met: Presentar, Representar
  sAanbieden
Indienen
Uitbeelden
Vertonen
Voorstellen
PresenteerdeGepresenteerd
PreserverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; preserveerde, heeft gepreserveerd)
1 behoeden voor.

PreserveerdeGepreserveerd
PresiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; presideerde, heeft gepresideerd)
1 de leiding hebben, fungeren als voorzitter.

In Spaans overeenkomend met: Presidir
  sVoorzitten
PresideerdeGepresideerd
PressenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[preste]], heeft geprest; presser, pressing)
1 dwingen, nopen
2 d.m.v. hete kammen ontkroezen.

In Spaans overeenkomend met: Apretar, Presionar
  sAandrukken
Aanduwen
Dringen
Drukken
Knellen
Persen
PresteGeprest
PresserenPresseerdeGepresseerd
PresterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; presteerde, heeft gepresteerd)
1 (prestaties) tot stand brengen, verrichten
2 (juridisch) nakomen waartoe men zich contractueel heeft verplicht.

PresteerdeGepresteerd
PresumerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; presumeerde, heeft gepresumeerd)
1 vermoeden.

PresumeerdeGepresumeerd
PretenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pretendeerde, heeft gepretendeerd)
1 van zichzelf beweren dat men het genoemde kan, wil, is of doet
2 aanspraak maken op.

PretendeerdeGepretendeerd
PreutelenPreuteldeGepreuteld
PrevalerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; prevaleerde, heeft geprevaleerd)
1 [[gebruikmaken]] van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; prevaleerde, heeft geprevaleerd)
1 de overhand hebben.

In Spaans overeenkomend met: Prevalecer
  sOverwegen
Zegevieren
PrevaleerdeGeprevaleerd
PrevelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; prevelde, heeft gepreveld)
1 binnensmonds spreken.

In Spaans overeenkomend met: Musitar
  sMompelen
PreveldeGepreveld
PriegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; priegelde, heeft gepriegeld; priegelaar)
1 met inspanning fijn [[peuterwerk]] verrichten.

PriegeldeGepriegeld
PriemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; priemde, heeft gepriemd)
1 met een priem doorboren.

In Spaans overeenkomend met: Picar, Pinchar, Punzar
  sPikken
Prikken
Steken
PriemdeGepriemd
PrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; prijkte, heeft geprijkt)
1 als iets [[fraais]] zichtbaar zijn of vertoond worden.

In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar
  sParaderen
Pralen
Pronken
PrijkteGeprijkt
PrijsgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf prijs, heeft prijsgegeven)
1 opofferen, afzien van.

In Spaans overeenkomend met: Dejar caer, Quitar
  sAfleggen
Opgeven
Gaf prijsPrijsgegeven
PrijsschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 schieten om een prijs
2 (spel) een groot aantal punten kunnen maken.

PrijzenIn de betekenis van: De prijs opgeven

In Spaans overeenkomend met: Encaramar
  sLof toezwaaien
Loven
Roemen
PrijsdeGeprijsd
PrijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prees/prijsde, heeft geprezen/geprijsd)
1 respect of bewondering uiten voor
2 van een prijs voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Alabar, Elogiar, Encaramar
  sLof toezwaaien
Loven
Roemen
PreesGeprezen
PrikkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; prikkelde, heeft geprikkeld; prikkeling)
1 een tintelende gewaarwording veroorzaken
2 een opgewonden stemming veroorzaken, die aanzet tot handelen
3 een fysiologische reactie opwekken.

In Spaans overeenkomend met: Dar dentera
Excitar
Acuciar, Incitar
Espolear
Aguzar, Animar, Azuzar, Estimular, Hurgar, Irritar
  sAanporren
Aansporen
Aanstoken
Aanvuren
Aanwakkeren
Aanzetten
De sporen geven
Irriteren
Op stang jagen
Ophitsen
Opwekken
Opwinden
Sarren
Stimuleren
Verhitten
Werken op
PrikkeldeGeprikkeld
PrikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; prikte, heeft geprikt)
1 (telecommunicatie) tussenbeide komen in een dialoog van zendamateurs
2 de prikklok bedienen
3 prikkelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; prikte, heeft geprikt)
1 met een puntig voorwerp niet al te hard steken
2 (informeel) een injectie geven.

In Spaans overeenkomend met: Picar, Pinchar, Punzar
  sPikken
Priemen
Steken
PrikteGeprikt
PrimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; primeerde, heeft geprimeerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) prevaleren, voorgaan.

PrimeerdeGeprimeerd
PrintenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; printte, heeft geprint)
1 met de printer afdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Estampar, Imprimir
  sAfdrukken
Boekdrukken
Drukken
PrintteGeprint
PrioriterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[prioriteerde]], heeft geprioriteerd)
1 prioriteit verlenen aan.

PrioriteerdeGeprioriteerd
PrivatiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; privatiseerde, heeft geprivatiseerd; privatisering)
1 (overheids)taken overlaten of overdoen aan het [[bedrijfsleven]] en/of het particulier initiatief.

PrivatiseerdeGeprivatiseerd
PrivilegiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[privilegieerde]], heeft geprivilegieerd; privilegiŽring)
1 bevoorrechten.

PrivilegieerdeGeprivilegieerd
ProberenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; probeerde, heeft geprobeerd)
1 zich inspannen om iets te bereiken.
([[overgankelijk]] werkwoord; probeerde, heeft geprobeerd)
1 een proef nemen met of van.

In Spaans overeenkomend met: Procurar
Ensayar, Intentar, Probar, Tratar
  sAanpassen
Beproeven
Passen
Pogen
Testen
Toetsen
Trachten
Uitproberen
ProbeerdeGeprobeerd
ProblematiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; problematiseerde, heeft geproblematiseerd)
1 in termen van een probleem formuleren
2 tot een probleem maken.

ProblematiseerdeGeproblematiseerd
ProcederenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; procedeerde, heeft geprocedeerd)
1 een rechtszaak voeren.

In Spaans overeenkomend met: Actuar
ProcedeerdeGeprocedeerd
ProclamerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; proclameerde, heeft geproclameerd; proclamatie)
1 in het openbaar afkondigen.

In Spaans overeenkomend met: Proclamar
  sAfkondigen
Uitvaardigen
Verkondigen
ProclameerdeGeproclameerd
ProcrastinerenProcrastineerdeGeprocrastineerd
ProducenProduceteGeproducet
ProducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; produceerde, heeft geproduceerd; producent, productie)
1 voortbrengen, vervaardigen
2 (juridisch) (een bewijs, akte enz.) overleggen aan het gerecht
3 (een artistiek [[project]]) verwezenlijken als zakelijk leider.

In Spaans overeenkomend met: Elaborar
  sBereiden
Vervaardigen
ProduceerdeGeproduceerd
ProefdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide proef, heeft proefgedraaid)
1 een machine laten werken om te zien of zij behoorlijk functioneert, alvorens ze officieel, definitief in gebruik wordt genomen.

Draaide proefProefgedraaid
ProefrijdenReed proefProefgereden
ProefvarenVaarde proefProefgevaren
ProestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; proestte, heeft geproest)
1 niezen
2 ingehouden en hard lachen.

In Spaans overeenkomend met: Estornudar
  sNiesen
Niezen
ProestteGeproest
ProevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; proefde, heeft geproefd)
1 (ook absoluut) waarnemen met de smaakzin
2 met de smaakzin onderzoeken
3 ervaren, ondervinden.

In Spaans overeenkomend met: Degustar, Gustar, Probar
Paladear, Saborear
  sKeuren
Smaken
ProefdeGeproefd
ProfanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; profaneerde, heeft geprofaneerd; profanatie)
1 ontheiligen, met het heilige spotten.

In Spaans overeenkomend met: Profanar
  sOntheiligen
Ontwijden
Schenden
Verontheiligen
ProfaneerdeGeprofaneerd
ProfessenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; profeste, heeft geprofest)
1 ([[rooms-katholiek]]) (iemand) de kloostergeloften laten afleggen.

ProfesteGeprofest
ProfessionaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[professionaliseerde]], heeft geprofessionaliseerd; professionalisering)
1 [[professioneler]] aanpakken.

ProfessionaliseerdeGeprofessionaliseerd
ProfeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[profeteerde]], heeft geprofeteerd)
1 voorspellen
2 namens [[God]] verkondigen.

ProfeteerdeGeprofeteerd
ProfilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; profileerde, heeft geprofileerd; profilering)
1 een te graven grondwerk afbakenen met palen en latten
2 een profiel aanbrengen.
(wederkerend werkwoord; profileerde zich, heeft zich geprofileerd)
1 de aandacht vestigen op zichzelf of op een bepaald aspect van zichzelf.

ProfileerdeGeprofileerd
ProfiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; profiteerde, heeft geprofiteerd; profiteur)
1 nuttig [[gebruikmaken]] van.

In Spaans overeenkomend met: Aprovechar
Aprovecharse
  sGebruik maken
Gebruik maken van
Gebruiken
Voordeel trekken uit
Winst maken
ProfiteerdeGeprofiteerd
PrognosticerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prognosticeerde, heeft geprognosticeerd)
1 (een verloop, ontwikkelingen) voorspellen.

PrognosticeerdeGeprognosticeerd
ProgrammerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; programmeerde, heeft geprogrammeerd)
1 (een proces) strak plannen
2 het schrijven van een computerprogramma.

In Spaans overeenkomend met: Programar, Programarse
  sPlannen
ProgrammeerdeGeprogrammeerd
ProjecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; projecteerde, heeft geprojecteerd)
1 optisch reproduceren op een scherm
2 een al of niet ruimtelijke figuur volgens bepaalde regels afbeelden op een plat vlak
3 (psychologie) eigen gevoelens, gedachten toeschrijven aan anderen
4 ontwerpen.

ProjecteerdeGeprojecteerd
ProjectietekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 tekenen volgens de methoden van de projectieleer.

ProkkelenProkkeldeGeprokkeld
ProletariserenProletariseerdeGeproletariseerd
ProlongerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prolongeerde, heeft geprolongeerd; prolongatie)
1 de duur verlengen van
2 de vervaltermijn verlengen van (een betaling)
3 (effecten) op prolongatievoorwaarden belenen.

ProlongeerdeGeprolongeerd
PromotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; promootte, heeft gepromoot; promotor, promoting)
1 aan de man brengen, [[reclame]] maken voor.

In Spaans overeenkomend met: Promocionar, Publicitar
PromootteGepromoot
PromoverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; promoveerde, is gepromoveerd)
1 de graad van [[doctor]] verwerven
2 naar een hogere klasse, functie overgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; promoveerde, heeft gepromoveerd)
1 de doctorstitel verlenen aan
2 naar een hogere klasse, functie bevorderen
3 (een schaakpion) bij het bereiken van het laatste veld van een van de lijnen aan de bordkant van de tegenstander, wisselen voor een stuk van hogere waarde; (een damschijf) bij het bereiken van de achterste lijn wisselen voor een dam.

In Spaans overeenkomend met: Promover
  sBevorderen
PromoveerdeGepromoveerd
PronkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pronkte, heeft gepronkt)
1 zich opvallend opgeschikt in het openbaar vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Desfilar, Formar, Ostentar
Fachendear, Pavonear, Pavonearse
  sParaderen
Pralen
Prijken
PronkteGepronkt
PrononcerenPrononceerdeGeprononceerd
PronostikerenPronostikeerdeGepronostikeerd
ProostenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; proostte, heeft geproost)
1 (informeel) iemand of elkaar toedrinken.

ProostteGeproost
PropaganderenPropagandeerdeGepropagandeerd
PropagerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; propageerde, heeft gepropageerd)
1 trachten ingang te doen vinden, propaganda maken voor.

PropageerdeGepropageerd
ProponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; proponeerde, heeft geproponeerd)
1 (formeel) voorstellen.

ProponeerdeGeproponeerd
ProportionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; proportioneerde, heeft geproportioneerd)
1 in [[evenredigheid]] brengen met.

ProportioneerdeGeproportioneerd
ProppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; propte, heeft gepropt)
1 dicht op elkaar of in elkaar duwen.

PropteGepropt
ProspecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; prospecteerde, heeft geprospecteerd; [[prospector]], prospectie)
1 (een terrein) onderzoeken op het daarin voorkomen van ertsen, edele metalen e.d.

ProspecteerdeGeprospecteerd
ProspererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; prospereerde, heeft geprospereerd)
1 welvarend zijn of toenemen in welvaart.

ProspereerdeGeprospereerd
ProstituerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; prostitueerde, heeft geprostitueerd)
1 (iemand) exploiteren door hem of haar als prostituť of prostituee te gebruiken.
(wederkerend werkwoord; prostitueerde zich, heeft zich geprostitueerd)
1 prostitutie bedrijven.

In Spaans overeenkomend met: Prostituir
ProstitueerdeGeprostitueerd
ProtegerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[protegeerde]], heeft geprotegeerd; protector, protectie)
1 beschermen.

ProtegeerdeGeprotegeerd
ProtesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; protesteerde, heeft geprotesteerd)
1 verzet uiten, opkomen tegen.

In Spaans overeenkomend met: Protestar
  sBestrijden
Protest aantekenen
ProtesteerdeGeprotesteerd
ProtocollerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; protocolleerde, heeft geprotocolleerd)
1 inschrijven in een protocol, een protocol opmaken van.

ProtocolleerdeGeprotocolleerd
ProtsenProtsteGeprotst
ProvianderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; proviandeerde, heeft geproviandeerd; proviandering)
1 bevoorraden met levensmiddelen.

In Spaans overeenkomend met: Aprovisionar
Abastecer, Proveer
  sBevoorraden
Leveren
Ravitailleren
Spekken
Voorzien van
ProviandeerdeGeproviandeerd
ProvocerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; provoceerde, heeft geprovoceerd; provocatie)
1 tarten, uitdagen.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar, Provocar, Retar
  sTarten
Tergen
Uitdagen
Uitlokken
Uittarten
ProvoceerdeGeprovoceerd
PruilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pruilde, heeft gepruild; pruiler)
1 mokken.

In Spaans overeenkomend met: Estar enfurruŮado
  sEen lip trekken
Mokken
PruildeGepruild
PruimenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 pruimenhout.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van pruimenhout gemaakt.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pruimde, heeft gepruimd)
1 tabak kauwen.

PruimdeGepruimd
PrutsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; prutste, heeft geprutst; prutser)
1 onhandig bezig zijn
2 knutselen.

PrutsteGeprutst
PruttelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pruttelde, heeft geprutteld)
1 zachtjes koken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pruttelde, heeft geprutteld)
1 morren, binnensmonds mopperen.

PrutteldeGeprutteld
PsalmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; psalmeerde, heeft gepsalmeerd)
1 [[God]] in lofliederen prijzen.

PsalmeerdeGepsalmeerd
PsalmodiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; psalmodieerde, heeft gepsalmodieerd)
1 psalmen zingen in koor en tegenkoor
2 eentonig voordragen.

PsalmodieerdeGepsalmodieerd
PsalmzingenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; psalmzinger)
1 zingen van psalmen.

PsychologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[psychologiseerde]], heeft gepsychologiseerd)
1 (iets) naar psychologische overwegingen beredeneren of voorstellen.

PsychologiseerdeGepsychologiseerd
PuberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; puberde, heeft gepuberd)
1 in de puberteit verkeren en het daarvoor kenmerkend gedrag vertonen.

PuberdeGepuberd
PublicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; publiceerde, heeft gepubliceerd)
1 (ook absoluut) (een geschrift) openbaar maken
2 bekendmaken.

In Spaans overeenkomend met: Hacer publicidad
Divulgar, Publicar
  sAfkondigen
Openbaar maken
Ruchtbaar maken
PubliceerdeGepubliceerd
PuddelenIn Spaans overeenkomend met: Pudelar
PuddeldeGepuddeld
PuffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pufte, heeft gepuft; puffer)
1 blazen, als gevolg van de warmte of bij het roken.

PufteGepuft
PuilenPuildeGepuild
PuimenPuimdeGepuimd
PuinruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 brokstukken opruimen
2 een verwarde situatie oplossen.

Ruimde puinPuingeruimd
PulkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pulkte, heeft gepulkt)
1 peuteren, plukken.

PulkteGepulkt
PulsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pulste, heeft gepulst; pulser)
1 met een puls in de grond boren.

PulsteGepulst
PulserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pulseerde, heeft gepulseerd; pulsatie/pulsering)
1 (van het hart, de slagaderen) kloppen, slaan
2 (van elektrische stroom) regelmatig [[af-]] en weer toenemen.

PulseerdeGepulseerd
PulverenPulverdeGepulverd
PulveriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[pulveriseerde]], heeft gepulveriseerd; [[pulverisator]], pulverisatie/pulverisering)
1 tot poeder wrijven of stampen.

PulveriseerdeGepulveriseerd
PuncterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; puncteerde, heeft gepuncteerd)
1 (geneeskunde) (iemand) behandelen met een punctie.

PuncteerdeGepuncteerd
PunnikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; punnikte, heeft gepunnikt)
1 pulken
2 handwerken op een garenklosje of kurk met vier spijkertjes.

PunnikteGepunnikt
PuntenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; puntte, heeft gepunt)
1 kiemen, uitlopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; puntte, heeft gepunt)
1 een punt maken aan
2 de punten afnemen van
3 punten slaan in (metaal).

PuntteGepunt
PunterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; punterde, heeft gepunterd; punteerder, puntering)
1 (muziek) met een punter varen
2 (de bal) met de punt van de schoen trappen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; punteerde, heeft gepunteerd; punteerder, puntering)
1 (muziek) een punt zetten achter een noot om die anderhalf maal haar waarde te geven, of boven een noot als aanduiding voor 'staccato'.

PunteerdeGepunteerd
PunterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; punterde, heeft gepunterd; punteerder, puntering)
1 (muziek) met een punter varen
2 (de bal) met de punt van de schoen trappen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; punteerde, heeft gepunteerd; punteerder, puntering)
1 (muziek) een punt zetten achter een noot om die anderhalf maal haar waarde te geven, of boven een noot als aanduiding voor 'staccato'.

PunterdeGepunterd
PuntlassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[puntlaste]], heeft gepuntlast)
1 lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting in kneedbare toestand worden gebracht, waarna men, door de delen krachtig tegen elkaar te drukken, de verbinding tot stand brengt.

PuntlasteGepuntlast
PurenPuurdeGepuurd
PurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pureerde, heeft gepureerd)
1 tot [[puree]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Triturar
PureerdeGepureerd
PurgerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; purgeerde, heeft gepurgeerd)
1 laxeren.

In Spaans overeenkomend met: Purgar
  sAfdrijven
Laxeren
PurgeerdeGepurgeerd
PurperenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 purperkleurig.

PurperdeGepurperd
PushenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; pushte, heeft gepusht; pusher, pushing)
1 aansporen, stimuleren
2 promoten, naar voren schuiven
3 dealen in drugs om iemand verslaafd te maken
4 (sport) de bal of puck duwen, zonder achterzwaai van de stick.

PushteGepusht
PussenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[puste]], heeft gepust)
1 etter produceren.

PusteGepust
PutsenPutsteGeputst
PuttenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; putte, heeft geput)
1 halen uit, ontlenen aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; putte, heeft geput)
1 (ook absoluut) (sport) (de bal) in de [[hole]] slaan
2 (water) ophalen.

In Spaans overeenkomend met: Extraer, Sacar
  sHozen
Ontlenen
Scheppen
PutteGeput
PuzzelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; puzzelde, heeft gepuzzeld)
1 piekeren, peinzen om tot een oplossing te komen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; puzzelde, heeft gepuzzeld; puzzelaar)
1 zich bezighouden met het oplossen van een puzzel.

PuzzeldeGepuzzeld

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven