Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos españoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
Última Actualización: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
VaardigenVaardigdeGevaardigd
VaatwassenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 afwassen.

VaccinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vaccineerde, heeft gevaccineerd; vaccinatie)
1 met een vaccin inenten tegen een bepaalde ziekte.

In Spaans overeenkomend met: Vacunar
  sInenten
VaccineerdeGevaccineerd
VacerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vaceerde, heeft gevaceerd)
1 (van een betrekking enz.) onbezet zijn.

In Spaans overeenkomend met: Estar libre, Estar vacante
  sOpenstaan
Vacant zijn
VaceerdeGevaceerd
VademenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vademde, heeft gevademd; vademing)
1 een bepaald aantal vademen bedragen
2 (van een paard) de benen ver en mooi strekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; vademde, heeft gevademd)
1 met de vadem meten.

In Spaans overeenkomend met: Sondar, Sondear
  sLoden
Peilen
Polsen
Sonderen
Vissen naar
VademdeGevademd
VaderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vaderde, heeft gevaderd)
1 voor vader spelen.

VaderdeGevaderd
VagebonderenVagebondeerdeGevagebondeerd
VagenVaagdeGevaagd
VakkenvullenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 de schappen van een supermarkt vullen met nieuwe koopwaar.

ValgenValgdeGevalgd
ValiderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; valideerde, heeft gevalideerd)
1 (formeel) geldig, van kracht zijn
2 (formeel) in rekening gebracht worden
3 (formeel; scheikunde) dezelfde [[valentie]] hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord; valideerde, heeft gevalideerd)
1 geldend maken, geldig verklaren
2 in rekening brengen
3 de [[geldigheid]], validiteit beoordelen van (een toets, procedure enz.).

ValideerdeGevalideerd
VallenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; viel, is gevallen)
1 op een bepaalde manier zijn.
(werkwoord; viel, is gevallen)
1 mogen, zich aangetrokken voelen tot.
(werkwoord; viel, is gevallen)
1 bezwijken voor.
(werkwoord; viel, is gevallen)
1 zich ergeren aan.
(werkwoord; viel, is gevallen)
1 behoren tot een bepaalde groep.
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel, is gevallen)
1 met een zekere snelheid door de lucht [[omlaaggaan]] ten [[gevolge]] van de werking van de zwaartekracht
2 plotseling en onvrijwillig op de grond enz. terechtkomen
3 in de genoemde of bedoelde positie of toestand terechtkomen
4 op de genoemde tijd plaatshebben
5 los neerhangen
6 ontstaan, tot stand komen
7 (formeel) sneuvelen
8 uitvallen, op de genoemde manier gewaardeerd worden
9 verloren gaan
10 zakken, omlaaggaan
11 (van zeilschepen) van de richting waaruit de wind komt wegdraaien.

In Spaans overeenkomend met: Caer, Soltarse
Caerse
  sAfvallen
Losraken
Neervallen
Verschieten
VielGevallen
ValoriserenIn Spaans overeenkomend met: Valorizar
ValoriseerdeGevaloriseerd
Valschermspringen
ValsspelenSpeelde valsValsgespeeld
ValuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; valuteerde, heeft gevaluteerd)
1 als rentedragend bijboeken.

ValuteerdeGevaluteerd
VaneenrijtenReet vaneenVaneengereten
VaneenrukkenRukte vaneenVaneengerukt
VaneenscheidenScheidde vaneenVaneengescheiden
VaneenscheurenIn Spaans overeenkomend met: Desgarrar, Dilacerar
  sDoorscheuren
Verscheuren
Scheurde vaneenVaneengescheurd
VaneenspringenSprong vaneenVaneengesprongen
VaneentrekkenTrok vaneenVaneengetrokken
VaneenvallenViel vaneenVaneengevallen
VangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ving, heeft gevangen; vanger, vangst)
1 (een levend wezen) bemachtigen, te pakken krijgen
2 opvangen, in loop, vlucht of vaart onderscheppen
3 (begrippen) onder één noemer brengen
4 (scheepvaart) beleggen, vastmaken
5 (informeel) verdienen.

In Spaans overeenkomend met: Atrapar, Capturar
  sBeetkrijgen
Beetnemen
Pakken
Te pakken krijgen
Vastpakken
Vatten
VingGevangen
VaporiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vaporiseerde, heeft gevaporiseerd)
1 (een vloeistof) verstuiven.

VaporiseerdeGevaporiseerd
VarenIn de betekenis van:
(Onwennig voorkomen, niet meevallen)

In Spaans overeenkomend met:
  sGaan
Karren
Rijden
VaardeGevaren
VarenALLE betekenissen van dit woord:
(de; varens)
1 overblijvende [[sporenplant]] van de klasse Pterophyta.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vaarder)
1 (voer, heeft gevaren) (van een vaartuig) door het water bewegen
2 (voer, heeft gevaren) als zeeman werken
3 (voer, is gevaren) (archaïsch) gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; voer, heeft gevaren)
1 (ook absoluut) zich voortbewegen met een vaartuig
2 per schip of boot vervoeren.

In Spaans overeenkomend met: Navegar
Ir, Ir en vehículo
  sGaan
Karren
Rijden
VoerGevaren
VariabiliserenVariabiliseerdeGevariabiliseerd
VariërenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; varieerde, heeft gevarieerd; variatie)
1 uiteenlopen, onderling verschillen
2 telkens wisselen
3 (muziek) variaties maken op een thema.
([[overgankelijk]] werkwoord; varieerde, heeft gevarieerd)
1 een klein beetje veranderen
2 (muziek) (een thema) bewerken.

In Spaans overeenkomend met: Cambiar, Variar
  sAfwisselen
Werken
VarieerdeGevarieerd
VastbakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bakte vast, is vastgebakken)
1 aanbakken.

Bakte vastVastgebakken
VastbijtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; beet vast, heeft vastgebeten)
1 (iets) vastberaden doorzetten.
(wederkerend werkwoord)
1 zich door bijten vasthechten.

Beet vastVastgebeten
VastbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bond vast, heeft vastgebonden)
1 door binden vastmaken.

In Spaans overeenkomend met: Amarrar, Apear
Sujetar
Atar, Ligar
  sAansluiten
Bevestigen
Binden
Fixeren
Vastmaken
Vastzetten
Verbinden
Verstevigen
Bond vastVastgebonden
VastdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide vast, heeft vastgedraaid)
1 draaiend vastmaken.

Draaide vastVastgedraaid
VastdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte vast, heeft vastgedrukt)
1 door drukken vastmaken.

Drukte vastVastgedrukt
VastenALLE betekenissen van dit woord:
(de m )
1 veertigdagentijd, periode van veertig dagen tussen [[Aswoensdag]] en Pasen waarin gevast wordt.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vastte, heeft gevast; vaster)
1 zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten of drinken.

In Spaans overeenkomend met: Ayunar
VastteGevast
VastgespenGespte vastVastgegespt
VastgrijpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; greep vast, heeft vastgegrepen)
1 vastpakken.

In Spaans overeenkomend met: Agarrar, Asir, Coger
  sAangrijpen
Grijpen
Vasthouden
Vastpakken
Greep vastVastgegrepen
VastgroeienGroeide vastVastgegroeid
VasthebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; had vast, heeft vastgehad)
1 stevig in de handen houden.

Had vastVastgehad
VasthechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hechtte vast, heeft vastgehecht)
1 door [[aanhechten]] vastmaken.

Hechtte vastVastgehecht
VasthoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; hield vast, heeft vastgehouden)
1 bij het genoemde blijven.
([[overgankelijk]] werkwoord; hield vast, heeft vastgehouden)
1 in de hand of handen houden
2 voorkomen dat iets verdwijnt, minder wordt.

In Spaans overeenkomend met: Agarrar
Tener
  sAangrijpen
Bijhouden
Houden
Vastgrijpen
Vastpakken
Hield vastVastgehouden
VastketenenKetende vastVastgeketend
VastkittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kitte vast, heeft vastgekit)
1 met lijm vastmaken.

Kitte vastVastgekit
VastklampenIn Spaans overeenkomend met: Aferrarse
Klampte vastVastgeklampt
VastklemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klemde vast, heeft vastgeklemd)
1 door klemmen vastzetten.
(wederkerend werkwoord; klemde zich vast, heeft zich vastgeklemd)
1 zich krampachtig vasthouden, zich vastklampen om steun enz. te vinden.

In Spaans overeenkomend met: Atenazar
  sMet tangen vastklemmen
Klemde vastVastgeklemd
VastklevenIn Spaans overeenkomend met: Adherir
Kleefde vastVastgekleefd
VastklikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klikte vast, heeft vastgeklikt)
1 klikkend vastmaken
2 ([[koerswinst]]) op een bep. koersniveau veiligstellen, met [[name]] door middel van putopties.

Klikte vastVastgeklikt
VastklinkenKlonk vastVastgeklonken
VastknopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; knoopte vast, heeft vastgeknoopt)
1 knopen.

In Spaans overeenkomend met: Anudar
  sStrikken
Knoopte vastVastgeknoopt
VastkoekenKoekte vastVastgekoekt
VastkoppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; koppelde vast, heeft vastgekoppeld; vastkoppeling)
1 d.m.v. een koppeling verbinden.

Koppelde vastVastgekoppeld
VastleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde vast, heeft vastgelegd; vastlegging)
1 (aan een touw, ketting enz.) vastmaken
2 (vermogen, kapitaal) zodanig beleggen dat het niet onmiddellijk beschikbaar is
3 iets op papier zetten of opslaan op een andersoortige drager
4 door omschrijving bepalen.

In Spaans overeenkomend met: Inscribir, Registrar
  sAantekenen
Boeken
Opschrijven
Registreren
Legde vastVastgelegd
VastliggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lag vast, heeft vastgelegen)
1 aan een touw enz. liggen
2 geregistreerd zijn, bepaald zijn.

Lag vastVastgelegen
VastlijmenLijmde vastVastgelijmd
VastlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep vast, is vastgelopen)
1 in zijn beweging gestuit worden
2 zover komen dat er geen uitweg meer is.

In Spaans overeenkomend met: Pararse
Varar
Agarrotarse, Dañarse
  sAan de grond lopen
Stranden
Liep vastVastgelopen
VastmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte vast, heeft vastgemaakt; vastmaking)
1 maken dat iets vastzit
2 (in [[België]], niet algemeen) op slot doen, sluiten.

In Spaans overeenkomend met: Amarrar
Afianzar, Asegurar, Corroborar, Fijar, Sujetar
Atar, Ligar
Abrocharse, Echar ((knopen),(botones))
  sAansluiten
Bevestigen
Binden
Fixeren
Vastbinden
Vastzetten
Verbinden
Verstevigen
Maakte vastVastgemaakt
VastmerenMeerde vastVastgemeerd
VastnaaienIn Spaans overeenkomend met: Pegar
  sAanzetten
Naaide vastVastgenaaid
VastnagelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nagelde vast, heeft vastgenageld)
1 spijkeren.

Nagelde vastVastgenageld
VastnemenNam vastVastgenomen
VastnietenNiette vastVastgeniet
VastpakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte vast, heeft vastgepakt)
1 grijpen en vasthouden.

In Spaans overeenkomend met: Agarrar
Empuñar
Atrapar, Capturar
  sAangrijpen
Beetkrijgen
Beetnemen
Grijpen
Pakken
Te pakken krijgen
Vangen
Vastgrijpen
Vasthouden
Vatten
Pakte vastVastgepakt
VastpennenPende vastVastgepend
VastpinnenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; pinde vast, heeft vastgepind)
1 (iemand) dwingend houden aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; pinde vast, heeft vastgepind)
1 met pinnen vastmaken.

Pinde vastVastgepind
VastplakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plakte vast, is vastgeplakt)
1 vast blijven kleven.
([[overgankelijk]] werkwoord; plakte vast, heeft vastgeplakt)
1 met [[kleefstof]] vastmaken.

In Spaans overeenkomend met: Fijar, Pegar
Plakte vastVastgeplakt
VastpratenPraatte vastVastgepraat
VastprikkenPrikte vastVastgeprikt
VastrakenRaakte vastVastgeraakt
VastredenerenRedeneerde vastVastgeredeneerd
VastrijdenReed vastVastgereden
VastroestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roestte vast, is vastgeroest)
1 door roesten vast gaan zitten.

Roestte vastVastgeroest
VastschroevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schroefde vast, heeft vastgeschroefd)
1 met schroeven vastmaken.

Schroefde vastVastgeschroefd
VastsjorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sjorde vast, heeft vastgesjord)
1 vastbinden door de touwen aan te trekken.

Sjorde vastVastgesjord
VastslaanSloeg vastVastgeslagen
VastsnoerenSnoerde vastVastgesnoerd
VastspeldenSpeldde vastVastgespeld
VastspijkerenIn Spaans overeenkomend met: Enclavar
Spijkerde vastVastgespijkerd
VaststaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond vast, heeft vastgestaan)
1 zeker, onbetwist zijn
2 (van een besluit, plan, voornemen) onveranderlijk zijn.

Stond vastVastgestaan
VaststellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde vast, heeft vastgesteld; vaststelling)
1 zich zekerheid verschaffen over
2 bepalen
3 als feit noemen of aanwijzen.

In Spaans overeenkomend met: Establecer
Fijar
Comprobar, Concretar, Concretizar, Constatar
  sBepalen
Bevinden
Concretiseren
Constateren
Stelde vastVastgesteld
VastvriezenVroor vastVastgevroren
VastwerkenWerkte vastVastgewerkt
VastzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette vast, heeft vastgezet; vastzetting)
1 onbeweeglijk maken, stevig vastmaken
2 (geld, kapitaal) zodanig beleggen of onderbrengen dat het niet onmiddellijk weer beschikbaar of vorderbaar is
3 zichzelf of de tegenpartij zodanig in het nauw brengen dat er verder geen stukken bewogen kunnen worden.
(wederkerend werkwoord; zette zich vast, heeft zich vastgezet)
1 vastraken.

In Spaans overeenkomend met: Encerrar
Apear
Bloquear
Asegurar, Sujetar
  sBevestigen
Fixeren
Opsluiten
Vastbinden
Vastmaken
Verstevigen
Zette vastVastgezet
VastzittenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zat vast, heeft vastgezeten)
1 [[noodzakelijkerwijs]] voortkomen uit
2 (van personen) gebonden zijn aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zat vast, heeft vastgezeten)
1 zo geplaatst zijn dat geen beweging mogelijk is
2 gevangenzitten
3 in moeilijkheden zitten.

Zat vastVastgezeten
VastzuigenZoog vastVastgezogen
VatenVaatteGevaat
VattenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vatte, heeft gevat)
1 omsluiten met, zetten in.
([[overgankelijk]] werkwoord; vatte, heeft gevat; vatter, vatting)
1 vastpakken, grijpen
2 begrijpen.

In Spaans overeenkomend met: Agarrar
Atrapar, Capturar
Comprender, Entender
Asir, Coger, Tomar
  sAanpakken
Aanvatten
Beetkrijgen
Beetnemen
Begrijpen
Beseffen
Bevatten
Doorzien
Grijpen
Nemen
Omvatten
Oprapen
Pakken
Snappen
Te pakken krijgen
Vangen
Vastpakken
Verstaan
VatteGevat
VechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vocht, heeft gevochten; vechter)
1 met lichamelijk geweld of met wapens tegen iemand tekeergaan
2 zich weren, zich inzetten
3 wedijveren.

In Spaans overeenkomend met: Batallar, Batirse, Bregar, Combatir, Lidiar, Pelear
  sKampen
Strijd voeren
Strijden
Twisten
VochtGevochten
VectoriserenVectoriseerdeGevectoriseerd
VedelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vedelde]], heeft gevedeld)
1 op de [[vedel]] spelen.

VedeldeGevedeld
VeestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[veestte]], heeft geveest)
1 winden laten.

VeestteGeveest
VegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; veegde, heeft geveegd; veger)
1 langs iets strijken of glijden
2 (drukwezen) niet scherp of dubbel drukken.
([[overgankelijk]] werkwoord; veegde, heeft geveegd)
1 (ook absoluut) door strijken met een bezem, stoffer enz. reinigen van vuil of stof
2 (vuil, stof) door strijken met hand, borstel, doek enz. van of naar de genoemde positie verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Barrer
Purificar
Enjuagar, Enjugar, Fregar, Secar
  sAanvegen
Afdrogen
Afvegen
Afwissen
Bezemen
Louteren
Opvegen
Reinigen
Schoonmaken
Schoonvegen
Wissen
Zuiveren
VeegdeGeveegd
VegeterenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vegeteerde, heeft gevegeteerd)
1 ten koste van anderen leven.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vegeteerde, heeft gevegeteerd)
1 leven als een plant, een bestaan leiden zonder enige afwisseling.

In Spaans overeenkomend met: Vegetar
  sGroeien
VegeteerdeGevegeteerd
VeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veilde, heeft geveild; veiling)
1 in het openbaar te koop bieden, resp. verkopen.

VeildeGeveild
VeiligstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde veilig, heeft veiliggesteld)
1 garanderen, verzekeren, waarborgen.

Stelde veiligVeiliggesteld
VeinzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; veinsde, heeft geveinsd; veinzer)
1 zich anders voordoen dan men is, andere gevoelens of meningen uiten.
([[overgankelijk]] werkwoord; veinsde, heeft geveinsd)
1 voorwenden, valselijk doen blijken.

In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Figurar, Fingir, Simular
  sDoen alsof
Fingeren
Simuleren
Voorgeven
Voorwenden
VeinsdeGeveinsd
VeldrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; veldrijder)
1 wielrennen op een terrein met natuurlijke hindernissen.

VelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 verdragen.

In Spaans overeenkomend met: Padecer, Sufrir
Tolerar
  sAanzien
Doorstaan
Dulden
Lijden
Lijden aan
Ondergaan
Pikken
Toelaten
Tolereren
Uitstaan
Verdragen
VeeldeGeveeld
VellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; velde, heeft geveld)
1 door hakken doen vallen
2 (archaïsch) doden.

In Spaans overeenkomend met: Talar
  sOmhakken
VeldeGeveld
VelouterenVelouteerdeGevelouteerd
VendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vendelde, heeft gevendeld; vendelaar)
1 vendelzwaaien.

VendeldeGevendeld
VendelzwaaienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 een vaandel met sierlijke bewegingen heen en weer zwaaien.

VentenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; ventte, heeft gevent)
1 (koopwaar) bij uitroep of langs de huizen te koop aanbieden.

In Spaans overeenkomend met: Vender como buhonero
  sColporteren
Leuren
VentteGevent
VentilerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ventileerde, heeft geventileerd)
1 (ook absoluut) de lucht verversen in
2 uiten, uitdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Aventar, Ventilar
  sLuchten
Spuien
Uitluchten
Wannen
VentileerdeGeventileerd
VentrikelfibrillerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 kamerfibrilleren.

VeraangenamenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veraangenaamde, heeft veraangenaamd; veraangenaming)
1 [[aangenamer]] maken.

VeraangenaamdeVeraangenaamd
VeraanschouwelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veraanschouwelijkte, heeft veraanschouwelijkt; veraanschouwelijking)
1 aanschouwelijk voorstellen.

In Spaans overeenkomend met: Ilustrar
  sIllustreren
Verluchten
VeraanschouwelijkteVeraanschouwelijkt
VerabsoluterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verabsoluteerde, heeft verabsoluteerd; verabsolutering)
1 absoluut maken.

VerabsoluteerdeVerabsoluteerd
VeraccijnzenIn Spaans overeenkomend met: Imponer
  sAanslaan
Belasten
Belasting heffen op
VeraccijnsdeVeraccijnsd
VerachtelozenVerachteloosdeVerachteloosd
VerachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verachtte, heeft veracht; verachter, verachting)
1 in hoge mate minachten.

In Spaans overeenkomend met: Desdeñar, Despreciar
VerachtteVeracht
VerachterenVerachterdeVerachterd
VerachtvoudigenVerachtvoudigdeVerachtvoudigd
VerademenVerademdeVerademd
VerafgodenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verafgoodde, heeft verafgood; verafgoding)
1 met dwepende eerbied of liefde vereren.

In Spaans overeenkomend met: Adorar
  sAanbidden
Adoreren
Vereren
VerafgooddeVerafgood
VerafschuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verafschuwde, heeft verafschuwd; verafschuwing)
1 een afschuw hebben van.

In Spaans overeenkomend met: Abominar, Aborrecer, Detestar
  sEen afkeer hebben van
Een afschuw hebben van
Een weerzin hebben tegen
Verfoeien
VerafschuwdeVerafschuwd
VeralgemenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veralgemeende, heeft veralgemeend; veralgemening)
1 algemeen maken.

In Spaans overeenkomend met: Generalizar
  sGeneraliseren
VeralgemeendeVeralgemeend
VeralgemeniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veralgemeniseerde, heeft veralgemeniseerd; veralgemenisering)
1 veralgemenen.

VeralgemeniseerdeVeralgemeniseerd
VeramerikaansenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[veramerikaanste]], is veramerikaanst; veramerikaansing)
1 [[Amerikaans]] of gelijk aan de [[Amerikanen]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Americanizar
VeramerikaansteVeramerikaanst
VeramerikaniserenVeramerikaniseerdeVeramerikaniseerd
VeranderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; veranderde, is veranderd)
1 wisselen van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; veranderde, is veranderd; verandering)
1 anders worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; veranderde, heeft veranderd)
1 anders maken.

In Spaans overeenkomend met: Convertir
Transformar, Transformarse
Alterarse
Alterar, Inmutar
Diferenciar, Mudar
Cambiar
  sHerscheppen
Kenteren
Verkeren
Vermaken
Verontrusten
Verstoren
Vervormen
Wisselen
Zich opwinden
VeranderdeVeranderd
VerankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verankerde, heeft verankerd; verankering)
1 (scheepvaart) met ankers vastleggen
2 stevig vastmaken, bevestigen.

VerankerdeVerankerd
VerantwoordenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verantwoordde, heeft verantwoord)
1 rechtvaardigen.
(wederkerend werkwoord; verantwoordde zich, heeft zich verantwoord)
1 rekenschap afleggen, zich rechtvaardigen.

In Spaans overeenkomend met: Justificar
VerantwoorddeVerantwoord
VerarmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verarmde, is verarmd; verarming)
1 [[armer]] worden
2 [[achteruitgaan]] in kwaliteit.
([[overgankelijk]] werkwoord; verarmde, heeft verarmd)
1 de waarde of kracht verminderen van.

In Spaans overeenkomend met: Empobrecer
VerarmdeVerarmd
VerassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veraste, heeft verast; verassing)
1 in, tot as doen overgaan
2 cremeren.

In Spaans overeenkomend met: Incinerar
  sCremeren
VerasteVerast
VerbabbelenVerbabbeldeVerbabbeld
VerbakkenVerbakteVerbakken
VerbaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbaliseerde, heeft geverbaliseerd; verbalisering)
1 een [[proces-verbaal]] opmaken
2 onder woorden brengen
3 (taalkunde) tot een werkwoord maken.

In Spaans overeenkomend met: Multar
  sBekeuren
Notuleren
VerbaliseerdeGeverbaliseerd
VerbannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbande, heeft verbannen; verbanning)
1 uitwijzen uit een bepaald [[rechtsgebied]], uit zijn vaderland, in ballingschap zenden.

In Spaans overeenkomend met: Desterrar, Exiliar, Extrañar
Expulsar
  sBannen
Naar buiten jagen
Uitbannen
Uitdrijven
Uitjagen
Uitwijzen
Verjagen
Wegsturen
VerbandeVerbannen
VerbasterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verbasterde, is verbasterd; verbastering)
1 (van woorden) geheel vervormd worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verbasterde, heeft verbasterd)
1 (woorden) vervormen.

In Spaans overeenkomend met: Degenerar
  sDegenereren
Ontaarden
Verworden
Zinken
VerbasterdeVerbasterd
VerbazenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verbaasde, heeft verbaasd)
1 zich verwonderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verbaasde, heeft verbaasd; verbazing)
1 in grote verwondering brengen.

In Spaans overeenkomend met: Admirar, Asombrar, Extrañar
Embobar, Sorprender
  sBevreemden
Verbaasd doen staan
Verwonderen
VerbaasdeVerbaasd
VerbeddenVerbeddeVerbed
VerbeeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbeeldde, heeft verbeeld; verbeelding)
1 het beeld vormen van.
(wederkerend werkwoord; verbeeldde zich, heeft zich verbeeld)
1 zich inbeelden
2 zich een beeld vormen van.

In Spaans overeenkomend met: Reproducir, Retratar
  sAfbeelden
Uitbeelden
Verzinnelijken
Voorstellen
VerbeelddeVerbeeld
VerbeestelijkenVerbeestelijkteVerbeestelijkt
VerbeestenVerbeestteVerbeest
VerbeidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verbeidde]], heeft verbeid; verbeiding)
1 (formeel) afwachten.

VerbeiddeVerbeid
VerbenenVerbeendeVerbeend
VerbergenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verborg, heeft verborgen; verberging)
1 aan het gezicht onttrekken
2 geheimhouden door het weg te stoppen.
(wederkerend werkwoord; verborg zich, heeft zich verborgen)
1 zich aan het gezicht onttrekken.

In Spaans overeenkomend met: Disimular
Encapotar, Esconder, Ocultar
Paliar
  sBemantelen
Bewimpelen
Maskeren
Omhullen
Ontveinzen
Verbloemen
Verhelen
Verschuilen
Verstoppen
VerborgVerborgen
VerbeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verbeterde, is verbeterd; [[verbeteraar]], verbetering)
1 ten goede veranderen, beter worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verbeterde, heeft verbeterd)
1 beter maken
2 wat onjuist is door het juiste vervangen
3 zuiveren van fouten, gebreken
4 overtreffen in hoedanigheid of prestatie.

In Spaans overeenkomend met: Corregir, Enderezar
Perfeccionar
Adelantar, Beneficiar, Mejorar
Ajustar
  sBestraffen
Bijstellen
Bijsturen
Corrigeren
Kastijden
Rectificeren
Rechtzetten
Veredelen
VerbeterdeVerbeterd
VerbeulemansenVerbeulemansteVerbeulemanst
VerbeurdverklarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklaarde verbeurd, heeft verbeurdverklaard; verbeurdverklaring)
1 confisqueren, op grond van een wettelijke bepaling in beslag nemen.

In Spaans overeenkomend met: Confiscar
  sConfisqueren
In beslag nemen
Verklaarde verbeurdVerbeurdverklaard
VerbeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbeurde, heeft verbeurd; verbeuring)
1 als gevolg van een schuld, overtreding of wangedrag verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Perder
  sKwijtraken
Opgeven
Verkwisten
Verliezen
Verspelen
VerbeurdeVerbeurd
VerbeuzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verbeuzelde]], heeft verbeuzeld)
1 door zich met nietigheden bezig te houden verspillen.

VerbeuzeldeVerbeuzeld
VerbiddenVerbadVerbeden
VerbiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbood, heeft verboden; verbieder, verbieding)
1 meedelen dat iets niet mag.

In Spaans overeenkomend met: Prohibir, Vedar
VerboodVerboden
VerbijsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbijsterde, heeft verbijsterd)
1 zeer verbazen.

In Spaans overeenkomend met: Desconcertar
Alienar, Consternar
  sIn de war brengen
Onthutsen
Ontstellen
Ontzetten
Verbluffen
VerbijsterdeVerbijsterd
VerbijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbeet, heeft verbeten)
1 met moeite onderdrukken.
(wederkerend werkwoord; verbeet zich, heeft zich verbeten)
1 zich met moeite beheersen.

VerbeetVerbeten
VerbijzonderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verbijzonderde]], heeft verbijzonderd; verbijzondering)
1 tot iets [[bijzonders]] of [[afzonderlijks]] maken.

VerbijzonderdeVerbijzonderd
VerbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbond, heeft verbonden; verbinder, verbinding)
1 aan elkaar vastmaken
2 in samenhang brengen
3 (een patiënt, wond) behandelen door het aanbrengen van verband
4 telefonisch aansluiten.
(wederkerend werkwoord; verbond zich, heeft zich verbonden)
1 zich verplichten
2 (scheikunde) door vereniging van de atomen een nieuwe stof gaan vormen.

In Spaans overeenkomend met: Comprometer
Articular
Vendar
Casar ((figuurlijk)), Combinar
Conectar
Comunicar
Atar, Ligar
Aliar, Relacionar
Unir
  sAansluiten
Binden
Combineren
Omzwachtelen
Samenvoegen
Vastbinden
Vastmaken
Verenigen
Verplichten
Verplichten tot
Zwachtelen
VerbondVerbonden
VerbitterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbitterde, heeft verbitterd; verbittering)
1 teleurgesteld en wrokkig maken.

In Spaans overeenkomend met: Enconar
Irritar
  sIrriteren
Vertoornen
VerbitterdeVerbitterd
VerblekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verbleekte, is verbleekt)
1 aan kracht inboeten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verbleekte, is verbleekt; verbleking)
1 bleker worden
2 (van kleuren) vaal worden
3 dof, minder helder worden.

In Spaans overeenkomend met: Empalidecer
VerbleekteVerbleekt
VerblijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verblijdde, heeft verblijd)
1 (iemand) aangenaam verrassen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verblijdde, heeft verblijd; verblijding)
1 blij maken.
(wederkerend werkwoord; verblijdde zich, heeft zich verblijd)
1 (archaïsch) zich verheugen.

In Spaans overeenkomend met: Alegrar
  sVerheugen
VerblijddeVerblijd
VerblijvenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verbleef, is verbleven)
1 (archaïsch) toegewezen worden aan, eigendom worden van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verbleef, heeft/is verbleven; verblijving)
1 zich ophouden, enige tijd wonen of logeren.

In Spaans overeenkomend met: Permanecer, Quedarse
  sBlijven
Overblijven
Resten
Resteren
Toeven
VerbleefVerbleven
VerblikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerblikteVerblikt
VerblindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verblindde, heeft verblind; verblinding)
1 door fel licht verhinderen te zien
2 (iemand) zo beïnvloeden dat die de ware aard van iets niet meer ziet.

In Spaans overeenkomend met: Cegar, Fulminar ((gezegd over te sterk licht),(Dicho de la luz excesiva))
Deslumbrar, Ilusionar
Ofuscar
  sEen illusie geven aan
VerblinddeVerblind
VerbloedenVerbloeddeVerbloed
VerbloemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbloemde, heeft verbloemd; verbloeming)
1 (iets) verbergen door het [[mooier]] voor te stellen dan het is.

In Spaans overeenkomend met: Camuflar
Paliar
  sBemantelen
Bewimpelen
Camoufleren
Maskeren
Verbergen
VerbloemdeVerbloemd
VerblozenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerbloosdeVerbloosd
VerbluffenIn Spaans overeenkomend met: Consternar
  sOnthutsen
Ontstellen
Ontzetten
Verbijsteren
VerblufteVerbluft
VerbodemenVerbodemdeVerbodemd
VerboemelenVerboemeldeVerboemeld
VerboerenVerboerdeVerboerd
VerboersenVerboersteVerboerst
VerboetenVerboetteVerboet
VerbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbouwde, heeft verbouwd; verbouwer, verbouwing)
1 (gewassen) telen
2 (huizen e.d.) na bouw veranderen
3 (eufemisme) vernielen.

In Spaans overeenkomend met: Cultivar
  sAankweken
Bebouwen
Beschaven
Kweken
Telen
VerbouwdeVerbouwd
VerbrakenVerbraakteVerbraakt
VerbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verbrandde, is verbrand; verbranding)
1 door vuur verteerd worden
2 aanbranden
3 (van mensen of hun lichaamsdelen) rood kleuren door de zon.
([[overgankelijk]] werkwoord; verbrandde, heeft verbrand)
1 door vuur of hitte vernietigen
2 door vuur of hitte verwonden
3 door bijtende stoffen beschadigen.

In Spaans overeenkomend met: Achicharrar
Encender
Quemar
Talar
  sBranden
Doorbranden
In de as leggen
Verwoesten
VerbranddeVerbrand
VerbrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbraste, heeft verbrast; verbrasser)
1 aan overdaad besteden.

In Spaans overeenkomend met: Destrozar
  sVerkwisten
VerbrasteVerbrast
VerbredenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbreedde, heeft verbreed; verbreding)
1 [[breder]] maken
2 meer omvattend maken.
(wederkerend werkwoord; verbreedde zich, heeft zich verbreed)
1 [[breder]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Ampliar
Ensanchar
  sUitbreiden
Vergroten
Verruimen
VerbreeddeVerbreed
VerbreidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbreidde, heeft verbreid; verbreiding)
1 bekendmaken.
(wederkerend werkwoord; verbreidde zich, heeft zich verbreid)
1 verspreiden.

In Spaans overeenkomend met: Extender, Propagar
Espaciar
  sAfgeven
Ruchtbaar maken
Verspreiden
VerbreiddeVerbreid
VerbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbrak, heeft verbroken; [[verbreker]], verbreking)
1 opzettelijk de samenhang breken van
2 niet laten voortduren
3 schenden.

In Spaans overeenkomend met: Quebrar, Romper
  sAfbreken
Breken
Doorbreken
Schenden
Stukbreken
VerbrakVerbroken
VerbrijzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbrijzelde, heeft verbrijzeld; verbrijzeling)
1 tot kleine stukjes slaan.

In Spaans overeenkomend met: Quebrantar, Romper con estrépito
Estrellar, Trizar
  sBreken
Intrappen
Stukslaan
Vermorzelen
Verpletteren
VerbrijzeldeVerbrijzeld
VerbroddelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbroddelde, heeft verbroddeld; verbroddeling)
1 verknoeien.

VerbroddeldeVerbroddeld
VerbroddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbrodde, heeft verbrod)
1 (in [[België]], niet algemeen) verknoeien.

VerbroddeVerbrod
VerbroederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbroederde, heeft verbroederd)
1 als broeders met elkaar verenigen.

VerbroederdeVerbroederd
VerbroeienVerbroeideVerbroeid
VerbrokkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verbrokkelde, is verbrokkeld; verbrokkeling)
1 in kleine stukjes uiteenvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verbrokkelde, heeft verbrokkeld)
1 in kleine stukjes breken.

In Spaans overeenkomend met: Desmenuzar, Desmigajar, Desmigar, Hacer tiras
  sKruimelen
Uitrafelen
Verkruimelen
VerbrokkeldeVerbrokkeld
VerbronzenVerbronsdeVerbronsd
VerbruienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerbruideVerbruid
VerbruikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verbruikte, heeft verbruikt; verbruiker)
1 door gebruik opmaken, verteren.

In Spaans overeenkomend met: Acabar, Apurar, Consumir
Consumir
Supurar
  sConsumeren
Opgebruiken
Slopen
Verorberen
Verteren
VerbruikteVerbruikt
VerbuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verboog, heeft verbogen; verbuiging)
1 door buigen omvormen
2 (taalkunde) (een naamwoord) omvormen om geslacht, getal en/of naamval uit te drukken.

In Spaans overeenkomend met: Declinar, Menguar
Doblegar
Curvar, Doblar
Retorcer, Torcer
  sBuigen
Declineren
Krombuigen
Krommen
Twijnen
Verdraaien
Vertrekken
Verwringen
Wringen
VerboogVerbogen
VerburgerlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verburgerlijkte]], is verburgerlijkt; verburgerlijking)
1 burgerlijk worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verburgerlijkte]], heeft verburgerlijkt)
1 burgerlijk maken.

VerburgerlijkteVerburgerlijkt
VerchromenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verchroomde]], heeft verchroomd; verchromer, verchroming)
1 (metalen) met een chroomlaag bedekken.

In Spaans overeenkomend met: Cromar
VerchroomdeVerchroomd
VercijferenVercijferdeVercijferd
VercokesenVercokesteVercokest
VercommercialiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vercommercialiseerde, is vercommercialiseerd; vercommercialisering)
1 ([[pejoratief]]) commercieel, tot een louter zakelijke aangelegenheid worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vercommercialiseerde, heeft vercommercialiseerd)
1 commercieel, tot een louter zakelijke aangelegenheid maken.

VercommercialiseerdeVercommercialiseerd
VerdagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdaagde, heeft verdaagd; verdager, verdaging)
1 tot een later tijdstip uitstellen.

In Spaans overeenkomend met: Aplazar, Diferir
  sAanhouden
Uitstellen
Verschuiven
VerdaagdeVerdaagd
VerdampenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdampte, is verdampt; verdamper, verdamping)
1 (van vloeistoffen) in damp opgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdampte, heeft verdampt)
1 (een vloeistof) in damp doen opgaan.

In Spaans overeenkomend met: Evaporar
Volatilizarse
  sVervluchtigen
VerdampteVerdampt
VerdapperenVerdapperdeVerdapperd
VerdedigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdedigde, heeft verdedigd)
1 (ook absoluut) de op het object gerichte aanvallen trachten af te weren
2 pleiten voor
3 de juistheid trachten aan te tonen van.
(wederkerend werkwoord; verdedigde zich, heeft zich verdedigd)
1 aanvallen op zichzelf trachten af te slaan.

In Spaans overeenkomend met: Defender
Abogar
  sBepleiten
Opkomen voor
Verweren
VerdedigdeVerdedigd
VerdeemoedigenVerdeemoedigdeVerdeemoedigd
VerdekkenVerdekteVerdekt
VerdelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdeelde, heeft verdeeld; verdeler, verdeling)
1 delen in al dan niet gelijke stukken
2 aan de betrokken personen uitdelen
3 evenwichtig spreiden.
(wederkerend werkwoord; verdeelde zich, heeft zich verdeeld)
1 in delen of groepen uiteengaan.

In Spaans overeenkomend met: Diseminar, Esparcir
Repartir
Distribuir
Cuartear, Dividir, Partir
  sAfbreken
Delen
Distribueren
Opsplitsen
Rondbrengen
Ronddelen
Rondgeven
Splitsen
Uitdelen
Uitreiken
Uitspreiden
VerdeeldeVerdeeld
VerdelgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdelgde, heeft verdelgd; verdelger, verdelging)
1 uitroeien.

In Spaans overeenkomend met: Desbaratar
Exterminar
  sEen slachting aanrichten
Te gronde richten
Uitroeien
Vernielen
Vernietigen
VerdelgdeVerdelgd
VerdeluwenVerdeluwdeVerdeluwd
VerdenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdacht, heeft verdacht; verdenking)
1 kwaad vermoeden van.

In Spaans overeenkomend met: Sospechar
VerdachtVerdacht
VerdergaanGing verderVerdergegaan
VerdervenVerdierfVerdorven
VerderzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette verder, heeft verdergezet)
1 (in [[België]], niet algemeen) vervolgen, voortzetten.

Zette verderVerdergezet
VerdichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verdichtte]], is verdicht; verdichting)
1 (natuurkunde) (van dampen en gassen) dichter worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verdichtte]], heeft verdicht)
1 (natuurkunde) (dampen en gassen) dichter maken
2 door [[verbeeldingskracht]] op een kunstzinnige wijze uitdenken, verzinnen.
(wederkerend werkwoord; [[verdichtte]] zich, heeft zich verdicht)
1 (natuurkunde) (van dampen en gassen) dichter worden.

In Spaans overeenkomend met: Concentrar
  sAaneensluiten
Binden
VerdichtteVerdicht
VerdienenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdiende, heeft verdiend; verdiener)
1 betalen, salaris opleveren.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdiende, heeft verdiend)
1 (ook absoluut) in geld verwerven
2 als beloning of straf waard zijn.

In Spaans overeenkomend met: Cobrar
Ganar
Merecer
  sBehalen
Innen
Ontvangen
Toekomen
Waard zijn
Waardig zijn
Winnen
VerdiendeVerdiend
VerdiepenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verdiepte, heeft verdiept)
1 zich ernstig wijden aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdiepte, heeft verdiept; verdieping)
1 dieper maken
2 minder oppervlakkig maken.

In Spaans overeenkomend met: Ahondar
VerdiepteVerdiept
VerdierlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verdierlijkte]], is verdierlijkt; verdierlijking)
1 verworden tot iemand met dierlijke instincten.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verdierlijkte]], heeft verdierlijkt)
1 de dierlijke instincten de overhand doen krijgen.

VerdierlijkteVerdierlijkt
VerdietsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdietste, heeft verdietst; verdietsing)
1 (formeel) in het [[Nederlands]] vertalen
2 (formeel) verduidelijken.

VerdietsteVerdietst
VerdijenVerdijdeVerdijd
VerdikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdikte, is verdikt; verdikker, verdikking)
1 [[dikker]] worden
2 (in [[België]]) (van personen) [[dikker]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdikte, heeft verdikt)
1 [[dikker]] maken.
(wederkerend werkwoord; verdikte zich, heeft zich verdikt)
1 [[dikker]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Espesar
  sBinden
Dikker maken
VerdikteVerdikt
VerdisconterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdisconteerde, heeft verdisconteerd; verdiscontering)
1 rekening houden met
2 (handel) (wissels) met berekening van disconto voor de vervaldag verkopen.

VerdisconteerdeVerdisconteerd
VerdobbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdobbelde, heeft verdobbeld)
1 met dobbelen verliezen.

VerdobbeldeVerdobbeld
VerdoekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdoekte, heeft verdoekt; verdoeking)
1 (een schilderij) op een ander doek overbrengen.

VerdoekteVerdoekt
VerdoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdoemde, heeft verdoemd; verdoeming)
1 voor eeuwig veroordelen.

In Spaans overeenkomend met: Condenar al infierno
VerdoemdeVerdoemd
VerdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdeed, heeft verdaan)
1 nutteloos besteden.
(wederkerend werkwoord; verdeed zich, heeft zich verdaan)
1 (archaïsch) zelfmoord plegen.

In Spaans overeenkomend met: Acabar
  sOpmaken
Verklungelen
Verkwisten
Vermorsen
Verspillen
VerdeedVerdaan
VerdoezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdoezelde, heeft verdoezeld; verdoezeling)
1 verbergen, niet ronduit noemen.

In Spaans overeenkomend met: Difuminar, Esfumar
  sDoezelen
VerdoezeldeVerdoezeld
VerdoffenVerdofteVerdoft
VerdokterenVerdokterdeVerdokterd
VerdolenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdoolde, is verdoold; verdoling)
1 (formeel) verdwalen.

In Spaans overeenkomend met: Perderse
  sVerdwalen
VerdooldeVerdoold
VerdommenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdomde, heeft verdomd)
1 (informeel) pertinent weigeren.

VerdomdeVerdomd
VerdonkeremanenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdonkeremaande, heeft verdonkeremaand)
1 verduisteren.

VerdonkeremaandeVerdonkeremaand
VerdonkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdonkerde, heeft verdonkerd)
1 [[donkerder]] maken.

VerdonkerdeVerdonkerd
VerdopenVerdoopteVerdoopt
VerdorrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdorde, is verdord; verdorring)
1 dor worden.

In Spaans overeenkomend met: Marchitarse, Mustiarse
  sKwijnen
Verflensen
Verkleuren
Verleppen
Verwelken
VerdordeVerdord
VerdovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdoofde, heeft verdoofd)
1 min of meer gevoelloos maken.

In Spaans overeenkomend met: Anestesiar, Narcotizar, Narcotizarse, Sedar ((met medicijnen),(con drogas))
  sBedwelmen
Narcotiseren
Wegmaken
VerdoofdeVerdoofd
VerdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdraaide, heeft verdraaid; verdraaiing)
1 door draaien stukmaken
2 verkeerd voorstellen of weergeven.

In Spaans overeenkomend met: Corromper
Deformar
Retorcer, Torcer
  sMisvormen
Twijnen
Verbuigen
Verminken
Vertrekken
Vervormen
Verwringen
Wringen
VerdraaideVerdraaid
VerdragenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verdroeg, heeft verdragen met)
1 samengaan, passen bij.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdroeg, heeft verdragen)
1 (straf, pijn, last e.d.) dulden, ondergaan
2 gebruiken zonder er last van te hebben.

In Spaans overeenkomend met: Aguantar hasta el fin
Soportar
Aguantar, Comportar
Resistir
Padecer, Sufrir
Tolerar
  sAanzien
Doorstaan
Dulden
Harden
Lijden
Lijden aan
Ondergaan
Pikken
Toelaten
Tolereren
Uithouden
Uitstaan
Velen
Verduren
Weerstaan
VerdroegVerdragen
VerdriedubbelenVerdriedubbeldeVerdriedubbeld
VerdrietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verdroot]], heeft verdroten)
1 leed doen.

In Spaans overeenkomend met: Martirizar
VerdrootVerdroten
VerdrievoudigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verdrievoudigde]], is verdrievoudigd; verdrievoudiger, verdrievoudiging)
1 driemaal zo groot of zo veel worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verdrievoudigde]], heeft verdrievoudigd)
1 driemaal zo groot of zo veel maken.

In Spaans overeenkomend met: Triplicar
VerdrievoudigdeVerdrievoudigd
VerdrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdreef, heeft verdreven; verdrijving)
1 met kracht of geweld verjagen
2 (iets onstoffelijks) doen verdwijnen.

In Spaans overeenkomend met: Disipar
Alargar, Entregar, Llegar, Pasar
  sAangeven
Aanreiken
Doen optrekken
Doen overgaan
Doen wegtrekken
Doorbrengen
Verspreiden
Wegnemen
VerdreefVerdreven
VerdringenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdrong, heeft verdrongen; verdringer, verdringing)
1 met of zonder geweld van de plaats dringen
2 (gevoelens, gedachten) naar de achtergrond verdrijven.

In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler
Oprimir, Reprimir
  sAfstoten
Onderdrukken
Opkroppen
Verdrukken
Verduwen
Verkroppen
Wegdringen
Wegduwen
Wegstoten
VerdrongVerdrongen
VerdrinkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verdronk, is verdronken)
1 geheel verdwijnen in iets.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdronk, is verdronken; verdrinking)
1 in het water omkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdronk, heeft verdronken)
1 door drinken van [[alcohol]] doen verdwijnen
2 in het water doen omkomen.

In Spaans overeenkomend met: Ahogar
Ahogarse, Anegar, Anegarse
  sOnder water komen
Schipbreuk lijden
Vergaan
VerdronkVerdronken
VerdrogenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdroogde, is verdroogd; verdroging)
1 uitdrogen.

VerdroogdeVerdroogd
VerdromenVerdroomdeVerdroomd
VerdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdrukte, heeft verdrukt; verdrukker, verdrukking)
1 onderdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Oprimir, Reprimir
  sOnderdrukken
Opkroppen
Verdringen
Verkroppen
VerdrukteVerdrukt
VerdubbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdubbelde, is verdubbeld; verdubbeling)
1 tweemaal zo groot worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verdubbelde, heeft verdubbeld)
1 tweemaal zo groot maken, vermenigvuldigen met twee.

In Spaans overeenkomend met: Duplicar
VerdubbeldeVerdubbeld
VerduffenVerdufteVerduft
VerduidelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verduidelijkte, heeft verduidelijkt; verduidelijking)
1 [[duidelijker]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Esclarecer
VerduidelijkteVerduidelijkt
VerduikenVerdookVerdoken
VerduisterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verduisterde, heeft verduisterd; verduisteraar, verduistering)
1 donker worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verduisterde, heeft verduisterd)
1 zo afsluiten dat er geen licht meer naar binnen of buiten kan
2 wederrechtelijk aan zijn bestemming onttrekken.

In Spaans overeenkomend met: Ensombrecer, Oscurecer
Ofuscar
Malversar ((geld),(dinero))
VerduisterdeVerduisterd
VerduitsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verduitste, is verduitst; verduitsing)
1 zich aanpassen aan de [[Duitse]] cultuur.

VerduitsteVerduitst
VerduizendvoudigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verduizendvoudigde, is verduizendvoudigd; verduizendvoudiging)
1 toenemen met de [[factor]] duizend.
([[overgankelijk]] werkwoord; verduizendvoudigde, heeft verduizendvoudigd)
1 vermenigvuldigen met de [[factor]] duizend.

VerduizendvoudigdeVerduizendvoudigd
VerdunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verdunde, heeft verdund)
1 een vloeistof vermengen met een andere vloeistof, meestal water.

In Spaans overeenkomend met: Aclarar, Achirlar
Diluir
  sVersnijden
Verwateren
VerdundeVerdund
VerdurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verduurde, heeft verduurd; verduring)
1 verdragen.

In Spaans overeenkomend met: Comportar
  sUithouden
Verdragen
VerduurdeVerduurd
VerduttenVerdutteVerdut
VerduurzamenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verduurzaamde]], heeft verduurzaamd; verduurzaming)
1 duurzaam maken.

VerduurzaamdeVerduurzaamd
VerduwenIn Spaans overeenkomend met: Digerir
Rechazar, Repeler
  sAfstoten
Digereren
Verdringen
Verteren
Verwerken
Wegdringen
Wegduwen
Wegstoten
VerduwdeVerduwd
VerdwalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdwaalde, is verdwaald)
1 de weg kwijtraken
2 van zijn plaats of bestemming raken.

In Spaans overeenkomend met: Descarriarse, Desviarse, Extraviarse
Perderse
  sAfdwalen
Dwalen
Van de weg afraken
Van de weg afwijken
Verdolen
Zich afscheiden
VerdwaaldeVerdwaald
VerdwazenIn Spaans overeenkomend met: Entontecer
VerdwaasdeVerdwaasd
VerdwijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verdween, is verdwenen; verdwijning)
1 door vertrek of verwijdering onzichtbaar worden.

In Spaans overeenkomend met: Desaparecer
Desvanecerse, Esfumarse, Esparcirse
Desvanecer
  sIn rook opgaan
VerdweenVerdwenen
VeredelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veredelde, heeft veredeld; veredeling)
1 beter maken
2 (economie) (grondstoffen of [[halffabricaten]]) tot producten verwerken.

In Spaans overeenkomend met: Ennoblecer
Adelantar, Mejorar
  sVerbeteren
VeredeldeVeredeld
VereeltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vereeltte, is vereelt; vereelting)
1 een eeltlaag krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vereeltte, heeft vereelt)
1 met eelt bedekken, eeltig maken.

In Spaans overeenkomend met: Encallecer
VereeltteVereelt
VereenvoudigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vereenvoudigde, heeft vereenvoudigd; vereenvoudiging)
1 [[eenvoudiger]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Reducir
Simplificar
  sHerleiden
Inkrimpen
Reduceren
Zetten
VereenvoudigdeVereenvoudigd
VereenzamenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vereenzaamde, is vereenzaamd; vereenzaming)
1 eenzaam worden.

VereenzaamdeVereenzaamd
VereenzelvigenIn Spaans overeenkomend met: Identificar
  sIdentificeren
VereenzelvigdeVereenzelvigd
VereeuwigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vereeuwigde, heeft vereeuwigd; vereeuwiging)
1 eeuwig laten worden, voor eeuwig laten vastleggen.

In Spaans overeenkomend met: Inmortalizar
VereeuwigdeVereeuwigd
VereffenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vereffende, heeft vereffend; vereffenaar, vereffening)
1 geldelijk in orde brengen (een rekening, nalatenschap, inboedel)
2 schikken, beslechten.

In Spaans overeenkomend met: Reglamentar
Saldar
  sAfsluiten
Regelen
Reguleren
Salderen
VereffendeVereffend
VereisenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vereiste, heeft vereist)
1 vorderen, vragen.

In Spaans overeenkomend met: Requerir
Exigir
  sEisen
Nodig hebben
Opeisen
Rekenen
Vergen
Voorschrijven
Vorderen
VereisteVereist
VerenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van of met veren vervaardigd.
([[onovergankelijk]] werkwoord; veerde, heeft geveerd; vering)
1 elastisch of veerkrachtig zijn.

VeerdeGeveerd
VerenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vereende, heeft vereend)
1 (archaïsch) verenigen.

VereendeVereend
VerengelsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verengelste]], is verengelst; verengelsing)
1 zich aanpassen aan de [[Engelse]] cultuur.

VerengelsteVerengelst
VerengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verengde, heeft verengd; verenging)
1 [[enger]], [[nauwer]] maken.

VerengdeVerengd
VerenigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verenigde, heeft verenigd)
1 binnen één geheel samenvoegen
2 harmoniseren, in overeenstemming brengen.

In Spaans overeenkomend met: Congregar, Juntar
Asociar, Reunir, Unir
  sAaneenvoegen
Associëren
Bijeenbrengen
Samenbrengen
Samenvoegen
Verbinden
Vergaderen
Verzamelen
VerenigdeVerenigd
VerenkelenVerenkeldeVerenkeld
VererenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vereerde, heeft vereerd; vereerder, verering)
1 eer bewijzen.

In Spaans overeenkomend met: Adorar
Honrar
Acatar
  sAanbidden
Adoreren
Eerbiedigen
Eren
Hoogachten
Huldigen
Ontzien
Verafgoden
VereerdeVereerd
VerergerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verergerde, is verergerd; verergering)
1 erger worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verergerde, heeft verergerd)
1 erger maken.

In Spaans overeenkomend met: Agravar
Desmejorar, Desmejorarse, Empeorar
  sAandikken
Verslechteren
VerergerdeVerergerd
VerervenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vererfde, is vererfd)
1 bij erfenis overgaan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vererfde, heeft vererfd; vererving)
1 eigenschappen aan de volgende generatie doorgeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; vererfde, heeft vererfd)
1 bij erfenis krijgen.

VererfdeVererfd
VeresterenVeresterdeVeresterd
VeretterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; veretterde, heeft veretterd; verettering)
1 (van wonden) tot ettering overgaan.

VeretterdeVeretterd
VereuropesenVereuropeesteVereuropeest
VerevenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verevende, heeft verevend; verevening)
1 vereffenen.

VerevendeVerevend
VerfijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfijnde, heeft verfijnd; verfijning)
1 [[fijner]], [[gevoeliger]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Refinar
  sLouteren
Raffineren
VerfijndeVerfijnd
VerfilmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfilmde, heeft verfilmd; verfilming)
1 een film maken van.

In Spaans overeenkomend met: Filmar
  sFilmen
VerfilmdeVerfilmd
VerflauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verflauwde, is verflauwd; verflauwing)
1 verzwakken.

In Spaans overeenkomend met: Amainar, Decrecer, Disminuir, Menguar
Resfriarse
  sAflopen
Afnemen
Bekoelen
Minder worden
Slinken
Tanen
Verminderen
VerflauwdeVerflauwd
VerflensenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verflenste]], is verflenst; verflensing)
1 verwelken.

In Spaans overeenkomend met: Marchitarse, Mustiarse
  sKwijnen
Verdorren
Verkleuren
Verleppen
Verwelken
VerflensteVerflenst
VerfoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfoeide, heeft verfoeid; verfoeiing)
1 diep verachten.

In Spaans overeenkomend met: Abominar, Aborrecer, Detestar
  sEen afkeer hebben van
Een afschuw hebben van
Een weerzin hebben tegen
Verafschuwen
VerfoeideVerfoeid
VerfomfaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verfomfaaide, is verfomfaaid)
1 uit zijn fatsoen of model raken.
([[overgankelijk]] werkwoord; verfomfaaide, heeft verfomfaaid)
1 uit zijn model brengen.

In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar
  sFrommelen
Kreukelen
Kreuken
Verfrommelen
Verkreukelen
VerfomfaaideVerfomfaaid
VerfommelenVerfommeldeVerfommeld
VerfraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfraaide, heeft verfraaid; verfraaiing)
1 [[mooier]], [[fraaier]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Embellecer
VerfraaideVerfraaid
VerfransenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verfranste, is verfranst; verfransing)
1 zich aanpassen aan de [[Franse]] cultuur.

In Spaans overeenkomend met: Afrancesar
VerfransteVerfranst
VerfrissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfriste, heeft verfrist; verfrissing)
1 weer fris maken.

In Spaans overeenkomend met: Refrescar
VerfristeVerfrist
VerfrommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verfrommelde, heeft verfrommeld; verfrommeling)
1 kreukelend samendrukken.

In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar
  sFrommelen
Kreukelen
Kreuken
Verfomfaaien
Verkreukelen
VerfrommeldeVerfrommeld
VerfronselenVerfronseldeVerfronseld
VerfuivenVerfuifdeVerfuifd
VergaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verging, is vergaan van)
1 in hoge mate lijden door.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verging, is vergaan)
1 voorbijgaan, aflopen
2 langzamerhand verdwijnen
3 in zijn bestanddelen uiteenvallen
4 ten onder gaan, ophouden te bestaan.

In Spaans overeenkomend met: Ahogarse, Anegarse
Hundirse
Disiparse
Pasar, Transcurrir
Perecer
Corromperse, Pudrirse
  sBederven
Creperen
Omkomen
Onder water komen
Ondergaan
Optrekken
Overgaan
Rotten
Schipbreuk lijden
Sneuvelen
Verdrinken
Verlopen
Verongelukken
Verrotten
Verstrijken
Vervliegen
Verzinken
Wegtrekken
Wegzinken
Zich verdiepen
Zinken
VergingVergaan
VergaderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergaderde, is vergaderd; vergadering)
1 in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vergaderde, heeft vergaderd)
1 (formeel) bijeenzamelen.

In Spaans overeenkomend met: Congregar
Reunirse
Ir a buscar a
Congregarse
  sBijeenkomen
Medebrengen
Meebrengen
Meenemen
Samenbrengen
Samenkomen
Verenigen
Zich verenigen
VergaderdeVergaderd
VergallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergalde, heeft vergald; vergalling)
1 bederven.

In Spaans overeenkomend met: Acibarar, Envenenar
  sVergeven
Vergiftigen
Verpesten
VergaldeVergald
VergalopperenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vergaloppeerde zich, heeft zich vergaloppeerd; vergaloppering)
1 onbezonnen zijn mond voorbijpraten, overijld handelen.

VergaloppeerdeVergaloppeerd
VergapenVergaapteVergaapt
VergarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergaarde, heeft vergaard; vergaring)
1 verzamelen
2 (vellen) [[bijeenbrengen]] tot een boek
3 (bouwkunde) (lijsten, kozijnen) met de hoeken in elkaar werken.

In Spaans overeenkomend met: Acaudalar
VergaardeVergaard
VergarstenVergarstteVergarst
VergassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergaste, is vergast; vergasser, vergassing)
1 tot gas worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vergaste, heeft vergast)
1 met gas doden
2 in gas omzetten.

In Spaans overeenkomend met: Gasear
VergasteVergast
VergastenIn Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien
  sOnthalen
Trakteren
Vrijhouden
VergastteVergast
VergeestelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergeestelijkte, is vergeestelijkt; vergeestelijking)
1 meer geestelijk, onwerelds worden.

VergeestelijkteVergeestelijkt
VergeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergold, heeft vergolden; vergelder, vergelding)
1 als loon of straf geven voor.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
Recompensar
  sBelonen
Hergeven
Lonen
Reproduceren
Schadeloos stellen
Terugdoen
Teruggeven
Weergeven
VergoldVergolden
VergelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergeelde, is vergeeld; vergeling)
1 geel worden.

In Spaans overeenkomend met: Amarillear
Amarillecer
VergeeldeVergeeld
VergelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergeleek, heeft vergeleken; vergelijking)
1 naast elkaar, in verband met elkaar beschouwen om overeenstemming of verschil vast te stellen.

In Spaans overeenkomend met: Contraponer
Comparar
  sTegenoverstellen
VergeleekVergeleken
VergemakkelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergemakkelijkte, heeft vergemakkelijkt; vergemakkelijking)
1 [[gemakkelijker]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Facilitar
  sMogelijk maken
VergemakkelijkteVergemakkelijkt
VergenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergde, heeft gevergd)
1 vorderen, eisen.

In Spaans overeenkomend met: Exigir
  sEisen
Opeisen
Rekenen
Vereisen
Voorschrijven
Vorderen
VergdeGevergd
VergenoegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergenoegde, heeft vergenoegd; vergenoeging)
1 tevredenstellen
2 genoegen doen.

VergenoegdeVergenoegd
VergetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergat, heeft vergeten)
1 uit het geheugen verliezen
2 verzuimen te doen, te noemen enz.
3 niet meer bewust zijn van, niet denken aan
4 verzuimen mee te nemen.
(wederkerend werkwoord; vergat zich, heeft zich vergeten)
1 door emotie buiten zichzelf raken.

In Spaans overeenkomend met: Olvidar, Olvidarse, Postergar
  sVeronachtzamen
VergatVergeten
VergevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergaf, heeft vergeven; vergever, vergeving)
1 niet toerekenen
2 weggeven.

In Spaans overeenkomend met: Perdonar
Envenenar
  sBegenadigen
Vergallen
Vergiftigen
Verpesten
VergafVergeven
VergewissenVergewisteVergewist
VergezellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergezelde, heeft vergezeld)
1 meegaan met.

In Spaans overeenkomend met: Acompañar
VergezeldeVergezeld
VergezelschappenVergezelschapteVergezelschapt
VergietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergoot, heeft vergoten; vergieting)
1 doen stromen.

In Spaans overeenkomend met: Derramar, Verter
  sGieten
Plengen
Schenken
Storten
VergootVergoten
VergiftigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergiftigde, heeft vergiftigd; vergiftiging)
1 met vergif doden
2 als gif werken op of in.

In Spaans overeenkomend met: Acibarar, Emponzoñar, Envenenar
  sVergallen
Vergeven
Verpesten
VergiftigdeVergiftigd
VergissenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vergiste zich, heeft zich vergist)
1 het mis hebben, een fout begaan.

In Spaans overeenkomend met: Equivocar
  sVerwarren
Verwisselen
VergisteVergist
VergistenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergistte, heeft vergist; vergister, vergisting)
1 m.b.v. gisting verwerken.

VergistteVergist
VerglazenVerglaasdeVerglaasd
VerglijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vergleed]], is vergleden)
1 als glijdend voorbijgaan.

VergleedVergleden
VerglimmenVerglomVerglommen
VergoddelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vergoddelijkte]], heeft vergoddelijkt; vergoddelijking)
1 als een godheid voorstellen of vereren.

VergoddelijkteVergoddelijkt
VergodenVergooddeVergood
VergoedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergoedde, heeft vergoed; vergoeder, vergoeding)
1 een gelijke waarde geven voor
2 (een gebrek of tekortkoming) compenseren
3 als beloning geven voor.

In Spaans overeenkomend met: Compensar
  sCompenseren
Goedmaken
VergoeddeVergoed
VergoelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergoelijkte, heeft vergoelijkt; vergoelijking)
1 goedpraten.

VergoelijkteVergoelijkt
VergokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergokte, heeft vergokt)
1 met gokken verliezen.

VergokteVergokt
VergooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergooide, heeft vergooid)
1 nodeloos vernietigen.
(wederkerend werkwoord; vergooide zich, heeft zich vergooid)
1 misgooien
2 zich bij het gooien blesseren
3 (van mensen) verloederen.

VergooideVergooid
VergrammenVergramdeVergramd
VergrauwenVergrauwdeVergrauwd
VergravenVergroefVergraven
VergrendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergrendelde, heeft vergrendeld; vergrendeling)
1 met een grendel afsluiten of vastzetten.

In Spaans overeenkomend met: Apestillar
VergrendeldeVergrendeld
VergrijpenIn Spaans overeenkomend met: Atentar
  sAanranden
VergreepVergrepen
VergrijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergrijsde, is vergrijsd; vergrijzing)
1 ouder worden.

In Spaans overeenkomend met: Envejecer
VergrijsdeVergrijsd
VergroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergroeide, is vergroeid; vergroeiing)
1 met het groeien verdwijnen
2 aan elkaar groeien
3 verkeerd groeien, kromgroeien.

VergroeideVergroeid
VergrotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergrootte, heeft vergroot)
1 (ook absoluut) groter weergeven
2 groter maken, vermeerderen.

In Spaans overeenkomend met: Ampliar, Ensanchar, Explayar
Agrandar, Engrandecer
Extender
Aumentar
Incrementar
Abultar
  sDoen toenemen
Ophouden
Rekken
Strekken
Uitbouwen
Uitbreiden
Uitsteken
Uitstrekken
Verbreden
Verhogen
Vermeerderen
Verruimen
Wijder maken
VergrootteVergroot
VergrovenVergroofdeVergroofd
VergruizelenVergruizeldeVergruizeld
VergruizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vergruisde, is vergruisd; vergruizer, vergruizing)
1 tot gruis worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vergruisde, heeft vergruisd)
1 tot gruis maken.

VergruisdeVergruisd
VerguizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verguisde, heeft verguisd; verguizing)
1 afkraken.

VerguisdeVerguisd
VerguldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verguldde, heeft verguld; vergulding)
1 met goud bedekken
2 fraai voorstellen, verzachten.

VergulddeVerguld
VergunnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vergunde, heeft vergund; vergunning)
1 toestaan.

In Spaans overeenkomend met: Permitir
  sGedogen
Niet beletten
Permitteren
Toelaten
Toestaan
Veroorloven
VergundeVergund
VerhaastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verhaastte]], heeft verhaast; verhaasting)
1 eerder, [[sneller]] doen geschieden.

In Spaans overeenkomend met: Acelerar, Activar, Apresurar
Adelantar
  sAccelereren
Bespoedigen
Terugzetten
Versnellen
Vervroegen
VerhaastteVerhaast
VerhabbezakkenVerhabbezakteVerhabbezakt
VerhagelenVerhageldeVerhageld
VerhakkelenVerhakkeldeVerhakkeld
VerhakkenVerhakteVerhakt
VerhakselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhakselde, heeft verhakseld)
1 in kleine stukjes hakken.

VerhakseldeVerhakseld
VerhakstukkenVerhakstukteVerhakstukt
VerhalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhaalde, heeft verhaald; verhaler, verhaling)
1 vertellen, meedelen
2 zich schadeloosstellen, terugvorderen
3 (een schip) met touwen of trossen verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Jalar
Contar, Narrar, Relatar
Referir
  sBerichten
Debiteren
Hijsen
Melden
Ophalen
Verslaan
Vertellen
Voorttrekken
VerhaaldeVerhaald
VerhalvezolenVerhalvezooldeVerhalvezoold
VerhandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhandelde, heeft verhandeld; verhandeling)
1 [[handeldrijven]] in.

In Spaans overeenkomend met: Tratar sobre
Vender
  sBehandelen
Overdoen
Tappen
Verkopen
Vervreemden
Wegdoen
VerhandeldeVerhandeld
VerhangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhing, heeft verhangen; verhanging)
1 elders, anders ophangen.
(wederkerend werkwoord; verhing zich, heeft zich verhangen)
1 zelfmoord plegen door zich op te hangen.

VerhingVerhangen
VerhanselenVerhanseldeVerhanseld
VerhapstukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerhapstukteVerhapstukt
VerhardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verhardde, is verhard; verharder, verharding)
1 harder worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verhardde, heeft verhard)
1 harder maken.

VerharddeVerhard
VerharenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verhaarde, is verhaard; verharing)
1 de haren verwisselen.

VerhaardeVerhaard
VerhaspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhaspelde, heeft verhaspeld; verhaspeling)
1 (woorden) onjuist uitspreken
2 vervormen, verknoeien.

In Spaans overeenkomend met: Chafallar, Chapucear
  sBeunhazen
Knoeien
Modderen
Verknoeien
Verprutsen
VerhaspeldeVerhaspeld
VerheerlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verheerlijkte, heeft verheerlijkt; verheerlijking)
1 loven, prijzen.

In Spaans overeenkomend met: Encumbrar, Exaltar
VerheerlijkteVerheerlijkt
VerheffenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verhief, heeft verheven)
1 (archaïsch) zich beroemen op.
([[overgankelijk]] werkwoord; verhief, heeft verheven; verheffer, verheffing)
1 (formeel) op een hoger plan brengen.
(wederkerend werkwoord; verhief zich, heeft zich verheven)
1 omhooggaan.

In Spaans overeenkomend met: Elevar, Encumbrar, Remontar
Alzar, Levantar, Realzar
Encaramar
  sAan een hoge betrekking helpen
Beuren
Heffen
Omhoogtrekken
Ophalen
Opheffen
Oprichten
Opvoeren
Pousseren
Tillen
Verhogen
VerhiefVerheven
VerheienVerheideVerheid
VerheimelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verheimelijkte, heeft verheimelijkt; verheimelijking)
1 geheimhouden, verzwijgen.

VerheimelijkteVerheimelijkt
VerhelderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhelderde, heeft verhelderd)
1 [[helderder]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Aclarar, Explicar
  sBeduiden
Duidelijk maken
Ophelderen
Uitleggen
Verklaren
VerhelderdeVerhelderd
VerhelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verheelde, heeft verheeld; verheling)
1 verbergen, verzwijgen.

In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar
  sOntveinzen
Verbergen
Verschuilen
Verstoppen
VerheeldeVerheeld, Verholen
VerhelpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhielp, heeft verholpen; verhelping)
1 herstellen.

In Spaans overeenkomend met: Obviar
Aderezar, Arreglar, Reparar, Restaurar
Recomponer
  sHerstellen
Maken
Repareren
Tegemoetkomen aan
Verstellen
Weer in orde brengen
VerhielpVerholpen
VerheugenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verheugde, heeft verheugd)
1 uitkijken naar.
([[overgankelijk]] werkwoord; verheugde, heeft verheugd)
1 vrolijk maken.
(wederkerend werkwoord; verheugde zich, heeft zich verheugd)
1 blij zijn.

In Spaans overeenkomend met: Alegrar
Deleitar
  sBekoren
Genot verschaffen aan
Verblijden
VerheugdeVerheugd
VerhevigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verhevigde, is verhevigd; verheviging)
1 [[heviger]] worden, [[sterker]] werken.
([[overgankelijk]] werkwoord; verhevigde, heeft verhevigd)
1 [[heviger]] maken, [[sterker]] doen werken.

In Spaans overeenkomend met: Recrudecer
VerhevigdeVerhevigd
VerhinderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhinderde, heeft verhinderd; verhindering)
1 onmogelijk maken dat iets gebeurt.

In Spaans overeenkomend met: Desbaratar, Estorbar, Impedir, Vedar
  sBelemmeren
Beletten
Blokkeren
Verhoeden
Verijdelen
Voorkomen
VerhinderdeVerhinderd
VerhippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerhipteVerhipt
VerhittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhitte, heeft verhit; verhitter, verhitting)
1 heet maken.

In Spaans overeenkomend met: Excitar
Calentar
  sAanwakkeren
Opwinden
Prikkelen
Verwarmen
Warmen
Werken op
VerhitteVerhit
VerhoedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhoedde, heeft verhoed; verhoeding)
1 door zorg voorkomen.

In Spaans overeenkomend met: Estorbar, Impedir
  sBeletten
Blokkeren
Verhinderen
Voorkomen
VerhoeddeVerhoed
VerhoefslagenVerhoefslaagdeVerhoefslaagd
VerhoerenVerhoerdeVerhoerd
VerhogenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhoogde, heeft verhoogd; verhoging)
1 groter maken, doen toenemen
2 hoger maken
3 in positie of aanzien verheffen.

In Spaans overeenkomend met: Elevar, Realzar
Promover
Aumentar
Incrementar
Alzar
  sBeuren
Doen toenemen
Heffen
Hoger plaatsen
Omhoogtrekken
Ophalen
Oprichten
Opvoeren
Tillen
Vergroten
Verheffen
Vermeerderen
VerhoogdeVerhoogd
VerhollandsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verhollandste]], is verhollandst; verhollandsing)
1 [[Hollands]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verhollandste]], heeft verhollandst)
1 [[Hollands]] maken.

VerhollandsteVerhollandst
VerhonderdvoudigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verhonderdvoudigde]], is verhonderdvoudigd; verhonderdvoudiging)
1 [[honderdmaal]] zo groot of zo talrijk worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verhonderdvoudigde]], heeft verhonderdvoudigd)
1 [[honderdmaal]] zo groot of zo talrijk maken.

VerhonderdvoudigdeVerhonderdvoudigd
VerhongerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verhongerde, is verhongerd; verhongering)
1 door honger omkomen.

In Spaans overeenkomend met: Hambrear
VerhongerdeVerhongerd
VerhoornenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verhoornde]], is verhoornd; verhoorning)
1 overgaan in hoorn.

VerhoorndeVerhoornd
VerhopenVerhoopteVerhoopt
VerhorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhoorde, heeft verhoord; verhoorder, verhoring)
1 ondervragen
2 (wat gevraagd is) vervullen.

VerhoordeVerhoord
VerhoudenVerhieldVerhouden
VerhovaardigenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[verhovaardigde]] zich, heeft zich verhovaardigd; verhovaardiging)
1 trots zijn.

VerhovaardigdeVerhovaardigd
VerhufterenVerhufterdeVerhufterd
VerhuizenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verhuisde, is verhuisd; verhuizer, verhuizing)
1 van plaats of van woning veranderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verhuisde, heeft verhuisd)
1 de inboedel van een ander overbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Mudarse
Trasladarse
VerhuisdeVerhuisd
VerhullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhulde, heeft verhuld; verhuller, verhulling)
1 (formeel) verbergen.

In Spaans overeenkomend met: Celar
VerhuldeVerhuld
VerhurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verhuurde, heeft verhuurd; verhuurder, verhuring)
1 in huur geven.
(wederkerend werkwoord; verhuurde zich, heeft zich verhuurd)
1 in betrekking gaan.

In Spaans overeenkomend met: Alquilar, Dar en alquiler
VerhuurdeVerhuurd
VerhypothekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verhypothekeerde]], heeft verhypothekeerd)
1 met een hypotheek belasten.

VerhypothekeerdeVerhypothekeerd
VerifiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verifieerde, heeft geverifieerd; verifiëring)
1 de echtheid of juistheid onderzoeken of vaststellen.

In Spaans overeenkomend met: Comprobar, Contrastar
  sControleren
Nagaan
VerifieerdeGeverifieerd
VerijdelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verijdelde, heeft verijdeld; verijdeling)
1 (een beraming, samenzwering) verhinderen
2 teleurstellen.

In Spaans overeenkomend met: Desbaratar
Frustrar, Malograr
  sBelemmeren
Beletten
Doen mislukken
Verhinderen
VerijdeldeVerijdeld
VerijdeltuitenVerijdeltuitteVerijdeltuit
VerijzenVerijsdeVerijsd
VerindischenVerindischteVerindischt
VerinlandsenVerinlandsteVerinlandst
VerinnerlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verinnerlijkte]], is verinnerlijkt; verinnerlijking)
1 tot iets [[innerlijks]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verinnerlijkte]], heeft verinnerlijkt)
1 meer innerlijk, minder oppervlakkig maken.

VerinnerlijkteVerinnerlijkt
VerinnigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verinnigde]], is verinnigd; verinniging)
1 [[inniger]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verinnigde]], heeft verinnigd)
1 [[inniger]] maken.

VerinnigdeVerinnigd
VerinterestenVerinterestteVerinterest
VerintrestenVerintrestteVerintrest
VerjagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verjaagde/verjoeg, heeft verjaagd; verjager, verjaging)
1 wegjagen.

In Spaans overeenkomend met: Expulsar
Acobardar, Espantar, Remontar
  sAfschrikken
Naar buiten jagen
Op de vlucht drijven
Uitdrijven
Uitjagen
Uitwijzen
Verbannen
Vrees aanjagen
Wegjagen
Wegsturen
Verjaagde, VerjoegVerjaagd
VerjarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verjaarde, is verjaard; verjaring)
1 zijn verjaardag vieren, jarig zijn
2 (juridisch) door verloop van een bepaald aantal jaren niet meer invorderbaar, geldig of van kracht zijn.

In Spaans overeenkomend met: Expirar
Celebrar su cumpleaños
Prescribir
  sJarig zijn
VerjaardeVerjaard
VerjeugdigenVerjeugdigdeVerjeugdigd
VerjongenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verjongde, is verjongd; verjonging)
1 jonger worden, schijnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verjongde, heeft verjongd)
1 jonger maken.

In Spaans overeenkomend met: Rejuvenecer
VerjongdeVerjongd
VerkalkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkalkte, is verkalkt; verkalking)
1 tot kalk worden, kalkafzetting krijgen
2 ontoegankelijk worden voor iets nieuws.

In Spaans overeenkomend met: Calcinar
Calcificar, Calcificarse
Calcinarse
VerkalkteVerkalkt
VerkankerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verkankerde]], is verkankerd; verkankering)
1 door kanker aangetast worden
2 (informeel) aangetast worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verkankerde]], heeft verkankerd)
1 (informeel) bederven, in de [[war]] schoppen.

VerkankerdeVerkankerd
VerkappenVerkapteVerkapt
VerkassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkaste, is verkast; verkassing)
1 (informeel) verhuizen.

VerkasteVerkast
VerkavelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkavelde, heeft verkaveld; verkaveling)
1 in percelen verdelen
2 partijen maken van (te verkopen waren).

VerkaveldeVerkaveld
VerkazenVerkaasdeVerkaasd
VerkegelenVerkegeldeVerkegeld
VerkennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkende, heeft verkend; verkenning)
1 uitgaan om kennis trachten te verwerven over.

In Spaans overeenkomend met: Explorar, Reconocer
Tantear
  sExploreren
Nagaan
Onderzoeken
Polsen
Uitvissen
Uitzoeken
Vorsen
VerkendeVerkend
VerkerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verkeerde, heeft verkeerd)
1 omgaan met.
(werkwoord; verkeerde, heeft verkeerd)
1 zich bevinden in
2 zich bewegen in.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkering)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Relacionarse, Tener relación
Cambiar
  sAanbelangen
Aangaan
Betreffen
Kenteren
Veranderen
Zich verhouden
VerkeerdeVerkeerd
VerkervenVerkerfde, VerkorfVerkorven
VerketterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verketterde, heeft verketterd; verkettering)
1 heftig veroordelen.

VerketterdeVerketterd
VerkeurenVerkeurdeVerkeurd
VerkielenVerkieldeVerkield
VerkiezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkoos, heeft verkozen; verkiezing)
1 liever willen of wensen
2 door keuze aanwijzen voor een functie.

In Spaans overeenkomend met: Desear
Elegir, Escoger
Preferir
  sBegeren
De voorkeur geven aan
Kiezen
Prefereren
Trek hebben in
Uitkiezen
Uitlezen
Uitpikken
Uitzoeken
Verlangen
Voortrekken
Wensen
VerkoosVerkorenª, Verkozen
VerkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
(wederkerend werkwoord; verkeek zich, heeft zich verkeken)
1 zich vergissen bij het inschatten of beoordelen van iets.

VerkeekVerkeken
VerkillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkilde, is verkild; verkilling)
1 bekoelen, kil worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verkilde, heeft verkild)
1 kil maken.

VerkildeVerkild
VerkindsenVerkindsteVerkindst
VerkinjenenVerkinjendeVerkinjend
VerkladdenVerkladdeVerklad
VerklankenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verklankte]], heeft verklankt; verklanker, verklanking)
1 in klank weergeven.

VerklankteVerklankt
VerklappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklapte, heeft verklapt; verklapper, verklapping)
1 vertellen wat geheim moest blijven.

VerklapteVerklapt
VerklarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklaarde, heeft verklaard; verklaarder, verklaring)
1 duidelijk maken
2 min of meer plechtig uitspreken.
(wederkerend werkwoord; verklaarde zich, heeft zich verklaard)
1 zich (officieel) noemen.

In Spaans overeenkomend met: Declarar
Exponer
Desarrollar
Interpretar
Aclarar, Explicar
Otorgar
  sAangeven
Beduiden
Betuigen
Declareren
Duidelijk maken
Duiden
Interpreteren
Ophelderen
Toelichten
Uiteenzetten
Uitleggen
Verhelderen
Vertolken
VerklaardeVerklaard
VerkledenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkleedde, heeft verkleed; verkleding)
1 andere kleren aandoen
2 (iemand) vermommen door hem andere dan de bij zijn persoon passende kleren aan te trekken.
(wederkerend werkwoord; verkleedde zich, heeft zich verkleed)
1 zich omkleden, andere kleren aandoen
2 zich vermommen door andere kleren aan te trekken.

In Spaans overeenkomend met: Enmascarar
  sMaskeren
Vermommen
VerkleeddeVerkleed
VerkleinenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkleinde, heeft verkleind; verkleiner, verkleining)
1 [[kleiner]] maken
2 geringer maken.

In Spaans overeenkomend met: Empequeñecer
VerkleindeVerkleind
VerkletsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verkletste]], heeft verkletst)
1 met kletsen verloren laten gaan.

VerkletsteVerkletst
VerkleumenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkleumde, is verkleumd; verkleuming)
1 bevangen worden van kou.

VerkleumdeVerkleumd
VerkleurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkleurde, is verkleurd; verkleuring)
1 van kleur veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Desteñirse
Marchitarse, Mustiarse
  sKwijnen
Verdorren
Verflensen
Verleppen
Verwelken
VerkleurdeVerkleurd
VerklikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklikte, heeft verklikt; verklikker, verklikking)
1 heimelijk aanbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Delatar, Denunciar
  sAanbrengen
Aangeven
Aanzeggen
Klikken
Verraden
VerklikteVerklikt
VerklinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (van geluiden) wegsterven.

VerklonkVerklonken
VerkloekenVerkloekteVerkloekt
VerklotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklootte, heeft verkloot)
1 (vulgair) verknoeien, bederven.

VerklootteVerkloot
VerklungelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verklungelde, heeft verklungeld)
1 met nietigheden doorbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Acabar
  sOpmaken
Verdoen
Verkwisten
Vermorsen
Verspillen
VerklungeldeVerklungeld
VerknallenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verknalde, heeft verknald)
1 (informeel) verloren laten gaan
2 aan vuurwerk verschieten.

VerknaldeVerknald
VerknechtenVerknechtteVerknecht
VerkneukelenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verkneukelde zich, heeft zich verkneukeld)
1 innerlijk veel plezier hebben.

VerkneukeldeVerkneukeld
VerkneuterenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verkneuterde zich, heeft zich verkneuterd)
1 verkneukelen.

VerkneuterdeVerkneuterd
VerkniezenVerkniesdeVerkniesd
VerknijpenVerkneepVerknepen
VerknippenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verknipte, heeft verknipt)
1 in kleine stukjes knippen
2 knippend bederven, verkeerd knippen.

VerknipteVerknipt
VerknoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verknoeide, heeft verknoeid; verknoeier, verknoeiing)
1 door slechte behandeling bederven
2 (tijd, geld) op onnutte wijze besteden.

In Spaans overeenkomend met: Averiar, Deteriorar, Estropear
Echar a perder
Chafallar, Chapucear
Corromper
  sBederven
Beschadigen
Beunhazen
Havenen
Knoeien
Modderen
Schaden
Schenden
Stuk maken
Stukmaken
Toetakelen
Verhaspelen
Verpesten
Verprutsen
VerknoeideVerknoeid
VerknollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verknolde]], heeft verknold)
1 (informeel) verknoeien.

VerknoldeVerknold
VerknopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verknoopte, heeft verknoopt)
1 nauw met elkaar verbinden.

VerknoopteVerknoopt
VerknutselenVerknutseldeVerknutseld
VerkoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkoelde, is verkoeld; verkoeling)
1 minder hartelijk worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verkoelde, heeft verkoeld)
1 koel, koeler maken.

In Spaans overeenkomend met: Resfriar
  sKoud maken
VerkoeldeVerkoeld
VerkoeverenVerkoeverdeVerkoeverd
VerkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verkookte]], is verkookt)
1 door koken verdampen.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verkookte]], heeft verkookt)
1 indampen.

VerkookteVerkookt
VerkokerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verkokerde]], is verkokerd; verkokering)
1 uiteenvallen in een aantal scherp gescheiden beleidscircuits.

VerkokerdeVerkokerd
VerkolenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkoolde, is verkoold; verkoling)
1 tot kool worden of verbranden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verkoolde, heeft verkoold)
1 tot houtskool maken of verwerken.

In Spaans overeenkomend met: Carbonizar
VerkooldeVerkoold
VerkommerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkommerde, is verkommerd; verkommering)
1 in ellende wegkwijnen.

VerkommerdeVerkommerd
VerkondenVerkonddeVerkond
VerkondigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkondigde, heeft verkondigd; verkondiger, verkondiging)
1 als leer of waarheid bekendmaken.

In Spaans overeenkomend met: Proclamar
  sAfkondigen
Proclameren
Uitvaardigen
VerkondigdeVerkondigd
VerkondschappenVerkondschapteVerkondschapt
VerkonkelenVerkonkeldeVerkonkeld
VerkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkocht, heeft verkocht; verkoper, verkoping)
1 verkocht worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verkocht, heeft verkocht)
1 (ook absoluut) (iets) aan een ander tegen een bepaalde prijs overdoen
2 toedienen
3 ten beste geven
4 aannemelijk, geloofwaardig maken.

In Spaans overeenkomend met: Marear ((koopwaar),(mercancías)), Vender
  sOverdoen
Tappen
Verhandelen
Vervreemden
Wegdoen
VerkochtVerkocht
VerkoperenVerkoperdeVerkoperd
VerkorrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verkorrelde]], is verkorreld; verkorreling)
1 tot korrels worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verkorrelde]], heeft verkorreld)
1 tot korrels vormen.

VerkorreldeVerkorreld
VerkorstenVerkorstteVerkorst
VerkortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkortte, heeft verkort)
1 korter maken, inkorten.

In Spaans overeenkomend met: Acortar
  sAfkorten
Bekorten
Inkorten
VerkortteVerkort
VerkrachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkrachtte, heeft verkracht; verkrachter, verkrachting)
1 met geweld tot [[geslachtsgemeenschap]] dwingen
2 op grove wijze schenden.

In Spaans overeenkomend met: Forzar, Violar, Violentar
  sForceren
Geweld aandoen
VerkrachtteVerkracht
VerkrampenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkrampte, is verkrampt; verkramping)
1 verstijven door kramp of psychische spanningen.

In Spaans overeenkomend met: Crispar
VerkrampteVerkrampt
VerkrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkrapping)
¶ alleen in verbindingen.

VerkrapteVerkrapt
VerkreukelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkreukelde, is verkreukeld; verkreukeling)
1 kreukels krijgen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verkreukelde, heeft verkreukeld)
1 door kreuken bederven.

In Spaans overeenkomend met: Ajar, Arrugar, Estrujar
  sFrommelen
Kreukelen
Kreuken
Verfomfaaien
Verfrommelen
VerkreukeldeVerkreukeld
VerkreukenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[verkreukte]], heeft verkreukt; verkreuker, verkreuking)
1 verkreukelen.

VerkreukteVerkreukt
VerkrijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkreeg, heeft verkregen; verkrijger, verkrijging)
1 krijgen, ontvangen
2 kopen
3 (met inspanning) verwerven.

In Spaans overeenkomend met: Adquirir, Alcanzar, Conseguir, Obtener, Reportar
Proporcionarse
  sAanschaffen
Behalen
Buitmaken
Erin slagen om
Kopen
Krijgen
Verwerven
VerkreegVerkregen
VerkrimpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkrimping)
¶ alleen in verbindingen.

VerkrompVerkrompen
VerkrommenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verkromde]], is verkromd)
1 krom worden.

VerkromdeVerkromd
VerkroppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkropping)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Oprimir, Reprimir
Ahogar, Sofocar
  sNeerslaan
Onderdrukken
Opkroppen
Smoren
Verdringen
Verdrukken
Verstikken
VerkropteVerkropt
VerkrottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkrotte, is verkrot; verkrotting)
1 door gebrek aan onderhoud vervallen.

VerkrotteVerkrot
VerkruienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkruide, heeft verkruid)
1 met een kruiwagen vervoeren.

VerkruideVerkruid
VerkruimelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verkruimelde, heeft verkruimeld; verkruimeling)
1 tot kruimels worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verkruimelde, heeft verkruimeld)
1 geheel tot kruimels maken
2 te klein verdelen.

In Spaans overeenkomend met: Desmenuzar, Desmigajar, Desmigar, Migar
  sKruimelen
Uitrafelen
Verbrokkelen
VerkruimeldeVerkruimeld
VerkuilenVerkuildeVerkuild
VerkwanselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkwanselde, heeft verkwanseld; verkwanseling)
1 op een knoeierige manier verruilen of van de hand doen
2 aan [[beuzelarijen]] uitgeven.

VerkwanseldeVerkwanseld
VerkwijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verkwijnde]], is verkwijnd; verkwijning)
1 langzamerhand minder, zwakker worden.

VerkwijndeVerkwijnd
VerkwikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkwikte, heeft verkwikt)
1 weer fit maken.

VerkwikteVerkwikt
VerkwistenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verkwistte, heeft verkwist; verkwister, verkwisting)
1 op onnutte of lichtzinnige wijze verbruiken.

In Spaans overeenkomend met: Derrotar
Acabar
Perder
Derrochar, Desbaratar, Despilfarrar, Destrozar, Disipar, Malgastar, Malograr, Prodigar
  sDoorbrengen
Kwijtraken
Opgeven
Opmaken
Verbeuren
Verbrassen
Verdoen
Verklungelen
Verliezen
Vermorsen
Vernielen
Vernietigen
Verspelen
Verspillen
VerkwistteVerkwist
VerladenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlaadde, heeft verladen; verlader, verlading)
1 in een ander schip of voertuig laden.

In Spaans overeenkomend met: Transbordar
  sAfwentelen
Overladen
VerlaaddeVerladen
VerlagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlaagde, heeft verlaagd; verlaging)
1 lager maken
2 zedelijk laag doen staan, schande aandoen.

In Spaans overeenkomend met: Rebajar
Degradar
Disminuir
Bajar
  sAchterhouden
Dalen
Degraderen
Minder worden
Verminderen
Verzakken
Wegzakken
Zakken
VerlaagdeVerlaagd
VerlakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlakte, heeft verlakt; [[verlakker]], verlakking)
1 (informeel) bedriegen
2 met lak overdekken.

In Spaans overeenkomend met: Engañar
  sBeetnemen
Smokkelen
VerlakteVerlakt
VerlammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlamde, heeft verlamd)
1 lam maken.

In Spaans overeenkomend met: Paralizar
  sLamleggen
VerlamdeVerlamd
VerlangenALLE betekenissen van dit woord:
(het; verlangens)
1 sterke begeerte.
(werkwoord; verlangde, heeft verlangd)
1 vervuld zijn van een begeerte, intens willen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verlangde, heeft verlangd)
1 willen hebben.

In Spaans overeenkomend met: Desear
Exigir
Pedir
Anhelar, Añorar, Suspirar
  sBegeren
Hunkeren
Reikhalzen
Smachten
Trek hebben in
Verkiezen
Wensen
Zuchten
Zuchten naar
VerlangdeVerlangd
VerlangzamenVerlangzaamdeVerlangzaamd
VerlanterfantenVerlanterfantteVerlanterfant
VerlappenVerlapteVerlapt
VerlatenIn de betekenis van:
1 rekenen op, vertrouwen op
2 te laat komen

In Spaans overeenkomend met: Atrasar
  sAchter zijn
Achterlaten
Achterlopen
Afscheid nemen
Afscheid nemen van
In de steek laten
Laten varen
Legateren
Nalaten
Vaarwel zeggen
Vaarwel zeggen tegen
Vermaken
Vertragen
Verzuimen
VerlaatteVerlaat
VerlatenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; verlatenheid)
1 (van plaatsen) leeg, stil.
(werkwoord; verlaatte, heeft verlaat)
1 rekenen, vertrouwen op.
([[overgankelijk]] werkwoord; verliet, heeft verlaten)
1 weggaan uit of van
2 niet meer toepassen of gebruiken.
(wederkerend werkwoord; verlaatte zich, heeft zich verlaat)
1 te laat komen.

In Spaans overeenkomend met: Despedirse
AbandonarDejar
  sAchter zijn
Achterlaten
Achterlopen
Afscheid nemen
Afscheid nemen van
In de steek laten
Laten varen
Legateren
Nalaten
Vaarwel zeggen
Vaarwel zeggen tegen
Vermaken
Vertragen
Verzuimen
VerlietVerlaten
VerledigenVerledigdeVerledigd
VerleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlegde, heeft verlegd; verlegger, verlegging)
1 verplaatsen, anders leggen.

In Spaans overeenkomend met: Extraviar, Trasladar
  sOmzetten
Overbrengen
Overplaatsen
Verplaatsen
Wegmaken
VerlegdeVerlegd
VerleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verleidde, heeft verleid; verleider, verleiding)
1 tot iets slechts overhalen, op de slechte weg leiden
2 verlokken tot
3 tot [[geslachtsgemeenschap]] brengen, overhalen.

In Spaans overeenkomend met: Corromper
Seducir
Tentar
  sBekoren
In verzoeking brengen
Verlokken
Verzoeken
VerleiddeVerleid
VerleienVerleideVerleid
VerlekkerenIn Spaans overeenkomend met: Atraer, Cautivar, Seducir
  sAanlokken
Aantrekken
Bekoren
Toelachen
Trekken
VerlekkerdeVerlekkerd
VerlelijkenVerlelijkteVerlelijkt
VerlenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verleende, heeft verleend; verlener, verlening)
1 geven, verschaffen, schenken.

In Spaans overeenkomend met: Dar
Conferir, Otorgar
  sAangeven
Geven
Inwilligen
Opbrengen
Toebrengen
Toekennen
Toestaan
VerleendeVerleend
VerlengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlengde, heeft verlengd; verlenger, verlenging)
1 langer maken
2 langer laten duren.

In Spaans overeenkomend met: Prolongar
Alargar
  sDoortrekken
Langer maken
Rekken
Uitleggen
Uitrekken
Uittrekken
VerlengdeVerlengd
VerleppenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verlepte, is verlept)
1 verwelken.

In Spaans overeenkomend met: Marchitarse, Mustiarse
  sKwijnen
Verdorren
Verflensen
Verkleuren
Verwelken
VerlepteVerlept
VerlerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verleerde, heeft verleerd; verlering)
1 na enige tijd niet meer kennen of kunnen.

In Spaans overeenkomend met: Desaprender, Olvidar, Olvidarse
  sAfleren
VerleerdeVerleerd
VerlettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlette, heeft verlet)
1 verhinderen.

VerletteVerlet
VerleuterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verleuterde]], heeft verleuterd)
1 (de tijd) met praten verloren laten gaan.

VerleuterdeVerleuterd
VerlevendigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verlevendigde]], heeft verlevendigd)
1 levendig, [[levendiger]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Activar, Alegrar, Amenizar, Animar, Incitar
  sAanvuren
Aanwakkeren
Aanzetten
Opvrolijken
VerlevendigdeVerlevendigd
VerlezenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[verlas]] zich, heeft zich verlezen)
1 zich vergissen bij het lezen.

VerlasVerlezen
VerlichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlichtte, heeft verlicht; [[verlichter]], verlichting)
1 van licht voorzien
2 minder zwaar maken
3 inzicht, kennis brengen tot of in.

In Spaans overeenkomend met: Desahogar
Aliviar
Adornar con luces
Aclarar, Alumbrar, Encender, Iluminar
Atenuar, Mitigar, Paliar
  sAansteken
Belichten
Bevrijden
Illumineren
Lenigen
Opluchten
Vermurwen
Verzachten
Voorlichten
VerlichtteVerlicht
VerliederlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verliederlijkte, is verliederlijkt; verliederlijking)
1 liederlijk worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verliederlijkte, heeft verliederlijkt)
1 liederlijk maken.

VerliederlijkteVerliederlijkt
VerlievenVerliefdeVerliefd
VerliezenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verloor, heeft verloren)
1 totaal opgaan in.
([[overgankelijk]] werkwoord; verloor, heeft verloren)
1 (ook absoluut) de mindere blijken, overwonnen worden
2 (ook absoluut) nadeel lijden in de handel
3 niet meer beschikken over
4 nutteloos besteden.

In Spaans overeenkomend met: Perder, Sucumbir ((het proces),(el proceso judicial))
Malograr
  sKwijtraken
Opgeven
Verbeuren
Verkwisten
Verspelen
Verspillen
VerloorVerloren
VerliggenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 anders liggen.

VerlagVerlegen
VerlijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verleed]], heeft verleden)
1 (juridisch) (van een notaris) (een akte, testament, contract enz.) opmaken en na [[ondertekening]] rechtsgeldig verklaren.

VerleedVerleden
VerlijerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verlijerde]], is verlijerd; verlijering)
1 (van een schip) naar de lijzijde afdrijven.

VerlijerdeVerlijerd
VerlijmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlijmde, heeft verlijmd; verlijming)
1 met lijm verbinden.

VerlijmdeVerlijmd
VerlinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlinkte, heeft verlinkt; verlinker, verlinking)
1 (informeel) verraden.

VerlinkteVerlinkt
VerlinksenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verlinkste, heeft verlinkst)
1 [[linkser]], [[progressiever]] worden.

VerlinksteVerlinkst
VerlodenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verloodde, heeft verlood; verloding)
1 met lood bedekken.

VerlooddeVerlood
VerloederenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verloederde, is verloederd; verloedering)
1 te [[gronde]] gaan
2 (jacht) (van een dood dier dat niet gevonden wordt) verrotten, vergaan.

In Spaans overeenkomend met: Decaer
VerloederdeVerloederd
VerlokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlokte, heeft verlokt; verlokker, verlokking)
1 overhalen door iets aantrekkelijk voor te stellen.

In Spaans overeenkomend met: Tentar
  sBekoren
In verzoeking brengen
Verleiden
Verzoeken
VerlokteVerlokt
VerlonenVerloondeVerloond
VerloochenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verloochende, heeft verloochend; verloochenaar, verloochening)
1 beweren geen betrekking tot het genoemde te hebben.

In Spaans overeenkomend met: Abnegar, Renegar
VerloochendeVerloochend
VerlopenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; verlopener, meest verlopen)
1 aan lagerwal geraakt.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verliep, is verlopen)
1 (van tijd) verstrijken
2 na enige tijd ongeldig worden
3 zich afspelen
4 gaandeweg minder bezocht of beoefend worden
5 in zijn verloop van profiel veranderen
6 (van zetsel) in een andere regel, op een volgende kolom of bladzijde komen.

In Spaans overeenkomend met: Expirar, Terminarse
Ir
Pasar, Transcurrir
  sAflopen
Eindigen
Lopen
Omkomen
Ophouden
Overgaan
Uitgaan
Uitlopen
Uitraken
Van stapel lopen
Vergaan
Verstrijken
Zich begeven
VerliepVerlopen
VerlossenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verloste, heeft verlost; verlosser, verlossing)
1 uit een benarde positie bevrijden.

In Spaans overeenkomend met: Libertar, Poner en libertad
  sAfhelpen
Bevrijden
Loslaten
Vrijlaten
Vrijmaken
VerlosteVerlost
VerlotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlootte, heeft verloot; verloter, verloting)
1 door het lot laten toewijzen.

VerlootteVerloot
VerlovenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verloofde zich, heeft zich verloofd)
1 zich door trouwbelofte verbinden.

VerloofdeVerloofd
VerluchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verluchtte, heeft verlucht; verluchter, verluchting)
1 (een geschrift) illustreren
2 (in [[België]]) luchten, ventileren.

In Spaans overeenkomend met: Ilustrar
  sIllustreren
Veraanschouwelijken
VerluchtteVerlucht
VerluchtigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verluchtigde, heeft verluchtigd; verluchtiging)
1 opvrolijken.

VerluchtigdeVerluchtigd
VerluidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; verluidde, heeft verluid)
1 bekend worden.

VerluiddeVerluid
VerluierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verluierde, heeft verluierd; verluiering)
1 (de tijd) luierend doorbrengen.

VerluierdeVerluierd
VerlullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlulde, heeft verluld)
1 (informeel) (de tijd) met kletsen verdoen
2 (informeel) verraden.
(wederkerend werkwoord; verlulde zich, heeft zich verluld)
1 zijn mond voorbijpraten.

VerluldeVerluld
VerlummelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verlummelde, heeft verlummeld)
1 (de tijd) verbeuzelen.

VerlummeldeVerlummeld
VerlustigenVerlustigdeVerlustigd
VermaagschappenVermaagschapteVermaagschapt
VermagerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vermagerde, is vermagerd; vermagering)
1 [[magerder]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vermagerde, heeft vermagerd)
1 [[magerder]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Adelgazar, Enflaquecer
  sMinder worden
Verminderen
Verzwakken
VermagerdeVermagerd
VermakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermaakte, heeft vermaakt; vermaker, vermaking)
1 aangenaam bezighouden
2 bij testament toewijzen
3 (kledingstukken) anders maken.
(wederkerend werkwoord; vermaakte zich, heeft zich vermaakt)
1 plezier hebben.

In Spaans overeenkomend met: Transformar, Transformarse
Divertir, Entretener
Dejar
Cambiar, Mudar
  sAchterlaten
Amuseren
Herscheppen
In de steek laten
Legateren
Nalaten
Onderhouden
Opvrolijken
Veranderen
Verlaten
Vervormen
Verzuimen
Wisselen
VermaakteVermaakt
VermaledijenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermaledijde, heeft vermaledijd)
1 vervloeken.

VermaledijdeVermaledijd
VermalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermaalde, heeft vermalen; vermaling)
1 fijnmalen.

In Spaans overeenkomend met: Majar
Moler
  sFijnstampen
Kwellen
Malen
VermaaldeVermalen
VermanenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vermaande, heeft vermaand; vermaner, vermaning)
1 (iemand) met aandrang zeggen dat hij zich moet beteren.

In Spaans overeenkomend met: Apercibir
Reprender
  sManen
Waarschuwen
VermaandeVermaand
VermangelenVermangeldeVermangeld
VermannelijkenIn Spaans overeenkomend met: Amacharse
VermannelijkteVermannelijkt
VermannenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vermande zich, heeft zich vermand; vermanning)
1 moed vatten, de kracht tot iets vinden.

VermandeVermand
VermarktenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermarktte, heeft vermarkt)
1 onderwerpen aan marktwerking
2 trachten te verkopen.

VermarktteVermarkt
VermassacrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermassacreerde, heeft vermassacreerd)
1 (in België; informeel) geheel verknoeien
2 (in België; informeel) uitroeien.

VermassacreerdeVermassacreerd
VermasserenVermasserdeVermasserd
VermeerderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vermeerderde, is vermeerderd; vermeerdering)
1 groter worden in omvang of aantal.
([[overgankelijk]] werkwoord; vermeerderde, heeft vermeerderd)
1 groter maken in omvang, aantal of kracht.

In Spaans overeenkomend met: Aumentar, Incrementar
Acrecentar, Adelantar
  sVergroten
Verhogen
VermeerderdeVermeerderd
VermeesterenVermeesterdeVermeesterd
VermeienALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[vermeide]] zich, heeft zich vermeid)
1 (formeel) zich vermaken.

VermeideVermeid
VermeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermeldde, heeft vermeld; vermelding)
1 berichten, opgave doen van.

In Spaans overeenkomend met: Mencionar, Mentar
  sGewag maken van
Melden
Noemen
VermelddeVermeld
VermemelenVermemeldeVermemeld
VermenenVermeendeVermeend
VermengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermengde, heeft vermengd; vermenging)
1 (twee of meer stoffen) door elkaar werken.
(wederkerend werkwoord; vermengde zich, heeft zich vermengd)
1 een mengsel vormen.

In Spaans overeenkomend met: Amalgamar
Confundir, Entremezclar, Mezclar
  sMengen
Mixen
Temperen
Verwarren
VermengdeVermengd
VermenigvuldigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermenigvuldigde, heeft vermenigvuldigd; [[vermenigvuldiger]], vermenigvuldiging)
1 tot een veelvoud maken, in aantal doen toenemen
2 een bepaald veelvoud maken van.
(wederkerend werkwoord; vermenigvuldigde zich, heeft zich vermenigvuldigd)
1 zich voortplanten
2 zich opstapelen, [[talrijker]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Multiplicar
VermenigvuldigdeVermenigvuldigd
VermenselijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vermenselijkte, is vermenselijkt; vermenselijking)
1 [[menselijker]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vermenselijkte, heeft vermenselijkt)
1 menselijke vormen geven, menselijk voorstellen.

VermenselijkteVermenselijkt
VermetenVermatVermeten
VermijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermeed, heeft vermeden; vermijding)
1 voorkomen
2 ontwijken.

In Spaans overeenkomend met: Evitar, Rehuir
  sMijden
Ontwijken
Uit de weg gaan
VermeedVermeden
VermiljoenenVermiljoendeGevermiljoend
VerminderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verminderde, is verminderd)
1 [[kleiner]] worden in omvang, aantal of kracht.
([[overgankelijk]] werkwoord; verminderde, heeft verminderd)
1 [[kleiner]] maken in omvang, aantal of kracht.

In Spaans overeenkomend met: Rebajar
Adelgazar
Cercenar, Disminuir, Escasear, Escatimar
Amainar, Decrecer, Menguar
Resfriarse
  sAchterhouden
Afnemen
Bekoelen
Minder worden
Slinken
Tanen
Verflauwen
Verlagen
Vermageren
Verzwakken
VerminderdeVerminderd
VerminkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verminkte, heeft verminkt; verminking)
1 onherstelbaar beschadigen.

In Spaans overeenkomend met: Corromper
Mutilar
  sVerdraaien
VerminkteVerminkt
VermissenVermisteVermist
VermoedenALLE betekenissen van dit woord:
(het; vermoedens)
1 gedachte, veronderstelling op grond van aanwijzingen
2 (juridisch) gevolgtrekking uit een bekend feit.
([[overgankelijk]] werkwoord; vermoedde, heeft vermoed)
1 gissen, denken
2 bedacht zijn op.

In Spaans overeenkomend met: Percibir
Entrever
Barruntar, Columbrar, Conjeturar, Imaginar, Maliciar, Presumir, Recelar, Sospechar, Suponer
  sAannemen
Aanvoelen
Gissen
Menen
Onderstellen
Stellen
Veronderstellen
VermoeddeVermoed
VermoeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermoeide, heeft vermoeid; vermoeiing)
1 moe maken.

In Spaans overeenkomend met: Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar
  sErgeren
Tegenstaan
Vervelen
VermoeideVermoeid
VermoerenVermoerdeVermoerd
VermoffelenVermoffeldeVermoffeld
VermoffenVermofteVermoft
VermogenALLE betekenissen van dit woord:
(het; vermogens)
1 rijkdom, bezit
2 de maat van wat iets kan verwerken of presteren
3 dat waartoe iemand of iets in staat is.
([[overgankelijk]] werkwoord; vermocht, heeft vermocht)
1 (archaïsch) kunnen.

VermochtVermocht
VermolmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vermolmde, is vermolmd; vermolming)
1 tot [[molm]] vergaan.

VermolmdeVermolmd
VermommenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermomde, heeft vermomd; vermomming)
1 (iemand) onherkenbaar maken door andere kleding, schmink e.d.
(wederkerend werkwoord)
1 zich onherkenbaar maken door andere kleding, schmink e.d.

In Spaans overeenkomend met: Disfrazar
Enmascarar
  sMaskeren
Verkleden
Verkleden als
VermomdeVermomd
VermooienVermooideVermooid
VermoordenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermoordde, heeft vermoord)
1 gewelddadig van het leven beroven.

In Spaans overeenkomend met: Asesinar
  sMoorden
VermoorddeVermoord
VermorsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermorste, heeft vermorst; vermorsing)
1 door morsen verloren laten gaan.

In Spaans overeenkomend met: Acabar
  sOpmaken
Verdoen
Verklungelen
Verkwisten
Verspillen
VermorsteVermorst
VermorzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermorzelde, heeft vermorzeld; vermorzeling)
1 geheel stukslaan of -drukken.

In Spaans overeenkomend met: Destrozar, Quebrantar, Romper con estrépito
  sIntrappen
Verbrijzelen
Verpletteren
VermorzeldeVermorzeld
VermuffenVermufteVermuft
VermuntenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermuntte, heeft vermunt; vermunting)
1 muntende verbruiken
2 opnieuw munten.

VermuntteVermunt
VermurwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vermurwde, heeft vermurwd)
1 (iemand) zacht, gevoelig maken.

In Spaans overeenkomend met: Atenuar, Mitigar, Paliar
  sVerlichten
Verzachten
VermurwdeVermurwd
VernaaienVernaaideVernaaid
VernachelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernachelde, heeft vernacheld)
1 (informeel) bedriegen.

VernacheldeVernacheld
VernachtenVernachtteVernacht
VernagelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vernagelde]], heeft vernageld; vernageling)
1 dichtspijkeren.

VernageldeVernageld
VernauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernauwde, heeft vernauwd; vernauwing)
1 [[nauwer]] maken.
(wederkerend werkwoord; vernauwde zich, heeft zich vernauwd)
1 [[nauwer]] worden.

VernauwdeVernauwd
VernederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernederde, heeft vernederd; vernedering)
1 geringschattend bejegenen.

In Spaans overeenkomend met: Encoger
Anonadar, Humillar
  sBeschaamd maken
Verootmoedigen
VernederdeVernederd
VernederlandsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vernederlandste]], is vernederlandst; vernederlandsing)
1 [[Nederlands]] worden, een [[Nederlandse]] vorm krijgen.

VernederlandsteVernederlandst
VernemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernam, heeft vernomen; verneming)
1 (informatie) krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Enterarse
Oír
Percibir
  sBemerken
Er achter komen
Gewaar worden
Horen
Merken
Opmerken
Verstaan
Waarnemen
VernamVernomen
VernestelenVernesteldeVernesteld
VerneukenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verneukte, heeft verneukt; verneuker)
1 (informeel) bedriegen.

VerneukteVerneukt
VerneuriënALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verneuriede]], heeft verneuried)
1 (informeel) bedriegen.

VerneuriedeVerneuried
VernevelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vernevelde, is verneveld; verneveling)
1 als nevel vervliegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vernevelde, heeft verneveld)
1 als nevel verspreiden.

VerneveldeVerneveld
VernielenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernielde, heeft vernield; vernieler, vernieling)
1 volledig stukmaken.

In Spaans overeenkomend met: Derrotar, Desbaratar, Destrozar, Destruir
  sTe gronde richten
Verdelgen
Verkwisten
Vernietigen
Verwoesten
VernieldeVernield
VernietigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernietigde, heeft vernietigd; vernietiging)
1 zo vernielen dat alles weg is
2 (juridisch) de vervulling onmogelijk maken van.

In Spaans overeenkomend met: Asolar, Derrotar, Desbaratar, Destruir, Irritar, Subvertir
Derruir
Confundir
Aniquilar, Casar
  sBeschamen
Casseren
Nietig verklaren
Omkeren
Omverwerpen
Onbruikbaar maken
Slopen
Te gronde richten
Teniet doen
Verdelgen
Verkwisten
Vernielen
Verwoesten
Wegcijferen
VernietigdeVernietigd
VernieuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernieuwde, heeft vernieuwd; vernieuwer, vernieuwing)
1 geheel of ten [[dele]] nieuw maken.

In Spaans overeenkomend met: Renovar
  sRenoveren
VernieuwdeVernieuwd
VernieuwerwetsenVernieuwerwetsteVernieuwerwetst
VernikkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vernikkelde, is vernikkeld; vernikkeling)
1 (informeel) verkleumen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vernikkelde, heeft vernikkeld)
1 met nikkel overtrekken
2 (informeel) bedriegen.

In Spaans overeenkomend met: Niquelar
VernikkeldeVernikkeld
VernissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verniste, heeft gevernist)
1 met vernis bestrijken.

In Spaans overeenkomend met: Barnizar
VernisteGevernist
VernoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernoemde, heeft vernoemd; vernoeming)
1 naar iemand noemen.

VernoemdeVernoemd
VernummerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vernummerde, heeft vernummerd; vernummering)
1 opnieuw, anders nummeren.

VernummerdeVernummerd
VeronaangenamenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[veronaangenaamde]], heeft veronaangenaamd; veronaangenaming)
1 onaangenaam maken.

VeronaangenaamdeVeronaangenaamd
VeronachtzamenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veronachtzaamde, heeft veronachtzaamd)
1 verwaarlozen.

In Spaans overeenkomend met: Postergar
  sVergeten
VeronachtzaamdeVeronachtzaamd
VeronderstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veronderstelde, heeft verondersteld; veronderstelling)
1 als waar of bestaand aannemen, uitgaan van.

In Spaans overeenkomend met: Sobreentender, Sobrentender, Suponer
  sAannemen
Menen
Onderstellen
Stellen
Vermoeden
VerondersteldeVerondersteld
VerongelijkenIn Spaans overeenkomend met: Ofender
  sBeledigen
Grieven
Krenken
VerongelijkteVerongelijkt
VerongelukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verongelukte, is verongelukt; verongelukking)
1 door een ongeluk omkomen.

In Spaans overeenkomend met: Perecer
  sCreperen
Omkomen
Ondergaan
Sneuvelen
Vergaan
VerongelukteVerongelukt
VerontheiligenIn Spaans overeenkomend met: Profanar
  sOntheiligen
Ontwijden
Profaneren
Schenden
VerontheiligdeVerontheiligd
VerontreinigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verontreinigde, heeft verontreinigd; verontreiniger, verontreiniging)
1 vuilmaken.

In Spaans overeenkomend met: Contaminar
Emporcar, Ensuciar, Manchar
  sBevlekken
Bevuilen
Bezoedelen
Vuilmaken
VerontreinigdeVerontreinigd
VerontrustenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verontrustte, heeft verontrust; verontrusting)
1 in onrust brengen of houden.

In Spaans overeenkomend met: Asustar
Sobresaltar
Alarmar, Alborotar, Inquietar, Perturbar, Preocupar
Alterar
  sBenauwen
Onrust verwekken bij
Schrik aanjagen
Veranderen
Verschrikken
Verstoren
VerontrustteVerontrust
VerontschuldigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verontschuldigde, heeft verontschuldigd; verontschuldiging)
1 van schuld vrijspreken.
(wederkerend werkwoord; verontschuldigde zich, heeft zich verontschuldigd)
1 excuus vragen.

In Spaans overeenkomend met: Disculpar, Excusar
  sExcuseren
Verschonen
VerontschuldigdeVerontschuldigd
VerontwaardigenIn Spaans overeenkomend met: Indignar
VerontwaardigdeVerontwaardigd
VeroordelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veroordeelde, heeft veroordeeld; veroordelaar, veroordeling)
1 een oordeel uitspreken over
2 bij oordeel verwerpen.

In Spaans overeenkomend met: Juzgar
Condenar, Fulminar
  sBerechten
Oordelen
Rechtspreken
Vonnissen
VeroordeeldeVeroordeeld
VeroorlovenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veroorloofde, heeft veroorloofd)
1 toestaan.
(wederkerend werkwoord; veroorloofde zich, heeft zich veroorloofd; veroorloving)
1 aandurven, de vrijheid nemen om.

In Spaans overeenkomend met: Permitir
  sGedogen
Niet beletten
Permitteren
Toelaten
Toestaan
Vergunnen
VeroorloofdeVeroorloofd
VeroorzakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veroorzaakte, heeft veroorzaakt; [[veroorzaker]], veroorzaking)
1 oorzaak zijn van.

In Spaans overeenkomend met: Acarrear, Causar, Dar lugar a, Inferir ((),(Producir o causar ofensas, agravios, heridas)), Instigar, Maquinar, Ocasionar, Originar, Producir
Provocar
  sAandoen
Aanrichten
Berokkenen
Bezorgen
Doen ontstaan
Meeslepen
Met zich meebrengen
Stichten
Teweegbrengen
Toebrengen
VeroorzaakteVeroorzaakt
VerootmoedigenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; [[verootmoedigde]] zich, heeft zich verootmoedigd; verootmoediging)
1 zich nederig opstellen.

In Spaans overeenkomend met: Encoger
Anonadar, Humillar
  sVernederen
VerootmoedigdeVerootmoedigd
VeropenbarenVeropenbaardeVeropenbaard
VerorberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verorberde, heeft verorberd; verorbering)
1 met smaak nuttigen.

In Spaans overeenkomend met: Consumir
  sConsumeren
Slopen
Verbruiken
Verteren
VerorberdeVerorberd
VerordenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verordende, heeft verordend; verordening)
1 bij verordening vaststellen
2 bevelen, gelasten, wettelijk bepalen.

In Spaans overeenkomend met: Mandar, Ordenar
  sBevelen
Gelasten
Sommeren
Voorschrijven
VerordendeVerordend
VerordinerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verordineerde, heeft verordineerd; verordinering)
1 bevelen, gelasten.

VerordineerdeVerordineerd
VerordonnerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verordonneerde, heeft verordonneerd; verordonnering)
1 bevelen, voorschrijven.

VerordonneerdeVerordonneerd
VerouderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verouderde, is verouderd; veroudering)
1 buiten gebruik raken, niet meer aan de eisen van de tijd voldoen
2 oud, ouder worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verouderde, heeft verouderd)
1 oud, ouder maken.

In Spaans overeenkomend met: Envejecer
Envejecerse
  sBesterven (van wild)
Laten rijpen
VerouderdeVerouderd
VerouwelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verouwelijkte, is verouwelijkt; verouwelijking)
1 (informeel) er ouder uit gaan zien.
([[overgankelijk]] werkwoord; verouwelijkte, heeft verouwelijkt)
1 ouwelijk maken.

VerouwelijkteVerouwelijkt
VeroverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veroverde, heeft veroverd; veroveraar, verovering)
1 zich met geweld meester maken van
2 voor zich winnen.

In Spaans overeenkomend met: Conquistar
VeroverdeVeroverd
VerpaardenVerpaarddeVerpaard
VerpachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpachtte, heeft verpacht; verpachter, verpachting)
1 in pacht geven.

VerpachtteVerpacht
VerpakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpakte, heeft verpakt; verpakker, verpakking)
1 (goederen) in een omhulsel doen.

In Spaans overeenkomend met: Envasar
Empacar, Envolver
  sBottelen
Inpakken
Pakken
VerpakteVerpakt
VerpandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpandde, heeft verpand; verpanding)
1 in onderpand geven.

In Spaans overeenkomend met: Empeñar, Pignorar
  sBelenen
Lenen tegen een onderpand
VerpanddeVerpand
VerpappenVerpapteVerpapt
VerpatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpatste, heeft verpatst)
1 (informeel) te [[gelde]] maken.

VerpatsteVerpatst
VerpauperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verpauperde, is verpauperd; verpaupering)
1 tot armoede vervallen.

VerpauperdeVerpauperd
VerpekelenVerpekeldeVerpekeld
VerpersoonlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpersoonlijkte, heeft verpersoonlijkt; verpersoonlijking)
1 als persoon voorstellen.

VerpersoonlijkteVerpersoonlijkt
VerpestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpestte, heeft verpest; verpesting)
1 (informeel) totaal verknoeien.

In Spaans overeenkomend met: Averiar, Deteriorar, Estropear
Infectar
Acibarar, Envenenar
  sAansteken
Bederven
Beschadigen
Besmetten
Havenen
Infecteren
Knoeien
Schenden
Stuk maken
Stukmaken
Toetakelen
Vergallen
Vergeven
Vergiftigen
Verknoeien
VerpestteVerpest
VerpieterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verpieterde, is verpieterd; verpietering)
1 krachteloos worden, te veel gekookt of gebraden worden
2 verkommeren.

VerpieterdeVerpieterd
VerpinkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerpinkteVerpinkt
VerplaatsenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verplaatste, heeft verplaatst)
1 zich inleven in.
([[overgankelijk]] werkwoord; verplaatste, heeft verplaatst; verplaatsing)
1 naar een andere plaats brengen
2 door zijn volume of beweging wegdrukken.
(wederkerend werkwoord; verplaatste zich, heeft zich verplaatst)
1 zich naar een andere plaats bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Colocar
Desplazar, Trasladar, Trasplantar
  sNeerleggen
Omzetten
Overbrengen
Overplaatsen
Verleggen
Vlijen
VerplaatsteVerplaatst
VerplantenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verplantte, heeft verplant; verplanting)
1 elders planten.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
  sOverplanten
Overpoten
Transplanteren
Verpoten
VerplantteVerplant
VerplegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpleegde, heeft verpleegd; verpleger, verpleging)
1 zijn zorg wijden aan.

In Spaans overeenkomend met: Cuidar
  sBewaken
Opletten
Passen op
Zorgen voor
VerpleegdeVerpleegd
VerplettenVerpletteVerplet
VerpletterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpletterde, heeft verpletterd; verplettering)
1 door zijn gewicht vermorzelen
2 geheel overstelpen.

In Spaans overeenkomend met: Quebrantar, Romper con estrépito
Abrumar, Enterrar
  sBedelven
Intrappen
Overstelpen
Verbrijzelen
Vermorzelen
VerpletterdeVerpletterd
VerplichtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verplichtte, heeft verplicht)
1 als plicht opleggen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verplichtte, heeft verplicht; verplichting)
1 door dienst verbinden, noodzaken tot dankbaarheid.

In Spaans overeenkomend met: Comprometer
Forzar, Obligar
  sDwingen
Noodzaken
Verbinden
Verplichten tot
VerplichtteVerplicht
VerplooienVerplooideVerplooid
VerpoederenIn Spaans overeenkomend met: Pulverizar
  sFijnmaken
Verpulveren
VerpoederdeVerpoederd
VerpolitiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verpolitiekte]], heeft verpolitiekt)
1 tot een politieke zaak, tot iets [[politieks]] maken.

VerpolitiekteVerpolitiekt
VerpompenVerpompteVerpompt
VerpoppenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verpopte zich, heeft zich verpopt; verpopping)
1 tot pop, een ingesponnen rups worden.

VerpopteVerpopt
VerpotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpootte, heeft verpoot; verpoting)
1 elders poten.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
  sOverplanten
Overpoten
Transplanteren
Verplanten
VerpootteVerpoot
VerpottenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verpotte, heeft verpot; verpotting)
1 in een andere pot zetten.

VerpotteVerpot
VerpozenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verpoosde zich, heeft zich verpoosd; verpozing)
1 (formeel) rust houden.

VerpoosdeVerpoosd
VerpratenVerpraatteVerpraat
VerprotestantsenVerprotestantsteVerprotestantst
VerprutsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verprutste, heeft verprutst; verprutsing)
1 verknoeien.

In Spaans overeenkomend met: Chafallar, Chapucear
  sBeunhazen
Knoeien
Modderen
Verhaspelen
Verknoeien
VerprutsteVerprutst
VerpulverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verpulverde, heeft verpulverd; verpulveraar, verpulvering)
1 tot pulver worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verpulverde, heeft verpulverd)
1 tot pulver maken.

In Spaans overeenkomend met: Pulverizar
  sFijnmaken
Verpoederen
VerpulverdeVerpulverd
VerradenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verried, heeft verraden; verrader)
1 trouweloos handelen jegens
2 (een geheim) verklappen, bekendmaken
3 kenbaar maken.

In Spaans overeenkomend met: Delatar
Acusar
Traicionar
  sAanbrengen
Aangeven
In de steek laten
Klikken
Laten merken
Verklikken
Verraadde, VerriedVerraden
VerrafelenVerrafeldeVerrafeld
VerramsjenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verramsjte, heeft verramsjt; verramsjing)
1 tegen [[afbraakprijs]] verkopen.

VerramsjteVerramsjt
VerrassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verraste, heeft verrast; verrassing)
1 (iemand) onverwachts met iets confronteren
2 onverwachts verblijden.

In Spaans overeenkomend met: Sorprender
  sBetrappen
Snappen
VerrasteVerrast
VerrechtsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verrechtste, is verrechtst; verrechtsing)
1 [[rechtser]], [[conservatiever]] worden.

VerrechtsteVerrechtst
VerrechtvaardigenVerrechtvaardigdeVerrechtvaardigd
VerregenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verregende, is verregend)
1 door de regen mislukken.

VerregendeVerregend
VerreikenVerreikteVerreikt
VerreizenVerreisdeVerreisd
VerrekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verrekende, heeft verrekend; verrekening)
1 schulden tenietdoen.
(wederkerend werkwoord; verrekende zich, heeft zich verrekend)
1 zich met rekenen vergissen.

VerrekendeVerrekend
VerrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verrekte, is verrekt)
1 (informeel) vergaan van, hevig lijden door.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verrekte, is verrekt; verrekking)
1 (informeel) versmachten, door gebrek omkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verrekte, heeft verrekt)
1 uit zijn verband rekken.

In Spaans overeenkomend met: Desarticular
  sOntwrichten
Verstuiken
VerrekteVerrekt
VerrichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verrichtte, heeft verricht; verrichter, verrichting)
1 ten uitvoer brengen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
Realizar
  sBewerkstelligen
Nakomen
Naleven
Realiseren
Uitvoeren
Vervullen
Verwerkelijken
Voltrekken
VerrichtteVerricht
VerrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verreed, heeft verreden)
1 rijdend verplaatsen
2 (sport) rijden om.

VerreedVerreden
VerrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verrijkte, heeft verrijkt; verrijking)
1 [[waardevoller]] maken
2 (techniek) het gehalte aan werkzame isotopen verhogen.
(wederkerend werkwoord; verrijkte zich, heeft zich verrijkt)
1 veel verdienen, ten koste van anderen.

In Spaans overeenkomend met: Enriquecer
VerrijkteVerrijkt
VerrijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verrees, is verrezen; verrijzing)
1 omhooggaan
2 opstaan.

In Spaans overeenkomend met: Subir
Levantarse
Resucitar
  sOpgaan
Opkomen
Opstaan
Wassen
VerreesVerrezen
VerrimpelenVerrimpeldeVerrimpeld
VerroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verroeide, heeft verroeid)
1 (watersport) roeien om (een prijs).

VerroeideVerroeid
VerroerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verroerde, heeft verroerd; verroering)
1 in beweging, van zijn plaats brengen.
(wederkerend werkwoord; verroerde zich, heeft zich verroerd)
1 zich bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Mover
  sBewegen
VerroerdeVerroerd
VerroestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verroestte, is verroest; verroesting)
1 met roest overdekt, door roest verteerd worden.

VerroestteVerroest
VerrokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verrookte, heeft verrookt)
1 (geld) voor roken uitgeven.

VerrookteVerrookt
VerrollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verrolde, heeft verrold)
1 rollend verplaatsen.

VerroldeVerrold
VerronselenVerronseldeVerronseld
VerroomsenVerroomsteVerroomst
VerrottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verrotte, is verrot; verrotting)
1 tot ontbinding overgaan.

In Spaans overeenkomend met: Corromperse, Pudrirse
  sBederven
Rotten
Vergaan
VerrotteVerrot
VerruigenVerruigdeVerruigd
VerruilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verruilde, heeft verruild; verruiling)
1 inwisselen tegen.

In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar
  sInruilen
Inwisselen
Ruilen
Uitwisselen
Wisselen
VerruildeVerruild
VerruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verruimde, is verruimd; verruimer, verruiming)
1 ruimer, [[wijder]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verruimde, heeft verruimd)
1 ruimer, [[wijder]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Ampliar
  sUitbreiden
Verbreden
Vergroten
VerruimdeVerruimd
VerrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verrukte, heeft verrukt)
1 in extase brengen.

In Spaans overeenkomend met: Embelesar, Extasiar
  sIn verrukking brengen
VerrukteVerrukt
VerruwenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verruwde, is verruwd; verruwing)
1 [[ruwer]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verruwde, heeft verruwd)
1 [[ruwer]] maken.

VerruwdeVerruwd
VersagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[versaagde]], heeft versaagd; versaging)
1 de moed verliezen, moedeloos worden.

In Spaans overeenkomend met: Desmayar
  sDe moed verliezen
VersaagdeVersaagd
VersassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versaste, heeft versast)
1 (in [[België]]) schutten
2 (in [[België]]) van de ene plaats naar de andere overbrengen
3 (in [[België]]) (geld) doorsluizen.

VersasteVersast
VerschaffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschafte, heeft verschaft; verschaffing)
1 doen toekomen, voorzien van.

In Spaans overeenkomend met: Deparar, Facilitar, Suministrar
Conceder, Proporcionar
Procurar
  sBezorgen
Fourneren
Uitreiken
Verstrekken
VerschafteVerschaft
VerschalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschaalde, is verschaald; verschaling)
1 door lang staan geur en kracht verliezen.

VerschaaldeVerschaald
VerschalkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschalkte, heeft verschalkt; verschalker, verschalking)
1 nuttigen
2 (door list) vangen.

In Spaans overeenkomend met: Burlar
  sBedriegen
Foppen
VerschalkteVerschalkt
VerschansenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschanste, heeft verschanst; verschansing)
1 met schansen versterken.
(wederkerend werkwoord; verschanste zich, heeft zich verschanst)
1 bescherming zoeken.

In Spaans overeenkomend met: Fortificar
  sVersterken
Verstevigen
VerschansteVerschanst
VerscharenVerschaardeVerschaard
VerscheidenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 (formeel) het overlijden.
(bijvoeglijk naamwoord; [[verscheidener]], meest verscheiden)
1 (formeel) verschillend, afwijkend.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verscheidde, is verscheiden)
1 (formeel) sterven.

In Spaans overeenkomend met: Morir
  sDoodgaan
Overlijden
Sterven
Versmachten
VerscheiddeVerscheiden
VerschelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerscheeldeVerscheeld
VerschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschonk, heeft verschonken)
1 weggeven.

VerschonkVerschonken
VerschepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verscheepte, heeft verscheept; verscheper, verscheping)
1 van het ene schip in het andere overladen
2 per schip verzenden.

VerscheepteVerscheept
VerscherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschoor, heeft verschoren)
1 (scheepvaart) (een touw) over een rol, katrol in een andere richting laten lopen.

Verscheerde, VerschoorVerschoren
VerscherpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verscherpte, is verscherpt; verscherping)
1 scherper, [[ernstiger]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verscherpte, heeft verscherpt)
1 scherper, [[strenger]] maken.

VerscherpteVerscherpt
VerschervenVerscherfdeVerscherfd
VerscheurenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verscheurde, heeft verscheurd; verscheuring)
1 door scheuren vernietigen
2 met de tanden verslinden
3 tot verdeeldheid brengen.

In Spaans overeenkomend met: Desgarrar, Dilacerar
  sDoorscheuren
Vaneenscheuren
VerscheurdeVerscheurd
VerschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschoot, is verschoten; verschieter, verschieting)
1 vaal van kleur worden
2 (van mensen) bleek worden
3 (in België; informeel) schrikken.
([[overgankelijk]] werkwoord; verschoot, heeft verschoten)
1 al schietend verbruiken.

In Spaans overeenkomend met: Caer
Marcirse
  sAfvallen
Neervallen
Vallen
VerschootVerschoten
VerschijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verscheen, is verschenen; verschijning)
1 op de afgesproken plaats komen
2 uitgegeven worden
3 (van een termijn, wissel) vervallen.

In Spaans overeenkomend met: Aparecer, Comparecer
Aflorar, Presentarse
Salir
  sOpdagen
Opdraven
Te voorschijn komen
Uitkomen
Zijn intrede doen
VerscheenVerschenen
VerschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschikte, is verschikt; verschikking)
1 (van mensen) opzijschuiven.
([[overgankelijk]] werkwoord; verschikte, heeft verschikt)
1 anders plaatsen of leggen.

VerschikteVerschikt
VerschilferenVerschilferdeVerschilferd
VerschillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschilde, heeft verschild)
1 zich van elkaar onderscheiden
2 het genoemde bedrag of aantal als verschil hebben, groter of [[kleiner]] zijn ten [[opzichte]] van elkaar.

In Spaans overeenkomend met: Diferenciarse
Diferir, Ser diferente
  sSchelen
Uitblinken
Uiteenlopen
Zich onderscheiden
VerschildeVerschild
VerschimmelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verschimmelde]], is verschimmeld)
1 door beschimmeling bedorven raken.

In Spaans overeenkomend met: Enmohecerse
  sBeschimmelen
Schimmelen
VerschimmeldeVerschimmeld
VerschonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschoonde, heeft verschoond; verschoning)
1 van schoon goed voorzien
2 (formeel) verontschuldigen
3 sparen, ontzien.

In Spaans overeenkomend met: Disculpar, Excusar
  sExcuseren
Verontschuldigen
VerschoondeVerschoond
VerschoppenVerschopteVerschopt
VerschralenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschraalde, is verschraald; verschraling)
1 schraal, schraler worden.

VerschraaldeVerschraald
VerschrankenVerschrankteVerschrankt
VerschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verschreef]], heeft verschreven; verschrijving)
1 met schrijven verbruiken
2 overbrengen op een andere rekening.
(wederkerend werkwoord; [[verschreef]] zich, heeft zich verschreven)
1 zich vergissen bij het schrijven.

VerschreefVerschreven
VerschrikkenIn de betekenis van:
Doen schrikken, schrik aanjagen

In Spaans overeenkomend met: Aterrorizar, Espantar
Asustar
Alarmar, Inquietar, Sobresaltar
  sAngst aanjagen
Schrik aanjagen
Terroriseren
Verontrusten
VerschrikteVerschrikt
VerschrikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschrikte, heeft verschrikt)
1 (iemand) schrik aanjagen.

In Spaans overeenkomend met:
  sAngst aanjagen
Schrik aanjagen
Terroriseren
Verontrusten
VerschrokVerschrokken
VerschroeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschroeide, is verschroeid; verschroeiing)
1 door schroeien bedorven raken.
([[overgankelijk]] werkwoord; verschroeide, heeft verschroeid)
1 door schroeien bederven.

In Spaans overeenkomend met: Quemar
Calcinar
VerschroeideVerschroeid
VerschrompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschrompelde, is verschrompeld; verschrompeling)
1 door uitdroging geheel rimpelig worden
2 [[kleiner]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verschrompelde, heeft verschrompeld)
1 door uitdroging geheel met rimpels in elkaar doen trekken.

In Spaans overeenkomend met: Abarquillarse, Arrugarse, Encogerse
  sIneenschrompelen
Rimpels krijgen
Slinken
VerschrompeldeVerschrompeld
VerschrotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschrootte, heeft verschroot; verschroting)
1 (auto's) tot schroot verwerken.

VerschrootteVerschroot
VerschuddenVerschuddeVerschud
VerschuilenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verschuilde zich, heeft zich verscholen)
1 zich aan zijn [[verantwoordelijkheden]] onttrekken door iets of iemand anders als de verantwoordelijke aan te wijzen.
(wederkerend werkwoord; verschuilde zich, heeft zich verscholen; verschuiling)
1 zich verbergen, schuilhouden.

In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar
  sOntveinzen
Verbergen
Verhelen
Verstoppen
Verschuilde, VerschoolVerscholen
VerschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verschoof, is verschoven)
1 zich schuivend verplaatsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verschoof, heeft verschoven)
1 schuivend verplaatsen
2 naar een ander tijdstip verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Aplazar, Diferir
  sAanhouden
Uitstellen
Verdagen
VerschoofVerschoven
VerschuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verschutte, heeft verschut; verschutting)
1 (een schip) schutten.

VerschutteVerschut
VersierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versierde, heeft versierd; versierder, versiering)
1 voorzien van versiering
2 langs officieuze weg regelen
3 verleiden.

In Spaans overeenkomend met: Coquetear
Aderezar
Decorar
Adornar, Engalanar, Ornamentar
  sDecoreren
Flirten
Koketteren
Onderscheiden
Opsieren
Sieren
Tooien
Uitdossen
VersierdeVersierd
VersificerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[versificeerde]], heeft geversificeerd; versificatie)
1 tot verzen maken, in verzen schrijven.

VersificeerdeGeversificeerd
VersifiërenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie versificeren.

VersifieerdeGeversifieerd
VersimpelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versimpelde, is versimpeld; versimpeling)
1 simpel, onnozel worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; versimpelde, heeft versimpeld)
1 vereenvoudigen tot een [[onaanvaardbaar]] laag intelligentieniveau.

VersimpeldeVersimpeld
VersjachelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie versjacheren.

VersjacheldeVersjacheld
VersjacherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versjacherde, heeft versjacherd)
1 verkwanselen.

VersjacherdeVersjacherd
VersjouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versjouwde, heeft versjouwd)
1 sjouwend verplaatsen.

VersjouwdeVersjouwd
VersjterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[versjteerde]], heeft versjteerd)
1 (informeel) verknoeien, in de [[war]] schoppen.

VersjteerdeVersjteerd
VerslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versloeg, is verslagen)
1 verschalen.
([[overgankelijk]] werkwoord; versloeg, heeft verslagen)
1 (een tegenstander) overwinnen
2 een verslag maken van
3 (dorst) lessen.

In Spaans overeenkomend met: Confundir
Dictaminar, Informar, Referir
Confundirse, Derrotar, Destrozar, Vencer
  sBerichten
Bevangen
Melden
Overbrengen
Overtuigen
Overwinnen
Uiteenjagen
Verhalen
Vertellen
Zegevieren
VersloegVerslagen
VerslampampenVerslampampteVerslampampt
VerslapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versliep, heeft verslapen)
1 (tijd) met slapen doorbrengen.
(wederkerend werkwoord; versliep zich, heeft zich verslapen)
1 te lang slapen.

VersliepVerslapen
VerslappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verslapte, is verslapt; verslapping)
1 verzwakken, slap worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verslapte, heeft verslapt)
1 verzwakken, slap maken.

In Spaans overeenkomend met: Ciar
Aflojar, Aflojarse, Flaquear
  sKracht verliezen
Slap maken
Zwak worden
VerslapteVerslapt
VerslavenVerslaafdeVerslaafd
VerslechtenVerslechtteVerslecht
VerslechterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verslechterde, is verslechterd; verslechtering)
1 [[slechter]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Desmejorar
Empeorar
Empeorarse
  sAchteruitgaan
Verergeren
VerslechterdeVerslechterd
VerslensenVerslensteVerslenst
VerslepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versleepte, heeft versleept; versleping)
1 slepende verplaatsen.

VersleepteVersleept
VersleurenVersleurdeVersleurd
VersleutelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[versleutelde]], heeft versleuteld)
1 (een [[computerbestand]]) omzetten in voor derden onleesbare code.

In Spaans overeenkomend met: Cifrar, Codificar, Encriptar
  sCoderen
VersleuteldeVersleuteld
VerslibbenVerslibdeVerslibd
VerslijkenVerslijkteVerslijkt
VerslijmenVerslijmdeVerslijmd
VerslijpenVersleepVerslepen
VerslijtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; versleet, heeft versleten)
1 houden, aanzien voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; versleet, is versleten; verslijting)
1 door het gebruik gaandeweg afnemen, slijten.
([[overgankelijk]] werkwoord; versleet, heeft versleten)
1 door dragen of gebruiken doen slijten.

In Spaans overeenkomend met: Destrozar por el uso
Desgastarse
Gastar
  sAfdragen
Aflopen
Afslijten
Doorslijten
Opgebruiken
Slijten
Uitslijten
VersleetVersleten
VerslikkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verslikte, heeft verslikt)
1 blijken onderschat te hebben.
(wederkerend werkwoord; verslikte zich, heeft zich verslikt; verslikker, verslikking)
1 verkeerd slikken zodat iets in de luchtpijp komt.

VerslikteVerslikt
VerslindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verslond, heeft verslonden; verslinding)
1 gulzig opeten.

In Spaans overeenkomend met: Devorar, Zamparse
  sInslikken
Verzwelgen
VerslondVerslonden
VerslingerenVerslingerdeVerslingerd
VerslodderenVerslodderdeVerslodderd
VersloffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verslofte, is versloft)
1 [[achteruitgaan]] door onachtzaamheid.

VerslofteVersloft
VerslonzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verslonsde, heeft verslonsd; verslonzing)
1 door onzorgvuldige behandeling slonzig laten worden.

VerslonsdeVerslonsd
VersluierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versluierde, heeft versluierd; versluiering)
1 (als) met een sluier bedekken.

VersluierdeVersluierd
VersluizenVersluisdeVersluisd
VersmachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versmachtte, is versmacht; versmachter, versmachting)
1 door gebrek omkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; versmachtte, heeft versmacht)
1 (in [[België]], niet algemeen) verstikken.

In Spaans overeenkomend met: Morir
  sDoodgaan
Overlijden
Sterven
Verscheiden
VersmachtteVersmacht
VersmadenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versmaadde, heeft versmaad; versmading)
1 met minachting afwijzen.

In Spaans overeenkomend met: Aborrecer, Despreciar
  sEen hekel hebben aan
Minachten
VersmaaddeVersmaad
VersmallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versmalde, is versmald; versmalling)
1 [[smaller]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; versmalde, heeft versmald)
1 [[smaller]] maken.

VersmaldeVersmald
VersmedenVersmeeddeVersmeed
VersmeltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versmolt, is versmolten; versmelting)
1 gaandeweg verminderen of verdwijnen
2 in elkaar [[over-]] of opgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; versmolt, heeft versmolten)
1 door smelten tot een geheel maken
2 door smelten weer tot ruw materiaal maken
3 [[onmerkbaar]] in elkaar doen overgaan.

In Spaans overeenkomend met: Derretir, Fundir
Derretirse
  sDoen smelten
Doorbranden
Smelten
Vloeibaar maken
Vloeibaar worden
VersmoltVersmolten
VersmijtenVersmeetVersmeten
VersmorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versmoorde, heeft versmoord)
1 door verstikking ombrengen.

VersmoordeVersmoord
VersmullenVersmuldeVersmuld
VersnellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versnelde, is versneld; versneller, versnelling)
1 (van een beweging, ontwikkeling) [[sneller]] gaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; versnelde, heeft versneld)
1 de snelheid verhogen van (een beweging, ontwikkeling).

In Spaans overeenkomend met: Acelerar, Activar, Adelantar, Apresurar
  sAccelereren
Bespoedigen
Verhaasten
VersneldeVersneld
VersnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versneed, heeft versneden; versnijding)
1 in stukken snijden
2 aanlengen met iets van mindere kwaliteit.

In Spaans overeenkomend met: Adulterar, Cometer adulterio
Diluir
  sEchtbreuk plegen
Overspel plegen
Verdunnen
Verwateren
VersneedVersneden
VersnipperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versnipperde, is versnipperd; versnippering)
1 in kleine stukjes uiteenvallen.
([[overgankelijk]] werkwoord; versnipperde, heeft versnipperd)
1 in snippers snijden
2 in te veel, te kleine delen verdelen.

VersnipperdeVersnipperd
VersnoepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versnoepte, heeft versnoept)
1 met snoepen verteren.

VersnoepteVersnoept
VersoberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versoberde, is versoberd; versobering)
1 [[soberder]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; versoberde, heeft versoberd)
1 (het leven, huis, een feest enz.) [[soberder]], [[goedkoper]] inrichten.

VersoberdeVersoberd
VersoepelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versoepelde, is versoepeld; versoepeling)
1 [[soepeler]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; versoepelde, heeft versoepeld)
1 [[soepeler]] maken, minder streng toepassen.

VersoepeldeVersoepeld
VersomberenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versomberde, heeft/is versomberd; versombering)
1 [[somberder]] worden.

VersomberdeVersomberd
VerspaansenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verspaanste, is verspaanst; verspaansing)
1 zich aanpassen aan de [[Spaanse]] cultuur.

In Spaans overeenkomend met: Españolizar
VerspaansteVerspaanst
VerspanenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[verspaande]], heeft verspaand; verspaning)
1 (metalen en andere harde stoffen) bewerken door het wegnemen van kleine deeltjes.

VerspaandeVerspaand
VerspannenVerspandeVerspannen
VerspeldenVerspelddeVerspeld
VerspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verspeelde, heeft verspeeld)
1 met spelen verliezen
2 door eigen schuld verliezen
3 (een aantal wedstrijden) spelen
4 (tijd) spelend verloren laten gaan.

In Spaans overeenkomend met: Perder
Arriesgar, Aventurar, Jugarse
  sIn gevaar brengen
Kwijtraken
Op het spel zetten
Opgeven
Risico lopen
Risico nemen
Riskeren
Verbeuren
Verkwisten
Verliezen
Wagen
VerspeeldeVerspeeld
VerspellenVerspeldeVerspeld
VerspenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verspeende, heeft verspeend; verspening)
1 ([[plantjes]]) uiteenplanten.

In Spaans overeenkomend met: Trasplantar
VerspeendeVerspeend
VersperrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versperde, heeft versperd; versperring)
1 met een hindernis afsluiten.

In Spaans overeenkomend met: Interceptar, Privar el paso
  sAfdammen
Afsluiten
Belemmeren
Stuwen
VersperdeVersperd
VerspiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; verspiedde, heeft verspied; verspieder, verspieding)
1 (iets) heimelijk verkennen.

In Spaans overeenkomend met: Acechar, Espiar
  sBeloeren
Bespieden
Bespioneren
Gluren
Spieden
Spioneren
VerspieddeVerspied
VerspijkerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verspijkerde, heeft verspijkerd)
1 vertimmeren, besteden aan verbouwing.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; verspijkerde, heeft verspijkerd)
1 verbouwen.

VerspijkerdeVerspijkerd
VerspillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verspilde, heeft verspild; verspiller, verspilling)
1 (geld, tijd, middelen enz.) roekeloos of nutteloos besteden.

In Spaans overeenkomend met: Desperdiciar
Acabar
Desbaratar, Despilfarrar, Malgastar, Malograr
  sDoorbrengen
Opmaken
Verdoen
Verklungelen
Verkwisten
Verliezen
Vermorsen
VerspildeVerspild
VerspinnenVersponVersponnen
VersplinterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versplinterde, is versplinterd; versplintering)
1 tot splinters worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; versplinterde, heeft versplinterd)
1 tot splinters maken.

In Spaans overeenkomend met: Astillar, Astillarse
VersplinterdeVersplinterd
VerspreidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verspreidde, heeft verspreid; verspreider, verspreiding)
1 in allerlei richtingen, over een oppervlakte, door de ruimte verplaatsen.
(wederkerend werkwoord; verspreidde zich, heeft zich verspreid)
1 zich in allerlei richtingen uitbreiden
2 [[uiteengaan]] naar alle kanten.

In Spaans overeenkomend met: Difundirse, Disipar
Extender, Propagar
Espaciar
  sAfgeven
Doen optrekken
Doen overgaan
Doen wegtrekken
Ruchtbaar maken
Verbreiden
Verdrijven
Wegnemen
VerspreiddeVerspreid
VersprekenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; versprak zich, heeft zich versproken; verspreking)
1 bij het spreken zich vergissen of per ongeluk iets verklappen.

In Spaans overeenkomend met: Trabucarse
VersprakVersproken
VerspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verspringing)
1 (atletiek) om het verst springen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; versprong, is versprongen; verspringing)
1 steeds op een andere datum vallen
2 niet in een gelijk vlak of niet in één lijn liggen.

VersprongVersprongen
verspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verspringing)
1 (atletiek) om het verst springen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; versprong, is versprongen; verspringing)
1 steeds op een andere datum vallen
2 niet in een gelijk vlak of niet in één lijn liggen.

Sprong verVergesprongen
VerspuitenIn Spaans overeenkomend met: Brotar, Surgir
  sOpspatten
Stuiven
VerspootVerspoten
VerstaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verstond, heeft verstaan met)
1 een afspraak maken, tot overeenstemming komen.
(werkwoord; verstond, heeft verstaan onder)
1 als betekenis hechten aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstond, heeft verstaan)
1 (een spreker of het gesprokene) duidelijk horen
2 (een boodschapper of de boodschap) goed begrijpen.

In Spaans overeenkomend met: Oír
Comprender, Entender
  sBegrijpen
Beseffen
Bevatten
Doorzien
Horen
Omvatten
Snappen
Vatten
Vernemen
VerstondVerstaan
VerstadsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstadste, heeft/is verstadst; verstadsing)
1 (informeel) zich aanpassen aan de stadse mentaliteit.

VerstadsteVerstadst
VerstagenVerstaagdeVerstaagd
VerstalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstaalde, heeft verstaald)
1 tot staal maken.

VerstaaldeVerstaald
VerstallenVerstaldeVerstald
VerstappenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verstapte zich, heeft zich verstapt)
1 een verkeerde stap doen.

VerstapteVerstapt
VerstarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstarde, is verstard; verstarring)
1 star worden.

VerstardeVerstard
VerstedelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verstedelijkte]], is verstedelijkt; verstedelijking)
1 het karakter van een stad krijgen.

VerstedelijkteVerstedelijkt
VersteedsenVersteedsteVersteedst
VerstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstak, heeft verstoken; versteking)
1 anders, op een andere plaats steken.

VerstakVerstoken
VerstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstelde, heeft versteld; versteller, verstelling)
1 een andere stand geven
2 (kleren, schoenen) repareren.

In Spaans overeenkomend met: Remendar
Aderezar, Arreglar, Reparar, Restaurar
  sBoeten
Flikken
Herstellen
Lappen
Maken
Oplappen
Repareren
Stoppen
Verhelpen
VersteldeVersteld
VerstempelenVerstempeldeVerstempeld
VerstenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versteende, is versteend; verstening)
1 tot steen worden
2 hardvochtig, wreed worden.

In Spaans overeenkomend met: Petrificar, Petrificarse
  sGepetrificeerd worden
Petrificeren
VersteendeVersteend
VersterenVersteerdeVersteerd
VersterkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; versterkte, heeft versterkt; versterking)
1 [[sterker]], [[krachtiger]], [[talrijker]] maken
2 tegen aanvallen bestand maken.

In Spaans overeenkomend met: Amplificar, Reforzar
Corroborar, Fortalecer, Robustecer
Fortificar
Corroborar, Reconfortar
Consolidar
  sConsolideren
Indikken
Opbeuren
Sterken
Verschansen
Verstevigen
Vertroosten
VersterkteVersterkt
VerstervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstierf, is verstorven; versterving)
1 (van goederen, titels) ten [[gevolge]] van [[iemands]] overlijden op een ander overgaan
2 zich onthouden van eten en drinken om het sterven te bespoedigen.

VerstierfVerstorven
VerstevigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstevigde, is verstevigd; versteviger, versteviging)
1 [[steviger]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstevigde, heeft verstevigd)
1 [[steviger]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Asegurar, Sujetar
Fortificar
  sBevestigen
Fixeren
Vastbinden
Vastmaken
Vastzetten
Verschansen
Versterken
VerstevigdeVerstevigd
VerstierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstiering) zie versjteren.

VerstierdeVerstierd
VerstijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstijfde, is verstijfd; verstijving)
1 stijf, stram worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstijfde, heeft verstijfd)
1 (constructies) [[stijver]], [[steviger]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Entumecerse
  sStijf worden
Stram worden
VerstijfdeVerstijfd
VerstikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstikte, is verstikt; verstikking)
1 door stikken omkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstikte, heeft verstikt)
1 doen stikken.

In Spaans overeenkomend met: Ahogar, Asfixiar, Sofocar
  sNeerslaan
Onderdrukken
Smoren
Verkroppen
VerstikteVerstikt
VerstillenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstilde, is verstild; verstilling)
1 [[stiller]] worden.

VerstildeVerstild
VerstoelenVerstoeldeVerstoeld
VerstoffelijkenVerstoffelijkteVerstoffelijkt
VerstokenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstookte, heeft verstookt; verstoking)
1 (brandstof) door te stoken verbruiken.

VerstookteVerstookt
VerstokkenVerstokteVerstokt
VerstommenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstomde, is verstomd; verstomming)
1 sprakeloos, stom worden.

In Spaans overeenkomend met: Enmudecer
VerstomdeVerstomd
VerstompenVerstompteVerstompt
VerstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstopte, heeft verstopt)
1 (ook absoluut) de vrije doorloop belemmeren
2 wegstoppen, verbergen.

In Spaans overeenkomend met: Esconder, Ocultar
Obstruir
Atascarse
Obturar, Tapar
  sBelemmeren
Dichten
Dichtmaken
Obstructie voeren
Ontveinzen
Opstoppen
Stagneren
Stilstaan
Stoppen
Toestoppen
Verbergen
Verhelen
Verschuilen
Verstopt raken
Volstoppen
VerstopteVerstopt
VerstorenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstoorde, heeft verstoord; verstoring)
1 (de rust, harmonie enz.) verbreken.

In Spaans overeenkomend met: Alterar, Dificultar, Estorbar, Molestar, Ofuscar, Perturbar, Trastocar
  sBelemmeren
Hinderen
Storen
Veranderen
Verontrusten
Verwarren
VerstoordeVerstoord
VerstotenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstootte, heeft verstoten; verstoting)
1 niet in zijn omgeving dulden.

In Spaans overeenkomend met: Repudiar
Verstootte, VerstietVerstoten
VerstoutenVerstoutteVerstout
VerstouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstouwde, heeft verstouwd; verstouwing)
1 verstuwen.

In Spaans overeenkomend met: Estibar
  sStouwen
Stuwen
VerstouwdeVerstouwd
VerstraffenVerstrafteVerstraft
VerstrakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstrakte, is verstrakt; verstrakking)
1 [[strakker]], [[ernstiger]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstrakte, heeft verstrakt)
1 strak maken.

VerstrakteVerstrakt
VerstrammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstramde, is verstramd; verstramming)
1 stram, stijf worden.

VerstramdeVerstramd
VerstrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstrekte, heeft verstrekt; [[verstrekker]], verstrekking)
1 uitreiken aan.

In Spaans overeenkomend met: Procurar
  sUitreiken
Verschaffen
VerstrekteVerstrekt
VerstrengelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[verstrengelde]], heeft verstrengeld; verstrengeling)
1 door elkaar doen lopen, verward maken.

In Spaans overeenkomend met: Entrelazar
VerstrengeldeVerstrengeld
VerstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstreek, is verstreken; verstrijking)
1 (van tijd) verlopen, aflopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstreek, heeft verstreken)
1 uitstrijken.

In Spaans overeenkomend met: Pasar, Transcurrir
  sOmkomen
Overgaan
Vergaan
Verlopen
VerstreekVerstreken
VerstrikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstrikte, heeft verstrikt; verstrikking)
1 in een strik vangen.

In Spaans overeenkomend met: Embrollar, Enredar
  sVerwarren
Verwikkelen
VerstrikteVerstrikt
VerstrooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstrooide, heeft verstrooid)
1 (ook absoluut) (iemand) aangename afleiding bezorgen
2 her en der uiteendrijven.

In Spaans overeenkomend met: Distraer, Distraerse
  sAfleiden
VerstrooideVerstrooid
VerstuikenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstuikte, heeft verstuikt; verstuiking)
1 (een gewricht) blesseren door de [[gewrichtsbanden]] licht te ontwrichten.

In Spaans overeenkomend met: Desarticular
  sOntwrichten
Verrekken
VerstuikteVerstuikt
VerstuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verstoof, is verstoven; verstuiver, verstuiving)
1 stuivend [[uiteengaan]], vervliegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verstoof, heeft verstoven)
1 tot of als stof, druppels doen vervliegen.

In Spaans overeenkomend met: Atomizar
VerstoofVerstoven
VersturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstuurde, heeft verstuurd; verstuurder, versturing)
1 naar elders sturen.

In Spaans overeenkomend met: Despachar, Despedir, Enviar, Expedir
  sAfzenden
Uitsturen
Verzenden
Wegsturen
Wegzenden
VerstuurdeVerstuurd
VerstuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verstuwde, heeft verstuwd; verstuwing)
1 (de lading) in een schip verplaatsen.

VerstuwdeVerstuwd
VersuffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; versufte, heeft versuft)
1 suf maken.

In Spaans overeenkomend met: Atontar
VersufteVersuft
VersuikerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; versuikerde, is versuikerd; versuikering)
1 tot suiker kristalliseren.

VersuikerdeVersuikerd
VersukkelenVersukkeldeVersukkeld
VertakelenVertakeldeVertakeld
VertakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertakte, heeft vertakt; vertakking)
1 in takken splitsen, zich afsplitsen.

VertakteVertakt
VertalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertaalde, heeft vertaald; vertaler, vertaling)
1 van de ene taal in de andere overbrengen
2 weergeven in een andere vorm, door een bewerking bruikbaar maken.

In Spaans overeenkomend met: Traducir
  sOverzetten
VertaaldeVertaald
VertappenVertapteVertapt
VertassenVertasteVertast
VertastenVertastteVertast
VertederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertederde, heeft vertederd)
1 teder, gevoelig maken.

In Spaans overeenkomend met: Enternecer
VertederdeVertederd
VertegenwoordigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertegenwoordigde, heeft vertegenwoordigd; vertegenwoordiger, vertegenwoordiging)
1 optreden, handelen voor en in naam van een ander
2 van iets het beeld of de uitdrukking zijn
3 equivalent zijn met.

In Spaans overeenkomend met: Encarnar
Representar
  sStaan voor
Voorstellen
VertegenwoordigdeVertegenwoordigd
VertekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vertekende, heeft vertekend; vertekening)
1 (iets) vervormd weergeven.

VertekendeVertekend
VertellenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vertelde zich, heeft zich verteld)
1 zich in het tellen vergissen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vertelde, heeft verteld)
1 mondeling meedelen.

In Spaans overeenkomend met: Contar, Narrar, Relatar
Referir
  sBerichten
Debiteren
Melden
Verhalen
Verslaan
VerteldeVerteld
VerterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verteerde, heeft verteerd; vertering)
1 (in de maag) ontbonden worden, als voedsel verwerkt worden
2 vergaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; verteerde, heeft verteerd)
1 als voedsel verwerken
2 (geld) uitgeven aan voedsel, drank e.d.
3 langzaam vernietigen, doen vergaan.

In Spaans overeenkomend met: Digerir
Desembolsar, Gastar
Consumir
Supurar
  sBesteden
Consumeren
Digereren
Opgebruiken
Slopen
Spenderen
Uitgeven
Verbruiken
Verduwen
Verorberen
Verwerken
VerteerdeVerteerd
VerteutenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verteutte, heeft verteut)
1 (tijd) met teuten verliezen.

VerteutteVerteut
VertiendenVertienddeVertiend
VertienvoudigenVertienvoudigdeVertienvoudigd
VertikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertikte, heeft vertikt)
1 (informeel) weigeren te verrichten, te doen.

In Spaans overeenkomend met: Rehusar
  sAfkeuren
Afwijzen
Terugwijzen
Weigeren
VertikteVertikt
VertillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertilde, heeft vertild; vertilling)
1 tillend verplaatsen.
(wederkerend werkwoord; vertilde zich, heeft zich vertild)
1 boven zijn kracht tillen en daardoor spieren of pezen beschadigen.

VertildeVertild
VertimmerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vertimmerde, heeft vertimmerd)
1 (geld) aan verbouwingen besteden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vertimmerde, heeft vertimmerd; vertimmering)
1 anders timmeren.

VertimmerdeVertimmerd
VertinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertinde, heeft vertind)
1 met tin bedekken.

VertindeVertind
VertoevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vertoefde, heeft vertoefd)
1 zich ophouden.

In Spaans overeenkomend met: Demorar
  sWonen
Zich ophouden
VertoefdeVertoefd
VertolkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertolkte, heeft vertolkt; vertolker, vertolking)
1 verwoorden, onder woorden brengen
2 bij een uit- of opvoering interpreteren, uitbeelden.

In Spaans overeenkomend met: Interpretar
  sDuiden
Interpreteren
Uitleggen
Verklaren
VertolkteVertolkt
VertonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertoonde, heeft vertoond; vertoner, vertoning)
1 laten zien, voorstellen
2 laten blijken.
(wederkerend werkwoord; vertoonde zich, heeft zich vertoond)
1 verschijnen, zich laten zien.

In Spaans overeenkomend met: Enseñar, Indicar, Mostrar, Señalar
Presentar, Representar
  sAanbieden
Indienen
Laten zien
Presenteren
Tentoonspreiden
Tonen
Uitbeelden
Uitwijzen
Voorstellen
Wijzen
VertoondeVertoond
VertonnenVertondeVertond
VertoornenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertoornde, heeft vertoornd)
1 (formeel) boos maken.

In Spaans overeenkomend met: Irritar
  sIrriteren
Verbitteren
VertoorndeVertoornd
VertragenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vertraagde, is vertraagd; vertraging)
1 [[trager]] worden, verminderen in snelheid.
([[overgankelijk]] werkwoord; vertraagde, heeft vertraagd)
1 de snelheid verlagen, [[trager]] maken
2 tegenhouden of later doen vallen.

In Spaans overeenkomend met: Demorar
Atrasar
Ralentizar
  sAchter zijn
Achterlopen
Uitstellen
Verlaten
VertraagdeVertraagd
VertrappelenVertrappeldeVertrappeld
VertrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertrapte, heeft vertrapt; vertrapper, vertrapping)
1 stuktrappen, doodtrappen
2 moedwillig schenden.

In Spaans overeenkomend met: Hollar, Pisar, Pisotear
  sAanstampen
Onder de voet lopen
VertrapteVertrapt
VertredenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; vertrad zich, heeft zich vertreden)
1 (formeel) een kleine wandeling maken.

VertradVertreden
VertrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vertrok, is vertrokken)
1 (in [[België]]) uitgaan van, als uitgangspunt nemen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vertrok, is vertrokken)
1 weggaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; vertrok, heeft vertrokken)
1 een andere stand doen aannemen.

In Spaans overeenkomend met: Huir volando
Ausentarse, Irse
Arrancar, Partir, Salir
Retorcer, Torcer
  sAfgaan
Starten
Twijnen
Uitvliegen
Verbuigen
Verdraaien
Vervliegen
Verwringen
Weggaan
Wegvliegen
Wringen
Zich verwijderen
VertrokVertrokken
VertreuzelenVertreuzeldeVertreuzeld
VertroebelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertroebelde, heeft vertroebeld; vertroebeling)
1 troebel maken.

In Spaans overeenkomend met: Enturbiar, Enturbiarse
VertroebeldeVertroebeld
VertroetelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertroetelde, heeft vertroeteld; vertroeteling)
1 teder verzorgen.

In Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar
  sKoesteren
Troetelen
Verwennen
VertroeteldeVertroeteld
VertroostenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertroostte, heeft vertroost; vertrooster, vertroosting)
1 door troosten sussen.

In Spaans overeenkomend met: Consolar
Reconfortar
  sOpbeuren
Sterken
Troosten
Versterken
VertroostteVertroost
VertrouwenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 geloof in [[iemands]] betrouwbaarheid.
(werkwoord; vertrouwde, heeft vertrouwd)
1 zich verlaten, rekenen op.
([[overgankelijk]] werkwoord; vertrouwde, heeft vertrouwd)
1 betrouwbaar achten.

In Spaans overeenkomend met: Contar con
Confiar
  sFiducie hebben in
Toevertrouwen
Vertrouwen hebben in
Vertrouwen stellen in
VertrouwdeVertrouwd
VertuienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vertuide, heeft vertuid; vertuiing)
1 (een schip) tussen twee ver uiteenliggende ankers vastleggen.

VertuideVertuid
VertuisenVertuisteVertuist
VertwijfelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vertwijfelde, heeft vertwijfeld; vertwijfeling)
1 beginnen te wanhopen, de moed verliezen.

VertwijfeldeVertwijfeld
VeruiterlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; veruiterlijkte, is veruiterlijkt; veruiterlijking)
1 tot iets [[uiterlijks]] worden.

VeruiterlijkteVeruiterlijkt
VeruitwendigenVeruitwendigdeVeruitwendigd
VervaardigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervaardigde, heeft vervaardigd; [[vervaardiger]], vervaardiging)
1 maken, samenstellen.

In Spaans overeenkomend met: Fabricar
Elaborar
  sAanmaken
Bereiden
Fabriceren
Maken
Produceren
VervaardigdeVervaardigd
VervagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervaagde, is vervaagd; vervaging)
1 vaag, onduidelijk worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; vervaagde, heeft vervaagd)
1 vaag maken.

In Spaans overeenkomend met: Borrarse
Desdibujarse
Esfumarse
Desvanecer
VervaagdeVervaagd
VervalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vervaalde]], is vervaald; vervaling)
1 [[valer]] worden.

VervaaldeVervaald
VervallenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; vervallener, meest vervallen; vervallenheid)
1 niet onderhouden
2 armoedig, afgetakeld.
(werkwoord; verviel, is vervallen in;tot)
1 buiten zijn wil raken tot.
(werkwoord; verviel, is vervallen aan)
1 naar een nieuwe eigenaar overgaan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verviel, is vervallen)
1 bouwvallig worden
2 niet meer gelden of in aanmerking komen
3 invorderbaar worden.

In Spaans overeenkomend met: Caer
Envejecer
Languidecer
  sAftakelen
Gebrekkig worden
Geraken
In verval raken
Kwijnen
Uitteren
Wegkwijnen
VervielVervallen
VervalsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervalste, heeft vervalst; vervalser, vervalsing)
1 met oneerlijke bedoelingen namaken
2 met boze opzet veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Falsear, Falsificar
VervalsteVervalst
VervangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verving, heeft vervangen; vervanger, vervanging)
1 de taak, rol gaan vervullen van
2 iets in de plaats stellen van.

In Spaans overeenkomend met: Reemplazar, Remplazar, Reponer
Substituir, Suplir, Sustituir
  sAflossen
De plaats innemen van
De plaats waarnemen van
In de plaats stellen van
Inboeten
Inspringen
VervingVervangen
VervarenIn de betekenis van: Vrees aanjagen

VervaardeVervaard
VervarenVervoerVervaren
VervattenIn Spaans overeenkomend met: Contener
  sBevatten
Houden
Inhouden
VervatteVervat
VerveelvoudigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verveelvoudigde, heeft verveelvoudigd; verveelvoudiging)
1 vermenigvuldigen.

In Spaans overeenkomend met: Multiplicar
  sMultipliceren
VerveelvoudigdeVerveelvoudigd
VervelenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verveelde zich, heeft zich verveeld)
1 niet weten wat te doen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; verveelde, heeft verveeld; verveling)
1 saai zijn, niet boeien
2 klieren.

In Spaans overeenkomend met: Corromper
Aburrir, Hastiar
Cansar, Cargar, Fastidiar, Hartar
Marear
  sErgeren
Hinderen
Lastig vallen
Tegenstaan
Vermoeien
VerveeldeVerveeld
VervellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervelde, is verveld; vervelling)
1 van vel verwisselen.

In Spaans overeenkomend met: Despellejarse
VerveldeVerveld
VervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; verfde, heeft geverfd)
1 met verf bestrijken.

In Spaans overeenkomend met: Pintar
Teñir
  sAfschilderen
Schilderen
Uitschilderen
VerfdeGeverfd
VervenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verveende, is verveend; vervener, vervening)
1 tot [[veen]] worden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; verveende, heeft verveend)
1 (veengrond) afgraven voor de winning van turf.

VerveendeVerveend
VerversenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ververste, heeft ververst; ververser, verversing)
1 door nieuwe vervangen.

VerversteVerverst
VervettenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervette, is vervet; vervetting)
1 (van organen, weefsels) vet worden.

VervetteVervet
VerviervoudigenVerviervoudigdeVerviervoudigd
VervijfvoudigenVervijfvoudigdeVervijfvoudigd
VerviltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verviltte, is vervilt; vervilting)
1 tot vilt worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verviltte, heeft vervilt)
1 tot vilt maken.

VerviltteVervilt
VervlaamsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervlaamste, is vervlaamst; vervlaamsing)
1 [[Vlaams]] worden.

VervlaamsteVervlaamst
VervlakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervlakte, is vervlakt; vervlakker, vervlakking)
1 [[ongevoeliger]] worden, afstompen
2 in sterkte, intensiteit afnemen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vervlakte, heeft vervlakt)
1 uniformeren, [[gelijkvormig]] maken.

VervlakteVervlakt
VervlechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervlocht, heeft vervlochten; vervlechting)
1 met elkaar verbinden.

VervlochtVervlochten
VervliedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervlood, is vervloden)
1 (formeel) (van tijd) voorbijgaan.

VervloodVervloden
VervliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervloog, is vervlogen)
1 snel verdwijnen
2 in damp opgaan.

In Spaans overeenkomend met: Huir volando
Disiparse
  sOptrekken
Overgaan
Uitvliegen
Vergaan
Vertrekken
Wegtrekken
Wegvliegen
VervloogVervlogen
VervlietenVervlootVervloten
VervloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervloeide, is vervloeid; vervloeiing)
1 uiteenvloeien, wegvloeien
2 in vloeistof overgaan door het aantrekken van water.

VervloeideVervloeid
VervloekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervloekte, heeft vervloekt; vervloeker, vervloeking)
1 een vloek uitspreken over.

In Spaans overeenkomend met: Maldecir
VervloekteVervloekt
VervluchtigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervluchtigde, is vervluchtigd; vervluchtiging)
1 vluchtig worden
2 verloren gaan.

In Spaans overeenkomend met: Volatilizarse
  sVerdampen
VervluchtigdeVervluchtigd
VervoederenVervoederdeVervoederd
VervoegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vervoegde, heeft vervoegd)
1 zich melden bij.
([[overgankelijk]] werkwoord; vervoegde, heeft vervoegd; vervoeging)
1 (taalkunde) (een werkwoord) omvormen om wijze, tijd en persoon uit te drukken.

In Spaans overeenkomend met: Conjugar
  sConjugeren
VervoegdeVervoegd
VervoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervoerde, heeft vervoerd; vervoerder)
1 naar elders brengen.

In Spaans overeenkomend met: Llevar
Acarrear, Trajinar, Transferir, Transportar
Conducir, Dirigir
  sBrengen
Chaufferen
Overbrengen
Per kar transporteren
Rijden
Transporteren
Voeren
Wegbrengen
VervoerdeVervoerd
VervolgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervolgde, heeft vervolgd; vervolger, vervolging)
1 doorgaan met datgene waarmee men bezig was
2 met vijandige bedoelingen achtervolgen
3 aanklagen.

In Spaans overeenkomend met: Continuar
Importunar
Acosar, Perseguir
Conseguir
  sAchtervolgen
Doorgaan
Kwellen
Najagen
Verder gaan met
Voortgaan
Voortzetten
VervolgdeVervolgd
VervolledigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vervolledigde]], heeft vervolledigd; vervollediging)
1 meer volledig maken.

VervolledigdeVervolledigd
VervolmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervolmaakte, heeft vervolmaakt; vervolmaking)
1 perfectioneren.

In Spaans overeenkomend met: Perfeccionar, Puntualizar
  sDe laatste hand leggen aan
VervolmaakteVervolmaakt
VervorderenVervorderdeVervorderd
VervormenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervormde, is vervormd; vervormer, vervorming)
1 een andere vorm aannemen, uit zijn model raken
2 (van geluid) afwijkend, op andere wijze klinken.
([[overgankelijk]] werkwoord; vervormde, heeft vervormd)
1 een andere vorm geven, uit zijn model brengen
2 afwijkend laten klinken.

In Spaans overeenkomend met: Deformar, Desformar, Distorsionar, Transformar, Transformarse
Deformar
  sHerscheppen
Misvormen
Veranderen
Verdraaien
Vermaken
Verwringen
VervormdeVervormd
VervrachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervrachtte, heeft vervracht; vervrachter, vervrachting)
1 in vracht vervoeren
2 voor vracht verhuren.

VervrachtteVervracht
VervreemdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervreemdde, heeft vervreemd)
1 in andere handen brengen.

In Spaans overeenkomend met: Alienar
Vender
  sOverdoen
Tappen
Verhandelen
Verkopen
Wegdoen
VervreemddeVervreemd
VervriezenVervroorVervroren
VervroegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vervroegde, heeft vervroegd; vervroeging)
1 vroeger stellen of uitvoeren
2 (tuinbouwgewassen) vroeger laten bloeien of rijpen.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sTerugzetten
Verhaasten
VervroegdeVervroegd
VervrolijkenVervrolijkteVervrolijkt
VervrouwelijkenVervrouwelijkteVervrouwelijkt
VervuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vervuilde, is vervuild; vervuiler, vervuiling)
1 door vuil overwoekerd worden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vervuilde, heeft vervuild)
1 vervuiling veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Contaminar
VervuildeVervuild
VervullenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vervulde, heeft vervuld)
1 vol maken met.
([[overgankelijk]] werkwoord; vervulde, heeft vervuld; vervuller, vervulling)
1 verwezenlijken, voldoen aan
2 (een ambt) bekleden.

In Spaans overeenkomend met: Desempeñar
Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
Ocupar
  sBekleden
Beslaan
Bezetten
Bezig houden
In beslag nemen
Nakomen
Naleven
Uitvoeren
Verrichten
Voltrekken
VervuldeVervuld
VervurenVervuurdeVervuurd
VerwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwaaide/verwoei, is verwaaid; verwaaiing)
1 door de wind weggevoerd worden
2 door de wind in wanorde gebracht worden.

Verwaaide, VerwoeiVerwaaid
VerwaardigenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; verwaardigde zich, heeft zich verwaardigd; verwaardiging)
1 zich waardig achten.

VerwaardigdeVerwaardigd
VerwaarlozenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwaarloosde, heeft verwaarloosd; verwaarlozer, verwaarlozing)
1 (iets of iem.) niet of slecht verzorgen.

In Spaans overeenkomend met: Desatender, Descuidar
VerwaarloosdeVerwaarloosd
VerwachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwachtte, heeft verwacht; verwachting)
1 denken dat (iets) zal gebeuren
2 willen, begeren.

In Spaans overeenkomend met: Presagiar, Prever
Aguardar, Esperar
Adivinar
  sBedacht zijn op
Gissen
Raden
Te wachten staan
Vooruitzien
Voorzien
Wachten
VerwachtteVerwacht
VerwarmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwarmde, heeft verwarmd; verwarmer, verwarming)
1 warm maken.

In Spaans overeenkomend met: Caldear, Calentar
  sVerhitten
Warmen
VerwarmdeVerwarmd
VerwarrenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwarde, heeft verward; verwarring)
1 in de [[war]] brengen
2 de of het een voor de of het ander nemen
3 verlegen maken.

In Spaans overeenkomend met: Confundir, Equivocar
Embrollar, Enredar
Mezclar
Ofuscar
  sMengen
Mixen
Temperen
Vergissen
Vermengen
Verstoren
Verstrikken
Verwikkelen
Verwisselen
VerwardeVerward
VerwasemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwasemde, is verwasemd; verwaseming)
1 verdampen.

VerwasemdeVerwasemd
VerwassenIn de betekenis van:
Door wassen bederven of verbruiken

VerwasteVerwassen
VerwassenIn de betekenis van: Verkeerd groeien

VerwiesVerwassen
VerwaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwaterde, is verwaterd; verwatering)
1 [[slapper]], minder hecht worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verwaterde, heeft verwaterd)
1 vers water geven.

In Spaans overeenkomend met: Diluir
  sVerdunnen
Versnijden
VerwaterdeVerwaterd
VerweddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwedde, heeft verwed)
1 tot inzet van een weddenschap maken
2 door wedden verliezen.

VerweddeVerwed
VerwegenVerwoogVerwogen
VerweidenVerweiddeVerweid
VerwekelijkenVerwekelijkteVerwekelijkt
VerwekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verweekte, is verweekt; verweking)
1 week worden.

VerweekteVerweekt
VerwekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwekte, heeft verwekt; verwekker, verwekking)
1 (nakomelingen) doen ontstaan
2 laten ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Engendrar
Suscitar
  sDoen geboren worden
Doen ontstaan
VerwekteVerwekt
VerweldigenVerweldigdeVerweldigd
VerwelkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwelkte, is verwelkt; verwelking)
1 slap worden
2 zijn frisheid of levenskracht verliezen.

In Spaans overeenkomend met: Marcirse, Marchitarse, Mustiarse
  sKwijnen
Verdorren
Verflensen
Verkleuren
Verleppen
VerwelkteVerwelkt
VerwelkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwelkomde, heeft verwelkomd; verwelkoming)
1 bij aankomst begroeten.

In Spaans overeenkomend met: Dar la bienvenida
  sWelkom heten
VerwelkomdeVerwelkomd
VerwelvenVerwelfdeVerwelfd
VerwennenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwende, heeft verwend; verwenner, verwenning)
1 door te grote toegeeflijkheid bederven
2 liefderijk verzorgen
3 op seksueel gebied van dienst zijn.

In Spaans overeenkomend met: Abrumar con favores, Consentir, Mimar
  sKoesteren
Troetelen
Vertroetelen
VerwendeVerwend
VerwensenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwenste, heeft verwenst; verwensing)
1 kwaad toewensen.

VerwensteVerwenst
VerwereldlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwereldlijkte, is verwereldlijkt; verwereldlijking)
1 werelds, minder religieus worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verwereldlijkte, heeft verwereldlijkt)
1 werelds maken.

VerwereldlijkteVerwereldlijkt
VerwerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verweerde, is verweerd; verwering)
1 door invloed van het weer aangetast worden
2 eeltig worden.
(wederkerend werkwoord; verweerde zich, heeft zich verweerd)
1 zich verdedigen, weerstand bieden.

In Spaans overeenkomend met: Defender
  sOpkomen voor
Verdedigen
VerweerdeVerweerd
VerwerkelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwerkelijkte, heeft verwerkelijkt)
1 tot werkelijkheid maken.

In Spaans overeenkomend met: Realizar
  sBewerkstelligen
Realiseren
Uitvoeren
Verrichten
VerwerkelijkteVerwerkelijkt
VerwerkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verwerkte, heeft verwerkt)
1 maken tot.
([[overgankelijk]] werkwoord; verwerkte, heeft verwerkt; verwerker, verwerking)
1 werkend verbruiken
2 bij het bewerken opnemen
3 volledig beseffen en aanvaarden.

In Spaans overeenkomend met: Digerir
Elaborar, Labrar
Procesar
  sBewerken
Digereren
Verduwen
Verteren
VerwerkteVerwerkt
VerwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwierp, heeft verworpen; verwerper, verwerping)
1 afwijzen
2 afkeuren bij stemming
3 (een jong) te vroeg werpen.

In Spaans overeenkomend met: Desechar, Excluir
Rehusar, Suspender
Rechazar
Desaprobar, Reprobar
  sAfslaan
Afstemmen
Afwijzen
Buitensluiten
Nee zeggen tegen
Uitsluiten
Weigeren
Wraken
VerwierpVerworpen
VerwervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwierf, heeft verworven; verwerver, verwerving)
1 door arbeid, moeite verkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Adquirir, Alcanzar, Conseguir, Obtener
  sBehalen
Buitmaken
Erin slagen om
Kopen
Krijgen
Verkrijgen
VerwierfVerworven
VerwesterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verwesterde]], is verwesterd; verwestering)
1 westerse levensgewoonten en opvattingen aannemen.

VerwesterdeVerwesterd
VerwestersenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwesterste, is verwesterst)
1 zich aanpassen aan de westerse cultuur.
([[overgankelijk]] werkwoord; verwesterste, heeft verwesterst)
1 aanpassen aan de westerse cultuur.

In Spaans overeenkomend met: Occidentalizar
VerwestersteVerwesterst
VerwetenschappelijkenVerwetenschappelijkteVerwetenschappelijkt
VerwevenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 op allerlei manieren verbonden met iets of iemand anders.
([[overgankelijk]] werkwoord; verweving)
1 wevend verbinden, door elkaar weven.

VerweefdeVerweven
VerwezenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; [[verwezener]], meest verwezen; verwezenheid)
1 ontdaan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verweesde, is verweesd)
1 (formeel) wees worden.

VerweesdeVerweesd
VerwezenlijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwezenlijkte, heeft verwezenlijkt; verwezenlijking)
1 tot werkelijkheid brengen.

In Spaans overeenkomend met: Realizar
  sDoorvoeren
Tot stand brengen
VerwezenlijkteVerwezenlijkt
VerwijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwijdde, heeft verwijd)
1 [[wijder]], ruimer maken.

VerwijddeVerwijd
VerwijderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwijderde, heeft verwijderd; verwijderaar, verwijdering)
1 wegsturen
2 naar elders verplaatsen.
(wederkerend werkwoord; verwijderde zich, heeft zich verwijderd)
1 weggaan.

In Spaans overeenkomend met: Quitar
Alejar, Divorciar
Remover
Expulsar ((van school verwijderen),(expulsar de la escuela))
Eliminar
Ausentar, Retirar
  sAfschaffen
Elimineren
Intrekken
Opdoeken
Terugtrekken
Uitmaken
Verwijderen van
Wegdoen
VerwijderdeVerwijderd
VerwijlenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwijlde, heeft verwijld)
1 zich ophouden.

VerwijldeVerwijld
VerwijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verweet, heeft verweten; verwijter, verwijting)
1 als schuld of tekortkoming voorhouden.

In Spaans overeenkomend met: Recriminar
Censurar, Regañar, Reprobar, Reprochar, Vituperar
  sBeknorren
Berispen
Terechtwijzen
VerweetVerweten
VerwijvenVerwijfdeVerwijfd
VerwijzenVerweesVerwezen
VerwikkelenIn Spaans overeenkomend met: Embrollar, Enredar
  sVerstrikken
Verwarren
VerwikkeldeVerwikkeld
VerwikkenIn Spaans overeenkomend met: Hacer oscilar
  sDoen schudden
Doen wankelen
Verwrikken
VerwikteVerwikt
VerwilderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwilderde, is verwilderd; verwildering)
1 wild, losbandig worden.

VerwilderdeVerwilderd
VerwindenVerwondVerwonden
VerwinnenVerwonVerwonnen
VerwinterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verwinterde, heeft verwinterd; verwintering)
1 overwinteren.

VerwinterdeVerwinterd
VerwisselenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwisselde, heeft verwisseld; verwisselaar, verwisseling)
1 de een, het ene in de plaats van de ander, het andere stellen of nemen
2 bij vergissing de een, het ene voor de ander, het andere nemen.

In Spaans overeenkomend met: Confundir, Equivocar
  sOmwisselen
Vergissen
Verwarren
VerwisseldeVerwisseld
VerwittigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwittigde, heeft verwittigd; verwittiger, verwittiging)
1 (formeel) op de hoogte stellen
2 waarschuwen.

In Spaans overeenkomend met: Divulgar, Enterar, Hacer saber, Informar
  sAankondigen
In kennis stellen
Mededelen
Meedelen
VerwittigdeVerwittigd
VerwoestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwoestte, heeft verwoest; verwoester, verwoesting)
1 vernietigen.

In Spaans overeenkomend met: Destrozar, Destruir, Devastar
Echar abajo, Echar en tierra, Echar por tierra
Arruinar
Talar
  sAfbreken
In de as leggen
Ruïneren
Slopen
Verbranden
Vernielen
Vernietigen
VerwoestteVerwoest
VerwondenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwondde, heeft verwond; verwonding)
1 een wond toebrengen.

In Spaans overeenkomend met: Herir
  sKwetsen
Wonden
VerwonddeVerwond
VerwonderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verwonderde, heeft verwonderd)
1 verbaasd zijn over.
([[overgankelijk]] werkwoord; verwonderde, heeft verwonderd; verwondering)
1 vreemd toelijken.

In Spaans overeenkomend met: Admirar, Asombrar
  sBevreemden
Verbazen
VerwonderdeVerwonderd
VerwonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwoonde, heeft verwoond; verwoning)
1 (geld) aan woninghuur of hypotheek betalen.

VerwoondeVerwoond
VerwoordenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwoordde, heeft verwoord; verwoorder, verwoording)
1 in woorden uitdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Enunciar, Expresar
  sBetuigen
Opperen
Uitdrukken
Uiten
Uitspreken
VerwoorddeVerwoord
VerwordenIn Spaans overeenkomend met: Degenerar
  sDegenereren
Ontaarden
Verbasteren
Zinken
VerwerdVerworden
VerworgenVerworgdeVerworgd
VerwrijvenVerwreefVerwreven
VerwrikkenIn Spaans overeenkomend met: Hacer oscilar
  sDoen schudden
Doen wankelen
Verwikken
VerwrikteVerwrikt
VerwringenIn Spaans overeenkomend met: Deformar
Retorcer, Torcer
  sMisvormen
Twijnen
Verbuigen
Verdraaien
Vertrekken
Vervormen
Wringen
VerwrongVerwrongen
VerwurgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwurgde, heeft verwurgd; verwurging)
1 door wurgen doden.

VerwurgdeVerwurgd
VerzachtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzachtte, heeft verzacht; verzachter, verzachting)
1 verminderen, verlichten.

In Spaans overeenkomend met: Aliviar, Desahogar
Atenuar, Mitigar, Paliar, Suavizar
  sOntlasten
Opluchten
Verlichten
Vermurwen
VerzachtteVerzacht
VerzadenVerzaaddeVerzaad
VerzadigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzadigde, heeft verzadigd; verzadiging)
1 naar begeerte, ten volle voeden
2 (natuurkunde) (een damp, oplossing) de hoogst mogelijke dichtheid of concentratie laten krijgen
3 (scheikunde) neutraliseren.

In Spaans overeenkomend met: Saturar
  sDoortrekken
VerzadigdeVerzadigd
VerzagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzaagde, heeft verzaagd)
1 zagend vormen of verbruiken
2 bederven door verkeerd zagen.

VerzaagdeVerzaagd
VerzakelijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzakelijkte, is verzakelijkt; verzakelijking)
1 geheel zakelijk worden.

VerzakelijkteVerzakelijkt
VerzakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzaakte, heeft verzaakt)
1 (ook absoluut) (troef, kleur) niet bekennen
2 ontrouw worden aan, verloochenen.

In Spaans overeenkomend met: Desatender, Descuidar
Desaprovechar
  sAchterstellen
Nalaten
Uitlaten
Verzuimen
Weglaten
VerzaakteVerzaakt
VerzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzakte, is verzakt; verzakking)
1 (van muren enz.) wegzakken, inzakken.

In Spaans overeenkomend met: Bajar
Derrumbarse
  sDalen
Instorten
Inzakken
Verlagen
Wegzakken
Zakken
VerzakteVerzakt
VerzamelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzamelde, heeft verzameld; verzamelaar, verzameling)
1 samenkomen, bijeenkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzamelde, heeft verzameld)
1 uit verschillende richtingen of bronnen bij elkaar brengen
2 uit liefhebberij bijeenbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Coleccionar, Recopilar
Recoger
Reunir
  sVerenigen
VerzameldeVerzameld
VerzamenVerzaamdeVerzaamd
VerzandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzandde, is verzand; verzanding)
1 (van een haven, een rivier) met zand opgevuld en daardoor [[ondieper]] worden
2 ergens op uitlopen en daardoor mislukken.

VerzanddeVerzand
VerzegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzegelde, heeft verzegeld; verzegelaar, verzegeling)
1 met een zegel sluiten.

In Spaans overeenkomend met: Lacrar, Sellar
  sBezegelen
Zegelen
VerzegeldeVerzegeld
VerzeggenIn Spaans overeenkomend met: Prometer
  sBeloven
Toezeggen
Uitloven
VerzegdeVerzegd
VerzeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzeilde, is verzeild; verzeiling)
1 zeilend terechtkomen waar men niet moet zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzeilde, heeft verzeild)
1 (een wedstrijd, kampioenschap) zeilen tot er een winnaar is
2 door verkeerd zeilen missen.

VerzeildeVerzeild
VerzekerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verzekerde, heeft verzekerd)
1 ervoor zorgen (iets) zeker te krijgen
2 zichzelf zekerheid geven over.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzekerde, heeft verzekerd; verzekeraar, verzekering)
1 met klem verklaren
2 zeker maken
3 een verzekering sluiten op of voor
4 tegen verschuiving enz. vastzetten.

In Spaans overeenkomend met: Hacer un segura
Aducir, Aseverar, Sostener, Sostenerse
Afirmar, Asegurar
  sAssureren
Betuigen
Bevestigen
Beweren
Veilig stellen
VerzekerdeVerzekerd
VerzelfstandigenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zelfstandig worden of maken.

VerzelfstandigdeVerzelfstandigd
VerzellenVerzeldeVerzeld
VerzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzond, heeft verzonden; verzender, verzending)
1 versturen.

In Spaans overeenkomend met: Despedir
Despachar, Enviar, Expedir
  sAfzenden
Doen toekomen
Opsturen
Opzenden
Sturen
Uitsturen
Versturen
Wegsturen
Wegzenden
Zenden
VerzondVerzonden
VerzengenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzengde, is verzengd; verzenging)
1 door [[zengen]] beschadigd worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzengde, heeft verzengd)
1 door [[zengen]] beschadigen.

In Spaans overeenkomend met: Calcinar
VerzengdeVerzengd
VerzepenVerzeepteVerzeept
VerzesvoudigenVerzesvoudigdeVerzesvoudigd
VerzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzette, heeft verzet; verzetter, verzetting)
1 elders of anders zetten.
(wederkerend werkwoord; verzette zich, heeft zich verzet)
1 proberen te voorkomen dat iets [[onaangenaams]] gebeurt met zichzelf of de zijnen.

VerzetteVerzet
VerziedenVerzieddeVerzoden
VerziekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verziekte, heeft verziekt)
1 (informeel) in de [[war]] sturen.

VerziekteVerziekt
VerzienVerzagVerzien
VerziltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verziltte, is verzilt; verzilting)
1 zout worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verziltte, heeft verzilt)
1 zilt, zout maken.

VerziltteVerzilt
VerzilverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzilverde, heeft verzilverd; verzilvering)
1 met zilver overtrekken
2 voor contanten inwisselen.

In Spaans overeenkomend met: Platear
VerzilverdeVerzilverd
VerzinkenIn de betekenis van:
Van zink voorzien -> (galvaniseren)

In Spaans overeenkomend met:
Galvanizar
  sVergaan
Wegzinken
Zich verdiepen
Zinken
VerzinkteVerzinkt
VerzinkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verzonk, is verzonken)
1 in een bepaalde gemoedsgesteldheid raken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzonk, is verzonken; verzinking)
1 wegzinken.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzinkte, heeft verzinkt)
1 (de koppen van schroeven e.d.) gelijk met of iets dieper dan de oppervlakte brengen
2 met een laag zink overdekken.

In Spaans overeenkomend met: Hundirse, Sumirse
  sVergaan
Wegzinken
Zich verdiepen
Zinken
VerzonkVerzonken
VerzinnebeeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzinnebeeldde, heeft verzinnebeeld; verzinnebeelding)
1 in of als een zinnebeeld uitdrukken.

VerzinnebeelddeVerzinnebeeld
VerzinnelijkenIn Spaans overeenkomend met: Reproducir
  sAfbeelden
Uitbeelden
Verbeelden
Voorstellen
VerzinnelijkteVerzinnelijkt
VerzinnenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzon, heeft verzonnen; verzinner, verzinning)
1 bedenken, door nadenken vinden
2 fantaseren.

In Spaans overeenkomend met: Discurrir, Inventar
Inventarse
  sBedenken
Uitdenken
Uitkienen
VerzonVerzonnen
VerzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

VerzatVerzeten
VerzoekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 vragen (iets) te willen geven of toestaan, een verzoek doen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzocht, heeft verzocht)
1 (ook absoluut) aan iemand vragen (iets te doen of te laten)
2 (iemand) op de proef stellen.

In Spaans overeenkomend met: Pedir, Rogar
Tentar
  sAanvragen
Bekoren
In verzoeking brengen
Inroepen
Verleiden
Verlokken
Vragen
VerzochtVerzocht
VerzoenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verzoende, heeft verzoend)
1 zich neerleggen bij.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzoende, heeft verzoend; verzoener, verzoening)
1 (partijen) weer tot vrede of vriendschap brengen.

In Spaans overeenkomend met: Acomodar ((meningsverschil of ruzie oplossen)), Acordar ((meningsverschil of ruzie oplossen)), Conciliar ((meningsverschil of ruzie oplossen))
  sBijleggen
VerzoendeVerzoend
VerzoetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzoette, heeft verzoet)
1 veraangenamen.

In Spaans overeenkomend met: Endulzar
  sZacht maken
VerzoetteVerzoet
VerzolenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzoolde, heeft verzoold; verzoling)
1 van nieuwe zolen voorzien
2 (autobanden) van een nieuw loopvlak voorzien.

VerzooldeVerzoold
VerzorgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzorgde, heeft verzorgd; verzorger, verzorging)
1 zorgen voor, van het nodige voorzien
2 regelen, bewerkstelligen.

In Spaans overeenkomend met: Asistir
Atender a, Cuidar de
Cuidar, Tratar ((eten, kleren),(alimentos, ropa))
  sAssisteren
Behartigen
Bijstaan
Helpen
Meehelpen
Oppassen
Ter zijde staan
VerzorgdeVerzorgd
VerzottenVerzotteVerzot
VerzoutenIn de betekenis van: Zouter worden

VerzoutteVerzout
VerzoutenIn de betekenis van: Zouter maken

VerzoutteVerzouten
VerzuchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzuchtte, heeft verzucht)
1 met een zucht of klagend uiten.

VerzuchtteVerzucht
VerzuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzuilde, is verzuild; verzuiling)
1 uiteenvallen in scherp gescheiden maatschappelijke groeperingen.

VerzuildeVerzuild
VerzuimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzuimde, heeft verzuimd)
1 (ook absoluut) niet verschijnen waar men verwacht wordt
2 nalaten te doen wat men moet doen.

In Spaans overeenkomend met: Dejar
Desaprovechar
  sAchterlaten
In de steek laten
Legateren
Nalaten
Uitlaten
Verlaten
Vermaken
Verzaken
Weglaten
VerzuimdeVerzuimd
VerzuipenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; verzoop, is verzopen)
1 omkomen in, te veel hebben van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzoop, is verzopen)
1 (informeel) verdrinken, in het water omkomen.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzoop, heeft verzopen)
1 verdrinken, in het water doen omkomen
2 (geld) opmaken door er alcoholische dranken voor te kopen en te drinken
3 (techniek) (een [[motor]]) ontregelen door een te grote toevoer van brandstof.

VerzoopVerzopen
VerzurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzuurde, is verzuurd; verzuurder, verzuring)
1 zuur worden
2 (van spieren) niet goed meer functioneren doordat extreme belasting het evenwicht tussen voedingsstoffen en afvalstoffen, met [[name]] melkzuur, heeft verstoord
3 (van verhoudingen, een sfeer e.d.) [[slechter]] worden.

In Spaans overeenkomend met: Agriar, Agriarse
  sZuur worden
VerzuurdeVerzuurd
VerzusterenVerzusterdeVerzusterd
VerzwagerenVerzwagerdeVerzwagerd
VerzwakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; verzwakte, is verzwakt; verzwakking)
1 zwakker worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; verzwakte, heeft verzwakt)
1 zwakker maken.

In Spaans overeenkomend met: Debilitarse
Adelgazar
Amainar
Aflojar, Debilitar, Flojear
Marcir, Marcirse, Marchitar, Marchitarse, Mustiar, Mustiarse
  sLuwen
Minder worden
Ontzenuwen
Slap maken
Slap worden
Uitputten
Vermageren
Verminderen
VerzwakteVerzwakt
VerzwarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzwaarde, heeft verzwaard)
1 [[zwaarder]] maken.

VerzwaardeVerzwaard
VerzwelgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzwolg, heeft verzwolgen; verzwelger, verzwelging)
1 verslinden, (iets) in grote brokken of massa's [[door-]] of inslikken.

In Spaans overeenkomend met: Engullir, Zamparse
  sInslikken
Verslinden
VerzwolgVerzwolgen
VerzwendelenVerzwendeldeVerzwendeld
VerzwerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verzwoor]], heeft verzworen; verzwering)
1 door zweren vergaan.

VerzwoorVerzworen
VerzwierenVerzwierdeVerzwierd
VerzwijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzweeg, heeft verzwegen; verzwijger, verzwijging)
1 (iets) niet zeggen.

In Spaans overeenkomend met: Callar, Silenciar
Callarse
VerzweegVerzwegen
VerzwijnenVerzwijndeVerzwijnd
VerzwikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verzwikte, heeft verzwikt; verzwikking)
1 (een gewricht) door plotselinge, te sterke druk uit het lid brengen, kwetsen.

VerzwikteVerzwikt
VerzwindenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[verzwond]], is verzwonden)
1 (archaïsch) verdwijnen.

VerzwondVerzwonden
VessemenVessemdeGevessemd
VestenVestteGevest
VestigenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vestigde, heeft gevestigd)
1 in een bepaalde richting vastleggen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vestigde, heeft gevestigd; vestiging)
1 stichten, bouwen
2 een vaste plaats geven.
(wederkerend werkwoord; vestigde zich, heeft zich gevestigd)
1 gaan wonen.

In Spaans overeenkomend met: Establecer, Instalar
Asentar, Fundar, Situar
Fundar, Instituir, Motivar
Avecinar
Erguir, Erigir, Estatuir, Levantar
  sBaseren
Funderen
Grondvesten
Inrichten
Neerzetten
Opnemen
Oprichten
Opslaan
Stichten
VestigdeGevestigd
VeterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veteerde, heeft geveteerd)
1 met een [[veto]] treffen.

VeterdeGeveterd
VetmestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; mestte vet, heeft vetgemest; vetmesting)
1 door goed mesten of voeren vet maken.

In Spaans overeenkomend met: Engordar
  sDik maken
Vet maken
Mestte vetVetgemest
VettenVetteGevet
VetweidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vetweidde, heeft gevetweid)
1 (vee) in de wei vet laten worden.

VetweiddeGevetweid
VexerenVexeerdeGevexeerd
VezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vezelde, heeft gevezeld)
1 tot vezels maken.

VezeldeGevezeld
VibrerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vibreerde, heeft gevibreerd)
1 trillen
2 met vibrato spelen of zingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vibreerde, heeft gevibreerd)
1 doen trillen of trillend bewerken.

In Spaans overeenkomend met: Vibrar
  sTrillen
VibreerdeGevibreerd
VierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vierde, heeft gevierd)
1 (ook absoluut) laten schieten, los laten
2 de plechtigheden of [[feestelijkheden]] verrichten die bij het genoemde begrip horen.

In Spaans overeenkomend met: Alegrar, Celebrar, Festejar
Dejar salir, Largar
Celebrar una fiesta
Solemnizar
  sCelebreren
Feestvieren
Fuiven
Loslaten
Lossen
Opdragen
Tappen
Uitlaten
Weglaten
VierdeGevierd
VierendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vierendeelde, heeft gevierendeeld; vierendeling)
1 (geschiedenis) een veroordeelde in vier stukken houwen of met vier paarden uiteentrekken.

In Spaans overeenkomend met: Cortar en cuartos
Cuartear, Descuartizar
VierendeeldeGevierendeeld
VierkantenVierkantteGevierkant
VigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vigeerde]], heeft gevigeerd)
1 van kracht zijn, gelden.

VigeerdeGevigeerd
VigilerenVigileerdeGevigileerd
VijlenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vijlde, heeft gevijld)
1 met de vijl (iets) vormen of bewerken.

In Spaans overeenkomend met: Limar
VijldeGevijld
VijzelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vijzelde, heeft gevijzeld)
1 met een vijzel omhoogheffen.

VijzeldeGevijzeld
VijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vees]], heeft gevezen)
1 (in [[België]], niet algemeen) schroeven.

VeesGevezen
VillenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vilde, heeft gevild; viller/vilder)
1 de huid afstropen van.

In Spaans overeenkomend met: Desollar, Despellejar
  sAfstropen
VildeGevild
ViltenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 gemaakt van vilt.
([[overgankelijk]] werkwoord; viltte, heeft gevilt)
1 tot vilt maken.

ViltteGevilt
VindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vond, heeft gevonden; vinder, vinding)
1 aantreffen, krijgen ofwel bij toeval, ofwel nadat men ernaar gezocht heeft
2 bedenken
3 op de genoemde wijze beschouwen of ervaren
4 ondervinden, ten deel krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Detectar
Opinar
Parecer
Acertar con
Encontrar, Hallar
  sAantreffen
Achten
Bevinden
Geloven
Treffen
Van mening zijn
VondGevonden
VindicerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vindiceerde, heeft gevindiceerd; vindicatie)
1 (juridisch) als zijn eigendommen opeisen
2 wreken.

VindiceerdeGevindiceerd
VingerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vingerde, heeft gevingerd)
1 (informeel) (een vrouw, meisje) met de vingers seksueel bevredigen.

VingerdeGevingerd
Vingerkleuren
VinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vinkte, heeft gevinkt)
1 afvinken.

VinkteGevinkt
ViolerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[violeerde]], heeft gevioleerd)
1 schenden, verbreken.

VioleerdeGevioleerd
VioolspelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vioolspeler)
1 musiceren op een viool.

Speelde vioolVioolgespeeld
ViserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[viseerde]], heeft geviseerd)
1 (ook absoluut) (een akte, pas enz.) voor gezien tekenen, een visum verlenen
2 (ook absoluut) met één oog langs iets kijken om te kunnen oordelen of het recht, vlak is
3 (ook absoluut) met een schietwapen mikken
4 (in [[België]]) bekritiseren, op de korrel nemen.

In Spaans overeenkomend met: Visar
  sAftekenen
ViseerdeGeviseerd
VisiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; visiteerde, heeft gevisiteerd; visiteur)
1 ter [[plaatse]] of aan den [[lijve]] onderzoeken op smokkelwaar
2 onderzoeken op deugdelijkheid.

In Spaans overeenkomend met: Inspeccionar
  sInspectie houden
Schouwen
VisiteerdeGevisiteerd
VissenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 sterrenbeeld, het twaalfde teken van de dierenriem.
([[onovergankelijk]] werkwoord; viste, heeft gevist; visser)
1 vis proberen te vangen
2 trachten te weten te komen, proberen iemand iets te laten zeggen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; viste, heeft gevist)
1 uit een vloeistof omhooghalen of trachten omhoog te halen.

In Spaans overeenkomend met: Pescar
VisteGevist
VisualiserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; visualiseerde, heeft gevisualiseerd; visualisatie/visualisering)
1 zichtbaar of als beeld [[voorstelbaar]] maken.

In Spaans overeenkomend met: Visualizar
  sZich voor de geest halen
VisualiseerdeGevisualiseerd
VitaminerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vitamineerde, heeft gevitamineerd)
1 kunstmatig vitamine toevoegen aan.

VitamineerdeGevitamineerd
VittenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vitte, heeft gevit; vitter)
1 op gezochte, kleinzielige wijze afbrekende kritiek uitoefenen, kleingeestige aanmerkingen maken.

In Spaans overeenkomend met: Criticar, Disputar, Zaherir
  sBedillen
Haarkloven
Het lastig maken
VitteGevit
VlaggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vlagde, heeft gevlagd)
1 de vlag uitsteken
2 (sport) (van [[grensrechters]]) de vlag omhoogsteken.

VlagdeGevlagd
VlakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlakte, heeft gevlakt; vlakker)
1 vlak maken.

VlakteGevlakt
VlammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vlamde, heeft gevlamd)
1 met een vlam branden, vlammen vertonen
2 (sport) zeer strijdlustig bezig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; vlamde, heeft gevlamd)
1 (industrie) moireren.

VlamdeGevlamd
VlassenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 uit vlasvezels vervaardigd.
(werkwoord; vlaste, heeft gevlast)
1 sterk verlangend of begerig uitzien naar.

VlasteGevlast
VlechtbenenVlechtbeendeGevlechtbeend
VlechtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlocht, heeft gevlochten; vlechter)
1 (lange, buigzame voorwerpen) [[kruiselings]] over en door elkaar slaan, zodat zij een samenhangend geheel gaan vormen.

In Spaans overeenkomend met: Entrecruzar, Entrelazar, Trenzar
VlochtGevlochten
VleienALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vleide, heeft gevleid; vleier)
1 dingen zeggen die aangenaam zijn of tot lof strekken, maar die overdreven of onwaar zijn.

In Spaans overeenkomend met: Halagar
Adular, Lisonjear
VleideGevleid
VleierenVleierdeGevleierd
VlekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vlekte, heeft gevlekt)
1 vlekken veroorzaken
2 vlekken krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Manchar
  sBekladden
Smetten
VlekteGevlekt
VlettenVletteGevlet
VlezenVleesdeGevleesd
VliedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vlood]], is gevloden)
1 (formeel) vluchten, zijn toevlucht zoeken
2 (formeel) (van tijd) voorbijgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vlood]], heeft gevloden)
1 mijden, ontvluchten.

VloodGevloden
VliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (vloog, heeft/is gevlogen) zich door de lucht voortbewegen
2 (vloog, is gevlogen) (van tijd) snel voorbijgaan
3 (vloog, is gevlogen) zeer snel gaan
4 (vloog, heeft gevlogen) (van zaken die aan één einde vastzitten) wapperen
5 (vloog, heeft gevlogen) (bouwkunde) (van gebouwen) vooroverhellen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vloog, heeft gevlogen)
1 (ook absoluut) (een vliegtuig) besturen
2 door de lucht vervoeren.

In Spaans overeenkomend met: Volar
VloogGevlogen
VliegerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vliegerde, heeft gevliegerd; vliegeraar)
1 vliegers oplaten.

VliegerdeGevliegerd
VliegvissenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 vissen met een vlieg als aas.

VlietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloot, is gevloten)
1 (formeel) stromen, vloeien
2 (formeel) als iets [[vluchtigs]] voorbijgaan.

In Spaans overeenkomend met: Fluir, Manar
  sLopen
Stromen
Vloeien
VlootGevloten
VlijenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vlijde, heeft gevlijd; vlijing)
1 ordelijk of op de vereiste wijze neerleggen, schikken.

In Spaans overeenkomend met: Colocar, Poner
  sNeerleggen
Verplaatsen
VlijdeGevlijd
VlijmenVlijmdeGevlijmd
VlinderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (vlinderde, heeft gevlinderd) ongestadig of luchtig door het leven gaan
2 (vlinderde, heeft/is gevlinderd) met de vlinderslag zwemmen.

VlinderdeGevlinderd
VloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloeiing)
1 (vloeide, heeft/is gevloeid) langzaam en gelijkmatig stromen
2 (vloeide, heeft gevloeid) (van papier) inkt niet goed vasthouden
3 (vloeide, heeft gevloeid) (informeel) (van vrouwen) vaginaal bloeden.

In Spaans overeenkomend met: Fluir, Manar
  sLopen
Stromen
Vlieten
VloeideGevloeid
VloekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloekte, heeft gevloekt)
1 godslasterende woorden spreken, krachttermen gebruiken
2 schril afsteken tegen.

In Spaans overeenkomend met: Blasfemar, Jurar
VloekteGevloekt
VloerenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 (in België; informeel) fluwelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vloerde, heeft gevloerd)
1 (iemand) op de grond werpen.

VloerdeGevloerd
VloggenVlogdeGevlogd
VlokkenVlokteGevlokt
VlooienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vlooide, heeft gevlooid)
1 het vlooienspel spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vlooide, heeft gevlooid)
1 van huidparasieten en andere [[ongerechtigheden]] reinigen.

VlooideGevlooid
VlottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vlotte, heeft/is gevlot)
1 zonder haperingen, gemakkelijk of voorspoedig verlopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vlotte, heeft gevlot)
1 (hout) drijvend vervoeren.

In Spaans overeenkomend met: Flotar, Sobrenadar
Acrecentar, Activar
  sDobberen
Drijven
Opschieten
Veld winnen
Vooruitgaan
Vorderen
VlotteGevlot
VlotterenVlotterdeGevlotterd
VluchtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vluchtte, is gevlucht)
1 weggaan om zich te onttrekken aan een dreigend gevaar, vervolging of verplichtingen
2 zich onttrekken aan hinderlijke of nadelige omstandigheden.

In Spaans overeenkomend met: Fugarse
Huir
  sOntsnappen
VluchtteGevlucht
VluggerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vluggerde, heeft gevluggerd)
1 (spel) snelschaken of sneldammen.

VluggerdeGevluggerd
VocaliserenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vocaliseerde]], heeft gevocaliseerd; vocalisatie/vocalisering)
1 (muziek) vocalises uitvoeren.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vocaliseerde]], heeft gevocaliseerd)
1 de vocaaltekens aanbrengen in
2 (een medeklinker) stemhebbend maken.

VocaliseerdeGevocaliseerd
VochtenVochtteGevocht
VoedenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voedde, heeft gevoed)
1 (iets) eten als [[voornaamste]] voedingsmiddel om te overleven.
([[overgankelijk]] werkwoord; voedde, heeft gevoed)
1 (ook absoluut) zogen
2 (ook absoluut) waarde, kracht hebben als voedsel
3 voedsel geven aan
4 voorzien van wat voor enige werking nodig is
5 voedsel geven aan, laten voortbestaan.

In Spaans overeenkomend met: Alimentar, Nutrir
VoeddeGevoed
VoederenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voederde, heeft gevoederd; voedering)
1 (dieren) voer geven.

In Spaans overeenkomend met: Dar de comer
  sSpijzigen
Te eten geven
Voeren
VoederdeGevoederd
VoedsterenVoedsterdeGevoedsterd
VoegenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voegde, heeft gevoegd)
1 zich schikken naar, onderwerpen aan.
([[overgankelijk]] werkwoord; voegde, heeft gevoegd; voeger, voeging)
1 zodanig tegen of in elkaar laten sluiten dat er een verbinding of een geheel ontstaat
2 de voegen tussen stenen opvullen, [[volzetten]] met specie.
(wederkerend werkwoord; voegde zich, heeft zich gevoegd)
1 (in België; informeel) zich passend gedragen.

In Spaans overeenkomend met: Ser conforme, Ser decoroso
Convenir, Ser conveniente
  sBehoren
Betamen
Gelegen komen
Horen
Passen
Schikken
Uitkomen
VoegdeGevoegd
VoelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voelde, heeft gevoeld)
1 in de genoemde mate houden van (iemand)
2 iets wenselijk achten, de voorkeur geven aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; voelde, heeft gevoeld)
1 de genoemde indruk maken op het gevoel.
([[overgankelijk]] werkwoord; voelde, heeft gevoeld)
1 (ook absoluut) tastend onderzoeken
2 met het gevoel, met de tastzin waarnemen
3 innerlijk gewaarworden
4 onberedeneerd, intuïtief begrijpen, beseffen.
(wederkerend werkwoord; voelde zich, heeft zich gevoeld)
1 het genoemde gevoel hebben.

In Spaans overeenkomend met: Palpar
Sentir
  sAanvoelen
Betasten
Bevoelen
Gevoelen
Gewaarworden
Tasten
VoeldeGevoeld
VoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde, heeft gevoerd)
1 (ook absoluut) leiden
2 (ook absoluut) (van wegen) leiden, zich uitstrekken in de genoemde richting
3 vervoeren
4 actief bezig zijn met, voor de voortgang zorgen van
5 dragen, meevoeren
6 van voering voorzien
7 eten geven.

In Spaans overeenkomend met: Forrar
Conducir
Dar de comer
Transferir, Transportar
  sBrengen
Geleiden
Leiden
Overbrengen
Spijzigen
Te eten geven
Transporteren
Vervoeren
Voederen
VoerdeGevoerd
VoetballenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voetbalde, heeft gevoetbald; voetballer)
1 voetbal spelen.

In Spaans overeenkomend met: Jugar fútbol
VoetbaldeGevoetbald
VoeterenVoeteerdeGevoeteerd
VoetjevrijenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (informeel) elkaar stiekem met de voeten liefkozend aanraken.

Vrijde voetjeVoetjegevrijd
VogelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vogelde, heeft gevogeld)
1 (informeel) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben
2 vogels kijken.

VogeldeGevogeld
VogelschietenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 volksvermaak waarbij geschoten wordt naar een vogel op een hoge staak.

volbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bouwde vol, heeft volgebouwd)
1 geheel met gebouwen bezetten.

Bouwde volVolgebouwd
VolbouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bouwde vol, heeft volgebouwd)
1 geheel met gebouwen bezetten.

VolbouwdeVolbouwd
VolbrassenBraste volVolgebrast
VolbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; volbracht, heeft volbracht; volbrenging)
1 (iets [[moeilijks]] of [[gewichtigs]]) ten einde toe uitvoeren
2 ten uitvoer brengen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir
VolbrachtVolbracht
VoldoenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voldeed, heeft voldaan)
1 verwezenlijken, vervullen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; voldeed, heeft voldaan)
1 beantwoorden aan de verwachtingen of eisen.
([[overgankelijk]] werkwoord; voldeed, heeft voldaan)
1 (wat men verschuldigd is) geheel betalen.

In Spaans overeenkomend met: Complacer, Contentar
Pagar
Bastar, Ser suficiente
  sBetalen
Bevredigen
Dokken
Genoeg zijn
Paaien
Storten
Tegemoetkomen aan
Tevreden stellen
Tevredenstellen
Toereiken
Toereikend zijn
Uitbetalen
Uitkeren
Voldoende zijn
Volstaan
VoldeedVoldaan
VoleindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voleinder, voleinding) zie voleindigen.

In Spaans overeenkomend met: Completar, Llenar
  sAanvullen
Afmaken
Bijwerken
Completeren
VoleinddeVoleind
VoleindigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voleindigde, heeft voleindigd)
1 (formeel) geheel ten einde brengen.

In Spaans overeenkomend met: Acabar, Terminar
  sAfmaken
Afsluiten
Besluiten
Beëindigen
Eindigen
Uitmaken
VoleindigdeVoleindigd
VolgenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; volgde, is gevolgd)
1 (van conclusies) voortkomen uit.
([[onovergankelijk]] werkwoord; volgde, heeft/is gevolgd; volger)
1 komen na.
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 (volgde, heeft/is gevolgd) in dezelfde richting gaan als
2 (volgde, heeft gevolgd) de voortgang, de ontwikkeling bijhouden van
3 (volgde, heeft gevolgd) naleven
4 (volgde, heeft gevolgd) geregeld bijwonen, geregeld deelnemen aan
5 (volgde, heeft gevolgd) navolgen, nabootsen.

In Spaans overeenkomend met: Cursar
Resultar, Seguirse
Seguir
  sBewandelen
Bijhouden
Opvolgen
Resulteren
Uitkomen
Voortkomen
Voortspruiten
Voortvloeien
VolgdeGevolgd
VolgietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; goot vol, heeft volgegoten)
1 gietend vullen.

Goot volVolgegoten
VolgooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide vol, heeft volgegooid)
1 geheel vullen
2 ruw met specie bestrijken of mortel gooien tegen een te berapen muur.

Gooide volVolgegooid
VolgroeienVolgroeideVolgroeid
VolgroeienIn de betekenis van: Vullen door middel van groei

Groeide volVolgegroeid
VolhardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; volhardde, heeft volhard; volharding)
1 wat men begonnen is ten einde toe uitvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Insistir
Ahincar, Perseverar, Persistir
  sBlijven
Doorbijten
Doorzetten
Voet bij stuk houden
Volhouden
VolharddeVolhard
VolhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; hield vol, heeft volgehouden; volhouder, volhouding)
1 doorgaan, iets niet opgeven.
([[overgankelijk]] werkwoord; hield vol, heeft volgehouden)
1 doorgaan met de genoemde activiteit
2 blijven beweren.

In Spaans overeenkomend met: Perseverar, Persistir
  sDoorbijten
Doorzetten
Voet bij stuk houden
Volharden
Hield volVolgehouden
VolkomenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord; volkomenheid)
1 geheel, volledig
2 volmaakt.

Kwam volVolgekomen
VolksdansenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; volksdanste, heeft gevolksdanst; volksdanser)
1 de volksdans beoefenen.

VolksdansteGevolksdanst
VolladenLaadde volVolgeladen
VollenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[volde]], heeft gevold; voller/volder)
1 wollen weefsel bewerken met het doel het te laten vervilten.

In Spaans overeenkomend met: Abatanar, Batanar, Enfurtir
VoldeGevold
VollerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; volleerde, heeft gevolleerd)
1 (sport) (de bal) spelen voor die de grond geraakt heeft.

VolleerdeGevolleerd
VolleyballenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[volleybalde]], heeft gevolleybald; volleyballer)
1 volleybal spelen.

VolleybaldeGevolleybald
VolleyenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; volleyde, heeft gevolleyd)
1 volleyballen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; volleyde, heeft gevolleyd)
1 volleren.

VolleydeGevolleyd
VollopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep vol, is volgelopen)
1 vol worden door en met wat binnenstroomt.

Liep volVolgelopen
VollullenLulde volVolgeluld
VolmachtigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; volmachtigde, heeft gevolmachtigd)
1 een volmacht geven.

VolmachtigdeGevolmachtigd
volmakenIn de betekenis van: Iets vullen

In Spaans overeenkomend met: Llenar
  sDempen
Invullen
Spekken
Stoppen
Volschenken
Vullen
Maakte volVolgemaakt
VolmakenIn de betekenis van:
Het genoemde afmaken, voltooien, volbrengen

  sDempen
Invullen
Spekken
Stoppen
Volschenken
Vullen
VolmaakteVolmaakt
VolplakkenPlakte volVolgeplakt
VolpompenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pompte vol, heeft volgepompt)
1 d.m.v. een pomp geheel vullen.

Pompte volVolgepompt
VolpratenPraatte volVolgepraat
VolproppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; propte vol, heeft volgepropt)
1 overvol maken door iets erin te proppen, te duwen.

In Spaans overeenkomend met: Atiborrar
  sOpvullen
Propte volVolgepropt
VolschenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schonk vol, heeft volgeschonken)
1 schenkend geheel vullen.

In Spaans overeenkomend met: Llenar
  sDempen
Invullen
Spekken
Stoppen
Volmaken
Vullen
Schonk volVolgeschonken
VolschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Schoot volVolgeschoten
VolschrijvenSchreef volVolgeschreven
volstaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; volstond, heeft volstaan met)
1 zich beperken tot.
([[onovergankelijk]] werkwoord; volstond, heeft volstaan)
1 voldoende zijn.

  sGenoeg zijn
Toereiken
Toereikend zijn
Voldoen
Voldoende zijn
Stond volVolgestaan
VolstaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; volstond, heeft volstaan met)
1 zich beperken tot.
([[onovergankelijk]] werkwoord; volstond, heeft volstaan)
1 voldoende zijn.

In Spaans overeenkomend met: Bastar, Ser suficiente
  sGenoeg zijn
Toereiken
Toereikend zijn
Voldoen
Voldoende zijn
VolstondVolstaan
VolstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte vol, heeft volgestopt)
1 geheel vullen.

In Spaans overeenkomend met: Atestar
Obturar, Tapar
  sDichten
Dichtmaken
Stoppen
Toestoppen
Verstoppen
Stopte volVolgestopt
VolstortenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stortte vol, heeft volgestort)
1 door storten vol maken
2 (een aandeel) aanvullen tot het gehele nominale bedrag.

Stortte volVolgestort
VolstouwenStouwde volVolgestouwd
VolstrekkenVolstrekteVolstrekt
VolstromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde vol, is volgestroomd)
1 stromend vol worden.

Stroomde volVolgestroomd
VoltankenTankte volVolgetankt
VoltekenenVoltekendeVoltekend
VoltigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[voltigeerde]], heeft gevoltigeerd; voltige)
1 voltes maken
2 acrobatische oefeningen doen op een galopperend paard
3 bij turnen, allerlei draaiingen maken terwijl men met de handen op een paard steunt.

In Spaans overeenkomend met: Voltear
  sBuitelen
Duikelen
Kopje duikelen
VoltigeerdeGevoltigeerd
VoltooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voltooide, heeft voltooid; voltooier, voltooiing)
1 ten einde brengen.

In Spaans overeenkomend met: Finalizar
Disponer
  sAfmaken
Beëindigen
Klaarmaken
VoltooideVoltooid
VoltrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voltrok, heeft voltrokken; voltrekker, voltrekking)
1 wat besloten of bevolen is ten uitvoer brengen.
(wederkerend werkwoord; voltrok zich, heeft zich voltrokken)
1 zijn beloop nemen.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Ejecutar, Llevar a cabo
  sNakomen
Naleven
Uitvoeren
Verrichten
Vervullen
VoltrokVoltrokken
VolvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; volvoerde, heeft volvoerd; volvoering)
1 ten uitvoer brengen.

In Spaans overeenkomend met: Perpetrar
  sBedrijven
Begaan
VolvoerdeVolvoerd
VolvretenVrat volVolgevreten
VolwerpenWierp volVolgeworpen
VolzettenZette volVolgezet
VolzuigenZoog volVolgezogen
VomerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vomeerde]], heeft gevomeerd; vomatie)
1 (formeel) braken.

In Spaans overeenkomend met: Vomitar
  sBraken
Kotsen
Overgeven
Spugen
VomeerdeGevomeerd
VonkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vonkelde, heeft gevonkeld)
1 vonken schieten.

VonkeldeGevonkeld
VonkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vonkte, heeft gevonkt)
1 vonken verspreiden of vertonen.

VonkteGevonkt
VonnissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; vonniste, heeft gevonnist; vonnisser, vonnissing)
1 een vonnis uitspreken over.

In Spaans overeenkomend met: Juzgar, Sentenciar
  sBerechten
Een uitspraak doen
Oordelen
Rechtspreken
Veroordelen
VonnisteGevonnist
VooraanmeldenMeldde vooraanVooraangemeld
VoorafgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging vooraf, is voorafgegaan)
1 voor iets anders komen
2 gaan voor anderen.

In Spaans overeenkomend met: Adelantarse, Ir delante, Preceder
  sVoor zijn
Ging voorafVoorafgegaan
VoorbakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bakte voor, heeft voorgebakken)
1 vooraf bakken om het uiteindelijke bakken te bekorten.

Bakte voorVoorgebakken
VoorbedingenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bedong voor, heeft voorbedongen)
1 als voorwaarde stellen.

Bedong voorVoorbedongen
VoorbehoedenBehoedde voorVoorbehoed
VoorbehoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Behield voorVoorbehouden
VoorbereidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bereidde voor, heeft voorbereid; voorbereider, voorbereiding)
1 van tevoren het nodige verrichten voor
2 behoedzaam op de hoogte stellen van.

In Spaans overeenkomend met: Aderezar, Adobar, Preparar
Preparar
  sAanmaken
Bereiden
Gereedmaken
Klaarmaken
Toebereiden
Bereidde voorVoorbereid
VoorbeschikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; beschikte voor, heeft voorbeschikt; voorbeschikking)
1 vooraf bepalen, (tot iets) bestemmen.

Beschikte voorVoorbeschikt
VoorbeschouwenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voorbeschouwing)
1 voorafgaand aan een bepaalde gebeurtenis een beschouwing erover geven.

Beschouwde voorVoorbeschouwd
VoorbestemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bestemde voor, heeft voorbestemd; voorbestemming)
1 vooraf bestemmen.

Bestemde voorVoorbestemd
VoorbewerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bewerkte voor, heeft voorbewerkt; voorbewerker, voorbewerking)
1 een voorafgaande bewerking laten ondergaan.

Bewerkte voorVoorbewerkt
VoorbiddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; bad voor, heeft voorgebeden)
1 voorgaan in het gebed.

Bad voorVoorgebeden
VoorbijfietsenFietste voorbijVoorbijgefietst
VoorbijflitsenFlitste voorbijVoorbijgeflitst
VoorbijgaanALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; ging voorbij, is voorbijgegaan)
1 geen aandacht besteden aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging voorbij, is voorbijgegaan; voorbijganger)
1 langs iemand of iets gaan, passeren
2 tot het verleden gaan behoren
3 niet opgemerkt worden door.

In Spaans overeenkomend met: Pasar
Pasar de largo, Sobrepasar
  sLangsgaan
Passeren
Voorbijlopen
Ging voorbijVoorbijgegaan
VoorbijkomenKwam voorbijVoorbijgekomen
VoorbijlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep voorbij, is voorbijgelopen)
1 voorbijgaan.

In Spaans overeenkomend met: Pasar de largo, Sobrepasar
  sLangsgaan
Passeren
Voorbijgaan
Liep voorbijVoorbijgelopen
VoorbijpratenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Praatte voorbijVoorbijgepraat
VoorbijrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed voorbij, is voorbijgereden)
1 rijdend voorbijgaan.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sPasseren
Voorbijvaren
Reed voorbijVoorbijgereden
VoorbijschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot voorbij, is voorbijgeschoten)
1 snel voorbijgaan.

Schoot voorbijVoorbijgeschoten
VoorbijschuivenSchoof voorbijVoorbijgeschoven
VoorbijsnellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; snelde voorbij, is voorbijgesneld)
1 snel voorbijgaan.

Snelde voorbijVoorbijgesneld
VoorbijstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak voorbij, heeft/is voorbijgestoken)
1 (in [[België]], niet algemeen) [[voorbijrijden]], inhalen
2 (in [[België]], niet algemeen) overtreffen, [[voorbijstreven]], inhalen.

Stak voorbijVoorbijgestoken
VoorbijstrevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streefde voorbij, heeft voorbijgestreefd)
1 door inspanning vóórkomen.

In Spaans overeenkomend met: Aventajar, Superar
  sOvertreffen
Te boven gaan
Uitblinken
Uitmunten
Streefde voorbijVoorbijgestreefd
VoorbijtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok voorbij, is voorbijgetrokken)
1 overdrijven.

Trok voorbijVoorbijgetrokken
VoorbijvarenIn Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sPasseren
Voorbijrijden
Voer voorbijVoorbijgevaren
VoorbijvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog voorbij, is voorbijgevlogen)
1 (van tijd) snel verstrijken.

Vloog voorbijVoorbijgevlogen
VoorbijzienZag voorbijVoorbijgezien
VoorbindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bond voor, heeft voorgebonden)
1 aan de voorkant van iets vastbinden.

Bond voorVoorgebonden
VoorblijvenBleef voorVoorgebleven
VoorborenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; boorde voor, heeft voorgeboord)
1 (een gat) van tevoren boren.

Boorde voorVoorgeboord
VoorbrengenBracht voorVoorgebracht
VoorcijferenCijferde voorVoorgecijferd
VoordansenDanste voorVoorgedanst
VoordienenDiende voorVoorgediend
VoordoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed voor, heeft voorgedaan)
1 doen als voorbeeld voor anderen
2 voor het lichaam bevestigen.
(wederkerend werkwoord; deed zich voor, heeft zich voorgedaan)
1 voorkomen
2 zich laten doorgaan voor.

Deed voorVoorgedaan
VoordragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg voor, heeft voorgedragen)
1 (ook absoluut) (een gedicht enz.) ten [[gehore]] brengen
2 als kandidaat voorstellen.

In Spaans overeenkomend met: Ofrecer, Proponer
Declamar, Recitar
  sAanbieden
Bieden
Opzeggen
Reciteren
Uitloven
Voorslaan
Voorstellen
Droeg voorVoorgedragen
VoordringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; drong voor, is voorgedrongen; voordringer)
1 voorgaan, zich laten helpen of handelen terwijl andere mensen al langer hebben gewacht.

In Spaans overeenkomend met: Colarse
Drong voorVoorgedrongen
VoordrogenDroogde voorVoorgedroogd
VoordrukkenDrukte voorVoorgedrukt
VoorfinancierenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
1 alvast financieren in [[afwachting]] van een definitieve financier.

Financierde voorVoorgefinancierd
VoorgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging voor, is voorgegaan)
1 voor iemand gaan
2 de voorrang, de voorkeur hebben
3 (van een uurwerk) te snel lopen
4 een godsdienstoefening leiden.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sVoorlopen
Ging voorVoorgegaan
VoorgeleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; geleidde voor, heeft voorgeleid; voorgeleiding)
1 (een verdachte) voor het gerecht of voor de politie brengen.

Geleidde voorVoorgeleid
VoorgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf voor, heeft voorgegeven)
1 (ook absoluut) voorwenden
2 (sport) (de bal) voor het vijandelijke doel brengen.

In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Figurar, Fingir, Simular
  sDoen alsof
Fingeren
Simuleren
Veinzen
Voorwenden
Gaf voorVoorgegeven
VoorgloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; gloeide voor, heeft voorgegloeid)
1 (met [[name]] [[dieselmotoren]]) warm maken ter voorbereiding.

Gloeide voorVoorgegloeid
VoorgooienGooide voorVoorgegooid
VoorhangenHing voorVoorgehangen
VoorhebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; had voor, heeft voorgehad)
1 voor het lijf hebben
2 van plan zijn
3 (in [[België]], niet algemeen) (iets [[onaangenaams]] of onverwachts) meemaken, beleven.

In Spaans overeenkomend met: Intentar, Proponerse
Llevar, Tener puesto
  sAanhebben
Dragen
Ophebben
Van plan zijn
Voornemens zijn
Zich voorstellen
Had voorVoorgehad
VoorhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield voor, heeft voorgehouden; voorhouding)
1 voor iets of iemand houden
2 wijzen op, doen inzien
3 (scheepvaart) aanhouden.

Hield voorVoorgehouden
VoorhuwelijkssparenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (in [[België]]) spaarvorm voor jongeren vanaf 14 jaar, waarbij de spaarsom bij het huwelijk wordt uitgekeerd.

VoorijlenIjlde voorVoorgeijld
VoorkauwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kauwde voor, heeft voorgekauwd)
1 woord voor woord aan een ander voorzeggen.

Kauwde voorVoorgekauwd
VoorkokenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kookte voor, heeft voorgekookt)
1 koken voor de eigenlijke bereiding
2 (informeel) een voorbereidende behandeling geven.

In Spaans overeenkomend met: Precocer
Kookte voorVoorgekookt
voorkomenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 wijze waarop iets of iemand zich voordoet.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam voor, is voorgekomen)
1 voor, verder dan iemand of iets anders komen
2 (van verschijnselen) gebeuren
3 aangetroffen worden
4 voor de rechtbank verschijnen
5 lijken, (toe)schijnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; voorkwam, heeft voorkomen; voorkoming)
1 niet laten plaats hebben.

In Spaans overeenkomend met: Acontecer, Darse, Ocurrir, Realizarse, Tener lugarParecer
  sAan de hand zijn
Beletten
Blokkeren
Gebeuren
Geschieden
Lijken
Overkomen
Plaatsvinden
Schijnen
Toeschijnen
Verhinderen
Verhoeden
Voorkómen
Voorvallen
Zich voordoen
Kwam voorVoorgekomen
VoorkomenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 wijze waarop iets of iemand zich voordoet.
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam voor, is voorgekomen)
1 voor, verder dan iemand of iets anders komen
2 (van verschijnselen) gebeuren
3 aangetroffen worden
4 voor de rechtbank verschijnen
5 lijken, (toe)schijnen.
([[overgankelijk]] werkwoord; voorkwam, heeft voorkomen; voorkoming)
1 niet laten plaats hebben.

In Spaans overeenkomend met: Evitar
ImpedirPrevenir
  sAan de hand zijn
Beletten
Blokkeren
Gebeuren
Geschieden
Lijken
Overkomen
Plaatsvinden
Schijnen
Toeschijnen
Verhinderen
Verhoeden
Voorkómen
Voorvallen
Zich voordoen
VoorkwamVoorkomen
VoorkopenKocht voorVoorgekocht
VoorlatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet voor, heeft voorgelaten)
1 laten voorgaan.

Liet voorVoorgelaten
VoorleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde voor, heeft voorgelegd; voorlegging)
1 voor iemand neerleggen
2 aan [[iemands]] oordeel onderwerpen.

Legde voorVoorgelegd
VoorleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde voor, heeft voorgeleid; voorleiding)
1 voorgeleiden.

Leidde voorVoorgeleid
VoorlevenLeefde voorVoorgeleefd
VoorlezenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; las voor, heeft voorgelezen; voorlezer, voorlezing)
1 hardop lezen ten aanhoren van een ander.

In Spaans overeenkomend met: Contar
Las voorVoorgelezen
VoorlichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lichtte voor, heeft voorgelicht; [[voorlichter]], voorlichting)
1 informatie, inzicht geven.

In Spaans overeenkomend met: Informar
Alumbrar, Encender, Iluminar
  sAansteken
Belichten
Berichten
Informeren
Inlichten
Verlichten
Lichtte voorVoorgelicht
VoorliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; loog voor, heeft voorgelogen)
1 als leugen vertellen aan.

Loog voorVoorgelogen
VoorliggenLag voorVoorgelegen
VoorlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep voor, heeft voorgelopen)
1 (van uurwerken) te snel lopen.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
  sVoorgaan
Liep voorVoorgelopen
VoormetenMat voorVoorgemeten
VoornemenALLE betekenissen van dit woord:
(het; voornemens)
1 plan.
(wederkerend werkwoord; nam zich voor, heeft zich voorgenomen)
1 zich ten doel stellen, het plan opvatten tot.

Nam voorVoorgenomen
VooronderstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vooronderstelde]], heeft voorondersteld)
1 vooraf als bestaand aannemen of laten gelden.

In Spaans overeenkomend met: Presuponer
VoorondersteldeVoorondersteld
VooropgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging voorop, is vooropgegaan)
1 aan het hoofd gaan.

Ging vooropVooropgegaan
VooroplopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep voorop, heeft vooropgelopen)
1 het voorbeeld geven.

Liep vooropVooropgelopen
VooropstaanStond vooropVooropgestaan
VooropstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde voorop, heeft vooropgesteld; vooropstelling)
1 als eerste stellen.

In Spaans overeenkomend met: Sentar
Anteponer
  sOpstellen
Voor laten gaan
Stelde vooropVooropgesteld
VooropzettenZette vooropVooropgezet
VooroverbuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; boog voorover, heeft voorovergebogen)
1 zich bukken.

Boog vooroverVoorovergebogen
VoorovervallenViel vooroverVoorovergevallen
VoorpratenPraatte voorVoorgepraat
VoorprekenPreekte voorVoorgepreekt
VoorproevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; proefde voor, heeft voorgeproefd)
1 vooraf proeven.

Proefde voorVoorgeproefd
VoorprogrammerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; programmeerde voor, heeft voorgeprogrammeerd; voorprogrammering)
1 van tevoren instellen, bv. een wasmachine, videorecorder
2 iemand zodanig instrueren dat hij precies doet of zegt wat van hem verlangd wordt.

Programmeerde voorVoorgeprogrammeerd
VoorpublicerenPubliceerde voorVoorgepubliceerd
VoorrekenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rekende voor, heeft voorgerekend; voorrekening)
1 ten [[overstaan]] van iemand berekenen, rekenend aantonen.

Rekende voorVoorgerekend
VoorrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed voor, heeft/is voorgereden; voorrijder)
1 voorop rijden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; reed voor, heeft voorgereden)
1 voor de deur, de ingang komen met een auto enz.

In Spaans overeenkomend met: Atropellar
  sAanrijden
Reed voorVoorgereden
VoorschakelenSchakelde voorVoorgeschakeld
VoorschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot voor, heeft voorgeschoten)
1 betalen voor een ander met de afspraak dat hij het terugbetaalt.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar, Dar en préstamo
  sLenen
Uitlenen
Schoot voorVoorgeschoten
VoorschotelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schotelde voor, heeft voorgeschoteld)
1 (gerechten) opdienen
2 presenteren.

Schotelde voorVoorgeschoteld
VoorschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef voor, heeft voorgeschreven; voorschrijving)
1 ter nakoming stellen.

In Spaans overeenkomend met: Recetar
Mandar, Ordenar
Exigir
Prescribir
Trazar
  sAangeven
Aanwijzen
Bevelen
Eisen
Gelasten
Opeisen
Rekenen
Sommeren
Vereisen
Vergen
Verordenen
Vorderen
Schreef voorVoorgeschreven
VoorselecterenIn Spaans overeenkomend met: Preseleccionar
Selecteerde voorVoorgeselecteerd
VoorslaanIn Spaans overeenkomend met: Ofrecer, Proponer
  sAanbieden
Bieden
Uitloven
Voordragen
Voorstellen
Sloeg voorVoorgeslagen
VoorsmijtenSmeet voorVoorgesmeten
VoorsnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; sneed voor, heeft voorgesneden)
1 snijden voor het opdienen.

In Spaans overeenkomend met: Trinchar
  sTrancheren
Sneed voorVoorgesneden
VoorsorterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sorteerde voor, heeft voorgesorteerd)
1 in het verkeer een eind voor een splitsing of kruising in het vak gaan rijden dat overeenkomt met de richting die men zal kiezen.

Sorteerde voorVoorgesorteerd
VoorspannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spande voor, heeft voorgespannen; voorspanning)
1 voor een rijtuig spannen.

In Spaans overeenkomend met: Uncir
  sBespannen
Inspannen
Optuigen
Spannen
Tuigen
Spande voorVoorgespannen
VoorspeldenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speldde voor, heeft voorgespeld)
1 voor het lichaam of de borst met spelden bevestigen.

Speldde voorVoorgespeld
VoorspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde voor, heeft voorgespeeld)
1 tot voorbeeld spelen.

In Spaans overeenkomend met: Jugar, Tocar
  sSpelen
Uitvoeren
Speelde voorVoorgespeeld
voorspellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[voorspelde]], heeft voorspeld; voorspeller, voorspelling)
1 vooraf aankondigen, bekendmaken dat iets zal gebeuren
2 (van zaken) beloven, doen verwachten.

In Spaans overeenkomend met:
  sBeduiden
Voorzeggen
Waarzeggen
Spelde voorVoorgespeld
VoorspellenIn de betekenis van:
Vooraf aankondigen, bekendmaken dat iets zal gebeuren => prediceren, profeteren

In Spaans overeenkomend met: Denunciar
Adivinar, Predecir, Profetizar, Pronosticar
  sBeduiden
Voorzeggen
Waarzeggen
VoorspeldeVoorspeld
VoorspiegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; spiegelde voor, heeft voorgespiegeld; voorspiegelaar, voorspiegeling)
1 als toekomstbeeld voorstellen.

Spiegelde voorVoorgespiegeld
VoorsprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprak voor, heeft voorgesproken; voorspreker, voorspreking)
1 ten gunste van iemand spreken.

Sprak voorVoorgesproken
VoorstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond voor, heeft voorgestaan)
1 meer punten gescoord hebben dan de tegenpartij.
([[overgankelijk]] werkwoord; stond voor, heeft voorgestaan)
1 verdedigen.

In Spaans overeenkomend met: Favorecer
  sBegunstigen
Bevoordelen
Voortrekken
Stond voorVoorgestaan
VoorstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stak voor, is voorgestoken)
1 (in [[België]], niet algemeen) voordringen.

Stak voorVoorgestoken
VoorstellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stelde voor, heeft voorgesteld; voorsteller, voorstelling)
1 persoonlijk bekendmaken
2 aan het oordeel, de beslissing van iemand onderwerpen
3 weergeven d.m.v. een bepaald beeld, woord enz.
(wederkerend werkwoord; stelde zich voor, heeft zich voorgesteld)
1 zich een denkbeeld vormen van
2 iets van plan zijn.

In Spaans overeenkomend met: Plantear
Reproducir
Encarnar, Figurar, Presentar, Representar
Ofrecer, Proponer
Sugerir
  sAanbieden
Aansnijden
Afbeelden
Bieden
Een wenk geven
Figureren
Indienen
Influisteren
Opperen
Opwerpen
Presenteren
Stellen
Suggereren
Uitbeelden
Uitloven
Verbeelden
Vertegenwoordigen
Vertonen
Verzinnelijken
Voordragen
Voorslaan
Vormen
Stelde voorVoorgesteld
VoorstemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stemde voor, heeft voorgestemd; voorstemmer)
1 zijn stem voor iets of iemand uitbrengen.

Stemde voorVoorgestemd
VoortbewegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bewoog voort, heeft voortbewogen; voortbeweging)
1 doen voortgaan.
(wederkerend werkwoord; bewoog zich voort, heeft zich voortbewogen)
1 in een bep. richting gaan.

In Spaans overeenkomend met: Avanzar
  sVooruitgaan
Vooruitkomen
Vorderen
Bewoog voortVoortbewogen
VoortboerenBoerde voortVoortgeboerd
VoortbordurenBorduurde voortVoortgeborduurd
VoortbouwenBouwde voortVoortgebouwd
VoortbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht voort, heeft voortgebracht; voortbrenger, voortbrenging)
1 tevoorschijn brengen, doen ontstaan.

In Spaans overeenkomend met: Dar a luz, Engendrar, Parir
Producir
Generar
  sAfwerpen
Baren
Bevallen
Het leven schenken
Opbrengen
Opleveren
Teweegbrengen
Bracht voortVoortgebracht
VoortbroderenBrodeerde voortVoortgebrodeerd
VoortdoenDeed voortVoortgedaan
VoortdrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef voort, heeft voortgedreven)
1 opdrijven.

In Spaans overeenkomend met: Accionar, Acuciar, Arrear, Impeler
Cazar
  sAandrijven
Bejagen
Drijven
Jacht maken op
Jagen
Najagen
Opjagen
Dreef voortVoortgedreven
VoortdurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; duurde voort, heeft voortgeduurd)
1 doorgaan, blijven duren.

In Spaans overeenkomend met: Durar
Perdurar
  sAanblijven
Aanhouden
Beklijven
Blijven bestaan
Duren
Standhouden
Verder leven
Voortleven
Duurde voortVoortgeduurd
VoortduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde voort, heeft voortgeduwd)
1 verder, voor zich uit duwen.

Duwde voortVoortgeduwd
VoortekenenTekende voorVoorgetekend
VoortellenTelde voorVoorgeteld
VoortgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging voort, is voortgegaan)
1 voorwaarts, verder gaan
2 de in een bepaling genoemde handeling vervolgen.

In Spaans overeenkomend met: Continuar
Andar, Obrar, Proceder
  sDoorgaan
Verder gaan met
Vervolgen
Voortzetten
Werken
Ging voortVoortgegaan
VoortgevenGaf voortVoortgegeven
VoortglijdenGleed voortVoortgegleden
VoorthelpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hielp voort, heeft voortgeholpen)
1 vooruithelpen.

Hielp voortVoortgeholpen
VoorthollenHolde voortVoortgehold
VoortijlenIjlde voortVoortgeijld
VoortjagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; jaagde voort/joeg voort, heeft voortgejaagd)
1 rusteloos bezig zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; jaagde voort/joeg voort, heeft voortgejaagd)
1 voor zich uit jagen.

Jaagde voort, Joeg voortVoortgejaagd
VoortjakkerenJakkerde voortVoortgejakkerd
VoortkabbelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kabbelde voort, heeft voortgekabbeld)
1 in rustige stroming, met lichte [[golfjes]] voortgaan.

Kabbelde voortVoortgekabbeld
VoortkankerenKankerde voortVoortgekankerd
VoortkomenIn Spaans overeenkomend met: Provenir
Originarse, Proceder
Resultar, Seguirse
  sAfkomstig zijn
Afkomstig zijn van
Afstammen
Het gevolg zijn van
Komen
Ontspruiten
Resulteren
Uitkomen
Volgen
Voortspruiten
Voortvloeien
Kwam voortVoortgekomen
VoortkruipenKroop voortVoortgekropen
VoortlevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; leefde voort, heeft voortgeleefd)
1 verder leven.

In Spaans overeenkomend met: Subsistir
Perdurar
  sBlijven bestaan
Verder leven
Voortduren
Leefde voortVoortgeleefd
VoortlopenLiep voortVoortgelopen
VoortmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; maakte voort, heeft voortgemaakt)
1 spoed maken.

In Spaans overeenkomend met: Apresurarse
  sSpoed maken
Zich spoeden
Maakte voortVoortgemaakt
VoortmodderenModderde voortVoortgemodderd
VoortoverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; toverde voor, heeft voorgetoverd)
1 door of als door toveren voor ogen brengen.

Toverde voorVoorgetoverd
VoortplantenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; plantte voort, heeft voortgeplant; voortplanting)
1 vermenigvuldigen (planten en dieren).
(wederkerend werkwoord; plantte zich voort, heeft zich voortgeplant)
1 zijn geslacht vermeerderen, zich vermenigvuldigen
2 (m.b.t. natuurverschijnselen) zich verbreiden.

In Spaans overeenkomend met: Propagar
Plantte voortVoortgeplant
VoortrazenRaasde voortVoortgeraasd
VoortredenTrad voorVoorgetreden
VoortredenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; redeneerde voort, heeft voortgeredeneerd)
1 voortgaan met redeneren.

Redeneerde voortVoortgeredeneerd
VoortreizenReisde voortVoortgereisd
VoortrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trok voor, heeft voorgetrokken; voortrekker, voortrekking)
1 op willekeurige wijze boven anderen begunstigen.

In Spaans overeenkomend met: Favorecer
Preferir
  sBegunstigen
Bevoordelen
De voorkeur geven aan
Prefereren
Verkiezen
Voorstaan
Trok voorVoorgetrokken
VoortrijdenReed voortVoortgereden
VoortrollenRolde voortVoortgerold
VoortrukkenRukte voortVoortgerukt
VoortschrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schreed voort, is voortgeschreden; voortschrijding)
1 verder lopen
2 vorderen, voortgaan.

Schreed voortVoortgeschreden
VoortsjokkenSjokte voortVoortgesjokt
VoortslepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sleepte voort, heeft voortgesleept)
1 verder slepen.
(wederkerend werkwoord; sleepte zich voort, heeft zich voortgesleept)
1 eindeloos doorgaan.

Sleepte voortVoortgesleept
VoortsleurenSleurde voortVoortgesleurd
VoortsnellenSnelde voortVoortgesneld
VoortspoedenALLE betekenissen van dit woord:
(wederkerend werkwoord; spoedde zich voort, heeft zich voortgespoed)
1 haastig verder gaan.

Spoedde voortVoortgespoed
VoortspruitenIn Spaans overeenkomend met: Resultar, Seguirse
  sResulteren
Uitkomen
Volgen
Voortkomen
Voortvloeien
Sproot voortVoortgesproten
VoortstappenStapte voortVoortgestapt
VoortstormenStormde voortVoortgestormd
VoortstrompelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; strompelde voort, is voortgestrompeld)
1 strompelend verder gaan.

Strompelde voortVoortgestrompeld
VoortstuderenStudeerde voortVoortgestudeerd
VoortstuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuwde voort, heeft voortgestuwd; voortstuwing)
1 voorwaarts stuwen.

In Spaans overeenkomend met: Propulsar
  sOpduwen
Stuwen
Stuwde voortVoortgestuwd
VoortsudderenSudderde voortVoortgesudderd
VoortsukkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sukkelde voort, heeft/is voortgesukkeld)
1 sukkelend doorgaan met iets.

Sukkelde voortVoortgesukkeld
VoorttelenTeelde voortVoortgeteeld
VoorttobbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tobde voort, heeft voortgetobd)
1 met moeite en ondanks tegenslag verder werken.

Tobde voortVoortgetobd
VoorttrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok voort, is voortgetrokken)
1 verder trekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok voort, heeft voortgetrokken)
1 vooruit trekken.

In Spaans overeenkomend met: Jalar
Arrastrar, Atoar, Remolcar
  sHijsen
Meesleuren
Ophalen
Slepen
Trekken
Verhalen
Trok voortVoortgetrokken
VoorturnenTurnde voorVoorgeturnd
VoortvarenVoer voortVoortgevaren
VoortverkopenVerkocht voortVoortverkocht
VoortvertellenVertelde voortVoortverteld
VoortvloeienIn Spaans overeenkomend met: Resultar, Seguirse
Seguir
  sBewandelen
Bijhouden
Opvolgen
Resulteren
Uitkomen
Volgen
Voortkomen
Voortspruiten
Vloeide voortVoortgevloeid
VoortvluchtenVluchtte voortVoortgevlucht
VoortwoedenWoedde voortVoortgewoed
VoortwoekerenWoekerde voortVoortgewoekerd
VoortzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Comunicar
  sBerichten
Mededelen
Meedelen
Zegde voort, Zei voortVoortgezegd
VoortzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette voort, heeft voortgezet; voortzetter, voortzetting)
1 vervolgen, doorgaan met.

In Spaans overeenkomend met: Continuar
Seguir
  sDoorgaan
Verder gaan met
Vervolgen
Voortgaan
Zette voortVoortgezet
VoortzeulenZeulde voortVoortgezeuld
VoortzwepenZweepte voortVoortgezweept
VooruitbestellenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bestelde vooruit, heeft vooruitbesteld; vooruitbestelling)
1 iets zekere tijd van tevoren bestellen.

Bestelde vooruitVooruitbesteld
VooruitbetalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; betaalde vooruit, heeft vooruitbetaald; vooruitbetaling)
1 voor de levering betalen.

In Spaans overeenkomend met: Adelantar
Betaalde vooruitVooruitbetaald
VooruitblikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; blikte vooruit, heeft vooruitgeblikt)
1 zich een voorstelling vormen van de toekomst.

Blikte vooruitVooruitgeblikt
VooruitdenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dacht vooruit, heeft vooruitgedacht)
1 denken aan wat later zal komen.

Dacht vooruitVooruitgedacht
VooruitdringenDrong vooruitVooruitgedrongen
VooruitgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging vooruit, is vooruitgegaan)
1 voor het genoemde gaan
2 enige tijd van tevoren gaan
3 voorwaarts gaan
4 vorderingen maken.

In Spaans overeenkomend met: Avanzar, Progresar
Acrecentar, Activar
  sOpschieten
Veld winnen
Vlotten
Voortbewegen
Vooruitkomen
Vorderen
Ging vooruitVooruitgegaan
VooruithelpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hielp vooruit, heeft vooruitgeholpen)
1 helpen vooruit te komen.

Hielp vooruitVooruitgeholpen
VooruitkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek vooruit, heeft vooruitgekeken)
1 naar voren uitkijken.

Keek vooruitVooruitgekeken
VooruitkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam vooruit, is vooruitgekomen)
1 voorwaarts komen, vorderingen maken.

In Spaans overeenkomend met: Avanzar
Prosperar
  sAarden
Bloeien
Floreren
Gedijen
Tieren
Voortbewegen
Vooruitgaan
Vorderen
Welvaren
Kwam vooruitVooruitgekomen
VooruitlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liep vooruit, is vooruitgelopen)
1 anticiperen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep vooruit, is vooruitgelopen)
1 vooruitgaan, eerder dan anderen op weg gaan.

In Spaans overeenkomend met: Anticipar
  sAnticiperen
Prejudiciëren
Vooruitlopen op
Liep vooruitVooruitgelopen
VooruitrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed vooruit, heeft/is vooruitgereden)
1 voor anderen rijden
2 naar voren rijden.

Reed vooruitVooruitgereden
VooruitschuivenSchoof vooruitVooruitgeschoven
VooruitsnellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; snelde vooruit, is vooruitgesneld)
1 snel naar voren gaan.

Snelde vooruitVooruitgesneld
VooruitspoelenSpoelde vooruitVooruitgespoeld
VooruitspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong vooruit, is vooruitgesprongen)
1 naar voren steken, een uitsteeksel vormen.

In Spaans overeenkomend met: Sobresalir
  sUitspringen
Uitstaan
Uitsteken
Vooruitsteken
Sprong vooruitVooruitgesprongen
VooruitstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak vooruit, heeft vooruitgestoken)
1 naar voren laten uitsteken.

In Spaans overeenkomend met: Sobresalir
  sUitspringen
Uitstaan
Uitsteken
Vooruitspringen
Stak vooruitVooruitgestoken
VooruitstrevenStreefde vooruitVooruitgestreefd
VooruitsturenStuurde vooruitVooruitgestuurd
VooruitwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
¶ alleen in verbindingen.

Wierp vooruitVooruitgeworpen
VooruitzettenIn Spaans overeenkomend met: Adelantar
Zette vooruitVooruitgezet
VooruitzienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag vooruit, heeft vooruitgezien)
1 naar het toekomstige kijken.

In Spaans overeenkomend met: Presagiar, Prever
  sBedacht zijn op
Verwachten
Voorzien
Zag vooruitVooruitgezien
VoorvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel voor, is voorgevallen)
1 zich voordoen.

In Spaans overeenkomend met: Acaecer, Acontecer, Ocurrir, Realizarse, Suceder, Tener lugar
  sAan de hand zijn
Gebeuren
Geschieden
Overkomen
Plaatsvinden
Voorkomen
Viel voorVoorgevallen
VoorverkopenVerkocht voorVoorverkocht
VoorvertonenVertoonde voorVoorvertoond
VoorverwarmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; verwarmde voor, heeft voorverwarmd; voorverwarming)
1 vooraf verwarmen.

In Spaans overeenkomend met: Precalentar
Verwarmde voorVoorverwarmd
VoorvoegenVoegde voorVoorgevoegd
VoorvoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voorvoelde, heeft voorvoeld)
1 van tevoren aanvoelen.

VoorvoeldeVoorvoeld
VoorwassenIn Spaans overeenkomend met: Prelavar
Waste voorVoorgewassen
VoorwendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wendde voor, heeft voorgewend; voorwending)
1 als werkelijk doen gelden wat niet zo is.

In Spaans overeenkomend met: Aparentar, Figurar, Fingir, Impostar
  sDoen alsof
Fingeren
Simuleren
Veinzen
Voorgeven
Wendde voorVoorgewend
VoorwerkenWerkte voorVoorgewerkt
VoorwerpenWierp voorVoorgeworpen
VoorzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zegde voor/zei voor, heeft voorgezegd)
1 (het antwoord op een vraag) influisteren om te helpen.

  sBeduiden
Voorspellen
Waarzeggen
Zegde voor, Zei voorVoorgezegd
VoorzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zegde voor/zei voor, heeft voorgezegd)
1 (het antwoord op een vraag) influisteren om te helpen.

In Spaans overeenkomend met: Adivinar, Predecir, Profetizar
  sBeduiden
Voorspellen
Waarzeggen
Zegde voor, Zei voorVoorgezegd
VoorzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette voor, heeft voorgezet)
1 (ook absoluut) (een bal) voor het vijandelijke doel brengen
2 voor iets zetten
3 (een klok e.d.) vooruit zetten.

Zette voorVoorgezet
VoorzienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; voorzag, heeft voorzien van)
1 doen hebben.
(werkwoord; voorzag, heeft voorzien in)
1 zorgen voor.
([[overgankelijk]] werkwoord; voorzag, heeft voorzien)
1 van tevoren zien, zien aankomen.

In Spaans overeenkomend met: Esperar, Presagiar, Presentir, Prever
  sBedacht zijn op
Een voorgevoel hebben van
Verwachten
Vooruitzien
VoorzagVoorzien
VoorzingenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zong voor, heeft voorgezongen)
1 voorgaan in het zingen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zong voor, heeft voorgezongen)
1 als voorbeeld zingen.

Zong voorVoorgezongen
VoorzittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zat voor, heeft voorgezeten)
1 (een vergadering) leiden.

In Spaans overeenkomend met: Presidir
  sPresideren
Zat voorVoorgezeten
VoorzuiverenZuiverde voorVoorgezuiverd
VorderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vorderde, is gevorderd; vorderaar, vordering)
1 verder komen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vorderde, heeft gevorderd)
1 opeisen.

In Spaans overeenkomend met: Avanzar
Requisar
Exigir
Acrecentar, Activar
  sEisen
In beslag nemen
Opeisen
Opschieten
Rekenen
Rekwireren
Veld winnen
Vereisen
Vergen
Vlotten
Voorschrijven
Voortbewegen
Vooruitgaan
Vooruitkomen
VorderdeGevorderd
VormenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vormde, heeft gevormd; vormer, vorming)
1 een vorm geven
2 doen ontstaan
3 de genoemde vorm vertonen
4 opvoeden, ontwikkelen
5 ([[rooms-katholiek]]) het vormsel toedienen.

In Spaans overeenkomend met: Moldear
Integrar
Acondicionar, Formar
Confirmar
Constituir
Conformar, Modelar
Figurar
  sAangaan
Afbeelden
Bekrachtigen
Bevestigen
Erkennen
Figureren
Formeren
Gelijkvormig maken
Kneden
Modelleren
Staven
Tezamen vormen
Uitmaken
Voorstellen
VormdeGevormd
VormgevenGaf vormVormgegeven
VorsenIn Spaans overeenkomend met: Examinar, Explorar
  sExploreren
Nagaan
Onderzoeken
Uitvissen
Uitzoeken
Verkennen
VorsteGevorst
VossenVosteGevost
VoterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voteerde, heeft gevoteerd; votatie)
1 (iets) bij stemming toestaan, voor iets aanwijzen.

VoteerdeGevoteerd
VouwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vouwde, heeft gevouwen)
1 vouwen maken in
2 door vouwen vormen.

In Spaans overeenkomend met: Doblar, Plegar
  sOmvouwen
Plooien
VouwdeGevouwen
VozenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voosde, heeft gevoosd)
1 (vulgair) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben.

VoosdeGevoosd
VragenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd)
1 proberen te krijgen.
(werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd)
1 informeren.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd; vrager)
1 bieden (in een kaartspel).
([[overgankelijk]] werkwoord; vraagde/vroeg, heeft gevraagd)
1 (ook absoluut) iemand een vraag stellen
2 (ook absoluut) verzoeken
3 uitnodigen
4 vorderen, vergen
5 nodig hebben, vereisen
6 verlangen tonen om te bezitten.

In Spaans overeenkomend met: Preguntar
Inquirir, Solicitar
Invitar
Demandar, Pedir, Rogar
  sAanvragen
Inroepen
Inviteren
Noden
Uitnodigen
Verzoeken
Vraagdeª, VroegGevraagd
VreemdgaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging vreemd, heeft/is vreemdgegaan)
1 seksuele omgang hebben met een andere dan de eigen partner.

Ging vreemdVreemdgegaan
VretenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 voer voor dieren
2 (informeel) voedsel, spijs.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vrat, heeft gevreten; vreter)
1 een aanhoudend toenemende en pijnlijke lichamelijke of psychische gewaarwording veroorzaken.
([[overgankelijk]] werkwoord; vrat, heeft gevreten)
1 (ook absoluut) (informeel) (van personen) gulzig eten
2 (ook absoluut) (van dieren) eten
3 in grote hoeveelheid gebruiken
4 (informeel) accepteren.

In Spaans overeenkomend met: Atracarse
Comer
  sBikken
Eten
Gebruiken
Nuttigen
VratGevreten
VrezenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; vreesde, heeft gevreesd)
1 ernstig rekening houden met de mogelijkheid dat het met iemand of iets niet goed zal aflopen.
([[overgankelijk]] werkwoord; vreesde, heeft gevreesd)
1 (formeel) bang zijn voor
2 beducht zijn dat iets zal plaatshebben
3 (formeel) ontzag hebben voor.

In Spaans overeenkomend met: Temer
  sBang zijn voor
Duchten
Schromen
Terugschrikken voor
VreesdeGevreesd
VriesdrogenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vriesdroogde]], heeft gevriesdroogd)
1 drogen door materiaal te bevriezen en vervolgens met behulp van vacuüm waterdamp eraan te onttrekken.

In Spaans overeenkomend met: Liofilizar
VriesdroogdeGevriesdroogd
VriezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vroor, is gevroren)
1 door de vorst van een vloeibaar in een vast lichaam overgaan of in een bepaalde toestand komen
2 door vorst in de genoemde positie of toestand komen.
(onpersoonlijk werkwoord; vroor, heeft gevroren)
1 het heersen van de toestand waarbij de temperatuur beneden het vriespunt is.

In Spaans overeenkomend met: Helar
VroorGevroren
VrijbuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[vrijbuitte]], heeft gevrijbuit; vrijbuiter)
1 (geschiedenis) als kaper varen, op roof uitgaan
2 avonturieren.

VrijbuitteGevrijbuit
VrijenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vrijde, heeft gevrijd; vrijer)
1 liefkozen door te strelen en te kussen
2 [[geslachtsgemeenschap]] hebben
3 vaste verkering hebben.

In Spaans overeenkomend met: Cortejar, Galantear
Joder
  sHet hof maken
Scharrelen
Vrijde, VreeGevrijd, Gevreeën
VrijgevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; gaf vrij, heeft vrijgegeven)
1 verlof, vrijaf geven.
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf vrij, heeft vrijgegeven)
1 vrijlaten, deblokkeren
2 na keuring verlof geven om het uit te voeren, te verkopen.

Gaf vrijVrijgegeven
VrijhoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield vrij, heeft vrijgehouden; vrijhouding)
1 voor een ander betalen
2 onbezet, vrij houden.

In Spaans overeenkomend met: Agasajar, Obsequiar, Tratar bien
Conservar, Reservar
  sBespreken
Bestellen
Boeken
Onthalen
Openhouden
Reserveren
Trakteren
Vergasten
Hield vrijVrijgehouden
VrijkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam vrij, is vrijgekomen)
1 ontslagen worden uit de gevangenis
2 ontstaan ten [[gevolge]] van een reactie
3 ter beschikking komen.

In Spaans overeenkomend met: Librarse
  sOntkomen
Vrijlopen
Zich behoeden
Zich hoeden
Kwam vrijVrijgekomen
VrijkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht vrij, heeft vrijgekocht; vrijkoping)
1 door betaling bevrijden
2 door afkoop vrijmaken.

In Spaans overeenkomend met: Redimir
  sAfkopen
Loskopen
Kocht vrijVrijgekocht
VrijlatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet vrij, heeft vrijgelaten; vrijlating)
1 de vrijheid geven (aan)
2 niet binden, zelf laten kiezen of beslissen
3 onbezet laten.

In Spaans overeenkomend met: Largar, Libertar, Poner en libertad
  sAfhelpen
Bevrijden
Loslaten
Verlossen
Vrijmaken
Liet vrijVrijgelaten
VrijlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep vrij, is vrijgelopen)
1 (sport) zo lopen dat men vrij is van dekking van een tegenstander.

In Spaans overeenkomend met: Librarse
  sOntkomen
Vrijkomen
Zich behoeden
Zich hoeden
Liep vrijVrijgelopen
VrijlotenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; lootte vrij, heeft/is vrijgeloot; vrijloting)
1 bij loting vrijkomen.

Lootte vrijVrijgeloot
VrijmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte vrij, heeft vrijgemaakt; vrijmaking)
1 bewerken dat iemand van iets vrij raakt
2 (scheikunde) uit een atoombinding losmaken
3 (een weg, ruimte) leegmaken.

In Spaans overeenkomend met: Desembarazar ((o.a. van wegen)), Desobstruir ((o.a. van wegen)), Desocupar ((o.a. van wegen))
Libertar, Poner en libertad
  sAfhelpen
Bevrijden
Loslaten
Ontdoen
Ontlasten
Ontruimen
Verlossen
Vrijlaten
Maakte vrijVrijgemaakt
VrijpleitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pleitte vrij, heeft vrijgepleit)
1 (door pleiten) [[iemands]] onschuld aantonen of verdedigen.

In Spaans overeenkomend met: Exculpar
Exonerar
Pleitte vrijVrijgepleit
VrijsprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sprak vrij, heeft vrijgesproken; vrijspreking)
1 onschuldig verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Absolver
  sAbsolveren
De absolutie geven
Sprak vrijVrijgesproken
VrijstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stond vrij, heeft vrijgestaan)
1 geoorloofd zijn, aan [[iemands]] eigen [[goeddunken]] overgelaten worden
2 niet vastgebouwd zijn.

Stond vrijVrijgestaan
VrijstellenIn Spaans overeenkomend met: Liberar
  sVan een verplichting ontslaan
Stelde vrijVrijgesteld
VrijvechtenVocht vrijVrijgevochten
VrijverklarenVerklaarde vrijVrijverklaard
VrijwarenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vrijwaarde, heeft gevrijwaard; vrijwaring)
1 waarborgen, behoeden.

In Spaans overeenkomend met: Resguardar
  sVeilig stellen
VrijwaardeGevrijwaard
VrijwielenVrijwieldeGevrijwield
VroegkostenVroegkostteGevroegkost
VroegmalenVroegmaaldeGevroegmaald
VroegschaffenVroegschafteGevroegschaft
VroegsoppenVroegsopteGevroegsopt
VroegstukkenVroegstukteGevroegstukt
VuilbekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vuilbekte, heeft gevuilbekt)
1 obsceniteiten zeggen.

VuilbekteGevuilbekt
VuilmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte vuil, heeft vuilgemaakt)
1 maken dat iets vuil wordt.

In Spaans overeenkomend met: Emporcar, Ensuciar, Manchar
  sBevlekken
Bevuilen
Bezoedelen
Verontreinigen
Maakte vuilVuilgemaakt
VulgariserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vulgariseerde, heeft gevulgariseerd; vulgarisatie)
1 onder het volk brengen van kennis.

VulgariseerdeGevulgariseerd
VulkaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[vulkaniseerde]], heeft gevulkaniseerd; vulkanisering)
1 ruwe rubber met zwavel bewerken om de hardheid en temperatuurbestendigheid ervan te verhogen.

In Spaans overeenkomend met: Vulcanizar
VulkaniseerdeGevulkaniseerd
VullenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vulde, heeft gevuld)
1 vol maken
2 opvullen.

In Spaans overeenkomend met: Embutir, Farcir, Trufar
Empastar, Mechar, Rellenar
Obturar
Llenar
Empastar dientes, Emplomar
Acolchar
Enfundar
  sAfsluiten
Bekleden
Dempen
Inpakken
Instoppen
Invullen
Opvullen
Opzetten
Plomberen
Spekken
Stoppen
Trufferen
Volmaken
Volschenken
Worst maken
VuldeGevuld
VurenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 vurenhout.
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 vurenhouten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; vuurde, heeft gevuurd)
1 schieten, vuur geven.

In Spaans overeenkomend met: Disparar, Tirar
  sPaffen
Schieten
VuurdeGevuurd
VuttenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vutte, heeft gevut; vutter)
1 (in [[Nederland]]) [[gebruikmaken]] van de VUT-regeling.

VutteGevut
VuurspuwenSpuwde vuurVuurgespuwd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven