Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
QuadrillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[quadrilleerde]], heeft gequadrilleerd)
1 een quadrille dansen
2 het quadrillespel spelen.

QuadrilleerdeGequadrilleerd
QuadruplerenQuadrupleerdeGequadrupleerd
QuerulerenQueruleerdeGequeruleerd
QuoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; quoteerde, heeft gequoteerd; quotisatie/quotatie)
1 naar [[evenredigheid]] verdelen.

QuoteerdeGequoteerd
QuotiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[quotiseerde]], heeft gequotiseerd; quotisering/quotisatie)
1 (iemand) aanslaan in een belasting, zijn aandeel daarin opeisen
2 [[ieders]] aandeel in gemeenschappelijke ontvangsten berekenen.

QuotiseerdeGequotiseerd
RaadplegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raadpleegde, heeft geraadpleegd; raadpleging)
1 inlichtingen inwinnen bij
2 (iemand) advies vragen.

In Spaans overeenkomend met: Consultar
  sConsulteren
RaadpleegdeGeraadpleegd
RaaienRaaideGeraaid
RaakslaanSloeg raakRaakgeslagen
RaaskallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raaskalde, heeft geraaskald)
1 onzin praten.

In Spaans overeenkomend met: Desatinar, Desbaratar
  sBazelen
Doorslaan
Kolderen
RaaskaldeGeraaskald
RabattenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rabatte, heeft gerabat)
1 (houtindustrie) een rechthoekige sponning in de kant van een plank schaven
2 (bouwkunde) (planken) aan elkaar verbinden met over elkaar liggende lippen of door vlakke inkepingen.

RabatteGerabat
RabatterenRabatteerdeGerabatteerd
RabbelenRabbeldeGerabbeld
RacemiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[racemiseerde]], heeft geracemiseerd)
1 (scheikunde) (een optisch actieve stof) doen overgaan in een [[racemisch]] mengsel.

RacemiseerdeGeracemiseerd
RacenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; racete, heeft/is geracet; racer)
1 aan een [[snelheidswedstrijd]] deelnemen
2 (informeel) zich haasten.

In Spaans overeenkomend met: Correr
  sSprinten
RaceteGeracet
RaclettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raclette, heeft geraclet)
1 tafelen waarbij men kaas grilt.

RacletteGeraclet
RadbrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; radbraakte, heeft geradbraakt; radbraking)
1 (geschiedenis) (iemand) folteren door zijn ledematen te breken en vervolgens op een rad leggen
2 verbasteren.

In Spaans overeenkomend met: Ajusticiar en la rueda
RadbraakteGeradbraakt
RadenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ried, heeft geraden)
1 op basis van een vermoeden of gissend iets doorgronden
2 raad geven.

In Spaans overeenkomend met: Adivinar
Aconsejar
Acertar, Atinar
  sAanbevelen
Aanraden
Adviseren
Gissen
Raad geven
Verwachten
Raadde, RiedGeraden
RaderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; raderde, heeft geraderd) met een raderwieltje een patroon overnemen op patroonpapier
2 (radeerde, heeft geradeerd) met een etsnaald een tekening krassen op een geverniste koperen plaat
3 (radeerde, heeft geradeerd) potlood of inktlijnen, vlekken enz. van het papier afschrapen.

RadeerdeGeradeerd
RadicaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[radicaliseerde]], is geradicaliseerd; radicalisering)
1 radicaal of meer radicaal worden.

RadicaliseerdeGeradicaliseerd
RadiograferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; radiografeerde, heeft geradiografeerd)
1 fotograferen met rŲntgenstralen.

RadiografeerdeGeradiografeerd
RafelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rafelde, heeft gerafeld)
1 (van een weefsel) losraken van draden.
([[overgankelijk]] werkwoord; rafelde, heeft gerafeld)
1 (een weefsel) losmaken, draden ervan uitpluizen.

RafeldeGerafeld
RaffelenRaffeldeGeraffeld
RaffinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raffineerde, heeft geraffineerd; raffinadeur, raffinering/raffinage)
1 (ruwe grondstof) zuiveren, [[fijner]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Refinar
  sLouteren
Verfijnen
RaffineerdeGeraffineerd
RagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[raagde]], heeft geraagd)
1 met de ragebol spinrag en stof verwijderen
2 de steel van een [[tabakspijp]] schoonmaken.

RaagdeGeraagd
RaggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ragde, heeft geragd)
1 wild heen en weer bewegen.

RagdeGeragd
RaillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[railleerde]], heeft gerailleerd)
1 schertsen.

RailleerdeGerailleerd
RaisonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raisonneerde, heeft geraisonneerd)
1 redeneren.

RaisonneerdeGeraisonneerd
RakelenRakeldeGerakeld
RakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raakte, is geraakt)
1 in de genoemde positie of toestand komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; raakte, heeft geraakt)
1 treffen door een slag, stoot, worp, schot enz.
2 emotie opwekken
3 betreffen
4 in contact komen met.

In Spaans overeenkomend met: Hacerse
Concernir, Incumbir, Respectar
Acertar, Dar con, Dar en
Estar en contacto, Tocar
  sAangaan
Aankomen
Aanraken
Beroeren
Betreffen
Gelden
Halen
Inslaan
Teisteren
Toebehoren
Toucheren
Treffen
Worden
RaakteGeraakt
RakettenRaketteGeraket
RakkerenRakkerdeGerakkerd
RamenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raamde, heeft geraamd; raming)
1 schatten, begroten.

In Spaans overeenkomend met: Presuponer
  sBegroten
RaamdeGeraamd
RammeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rammeide, heeft gerammeid)
1 zwaar treffen, met geweld slaan.

RammeideGerammeid
RammelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rammelde, heeft gerammeld)
1 een onregelmatig klapperend geluid voortbrengen
2 los en onsamenhangend in elkaar zitten
3 (van hazen of konijnen) bronstig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; rammelde, heeft gerammeld)
1 schudden.

RammeldeGerammeld
RammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ramde, heeft geramd)
1 met een stormram beuken, stoten
2 (een schip) met kracht aanvaren
3 aanrijden met een voertuig.

RamdeGeramd
RampetampenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rampetampte, heeft gerampetampt)
1 (vulgair) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben.

RampetampteGerampetampt
RampokkenRampokteGerampokt
RamsjenRamsjteGeramsjt
RandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; randde, heeft gerand; randing)
1 (van slaplanten) een dorre rand krijgen rondom het blad.
([[overgankelijk]] werkwoord; randde, heeft gerand)
1 van een rand voorzien.

RanddeGerand
RangerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rangeerde, heeft gerangeerd; rangeerder)
1 (treinen) splitsen en weer samenvoegen.

In Spaans overeenkomend met: Maniobrar
  sManoeuvreren
RangeerdeGerangeerd
RangschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rangschikte, heeft gerangschikt; rangschikking)
1 indelen, plaatsen volgens bepaalde kenmerken.

In Spaans overeenkomend met: Disponer
  sPlaatsen
RangschikteGerangschikt
RankenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rankte, heeft gerankt)
1 op de wijze van een rank groeien.
([[overgankelijk]] werkwoord; rankte, heeft gerankt)
1 ontdoen van ranken.

RankteGerankt
RanselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ranselde, heeft geranseld)
1 (van door de wind bewogen takken of stammen) zwiepen zodat er beschadiging optreedt.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ranselde, heeft geranseld)
1 onbarmhartig slaan.

RanseldeGeranseld
RantsoenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rantsoeneerde, heeft gerantsoeneerd; rantsoenering)
1 (zaken) verdelen in rantsoenen.

In Spaans overeenkomend met: Racionar
RantsoeneerdeGerantsoeneerd
RapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; raapte, heeft geraapt; raper)
1 met de hand oppakken
2 verzamelen
3 berapen.

In Spaans overeenkomend met: Coleccionar
Recoger
  sCollecteren
Innen
Inzamelen
Oogsten
Oprapen
Plukken
RaapteGeraapt
RappellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rappelleerde, heeft gerappelleerd)
1 herinneren, een rappel toezenden.

RappelleerdeGerappelleerd
RappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rapte, heeft gerapt; rapper)
1 spreken op de maat van rapmuziek.

RapteGerapt
RapporterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rapporteerde, heeft gerapporteerd; rapporteur, rapportage)
1 melden, verslag uitbrengen
2 (militair, leger) (een overtreder, overtreding) aanbrengen
3 (boekhouden) (posten) overbrengen.

RapporteerdeGerapporteerd
RaserenRaseerdeGeraseerd
RaspenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raspte, heeft geraspt)
1 een rauw geluid maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; raspte, heeft geraspt)
1 met een rasp fijn wrijven.

In Spaans overeenkomend met: Raspar
Rallar
RaspteGeraspt
RasterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rasterde, heeft gerasterd; rastering)
1 een raster afdrukken op het pigmentpapier.

RasterdeGerasterd
RatelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ratelde, heeft gerateld; rateling)
1 een serie korte, harde geluiden in snelle opeenvolging voortbrengen
2 met een ratel geluid voortbrengen
3 druk praten.

RateldeGerateld
RatificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ratificeerde, heeft geratificeerd; ratificatie/ratificering)
1 (internationale overeenkomsten) bekrachtigen.

In Spaans overeenkomend met: Ratificar
  sBekrachtigen
Bevestigen
RatificeerdeGeratificeerd
RatinerenRatineerdeGeratineerd
RationaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rationaliseerde, heeft gerationaliseerd; rationalisatie/rationalisering)
1 doelmatig, efficiŽnt maken
2 (iets [[emotioneels]]) in de redelijke sfeer trekken, rationeel benaderen
3 een redelijke verklaring geven voor iets.

RationaliseerdeGerationaliseerd
RatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ratste, heeft geratst; ratser)
1 (informeel) stelen.

RatsteGeratst
RattenRatteGerat
RauwdouwenRauwdouwdeGerauwdouwd
RauzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rauzer)
1 (rausde, heeft gerausd) (informeel) wild tekeergaan
2 (rausde, heeft/is gerausd) (informeel) snel en woest rijden.

RausdeGerausd
RavitaillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ravitailleerde, heeft geravitailleerd; ravitailleur, ravitaillering)
1 van [[levensmiddelen]] voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Aprovisionar
  sProvianderen
RavitailleerdeGeravitailleerd
RavottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ravotte, heeft geravot; ravotter)
1 stoeien.

RavotteGeravot
RazenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (raasde, heeft geraasd) als een gek tekeergaan, woeden
2 (raasde, heeft/is geraasd) zich met hoge snelheid voortbewegen.

In Spaans overeenkomend met: Fulminar
Canturrear, Ronronear, Zumbar
  sBrommen
Fulmineren
Gonzen
Snorren
Suizelen
Suizen
Tekeergaan
Tieren
Tuiten
Zoemen
RaasdeGeraasd
Re-integrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; re-integreerde, heeft gere-integreerd; re-integratie)
1 weer laten functioneren.

Re-integreerdeGere-integreerd
ReactiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reactiveerde, heeft gereactiveerd; reactivering)
1 weer tot werking of tot leven brengen.

ReactiveerdeGereactiveerd
ReaffecterenReaffecteerdeGereaffecteerd
ReagerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reageerde, heeft gereageerd)
1 (scheikunde) een reactie aangaan
2 een bepaalde handeling of situatie beantwoorden.

In Spaans overeenkomend met: Reaccionar
Responder
ReageerdeGereageerd
RealiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; realiseerde, heeft gerealiseerd; realisatie/realisering)
1 verwezenlijken, uitvoeren.
(wederkerend werkwoord; realiseerde zich, heeft zich gerealiseerd)
1 (iets) bewust weten.

In Spaans overeenkomend met: Realizar
  sBewerkstelligen
Uitvoeren
Verrichten
Verwerkelijken
RealiseerdeGerealiseerd
ReanimerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reanimeerde, heeft gereanimeerd; reanimatie)
1 de ademhaling en bloedsomloop weer op gang trachten te brengen bij (iemand die schijnbaar dood is).

ReanimeerdeGereanimeerd
ReassurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reassureerde, heeft gereassureerd; reassurantie)
1 opnieuw verzekeren, uitgaande van de verzekerde, om zich te dekken tegen onverhaalbaarheid
2 opnieuw verzekeren, uitgaande van de verzekeraar, om zich te dekken tegen mogelijk te lijden schade voortvloeiende uit de aangegane verzekering.

ReassureerdeGereassureerd
RebbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rebbelde]], heeft gerebbeld)
1 druk praten.

RebbeldeGerebbeld
RebellerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rebelleerde, heeft gerebelleerd)
1 zich verzetten tegen het gevestigd gezag.

In Spaans overeenkomend met: Alzarse, Rebelar, Rebelarse, Resistirse, Sublevarse
  sIn opstand komen
Muiten
Zich verzetten
RebelleerdeGerebelleerd
RebootenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rebootte, heeft gereboot; rebooting)
1 een computer opnieuw opstarten.

RebootteGereboot
RecapitulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; recapituleerde, heeft gerecapituleerd)
1 samenvattend herhalen.

In Spaans overeenkomend met: Recapitular
RecapituleerdeGerecapituleerd
RecappenRecapteGerecapt
RecenserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; recenseerde, heeft gerecenseerd; recensent, recensie)
1 bespreken in een krant of tijdschrift.

In Spaans overeenkomend met: ReseŮar
  sBespreken
RecenseerdeGerecenseerd
RecepterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; recepteerde, heeft gerecepteerd)
1 recepten voorschrijven
2 recepten klaarmaken.

RecepteerdeGerecepteerd
RechercherenRechercheerdeGerechercheerd
RechtbuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boog recht, heeft rechtgebogen)
1 (iets) zo buigen dat het recht wordt.

Boog rechtRechtgebogen
RechtenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 auteursrecht.
([[overgankelijk]] werkwoord; rechtte, heeft gerecht)
1 recht maken.

RechtteGerecht
RechthoudenHield rechtRechtgehouden
RechtkomenKwam rechtRechtgekomen
RechtmakenMaakte rechtRechtgemaakt
RechtsklikkenKlikte rechtsRechtsgeklikt
RechtsprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprak recht, heeft rechtgesproken; rechtspreker, rechtspreking)
1 een gerechtelijke uitspraak doen.

In Spaans overeenkomend met: Juzgar
  sBerechten
Oordelen
Veroordelen
Vonnissen
Sprak rechtRechtgesproken
RechtstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond recht, is rechtgestaan)
1 (in [[BelgiŽ]]) opstaan
2 (in [[BelgiŽ]]) staan.

Stond rechtRechtgestaan
RechttrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok recht, heeft rechtgetrokken)
1 (een fout) ongedaan maken
2 zo trekken dat het niet meer scheef is.

Trok rechtRechtgetrokken
RechtvaardigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rechtvaardigde, heeft gerechtvaardigd; rechtvaardiging)
1 de rechtvaardigheid, juistheid aantonen van
2 (religie) van schuld vrijspreken.

In Spaans overeenkomend met: Cohonestar, Inocentar, Justificar, Motivar, Santificar, Sincerar
RechtvaardigdeGerechtvaardigd
RechtzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette recht, heeft rechtgezet)
1 (iets dat ongewenst of onjuist is) verbeteren
2 (wat scheef staat) in de juiste stand zetten.

In Spaans overeenkomend met: Ajustar, Enderezar
  sBijstellen
Rectificeren
Verbeteren
Weer in orde brengen
Weer oprichten
Weer rechtbuigen
Zette rechtRechtgezet
RechtzittenZat rechtRechtgezeten
RecidiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; recidiveerde, heeft gerecidiveerd)
1 bij herhaling een misdrijf begaan
2 (van een schijnbaar genezen ziekte) zich opnieuw vertonen.

RecidiveerdeGerecidiveerd
RecipiŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; recipieerde, heeft gerecipieerd)
1 receptie houden.

RecipieerdeGerecipieerd
ReciprocerenReciproceerdeGereciproceerd
RecirculerenRecirculeerdeGerecirculeerd
ReciterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reciteerde, heeft gereciteerd)
1 (een tekst) voordragen.

In Spaans overeenkomend met: Declamar, Recitar
  sOpzeggen
Voordragen
ReciteerdeGereciteerd
ReclamerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reclameerde, heeft gereclameerd)
1 (in BelgiŽ; informeel) klagen, mopperen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reclameerde, heeft gereclameerd; reclamant, reclamatie)
1 bezwaren indienen
2 navraag doen naar, levering vragen van iets dat besteld, maar niet ontvangen is.

In Spaans overeenkomend met: Reclamar
ReclameerdeGereclameerd
ReclasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reclasseerde, heeft gereclasseerd)
1 (ex-gedetineerden) terugbrengen in de maatschappij.

ReclasseerdeGereclasseerd
RecombinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; recombineerde, heeft gerecombineerd; recombinatie)
1 hergroeperen.

RecombineerdeGerecombineerd
RecommanderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; recommandeerde, heeft gerecommandeerd)
1 aanbevelen.

In Spaans overeenkomend met: Certificar, Ensalzar, Recomendar
  sAanbevelen
Aantekenen
RecommandeerdeGerecommandeerd
ReconstruerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reconstrueerde, heeft gereconstrueerd; reconstructie)
1 herstellen in de oorspronkelijke vorm
2 (handelingen, voorvallen enz. uit het verleden) in gedachten of in beeld weer oproepen en zich als het ware opnieuw laten afspelen.

In Spaans overeenkomend met: Restituir
Reconstituir, Reconstruir
  sRestitueren
ReconstrueerdeGereconstrueerd
RecreŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; recreŽerde, heeft gerecreŽerd)
1 zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden.

RecreŽerdeGerecreŽerd
RectificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rectificeerde, heeft gerectificeerd; rectificatie)
1 rechtzetten.

In Spaans overeenkomend met: Ajustar
  sBijstellen
Rechtzetten
Verbeteren
RectificeerdeGerectificeerd
RecupererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; recupereerde, heeft gerecupereerd; recuperatie)
1 ([[wielersport]]) opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning.
([[overgankelijk]] werkwoord; recupereerde, heeft gerecupereerd)
1 recyclen.

RecupereerdeGerecupereerd
RecyclenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; recyclede, heeft gerecycled; recycling)
1 (grondstoffen) terugwinnen uit afval en opnieuw voor gebruik geschikt maken.

RecycledeGerecycled
RecyclerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; recycleerde, heeft gerecycleerd)
1 (in [[BelgiŽ]]) recyclen.

In Spaans overeenkomend met: Reciclar
RecycleerdeGerecycleerd
ReddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; redde, heeft gered; redder, redding)
1 (iemand of iets) uit een gevaarlijke of lastige situatie helpen.
(wederkerend werkwoord; redde zich, heeft zich gered)
1 zich kunnen handhaven.

In Spaans overeenkomend met: Rescatar, Salvar
  sBehouden
Bergen
ReddeGered
RedderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; redderde, heeft geredderd)
1 (iets) schoonmaken, opruimen
2 regelen, in orde brengen.

RedderdeGeredderd
RedekavelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; redekavelde, heeft geredekaveld; redekaveling)
1 (schertsend) redetwisten.

RedekaveldeGeredekaveld
RedenALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 (redenen) datgene waarmee iemand zijn daden of zijn overtuiging motiveert
2 (redens) (wiskunde) verhouding, betrekking tussen een grootheid en een andere.
([[overgankelijk]] werkwoord; reedde, heeft gereed)
1 (een schip) uitrusten.

ReeddeGereed
RedenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; redeneerde, heeft geredeneerd; redenering)
1 gedachten of een mening over iets ontwikkelen.

In Spaans overeenkomend met: Razonar
RedeneerdeGeredeneerd
RedetwistenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; redetwistte, heeft geredetwist)
1 elkaar met redenen bestrijden.

In Spaans overeenkomend met: Disputar
  sDisputeren
Strijden
Strijden voor
Twisten
RedetwistteGeredetwist
RedevoerenRedevoerdeGeredevoerd
RedigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; redigeerde, heeft geredigeerd)
1 op schrift onder woorden brengen
2 de redactie voeren van.

In Spaans overeenkomend met: Redactar
  sOpmaken
Opstellen
Stellen
Stileren
RedigeerdeGeredigeerd
RedoublerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; redoubleerde, heeft geredoubleerd)
1 bij bridge, nogmaals verdubbelen.

RedoubleerdeGeredoubleerd
RedresserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; redresseerde, heeft geredresseerd)
1 weer in orde brengen.

RedresseerdeGeredresseerd
ReducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reduceerde, heeft gereduceerd; reductie)
1 verminderen
2 (taalkunde) een klank of vorm op zodanige wijze realiseren dat bepaalde eigenschappen verloren gaan
3 herleiden
4 (scheikunde) zuurstof aan een verbinding onttrekken.

In Spaans overeenkomend met: Reducir
  sHerleiden
Inkrimpen
Vereenvoudigen
Zetten
ReduceerdeGereduceerd
ReeuwenReeuwdeGereeuwd
RefererenIn Spaans overeenkomend met: Dictaminar, Informar, Referir
  sVerslag uitbrengen
RefereerdeGerefereerd
ReflecterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; reflecteerde, heeft gereflecteerd)
1 reageren op (een advertentie).
([[onovergankelijk]] werkwoord; reflecteerde, heeft gereflecteerd)
1 nadenken (over).
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reflecteerde, heeft gereflecteerd)
1 weerspiegelen, terugkaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Reflejar
  sSpiegelen
Terugkaatsen
Weerkaatsen
Weerspiegelen
ReflecteerdeGereflecteerd
RefluxenRefluxteGerefluxt
ReformerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[reformeerde]], heeft gereformeerd)
1 een andere vorm geven
2 gewone benzine met waterstof over een katalysator omzetten in benzine met een hoog octaangetal.

In Spaans overeenkomend met: Reformar
  sHervormen
ReformeerdeGereformeerd
RefracterenRefracteerdeGerefracteerd
RefuserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; refuseerde, heeft gerefuseerd)
1 weigeren.

RefuseerdeGerefuseerd
RegalerenRegaleerdeGeregaleerd
RegarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; regardeerde, heeft geregardeerd)
1 (formeel) betrekking hebben op.

RegardeerdeGeregardeerd
RegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; regelde, heeft geregeld; regelaar, regeling)
1 zodanige maatregelen nemen dat het gewenste effect bereikt wordt
2 bepalen.

In Spaans overeenkomend met: Regular, Regularizar
Arreglar
Concertar, Organizar
Reglamentar
  sIn orde brengen
Inrichten
Opruimen
Organiseren
Reguleren
Ruimen
Samenstellen
Schikken
Terechtbrengen
Uitschrijven
Vereffenen
RegeldeGeregeld
RegenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; regende, heeft geregend)
1 (landbouw) sproeien.
(onpersoonlijk werkwoord; regende, heeft geregend)
1 in druppels van gecondenseerde waterdamp uit de hemel neervallen
2 in groten [[getale]] zich voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Llover
  sGieten
RegendeGeregend
RegenererenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; regenereerde, is geregenereerd; [[regenerator]], regeneratie)
1 weer aangroeien of ontstaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; regenereerde, heeft geregenereerd)
1 in de oorspronkelijke toestand terugbrengen, weer bruikbaar maken.

RegenereerdeGeregenereerd
RegerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; regeerde, heeft geregeerd)
1 (ook absoluut) (een land) besturen
2 (taalkunde) bij zich hebben, met zich meebrengen.

In Spaans overeenkomend met: Capitanear
Gobernar, Regir, Reinar, Subyugar
  sAanvoeren
Besturen
De scepter zwaaien
Heersen
RegeerdeGeregeerd
ReggenRegdeGeregd
RegionaliserenRegionaliseerdeGeregionaliseerd
RegisserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; regisseerde, heeft geregisseerd; regisseur)
1 (een toneeluitvoering, filmopname enz.) leiden
2 (achter de schermen) regelen, controleren, sturen.

RegisseerdeGeregisseerd
RegisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; registerde, heeft geregisterd)
1 (gegevens uit registers) opzoeken en op [[fiches]] brengen
2 (drukwezen) (vellen papier) juist op elkaar laten volgen.

RegisterdeGeregisterd
RegistrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; registreerde, heeft geregistreerd; registratie/registrering)
1 vastleggen met behulp van een instrument
2 in de geest vastleggen
3 in een register schrijven
4 de registers toepassen van (een orgel).

In Spaans overeenkomend met: Consignar
Inscribir, Registrar
  sAantekenen
Bijboeken
Boeken
Inschrijven
Opschrijven
Vastleggen
RegistreerdeGeregistreerd
ReglementerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reglementeerde, heeft gereglementeerd; reglementering)
1 aan een reglement onderwerpen.

In Spaans overeenkomend met: Reglamentar
ReglementeerdeGereglementeerd
RegulariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; regulariseerde, heeft geregulariseerd; regularisatie)
1 regelen, in overeenstemming brengen met de voorschriften.

RegulariseerdeGeregulariseerd
RegulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reguleerde, heeft gereguleerd; regulatie/regulering)
1 regelmatig maken, in orde maken.

In Spaans overeenkomend met: Reglamentar
  sRegelen
Vereffenen
ReguleerdeGereguleerd
RehabiliterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rehabiliteerde, heeft gerehabiliteerd; rehabilitatie)
1 iemand zijn goede naam teruggeven.

RehabiliteerdeGerehabiliteerd
ReienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[reide]], heeft gereid)
1 (archaÔsch) een rondedans uitvoeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[reide]], heeft gereid)
1 (een stuk hout) recht en vlak schaven.

ReideGereid
ReikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reikte, heeft gereikt; reiking)
1 de hand naar iets uitstrekken
2 zich uitstrekken tot.
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Estrechar
ReikteGereikt
ReikhalzenIn Spaans overeenkomend met: Anhelar, AŮorar, Suspirar
  sHunkeren
Smachten
Verlangen
Zuchten
Zuchten naar
ReikhalsdeGereikhalsd
ReilenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

ReildeGereild
ReinigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reinigde, heeft gereinigd; reiniger, reiniging)
1 van vuil of [[ongerechtigheden]] ontdoen
2 (iemand) bevrijden uit een toestand van onreinheid, zonde of schuld.

In Spaans overeenkomend met: Escarbar, Limpiar
Asear
Adelgazar, Limpiar, Purificar
  sAfvegen
Louteren
Netjes maken
Opknappen
Opwrijven
Poetsen
Schoonmaken
Vegen
Zuiveren
ReinigdeGereinigd
ReizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reiziger)
1 (reisde, heeft/is gereisd) een reis ondernemen
2 (reisde, heeft gereisd) klanten bezoeken om zaken te doen.

In Spaans overeenkomend met: Viajar
ReisdeGereisd
RekenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; rekende, heeft gerekend)
1 stellig verwachten
2 vertrouwen.
(werkwoord; rekende, heeft gerekend)
1 beschouwen als lid van een categorie, begrijpen onder.
([[onovergankelijk]] werkwoord; rekende, heeft gerekend)
1 met getallen, cijfers werken, volgens de regels hoeveelheden, aantallen benoemen, samenstellen en ontbinden.
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende, heeft gerekend)
1 tellen
2 als [[koopsom]] of kosten stellen, vragen
3 rekening houden met iets.

In Spaans overeenkomend met: Calcular, Contar
Exigir
  sBecijferen
Berekenen
Calculeren
Eisen
Opeisen
Tellen
Uitrekenen
Vereisen
Vergen
Voorschrijven
Vorderen
RekendeGerekend
RekeningrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 elektronisch systeem dat een bedrag berekent voor deelname aan het verkeer, mede bedoeld om het [[autogebruik]] terug te dringen.

RekestrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rekestreerde, heeft gerekestreerd; rekestrant)
1 een verzoekschrift indienen.

RekestreerdeGerekestreerd
RekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rekker, rekking)
1 (rok, is gerokken) langer of [[wijder]] worden door trekking of spanning
2 (rok, heeft/is gerokken) (van paarden) in gestrekte [[galop]] rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; rok, heeft gerokken)
1 door trekken of spannen langer of [[wijder]] maken
2 langer doen duren.

In Spaans overeenkomend met: Extender, Prolongar, Tender
Alargar
  sDoortrekken
Langer maken
Ophouden
Strekken
Uitbreiden
Uitleggen
Uitrekken
Uitsteken
Uitstrekken
Uittrekken
Vergroten
Verlengen
Wijder maken
RekteGerekt
RekruterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekruteerde, heeft gerekruteerd; rekrutering)
1 verzamelen voor de krijgsdienst.

RekruteerdeGerekruteerd
RekwestrerenRekwestreerdeGerekwestreerd
RekwirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekwireerde, heeft gerekwireerd; rekwirant)
1 vorderen.

In Spaans overeenkomend met: Requisar
  sIn beslag nemen
Vorderen
RekwireerdeGerekwireerd
RelaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; relateerde, heeft gerelateerd; relatering)
1 in verband brengen, in een bepaalde verhouding brengen
2 (juridisch) ambtelijk verklaren.

RelateerdeGerelateerd
RelativerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; relativeerde, heeft gerelativeerd; relativering)
1 de [[betrekkelijkheid]] erkennen of laten uitkomen van.

RelativeerdeGerelativeerd
RelaxenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; relaxte, heeft gerelaxt)
1 zich ontspannen
2 seksueel verwend worden.

RelaxteGerelaxt
RelayerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; relayeerde, heeft gerelayeerd; relayering)
1 [[heruitzenden]], een signaal van een zendstation opvangen en versterkt weer doorzenden.

RelayeerdeGerelayeerd
ReleasenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; releasede/releasete, heeft gereleased/gereleaset)
1 een nieuwe [[grammofoonplaat]], cd, film uitbrengen.

Releasede, ReleaseteGereleased, Gereleaset
ReleverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[releveerde]], heeft gereleveerd)
1 de aandacht bijzonder vestigen op
2 ontheffen, vrijspreken.

ReleveerdeGereleveerd
RellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; relde, heeft gereld)
1 snel, druk praten.

ReldeGereld
RembourserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rembourseerde, heeft gerembourseerd)
1 (goederen) onder rembours zenden
2 terugbetalen, vergoeden.

RembourseerdeGerembourseerd
RemediŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; remedieerde, heeft geremedieerd)
1 genezen.

RemedieerdeGeremedieerd
RemigrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; remigreerde, is geremigreerd; remigrant, remigratie)
1 weer in het land van herkomst gaan wonen.

RemigreerdeGeremigreerd
RemiserenRemiseerdeGeremiseerd
RemitterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; remitteerde, heeft geremitteerd)
1 (geld of wissels) overmaken.

RemitteerdeGeremitteerd
RemixenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (opnamemateriaal van bestaande muzieknummers) opnieuw in elkaar zetten.

RemixteGeremixt
RemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; remde, heeft geremd; remmer)
1 de beweging of voortgang van een voertuig of werktuig vertragen of het geheel tot stilstand brengen.
([[overgankelijk]] werkwoord; remde, heeft geremd)
1 belemmeren.

In Spaans overeenkomend met: Enfrenar
Frenar
  sAfremmen
RemdeGeremd
RemonstrerenRemonstreerdeGeremonstreerd
RemplacerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[remplaceerde]], heeft geremplaceerd)
1 vervangen.

RemplaceerdeGeremplaceerd
RemunererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; remunereerde, heeft geremunereerd)
1 belonen.

RemunereerdeGeremunereerd
RenationaliserenRenationaliseerdeGerenationaliseerd
RenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rendeerde, heeft gerendeerd)
1 winst opleveren.

In Spaans overeenkomend met: Beneficiar
  sOpleveren
RendeerdeGerendeerd
RenenReendeGereend
RennenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rende, heeft/is gerend; renner)
1 zeer snel lopen
2 (van paarden) zo snel galopperen dat de beide voor- of [[achterbenen]] tegelijk de grond raken.

In Spaans overeenkomend met: Correr
  sHardlopen
Hollen
Snellen
RendeGerend
RenoncerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; renonceerde, heeft gerenonceerd)
1 afstand doen van
2 bij bridge de gevraagde kleur niet kunnen bijspelen.

RenonceerdeGerenonceerd
RenormaliserenIn Spaans overeenkomend met: Renormalizar
RenormaliseerdeGerenormaliseerd
RenoverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; renoveerde, heeft gerenoveerd)
1 (ook absoluut) (een woning) aanpassen, moderniseren
2 vernieuwen.

In Spaans overeenkomend met: Renovar
  sVernieuwen
RenoveerdeGerenoveerd
RentabiliserenRentabiliseerdeGerentabiliseerd
RentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rentte, heeft gerent)
1 (economie) aan [[rente]] opbrengen.

RentteGerent
RentenierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rentenierde, heeft gerentenierd)
1 van zijn [[rente]] leven.

RentenierdeGerentenierd
ReorganiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[reorganiseerde]], heeft gereorganiseerd; reorganisatie)
1 anders, opnieuw inrichten.

In Spaans overeenkomend met: Reorganizar
ReorganiseerdeGereorganiseerd
ReparerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; repareerde, heeft gerepareerd; reparateur, reparatie)
1 (iets) herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Remontar ((schoeisel),(calzada))
Aderezar, Arreglar, Enmendar, Rehacer, Reparar, Restaurar
Recomponer
  sHerstellen
Maken
Verhelpen
Verstellen
Weer in orde brengen
RepareerdeGerepareerd
RepasserenRepasseerdeGerepasseerd
RepatriŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; repatrieerde, is gerepatrieerd; repatriant, repatriatie/repatriŽring)
1 naar zijn vaderland terugkeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; repatrieerde, heeft gerepatrieerd)
1 naar zijn vaderland terugbrengen.

RepatrieerdeGerepatrieerd
RepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[repelde]], heeft gerepeld; repelaar)
1 (vlas of hennep) van de [[zaaddozen]] ontdoen met een repel.

RepeldeGerepeld
RepenReepteGereept
RepeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; repeteerde, heeft gerepeteerd)
1 een toneel- of muziekstuk enz. bij wijze van proef op- of uitvoeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; repeteerde, heeft gerepeteerd)
1 herhalend instuderen.

In Spaans overeenkomend met: Ensayar
RepeteerdeGerepeteerd
ReplicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; repliceerde, heeft gerepliceerd)
1 antwoorden, inbrengen tegen het gezegde
2 (juridisch) antwoorden op het eerste verweer van de gedaagde.

In Spaans overeenkomend met: Hacer una rťplica, Replicar
  sAntwoorden
RepliceerdeGerepliceerd
ReppenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; repte, heeft gerept)
1 bij het spreken aanroeren.
(wederkerend werkwoord; repte zich, heeft zich gerept)
1 zich haasten.

RepteGerept
RepresenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[representeerde]], heeft gerepresenteerd; representatie/representering)
1 optreden voor of namens
2 voorstelling of een symbool zijn van iets anders.

RepresenteerdeGerepresenteerd
ReproducerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reproduceerde, heeft gereproduceerd; reproducent, reproductie)
1 (een origineel) grafisch vermenigvuldigen
2 weergeven
3 uit het geheugen weergeven
4 (psychologie) (voorstellingen, indrukken, belevingen) weer bewust maken.
(wederkerend werkwoord; reproduceerde zich, heeft zich gereproduceerd)
1 zich voortplanten.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
Reproducir
  sHergeven
Teruggeven
Vergelden
Weergeven
ReproduceerdeGereproduceerd
RescontrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rescontreerde, heeft gerescontreerd)
1 (economie) verrekenen, vereffenen
2 (juridisch) (een argument) weerleggen.

RescontreerdeGerescontreerd
ReserverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reserveerde, heeft gereserveerd)
1 (ook absoluut) (iets) laten vrijhouden
2 bewaren om later zo nodig te kunnen gebruiken
3 bedingen.

In Spaans overeenkomend met: Retener
Conservar, Reservar
  sBespreken
Bestellen
Boeken
Detineren
Openhouden
Ophouden
Terughouden
Vrijhouden
Weerhouden
ReserveerdeGereserveerd
ResettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; resette, heeft gereset; resetting)
1 een computer opnieuw instellen door op de resetknop te drukken.

ResetteGereset
ResiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; resideerde, heeft geresideerd)
1 zijn residentie hebben
2 (van [[rooms-katholieke]] geestelijken) verblijf houden op een bep. plaats op grond van het beneficie.

In Spaans overeenkomend met: Habitar
Residir
  sGevestigd zijn
Huizen
Wonen
ResideerdeGeresideerd
ResignerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; resigneerde, heeft geresigneerd; resignatie)
1 (geschiedenis) afstand doen van een ambt.
([[overgankelijk]] werkwoord; resigneerde, heeft geresigneerd)
1 (juridisch) gerechtelijk ontzegelen.
(wederkerend werkwoord; resigneerde zich, heeft zich geresigneerd)
1 zich schikken.

ResigneerdeGeresigneerd
ResisterenResisteerdeGeresisteerd
ResocialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; resocialiseerde, heeft geresocialiseerd; resocialisatie)
1 (patiŽnten, gevangenen) weer geschikt maken voor het leven in de maatschappij.

ResocialiseerdeGeresocialiseerd
ResolverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; resolveerde, heeft geresolveerd)
1 (ook absoluut) besluiten
2 ontbinden.

ResolveerdeGeresolveerd
ResonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; resoneerde, heeft geresoneerd)
1 weergalmen
2 weerklank vinden
3 meetrillen, zonder dat er noodzakelijk [[sprake]] is van klank.

In Spaans overeenkomend met: Resonar
  sGalmen
Weergalmen
Weerklinken
ResoneerdeGeresoneerd
ResorberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; resorbeerde, heeft geresorbeerd; resorptie)
1 (vocht) in het lichaam opnemen.

In Spaans overeenkomend met: Absorber, Sorber
  sOpslorpen
Opslurpen
Slurpen
ResorbeerdeGeresorbeerd
RespecterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; respecteerde, heeft gerespecteerd)
1 blijk geven van respect (voor)
2 (een zaak) met eerbied behandelen
3 (voorschriften) eerbiedigen
4 (een wissel) aannemen en betalen.

In Spaans overeenkomend met: Respectar, Respetar
  sEerbiedigen
RespecteerdeGerespecteerd
RespirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; respireerde, heeft gerespireerd)
1 ademhalen, lucht scheppen.

RespireerdeGerespireerd
ResponderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; respondeerde, heeft gerespondeerd)
1 antwoorden bij een responsiecollege, beurtzang enz.

RespondeerdeGerespondeerd
RessorterenRessorteerdeGeressorteerd
RestaurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; restaureerde, heeft gerestaureerd; restauratie)
1 (bouw- of kunstwerken) in de vroegere toestand herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Restaurar
  sWeer op de troon brengen
RestaureerdeGerestaureerd
RestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; restte, heeft/is gerest)
1 overblijven, ongedaan of ongebruikt blijven.

In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse
  sBlijven
Overblijven
Resteren
Toeven
Verblijven
RestteGerest
ResterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; resteerde, is geresteerd)
1 overblijven.

In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse
  sBlijven
Overblijven
Resten
Toeven
Verblijven
ResteerdeGeresteerd
RestituerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; restitueerde, heeft gerestitueerd)
1 terugbetalen.

In Spaans overeenkomend met: Restituir
  sReconstrueren
RestitueerdeGerestitueerd
RestylenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; restyling)
1 het uiterlijk vernieuwen van, in een nieuw jasje steken.

RestyledeGerestyled
ResulterenIn Spaans overeenkomend met: Resultar, Seguirse
  sUitkomen
Volgen
Voortkomen
Voortspruiten
Voortvloeien
ResulteerdeGeresulteerd
ResumerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; resumeerde, heeft geresumeerd; resumptie)
1 beknopt samenvatten
2 (notulen) voorlezen en goedkeuren.

In Spaans overeenkomend met: Resumir
  sExcerperen
Samenvatten
ResumeerdeGeresumeerd
RetarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; retardeerde, heeft geretardeerd)
1 vertragen.

RetardeerdeGeretardeerd
RetirerenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; retireerde zich, heeft zich geretireerd)
1 zich uit de zaken terugtrekken
2 naar bed gaan.

RetireerdeGeretireerd
RetoucherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; retoucheerde, heeft geretoucheerd)
1 (foto's enz.) bijwerken.

In Spaans overeenkomend met: Retocar
  sBijwerken
RetoucheerdeGeretoucheerd
RetournerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; retourneerde, heeft geretourneerd)
1 terugzenden.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Terugbezorgen
Terugbrengen
Terugsturen
Terugwijzen
RetourneerdeGeretourneerd
RetracterenRetracteerdeGeretracteerd
RetrograderenRetrogradeerdeGeretrogradeerd
ReutelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reutelde, heeft gereuteld)
1 rochelend ademen
2 zeuren, zaniken.

ReuteldeGereuteld
RevaccinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[revaccineerde]], heeft gerevaccineerd)
1 opnieuw inenten.

RevaccineerdeGerevaccineerd
RevaliderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; revalideerde, heeft/is gerevalideerd)
1 weer valide worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; revalideerde, heeft gerevalideerd)
1 weer valide maken.

RevalideerdeGerevalideerd
RevaloriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; revaloriseerde, heeft gerevaloriseerd; revalorisatie)
1 (een valuta) revalueren.

RevaloriseerdeGerevaloriseerd
RevaluerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; revalueerde, heeft gerevalueerd)
1 herwaarderen
2 (een munteenheid) opwaarderen.

RevalueerdeGerevalueerd
RevancherenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; revancheerde zich, heeft zich gerevancheerd)
1 revanche nemen.

RevancheerdeGerevancheerd
RevelerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reveleerde, heeft gereveleerd)
1 openbaren, onthullen.

ReveleerdeGereveleerd
RevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reefde, heeft gereefd)
1 (een zeil) inkorten.

In Spaans overeenkomend met: Aferrar velas
Arrizar, Tomar rizos
ReefdeGereefd
ReviderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; revideerde, heeft gerevideerd)
1 reviseren.

RevideerdeGerevideerd
RevierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[revierde]], heeft gerevierd)
1 (van honden) een terrein afzoeken.

RevierdeGerevierd
ReviserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reviseerde, heeft gereviseerd)
1 (machines) nazien en zo nodig herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar, Revisar
  sHerzien
Inspecteren
Nakijken
Nazien
ReviseerdeGereviseerd
RevitaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; revitaliseerde, heeft gerevitaliseerd; revitalisering)
1 opnieuw tot leven brengen, nieuw leven inblazen.

RevitaliseerdeGerevitaliseerd
RevolterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; revolteerde, heeft gerevolteerd)
1 in opstand komen.

RevolteerdeGerevolteerd
RevolutionerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; revolutioneerde, heeft gerevolutioneerd)
1 een omwenteling veroorzaken in.

RevolutioneerdeGerevolutioneerd
ReÔncarnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reÔncarneerde, is gereÔncarneerd)
1 opnieuw geboren worden in een lichamelijke gestalte.

In Spaans overeenkomend met: Reencarnar
ReÔncarneerdeGereÔncarneerd
ReŁsserenReŁsseerdeGereŁsseerd
RibbelenRibbeldeGeribbeld
RibbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ribde, heeft geribd)
1 groeven maken in.

RibdeGeribd
RichtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; richtte, heeft gericht)
1 (iemand) benaderen, vooral om iets gedaan te krijgen.
(werkwoord; richtte, heeft gericht)
1 zich aanpassen.
(werkwoord; richtte, heeft gericht)
1 zich concentreren op.
([[overgankelijk]] werkwoord; richtte, heeft gericht)
1 (ook absoluut) in een bepaalde richting laten gaan
2 (ook absoluut) (een vuurwapen) instellen op het doel
3 in een rechte lijn brengen
4 sturen.

In Spaans overeenkomend met: Dirigir
Asestar ((wapen),(arma)), Encarar ((geweer),(FusŪl))
Enderezar
  sAanleggen
Besturen
Dirigeren
Mennen
Stellen
Sturen
Wijden
Zenden
RichtteGericht
RidderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ridderde, heeft geridderd)
1 (iemand) tot ridder slaan
2 (iemand) onderscheiden met een ridderorde.

RidderdeGeridderd
RidiculiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ridiculiseerde, heeft geridiculiseerd)
1 belachelijk maken.

RidiculiseerdeGeridiculiseerd
RiedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; riedelde, heeft geriedeld)
1 een riedel spelen.

RiedeldeGeriedeld
RiekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; rook, heeft geroken)
1 (archaÔsch) lijken, de gedachte opwekken aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; rook, heeft geroken)
1 (formeel) stinken
2 (in BelgiŽ; informeel) ruiken, een bepaalde geur verspreiden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rook, heeft geroken)
1 (in BelgiŽ; informeel) ruiken, waarnemen met de reukzin.

In Spaans overeenkomend met: Despedir olor, Oler
  sGeuren
Ruiken
RookGeroken
RiemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riemde, heeft geriemd)
1 met een riem vastbinden.

RiemdeGeriemd
RijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rijder)
1 (reed, heeft/is gereden) (van voertuigen) zich voortbewegen
2 (reed, heeft gereden) (van voertuigen, wegen) zo aanvoelen bij het voortbewegen als de bepaling noemt
3 (reed, heeft gereden) op en neer, heen en weer gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen met (een voertuig)
2 (ook absoluut; reed, heeft/is gereden) zich voortbewegen op (een rijdier)
3 (reed, heeft gereden) met een voertuig vervoeren.

In Spaans overeenkomend met: Manejar
Rodar
Cabalgar, Montar
Ir, Ir en vehŪculo
Conducir, Dirigir
  sChaufferen
Gaan
Karren
Rollen
Varen
Vervoeren
ReedGereden
RijenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rijde, heeft gerijd)
1 in, op een rij plaatsen.

RijdeGerijd
RijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reeg, heeft geregen)
1 (voorwerpen die doorboord zijn) aan een snoer hechten
2 (iets) met wijde steken vastnaaien
3 (iets) met een snoer dicht- of vastmaken.

In Spaans overeenkomend met: Enhebrar, Ensartar
  sInsteken
ReegGeregen
RijmelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rijmelde, heeft gerijmeld; rijmelaar, rijmeling)
1 (verzen) maken zonder dichterlijke waarde.

RijmeldeGerijmeld
RijmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rijmde, heeft gerijmd)
1 rijm hebben
2 rijmende verzen maken.

In Spaans overeenkomend met: Conciliar, Mediar
Componer
RijmdeGerijmd
RijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rijpte, is gerijpt; rijping)
1 (van vruchten en gewassen) rijp worden
2 (van personen en zaken) tot ontwikkeling komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; rijpte, heeft gerijpt)
1 rijp maken.
(onpersoonlijk werkwoord; rijpte, heeft gerijpt)
1 rijp vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Madurar
RijpteGerijpt
RijsttafelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rijsttafelde]], heeft gerijsttafeld)
1 rijsttafel eten.

RijsttafeldeGerijsttafeld
RijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reet, heeft gereten)
1 (formeel) scheuren, uit elkaar rukken.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Desgajar, Rasgar
  sScheuren
ReetGereten
RijvenReefGereven
RijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rees, is gerezen; rijzing)
1 (formeel) boven de horizon verschijnen
2 opstaan
3 in omvang toenemen
4 zich voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Levar
Ascender, Ascender a, Ascender al, Montar, Subir, Subir a
Abultarse, Hincharse
  sBeklimmen
Bestijgen
Klimmen
Naar boven gaan
Opzetten
Opzwellen
Stijgen
Uitdijen
Zwellen
ReesGerezen
RikkekikkenRikkekikteGerikkekikt
RikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rikte, heeft gerikt; rikker)
1 een bepaald kaartspel spelen.

RikteGerikt
RikketikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rikketikte, heeft gerikketikt)
1 snel regelmatig tikken.

RikketikteGerikketikt
RikkikkenRikkikteGerikkikt
RillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rilde]], heeft gerild)
1 bibberen van kou, [[angst]] of koorts.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[rilde]], heeft gerild)
1 rillen, groeven aanbrengen in of op.

In Spaans overeenkomend met: Estremecerse, Temblar
  sBeven
Bibberen
Huiveren
Trillen
RildeGerild
RimpelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rimpelde, is gerimpeld; rimpeling)
1 rimpels krijgen
2 (van het water) licht golven.
([[overgankelijk]] werkwoord; rimpelde, heeft gerimpeld)
1 rimpels maken in.

In Spaans overeenkomend met: Fruncir, Surcar
  sFronsen
Rimpels doen krijgen
RimpeldeGerimpeld
RingelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ringelde, heeft geringeld)
1 (een dier) met een ring door de neus of het oor bedwingen.

RingeldeGeringeld
RingelorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

RingeloordeGeringeloord
RingenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ringde, heeft geringd)
1 ringelen
2 van een ring voorzien.

RingdeGeringd
RingrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 ringsteken.

RingstekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 volksspel waarbij te paard, op een wagen of op de fiets naar een opgehangen ring [[gestoken]] wordt.

RinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rinkelde, heeft gerinkeld)
1 een hel klinkend gebroken geluid geven.

In Spaans overeenkomend met: Tintinar, Tintinear
  sKletteren
Klingelen
Tingelen
RinkeldeGerinkeld
RinkelrooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rinkelrooide]], heeft gerinkelrooid; rinkelrooier)
1 pierewaaien.

RinkelrooideGerinkelrooid
RinkinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rinkinkte, heeft gerinkinkt)
1 rinkelen.

RinkinkteGerinkinkt
RiolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rioleerde, heeft gerioleerd; riolering)
1 van een riool of riolen voorzien.

RioleerdeGerioleerd
RiposterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; riposteerde, heeft geriposteerd)
1 (schermen) onmiddellijk een tegenstoot toebrengen
2 gevat, snedig antwoorden.

RiposteerdeGeriposteerd
RippenRipteGeript
RiskenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; riskte, heeft geriskt)
1 (spel) een spelletje [[risk]] doen.

RiskteGeriskt
RiskerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riskeerde, heeft geriskeerd)
1 aan onzekere kansen blootstellen
2 het gevaar lopen van.

In Spaans overeenkomend met: Arriesgar, Aventurar, Exponer
  sBlootstellen
In gevaar brengen
Kans lopen
Op het spel zetten
Risico lopen
Risico nemen
Verspelen
Wagen
RiskeerdeGeriskeerd
RissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riste, heeft gerist)
1 risten.

In Spaans overeenkomend met: Quitar, Restar
  sAfhalen
Afnemen
Aftrekken
Ritsen
Weghalen
Wegnemen
RisteGerist
RistenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ristte]], heeft gerist)
1 tot een [[ris]] bijeenvoegen
2 van de [[ris]] afnemen.

RistteGerist
RistornerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ristorneerde, heeft geristorneerd)
1 (handel) een foutieve creditpost herstellen door een even grote debetpost te boeken of omgekeerd
2 tegen een vergoeding afzien van een assurantie.

RistorneerdeGeristorneerd
RitmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ritmeerde, heeft geritmeerd)
1 een bepaald [[ritme]] geven aan iets.

RitmeerdeGeritmeerd
RitselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ritselde, heeft geritseld; ritseling)
1 een zacht ruisend geluid doen horen.
([[overgankelijk]] werkwoord; ritselde, heeft geritseld)
1 op informele wijze regelen.

In Spaans overeenkomend met: Susurrar
  sMurmelen
Ruisen
RitseldeGeritseld
RitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ritste, heeft geritst)
1 een rits maken in
2 (van gegoten ijzer) met een ritsbeitel een stuk afhakken van.

In Spaans overeenkomend met: Quitar, Restar
  sAfhalen
Afnemen
Aftrekken
Rissen
Weghalen
Wegnemen
RitsteGeritst
RittenRitteGerit
RitualiserenRitualiseerdeGeritualiseerd
RivaliserenRivaliseerdeGerivaliseerd
RobbedoezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; robbedoesde, heeft gerobbedoesd)
1 wild zijn, druk stoeien.

In Spaans overeenkomend met: Juguetear, Loquear, Retozar
  sDartelen
Stoeien
RobbedoesdeGerobbedoesd
RobberenRobberdeGerobberd
RobotiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; robotiseerde, heeft gerobotiseerd; robotisering)
1 (een [[productieproces]]) mechaniseren met behulp van robots.

RobotiseerdeGerobotiseerd
RochelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rochelde, heeft gerocheld; rochelaar)
1 rauw en reutelend hoesten
2 fluimen opgeven.

In Spaans overeenkomend met: Escupir
RocheldeGerocheld
Rock-'n-rollenRock-'n-roldeGerock-'n-rold
RockenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rockte, heeft gerockt; rocker)
1 de rock-'n-roll dansen
2 rock-'n-rollmuziek spelen.

RockteGerockt
RoddelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roddelde, heeft geroddeld; roddelaar)
1 met genoegen praten over anderen, met [[name]] in ongunstige zin.

In Spaans overeenkomend met: Chismorrear, Chismosear
Calumniar, Infamar
  sBelasteren
Diffameren
Kwaadspreken
RoddeldeGeroddeld
RodelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rodelde, heeft/is gerodeld)
1 (wintersport) met een slee langs een hellende weg naar beneden glijden.

RodeldeGerodeld
RoderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[rodeerde]], heeft gerodeerd)
1 (in BelgiŽ; informeel) inrijden.

RodeerdeGerodeerd
RoefelenRoefeldeGeroefeld
RoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roeier)
1 (roeide, heeft/is geroeid) met een roeiboot varen
2 (roeide, heeft geroeid) met de vlerken, de armen zwaaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; roeide, heeft geroeid)
1 door te roeien vervoeren
2 met de roede de inhoud meten van
3 de hoeveelheid en sterkte van gedistilleerd op fust vaststellen
4 (sport) (een bal) hard wegtrappen.

In Spaans overeenkomend met: Tomar la medida
Remar
  sAfmeten
Meten
Opmeten
Opnemen
Uitmeten
RoeideGeroeid
RoekoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie roekoeŽn.

RoekoekteGeroekoekt
RoekoeŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[roekoede]], heeft geroekoed)
1 het voor duiven kenmerkende geluid laten horen.

In Spaans overeenkomend met: Arrullar
  sKirren
RoekoedeGeroekoed
RoemenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; roemde, heeft geroemd)
1 zich beroemen op, zich verheffen op.
([[overgankelijk]] werkwoord; roemde, heeft geroemd)
1 (ook absoluut) bij het kaartspel, (het aantal punten roem) melden
2 de lof verkondigen van.

In Spaans overeenkomend met: Ensalzar
Alabar, Elogiar, Encaramar
  sLof toezwaaien
Loven
Ophemelen
Prijzen
RoemdeGeroemd
RoepenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; riep, heeft geroepen)
1 dringend vragen om.
([[onovergankelijk]] werkwoord; riep, heeft geroepen)
1 kreten slaken.
([[overgankelijk]] werkwoord; riep, heeft geroepen)
1 (ook absoluut) (iets) op luide toon meedelen
2 verzoeken te komen.

In Spaans overeenkomend met: Gritar
Aullar, Ulular
Invocar, Llamar
  sGieren
Huilen
Joelen
Schreeuwen
RiepGeroepen
RoerbakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; roerbakte, heeft geroerbakt)
1 (voedsel) al roerende gaar smoren in een wadjan.

RoerbakteGeroerbakt
RoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roerde, heeft geroerd)
1 (ook absoluut) met draaiende bewegingen vermengen
2 ontroeren.
(wederkerend werkwoord; roerde zich, heeft zich geroerd)
1 zich bewegen
2 in opstand komen.

In Spaans overeenkomend met: Agitar, Mover, Remover, Revolver
Arremolinarse, Batir
  sDoorroeren
Omroeren
RoerdeGeroerd
RoestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (roestte, is geroest) met roest bedekt worden
2 (roestte, is geroest) door roest vast gaan zitten
3 (roestte, heeft geroest) (van kippen) op stok zitten
4 (roestte, heeft geroest) (jacht) (van vliegend wild) rusten of slapen.

In Spaans overeenkomend met: Incrustarse
Oxidarse
  sDoor roest vast gaan zitten
Oxideren
RoestteGeroest
RoetenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roette, heeft geroet)
1 roet vormen.

RoetteGeroet
RoetsjenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roetsjte, heeft/is geroetsjt)
1 langs iets afglijden.

RoetsjteGeroetsjt
RoezemoezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roezemoesde, heeft geroezemoesd)
1 leven maken.

RoezemoesdeGeroezemoesd
RoezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[roesde]], heeft geroesd)
1 rumoer maken.

RoesdeGeroesd
RoffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roffelde, heeft geroffeld)
1 een roffel op de trom slaan
2 een roffelend geluid geven of maken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; roffelde, heeft geroffeld)
1 het ruwe oppervlak afschaven van (hout).

RoffeldeGeroffeld
RojemenRojemdeGerojemd
RojenenRojendeGerojend
RokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rookte, heeft gerookt)
1 rook afgeven.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rookte, heeft gerookt)
1 (een sigaret, sigaar, [[drug]]) gebruiken door de rook ervan in te ademen en uit te blazen
2 (voedingsmiddelen) in de rook hangen.

In Spaans overeenkomend met: Ahumar
Fumar, Humear
  sSmoken
RookteGerookt
RokerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rokeerde]], heeft gerokeerd)
1 (spel) de rokade uitvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Enrocar
RokeerdeGerokeerd
RokkenALLE betekenissen van dit woord:
(het; rokkens)
1 de rechtopstaande stok aan een spinnewiel
2 hoeveelheid vlas of wol die op een rokken gewonden is.
([[overgankelijk]] werkwoord; rokte, heeft gerokt)
1 (vlas of wol) op een spinrokken winden.

RokteGerokt
RollebollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rollebolde, heeft gerollebold)
1 over de kop rollen
2 (informeel) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben.

RolleboldeGerollebold
RollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (rolde, is gerold) zich wentelend of op rollen of wielen voortbewegen
2 (rolde, heeft gerold) (van de ogen) ronddraaien in de oogkassen
3 (rolde, is gerold) al rondwentelend vallen
4 (rolde, heeft/is gerold) (van een schip) om zijn lengteas heen en weer bewegen
5 (rolde, heeft gerold) (van geluiden) rommelend, trillend klinken.
([[overgankelijk]] werkwoord; rolde, heeft gerold)
1 rondwentelend voortbewegen
2 tot een rol maken
3 wikkelen
4 met een rol platmaken
5 op behendige wijze stelen uit ([[iemands]] kleding).

In Spaans overeenkomend met: Rodar
Hacer rodar, Rular
Liar
  sRijden
Wentelen
RoldeGerold
RollerenRolleerdeGerolleerd
RolschaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rolschaatste, heeft/is gerolschaatst; rolschaatser)
1 zich op rolschaatsen voortbewegen.

RolschaatsteGerolschaatst
RomaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[romaniseerde]], heeft geromaniseerd; romanisering)
1 (beeldende kunst) zich richten naar [[Romeinse]] voorbeelden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[romaniseerde]], heeft geromaniseerd)
1 [[Romaanse]] of [[Romeinse]] invloed laten ondergaan.

In Spaans overeenkomend met: Romanizar
RomaniseerdeGeromaniseerd
RomantiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; romantiseerde, heeft geromantiseerd)
1 een romantische voorstelling geven.

RomantiseerdeGeromantiseerd
RomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roomde, heeft geroomd)
1 (van melk) room vormen.
([[overgankelijk]] werkwoord; roomde, heeft geroomd)
1 afromen.

In Spaans overeenkomend met: Desnatar
  sAfromen
Ontromen
RoomdeGeroomd
RommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rommelde, heeft gerommeld; rommelaar, rommeling)
1 een dof rollend geluid maken
2 zoekend overhoophalen
3 ondoelmatig handelen
4 frauderen.

RommeldeGerommeld
RondbabbelenBabbelde rondRondgebabbeld
RondbanjerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; banjerde rond, heeft rondgebanjerd)
1 (informeel) rondlopen.

Banjerde rondRondgebanjerd
RondbazuinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bazuinde rond, heeft rondgebazuind)
1 (nieuwtjes, berichten) met ophef overal verspreiden.

In Spaans overeenkomend met: Pregonar
Bazuinde rondRondgebazuind
RondbezorgenBezorgde rondRondbezorgd
RondblikkenBlikte rondRondgeblikt
RondbreienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; breide rond, heeft rondgebreid)
1 (kledingstukken) vervaardigen met een rondbreipen of een rondbreimachine.

Breide rondRondgebreid
RondbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht rond, heeft rondgebracht; rondbrenger)
1 (iets) brengen bij elk van de abonnees of betrokkenen.

In Spaans overeenkomend met: Distribuir
  sDistribueren
Verdelen
Bracht rondRondgebracht
RondbrievenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; briefde rond, heeft rondgebriefd)
1 ([[pejoratief]]) rondvertellen.

Briefde rondRondgebriefd
RondcirkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; cirkelde rond, heeft rondgecirkeld)
1 in verschillende richtingen vliegen.

Cirkelde rondRondgecirkeld
RonddansenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; danste rond, heeft/is rondgedanst)
1 dansend rondspringen.

Danste rondRondgedanst
RonddarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; darde rond, heeft rondgedard)
1 druk en doelloos rondlopen.

Darde rondRondgedard
RonddartelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dartelde rond, heeft rondgedarteld)
1 vrolijk rondspringen.

Dartelde rondRondgedarteld
RonddelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deelde rond, heeft rondgedeeld)
1 (iets) in een kring uitdelen.

In Spaans overeenkomend met: Repartir
  sRondgeven
Uitdelen
Uitreiken
Verdelen
Deelde rondRondgedeeld
RonddienenDiende rondRondgediend
RonddobberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dobberde rond, heeft rondgedobberd)
1 zonder stuur of koers heen en weer drijven.

Dobberde rondRondgedobberd
RonddolenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doolde rond, heeft rondgedoold)
1 zonder een bepaald doel dwalend in alle richtingen gaan.

In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar
  sDolen
Dwalen
Ronddwalen
Waren
Zwerven
Doolde rondRondgedoold
RonddollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dolde rond, heeft rondgedold)
1 uitgelaten [[rondspringen]] of spelen.

Dolde rondRondgedold
RonddraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide rond, heeft/is rondgedraaid)
1 draaiend om zijn as gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide rond, heeft rondgedraaid)
1 in de rondte draaien.

In Spaans overeenkomend met: Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
Dar vueltas, Dirigirse, Girar, Volverse
  sDraaien
Keren
Omdraaien
Omkeren
Wenden
Wentelen
Zich omkeren
Zwenken
Draaide rondRondgedraaid
RonddragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg rond, heeft rondgedragen)
1 in de rondte dragen
2 (in [[BelgiŽ]]) rondbrengen.

Droeg rondRondgedragen
RonddravenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draafde rond, heeft rondgedraafd)
1 zonder bepaald doel in verschillende richtingen draven.

Draafde rondRondgedraafd
RonddrentelenDrentelde rondRondgedrenteld
RonddrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreef rond, heeft rondgedreven)
1 in alle richtingen drijven.

Dreef rondRondgedreven
RonddwalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dwaalde rond, heeft rondgedwaald)
1 dwalen.

In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar
  sDolen
Dwalen
Ronddolen
Waren
Zwerven
Dwaalde rondRondgedwaald
RondenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rondde, heeft gerond)
1 om of langs een markant punt gaan, varen.

RonddeGerond
RondfietsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fietste rond, heeft/is rondgefietst)
1 een [[fietstochtje]] maken.

Fietste rondRondgefietst
RondfladderenFladderde rondRondgefladderd
RondgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging rond, is rondgegaan)
1 in allerlei richtingen gaan
2 bij elke persoon of elk voorwerp uit een groep langsgaan.

In Spaans overeenkomend met: Circular
Circundar, Rodear
  sCirculeren
In omloop zijn
Omgaan
Rouleren
Stromen
Ging rondRondgegaan
RondgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf rond, heeft rondgegeven)
1 ronddelen.

In Spaans overeenkomend met: Repartir
  sRonddelen
Uitdelen
Uitreiken
Verdelen
Gaf rondRondgegeven
RondgraaienGraaide rondRondgegraaid
RondhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hing rond, heeft rondgehangen)
1 doelloos ergens aanwezig zijn.

In Spaans overeenkomend met: Barzonear, Deambular, Vagar
  sDrentelen
Flaneren
Kuieren
Slenteren
Hing rondRondgehangen
RondhollenHolde rondRondgehold
RondhuppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; huppelde rond, heeft/is rondgehuppeld)
1 dansend rondspringen.

Huppelde rondRondgehuppeld
RondkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek rond, heeft rondgekeken)
1 om zich heen kijken, vaak met het doel iets te vinden.

Keek rondRondgekeken
RondkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam rond, is rondgekomen)
1 er genoeg aan hebben.

Kwam rondRondgekomen
RondkruipenKroop rondRondgekropen
RondleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde rond, heeft rondgeleid; rondleider, rondleiding)
1 iemand langs een bepaalde route leiden.

In Spaans overeenkomend met: Guiar, Orientar
  sDe weg wijzen
Geleiden
Leiden
Leidde rondRondgeleid
RondleurenLeurde rondRondgeleurd
RondlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liep rond, heeft rondgelopen)
1 zitten met, steeds denken aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep rond, heeft/is rondgelopen)
1 in een kring lopen
2 in allerlei richtingen lopen.

Liep rondRondgelopen
RondlummelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lummelde rond, heeft rondgelummeld)
1 rondhangen.

Lummelde rondRondgelummeld
RondmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte rond, heeft rondgemaakt)
1 zo bewerken dat iets rond wordt
2 afmaken, zodat men ermee kan werken.

In Spaans overeenkomend met: Redondear
  sAfronden
Maakte rondRondgemaakt
RondneuzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; neusde rond, heeft rondgeneusd)
1 overal kijken.

Neusde rondRondgeneusd
RondploeterenPloeterde rondRondgeploeterd
RondreizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reisde rond, heeft/is rondgereisd)
1 reizend een onbepaald aantal plaatsen bezoeken.

In Spaans overeenkomend met: Correr mundo, Mudarse de paŪs
Recorrer
  sDoorreizen
Rondtrekken
Trekken
Zwerven
Reisde rondRondgereisd
RondrennenRende rondRondgerend
RondrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed rond, heeft/is rondgereden)
1 in allerlei richtingen rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; reed rond, heeft rondgereden)
1 (iemand) met een voertuig langs allerlei plaatsen brengen.

Reed rondRondgereden
RondscharrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scharrelde rond, heeft rondgescharreld)
1 zonder bepaald doel ergens mee bezig zijn of rondlopen.

In Spaans overeenkomend met: Hurgar
  sWroeten
Scharrelde rondRondgescharreld
RondschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schonk rond, heeft rondgeschonken)
1 op de beurt voor een aantal personen iets inschenken.

Schonk rondRondgeschonken
RondschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 brief aan de personen van een bepaalde kring.

Schreef rondRondgeschreven
RondsjouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sjouwde rond, heeft/is rondgesjouwd)
1 sjouwend rondlopen met iets.
([[overgankelijk]] werkwoord; sjouwde rond, heeft rondgesjouwd)
1 in alle richtingen sjouwen.

Sjouwde rondRondgesjouwd
RondslaanSloeg rondRondgeslagen
RondslenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; slenterde rond, heeft/is rondgeslenterd)
1 zonder haast en zonder bepaald doel rondlopen.

Slenterde rondRondgeslenterd
RondslingerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; slingerde rond, heeft rondgeslingerd)
1 ordeloos in het rond liggen.

Slingerde rondRondgeslingerd
RondsloffenSlofte rondRondgesloft
RondsluipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloop rond, heeft rondgeslopen)
1 afwisselend in verschillende richtingen sluipen.

Sloop rondRondgeslopen
RondsnuffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; snuffelde rond, heeft rondgesnuffeld)
1 nieuwsgierig speurend rondlopen of doorzoeken.

Snuffelde rondRondgesnuffeld
RondspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde rond, heeft rondgespeeld)
1 (sport) (de bal) binnen het eigen elftal laten circuleren.

Speelde rondRondgespeeld
RondspokenSpookte rondRondgespookt
RondspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong rond, heeft rondgesprongen)
1 zich springend in alle richtingen bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Escarcear
Caracolear
Sprong rondRondgesprongen
RondstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; straalde rond, heeft rondgestraald)
1 ([[radio-]] en televisiesignalen) uitzenden.

Straalde rondRondgestraald
RondstrooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; strooide rond, heeft rondgestrooid)
1 naar alle richtingen strooien
2 (iets) rondvertellen.

In Spaans overeenkomend met: Desparramar
  sStrooien
Strooide rondRondgestrooid
RondsturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde rond, heeft rondgestuurd)
1 een bepaalde kring laten rondgaan.

In Spaans overeenkomend met: Emitir, Radiar
  sOmroepen
Stuurde rondRondgestuurd
RondtastenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tastte rond, heeft rondgetast)
1 met de handen om zich heen tasten.

Tastte rondRondgetast
RondtoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toerde rond, heeft/is rondgetoerd)
1 voor zijn plezier in een auto enz. rondrijden.

Toerde rondRondgetoerd
RondtollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tolde rond, heeft/is rondgetold)
1 als een tol ronddraaien.

Tolde rondRondgetold
RondtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok rond, heeft/is rondgetrokken)
1 in een kring of overal heen trekken, reizen.

In Spaans overeenkomend met: Correr mundo, Mudarse de paŪs
  sRondreizen
Trekken
Zwerven
Trok rondRondgetrokken
RondvarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer rond, heeft/is rondgevaren)
1 in allerlei richtingen varen.

Voer rondRondgevaren
RondventenVentte rondRondgevent
RondvertellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertelde rond, heeft rondverteld)
1 (berichten, praatjes) overal vertellen.

Vertelde rondRondverteld
RondvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (vloog rond, heeft/is rondgevlogen) vliegend een kring beschrijven
2 (vloog rond, is rondgevlogen) met grote snelheid in alle richtingen geslingerd worden.

Vloog rondRondgevlogen
RondvoerenVoerde rondRondgevoerd
RondvragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vraagde rond/vroeg rond, heeft rondgevraagd)
1 aan verschillende personen vragen.

Vraagde™ rond, Vroeg rondRondgevraagd
RondwandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wandelde rond, heeft/is rondgewandeld)
1 zonder bepaald doel in allerlei richtingen lopen.

Wandelde rondRondgewandeld
RondwarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waarde rond, heeft rondgewaard)
1 als een spook rondgaan
2 op verwarde of angstige wijze rondgaan.

Waarde rondRondgewaard
RondwentelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wentelde rond, heeft/is rondgewenteld)
1 om zijn as, in het rond wentelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wentelde rond, heeft rondgewenteld)
1 om zijn as doen ronddraaien.

Wentelde rondRondgewenteld
RondzeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeilde rond, heeft/is rondgezeild)
1 zonder bepaalde richting zeilen.

Zeilde rondRondgezeild
RondzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond rond, heeft rondgezonden)
1 (iets) naar alle personen van een bepaalde groep zenden.

Zond rondRondgezonden
RondzienZag rondRondgezien
RondzingenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (techniek) geluidsvorming in een installatie waarbij de uit de luidspreker komende klanken weer worden opgenomen door de microfoon.

RondzoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zoemde rond, heeft rondgezoemd)
1 (van geruchten) verspreid worden, de ronde doen.

Zoemde rondRondgezoemd
RondzwaaienZwaaide rondRondgezwaaid
RondzwalkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwalkte rond, heeft rondgezwalkt)
1 in allerlei richtingen lopen.

Zwalkte rondRondgezwalkt
RondzwemmenZwom rondRondgezwommen
RondzwermenZwermde rondRondgezwermd
RondzwervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwierf rond, heeft rondgezworven)
1 zwerven in alle richtingen
2 rondslingeren.

Zwierf rondRondgezworven
RondzwierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwierde rond, heeft rondgezwierd)
1 met vlugge wendingen zich heen en weer bewegen.

Zwierde rondRondgezwierd
RonkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ronkte, heeft geronkt)
1 hevig snurken
2 in diepe slaap zijn
3 (van [[motoren]]) een ronkend geluid maken.

In Spaans overeenkomend met: Roncar
  sKnorren
Snorken
Snurken
RonkteGeronkt
RonselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ronselde, heeft geronseld)
1 (iemand) op vaak listige wijze werven.

RonseldeGeronseld
RooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rooide, heeft gerooid; rooier, rooiing)
1 wortels van gewassen uit de grond halen
2 klaarspelen
3 de loop van straten, grachten enz. bepalen door het afbakenen van een lijn
4 (een graf) ruimen.

In Spaans overeenkomend met: Desenterrar
  sOpgraven
RooideGerooid
RoostenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[roostte]], heeft geroost)
1 (vruchten, zaden enz.) aan de hitte van vuur blootstellen
2 (techniek) (een erts) verhitten.

RoostteGeroost
RoosterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roosterde, heeft geroosterd)
1 op het rooster braden
2 gesneden brood door verhitting laten uitdrogen en bruin worden
3 (van de zon) zengen.

In Spaans overeenkomend met: Asar
Tostar
  sBraden
Branden
Brood roosteren
RoosterdeGeroosterd
RoppenRopteGeropt
RoskammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roskamde, heeft geroskamd; roskammer)
1 (een paard) met borstel en kam reinigen
2 (iemand) scherp berispen.

In Spaans overeenkomend met: Almohazar
  sAfrossen
RoskamdeGeroskamd
RossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roste, heeft/is gerost)
1 hard, woest rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; roste, heeft gerost)
1 (een paard) roskammen.

RosteGerost
RotenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rootte]], heeft geroot)
1 (van vlas, hennep) de inwerking van vocht ondergaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[rootte]], heeft geroot; roter)
1 (vlas, hennep) aan aanhoudende inwerking van vocht blootstellen.

In Spaans overeenkomend met: Enriar
RootteGeroot
RoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roteerde, heeft geroteerd; rotatie)
1 wentelen om een as of middelpunt.

RoteerdeGeroteerd
RottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rotte, heeft/is gerot)
1 tot organisch bederf overgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rotte, heeft gerot)
1 roten.

In Spaans overeenkomend met: Corromperse, Podrir, Pudrir, Pudrirse
  sBederven
Vergaan
Verrotten
RotteGerot
RotzooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rotzooide, heeft gerotzooid)
1 (informeel) frauderen
2 (informeel) herrie maken
3 (informeel) rommelig, ondoelmatig werken
4 (informeel) een stiekeme verhouding hebben.

RotzooideGerotzooid
RoulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rouleerde, heeft gerouleerd; roulatie)
1 in omloop zijn, circuleren
2 bij toerbeurt waargenomen worden.

In Spaans overeenkomend met: Circular
Turnar
  sAfwisselen
Circuleren
In omloop zijn
Omwisselen
Rondgaan
Stromen
RouleerdeGerouleerd
RouterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; routeerde, heeft gerouteerd; routering)
1 aan de scheepvaart een veilige route voorschrijven.

RouteerdeGerouteerd
RouwdouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rouwdouwde, heeft gerouwdouwd; rouwdouwer)
1 op ruwe, ongeÔnteresseerde wijze te werk gaan.

RouwdouwdeGerouwdouwd
RouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rouwde, heeft gerouwd)
1 droefheid voelen over [[iemands]] dood
2 [[rouwkleding]] dragen.

RouwdeGerouwd
RouwklagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rouwklaagde, heeft gerouwklaagd)
1 weeklagen over [[iemands]] dood.

RouwklaagdeGerouwklaagd
RovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; roofde, heeft geroofd)
1 (ook absoluut) (iets) openlijk met geweld wegnemen
2 (iemand) gewelddadig wegvoeren
3 (spel) (de als troef gekeerde kaart) voor de [[laagste]] van die kleur inruilen.

In Spaans overeenkomend met: Pillar, Robar
  sBeroven
Buitmaken
Plunderen
Stropen
RoofdeGeroofd
RoyerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; royeerde, heeft geroyeerd; royering)
1 (iemand) als lid van een vereniging schrappen.

In Spaans overeenkomend met: Destituir
  sOntslaan
Ontzetten
RoyeerdeGeroyeerd
RubricerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rubriceerde, heeft gerubriceerd; [[rubricator]], rubricering)
1 iets of iemand in een rubriek onderbrengen of verdelen
2 de beginletters (in middeleeuwse handschriften en drukken) aanbrengen.

RubriceerdeGerubriceerd
RuftenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ruftte, heeft geruft)
1 (informeel) boeren en winden laten
2 (informeel) stinken.

RuftteGeruft
RugbyenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rugbyde, heeft gerugbyd; rugbyer)
1 rugby spelen.

RugbydeGerugbyd
RuggensteunenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[ruggensteunde]], heeft geruggensteund)
1 steunen in de rug
2 iemand ondersteunen, bijstaan.

In Spaans overeenkomend met: Sostener
  sDragen
Onderhouden
Ondersteunen
Schoren
Schragen
RuggensteundeGeruggensteund
RugsteunenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie ruggensteunen.

In Spaans overeenkomend met: Apoyar
Respaldar
  sOndersteunen
Schragen
Steunen
Stutten
RugsteundeGerugsteund
RuienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ruide, heeft geruid)
1 op regelmatige tijden de oude veren, haren verliezen en nieuwe krijgen
2 (van [[vruchtbomen]]) de onrijpe vrucht verliezen.

RuideGeruid
RuikenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; rook, heeft geroken)
1 de gedachte opwekken aan.
(werkwoord; rook, heeft geroken)
1 onderzoeken met het reukzintuig.
([[onovergankelijk]] werkwoord; rook, heeft geroken)
1 een bepaalde reuk verspreiden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; rook, heeft geroken)
1 waarnemen met de reukzin.

In Spaans overeenkomend met: Oler, Olfatear, Trascender
Despedir olor
  sGeuren
Rieken
RookGeroken
RuilebuitenRuilebuitteGeruilebuit
RuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ruilde, heeft geruild)
1 verwisselen van staat of toestand.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ruilde, heeft geruild)
1 een of meer voorwerpen in de plaats van andere geven of aannemen.

In Spaans overeenkomend met: Cambiar
Permutar, Trocar
  sInruilen
Inwisselen
Uitwisselen
Verruilen
Wisselen
RuildeGeruild
RuimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ruimde, heeft geruimd; ruimer, ruiming)
1 (scheepvaart) (van de wind) met de klok meedraaien.
([[overgankelijk]] werkwoord; ruimde, heeft geruimd)
1 plaatsmaken op of in
2 (iets) schoonmaken
3 (iets) van een bepaalde plaats verwijderen
4 (gewassen) snoeien.

In Spaans overeenkomend met: Vaciar
Arreglar
  sInrichten
Ledigen
Legen
Lenzen
Lichten
Opruimen
Regelen
Schikken
Terechtbrengen
Uithalen
RuimdeGeruimd
RuisenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ruiste, heeft geruist; ruising)
1 een zacht geluid maken.

In Spaans overeenkomend met: Hablar bajo, Murmurar, RefunfuŮar
Susurrar
  sBrommen
Mompelen
Morren
Mummelen
Murmelen
Ritselen
RuisteGeruist
RuitenALLE betekenissen van dit woord:
(de)
1 kleur van het kaartspel: een op een punt gezette rode ruit.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van geruite stof.
([[overgankelijk]] werkwoord; ruitte, heeft geruit)
1 ruiten maken op, in.

RuitteGeruit
Ruitentikken
RuivenRuifdeGeruifd
RuizelenRuizeldeGeruizeld
RukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rukte, heeft gerukt)
1 kort, hard trekken
2 (informeel) zich aftrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; rukte, heeft gerukt)
1 door snel en ruw trekken in de genoemde positie of toestand brengen.

RukteGerukt
RummikuppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[rummikupte]], heeft gerummikupt)
1 rummyen.

RummikupteGerummikupt
RumoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rumoerde, heeft gerumoerd)
1 rumoer maken.

RumoerdeGerumoerd
RunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; runde, heeft gerund)
1 (informeel) (een zaak, onderneming enz.) exploiteren.

RundeGerund
RussificerenRussificeerdeGerussificeerd
RustenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; rustte, heeft gerust)
1 als iets bezwarends drukken op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; rustte, heeft gerust)
1 zich ontspannen door niets te doen of te slapen
2 zich in een rusttoestand bevinden.

In Spaans overeenkomend met: Descansar, Holgar
Estribar, Sostenerse
Reposar
  sBegraven liggen
Geschraagd worden
Leunen
Niets doen
Zich staande houden
RustteGerust
RuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ruwde, heeft geruwd; ruwer)
1 (stoffen) ruw maken.

RuwdeGeruwd
RuziemakenMaakte ruzieRuziegemaakt
RuziŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ruziede, heeft geruzied)
1 (formeel) ruzie maken.

In Spaans overeenkomend met: Disputar, ReŮir
  sKiften
Kijven
Krakelen
Ruzie maken
RuziedeGeruzied
RuÔnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ruÔneerde, heeft geruÔneerd)
1 verwoesten
2 (iemand) zijn vermogen doen verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Arruinar
  sVerwoesten
RuÔneerdeGeruÔneerd
RŲntgenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[rŲntgende]], heeft gerŲntgend)
1 m.b.v. rŲntgenstralen fotograferen.

RŲntgendeGerŲntgend

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven