Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
TabellariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tabellariseerde, heeft getabellariseerd)
1 in tabellen verdelen, weergeven.

TabellariseerdeGetabellariseerd
TabernakelenTabernakeldeGetabernakeld
TabulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tabuleerde, heeft getabuleerd; tabulering)
1 tabellen typen met behulp van een vooraf ingestelde kolombreedte.

TabuleerdeGetabuleerd
TackelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tackelde, heeft getackeld; tackelaar)
1 (sport) (iemand) flink onderuithalen.

In Spaans overeenkomend met: Agredir, Atacar
  sAangrijpen
Aantasten
Aanvallen
Attaqueren
TackeldeGetackeld
Tafeldekken
Tafeldienen
TafelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tafelde, heeft getafeld)
1 aan tafel zitten om te eten.

TafeldeGetafeld
TafeltennissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tafeltenniste, heeft getafeltennist; tafeltennisser)
1 tafeltennis spelen.

TafeltennisteGetafeltennist
Tai-chiŽnTai-chiedeGetai-chied
TaillerenTailleerdeGetailleerd
TakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; takelde, heeft getakeld; takelaar, takeling)
1 (iets) met een takel ophijsen
2 (scheepvaart) (een schip) uitrusten voor de vaart.

TakeldeGetakeld
TakenTaakteGetaakt
TakkenTakteGetakt
TalenTaaldeGetaald
TaliŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; taliede, heeft getalied)
1 met een [[talie]] verplaatsen.

TaliedeGetalied
TalmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; talmde, heeft getalmd; talmer)
1 (formeel) het verrichten van iets uitstellen.

In Spaans overeenkomend met: Tardar
TalmdeGetalmd
TamboerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tamboerde, heeft getamboerd)
1 (informeel) hameren op, telkens benadrukken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; tamboerde, heeft getamboerd; tamboering)
1 trommelen.

TamboerdeGetamboerd
TamboererenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tamboereerde, heeft getamboereerd)
1 (informeel) hameren op, telkens benadrukken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; tamboereerde, heeft getamboereerd)
1 trommelen
2 borduren op een in een ring gespannen doek.

TamboereerdeGetamboereerd
TampenTampteGetampt
TamponnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tamponneerde, heeft getamponneerd)
1 met een tampon dichtstoppen
2 met een kwast een nog natte geverfde oppervlakte bekloppen om ze een gelijkmatig puttig voorkomen te geven.

TamponneerdeGetamponneerd
TandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tandde, heeft getand; tanding)
1 van tanden voorzien
2 (een zaag) scherpen
3 (houtoppervlakken) met de tandschaaf van fijne [[ribbetjes]] voorzien.

TanddeGetand
TandenknarsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[tandenknarste]], heeft getandenknarst; tandenknarser)
1 een krakend geluid maken met de tanden door de onderkaak heen en weer te bewegen tegen de bovenkaak.

TandenknarsteGetandenknarst
TandenpoetsenPoetste tandenTandengepoetst
TanenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; taande, is getaand)
1 verzwakken, afnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; taande, heeft getaand)
1 (iets) in taan koken om het [[duurzamer]] te maken
2 vaalgeel kleuren.

In Spaans overeenkomend met: Amainar, Decrecer, Disminuir, Menguar
Adobar, Curtir
  sAflopen
Afnemen
Leerlooien
Looien
Minder worden
Slinken
Verflauwen
Verminderen
TaandeGetaand
TankenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tankte, heeft getankt)
1 het brandstofreservoir vullen
2 (schertsend) drinken.

In Spaans overeenkomend met: Echar
Tomar gasolina
TankteGetankt
TantaliserenTantaliseerdeGetantaliseerd
TapdansenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tapdanste, heeft getapdanst)
1 dansen terwijl men met de schoenen op de vloer een [[ritme]] tikt.

TapdansteGetapdanst
TapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tapete, heeft getapet)
1 vastleggen op magneetband.

TapeteGetapet
TappelenTappeldeGetappeld
TappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tapte, heeft getapt; tapper)
1 (ook absoluut) (een vloeistof) uit een tap laten vloeien
2 schroefdraad aanbrengen in.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tapper)
1 tapdansen.

In Spaans overeenkomend met: Dejar salir
Arrancar
Vender
  sLoslaten
Lossen
Ontlokken
Overdoen
Te voorschijn trekken
Trekken
Uithalen
Uitlaten
Verhandelen
Verkopen
Vervreemden
Vieren
Wegdoen
Weglaten
TapteGetapt
TariferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tarifeerde, heeft getarifeerd; tarifering)
1 tarieven opstellen, naar tarieven indelen.

TarifeerdeGetarifeerd
TarnenTarndeGetarnd
TarrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tarreerde, heeft getarreerd; tarrering)
1 de [[tarra]] vaststellen van.

TarreerdeGetarreerd
TartenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tartte, heeft getart; tarter, tarting)
1 trotseren, zich niet laten afschrikken door
2 voortdurend uitdagen.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar, Provocar, Retar
Arrostrar
  sProvoceren
Tergen
Trotseren
Uitdagen
Uitdagend optreden tegen
Uitlokken
Uittarten
TartteGetart
TassenTasteGetast
TastenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tastte, heeft getast)
1 de hand door de ruimte, langs een voorwerp enz. bewegen om iets te zoeken.
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Tantear
Palpar
  sAftasten
Betasten
Bevoelen
Voelen
TastteGetast
TaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; taterde, heeft getaterd; tateraar)
1 onaangenaam hard praten
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) veel praten.

TaterdeGetaterd
TatoeŽrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tatoeŽerde, heeft getatoeŽerd; tatoeŽerder, tatoeŽring/tatoeage)
1 in de huid figuren aanbrengen door kleurstoffen erin te prikken.

In Spaans overeenkomend met: Tatuar
TatoeŽerdeGetatoeŽerd
TaxerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; taxeerde, heeft getaxeerd; taxateur, taxatie)
1 de prijs, waarde, afstand, hoeveelheid enz. van iets schatten, begroten.

In Spaans overeenkomend met: Valorar
Tasar
Apreciar, Estimar, Evaluar, Valuar
  sAanslaan
Begroten
Schatten
Waarderen
TaxeerdeGetaxeerd
TaxiŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; taxiede, heeft/is getaxied)
1 (van vliegtuigen) zich op de wielen of drijvers over de grond of het water voortbewegen.

TaxiedeGetaxied
TeasenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; teasede, heeft geteased)
1 prikkelen, verleiden, bv. tot seks of tot de aanschaf van enig goed.

Teasede, TeaseteGeteased, Geteaset
TectylerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tectyleerde, heeft getectyleerd)
1 (een auto) behandelen met tectyl.

TectyleerdeGetectyleerd
TeemsenTeemsteGeteemst
TeerlingenTeerlingdeGeteerlingd
TegelzettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tegelzetter)
1 het aanbrengen van tegels op een wand.

TegemoetkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwam tegemoet, heeft/is tegemoetgekomen)
1 iemand naderen terwijl hij ook dichterbij komt
2 iemand een concessie doen.

Kwam tegemoetTegemoetgekomen
TegemoetzienZag tegemoetTegemoetgezien
TegenbrassenBraste tegenTegengebrast
TegenetenAt tegenTegengegeten
TegengaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ging tegen, is tegengegaan)
1 trachten te verhinderen.

Ging tegenTegengegaan
TegenhebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; had tegen, heeft tegengehad)
1 last hebben van, [[tegenwerking]] ondervinden van.

Had tegenTegengehad
TegenhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield tegen, heeft tegengehouden; tegenhouder)
1 beletten voort te gaan
2 verhinderen.

In Spaans overeenkomend met: Aguantar
Atajar
Estancar
  sBelemmeren
Beletten
Stuiten
Weerstaan
Hield tegenTegengehouden
TegenkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kwam tegen, is tegengekomen)
1 ontmoeten
2 (informeel) aantreffen.

In Spaans overeenkomend met: Chocar contra, Dar con, Encontrar, Encontrarse con, Topar
  sAantreffen
Ontmoeten
Tegemoet treden
Treffen
Kwam tegenTegengekomen
TegenlachenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lachte tegen, heeft tegengelachen)
1 (formeel) toelachen.

Lachte tegenTegengelachen
TegenlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep tegen, heeft tegengelopen)
1 ongunstig voor iemand lopen.

Liep tegenTegengelopen
TegenmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte tegen, heeft tegengemaakt)
1 maken dat iemand tegenzin in iets krijgt, ergens tegen is.

Maakte tegenTegengemaakt
TegenoverstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde tegenover, heeft tegengesteld)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Contraponer, Oponer
  sStellen tegenover
Vergelijken
Stelde tegenoverTegenovergesteld
TegenpratenPraatte tegenTegengepraat
TegenpruttelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; pruttelde tegen, heeft tegengeprutteld)
1 morren tegen een gegeven bevel of opdracht.

Pruttelde tegenTegengeprutteld
TegenslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg tegen, is tegengeslagen)
1 (in [[BelgiŽ]]) tegenzitten.

Sloeg tegenTegengeslagen
TegenspartelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; spartelde tegen, heeft tegengesparteld)
1 tegenstribbelen.

In Spaans overeenkomend met: Oponerse, Resistir
  sTegenstreven
Weerstaan
Zich verzetten
Spartelde tegenTegengesparteld
TegenspelenSpeelde tegenTegengespeeld
TegensprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sprak tegen, heeft tegengesproken; tegenspreker, tegenspreking)
1 met woorden zich verzetten tegen
2 de waarheid of juistheid van iets ontkennen
3 in tegenspraak zijn met iets.

In Spaans overeenkomend met: Discutir, Objetar
Contradecir, Reponer
Desmentir
Repugnar
  sAanvechten
Bestrijden
Betwisten
In tegenspraak zijn met
Loochenen
Tegenwerpen
Sprak tegenTegengesproken
TegensputterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sputterde tegen, heeft tegengesputterd)
1 (informeel) nijdige, maar machteloze bezwaren uiten tegen iets.

Sputterde tegenTegengesputterd
TegenstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond tegen, heeft tegengestaan)
1 onaangenaam zijn, weerstand oproepen
2 (in BelgiŽ; informeel) op een kier staan.

In Spaans overeenkomend met: Asquear, Dar nŠuseas, Repugnar
Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar
  sAfkeer inboezemen
Ergeren
Tegen de borst stuiten
Vermoeien
Vervelen
Weerzin inboezemen
Stond tegenTegengestaan
TegenstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak tegen, heeft tegengestoken)
1 (in BelgiŽ; informeel) mishagen, tegenstaan.

Stak tegenTegengestoken
TegenstemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stemde tegen, heeft tegengestemd; tegenstemmer)
1 een afwijzende stem uitbrengen.

Stemde tegenTegengestemd
TegenstrevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; streefde tegen, heeft tegengestreefd; tegenstrever, tegenstreving)
1 zich verzetten tegen.

In Spaans overeenkomend met: Oponerse, Resistir
  sTegenspartelen
Weerstaan
Zich verzetten
Streefde tegenTegengestreefd
TegenstribbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stribbelde tegen, heeft tegengestribbeld; tegenstribbelaar, tegenstribbeling)
1 zich op kleine schaal verzetten, zwakjes protesteren.

In Spaans overeenkomend met: Respingar
  sZich verzetten
Stribbelde tegenTegengestribbeld
TegenstrijdenStreed tegenTegengestreden
TegensturenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stuurde tegen, heeft tegengestuurd)
1 het stuur in tegengestelde richting draaien.

Stuurde tegenTegengestuurd
TegenvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel tegen, is tegengevallen)
1 niet aan de gunstige verwachtingen beantwoorden
2 (van de wind) gaan waaien in een ongunstige richting.

In Spaans overeenkomend met: Decepcionar a
Viel tegenTegengevallen
TegenwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; werkte tegen, heeft tegengewerkt; tegenwerker, tegenwerking)
1 werken om [[iemands]] streven enz. of het plaatshebben van iets te belemmeren.

In Spaans overeenkomend met: Contrariar, Contrarrestar
  sDwarsbomen
Gekant zijn tegen
Hinderen
Opponeren
Tegen ingaan
Tegenwerpingen maken
Werkte tegenTegengewerkt
TegenwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp tegen, heeft tegengeworpen; tegenwerping)
1 (iets) als bezwaar aanvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Contradecir
  sBetwisten
In tegenspraak zijn met
Tegenspreken
Wierp tegenTegengeworpen
TegenzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat tegen, heeft tegengezeten)
1 niet gunstig zijn.

Zat tegenTegengezeten
TeisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; teisterde, heeft geteisterd; teisteraar, teistering)
1 door gewelddadig aangrijpen ernstig schaden.

In Spaans overeenkomend met: Azotar
Infestar
Dar con, Dar en
  sGeselen
Halen
Inslaan
Raken
Striemen
Treffen
TeisterdeGeteisterd
TekeergaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging tekeer, is tekeergegaan)
1 veel lawaai maken.

In Spaans overeenkomend met: Berrear, Bufar, Fulminar
  sFulmineren
Razen
Tieren
Ging tekeerTekeergegaan
TekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tekende, heeft getekend; tekenaar, tekening)
1 eruitzien als getroffen door een slechte gezondheidstoestand of door zorgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; tekende, heeft getekend)
1 (ook absoluut) ondertekenen
2 (ook absoluut) met potlood, krijt, inkt enz. afbeelden
3 schetsen, met woorden een beeld geven van
4 kenmerken, doen kennen.

In Spaans overeenkomend met: Dibujar
Caracterizar
Marcar
Hacer un signo, Indicar
Firmar, Suscribir
  sAanduiden
Aangeven
Aftekenen
Een teken geven
Karakteriseren
Kenmerken
Merken
Onderschrijven
Ondertekenen
Schetsen
Trekken
Typeren
Uittekenen
TekendeGetekend
TekortdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed tekort, heeft tekortgedaan)
1 onrecht aandoen.

Deed tekortTekortgedaan
TekortkomenKwam tekortTekortgekomen
TekortschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot tekort, heeft tekortgeschoten)
1 falen, in [[gebreke]] blijven.

Schoot tekortTekortgeschoten
TelebankierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[telebankierde]], heeft getelebankierd)
1 met behulp van moderne communicatiemiddelen handel drijven in geld.

TelebankierdeGetelebankierd
TelefonerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; telefoneerde, heeft getelefoneerd)
1 van de telefoon gebruikmaken.

In Spaans overeenkomend met: Llamar por telťfono, Telefonear
Llamar
  sOpbellen
TelefoneerdeGetelefoneerd
TelegraferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; telegrafeerde, heeft getelegrafeerd)
1 (berichten) overzenden per telegraaf, een telegram versturen.

In Spaans overeenkomend met: Cablegrafiar
TelegrafeerdeGetelegrafeerd
TelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; teelde, heeft geteeld; teler, teelt)
1 (gewassen) tot ontwikkeling brengen
2 (nieuwe rassen) doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Cultivar
  sAankweken
Bebouwen
Beschaven
Kweken
Verbouwen
TeeldeGeteeld
TelescoperenTelescopeerdeGetelescopeerd
TeleshoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; teleshopper, teleshopping)
1 telewinkelen.

TeleshopteGeteleshopt
TeleurstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde teleur, heeft teleurgesteld; teleurstelling)
1 (iemand) onthouden of niet doen ondervinden wat iemand verwachtte of wenste.

In Spaans overeenkomend met: Burlar, Decepcionar, Frustrar
  sOntrieven
Stelde teleurTeleurgesteld
TelevisiekijkenKeek televisieTelevisiegekeken
TelewerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[telewerkte]], heeft getelewerkt; telewerker)
1 thuis werken met behulp van een computeraansluiting met het bedrijf.

TelewerkteGetelewerkt
TelewinkelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 boodschappen bestellen via de computer, elektronisch winkelen.

TelexenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; telexte, heeft getelext)
1 per telex overbrengen.

TelexteGetelext
TellenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; telde, heeft geteld)
1 rekenen tot.
([[onovergankelijk]] werkwoord; telde, heeft geteld; teller, telling)
1 geldig zijn, [[meegerekend]] worden
2 meetellen, van belang of betekenis zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; telde, heeft geteld)
1 (ook absoluut) het aantal bepalen waaruit een hoeveelheid bestaat door getallen in hun natuurlijke volgorde op te noemen
2 hebben, bezitten.

In Spaans overeenkomend met: Calcular
Contar, Enumerar
Tantear ((de punten in een spel),(los puntos en un juego))
  sAantekenen
Aftellen
Becijferen
Berekenen
Calculeren
Neertellen
Rekenen
Uitrekenen
TeldeGeteld
TeloorgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging teloor, is teloorgegaan; teloorgang)
1 (formeel) verloren gaan.

Ging teloorTeloorgegaan
TemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[teemde]], heeft geteemd; temer)
1 op zeurderige toon praten.

TeemdeGeteemd
TemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; temde, heeft getemd; temmer, temming)
1 (in het wild levende dieren) tam maken
2 (personen of zaken die als opstandig worden gedacht) aan zich onderwerpen.

In Spaans overeenkomend met: Adiestrar, Amaestrar, Domar, DomeŮar
  sAfrichten
Dresseren
TemdeGetemd
TempeestenTempeestteGetempeest
TempelenTempeldeGetempeld
TempenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tempte, heeft getempt)
1 (informeel) temperaturen.

TempteGetempt
TemperaturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[temperatuurde]], heeft getemperatuurd)
1 de temperatuur opnemen van (iemand).

TemperatuurdeGetemperatuurd
TemperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; temperde, heeft getemperd; tempering)
1 matigen
2 in de juiste verhouding mengen
3 (bij de ijzer- en staalbewerking) de juiste graad van hardheid en veerkrachtigheid aan het metaal geven door verhitting en afkoeling.

In Spaans overeenkomend met: Endurecer, Templar
Mezclar
Atemperar, Pintar al temple, Temperar
  sHarden
Mengen
Mixen
Stalen
Vermengen
Verwarren
TemperdeGetemperd
TemporiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; temporiseerde, heeft getemporiseerd; temporisering)
1 tot een beter tijdstip uitstellen
2 aan bepaalde tijd binden, over een zeker tijdsverloop uitsmeren
3 (spel; sport) het spel vertragen.

TemporiseerdeGetemporiseerd
TempterenTempteerdeGetempteerd
TenderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tendeerde, heeft getendeerd)
1 (economie) de genoemde strekking of bedoeling hebben
2 zich in genoemde richting ontwikkelen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; tenderde, heeft getenderd; tendering)
1 (economie) streven naar een zo hoog mogelijke rente.

TendeerdeGetendeerd
TengelenTengeldeGetengeld
TenietdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed teniet, heeft tenietgedaan)
1 doen verdwijnen, ongedaan maken.

In Spaans overeenkomend met: Anular, Contramandar
  sAfgelasten
Annuleren
Ontbinden
Terugnemen
Deed tenietTenietgedaan
TenietgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging teniet, is tenietgegaan)
1 ophouden te bestaan.

Ging tenietTenietgegaan
TennissenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tenniste, heeft getennist; tennisser)
1 tennis spelen.

In Spaans overeenkomend met: Jugar al tenis
TennisteGetennist
TentaminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tentamineerde, heeft getentamineerd; tentaminering)
1 (iemand) een tentamen afnemen.

TentamineerdeGetentamineerd
TenterenTenteerdeGetenteerd
TentoonspreidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spreidde tentoon, heeft tentoongespreid; tentoonspreiding)
1 openlijk tonen.

In Spaans overeenkomend met: Exponer
EnseŮar, Indicar, Mostrar, SeŮalar
  sEtaleren
Laten zien
Tonen
Uitkramen
Uitstallen
Uitwijzen
Vertonen
Wijzen
Spreidde tentoonTentoongespreid
TentoonstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde tentoon, heeft tentoongesteld; tentoonsteller, tentoonstelling)
1 ter [[bezichtiging]] stellen.

In Spaans overeenkomend met: Impresionar, Presentar
Exhibir, Exponer
  sBelichten
Exposeren
Uiteenzetten
Uitstallen
Stelde tentoonTentoongesteld
TerechtbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; terechtbrenging)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Arreglar
  sInrichten
Opruimen
Regelen
Ruimen
Schikken
Bracht terechtTerechtgebracht
TerechthelpenHielp terechtTerechtgeholpen
TerechtkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam terecht, is terechtgekomen)
1 op de juiste plaats aankomen
2 toevallig op een bepaalde plaats komen
3 teruggevonden worden
4 in orde komen.

In Spaans overeenkomend met: Recalar
  sAanbelanden
Aanlanden
Kwam terechtTerechtgekomen
TerechtkunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kon terecht, heeft terechtgekund)
1 ergens toegang hebben
2 ergens zijn doel kunnen bereiken.

Kon terechtTerechtgekund
TerechtstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond terecht, heeft terechtgestaan)
1 als verdachte voor de rechter staan.

Stond terechtTerechtgestaan
TerechtstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde terecht, heeft terechtgesteld; terechtstelling)
1 de doodstraf doen ondergaan.

In Spaans overeenkomend met: Ajusticiar, Ejecutar
  sExecuteren
Ter dood brengen
Stelde terechtTerechtgesteld
TerechtwijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wees terecht, heeft terechtgewezen; terechtwijzing)
1 (iemand) op zijn fouten wijzen en hem zeggen hoe hij moet handelen.

In Spaans overeenkomend met: Censurar, RegaŮar, Reprobar, Reprochar, Vituperar
  sBeknorren
Berispen
Verwijten
Wees terechtTerechtgewezen
TerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; teerde, heeft geteerd)
1 leven van.
([[overgankelijk]] werkwoord; teerde, heeft geteerd)
1 met teer bestrijken.

In Spaans overeenkomend met: Alquitranar
Embrear
TeerdeGeteerd
TergenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tergde, heeft getergd; terger, terging)
1 (iemand) provocerend plagen, trachten boos te maken.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar, Provocar, Retar
  sProvoceren
Tarten
Uitdagen
Uitlokken
Uittarten
TergdeGetergd
TerminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[termineerde]], heeft getermineerd; terminatie)
1 (formeel) beŽindigen.

TermineerdeGetermineerd
TerneerdrukkenIn Spaans overeenkomend met: Abatir, Deprimir, Desalentar
  sDeprimeren
Neerdrukken
Neerslachtig maken
Drukte terneerTerneergedrukt
TerneerliggenLag terneerTerneergelegen
TerneerslaanSloeg terneerTerneergeslagen
TerneervallenViel terneerTerneergevallen
TerrasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; terrasseerde, heeft geterrasseerd)
1 (een hellend terrein) in terrassen afdelen om landbouw mogelijk te maken
2 met opgeworpen aarde versterken, ondersteunen.

TerrasseerdeGeterrasseerd
TerroriserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; terroriseerde, heeft geterroriseerd; terrorisatie)
1 door geweld en bedreiging stelselmatig schrik aanjagen.

In Spaans overeenkomend met: Aterrorizar
  sSchrik aanjagen
Verschrikken
TerroriseerdeGeterroriseerd
TerugbekomenBekwam terugTerugbekomen
TerugbellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; belde terug, heeft teruggebeld; terugbeller)
1 telefoneren naar iemand die men eerder opgebeld heeft of door wie men eerder gebeld is.

Belde terugTeruggebeld
TerugbetalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; betaalde terug, heeft terugbetaald; terugbetaling)
1 (wat geleend of te veel betaald is) betalen.

Betaalde terugTerugbetaald
TerugbezorgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bezorgde terug, heeft terugbezorgd; terugbezorging)
1 opnieuw in de handen van de eigenaar of afzender brengen.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Retourneren
Terugbrengen
Terugsturen
Terugwijzen
Bezorgde terugTerugbezorgd
TerugbladerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bladerde terug, heeft teruggebladerd)
1 al bladerend teruggaan in een boek, krant of tijdschrift.

Bladerde terugTeruggebladerd
TerugblikkenBlikte terugTeruggeblikt
TerugboekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; boekte terug, heeft teruggeboekt; terugboeking)
1 weer boeken wat reeds afgeboekt was.

Boekte terugTeruggeboekt
TerugbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht terug, heeft teruggebracht)
1 weer brengen naar het punt waar iemand of iets vandaan kwam
2 weer in de oorspronkelijke toestand brengen
3 in omvang verminderen
4 herleiden.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Retourneren
Terugbezorgen
Terugsturen
Terugwijzen
Bracht terugTeruggebracht
TerugbuigenBoog terugTeruggebogen
TerugdeinzenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; deinsde terug, is teruggedeinsd)
1 zich laten afschrikken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; deinsde terug, is teruggedeinsd)
1 achteruit gaan.

In Spaans overeenkomend met: Retroceder
  sTeruggaan
Deinsde terugTeruggedeinsd
TerugdenkenIn Spaans overeenkomend met: Acordarse
  sHerdenken
Zich herinneren
Dacht terugTeruggedacht
TerugdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed terug, heeft teruggedaan)
1 weer op zijn vorige plek plaatsen
2 als antwoord of compensatie doen.

In Spaans overeenkomend met: Recompensar
  sBelonen
Lonen
Schadeloos stellen
Vergelden
Deed terugTeruggedaan
TerugdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide terug, heeft teruggedraaid)
1 achteruit draaien
2 ongedaan maken.

In Spaans overeenkomend met: Desdar
  sLosgespen
Losmaken
Draaide terugTeruggedraaid
TerugdrijvenIn Spaans overeenkomend met: Rebotar ((),(tr. Dicho de un cuerpo: Resistir a otro forzŠndole a retroceder.))
  sAfduwen
Terugduwen
Terugstoten
Dreef terugTeruggedreven
TerugdringenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drong terug, heeft teruggedrongen)
1 dringen in de richting vanwaar iemand of iets gekomen is
2 beperken in aantal of hoeveelheid.

Drong terugTeruggedrongen
TerugduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde terug, heeft teruggeduwd)
1 door duwen achteruit doen gaan
2 weer op zijn plaats steken.

In Spaans overeenkomend met: Rebotar ((),(tr. Dicho de un cuerpo: Resistir a otro forzŠndole a retroceder.))
  sAfduwen
Terugdrijven
Terugstoten
Duwde terugTeruggeduwd
TerugeisenEiste terugTeruggeŽist
TerugfluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[floot]] terug, heeft teruggefloten)
1 (sport) (iemand) affluiten voor buitenspel
2 (iemand) te kennen geven dat hij te ver is gegaan
3 (een hond) met een fluitje terugroepen.

Floot terugTeruggefloten
TeruggaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging terug, is teruggegaan)
1 zijn oorsprong vinden in.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging terug, is teruggegaan)
1 achteruit gaan
2 gaan naar de plaats vanwaar men gekomen is.

In Spaans overeenkomend met: Devolverse
Remontar
Revertir, Volver
Retroceder
Retornarse, Tornar
  sOpklimmen
Terugdeinzen
Teruggaan naar
Terugkeren
Teruglopen
Terugtrekken
Weer gaan
Ging terugTeruggegaan
TeruggevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf terug, heeft teruggegeven)
1 (iets) aan iemand geven wat hij eerder ook had.

In Spaans overeenkomend met: Devolver, Retornar, Tornar
  sHergeven
Reproduceren
Terugzenden
Vergelden
Weergeven
Gaf terugTeruggegeven
TeruggooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gooide terug, heeft teruggegooid)
1 gooien naar de plaats vanwaar iets gekomen is.

Gooide terugTeruggegooid
TeruggrijpenGreep terugTeruggegrepen
TeruggroetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; groette terug, heeft teruggegroet)
1 (iemand) groeten als antwoord op een voorafgaande groet.

Groette terugTeruggegroet
TerughalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde terug, heeft teruggehaald)
1 halen en mee terugnemen
2 in de herinnering terugbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Recuperar
  sHernemen
Herroepen
Terugkrijgen
Terugnemen
Haalde terugTeruggehaald
TerughangenHing terugTeruggehangen
TerughebbenHad terugTeruggehad
TerughoudenIn Spaans overeenkomend met: Retener
  sDetineren
Ophouden
Reserveren
Weerhouden
Hield terugTeruggehouden
TerugjagenJaagde terug, Joeg terugTeruggejaagd
TerugkaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kaatste terug, is teruggekaatst; terugkaatsing)
1 weerkaatsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; kaatste terug, heeft teruggekaatst)
1 (iets dat wordt toegeworpen enz.) door een slag laten teruggaan naar het punt van uitgang
2 weerkaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Reflejar
Rebotar ((),(intr. Dicho de la pelota: Botar en la pared despuťs de haber botado en el suelo.))
  sReflecteren
Spiegelen
Weerkaatsen
Weerspiegelen
Kaatste terugTeruggekaatst
TerugkelderenKelderde terugTeruggekelderd
TerugkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keerde terug, is teruggekeerd)
1 weer gaan in de richting vanwaar iets of iemand gekomen is
2 weer gaan naar het uitgangspunt
3 weer aanwezig zijn, zich weer voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Regresar, Retornarse, Tornar, Volver
  sTeruggaan
Terugkomen
Wederkeren
Wederkomen
Weeromkomen
Keerde terugTeruggekeerd
TerugkijkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; keek terug, heeft teruggekeken)
1 een terugblik werpen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek terug, heeft teruggekeken)
1 kijken als reactie op iemand die kijkt.

Keek terugTeruggekeken
TerugkomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam terug, is teruggekomen)
1 bij nader inzien toch afzien van.
(werkwoord; kwam terug, is teruggekomen)
1 opnieuw overwegen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam terug, is teruggekomen)
1 weer in de richting van of op het [[vertrekpunt]] komen
2 zich weer vertonen, voordoen
3 nog eens komen
4 (sport) weer een vroeger of beter peil bereiken.

In Spaans overeenkomend met: Reaparecer
Regresar, Retractarse, Volver
  sHerroepen
Intrekken
Terugkeren
Wederkeren
Wederkomen
Weeromkomen
Kwam terugTeruggekomen
TerugkopenKocht terugTeruggekocht
TerugkoppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; koppelde terug, heeft teruggekoppeld)
1 (ook absoluut) (ideeŽn) voorleggen aan de achterban
2 terugschakelen in de vorige toestand.

Koppelde terugTeruggekoppeld
TerugkrabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; krabbelde terug, is teruggekrabbeld)
1 onder een belofte of toezegging proberen uit te komen.

In Spaans overeenkomend met: Retirarse
  sAftrekken
De aftocht blazen
Zich terugtrekken
Zich uit de voeten maken
Krabbelde terugTeruggekrabbeld
TerugkrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kreeg terug, heeft teruggekregen)
1 opnieuw in zijn bezit krijgen
2 als antwoord, reactie krijgen
3 (een geleend of te veel betaald bedrag) weer krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Recobrar
Recuperar
  sHernemen
Herroepen
Terughalen
Terugnemen
Kreeg terugTeruggekregen
TerugleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde terug, heeft teruggelegd)
1 weer op de plaats leggen waar iemand of iets vandaan komt
2 (sport) een achterwaartse pass of voorzet geven.

Legde terugTeruggelegd
TerugleidenLeidde terugTeruggeleid
TeruglezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; las terug, heeft teruggelezen; teruglezing)
1 herlezen.

Las terugTeruggelezen
TeruglopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep terug, is teruggelopen)
1 achterwaarts lopen
2 [[achteruitgaan]], verminderen
3 weer naar het [[vertrekpunt]] lopen.

In Spaans overeenkomend met: Volver
  sTeruggaan
Terugtrekken
Weer gaan
Liep terugTeruggelopen
TerugluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; luisterde terug, heeft teruggeluisterd)
1 (een bandopname) terugspoelen en beluisteren.

Luisterde terugTeruggeluisterd
TerugmarcherenMarcheerde terugTeruggemarcheerd
TerugnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam terug, heeft teruggenomen; terugneming/terugname)
1 (zijn woord, een belofte) intrekken
2 weer in bezit nemen.

In Spaans overeenkomend met: Anular, Contramandar
Recuperar
  sAfgelasten
Annuleren
Hernemen
Herroepen
Ontbinden
Tenietdoen
Terughalen
Terugkrijgen
Nam terugTeruggenomen
TerugontvangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ontving terug, heeft terugontvangen)
1 weer ontvangen wat men heeft weggestuurd
2 ontvangen wat men geleend, voorgeschoten of bij een betaling te veel gegeven heeft.

Ontving terugTerugontvangen
TerugpakkenPakte terugTeruggepakt
TerugplaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plaatste terug, heeft teruggeplaatst; terugplaatsing)
1 op de vroegere plaats zetten.

Plaatste terugTeruggeplaatst
TerugploegenPloegde terugTeruggeploegd
TerugplooienPlooide terugTeruggeplooid
TerugreizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reisde terug, is teruggereisd)
1 de reis terug maken naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Reisde terugTeruggereisd
TerugrekenenRekende terugTeruggerekend
TerugrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed terug, heeft/is teruggereden)
1 rijden naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Reed terugTeruggereden
TerugroeienIn Spaans overeenkomend met: Ciar
  sAchteruitroeien
Roeide terugTeruggeroeid
TerugroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep terug, heeft teruggeroepen; terugroeping)
1 door roepen terug laten komen
2 als antwoord roepen.

Riep terugTeruggeroepen
TerugschakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schakelde terug, heeft/is teruggeschakeld; terugschakeling)
1 tot een vroeger stadium of tot het uitgangspunt terugbrengen
2 (een auto) in een lagere versnelling laten rijden.

Schakelde terugTeruggeschakeld
TerugscheldenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schold terug, heeft teruggescholden)
1 schelden tegen iemand door wie men zelf uitgescholden is.

Schold terugTeruggescholden
TerugschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot terug, is teruggeschoten)
1 zich snel achteruit bewegen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schoot terug, heeft teruggeschoten)
1 (een kogel enz.) schieten als antwoord op schoten van iemand anders
2 (sport) (een bal) in tegengestelde richting, of naar de vorige speler spelen.

Schoot terugTeruggeschoten
TerugschoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schopte terug, heeft teruggeschopt)
1 achteruit of naar een vorige plaats schoppen
2 (iemand) schoppen als antwoord op een voorafgaande schop.

Schopte terugTeruggeschopt
TerugschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schreef terug, heeft teruggeschreven)
1 (iets) als reactie op een ontvangen brief schrijven.

Schreef terugTeruggeschreven
TerugschrikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; schrikte terug/schrok[[terugschrok]] terug, is teruggeschrikt)
1 bang zijn voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; schrikte terug/schrok[[terugschrok]] terug, is teruggeschrikt)
1 van schrik achteruitgaan.

Schrikte terug, Schrok terugTeruggeschrikt, Teruggeschrokken
TerugschroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schroefde terug, heeft teruggeschroefd; terugschroeving)
1 tot een lager niveau terugbrengen
2 ongedaan maken.

Schroefde terugTeruggeschroefd
TerugschuivenSchoof terugTeruggeschoven
TerugslaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; sloeg terug, heeft teruggeslagen)
1 betrekking hebben op iets dat voorafgaat.
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg terug, heeft teruggeslagen)
1 met slaan antwoorden op ontvangen slagen
2 zich met kracht achteruit bewegen of zich bewegen in de richting vanwaar iemand of iets gekomen is.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg terug, heeft teruggeslagen)
1 weer in de richting slaan vanwaar iets of iemand gekomen is
2 opzij slaan, zodat het daarachter liggende zichtbaar wordt.

In Spaans overeenkomend met: Repulsar
  sAfslaan
Pareren
Terugstoten
Sloeg terugTeruggeslagen
TerugsluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; sluisde terug, heeft teruggesluisd; terugsluizing)
1 (monetaire [[reserve]]) inzetten in de internationale kringloop.

Sluisde terugTeruggesluisd
TerugsnoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snoeide terug, heeft teruggesnoeid)
1 door snoeien inkorten
2 bezuinigen op.

Snoeide terugTeruggesnoeid
TerugspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde terug, heeft teruggespeeld)
1 (sport) (een bal) naar eigen doel of de vorige speler toe spelen
2 (iets wat op een geluids- of videoband staat) nog eens afdraaien.

Speelde terugTeruggespeeld
TerugspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; spoelde terug, heeft teruggespoeld; terugspoeler, terugspoeling)
1 in tegengestelde richting, naar de vorige stand spoelen.

In Spaans overeenkomend met: Rebobinar
Spoelde terugTeruggespoeld
TerugspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong terug, is teruggesprongen)
1 terugwijken
2 springen in de richting, toestand waaruit iemand of iets gekomen is.

Sprong terugTeruggesprongen
TerugstekenStak terugTeruggestoken
TerugstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde terug, heeft teruggesteld; terugstelling)
1 degraderen.

Stelde terugTeruggesteld
TerugstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; stortte terug, heeft teruggestort; terugstorter, terugstorting)
1 (geld) weer afdragen dat men op een vroeger tijdstip heeft ontvangen.

Stortte terugTeruggestort
TerugstotenIn Spaans overeenkomend met: Repulsar
Rebotar ((),(tr. Dicho de un cuerpo: Resistir a otro forzŠndole a retroceder.))
  sAfduwen
Afslaan
Pareren
Terugdrijven
Terugduwen
Terugslaan
Stootte terug, Stiet terugTeruggestoten
TerugstromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde terug, is teruggestroomd; terugstroming)
1 stromen naar de plaats of in de richting waar iets vandaan is gekomen.

Stroomde terugTeruggestroomd
TerugsturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde terug, heeft teruggestuurd)
1 weer sturen naar de plaats vanwaar iemand of iets gekomen is
2 als antwoord sturen.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
  sHeruitzenden
Retourneren
Terugbezorgen
Terugbrengen
Terugwijzen
Stuurde terugTeruggestuurd
TerugtellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; telde terug, heeft teruggeteld)
1 van een hoog naar een lager getal tellen.

Telde terugTeruggeteld
TerugtrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trapte terug, heeft teruggetrapt)
1 in achterwaartse richting trappen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; trapte terug, heeft teruggetrapt)
1 (iemand) een trap geven als reactie op een trap van iemand anders.

Trapte terugTeruggetrapt
TerugtredenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trad terug, is teruggetreden; terugtreding)
1 achteruit treden
2 zich terugtrekken, aftreden.

Trad terugTeruggetreden
TerugtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok terug, is teruggetrokken; terugtrekker, terugtrekking)
1 teruggaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok terug, heeft teruggetrokken)
1 verplaatsen naar vanwaar iets of iemand gekomen is
2 intrekken, terugnemen.
(wederkerend werkwoord; trok zich terug, heeft zich teruggetrokken)
1 zich naar achteren, naar een rustige plaats verwijderen
2 zich onttrekken aan.

In Spaans overeenkomend met: Volver
Retirar
  sIntrekken
Teruggaan
Teruglopen
Verwijderen
Weer gaan
Trok terugTeruggetrokken
TerugvallenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; viel terug, is teruggevallen)
1 op iets of iemand steunen, een beroep doen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel terug, is teruggevallen)
1 komen in een vroegere toestand
2 weer vallen naar de plaats vanwaar iets of iemand gekomen is
3 naar een ongunstige positie afzakken.

Viel terugTeruggevallen
TerugvarenVoer terugTeruggevaren
TerugvechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vocht terug, heeft teruggevochten)
1 een aanval beantwoorden met een tegenaanval.

Vocht terugTeruggevochten
TerugverdienenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdiende terug, heeft terugverdiend)
1 verdienen zodat men iets terug kan betalen of geÔnvesteerd geld terugkrijgt.

Verdiende terugTerugverdiend
TerugverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; veerde terug, is teruggeveerd)
1 verend in de vroegere stand terugkeren.

Veerde terugTeruggeveerd
TerugverlangenVerlangde terugTerugverlangd
TerugvertalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertaalde terug, heeft terugvertaald; terugvertaling)
1 wat vertaald is weer in de oorspronkelijke taal overbrengen.

Vertaalde terugTerugvertaald
TerugverwachtenVerwachtte terugTerugverwacht
TerugverwijzenVerwees terugTerugverwezen
TerugvindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vond terug, heeft teruggevonden; terugvinding)
1 (iets dat of iemand die zoek was) vinden
2 opnieuw aantreffen
3 herkennen.

Vond terugTeruggevonden
TerugvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog terug, is teruggevlogen)
1 vliegen in de richting of naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Vloog terugTeruggevlogen
TerugvloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloeide terug, is teruggevloeid; terugvloeiing)
1 terugstromen.

Vloeide terugTeruggevloeid
TerugvluchtenVluchtte terugTeruggevlucht
TerugvoerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voerde terug, heeft teruggevoerd)
1 herleiden.
(werkwoord; voerde terug, heeft teruggevoerd)
1 het een als oorzaak van het ander aanwijzen.
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde terug, heeft teruggevoerd; terugvoering)
1 voeren naar de plaats vanwaar men gekomen is.

Voerde terugTeruggevoerd
TerugvorderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vorderde terug, heeft teruggevorderd; terugvordering)
1 eisen dat iets weer gegeven wordt aan hem die er recht op heeft.

Vorderde terugTeruggevorderd
TerugvragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vraagde terug/vroeg terug, heeft teruggevraagd)
1 vragen (iets) terug te geven aan hem die er recht op heeft
2 (iemand) uitnodigen als antwoord op een voorafgaande invitatie.

Vraagde™ terug, Vroeg terugTeruggevraagd
TerugvurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vuurde terug, heeft teruggevuurd)
1 schieten als antwoord op voorafgaande schoten.

Vuurde terugTeruggevuurd
TerugwensenWenste terugTeruggewenst
TerugwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; werkte terug, heeft teruggewerkt)
1 effect hebben.
([[onovergankelijk]] werkwoord; werkte terug, heeft teruggewerkt; terugwerking)
1 over een voorafgaand tijdperk van kracht zijn.

Werkte terugTeruggewerkt
TerugwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp terug, heeft teruggeworpen)
1 werpen of naar de plaats waar iets of iemand vandaan komt.

Wierp terugTeruggeworpen
TerugwijkenWeek terugTeruggeweken
TerugwijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wees terug, heeft teruggewezen; terugwijzing)
1 door wijzen weer doen gaan naar de plaats vanwaar iets of iemand is gekomen.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
Rehusar
  sAfkeuren
Afwijzen
Heruitzenden
Retourneren
Terugbezorgen
Terugbrengen
Terugsturen
Vertikken
Weigeren
Wees terugTeruggewezen
TerugwinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; won terug, heeft teruggewonnen; terugwinning)
1 weer in zijn bezit krijgen
2 (een verloren gegane stof, gebruikt materiaal) door een bewerking opnieuw winnen of beschikbaar krijgen.

Won terugTeruggewonnen
TerugzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte terug, is teruggezakt)
1 naar beneden, achteruit zakken, [[achteruitgaan]] in prestatie.

Zakte terugTeruggezakt
TerugzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zegde terug/zei terug, heeft teruggezegd)
1 zeggen in antwoord op.

Zegde terug, Zei terugTeruggezegd
TerugzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond terug, heeft teruggezonden; terugzending)
1 terugsturen, weer zenden naar de plaats vanwaar iemand of iets gekomen is
2 terugsturen, als antwoord sturen.

In Spaans overeenkomend met: Retornar, Tornar
  sTeruggeven
Zond terugTeruggezonden
TerugzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette terug, heeft teruggezet; terugzetting)
1 achteruit zetten
2 weer zetten op de plaats vanwaar iets of iemand gekomen is
3 (personen) een minder belangrijke plaats geven.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sVerhaasten
Vervroegen
Zette terugTeruggezet
TerugzienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag terug, heeft teruggezien)
1 terugblikken.
([[overgankelijk]] werkwoord; zag terug, heeft teruggezien)
1 weer zien, na voorafgegane verwijdering of scheiding.

Zag terugTeruggezien
TerugzinkenZonk terugTeruggezonken
TerugzoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zocht terug, heeft teruggezocht)
1 weer proberen te vinden, weer opzoeken.

Zocht terugTeruggezocht
TerugzwemmenZwom terugTeruggezwommen
TestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; testte, heeft getest; tester)
1 aan een test onderwerpen.

In Spaans overeenkomend met: Ensayar
  sAanpassen
Beproeven
Passen
Proberen
Toetsen
Uitproberen
TestteGetest
TesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; testeerde, heeft getesteerd)
1 bij testamentaire beschikking vermaken.

TesteerdeGetesteerd
TetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tetterde, heeft getetterd; tetteraar, tettering)
1 (informeel) luid en druk praten
2 (informeel) [[sterkedrank]] drinken
3 (informeel) muziek maken op blaasinstrumenten.

TetterdeGetetterd
TeugelenTeugeldeGeteugeld
TeutenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; teutte, heeft geteut; teuter)
1 ([[pejoratief]]) treuzelen.

TeutteGeteut
TeuterenTeuterdeGeteuterd
TevredenstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde tevreden, heeft tevredengesteld; tevredenstelling)
1 reden tot tevredenheid geven.

In Spaans overeenkomend met: Contentar
  sBevredigen
Voldoen
Stelde tevredenTevredengesteld
TeweegbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht teweeg, heeft teweeggebracht)
1 veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Causar, Inferir ((),(Producir o causar ofensas, agravios, heridas)), Instigar, Maquinar, Ocasionar, Producir
Dar a luz, Engendrar, Parir
Dar lugar a, Ocasionar
  sAandoen
Aanrichten
Baren
Berokkenen
Bevallen
Bezorgen
Het leven schenken
Stichten
Toebrengen
Veroorzaken
Voortbrengen
Bracht teweegTeweeggebracht
TewerkstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde [[tewerk]], heeft tewerkgesteld; tewerkstelling)
1 werk geven.

In Spaans overeenkomend met: Tomar a sueldo
  sAannemen
Aanwerven
Huren
In dienst nemen
Stelde tewerkTewerkgesteld
TezenTeesdeGeteesd
TheedrinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dronk thee, heeft theegedronken)
1 de thee gebruiken.

Dronk theeTheegedronken
ThematiserenThematiseerdeGethematiseerd
TheologiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; theologiseerde, heeft getheologiseerd)
1 over theologische onderwerpen redeneren.

TheologiseerdeGetheologiseerd
TheoretiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; theoretiseerde, heeft getheoretiseerd; theoretisering)
1 theoretisch redeneren.

In Spaans overeenkomend met: Teorizar
TheoretiseerdeGetheoretiseerd
ThuisbankierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; thuisbankierde, heeft thuisgebankierd)
1 bankzaken thuis verrichten en afwikkelen.

ThuisbezorgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bezorgde thuis, heeft thuisbezorgd; thuisbezorger, thuisbezorging)
1 aan huis bezorgen.

Bezorgde thuisThuisbezorgd
ThuisblijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef thuis, is thuisgebleven; thuisblijver)
1 in huis blijven.

Bleef thuisThuisgebleven
ThuisbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht thuis, heeft thuisgebracht)
1 naar of aan huis brengen
2 zich herinneren wie iemand of wat iets is.

Bracht thuisThuisgebracht
ThuishalenHaalde thuisThuisgehaald
ThuishorenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoorde thuis, heeft thuisgehoord)
1 ergens zijn geŽigende plaats hebben.

Hoorde thuisThuisgehoord
ThuishoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield thuis, heeft thuisgehouden)
1 in huis houden.

Hield thuisThuisgehouden
ThuiskomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam thuis, is thuisgekomen)
1 in zijn huis komen.

Kwam thuisThuisgekomen
ThuiskrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

Kreeg thuisThuisgekregen
ThuislatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet thuis, heeft thuisgelaten)
1 niet meebrengen.

Liet thuisThuisgelaten
ThuisliggenLag thuisThuisgelegen
ThuiswerkenWerkte thuisThuisgewerkt
ThuiszittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat thuis, heeft thuisgezeten; thuiszitter)
1 thuisblijven.

Zat thuisThuisgezeten
TichelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tichelde, heeft geticheld)
1 (ook absoluut) [[tichels]] vormen en bakken
2 met [[tichels]] bedekken.

TicheldeGeticheld
TierelierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tierelierde, heeft getierelierd)
1 een opgewekt geluid laten horen.

TierelierdeGetierelierd
TierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tierde, heeft getierd)
1 tekeergaan
2 welig groeien.

In Spaans overeenkomend met: Crecer, Desarrollarse
Fulminar
Prosperar
  sAanwassen
Aarden
Bloeien
Floreren
Fulmineren
Gedijen
Groeien
Razen
Tekeergaan
Toenemen
Vooruitkomen
Wassen
Welvaren
TierdeGetierd
TijdrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 een proces opzettelijk vertragen om daar vervolgens van te profiteren, bv. bij een sportwedstrijd.

Rekte tijdTijdgerekt
TijdrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tijdrit)
1 het rijden van een tijdrit.

TijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toog, is getogen)
1 (archaÔsch) gaan, zich begeven.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir
  sOp weg gaan
Opstappen
Weggaan
ToogGetogen
TijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toog, is getogen)
1 (archaÔsch) gaan, zich begeven.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir
  sOp weg gaan
Opstappen
Weggaan
TeegGetegen
TijgerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tijgerde, heeft/is getijgerd)
1 (militair, leger) als een tijger sluipen.

TijgerdeGetijgerd
TikkelenTikkeldeGetikkeld
TikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tikte, heeft getikt)
1 een of meer keren een niet harde slag of klap geven
2 typen.

In Spaans overeenkomend met: Picotear ((regen tegen de ruiten))
Escribir a mŠquina, Mecanografiar, Teclear
  sMachineschrijven
Typen
TikteGetikt
TiktakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tiktakte, heeft getiktakt)
1 het geluid tiktak voortbrengen.

TiktakteGetiktakt
TillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tilde, heeft getild)
1 (ook absoluut) optillen, opheffen
2 oplichten, afzetten.

In Spaans overeenkomend met: Elevar
Alzar, Levantar
  sBeuren
Heffen
Omhoogtrekken
Ophalen
Opheffen
Oprichten
Verheffen
Verhogen
TildeGetild
TimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; timede, heeft getimed)
1 (ook absoluut) instellen op het juiste tijdstip, volgens een vast [[tijdschema]] laten verlopen
2 de tijdsduur opmeten van.

TimedeGetimed
TimmerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; timmerde, heeft getimmerd; timmeraar, timmering)
1 (een houten constructie) bouwen met behulp van hamer, zaag enz.
2 slaan.

In Spaans overeenkomend met: Carpintear
  sBouwen
Opbouwen
TimmerdeGetimmerd
TingelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tingelde, heeft getingeld)
1 (ook absoluut) een reeks korte, heldere geluiden voortbrengen
2 tengels aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Tintinar, Tintinear
  sKletteren
Klingelen
Rinkelen
TingeldeGetingeld
TinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tinkelde, heeft getinkeld; tinkeling)
1 een reeks van korte, fijne en scherpe geluiden voortbrengen.

TinkeldeGetinkeld
TinkenTinkteGetinkt
TintelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tintelde, heeft getinteld; tinteling)
1 snel achtereen geprikkeld worden
2 in een snelle wisseling helder en minder helder licht afstralen.

In Spaans overeenkomend met: Destellar
Espumar
  sBruisen
Flikkeren
Fonkelen
Schuimen
TinteldeGetinteld
TintelogenIn Spaans overeenkomend met: GuiŮar el ojo, PestaŮear
  sKnipogen
Knipperen
Pinken
TinteloogdeGetinteloogd
TintenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[tintte]], heeft getint)
1 een tint geven.

In Spaans overeenkomend met: Matizar
  sNuanceren
Schakeren
TintteGetint
TippelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tippelaar)
1 (tippelde, heeft/is getippeld) lopen met korte, vlugge pasjes
2 (tippelde, heeft getippeld) (van prostituees) klanten werven op straat.

In Spaans overeenkomend met: Pasear
  sAan de wandel zijn
Lopen
Wandelen
TippeldeGetippeld
TippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tipte, heeft getipt)
1 licht aanraken.
([[overgankelijk]] werkwoord; tipte, heeft getipt)
1 (ook absoluut) (iemand) een inlichting geven
2 (ook absoluut) (iemand) een fooi geven
3 (ook absoluut) (iemand) als vermoedelijke winnaar opgeven bij wedstrijden, verkiezingen enz.
4 de [[uiteinden]] verwijderen van
5 (wagens, lorries) door omkiepen legen in een schip e.d.

TipteGetipt
TiraillerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[tirailleerde]], heeft getirailleerd)
1 (militair, leger) in verspreide gevechtsorde strijden.

TirailleerdeGetirailleerd
TiranniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tiranniseerde, heeft getiranniseerd; tirannisering)
1 op gewelddadige wijze overheersen.

In Spaans overeenkomend met: Tiranizar
TiranniseerdeGetiranniseerd
TirasserenTirasseerdeGetirasseerd
TitelenTiteldeGetiteld
TitrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[titreerde]], heeft getitreerd)
1 (scheikunde) het gehalte van een zekere oplossing bepalen door er uit een [[buret]] een andere oplossing met bekende [[titer]] bij te druppelen.

TitreerdeGetitreerd
TitulerenTituleerdeGetituleerd
TiŽrcerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tiŽrceerde, heeft getiŽrceerd; tiŽrcering)
1 tot op ťťn derde verminderen.

TiŽrceerdeGetiŽrceerd
TjangelenTjangeldeGetjangeld
TjappenTjapteGetjapt
TjettenTjetteGetjet
TjilpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tjilpte, heeft getjilpt)
1 een piepend geluid geven, als vogels.

In Spaans overeenkomend met: Gorjear, Piar
  sKwetteren
Piepen
Sjilpen
TjilpteGetjilpt
TjingelenTjingeldeGetjingeld
TjirpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tjirpte, heeft getjirpt)
1 een fijn trillend geluid maken, lijkend op dat van een krekel.

TjirpteGetjirpt
TjoempenTjoempteGetjoempt
TjoepenTjoepteGetjoept
TjokkenTjokteGetjokt
ToastenToastteGetoast
Tobbedansen
TobbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tobde, heeft getobd; tobber)
1 voortdurend met zorg vervuld zijn
2 sukkelen, ploeteren.

TobdeGetobd
TochtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tochtte, heeft getocht)
1 tocht doorlaten.
(onpersoonlijk werkwoord; tochtte, heeft getocht)
1 trekken, circuleren van een koude luchtstroom.

TochtteGetocht
Toe-eigenenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; eigende zich toe, heeft zich toegeŽigend; toe-eigening)
1 tot zijn eigendom maken.

Eigende toeToegeŽigend
ToebedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bedeelde toe, heeft toebedeeld; toebedeling)
1 als deel toewijzen, geven.

Bedeelde toeToebedeeld
ToebedenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bedacht toe, heeft toebedacht)
1 toedenken.

Bedacht toeToebedacht
ToebehorenALLE betekenissen van dit woord:
(het; toebehoren)
1 al wat tot iets behoort.
([[onovergankelijk]] werkwoord; behoorde toe, heeft toebehoord)
1 het eigendom zijn van.

In Spaans overeenkomend met: Pertenecer, Pertenecer a, Ser de
Respectar
  sAangaan
Behoren
Behoren tot
Betreffen
Raken
Toebehoren aan
Toekomen aan
Behoorde toeToebehoord
ToebereidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bereidde toe, heeft toebereid; toebereiding)
1 gereed maken voor een zeker doel
2 (formeel) (voedsel of drank) klaarmaken.

In Spaans overeenkomend met: Aderezar, Adobar
Acondicionar, Preparar
  sAanmaken
Bereiden
Gereedmaken
In gereedheid brengen
Klaarmaken
Voorbereiden
Bereidde toeToebereid
ToebijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; beet toe, heeft toegebeten)
1 (iets) kortaf tegen iemand zeggen.

Beet toeToegebeten
ToebindenBond toeToegebonden
ToeblaffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blafte toe, heeft toegeblaft)
1 toesnauwen.

Blafte toeToegeblaft
ToebrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht toe, heeft toegebracht; toebrenger, toebrenging)
1 bezorgen, berokkenen.

In Spaans overeenkomend met: Dar, Infligir
Inferir ((),(Producir o causar ofensas, agravios, heridas))
  sAandoen
Aangeven
Aanrichten
Berokkenen
Geven
Opbrengen
Teweegbrengen
Toekennen
Verlenen
Veroorzaken
Bracht toeToegebracht
ToebrullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; brulde toe, heeft toegebruld)
1 hard toeschreeuwen.

Brulde toeToegebruld
ToebuigenBoog toeToegebogen
ToedammenDamde toeToegedamd
ToedekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dekte toe, heeft toegedekt; toedekking)
1 beschermend, met een deken bedekken.

In Spaans overeenkomend met: Arropar
Cubrir, Tapar
  sBedekken
Beleggen
Dekken
Dekte toeToegedekt
ToedelenIn Spaans overeenkomend met: Impartir
  sToekennen
Deelde toeToegedeeld
ToedenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dacht toe, heeft toegedacht)
1 bestemmen voor
2 iemand tot iets in staat achten of in het bezit van iets veronderstellen.

Dacht toeToegedacht
ToedichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dichtte toe, heeft toegedicht; toedichting)
1 ten [[onrechte]] iemand als de maker, de bezitter aanmerken.

In Spaans overeenkomend met: Atribuir
Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toekennen
Toerekenen
Toeschrijven
Wijten
Dichtte toeToegedicht
ToedienenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; diende toe, heeft toegediend; toediener, toediening)
1 geven.

In Spaans overeenkomend met: Aplicar ((slagen)), Propinar ((oorvijg, pak slaag, schop),(bofetada, paliza, patada))
Administrar, Largar ((klap))
  sAdministreren
Beheren
Besturen
Geven
Diende toeToegediend
ToedijkenDijkte toeToegedijkt
ToedoenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; deed toe, heeft toegedaan)
1 dichtdoen.

In Spaans overeenkomend met: Cerrar
  sDichtdoen
Dichtmaken
Deed toeToegedaan
ToedraaienDraaide toeToegedraaid
ToedragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg toe, heeft toegedragen)
1 vervuld zijn met (bep. gevoelens).
(wederkerend werkwoord; droeg zich toe, heeft zich toegedragen)
1 gebeuren, in zijn werk gaan.

Droeg toeToegedragen
ToedrinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dronk toe, heeft toegedronken; toedrinking)
1 een dronk uitbrengen op (iemand).

Dronk toeToegedronken
ToedrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

Drukte toeToegedrukt
ToefluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; fluisterde toe, heeft toegefluisterd; toefluistering)
1 al fluisterend tot iemand zeggen.

Fluisterde toeToegefluisterd
ToegaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging toe, is toegegaan)
1 gebeuren
2 (archaÔsch) dichtgaan.

Ging toeToegegaan
ToegevenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; gaf toe, heeft toegegeven)
1 geen weerstand bieden aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaf toe, heeft toegegeven; toegeving)
1 tegemoetkomend, meegaand zijn voor.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gaf toe, heeft toegegeven)
1 ongaarne als waar of juist erkennen
2 extra geven.

In Spaans overeenkomend met: Admitir
AŮadir
Ceder
Acceder, Acordar, Consentir
Reconocer
Confesar, Declarar
  sAanbrengen
Afstaan
Bekennen
Bijdoen
Bijleggen
Bijmengen
Bijvoegen
Cederen
Erkennen
Goedvinden
Het eens zijn
Toestemmen
Toevoegen
Wijken
Gaf toeToegegeven
ToegooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide toe, heeft toegegooid)
1 in [[iemands]] richting gooien
2 dichtgooien.

Gooide toeToegegooid
ToegrendelenGrendelde toeToegegrendeld
ToegrijnzenGrijnsde toeToegegrijnsd
ToegrijpenGreep toeToegegrepen
ToegroeienGroeide toeToegegroeid
ToehalenHaalde toeToegehaald
ToehappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hapte toe, heeft toegehapt)
1 met graagte aannemen.

Hapte toeToegehapt
ToehorenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hoorde toe, heeft toegehoord; toehoorder)
1 oplettend luisteren
2 toebehoren.

In Spaans overeenkomend met: Escuchar
  sAanhoren
Beluisteren
Luisteren
Toeluisteren
Hoorde toeToegehoord
ToejuichenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; juichte toe, heeft toegejuicht; toejuiching)
1 bejubelen
2 ingenomen zijn met.

In Spaans overeenkomend met: Aclamar, Palmear, Vitorear
Aplaudir
  sAdhesie betuigen
Applaudisseren
Bejubelen
Bij acclamatie benoemen tot
Klappen
Uitroepen tot
Zijn bijval betuigen
Juichte toeToegejuicht
ToekaatsenKaatste toeToegekaatst
ToekennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kende toe, heeft toegekend; toekenner, toekenning)
1 van oordeel zijn dat een persoon of zaak iets bezit of toekomt
2 verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Impartir
Achacar, Atribuir
Dar
Conceder, Conferir, Otorgar
  sAangeven
Geven
Inwilligen
Opbrengen
Toebrengen
Toedelen
Toedichten
Toeschrijven
Toestaan
Verlenen
Kende toeToegekend
ToekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keerde toe, heeft toegekeerd; toekering)
1 keren of wenden tot, naar.

Keerde toeToegekeerd
ToekijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek toe, heeft toegekeken; toekijker)
1 naar iets kijken zonder er aan deel te nemen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar
Mirar
  sBekijken
Blikken
Gadeslaan
Kijken
Kijken naar
Observeren
Schouwen
Toezien
Waarnemen
Keek toeToegekeken
ToeknijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kneep toe, heeft toegeknepen)
1 knijpend dichtmaken.

Kneep toeToegeknepen
ToeknikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; knikte toe, heeft toegeknikt)
1 een teken met het hoofd van instemming, begroeting e.d. in de richting van iets of iemand maken.

Knikte toeToegeknikt
ToeknopenKnoopte toeToegeknoopt
ToekomenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; kwam toe, is toegekomen)
1 bereiken.
(werkwoord; kwam toe, is toegekomen)
1 rondkomen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam toe, is toegekomen)
1 (formeel) rechtmatig toebehoren
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) aankomen.

In Spaans overeenkomend met: Merecer
  sVerdienen
Waard zijn
Waardig zijn
Kwam toeToegekomen
ToekunnenKon toeToegekund
ToelachenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lachte toe, heeft toegelachen)
1 lachend aankijken
2 (van zaken) aantrekken, [[begerenswaardig]] voorkomen.

In Spaans overeenkomend met: Atraer, Cautivar, Seducir
  sAanlokken
Aantrekken
Bekoren
Trekken
Verlekkeren
Lachte toeToegelachen
ToelakkenLakte toeToegelakt
ToelatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet toe, heeft toegelaten; toelating)
1 toestaan
2 binnenlaten
3 toegang verlenen ergens aan deel te nemen.

In Spaans overeenkomend met: Admitir, Caber
Comportar, Permitir
Tolerar
  sAannemen
Aanzien
Accepteren
Dulden
Gedogen
Niet beletten
Ontvangen
Permitteren
Pikken
Toestaan
Tolereren
Velen
Verdragen
Vergunnen
Veroorloven
Liet toeToegelaten
ToeleggenLegde toeToegelegd
ToelevenLeefde toeToegeleefd
ToeleverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leverde toe, heeft toegeleverd; toelevering)
1 onderdelen, materiaal verschaffen aan een bedrijf, fabrikant enz.

Leverde toeToegeleverd
ToelichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lichtte toe, heeft toegelicht; toelichting)
1 duidelijk maken.

In Spaans overeenkomend met: Aclarar, Desarrollar, Explicar
  sBeduiden
Uiteenzetten
Uitleggen
Verklaren
Lichtte toeToegelicht
ToelonkenLonkte toeToegelonkt
ToelopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep toe, is toegelopen)
1 uitlopen, eindigen.

In Spaans overeenkomend met: Acudir
  sAfgaan op
Afkomen op
Gaan naar
Toeschieten
Toesnellen
Liep toeToegelopen
ToeluisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; luisterde toe, heeft toegeluisterd)
1 aandachtig toehoren.

In Spaans overeenkomend met: Escuchar
  sAanhoren
Beluisteren
Luisteren
Toehoren
Luisterde toeToegeluisterd
ToemakenMaakte toeToegemaakt
ToemetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mat toe, heeft toegemeten; toemeting)
1 door [[af-]] of uitmeten doen toekomen, verschaffen.

Mat toeToegemeten
ToemetselenMetselde toeToegemetseld
ToemetsenMetste toeToegemetst
ToenaaienNaaide toeToegenaaid
ToenagelenNagelde toeToegenageld
ToenemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; nam toe, is toegenomen; toeneming/toename)
1 groter worden.

In Spaans overeenkomend met: Crecer
Aumentar
Prevalecer
  sAangroeien
Aanwassen
Aarden
Gedijen
Groeien
Stijgen
Tieren
Wassen
Nam toeToegenomen
ToenijpenNeep toeToegenepen
ToepassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; paste toe, heeft toegepast; toepassing)
1 gebruiken
2 in praktijk brengen.

In Spaans overeenkomend met: Aplicar, Emplear
Utilizar
  sAanwenden
Doorvoeren
In toepassing brengen
Paste toeToegepast
ToepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toepte, heeft getoept)
1 een kaartspel spelen met vier kaarten per speler, waarbij de laatste slag beslissend is.

ToepteGetoept
ToeplakkenPlakte toeToegeplakt
ToepleisterenPleisterde toeToegepleisterd
ToeplooienPlooide toeToegeplooid
ToeprangenPrangde toeToegeprangd
ToereikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; reikte toe, heeft toegereikt)
1 aanreiken
2 verschaffen.

In Spaans overeenkomend met: Bastar, Ser suficiente
Alargar, Transferir
  sAangeven
Aanreiken
Afdragen
Genoeg zijn
Overgeven
Toereikend zijn
Voldoen
Voldoende zijn
Volstaan
Reikte toeToegereikt
ToerekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende toe, heeft toegerekend; toerekening)
1 aanrekenen, ten laste leggen
2 toeschrijven.

In Spaans overeenkomend met: Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toedichten
Toeschrijven
Wijten
Rekende toeToegerekend
ToerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toerde, heeft/is getoerd)
1 reizen voor het plezier, een [[ritje]] maken
2 een rondreis, tournee maken.

ToerdeGetoerd
ToernooienToernooideGetoernooid
ToeroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep toe, heeft toegeroepen)
1 naar iemand roepen.

Riep toeToegeroepen
ToerollenRolde toeToegerold
ToerustenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rustte toe, heeft toegerust; toerusting)
1 iets of iemand voorzien van wat nodig is.

In Spaans overeenkomend met: Equipar
  sUitrusten
Rustte toeToegerust
ToeschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot toe, is toegeschoten)
1 snel naderbij komen.

In Spaans overeenkomend met: Acudir
  sAfgaan op
Afkomen op
Gaan naar
Toelopen
Toesnellen
Schoot toeToegeschoten
ToeschijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheen toe, heeft toegeschenen)
1 de indruk maken die genoemd wordt.

In Spaans overeenkomend met: Antojarse, Parecer
  sLijken
Overkomen
Schijnen
Voorkomen
Scheen toeToegeschenen
ToeschoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schopte toe, heeft toegeschopt)
1 met een schoppende voetbeweging in [[iemands]] richting brengen.

Schopte toeToegeschopt
ToeschouwenIn Spaans overeenkomend met: Ser espectador
  sToeschouwer zijn
Schouwde toeToegeschouwd
ToeschreeuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreeuwde toe, heeft toegeschreeuwd)
1 (iets) schreeuwen naar iem.

Schreeuwde toeToegeschreeuwd
ToeschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef toe, heeft toegeschreven; toeschrijving)
1 beschouwen als oorzaak, eigenaar, maker of verantwoordelijke van.

In Spaans overeenkomend met: Atribuir
Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toedichten
Toekennen
Toerekenen
Wijten
Schreef toeToegeschreven
ToeschroeienIn Spaans overeenkomend met: Foguear
  sDoodbranden
Uitbranden
Schroeide toeToegeschroeid
ToeschroevenSchroefde toeToegeschroefd
ToeschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoof toe, heeft toegeschoven)
1 schuivend naar iemand of iets toe bewegen
2 (geld) heimelijk geven.

Schoof toeToegeschoven
ToeslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg toe, heeft toegeslagen)
1 van de gunstige gelegenheid profiteren.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg toe, heeft toegeslagen)
1 met een slag sluiten
2 in [[iemands]] richting slaan.

Sloeg toeToegeslagen
ToesluitenSloot toeToegesloten
ToesmakkenSmakte toeToegesmakt
ToesmijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeet toe, heeft toegesmeten)
1 hard werpen naar
2 snauwend, [[ruzieachtig]] te verstaan geven
3 krachtig, ruw dichtslaan.

Smeet toeToegesmeten
ToesnauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; snauwde toe, heeft toegesnauwd)
1 op ruwe, bitse manier zeggen tot.

Snauwde toeToegesnauwd
ToesnellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; snelde toe, is toegesneld)
1 haastig naderen.

In Spaans overeenkomend met: Acudir
  sAfgaan op
Afkomen op
Gaan naar
Toelopen
Toeschieten
Snelde toeToegesneld
ToesnijdenSneed toeToegesneden
ToesnoerenSnoerde toeToegesnoerd
ToespeldenSpeldde toeToegespeld
ToespelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde toe, heeft toegespeeld; toespeling)
1 spelend doen toekomen.

In Spaans overeenkomend met: Aludir, Citar
  sAlluderen
Een toespeling maken
Zinspelen
Speelde toeToegespeeld
ToespijkerenSpijkerde toeToegespijkerd
ToespitsenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; spitste toe, heeft toegespitst)
1 in een bepaalde richting ontwikkelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; spitste toe, heeft toegespitst; toespitsing)
1 (conflicten, ruzies enz.) aanscherpen, op de spits drijven.

Spitste toeToegespitst
ToesprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sprak toe, heeft toegesproken)
1 tot iemand spreken, het woord richten tot.

In Spaans overeenkomend met: Arengar, Dirigir la palabra a, Dirigirse a
  sAanklampen
Aanspreken
Sprak toeToegesproken
ToespringenSprong toeToegesprongen
ToestaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stond toe, heeft toegestaan)
1 goedkeuren dat iemand iets doet
2 verlenen.

In Spaans overeenkomend met: Otorgar
Dejar, Permitir
  sGedogen
Inwilligen
Niet beletten
Permitteren
Toekennen
Toelaten
Vergunnen
Verlenen
Veroorloven
Stond toeToegestaan
ToestekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak toe, heeft toegestoken)
1 zo steken dat men treft.
([[overgankelijk]] werkwoord; stak toe, heeft toegestoken)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) toestoppen, heimelijk geven.

Stak toeToegestoken
ToestemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stemde toe, heeft toegestemd; toestemming)
1 zich akkoord verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Aprobar
Asentir, Confirmar
Acceder, Acordar, Consentir
  sBeamen
Bevestigen
Billijken
Goedkeuren
Goedvinden
Het eens zijn
Ja zeggen
Toegeven
Stemde toeToegestemd
ToestoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte toe, heeft toegestopt; toestopping)
1 stilletjes geven
2 toedekken.

In Spaans overeenkomend met: Enrollar
Obturar, Tapar
  sDichten
Dichtmaken
Hullen
Inwikkelen
Omhullen
Stoppen
Verstoppen
Volstoppen
Woelen
Stopte toeToegestopt
ToestormenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stormde toe, is toegestormd)
1 stormend naderen.

Stormde toeToegestormd
ToestotenStootte toe, Stiet toeToegestoten
ToestrijkenStreek toeToegestreken
ToestromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde toe, is toegestroomd; toestroming)
1 als een stroom toekomen naar.

Stroomde toeToegestroomd
ToesturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde toe, heeft toegestuurd)
1 toezenden.

Stuurde toeToegestuurd
ToetakelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; takelde toe, heeft toegetakeld; toetakeling)
1 afranselen, mishandelen
2 buitenissig, overdadig kleden of opmaken.

In Spaans overeenkomend met: Estropear
Echar a perder
  sBederven
Beschadigen
Havenen
Knoeien
Schenden
Stuk maken
Stukmaken
Verknoeien
Verpesten
Takelde toeToegetakeld
ToetastenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tastte toe, heeft toegetast)
1 nemen, zich bedienen van iets dat gereedstaat.

In Spaans overeenkomend met: Servirse
  sZich bedienen
Zichzelf inschenken
Tastte toeToegetast
ToetellenTelde toeToegeteld
ToetenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Tocar el claxon
  sClaxonneren
ToetteGetoet
ToeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toeterde, heeft getoeterd)
1 de [[claxon]] van een auto gebruiken
2 op een toeter blazen.
([[overgankelijk]] werkwoord; toeterde, heeft getoeterd)
1 schetteren.

In Spaans overeenkomend met: Tocar el claxon
ToeterdeGetoeterd
ToetredenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trad toe, is toegetreden; toetreding)
1 lid, deelnemer worden.

In Spaans overeenkomend met: Reunirse
Abordar, Salir al paso
  sAan komen lopen
Aanpakken
Beginnen met
Lid worden
Zich aansluiten
Trad toeToegetreden
ToetrekkenTrok toeToegetrokken
ToetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toetste, heeft getoetst; toetsing)
1 testen.

In Spaans overeenkomend met: Ensayar, Intentar, Probar
  sAanpassen
Beproeven
Passen
Proberen
Testen
Uitproberen
ToetsteGetoetst
ToevallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel toe, is toegevallen)
1 ten deel, te beurt vallen.

Viel toeToegevallen
ToevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toefde, heeft getoefd)
1 (formeel) verblijven.

In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse
  sBlijven
Overblijven
Resten
Resteren
Verblijven
ToefdeGetoefd
ToevertrouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertrouwde toe, heeft toevertrouwd; toevertrouwing)
1 met vertrouwen geven
2 in vertrouwen meedelen.

In Spaans overeenkomend met: Cometer, Confiar, Fiar
Dejar
  sOpdragen
Overlaten
Vertrouwen
Vertrouwen hebben in
Vertrouwde toeToevertrouwd
ToevliegenVloog toeToegevlogen
ToevloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloeide toe, is toegevloeid; toevloeiing)
1 (van zaken) toestromen.

Vloeide toeToegevloeid
ToevoegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voegde toe, heeft toegevoegd; toevoeging)
1 bij iets voegen
2 als hulp geven, ten [[dienste]] stellen van
3 onvriendelijke woorden zeggen tot.

In Spaans overeenkomend met: Agregar, Echar, Incorporar
AŮadir
  sAanbrengen
Bijdoen
Bijleggen
Bijmengen
Bijvoegen
Toegeven
Voegde toeToegevoegd
ToevoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde toe, heeft toegevoerd)
1 ergens heen brengen.

In Spaans overeenkomend met: Abastecer, Proveer, Suministrar
  sAfleveren
Leveren
Voerde toeToegevoerd
ToevouwenVouwde toeToegevouwen
ToevriezenVroor toeToegevroren
ToewaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

Waaide toe, Woei toeToegewaaid
ToewassenWies toeToegewassen
ToewendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wendde toe, heeft toegewend)
1 toekeren.

Wendde toeToegewend
ToewenkenWenkte toeToegewenkt
ToewensenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wenste toe, heeft toegewenst; toewensing)
1 wensen dat iemand iets hebben, krijgen zal.

Wenste toeToegewenst
ToewerkenWerkte toeToegewerkt
ToewerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp toe, heeft toegeworpen)
1 toegooien.

Wierp toeToegeworpen
ToewijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wijdde toe, heeft toegewijd)
1 zich wijden aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; wijdde toe, heeft toegewijd; toewijding)
1 wijden, opdragen aan een godheid, heilige enz.

In Spaans overeenkomend met: Dedicar
  sOpdragen
Opdragen aan
Spenderen
Wijdde toeToegewijd
ToewijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wees toe, heeft toegewezen; toewijzing)
1 bij rechterlijk vonnis of uit hoofde van gezag toekennen.

In Spaans overeenkomend met: Asignar, Destinar
  sVoor het gerecht dagen
Wees toeToegewezen
ToewuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wuifde toe, heeft toegewuifd)
1 wuiven naar.

Wuifde toeToegewuifd
ToezeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zegde toe/zei toe, heeft toegezegd; toezegging)
1 min of meer officieel beloven.

In Spaans overeenkomend met: Prometer
  sBeloven
Uitloven
Verzeggen
Zegde toe, Zei toeToegezegd
ToezendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond toe, heeft toegezonden; toezending)
1 (formeel) doen toekomen (per post, [[bode]] e.d.).

Zond toeToegezonden
ToezienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag toe, heeft toegezien)
1 toezicht of opzicht houden.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag toe, heeft toegezien)
1 toekijken.

In Spaans overeenkomend met: Controlar, Examinar, Verificar
Cumplir, Observar
Mirar
  sAflezen
Bekijken
Blikken
Controleren
Checken
Gadeslaan
Kijken
Kijken naar
Nakijken
Observeren
Schouwen
Surveilleren
Toekijken
Waarnemen
Zag toeToegezien
ToezingenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zong toe, heeft toegezongen)
1 ter ere van iemand zingen, iemand huldigen met zang.

Zong toeToegezongen
ToezwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zwaaide toe, heeft toegezwaaid; toezwaaiing)
1 door zwaaien toezenden naar
2 toewuiven.

Zwaaide toeToegezwaaid
ToiletterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toiletteerde, heeft getoiletteerd)
1 (schertsend) naar het toilet gaan.
(wederkerend werkwoord; toiletteerde zich, heeft zich getoiletteerd)
1 het uiterlijk verzorgen.

ToiletteerdeGetoiletteerd
TokkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tokkelde, heeft getokkeld; tokkelaar, tokkeling)
1 (een muziekinstrument) bespelen door kleine [[rukjes]] aan de snaren te geven
2 (een melodie) spelen door getokkel.

In Spaans overeenkomend met: Coger, Pellizcar, Pinzar, Pizcar, Pulsar, Puntear
  sAfplukken
Oprapen
Plukken
TokkeldeGetokkeld
TokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tokte, heeft getokt)
1 het voor kippen kenmerkende geluid laten horen.

TokteGetokt
TolererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tolereerde, heeft getolereerd)
1 verdragen.

In Spaans overeenkomend met: Tolerar
  sAanzien
Dulden
Pikken
Toelaten
Velen
Verdragen
TolereerdeGetolereerd
TolkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tolkte, heeft getolkt)
1 als tolk optreden.

TolkteGetolkt
TollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (tolde, heeft getold) met een tol spelen
2 (tolde, is getold) snel ronddraaien.

ToldeGetold
TomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toomde, heeft getoomd)
1 (een rijdier) een toom aanleggen.

ToomdeGetoomd
ToneelspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; speelde toneel, heeft toneelgespeeld; toneelspeler)
1 acteren in een toneelstuk
2 zich aanstellen.

Speelde toneelToneelgespeeld
TonenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toonde, heeft getoond; toner/toonder)
1 een bepaalde indruk geven.
([[overgankelijk]] werkwoord; toonde, heeft getoond)
1 laten zien
2 duidelijk maken
3 blijken te bezitten.
(wederkerend werkwoord; toonde zich, heeft zich getoond)
1 zich doen kennen als.

In Spaans overeenkomend met: Argumentar, ArgŁir
Acusar
Manifestar
EnseŮar, Indicar, Mostrar, SeŮalar
  sBewijzen
Laten blijken
Laten zien
Manifesteren
Tentoonspreiden
Uiten
Uitwijzen
Vertonen
Wijzen
ToondeGetoond
TongenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tongde, heeft getongd)
1 tongzoenen.

TongdeGetongd
TongzoenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[tongzoende]], heeft getongzoend)
1 zoenen zodat de tongen om elkaar draaien.

TongzoendeGetongzoend
TonnenTondeGetond
TonsurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[tonsureerde]], heeft getonsureerd)
1 de tonsuur toedienen.

TonsureerdeGetonsureerd
TooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tooide, heeft getooid)
1 sieren.

In Spaans overeenkomend met: Adornar, Engalanar, Ornamentar
  sDecoreren
Opsieren
Sieren
Uitdossen
Versieren
TooideGetooid
ToonzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; toonzette, heeft getoonzet; [[toonzetter]], toonzetting)
1 componeren.

ToonzetteGetoonzet
ToornenIn Spaans overeenkomend met: Estar colťrico, Rabiar
  sBoos zijn
Boos zijn op
Kwaad zijn
Kwaad zijn op
ToorndeGetoornd
ToostenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toostte, heeft getoost; tooster)
1 een of meer toosten uitbrengen.

ToostteGetoost
ToppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; topte, heeft getopt)
1 van de top ontdoen.

TopteGetopt
TorderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tordeerde, heeft getordeerd; tordering)
1 [[spiraalvormig]] ineendraaien
2 door torsie bewerken of vormen.

TordeerdeGetordeerd
TorenenTorendeGetorend
TormenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tormenteerde, heeft getormenteerd; tormentatie)
1 (formeel) kwellen.

TormenteerdeGetormenteerd
TornenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tornde, heeft getornd)
1 ondermijnen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; tornde, is getornd)
1 (van naaisel) losgaan aan de naden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tornde, heeft getornd)
1 (naaisel) losmaken.

In Spaans overeenkomend met: Descoser
  sLostornen
TorndeGetornd
TornooienTornooideGetornooid
TorpederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; torpedeerde, heeft getorpedeerd; torpedering)
1 met een [[torpedo]] treffen en tot zinken brengen
2 laten mislukken.

TorpedeerdeGetorpedeerd
TorsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; torste, heeft getorst)
1 sjouwen, met grote moeite dragen
2 moeten verdragen
3 torderen.

TorsteGetorst
TortelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tortelde, heeft getorteld)
1 als [[tortelduifjes]] verliefd doen.

TorteldeGetorteld
TossenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toste, heeft getost)
1 (spel; sport) de toss doen.

TosteGetost
TotaliserenTotaliseerdeGetotaliseerd
ToucherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toucheerde, heeft getoucheerd)
1 (geneeskunde) inwendig onderzoeken met de vingers
2 in ontvangst nemen
3 (sport) aanraken, treffen.

In Spaans overeenkomend met: Obtener, Recibir
Estar en contacto, Tocar
  sAankomen
Aanraken
Beroeren
Genieten
Krijgen
Ontvangen
Raken
ToucheerdeGetoucheerd
TouperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toupeerde, heeft getoupeerd)
1 kleine [[plukjes]] haar naar de wortel kammen om het haar te laten uitstaan.

ToupeerdeGetoupeerd
TouwelenTouweldeGetouweld
TouwenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van touw.
([[overgankelijk]] werkwoord; touwde, heeft getouwd)
1 (leer) kloppen om te bewerken.

TouwdeGetouwd
TouwklimmenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 in een touw klimmen als gymnastische oefening.

TouwtjespringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 springen over een koord dat over het hoofd en onder de voeten door gezwaaid wordt.

TouwtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; touwtrekker)
1 om het [[hardst]] trekken aan de [[uiteinden]] van een lang touw.

ToverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; toverde, heeft getoverd; tovenaar/toveraar)
1 door geheime kracht een bovennatuurlijke invloed uitoefenen en iets [[buitengewoons]] tot stand brengen.
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 wonderlijke, prachtige effecten weten te bereiken.
([[overgankelijk]] werkwoord; toverde, heeft getoverd)
1 door toveren in de genoemde positie of toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Embrujar, Hechizar
  sHeksen
ToverdeGetoverd
TraanogenTraanoogdeGetraanoogd
TracerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; traceerde, heeft getraceerd; tracering)
1 het beloop van een aan te leggen kanaal of weg aftekenen, uitzetten
2 opzoeken, naspeuren.

TraceerdeGetraceerd
TrachtenIn Spaans overeenkomend met: Intentar
Procurar, Tratar de
Tratar
  sMoeite doen
Pogen
Proberen
Streven
Zich beijveren
Zoeken
TrachtteGetracht
TrainenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trainde, heeft getraind; trainer, training)
1 stelselmatig oefenen in een tak van sport.
([[overgankelijk]] werkwoord; trainde, heeft getraind)
1 oefenen in een bepaalde vaardigheid.

In Spaans overeenkomend met: Entrenar
  sCoachen
TraindeGetraind
TrainerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; traineerde, heeft getraineerd)
1 op de lange baan schuiven.

TraineerdeGetraineerd
TrakterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; trakteerde, heeft getrakteerd)
1 (iemand) lekkernijen aanbieden
2 (iemand) vrijhouden, iets aanbieden.

In Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien
  sOnthalen
Vergasten
Vrijhouden
TrakteerdeGetrakteerd
TraliŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; traliede, heeft getralied)
1 van tralies voorzien.

TraliedeGetralied
TrammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tramde, heeft/is getramd)
1 met de tram reizen.

TramdeGetramd
TrampolinespringenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; trampolinespringer)
1 acrobatische en gymnastische sprongen op een trampoline uitvoeren.

TrancherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; trancheerde, heeft getrancheerd; tranchering)
1 (iets) in plakken of stukken snijden.

In Spaans overeenkomend met: Trinchar
  sVoorsnijden
TrancheerdeGetrancheerd
TranenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; traande, heeft getraand)
1 voortdurend traanvocht afscheiden.

TraandeGetraand
TranscenderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transcendeerde, heeft getranscendeerd)
1 omvormen tot iets beters.

TranscendeerdeGetranscendeerd
TranscriberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transcribeerde, heeft getranscribeerd)
1 overschrijven, overbrengen in een andere vorm.

TranscribeerdeGetranscribeerd
TransfererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transfereerde, heeft transfereerd)
1 een [[beroepsspeler]] tegen betaling overdragen aan een andere club
2 overmaken in het internationale geldverkeer.

TransfereerdeGetransfereerd
TransfigurerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[transfigureerde]], heeft getransfigureerd; transfiguratie)
1 van gedaante veranderen.

TransfigureerdeGetransfigureerd
TransformerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transformeerde, heeft getransformeerd; transformatie)
1 van gedaante doen veranderen
2 (elektriciteit) in een ander voltage omzetten.

TransformeerdeGetransformeerd
TransigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; transigeerde, heeft getransigeerd)
1 tot een schikking komen.

TransigeerdeGetransigeerd
TranslaterenTranslateerdeGetranslateerd
TranslerenTransleerdeGetransleerd
TransmuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[transmuteerde]], heeft getransmuteerd; transmutatie)
1 een [[transmutatie]] doen ondergaan.

TransmuteerdeGetransmuteerd
TranspirerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; transpireerde, heeft getranspireerd; transpiratie)
1 zweten
2 waterdamp afscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Sudar, Transpirar
  sZweten
TranspireerdeGetranspireerd
TransplanterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[transplanteerde]], heeft getransplanteerd; transplantatie)
1 (een weefsel, een orgaan) overbrengen naar een ander lichaamsdeel of lichaam.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
  sOverplanten
Overpoten
Verplanten
Verpoten
TransplanteerdeGetransplanteerd
TransponerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transponeerde, heeft getransponeerd)
1 (ook absoluut) van de ene toonaard in de andere overbrengen
2 overzetten, omzetten.

In Spaans overeenkomend met: Transportar
TransponeerdeGetransponeerd
TransporterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; transporteerde, heeft getransporteerd)
1 vervoeren, overbrengen
2 (bij notarisakte) overdragen
3 (boekhouden) (bedragen, rekeningen) overdragen naar een volgende bladzijde
4 (een lijn) verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Transferir, Transportar
  sOverbrengen
Vervoeren
Voeren
TransporteerdeGetransporteerd
TraplopenLiep trapTrapgelopen
TrappelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trappelde, heeft getrappeld; trappeling)
1 in vlug tempo de benen beurtelings optrekken en weer uitstrekken.

In Spaans overeenkomend met: Atabalear, Piafar, Tabalear
  sStampen
Stampvoeten
TrappeldeGetrappeld
TrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trapte, heeft getrapt)
1 (informeel) fietsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte, heeft getrapt)
1 (ook absoluut) een voet of beide voeten op of in iets neerzetten
2 (ook absoluut) schoppen, met de voet raken
3 (het genoemde) veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Acocear
  sSchoppen
TrapteGetrapt
TrappenlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 op een trap of op trappen lopen.

Liep trappenTrappengelopen
TrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; traste, heeft getrast)
1 met [[tras]] metselen.

TrasteGetrast
TrasserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; trasseerde, heeft getrasseerd; trassering)
1 (een wissel) trekken.

TrasseerdeGetrasseerd
TraumatiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; traumatiseerde, heeft getraumatiseerd)
1 een trauma veroorzaken, hevig schokken.

In Spaans overeenkomend met: Traumatizar, Traumatizarse
TraumatiseerdeGetraumatiseerd
TravenTraafdeGetraafd
TraverserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; traverseerde, heeft getraverseerd; traversering)
1 (van paarden) dwarssprongen maken
2 (schermen) zijdelings uitvallen
3 zo vliegen dat de lengteas niet samenvalt met de vliegrichting
4 (een [[berghelling]]) schuin afdalen of beklimmen.

TraverseerdeGetraverseerd
TravesterenIn Spaans overeenkomend met: Disfrazar, Parodiar
  sParodiŽren
TravesteerdeGetravesteerd
TredenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; treding)
1 (trad, heeft/is getreden) (archaÔsch) stappen
2 (trad, is getreden) in de genoemde toestand komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trad, heeft getreden)
1 de voet zetten op, met de voet drukken op.

In Spaans overeenkomend met: Caminar, Dar pasos
  sLopen
Schrijden
Stappen
Wandelen
TradGetreden
TreffenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 gevecht op grote schaal
2 (treffens) samenkomst
3 wedstrijd.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trof, heeft getroffen)
1 goed uitkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trof, heeft getroffen; treffer, treffing)
1 raken
2 ontroeren
3 aantreffen
4 opvallen
5 maken.

In Spaans overeenkomend met: Afectar
Afrontarse, Chocar contra, Encontrarse con, Topar
Sorprender
Acertar, Atinar ((schieten),(disparar)), Dar con, Dar en
Encontrar, Hallar
  sAantreffen
Bevinden
Halen
Het hoofd bieden
Inslaan
Ontmoeten
Raken
Schadelijke gevolgen hebben voor
Schaden
Tegemoet treden
Tegenkomen
Teisteren
Vinden
TrofGetroffen
TreilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; treilde, heeft getreild)
1 met de treil vissen.
([[overgankelijk]] werkwoord; treilde, heeft getreild)
1 (een schip) slepen.

TreildeGetreild
TreinenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; treinde, heeft/is getreind)
1 met de trein reizen.

TreindeGetreind
TreinsurfenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 staan op een trein of hangen aan de zijkanten ervan en daarbij proberen natuurlijke obstakels op het baanvak te vermijden.

TreinsurfteGetreinsurft
TreitenTreitteGetreit
TreiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; treiterde, heeft getreiterd; [[treiteraar]], treitering)
1 (iemand) op gemene wijze voortdurend plagen.

In Spaans overeenkomend met: Cabrear
Chinchar
TreiterdeGetreiterd
TrekkebekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trekkebekte, heeft getrekkebekt)
1 (van duiven) minnekozen
2 een lelijk of raar gezicht zetten.

TrekkebekteGetrekkebekt
TrekkebenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trekkebeende, heeft getrekkebeend)
1 met een been trekken tijdens het lopen.

TrekkebeendeGetrekkebeend
TrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; trok, heeft/is getrokken)
1 de voorkeur geven aan.
(werkwoord; trok, heeft getrokken)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) lijken op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; trekker, trekking)
1 (trok, heeft getrokken) kracht uitoefenen naar zich toe
2 (trok, heeft/is getrokken) naar of door de genoemde of bedoelde plaats gaan
3 (trok, heeft getrokken) een luchtstroom doorlaten
4 (trok, heeft/is getrokken) in een bepaalde richting getrokken of vervormd worden
5 (trok, heeft getrokken) (van water met kruiden e.d.) [[sterker]] worden door staan of warmtetoevoer.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok, heeft getrokken)
1 (ook absoluut) (een tand of kies) verwijderen
2 (ook absoluut) (iets) regelmatig ontvangen
3 (ook absoluut) gewichtheffen waarbij de halter in een keer met gestrekte armen van de grond boven het hoofd gebracht wordt
4 in de genoemde positie brengen
5 achter zich aan voortbewegen
6 (een aftreksel) klaarmaken
7 doen ontstaan
8 uit de genoemde of bedoelde plaats vandaan halen
9 door spierbewegingen doen ontstaan
10 (iets, iem.) aantrekken, lokken
11 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) fotograferen.

In Spaans overeenkomend met: Extraer
Cautivar, Seducir
Atraer
Dibujar
Desenvainar
Arrancar
Halar, Remolcar
Cojear
Correr mundo, Mudarse de paŪs
Rayar, Trazar
Jalar, Tirar
Arrastrar, Atoar
  sAanhalen
Aanlokken
Aantrekken
Afschrappen
Aftekenen
Bekoren
Een streep trekken
Hinken
Kreupel lopen
Mank lopen
Meesleuren
Ontlokken
Rondreizen
Rondtrekken
Schetsen
Slecht functioneren
Slepen
Tappen
Te voorschijn trekken
Tekenen
Toelachen
Uit de schede trekken
Uithalen
Uittekenen
Verlekkeren
Voorttrekken
Zwerven
TrokGetrokken
TremmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tremmer) zie trammen.
([[overgankelijk]] werkwoord; tremde, heeft getremd)
1 (informeel) slaan.

TremdeGetremd
TremulerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[tremuleerde]], heeft getremuleerd)
1 tremolo doen horen.

TremuleerdeGetremuleerd
TrenzenTrensdeGetrensd
TrepanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[trepaneerde]], heeft getrepaneerd; trepanatie)
1 (geneeskunde) het schedeldak doorboren.

TrepaneerdeGetrepaneerd
TreurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; treurde, heeft getreurd)
1 verdrietig zijn
2 zich overgeven aan droefheid.

In Spaans overeenkomend met: Afligirse
TreurdeGetreurd
TreuzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; treuzelde, heeft getreuzeld; [[treuzelaar]], treuzeling)
1 langzaam werken of voortgaan.

In Spaans overeenkomend met: Tardar
TreuzeldeGetreuzeld
TrijsenTrijsteGetrijst
TrijzelenTrijzeldeGetrijzeld
TriktrakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[triktrakte]], heeft getriktrakt)
1 [[triktrak]] spelen.

TriktrakteGetriktrakt
TrillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trilde, heeft getrild; trilling)
1 met een korte, snelle beweging heen en weer gaan
2 (muziek) met vibrato ten [[gehore]] brengen.

In Spaans overeenkomend met: Palpitar
Titilar
Temblar
Vibrar
  sBeven
Bibberen
Flonkeren
Huiveren
Kloppen
Rillen
Vibreren
TrildeGetrild
TrimmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trimde, heeft/is getrimd; trimmer)
1 zich lichamelijk oefenen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trimde, heeft getrimd)
1 het haar (van een hond of paard) bijknippen
2 (zeilen, trillingsketens in radio) stellen, regelen.

In Spaans overeenkomend met: Recortar
  sKnippen
TrimdeGetrimd
TriomferenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; triomfeerde, heeft getriomfeerd)
1 de overwinning behalen of behaald hebben.

TriomfeerdeGetriomfeerd
TriplerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[tripleerde]], heeft getripleerd)
1 (biljarten) een carambole maken nadat de bal tweemaal de band heeft geraakt
2 een inhalend [[motorvoertuig]] zelf inhalen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[tripleerde]], heeft getripleerd)
1 verdrievoudigen.

TripleerdeGetripleerd
TriplicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tripliceerde, heeft getripliceerd)
1 verdrievoudigen.

TripliceerdeGetripliceerd
TrippelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trippelde, heeft/is getrippeld; trippelaar)
1 met lichte en vlugge pasjes lopen.

TrippeldeGetrippeld
TrippenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; tripte, heeft getript)
1 dol zijn op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; tripte, heeft getript)
1 met huppelende kleine pasjes of [[sprongetjes]] lopen
2 hallucineren door het gebruik van drugs.

TripteGetript
TriptrappenTriptrapteGetriptrapt
TrissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[triste]], heeft getrist)
1 (in [[BelgiŽ]]) voor de tweede maal (een studiejaar) overdoen.

TristeGetrist
TritsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tritste, heeft getritst)
1 een dobbelspel spelen, waarbij het aankomt op het werpen van drie gelijke ogentallen.

TritsteGetritst
TriturerenTritureerdeGetritureerd
TrivialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trivialiseerde, heeft getrivialiseerd; trivialisering)
1 tot iets gewoons maken.

TrivialiseerdeGetrivialiseerd
TriŽrenTrieerdeGetrieerd
TroeblerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; troebleerde, heeft getroebleerd)
1 verontrusten, verwarren.

TroebleerdeGetroebleerd
TroetelenIn Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar
  sKoesteren
Vertroetelen
Verwennen
TroeteldeGetroeteld
TroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; troefde, heeft getroefd)
1 een troefkaart spelen.

TroefdeGetroefd
TroggelenTroggeldeGetroggeld
TrommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trommelde, heeft getrommeld; trommelaar)
1 op de trommel slaan
2 door herhaaldelijk te tikken een geluid als van een trommel maken.
([[overgankelijk]] werkwoord; trommelde, heeft getrommeld)
1 (informeel) oproepen, laten komen
2 op een trommel ten [[gehore]] brengen.

In Spaans overeenkomend met: Tamborilear ((),(Hacer son con los dedos imitando el ruido del tambor))
TaŮer, Tocar el tambor
  sBespelen
TrommeldeGetrommeld
TrommenTromdeGetromd
TrompenTrompteGetrompt
TrompettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[trompette]], heeft getrompet; trompetter)
1 trompetteren
2 op een trompet blazen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[trompette]], heeft getrompet)
1 op een trompet ten [[gehore]] brengen.

TrompetteGetrompet
TrompetterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trompetterde, heeft getrompetterd)
1 het voor olifanten kenmerkende geluid laten horen.

In Spaans overeenkomend met: Barritar
TrompetterdeGetrompetterd
TronenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; troonde, heeft getroond)
1 (schertsend) breeduit zitten.
([[overgankelijk]] werkwoord; troonde, heeft getroond)
1 (iemand) door voortdurende vleiende aandrang ertoe brengen zich ergens heen te begeven of iets te doen of te laten.

TroondeGetroond
TroostenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; troostte, heeft getroost)
1 zich [[tevredenstellen]] met.
([[overgankelijk]] werkwoord; troostte, heeft getroost; trooster, troosting)
1 geestelijke steun geven bij verdriet of pijn.

In Spaans overeenkomend met: Consolar
  sVertroosten
TroostteGetroost
TrossenTrosteGetrost
TrotserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trotseerde, heeft getrotseerd; trotsering)
1 zich moedig opstellen tegenover.

In Spaans overeenkomend met: Desafiar
Arrostrar
  sTarten
Uitdagend optreden tegen
TrotseerdeGetrotseerd
TrouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trouwde, is getrouwd; trouwer)
1 officieel gaan samenwonen, waarbij men zich verplicht om te zorgen voor de partner en eventuele kinderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; trouwde, heeft getrouwd)
1 (iemand) ten huwelijk nemen
2 (een paar) in de echt verbinden.

In Spaans overeenkomend met: Casar, Desposar
Casarse, Desposarse
  sHuwen
In de echt verbinden
TrouwdeGetrouwd
TrufferenIn Spaans overeenkomend met: Trufar
  sVullen
TruffeerdeGetruffeerd
TrukerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[trukeerde]], heeft getrukeerd)
1 (iets) door trucs tot stand brengen.

TrukeerdeGetrukeerd
TruttenTrutteGetrut
TsjilpenTsjilpteGetsjilpt
TsjirpenIn Spaans overeenkomend met: Chirriar
  sSjirpen
TsjirpteGetsjirpt
TuchtigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tuchtigde, heeft getuchtigd; tuchtiging)
1 lichamelijk straffen.

TuchtigdeGetuchtigd
TuffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (tufte, heeft/is getuft) (van [[motoren]], voertuigen enz.) zich rustig voortbewegen
2 (tufte, heeft getuft) spugen.

TufteGetuft
TuienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tuide, heeft getuid)
1 vastmaken (aan een anker)
2 met tuien vastzetten.

TuideGetuid
TuierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tuierde, heeft getuierd)
1 (een grazend dier) aan een touw of ketting vastleggen.

TuierdeGetuierd
TuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; tuigde, heeft getuigd)
1 (scheepvaart) van tuig voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Uncir
Aparejar
  sBespannen
Inspannen
Optakelen
Optuigen
Spannen
Voorspannen
TuigdeGetuigd
TuimelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tuimelde, is getuimeld; tuimelaar, tuimeling)
1 buitelen, neervallen
2 draaiende, buitelende bewegingen maken.

TuimeldeGetuimeld
TuinenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; tuinde, heeft getuind)
1 met vlechtwerk omgeven.

TuindeGetuind
TuinierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tuinierde, heeft getuinierd; tuinier)
1 een tuin verzorgen, als beroep of uit liefhebberij.

In Spaans overeenkomend met: Jardinear
TuinierdeGetuinierd
TuisenTuisteGetuist
TuitelenTuiteldeGetuiteld
TuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; tuitte, heeft getuit)
1 tot een tuit maken.

In Spaans overeenkomend met: Canturrear, Ronronear, Zumbar
  sBrommen
Gonzen
Razen
Snorren
Suizelen
Suizen
Zoemen
TuitteGetuit
TukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tukte, heeft getukt)
1 een dutje doen.

TukteGetukt
TunnelenTunneldeGetunneld
TurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tuurde, heeft getuurd)
1 met inspanning, scherp kijken.

In Spaans overeenkomend met: Escrutar
TuurdeGetuurd
TurfstekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 [[veen]] uitsteken om turf te maken.

TurkenTurkteGeturkt
TurnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; turnde, heeft geturnd; turner)
1 gymnastische oefeningen verrichten.

TurndeGeturnd
TurvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; turfde, heeft geturfd)
1 tellen met streepjes in [[groepjes]] van vijf
2 turf steken.

TurfdeGeturfd
TussenkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam tussen, is tussengekomen)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) tussenbeide komen, interveniŽren
2 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) [[meebetalen]], bijdragen.

Kwam tussenTussengekomen
TussenlassenLaste tussenTussengelast
TussenvoegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voegde tussen, heeft tussengevoegd; tussenvoeging)
1 ergens tussen aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Interponer
Interpolar
  sInlassen
Inschakelen
Interpoleren
Voegde tussenTussengevoegd
TutoyerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tutoyeerde, heeft getutoyeerd)
1 (iemand) met je, jij en jou aanspreken.

In Spaans overeenkomend met: Tutear
  sJij en jou zeggen
TutoyeerdeGetutoyeerd
TuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tutte, heeft getut)
1 treuzelen.

TutteGetut
Tv-kijkenKeek tvTv-gekeken
TweernenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; tweernde, heeft getweernd)
1 (garen, zijde) twijnen.

TweerndeGetweernd
TweetenTweetteGetweet
TwijfelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; twijfelde, heeft getwijfeld)
1 betwijfelen, de juistheid van iets onzeker achten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; twijfelde, heeft getwijfeld; twijfelaar, twijfeling)
1 niet weten wat te doen.

In Spaans overeenkomend met: Dudar
  sDubben
In dubio staan
TwijfeldeGetwijfeld
TwijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[twijnde]], heeft getwijnd)
1 (garen, zijde) dubbelen.

In Spaans overeenkomend met: Retorcer, Torcer
  sVerbuigen
Verdraaien
Vertrekken
Verwringen
Wringen
TwijndeGetwijnd
TwinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; twinkelde, heeft getwinkeld; twinkeling)
1 met wisselende glans stralen
2 (van de ogen) telkens blinken.

In Spaans overeenkomend met: Centellear, Rielar
  sFlikkeren
Flonkeren
Lichten
TwinkeldeGetwinkeld
TwistenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; twistte, heeft getwist; twister)
1 ruziŽn
2 de twist dansen
3 disputeren.

In Spaans overeenkomend met: Bregar
Altercar, Contender, Debatir, Disputar
  sDisputeren
Redetwisten
Strijden
Strijden voor
Vechten
TwistteGetwist
TwitterenTwitterdeGetwitterd
TypecastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; typecastte, heeft getypecastt)
1 (een acteur) uitkiezen omdat hij als persoon al erg op zijn personage lijkt.

TypecastteGetypecast
TypenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; typte, heeft getypt)
1 (een tekst) met een schrijfmachine schrijven.

In Spaans overeenkomend met: Escribir a mŠquina, Mecanografiar, Teclear
  sMachineschrijven
Tikken
TypteGetypt
TyperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; typeerde, heeft getypeerd; typering)
1 kenmerken
2 d.m.v. de meest kenmerkende eigenschappen voorstellen.

In Spaans overeenkomend met: Caracterizar
  sKarakteriseren
Kenmerken
Tekenen
TypeerdeGetypeerd
TŲltenTŲltteGetŲlt

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven