Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
WaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (waaide/woei, heeft gewaaid) (van de wind) zich voordoen, blazen
2 (waaide/woei, is gewaaid) door de wind bewogen worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; waaide/woei, heeft gewaaid)
1 (van de wind, storm enz.) in een bepaalde toestand brengen.
(onpersoonlijk werkwoord; waaide/woei, heeft gewaaid)
1 optreden van het verschijnsel wind.

In Spaans overeenkomend met: Soplar
Ventear
Abanicar
  sBlazen
Frisse lucht toewaaien
Uitblazen
Wannen
Waaide, WoeiGewaaid
WaaierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waaierde, heeft gewaaierd)
1 een waaier in beweging brengen.

In Spaans overeenkomend met: Abanar
WaaierdeGewaaierd
WaaierrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 ([[wielersport]]) (van wielrenners) schuin achter elkaar in een groep rijden om zo weinig mogelijk wind te vangen.

WaarborgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waarborgde, heeft gewaarborgd; waarborging)
1 instaan voor.

In Spaans overeenkomend met: Afianzar
Garantizar
  sBorg staan voor
Garanderen
Instaan voor
Sponsoren
WaarborgdeGewaarborgd
WaarderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waardeerde, heeft gewaardeerd; waardeerder, waardering)
1 hoge waarde toekennen aan
2 de waarde bepalen van.

In Spaans overeenkomend met: Valorar
Tasar
Estimar, Evaluar, Valuar
Apreciar, Estimar
  sAanslaan
Begroten
Hechten aan
Houden van
Mogen
Op prijs stellen
Schatten
Taxeren
WaardeerdeGewaardeerd
WaarmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte waar, heeft waargemaakt; waarmaker, waarmaking)
1 verwezenlijken, realiseren.
(wederkerend werkwoord; maakte zich waar, heeft zich waargemaakt)
1 laten zien wat men kan.

In Spaans overeenkomend met: Demostrar, Probar
  sAantonen
Adstrueren
Bewijzen
Staven
Uitwijzen
Maakte waarWaargemaakt
WaarmerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waarmerkte, heeft gewaarmerkt; waarmerker, waarmerking)
1 van een waarmerk voorzien.

In Spaans overeenkomend met: Certificar
Aforar
  sCertificeren
Ijken
Keuren
WaarmerkteGewaarmerkt
WaarnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam waar, heeft waargenomen)
1 (ook absoluut) (een taak, functie) bekleden, tijdelijk vervullen, als vervanger optreden
2 (ook absoluut) met de zintuigen in zich opnemen
3 besteden, benutten.

In Spaans overeenkomend met: Cumplir, Observar
Percibir
Advertir, Apercibirse, Apercibirse de, Percatar, Percatarse
Hallar
Utilizar
  sBemerken
Benutten
Gadeslaan
Gewaar worden
Gewaarworden
Merken
Observeren
Opmerken
Te baat nemen
Toekijken
Toezien
Vernemen
Zien
Nam waarWaargenomen
WaarschuwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waarschuwde, heeft gewaarschuwd; waarschuwer, waarschuwing)
1 opmerkzaam maken op gevaar of nadeel
2 verwittigen, laten weten
3 onder bedreiging vermanen.

In Spaans overeenkomend met: Advertir, Apercibir, Avisar, Avistar
  sVermanen
WaarschuwdeGewaarschuwd
WaarzeggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[waarzegde]], heeft gewaarzegd/waargezegd; waarzegger)
1 door middel van bijzondere gaven of geheime kunsten de toekomst voorspellen.

In Spaans overeenkomend met: Adivinar, Predecir, Profetizar
  sBeduiden
Voorspellen
Voorzeggen
WaarzegdeGewaarzegd, Waargezegd
WachtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wachtte, heeft gewacht)
1 op zijn hoede zijn, oppassen voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; wachtte, heeft gewacht)
1 op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt
2 (van zaken) voor de genoemde persoon in het vooruitzicht staan.

In Spaans overeenkomend met: Aguardar, Esperar
  sTe wachten staan
Verwachten
WachtteGewacht
WachtlopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep wacht, heeft wachtgelopen)
1 wakend op en neer lopen.

Liep wachtWachtgelopen
WadenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waadde, heeft/is gewaad)
1 door ondiep water voortlopen.

In Spaans overeenkomend met: Vadear
  sDoorwaden
WaaddeGewaad
WadlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wadloper)
1 bij eb over de wadden wandelen.

WagenALLE betekenissen van dit woord:
(de m ; wagens)
1 voertuig, meestal met vier wielen
2 auto
3 het bovenste, verschuifbare deel van een schrijfmachine.
([[overgankelijk]] werkwoord; waagde, heeft gewaagd; wager)
1 riskeren, aan onzekere kansen blootstellen
2 durven te ondernemen.

In Spaans overeenkomend met: Aventurarse
Atreverse, Osar
Arriesgar, Aventurar, Exponer
  sBestaan
Blootstellen
Durven
Durven te
In gevaar brengen
Kans lopen
Op het spel zetten
Risico lopen
Risico nemen
Riskeren
Verspelen
WaagdeGewaagd
WaggelbenenWaggelbeendeGewaggelbeend
WaggelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (waggelde, heeft/is gewaggeld) onvast lopen
2 (waggelde, heeft gewaggeld) (sport) de stok wat naar voren en naar achteren laten bewegen voordat de bal wordt geslagen.

In Spaans overeenkomend met: Bambolear, Tambalear, Tambalearse, Titubear, Vacilar
  sSchommelen
Wankelen
Wiebelen
Zwichten
WaggeldeGewaggeld
WakeboardenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[wakeboardde]], heeft gewakeboard)
1 waterskiŽn op een wakeboard.

WakeboarddeGewakeboard
WakenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; waakte, heeft gewaakt)
1 het oog houden op, toezien.
(werkwoord; waakte, heeft gewaakt)
1 voorkomen dat het genoemde gebeurt.
([[onovergankelijk]] werkwoord; waakte, heeft gewaakt; waker, waking)
1 opzettelijk wakker blijven om op te passen
2 wakker zijn.

In Spaans overeenkomend met: Velar, Vigilar
  sIn de gaten houden
WaakteGewaakt
WalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[waalde]], heeft gewaald; waling)
1 (van het tij) veranderen
2 (scheepvaart) draaien.

WaaldeGewaald
WalgenWalgdeGewalgd
WalkenWalkteGewalkt
WallebakkenWallebakteGewallebakt
WallenWaldeGewald
WalmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; walmde, heeft gewalmd)
1 walm afgeven.

WalmdeGewalmd
WalsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; walste, heeft gewalst; walser)
1 een wals dansen.
([[overgankelijk]] werkwoord; walste, heeft gewalst)
1 met een wals pletten, harden of vormen.

WalsteGewalst
WamenWaamdeGewaamd
WammenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[wamde]], heeft gewamd)
1 vis opensnijden en het ingewand eruit halen.

WamdeGewamd
WanbetalenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[wanbetaalde]], heeft wanbetaald)
1 (een geldschuld) niet of niet op tijd betalen.

WanbetaaldeWanbetaald
WanboffenWanbofteGewanboft
WandelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wandelde, heeft/is gewandeld; wandelaar, wandeling)
1 lopen, met [[name]] voor zijn genoegen.

In Spaans overeenkomend met: Caminar
Pasear
  sAan de wandel zijn
Lopen
Schrijden
Stappen
Tippelen
Treden
WandeldeGewandeld
WanenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waande, heeft gewaand)
1 ten [[onrechte]] menen, zich verbeelden.

WaandeGewaand
WanhopenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wanhoopte, heeft gewanhoopt)
1 alle hoop verloren hebben.

In Spaans overeenkomend met: Desesperar
Desesperanzarse
  sWanhopig worden
Wanhopig zijn
WanhoopteGewanhoopt
WankelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wankeling)
1 (wankelde, heeft gewankeld) heen en weer bewegen, onvast zijn
2 (wankelde, heeft/is gewankeld) onvast gaan, op wankele voeten gaan
3 (wankelde, heeft gewankeld) onzeker zijn, weifelen.

In Spaans overeenkomend met: Bambolear, Flaquear, Tambalear, Tambalearse, Titubear, Vacilar
  sSchommelen
Waggelen
Wiebelen
Zwichten
WankeldeGewankeld
WannenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[wande]], heeft gewand; wanner)
1 (gedorst graan) zuiveren door het in een [[wan]] te schudden.

In Spaans overeenkomend met: Aventar, Ventilar
Abanicar
  sFrisse lucht toewaaien
Luchten
Spuien
Uitluchten
Ventileren
Waaien
WandeGewand
WantenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

WantteGewant
WantrouwenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 afwezigheid van vertrouwen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wantrouwde, heeft gewantrouwd)
1 geen vertrouwen hebben in.

In Spaans overeenkomend met: Desconfiar, Desconfiar de, Recelar
WantrouwdeGewantrouwd
WapenenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wapende, heeft gewapend)
1 bij voorbaat verdedigen, bestand maken tegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wapende, heeft gewapend; wapening)
1 voor de strijd uitrusten
2 uitrusten met iets, versterken.

In Spaans overeenkomend met: Armar
  sBewapenen
WapendeGewapend
WapperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wapperde, heeft gewapperd)
1 heen en weer waaien
2 (van autowielen) heen en weer gaan, shimmy vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Deflagrar, Flamear
Aletear, Revolotear
  sAan de scharrel zijn
Fladderen
Flakkeren
Flikkeren
Scharrelen
Schitteren
Vonken schieten
WapperdeGewapperd
WarenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 handelswaar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; waarde, heeft gewaard)
1 (formeel) rondgaan, dwalen.

In Spaans overeenkomend met: Errar, Vagabundear, Vagar
  sDolen
Dwalen
Ronddolen
Ronddwalen
Zwerven
WaardeGewaard
WarmdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (draaide warm, is warmgedraaid) op de juiste temperatuur komen voor optimale prestaties
2 (draaide warm, heeft/is warmgedraaid) zich op iets voorbereiden.

Draaide warmWarmgedraaid
WarmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; warmde, heeft gewarmd)
1 warm maken.

In Spaans overeenkomend met: Calentar
  sVerhitten
Verwarmen
WarmdeGewarmd
WarmlopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liep warm, is warmgelopen)
1 (informeel) in vuur geraken voor, veel voelen voor.
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep warm, is warmgelopen)
1 (van assen) door te sterke wrijving tijdens de werking voortdurend warmer worden
2 warmdraaien
3 (sport) door hardlopen de spieren losmaken.
(wederkerend werkwoord; liep zich warm, heeft zich warmgelopen)
1 door lopen de spieren losmaken.

Liep warmWarmgelopen
WarrelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[warrelde]], heeft/is gewarreld; warreling)
1 zich voortdurend door elkaar en heen en weer bewegen.

WarreldeGewarreld
WarrenWardeGeward
WasemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wasemde, heeft gewasemd; waseming)
1 wasem verspreiden.

WasemdeGewasemd
WassenIn de betekenis van: Met was bestrijken

In Spaans overeenkomend met:
  sAanwassen
Aarden
Baden
De was doen
Gedijen
Groeien
In bad doen
Logen
Opgaan
Opkomen
Opstaan
Tieren
Toenemen
Verrijzen
WasteGewast
WassenIn de betekenis van: Groeien

In Spaans overeenkomend met:
CrecerSubir
  sAanwassen
Aarden
Baden
De was doen
Gedijen
Groeien
In bad doen
Logen
Opgaan
Opkomen
Opstaan
Tieren
Toenemen
Verrijzen
WiesGewassen
WassenIn de betekenis van: Schoonmaken (met water)

In Spaans overeenkomend met: BaŮarPintar al aguada, Pintar al lavado
Lavar
  sAanwassen
Aarden
Baden
De was doen
Gedijen
Groeien
In bad doen
Logen
Opgaan
Opkomen
Opstaan
Tieren
Toenemen
Verrijzen
WasteGewassen
WaterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waterde, heeft gewaterd)
1 [[waterachtig]] vocht afscheiden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; waterde, heeft gewaterd)
1 plassen, urineren
2 (vers hout) enige tijd in water laten liggen om er ongewenste stoffen uit te laten trekken.

In Spaans overeenkomend met: Abrevar, Aguar, Regar
  sBegieten
Besproeien
Bevloeien
Gieten
Sproeien
Water geven
WaterdeGewaterd
WaterfietsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[waterfietste]], heeft/is gewaterfietst; waterfietser)
1 zich op een waterfiets voortbewegen.

WaterfietsteGewaterfietst
WatergolvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[watergolfde]], heeft gewatergolfd)
1 een watergolf aanbrengen in (het haar).

WatergolfdeGewatergolfd
WaterpassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waterpaste, heeft gewaterpast; waterpassing)
1 (een schip) onderzoeken of het met voor- dan wel achtersteven te diep gaat.

WaterpasteGewaterpast
WaterskiŽnALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waterskiŽr)
1 zich op [[waterski's]] laten trekken door een raceboot.

WaterskiedeGewaterskied
Watersporten
WatertandenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; watertandde, heeft gewatertand)
1 door trek in eten of drinken het water in de mond krijgen.

WatertanddeGewatertand
WatertrappelenWatertrappeldeGewatertrappeld
WatertrappenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zich in diep water staande houden door trappende bewegingen te maken.

WatertrapteGewatertrapt
WatterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[watteerde]], heeft gewatteerd; wattering)
1 met watten vullen of voeren.

WatteerdeGewatteerd
WauwelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wauwelde, heeft gewauweld; wauwelaar)
1 onzinnig of vervelend praten, kletsen.

WauweldeGewauweld
WebsurfenIn Spaans overeenkomend met: Navegar
  sNetsurfen
Surfen
WebsurfteGewebsurft
WeckenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; weckte, heeft geweckt)
1 ([[levensmiddelen]]) conserveren door ze van de lucht af te sluiten in glazen potten en vervolgens te steriliseren of te pasteuriseren.

WeckteGeweckt
WeddenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wedde, heeft gewed; wedder)
1 een uitspraak doen tegenover een bewering van anderen met de afspraak dat degene die gelijk krijgt van de ander iets ontvangt.

In Spaans overeenkomend met: Apostar, Echar, Echarse
WeddeGewed
WederantwoordenAntwoordde wederWedergeantwoord
WedergevenGaf wederWedergegeven
WederkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie weerkeren.

In Spaans overeenkomend met: Regresar, Volver
  sTerugkeren
Terugkomen
Wederkomen
Weeromkomen
Keerde wederWedergekeerd
WederkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord) zie weerkomen.

In Spaans overeenkomend met: Regresar, Volver
  sTerugkeren
Terugkomen
Wederkeren
Weeromkomen
Kwam wederWedergekomen
WederkrijgenKreeg wederWedergekregen
WederleggenWederlegdeWederlegd
WedervarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wedervoer, is wedervaren)
1 (formeel) (van zaken) ten deel vallen.

WedervoerWedervaren
WedervergeldenVergold wederWedervergolden
WedervindenVond wederWedergevonden
WedervoerenVoerde wederWedergevoerd
WederzienZag wederWedergezien
WedijverenIn Spaans overeenkomend met: Competir, Contender, Echar, Echarse, Rivalizar
  sConcurreren
Meedingen
WedijverdeGewedijverd
WeekeindenWeekeinddeGeweekeind
WeekendenWeekenddeGeweekend
WeeklagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weeklaagde, heeft geweeklaagd)
1 zijn leed klagen.

WeeklaagdeGeweeklaagd
WeergalmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weergalmde, heeft weergalmd)
1 klinken door weerkaatsing.

In Spaans overeenkomend met: Resonar, Retumbar
  sGalmen
Resoneren
Weerklinken
WeergalmdeWeergalmd
WeergevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf weer, heeft weergegeven)
1 vertolken, in een andere vorm gestalte geven
2 herhalen, reproduceren.

In Spaans overeenkomend met: Devolver
Reproducir
  sHergeven
Reproduceren
Teruggeven
Vergelden
Gaf weerWeergegeven
WeerhebbenHad weerWeergehad
WeerhoudenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; weerhield, heeft weerhouden van)
1 tegenhouden, afhouden van.
([[overgankelijk]] werkwoord; weerhield, heeft weerhouden; weerhouding)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) (personen of zaken uit een verzameling) selecteren, behouden, overhouden.

In Spaans overeenkomend met: Retener
  sDetineren
Ophouden
Reserveren
Terughouden
WeerhieldWeerhouden
WeerkaatsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weerkaatste, is weerkaatst; weerkaatsing)
1 (van stralingsverschijnselen) omgebogen worden in min of meer tegengestelde richting.
([[overgankelijk]] werkwoord; weerkaatste, heeft weerkaatst)
1 (stralingsverschijnselen) ombuigen in min of meer tegengestelde richting.

In Spaans overeenkomend met: Reflejar
  sReflecteren
Spiegelen
Terugkaatsen
Weerspiegelen
WeerkaatsteWeerkaatst
WeerkerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keerde weer, is weergekeerd)
1 terugkeren, terugkomen.

Keerde weerWeergekeerd
WeerklinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weerklonk, heeft weerklonken)
1 luid klinken, zů dat een ruimte geheel van het geluid vervuld wordt
2 weergalmen.

In Spaans overeenkomend met: Resonar, Retumbar
  sGalmen
Resoneren
Weergalmen
WeerklonkWeerklonken
WeerkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam weer, is weergekomen)
1 (archaÔsch) terugkeren.

Kwam weerWeergekomen
WeerkrijgenKreeg weerWeergekregen
WeerleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weerlegde/weerlei, heeft weerlegd; weerlegger, weerlegging)
1 beantwoorden met [[tegenargumenten]], de onjuistheid of onhoudbaarheid aantonen van.

In Spaans overeenkomend met: Rebatir
Refutar
  sOntzenuwen
WeerlegdeWeerlegd
WeerlichtenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; weerlichtte, heeft geweerlicht)
1 bliksemen.

WeerlichtteGeweerlicht
WeeromkerenKeerde weeromWeeromgekeerd
WeeromkomenIn Spaans overeenkomend met: Regresar, Volver
  sTerugkeren
Terugkomen
Wederkeren
Wederkomen
Kwam weeromWeeromgekomen
WeerschijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weerscheen, heeft weerschenen)
1 schijnsel terugkaatsen.

WeerscheenWeerschenen
WeerspiegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weerspiegelde, heeft weerspiegeld; weerspiegeling)
1 een spiegelbeeld geven van
2 een beeld geven van, een afspiegeling zijn van.

In Spaans overeenkomend met: Reflejar
  sReflecteren
Spiegelen
Terugkaatsen
Weerkaatsen
WeerspiegeldeWeerspiegeld
WeersprekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weersprak, heeft weersproken; weerspreking)
1 tegenspreken
2 in tegenspraak zijn met, [[onverenigbaar]] zijn met.

WeersprakWeersproken
WeerstaanALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weerstond, heeft weerstaan)
1 stand houden, weerstand bieden aan.

In Spaans overeenkomend met: Aguantar
Aguantar
Contrarrestar
Oponerse, Resistir
  sBezwaar hebben tegen
Dulden
Standhouden
Tegenhouden
Tegenspartelen
Tegenstreven
Uithouden
Verdragen
Zich verzetten
WeerstondWeerstaan
WeerstrevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; weerstreefde, heeft weerstreefd)
1 (archaÔsch) tegenwerken.

WeerstreefdeWeerstreefd
WeervarenVoer weerWeergevaren
WeervindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vond weer, heeft weergevonden)
1 terugvinden.

Vond weerWeergevonden
WeerzienALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 het terugzien, ontmoeting met iemand die afwezig geweest is.
([[overgankelijk]] werkwoord; zag weer, heeft weergezien)
1 terugzien, weer ontmoeten.

Zag weerWeergezien
WegbelastenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; belastte weg, heeft wegbelast)
1 door fiscale maatregelen tenietdoen.

WegbelastteWegbelast
WegbenenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; beende weg, is weggebeend)
1 met grote passen weglopen.

Beende wegWeggebeend
WegbergenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; borg weg, heeft weggeborgen)
1 opbergen.

Borg wegWeggeborgen
WegbezuinigenBezuinigde wegWegbezuinigd
WegblazenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; blies weg, heeft weggeblazen)
1 blazend van zich verwijderen of verdrijven.

Blies wegWeggeblazen
WegblijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; bleef weg, is weggebleven; wegblijver)
1 niet komen waar men verwacht wordt of hoort te komen
2 (van zaken) zich niet voordoen.

Bleef wegWeggebleven
WegbombarderenBombardeerde wegWeggebombardeerd
WegbonjourenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bonjourde weg, heeft weggebonjourd)
1 (informeel) (iemand) wegsturen.

Bonjourde wegWeggebonjourd
WegbrandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; brandde weg, heeft weggebrand)
1 door branden verwijderen.

Brandde wegWeggebrand
WegbrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; brak weg, heeft weggebroken)
1 door afbreken verwijderen.

Brak wegWeggebroken
WegbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht weg, heeft weggebracht)
1 elders heen, naar de plaats van bestemming brengen.

In Spaans overeenkomend met: Llevar
  sBrengen
Vervoeren
Bracht wegWeggebracht
WegcijferenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wegcijfering)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: No hacer caso, Pasar por alto
Aniquilar
  sGeen aandacht schenken
Negeren
Onbruikbaar maken
Onder tafel schuiven
Passeren
Vernietigen
Cijferde wegWeggecijferd
WegconcurrerenConcurreerde wegWeggeconcurreerd
WegdeemsterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deemsterde weg, is weggedeemsterd)
1 (in [[BelgiŽ]]) geleidelijk minder sterk worden
2 (in [[BelgiŽ]]) geleidelijk uit het zicht of de belangstelling verdwijnen.

Deemsterde wegWeggedeemsterd
WegdenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; dacht weg, heeft weggedacht)
1 in gedachte weglaten.

Dacht wegWeggedacht
WegdoenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; deed weg, heeft weggedaan)
1 niet langer houden of bewaren, van de hand doen
2 opbergen.

In Spaans overeenkomend met: Eliminar
Vender
  sAfschaffen
Elimineren
Opdoeken
Overdoen
Tappen
Uitmaken
Verhandelen
Verkopen
Vervreemden
Verwijderen
Deed wegWeggedaan
WegdoezelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; doezelde weg, is weggedoezeld)
1 indutten.

Doezelde wegWeggedoezeld
WegdommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dommelde weg, is weggedommeld)
1 indutten.

Dommelde wegWeggedommeld
WegdraaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; draaide weg, heeft/is weggedraaid)
1 in een andere richting wenden.
([[overgankelijk]] werkwoord; draaide weg, heeft weggedraaid)
1 afwenden, in een andere richting draaien
2 (geluid) geleidelijk laten verdwijnen.

Draaide wegWeggedraaid
WegdragenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; droeg weg, heeft weggedragen)
1 dragend ergens anders heen brengen.

Droeg wegWeggedragen
WegdrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dreef weg, is weggedreven)
1 zich drijvend verwijderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; dreef weg, heeft weggedreven)
1 verdrijven.

Dreef wegWeggedreven
WegdringenIn Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler
  sAfstoten
Verdringen
Verduwen
Wegduwen
Wegstoten
Drong wegWeggedrongen
WegdromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; droomde weg, is weggedroomd)
1 zich overgeven aan met [[name]] door aangename gewaarwordingen opgeroepen fantasieŽn.

Droomde wegWeggedroomd
WegdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; drukte weg, heeft weggedrukt)
1 drukkend verwijderen.

Drukte wegWeggedrukt
WegdrummenDrumde wegWeggedrumd
WegduikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; dook weg, is weggedoken)
1 duikend zich aan iets onttrekken, zich in veiligheid brengen of zich verstoppen.

Dook wegWeggedoken
WegduwenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; duwde weg, heeft weggeduwd)
1 van zich af duwen, duwend verwijderen.

In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler
  sAfstoten
Verdringen
Verduwen
Wegdringen
Wegstoten
Duwde wegWeggeduwd
WegebbenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ebde weg, is weggeŽbd)
1 geleidelijk verdwijnen of tenietgaan.

Ebde wegWeggeŽbd
WegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woog, heeft gewogen; weger, weging)
1 het genoemde gewicht hebben, zwaar zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; woog, heeft gewogen)
1 de zwaarte, het gewicht, resp. de massa onderzoeken, bepalen van
2 de draagwijdte, betekenis nagaan van.

In Spaans overeenkomend met: Pesar
  sZwaar zijn
WoogGewogen
WegerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[wegerde]], heeft gewegerd; wegering)
1 (scheepvaart) van wegers voorzien.

WegerdeGewegerd
WegfietsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; fietste weg, is weggefietst)
1 zich op de fiets verwijderen.

Fietste wegWeggefietst
WegfrommelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; frommelde weg, heeft weggefrommeld)
1 stiekem, tersluiks wegstoppen.

Frommelde wegWeggefrommeld
WeggaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ging weg, is weggegaan)
1 gaan van iets of iemand af, zich van een bepaalde plaats verwijderen
2 verdwijnen.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Partir, Salir
Ausentarse, Irse
Marcharse
  sAfgaan
Op weg gaan
Opstappen
Tijgen
Vertrekken
Zich verwijderen
Ging wegWeggegaan
WeggevenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gaf weg, heeft weggegeven)
1 aan een ander of anderen cadeau geven
2 ten beste geven.

Gaf wegWeggegeven
WeggietenGoot wegWeggegoten
WegglijdenGleed wegWeggegleden
WegglippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; glipte weg, is weggeglipt)
1 onopgemerkt weggaan.

Glipte wegWeggeglipt
WeggommenGomde wegWeggegomd
WeggooienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; gooide weg, heeft weggegooid)
1 (iets) neergooien of ergens in gooien om zich ervan te ontdoen.

In Spaans overeenkomend met: Tirar a la basura
Tirar
Gooide wegWeggegooid
WeggravenGroef wegWeggegraven
WeggrissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; griste weg, heeft weggegrist)
1 snel weggrijpen.

Griste wegWeggegrist
WeghakkenHakte wegWeggehakt
WeghalenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; haalde weg, heeft weggehaald)
1 van zijn plaats halen, meenemen
2 stelen
3 (een kind) aborteren.

In Spaans overeenkomend met: Apartar
Quitar
Arrebatar
  sAfhalen
Afnemen
Afpakken
Afscheiden
Aftrekken
Afzonderen
Opzij schuiven
Rissen
Ritsen
Scheiden
Schiften
Wegnemen
Wegzetten
Haalde wegWeggehaald
WeghangenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hing weg, heeft weggehangen)
1 in een bergplaats hangen
2 (een kledingstuk) apart hangen omdat de koper het later komt ophalen.

Hing wegWeggehangen
WeghelpenHielp wegWeggeholpen
WeghollenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; holde weg, is weggehold)
1 hard weglopen.

Holde wegWeggehold
WeghonenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hoonde weg, heeft weggehoond)
1 door honen doen verdwijnen.

Hoonde wegWeggehoond
WeghoudenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; hield weg, heeft weggehouden)
1 verwijderd houden.

In Spaans overeenkomend met: Contener, Detener
Apartar
  sAfhouden
Onthouden
Onttrekken
Hield wegWeggehouden
WeghuppelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; huppelde weg, is weggehuppeld)
1 zich huppelend verwijderen.

Huppelde wegWeggehuppeld
WegijlenIjlde wegWeggeijld
WegjagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; jaagde weg/joeg weg, heeft weggejaagd)
1 opjagen naar elders.

In Spaans overeenkomend met: Echar
Espantar, Remontar
  sAfschrikken
Op de vlucht drijven
Verjagen
Wegsturen
Wegzenden
Jaagde weg, Joeg wegWeggejaagd
WegkankerenKankerde wegWeggekankerd
WegkapenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kaapte weg, heeft weggekaapt)
1 (informeel) ongemerkt wegnemen.

Kaapte wegWeggekaapt
WegkappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kapte weg, heeft weggekapt)
1 (iets) verwijderen door te kappen.

Kapte wegWeggekapt
WegkeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keilde weg, heeft weggekeild)
1 (informeel) met kracht wegsmijten.

Keilde wegWeggekeild
WegkieperenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kieperde weg, heeft weggekieperd)
1 (informeel) weggooien.

Kieperde wegWeggekieperd
WegkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; keek weg, heeft weggekeken)
1 iemand weg doen gaan door hem strak aan te kijken
2 uit [[angst]] afzijdig blijven terwijl men eigenlijk zou moeten ingrijpen.

Keek wegWeggekeken
WegklikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; klikte weg, heeft weggeklikt)
1 (een venster op een computerscherm) afsluiten.

Klikte wegWeggeklikt
WegknippenIn Spaans overeenkomend met: Rapar
Knipte wegWeggeknipt
WegkomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kwam weg, is weggekomen)
1 erin slagen te verdwijnen, zich in veiligheid brengen.

Kwam wegWeggekomen
WegkopenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; kocht weg, heeft weggekocht)
1 opkopen, zodat er voor anderen niets meer is.

Kocht wegWeggekocht
WegkruipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kroop weg, is weggekropen)
1 zich kruipend verwijderen
2 zich verstoppen.

Kroop wegWeggekropen
WegkwijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[kwijnde]] weg, is weggekwijnd; wegkwijning)
1 [[kwijnend]] te [[gronde]] gaan.

In Spaans overeenkomend met: Languidecer
  sKwijnen
Uitteren
Vervallen
Kwijnde wegWeggekwijnd
WeglachenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; lachte weg, heeft weggelachen)
1 door lachen ongedaan maken of opruimen.

Lachte wegWeggelachen
WeglatenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; liet weg, heeft weggelaten; weglating)
1 achterwege laten, niet gebruiken.

In Spaans overeenkomend met: Quitar
Elidir
Dejar salir
Desaprovechar
  sAfkappen
Loslaten
Lossen
Nalaten
Onvermeld laten
Overslaan
Schrappen
Tappen
Uitlaten
Verzaken
Verzuimen
Vieren
Liet wegWeggelaten
WegleggenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; legde weg, heeft weggelegd)
1 terzijde leggen
2 opbergen, achter slot brengen.

Legde wegWeggelegd
WegleidenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; leidde weg, heeft weggeleid; wegleiding)
1 wegvoeren.

In Spaans overeenkomend met: Desviar
  sAfleiden
Laten afvloeien
Wegvoeren
Leidde wegWeggeleid
WeglekkenLekte wegWeggelekt
WeglokkenLokte wegWeggelokt
WegloodsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; loodste weg, heeft weggeloodst)
1 behendig wegbrengen.

Loodste wegWeggeloodst
WeglopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; liep weg, is weggelopen)
1 (informeel) veel ophebben met.
(werkwoord; liep weg, is weggelopen)
1 proberen te ontwijken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; liep weg, is weggelopen; wegloper)
1 naar elders lopen, haastig heengaan
2 ervandoor gaan en niet terugkomen
3 wegstromen
4 (sport) [[vůůrkomen]] t.o.v. een ander
5 (visserij) (van een dobber of drijver) onder water weggetrokken worden door een vis.

In Spaans overeenkomend met: Fugarse
Huir
Liep wegWeggelopen
WegmaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maaide weg, heeft weggemaaid)
1 maaiend wegnemen.

Maaide wegWeggemaaid
WegmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte weg, heeft weggemaakt)
1 zoekmaken
2 (informeel) narcotiseren
3 (een kind) aborteren.

In Spaans overeenkomend met: Narcotizar, Narcotizarse
Extraviar
  sBedwelmen
Narcotiseren
Verdoven
Verleggen
Maakte wegWeggemaakt
WegmoffelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; moffelde weg, heeft weggemoffeld)
1 stiekem verbergen, doen verdwijnen.

In Spaans overeenkomend met: Zampar
Moffelde wegWeggemoffeld
WegnemenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; nam weg, heeft weggenomen)
1 verwijderen
2 zichzelf iets onrechtmatig toe-eigenen wat een ander toebehoort.

In Spaans overeenkomend met: Disipar
Quitar, Restar
Arrebatar
  sAfhalen
Afnemen
Afpakken
Aftrekken
Doen optrekken
Doen overgaan
Doen wegtrekken
Rissen
Ritsen
Verdrijven
Verspreiden
Weghalen
Nam wegWeggenomen
WegpakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pakte weg, heeft weggepakt)
1 met een haastige beweging wegnemen, stelen.

Pakte wegWeggepakt
WegpestenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; pestte weg, heeft weggepest)
1 (iemand) door pesten ertoe brengen weg te gaan, ontslag te nemen.

Pestte wegWeggepest
WegpikkenPikte wegWeggepikt
WegpinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

Pinkte wegWeggepinkt
WegpoetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; poetste weg, heeft weggepoetst)
1 poetsend laten verdwijnen
2 heimelijk doen verdwijnen.

Poetste wegWeggepoetst
WegpompenPompte wegWeggepompt
WegpratenPraatte wegWeggepraat
WegpromoverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; promoveerde weg, heeft weggepromoveerd)
1 door het toekennen van promotie uit een bepaalde werkkring verwijderen.

Promoveerde wegWeggepromoveerd
WegrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raakte weg, is weggeraakt)
1 buiten bewustzijn raken
2 zoekraken.

Raakte wegWeggeraakt
WegredenerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; redeneerde weg, heeft weggeredeneerd)
1 door redeneren tenietdoen.

Redeneerde wegWeggeredeneerd
WegrennenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rende weg, is weggerend; wegrenner)
1 zich rennend verwijderen.

Rende wegWeggerend
WegrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed weg, is weggereden)
1 naar elders rijden, rijdend vertrekken.
([[overgankelijk]] werkwoord; reed weg, heeft weggereden)
1 (een voertuig, persoon) rijdend weg doen gaan.

In Spaans overeenkomend met: Salir
  sAfrijden
Uitlopen
Uitvaren
Reed wegWeggereden
WegritsenRitste wegWeggeritst
WegroepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; riep weg, heeft weggeroepen)
1 naar elders roepen.

Riep wegWeggeroepen
WegroestenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; roestte weg, is weggeroest)
1 door roest verteerd worden.

Roestte wegWeggeroest
WegrollenRolde wegWeggerold
WegrottenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; rotte weg, is weggerot; wegrotting)
1 tenietgaan door verrotting.

Rotte wegWeggerot
WegruimenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ruimde weg, heeft weggeruimd; wegruiming)
1 wegnemen om op te bergen.

Ruimde wegWeggeruimd
WegrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; rukte weg, heeft weggerukt)
1 rukkend, met geweld wegnemen.

Rukte wegWeggerukt
WegsanerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; saneerde weg, heeft weggesaneerd)
1 door zuivering, ordening overbodig maken, laten verdwijnen.

Saneerde wegWeggesaneerd
WegschenkenIn de betekenis van: Door te scheren verwijderen

Schonk wegWeggeschonken
WegscherenIn de betekenis van: Er vandoor gaan, ophoepelen

Scheerde wegWeggescheerd
WegscherenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schoor weg, heeft weggeschoren)
1 door scheren verwijderen.
(wederkerend werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

Schoor wegWeggeschoren
WegscheurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; scheurde weg, is weggescheurd)
1 zeer snel met een auto of een [[motor]] wegrijden.
([[overgankelijk]] werkwoord; scheurde weg, heeft weggescheurd)
1 scheurend wegnemen.

In Spaans overeenkomend met: Arrancar, Cortar
  sAfbreken
Afplukken
Afrukken
Plukken
Uitrukken
Uittrekken
Scheurde wegWeggescheurd
WegschietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; schoot weg, is weggeschoten)
1 met een plotselinge, snelle beweging zich naar elders verplaatsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; schoot weg, heeft weggeschoten)
1 met een schiettuig wegslingeren.

Schoot wegWeggeschoten
WegschoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schopte weg, heeft weggeschopt)
1 door schoppen met de voet verwijderen.

Schopte wegWeggeschopt
WegschrappenSchrapte wegWeggeschrapt
WegschrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; schreef weg, heeft weggeschreven)
1 (iemand) afkraken door zeer negatief over hem te schrijven en zo zijn carriŤre in gevaar brengen
2 (computer) gegevens uit een geheugen overbrengen naar een extern geheugen.

Schreef wegWeggeschreven
WegschuilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; school weg, is weggescholen)
1 zich verbergen.

Schuilde weg, School wegWeggeschuild, Weggescholen
WegschuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; schoof weg, heeft weggeschoven)
1 van zijn plaats schuiven.

Schoof wegWeggeschoven
WegsijpelenSijpelde wegWeggesijpeld
WegslaanALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloeg weg, is weggeslagen)
1 door geweld van zijn plaats, uit zijn verband gerukt worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; sloeg weg, heeft weggeslagen)
1 door slaan verwijderen, verdrijven
2 (een damschijf) door slaan wegnemen.

Sloeg wegWeggeslagen
WegslenterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; slenterde weg, is weggeslenterd)
1 slenterend weggaan.

Slenterde wegWeggeslenterd
WegslepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sleepte weg, heeft weggesleept)
1 slepend wegnemen.

Sleepte wegWeggesleept
WegslikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slikte weg, heeft weggeslikt)
1 met enige moeite iets doorslikken.

Slikte wegWeggeslikt
WegslingerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; slingerde weg, heeft weggeslingerd)
1 slingerend weggooien.

In Spaans overeenkomend met: Lanzar
  sGooien
Keilen
Uitspelen
Wegwerpen
Werpen
Slingerde wegWeggeslingerd
WegslinkenSlonk wegWeggeslonken
WegslippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; slipte weg, heeft weggeslipt)
1 slippend van zijn plaats raken.

Slipte wegWeggeslipt
WegsluipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sloop weg, is weggeslopen)
1 sluipend weggaan.

Sloop wegWeggeslopen
WegsluitenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sloot weg, heeft weggesloten)
1 achter slot opbergen.

Sloot wegWeggesloten
WegsluizenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sluisde weg, heeft weggesluisd)
1 sluizen.

Sluisde wegWeggesluisd
WegsmeltenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; smolt weg, is weggesmolten)
1 smeltend verdwijnen.

In Spaans overeenkomend met: Deshelarse
  sDooien
Ontdooien
Smolt wegWeggesmolten
WegsmijtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; smeet weg, heeft weggesmeten)
1 weggooien.

Smeet wegWeggesmeten
WegsnellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; snelde weg, is weggesneld)
1 snel weggaan.

Snelde wegWeggesneld
WegsnijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; sneed weg, heeft weggesneden)
1 door snijden verwijderen.

In Spaans overeenkomend met: Amputar
  sAfzetten
Amputeren
Sneed wegWeggesneden
WegsnoeienSnoeide wegWeggesnoeid
WegspelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; speelde weg, heeft weggespeeld)
1 (iem., een team) in het spel verre overtreffen.

Speelde wegWeggespeeld
WegspoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; spoelde weg, is weggespoeld)
1 door het water meegevoerd worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; spoelde weg, heeft weggespoeld)
1 door spoelen verwijderen.

Spoelde wegWeggespoeld
WegspringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sprong weg, is weggesprongen)
1 zich springend verwijderen
2 (van zaken) plotseling van iets af gaan
3 (sport) demarreren.

Sprong wegWeggesprongen
WegspuitenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; spoot weg, is weggespoten)
1 spuitend wegvloeien
2 (informeel) zich zeer snel verwijderen.
([[overgankelijk]] werkwoord; spoot weg, heeft weggespoten)
1 spuitend verwijderen.

Spoot wegWeggespoten
WegstekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stak weg, heeft weggestoken)
1 opbergen, in zijn zak steken.

In Spaans overeenkomend met: Tallar
  sUitsnijden
Stak wegWeggestoken
WegstemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stemde weg, heeft weggestemd)
1 door de uitslag van een stemming niet geschikt, aanvaardbaar of wenselijk verklaren.

Stemde wegWeggestemd
WegstervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stierf weg, is weggestorven)
1 (van geluid) langzaam zwakker en ten [[slotte]] onhoorbaar worden.

Stierf wegWeggestorven
WegstoppenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stopte weg, heeft weggestopt)
1 verbergen, aan het gezicht onttrekken
2 verbergen, geheimhouden door het weg te stoppen.

Stopte wegWeggestopt
WegstormenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stormde weg, is weggestormd)
1 snel weggaan, wegrennen.

Stormde wegWeggestormd
WegstotenIn Spaans overeenkomend met: Rechazar, Repeler
  sAfstoten
Verdringen
Verduwen
Wegdringen
Wegduwen
Stootte weg, Stiet wegWeggestoten
WegstrepenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streepte weg, heeft weggestreept)
1 laten vervallen.

Streepte wegWeggestreept
WegstrijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; streek weg, heeft weggestreken)
1 (vouwen) doen verdwijnen.

Streek wegWeggestreken
WegstromenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stroomde weg, is weggestroomd)
1 stromend verdwijnen.

Stroomde wegWeggestroomd
WegstuffenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[stufte]] weg, heeft weggestuft)
1 uitgummen.

Stufte wegWeggestuft
WegstuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; stoof weg, is weggestoven)
1 zich onstuimig, zeer snel verwijderen.

Stoof wegWeggestoven
WegsturenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; stuurde weg, heeft weggestuurd)
1 laten weggaan uit zijn [[tegenwoordigheid]], naar huis sturen
2 versturen, verzenden
3 (sport) (een medespeler) door middel van een dieptepass aanspelen.

In Spaans overeenkomend met: Expulsar
Despachar, Despedir, Echar, Enviar, Expedir
  sAfzenden
Naar buiten jagen
Uitdrijven
Uitjagen
Uitsturen
Uitwijzen
Verbannen
Verjagen
Versturen
Verzenden
Wegjagen
Wegzenden
Stuurde wegWeggestuurd
WegsuffenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; sufte weg, is weggesuft)
1 indutten.

Sufte wegWeggesuft
WegterenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; teerde weg, is weggeteerd)
1 wegkwijnen, geheel vermageren.

Teerde wegWeggeteerd
WegtikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; tikte weg, heeft weggetikt)
1 tikkend voorbijgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord; tikte weg, heeft weggetikt)
1 (sport) wegspelen.

Tikte wegWeggetikt
WegtoverenToverde wegWeggetoverd
WegtrappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; trapte weg, heeft weggetrapt)
1 met een trap verplaatsen.

Trapte wegWeggetrapt
WegtreiterenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; treiterde weg, heeft weggetreiterd)
1 wegpesten.

Treiterde wegWeggetreiterd
WegtrekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; trok weg, is weggetrokken)
1 zich naar elders op weg begeven
2 wegvloeien.
([[overgankelijk]] werkwoord; trok weg, heeft weggetrokken)
1 trekkend van zijn plaats naar elders brengen
2 naar zich toehalen.

In Spaans overeenkomend met: Disiparse
  sOptrekken
Overgaan
Vergaan
Vervliegen
Trok wegWeggetrokken
WegvagenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vaagde weg, heeft weggevaagd)
1 geheel doen verdwijnen.

Vaagde wegWeggevaagd
WegvallenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; viel weg, is weggevallen)
1 per ongeluk verdwijnen
2 niet meer beschikbaar zijn of in aanmerking komen.

Viel wegWeggevallen
WegvarenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer weg, is weggevaren)
1 met een vaartuig weggaan.

In Spaans overeenkomend met: Zarpar
Voer wegWeggevaren
WegvegenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; veegde weg, heeft weggeveegd)
1 vegend wegnemen.

Veegde wegWeggeveegd
WegvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloog weg, is weggevlogen)
1 zich vliegend verwijderen
2 (van zaken) vliegensvlug verdwijnen.

In Spaans overeenkomend met: Huir volando
  sUitvliegen
Vertrekken
Vervliegen
Vloog wegWeggevlogen
WegvloeienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; vloeide weg, is weggevloeid)
1 naar elders vloeien.

Vloeide wegWeggevloeid
WegvluchtenVluchtte wegWeggevlucht
WegvoerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; voerde weg, heeft weggevoerd; wegvoering)
1 naar elders overbrengen of leiden.

In Spaans overeenkomend met: Desviar
  sAfleiden
Laten afvloeien
Wegleiden
Voerde wegWeggevoerd
WegvretenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; vrat weg, heeft weggevreten)
1 vretend laten verdwijnen, doen vergaan.

In Spaans overeenkomend met: Corroer
  sAantasten
Bijten
Corroderen
Uitbijten
Uitvreten
Vrat wegWeggevreten
WegwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; waaide weg/woei weg, is weggewaaid)
1 door de wind weggevoerd worden.

Waaide weg, Woei wegWeggewaaid
WegwassenWaste wegWeggewassen
WegwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte weg, heeft weggewerkt)
1 doen verdwijnen
2 (van personen) dwingen weg te gaan.

In Spaans overeenkomend met: Eliminar
  sUitschakelen
Werkte wegWeggewerkt
WegwerpenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wierp weg, heeft weggeworpen)
1 van zich af werpen.

In Spaans overeenkomend met: Lanzar
  sGooien
Keilen
Uitspelen
Wegslingeren
Werpen
Wierp wegWeggeworpen
WegwezenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; was weg, is weggeweest)
1 maken dat men snel wegkomt.

Was wegWeggeweest
WegwimpelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wimpelde weg, heeft weggewimpeld)
1 (bezwaren, kritiek) wegwuiven.

Wimpelde wegWeggewimpeld
WegwissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wiste weg, heeft weggewist)
1 (iets [[vochtigs]]) wegvegen
2 (iets) met vocht wegvegen.

Wiste wegWeggewist
WegwuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wuifde weg, heeft weggewuifd)
1 (iets) achteloos als onbelangrijk bestempelen en vervolgens negeren.

Wuifde wegWeggewuifd
WegzakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte weg, is weggezakt)
1 zakkend verdwijnen of van zijn plaats raken
2 (van personen) een lichte bewustzijnsstoring ondervinden of even slapen.

In Spaans overeenkomend met: Bajar
  sDalen
Verlagen
Verzakken
Zakken
Zakte wegWeggezakt
WegzappenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zapte weg, heeft weggezapt)
1 (een programma of zender) uitschakelen door naar een andere zender te zappen.

Zapte wegWeggezapt
WegzendenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zond weg, heeft weggezonden)
1 wegsturen.

In Spaans overeenkomend met: Despachar, Despedir, Echar, Enviar, Expedir
  sAfzenden
Uitsturen
Versturen
Verzenden
Wegjagen
Wegsturen
Zond wegWeggezonden
WegzettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zette weg, heeft weggezet)
1 terzijde zetten
2 op zijn plaats zetten, wegbergen om te bewaren
3 verkopen, afzetten.

In Spaans overeenkomend met: Reservar
Apartar
  sAfscheiden
Afzonderen
Opzij schuiven
Scheiden
Schiften
Weghalen
Zette wegWeggezet
WegzinkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zonk weg, is weggezonken)
1 zinkend verdwijnen.

In Spaans overeenkomend met: Hundirse
  sVergaan
Verzinken
Zich verdiepen
Zinken
Zonk wegWeggezonken
WegzuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoog weg, heeft weggezogen; wegzuiging)
1 door zuigen elders heen verplaatsen, naar zich toe trekken.

Zoog wegWeggezogen
WegzuiverenZuiverde wegWeggezuiverd
WegzwemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwom weg, is weggezwommen)
1 zwemmend weggaan.

Zwom wegWeggezwommen
WegzwijmelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwijmelde weg, is weggezwijmeld)
1 zwijmelend wegdromen.

Zwijmelde wegWeggezwijmeld
WeidenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 grazen.
([[overgankelijk]] werkwoord; weidde, heeft geweid)
1 laten grazen.

In Spaans overeenkomend met: Pastar
Apacentar
Pacer
  sGrazen
Laten grazen
WeiddeGeweid
WeifelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weifelde, heeft geweifeld; weifelaar, weifeling)
1 aarzelen een beslissing te nemen of een keuze te doen.

In Spaans overeenkomend met: Titubear, Vacilar
  sAarzelen
Dubben
Schoorvoeten
Schromen
WeifeldeGeweifeld
WeigerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weigerde, heeft geweigerd; weigeraar, weigering)
1 (van zaken) zijn functie niet vervullen, het niet doen, niet werken.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; weigerde, heeft geweigerd)
1 (iets) niet willen doen, niet toestaan of inwilligen
2 niet willen aannemen, niet accepteren.

In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Suspender
Rehusar
  sAfkeuren
Afslaan
Afwijzen
Nee zeggen tegen
Terugwijzen
Vertikken
Verwerpen
Wraken
WeigerdeGeweigerd
WeivenWeifdeGeweifd
WekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (weekte, is geweekt) week worden
2 (weekte, heeft/is geweekt) inweken, vuil loslaten door het staan in een vloeistof.
([[overgankelijk]] werkwoord; weekte, heeft geweekt)
1 (iets) zacht maken door het te leggen in een vloeistof
2 in het water zetten om vuil te doen loslaten.

In Spaans overeenkomend met: Macerar, Remojar
  sKneden
Maceren
Zacht maken
WeekteGeweekt
WekkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wekte, heeft gewekt; wekker, wekking)
1 (iemand) wakker maken
2 (iets) gaande maken, wakker roepen, veroorzaken.

In Spaans overeenkomend met: Despertar
  sOpwekken
Wakker maken
WekteGewekt
WeldoenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; deed wel, heeft welgedaan; weldoener)
1 helpen door goede werken.

In Spaans overeenkomend met: Beneficiar
  sGoed doen aan
Deed welWelgedaan
WelgaanGing welWelgegaan
WelkenWelkteGewelkt
WellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; welde, is geweld)
1 (van water) opkomen, opborrelen
2 weken, week worden in water.
([[overgankelijk]] werkwoord; welde, heeft geweld)
1 tot even onder het kookpunt verhitten
2 solderen, lassen.

WeldeGeweld
WelterenWelterdeGewelterd
WelvarenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 welstand, goede gezondheid.
([[onovergankelijk]] werkwoord; voer wel, heeft/is welgevaren)
1 in gunstige omstandigheden zijn of komen.

In Spaans overeenkomend met: Prosperar
  sAarden
Bloeien
Floreren
Gedijen
Tieren
Vooruitkomen
Voer welWelgevaren
WelvenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; welfde, heeft gewelfd)
(bouwkunde) (gebouwen, vertrekken e.d.) van een gewelf voorzien. Ook in fig. verband.
(wederkerend werkwoord; welfde zich, heeft zich gewelfd; welving)
1 een lichte boogvorm vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Abombarse
WelfdeGewelfd
WemelenIn Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular
  sKrielen
Krioelen
Wriemelen
Zwermen
WemeldeGewemeld
WendenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wendde, heeft gewend)
1 zich richten tot.
([[onovergankelijk]] werkwoord; wendde, is gewend; wending)
1 (scheepvaart) een andere koers nemen, over een andere boeg gaan liggen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wendde, heeft gewend)
1 een andere richting geven, van richting veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
Endosar, Girar, Traspasar un crťdito, Virar
  sDraaien
Endosseren
Gireren
Keren
Omdraaien
Ronddraaien
Wentelen
Zwenken
WenddeGewend
WenenALLE betekenissen van dit woord:
(het; Weens/Wener, Wener)
1 hoofdstad van Oostenrijk.

In Spaans overeenkomend met: Llorar
  sHuilen
Krijten
Schreien
WeendeGeweend
WenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wenkte, heeft gewenkt)
1 een wenk, wenken geven (naar).

WenkteGewenkt
WennenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wende, heeft gewend)
1 gewoon maken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; wende, is gewend)
1 (van zaken) gewoon worden
2 aarden, zich aanpassen.

In Spaans overeenkomend met: Acostumbrarse, Habituar, Habituarse
  sAarden
Gewend raken
Gewennen
WendeGewend
WensenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wenste, heeft gewenst; wenser)
1 een wens koesteren, iets willen of verlangen
2 toewensen.

In Spaans overeenkomend met: Desear
  sBegeren
Trek hebben in
Verkiezen
Verlangen
WensteGewenst
WentelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wentelde, is gewenteld; wenteling)
1 om een steunpunt, een as draaien
2 (wiskunde) (van punten, figuren) een cirkel beschrijven in een vlak loodrecht op een lijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; wentelde, heeft gewenteld)
1 (formeel) draaien, in de rondte laten bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Hacer rodar, Rular
Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
  sDraaien
Keren
Omdraaien
Rollen
Ronddraaien
Wenden
Zwenken
WenteldeGewenteld
WerenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[weerde]], heeft geweerd; wering)
1 beletten ergens te komen.
(wederkerend werkwoord; [[weerde]] zich, heeft zich geweerd)
1 zich verdedigen
2 zich inspannen, zijn best doen.

WeerdeGeweerd
WerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; werkte, heeft gewerkt; werker, werking)
1 werk doen, bezig zijn iets te doen
2 een taak, beroep of bedrijf uitoefenen als bron van inkomsten
3 (van zaken) functioneren, in bedrijf zijn
4 uitwerking hebben
5 (van materialen) van vorm veranderen door invloeden van [[binnenuit]] of buitenaf.
([[overgankelijk]] werkwoord; werkte, heeft gewerkt)
1 in genoemde toestand brengen door wat men doet, verricht.

In Spaans overeenkomend met: Producir efecto, Ser eficaz
Fermentar
Andar, Funcionar, Obrar, Proceder
Faenar, Laborar, Trabajar
Cambiar, Variar
  sAfwisselen
Arbeiden
Effect sorteren
Fermenteren
Functioneren
Gisten
Het doen
In zijn werk gaan
Uitwerken
Uitwerking hebben
VariŽren
Voortgaan
WerkteGewerkt
WerpenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wierp, heeft geworpen)
1 zich storten op, met hartstocht beginnen aan.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wierp, heeft geworpen; werper)
1 met een krachtige zwaai van de arm (iets) uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan
2 (van zoogdieren) (jongen) ter wereld brengen.

In Spaans overeenkomend met: Echar, Lanzar
  sGooien
Keilen
Smijten
Uitspelen
Wegslingeren
Wegwerpen
WierpGeworpen
WervelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wervelde, heeft/is gewerveld; werveling)
1 zich in kringen bewegen om een centrum.

WerveldeGewerveld
WervenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wierf, heeft geworven; werver, werving)
1 [[personeelsleden]] zoeken
2 trachten over te halen zich aan te sluiten bij een vereniging, een partij enz.

In Spaans overeenkomend met: Alistar, Hacer prosťlitos, Reclutar
  sAanbrengen
Aanwerven
WierfGeworven
WestelijkenWestelijkteGewestelijkt
WetenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 kennis, wetenschap omtrent iets.
(werkwoord; wist, heeft geweten)
1 kennis hebben van
2 neiging hebben.
(werkwoord; wist, heeft geweten)
1 kunnen, in staat zijn om.
([[overgankelijk]] werkwoord; wist, heeft geweten; weter)
1 kennis hebben van.

In Spaans overeenkomend met: Saber
Conocer
WistGeweten
Wetgeven
WettenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wette, heeft gewet)
1 slijpen, scherp maken.

In Spaans overeenkomend met: Afilar, Aguzar
  sAanzetten
Scherpen
Slijpen
WetteGewet
WettigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wettigde, heeft gewettigd; wettiging)
1 legaliseren, wettig maken, geldig verklaren
2 rechtvaardigen.

In Spaans overeenkomend met: Legalizar
  sLegaliseren
WettigdeGewettigd
WevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; weefde, heeft geweven; wever)
1 zich schuin van ťťn rijstrook naar een andere begeven.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; weefde, heeft geweven)
1 door het dooreenvlechten van draden een weefsel vervaardigen.

In Spaans overeenkomend met: Tejer
WeefdeGeweven
WezenALLE betekenissen van dit woord:
(het; wezens)
1 een levende of als levend voorgestelde entiteit
2 het werkelijk zijnde, het essentiŽle, wat iemand of iets maakt tot wat het is.
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (informeel) zijn
2 gaan.

WhistenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[whistte]], heeft gewhist)
1 [[whist]] spelen.

WhistteGewhist
WichelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wichelde, heeft gewicheld; wichelaar)
1 voorspellingen doen uit bepaalde tekens.

WicheldeGewicheld
WiebelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wiebelde, heeft gewiebeld)
1 onvast staan
2 op zijn stoel schommelen.

In Spaans overeenkomend met: Titubear, Vacilar
  sWaggelen
Wankelen
Zwichten
WiebeldeGewiebeld
WieberenWieberdeGewieberd
WiedenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wiedde, heeft gewied; wieder)
1 (onkruid) verwijderen uit de grond
2 (de grond) ontdoen van onkruid.

In Spaans overeenkomend met: Carpir, Escardar, Sachar
  sSchoffelen
WieddeGewied
WiegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wiegelde, heeft/is gewiegeld; wiegeling)
1 zich voortdurend heen en weer bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Balancear
  sBalanceren
Hobbelen
Schommelen
Wiegen
Wippen
WiegeldeGewiegeld
WiegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wiegde, heeft gewiegd)
1 schommelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wiegde, heeft gewiegd)
1 heen en weer bewegen, schommelen.

In Spaans overeenkomend met: Balancear
Acunar, Mecer
  sBalanceren
Hobbelen
Schommelen
Wiegelen
Wippen
WiegdeGewiegd
WiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wiekte, heeft/is gewiekt)
1 (formeel) vliegen.

WiekteGewiekt
WielenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wielde, heeft gewield; wieling)
1 (van een gemeerd schip) herhaaldelijk tegen de kade stoten.

WieldeGewield
WielrennenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wielrenner)
1 hardrijden op de fiets.

Gewielrend
WielrijdenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wielrijder)
1 (formeel) fietsen.

WiemelenWiemeldeGewiemeld
WierokenWierookteGewierookt
WiewauwenWiewauwdeGewiewauwd
WiggelenWiggeldeGewiggeld
WijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wijdde, heeft gewijd; wijding)
1 met godsdienstige plechtigheden en rituelen heiligen, zegenen.

In Spaans overeenkomend met: Bendecir
Consagrar
Enderezar
Dedicar
  sConsacreren
Consecreren
Inwijden
Inzegenen
Richten
Zegenen
Zenden
WijddeGewijd
WijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; week, is geweken; wijking)
1 zich terugtrekken, achteruitgaan
2 zwichten, bezwijken voor
3 verdwijnen
4 afwijken van de rechte lijn.

In Spaans overeenkomend met: Ceder, Ciar
Sucumbir
Cesar
  sAchteruitlopen
Aflaten
Afstaan
Bezwijken
Cederen
Onderdoen
Ophouden
Overweldigd worden
Stoppen
Toegeven
Uitscheiden
Zich onderwerpen
Zwichten
WeekGeweken
WijlenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord)
1 overleden.

WijldeGewijld
WijsmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte wijs, heeft wijsgemaakt)
1 laten geloven.

Maakte wijsWijsgemaakt
WijtenIn Spaans overeenkomend met: Achacar, Valorar en
  sAanrekenen
Toedichten
Toerekenen
Toeschrijven
WeetGeweten
WijzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wees, heeft gewezen; wijzer)
1 arm en hand uitstrekken in de richting van iets om er de aandacht op te vestigen
2 (van zaken) op een bepaald punt gericht zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord; wees, heeft gewezen)
1 al dan niet met arm en hand aanduiden of duidelijk maken.
(wederkerend werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: EnseŮar, Indicar, Mostrar, SeŮalar
  sLaten zien
Tentoonspreiden
Tonen
Uitwijzen
Vertonen
WeesGewezen
WijzigenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wijzigde, heeft gewijzigd; wijziging)
1 veranderen.

In Spaans overeenkomend met: Modificar
  sModificeren
WijzigdeGewijzigd
WikificerenWikificeerdeGewikificeerd
WikkelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wikkelde, heeft gewikkeld)
1 langzamerhand in een bepaald verband of in een bepaalde toestand laten komen, verwikkelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wikkelde, heeft gewikkeld; wikkelaar, wikkeling)
1 al draaiend hullen, winden om iets
2 het [[verlevendigen]] van vlakken met dunne transparante verf op oliebasis.

In Spaans overeenkomend met: Bobinar, Enrollar, Envolver
  sOprollen
Strengelen
Winden
WikkeldeGewikkeld
WikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Meditar, Reflexionar
  sBedenken
Nadenken
Overdenken
Overleggen
Overpeinzen
Zinnen
Zinnen op
WikteGewikt
WildkamperenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; kampeerde wild, heeft wildgekampeerd)
1 kamperen in de vrije natuur, niet op een camping.

WildplakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; plakte wild, heeft wildgeplakt)
1 illegaal affiches aanplakken.

Plakte wildWildgeplakt
WildplassenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; plaste wild, heeft wildgeplast)
1 in het openbaar plassen, met [[name]] tegen huizen en in portieken.

Plaste wildWildgeplast
WildpoepenPoepte wildWildgepoept
WildwaterkanoŽnALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wildwaterkanoŽr)
1 kanoŽn op snelstromend water.

WildwatervarenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 varen op snelstromend water.

WillenALLE betekenissen van dit woord:
(hulpwerkwoord)
1 ter omschrijving van een mogelijkheid of waarschijnlijkheid.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wilde/wou, heeft gewild)
1 tot of als wil hebben
2 lukken, geschikt of bereid zijn
3 zullen
4 ter omschrijving van een gebod of verzoek.

In Spaans overeenkomend met: Querer
Wilde, WouGewild
WilligenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; willigde, is gewilligd)
1 (economie) hoger in prijs worden.

WilligdeGewilligd
WindenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wond, heeft gewonden; winder, winding)
1 draaiende om iets in lagen leggen
2 met een lier verplaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Bobinar, Enrollar, Envolver
  sOprollen
Strengelen
Wikkelen
WondGewonden
WindsurfenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; windsurfte, heeft/is gewindsurft; [[windsurfer]], windsurfing)
1 zeilen, staande op een surfplank.

WindsurfteGewindsurft
WinkelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; winkelde, heeft gewinkeld)
1 winkels bezoeken.

In Spaans overeenkomend met: Hacer las compras
WinkeldeGewinkeld
WinnenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; won, heeft gewonnen)
1 inpalmen voor een bepaald standpunt.
([[overgankelijk]] werkwoord; won, heeft gewonnen)
1 (ook absoluut) overwinnaar worden in een spel, wedstrijd e.d.
2 (ook absoluut) vergeleken bij iets of iemand vorderen
3 (ook absoluut) winst maken, uitsparen
4 door inspanning verkrijgen
5 tot gebruik of voordeel verkrijgen.

In Spaans overeenkomend met: Beneficiar ((metalen),(metales)), Extraer
Ganar
  sBehalen
Delven
Verdienen
WonGewonnen
WinterenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; winterde, heeft gewinterd)
1 koud weer zijn.

WinterdeGewinterd
WippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wipte, heeft gewipt; wipper)
1 zich met [[sprongetjes]] verplaatsen
2 (informeel) vrijen, [[geslachtsgemeenschap]] hebben
3 op, met een wip spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wipte, heeft gewipt)
1 met een hefboom op- of uitlichten
2 verwijderen uit, ontslaan.

In Spaans overeenkomend met: Balancear
  sBalanceren
Hobbelen
Schommelen
Wiegelen
Wiegen
WipteGewipt
WispelenWispeldeGewispeld
WispelstaartenWispelstaartteGewispelstaart
WisselenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wisselde, heeft gewisseld; wisseling)
1 afwisselen, veranderen
2 (van treinen) op een ander spoor overgaan.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wisselde, heeft gewisseld)
1 het een voor het ander nemen of geven
2 groot geld ruilen voor klein geld of geld ruilen voor andere valuta.

In Spaans overeenkomend met: Permutar, Trocar
Cambiar, Mudar
  sInruilen
Inwisselen
Ruilen
Uitwisselen
Veranderen
Vermaken
Verruilen
WisseldeGewisseld
WissenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wiste, heeft gewist)
1 vegen.

In Spaans overeenkomend met: Borrar
Enjuagar, Enjugar, Fregar, Secar
  sAfdrogen
Afvegen
Afwissen
Doorhalen
Schrappen
Vegen
WisteGewist
WittenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; witte, heeft gewit; witter)
1 (muren enz.) wit maken
2 (niet aan de fiscus opgegeven geld) legaal investeren of beleggen.

In Spaans overeenkomend met: Encalar
  sWitkalken
WitteGewit
WitwassenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; waste wit, heeft witgewassen)
1 (zwart geld) legaal investeren en beleggen.

Waste witWitgewassen
WoedenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woedde, heeft gewoed)
1 zich onstuimig bewegen, tekeergaan.

In Spaans overeenkomend met: Imperar ((vuur),(fuego))
WoeddeGewoed
WoekerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; woekerde, heeft gewoekerd)
1 het uiterste voordeel trekken van.
([[onovergankelijk]] werkwoord; woekerde, heeft gewoekerd)
1 woeker drijven
2 voortdurend groeien ten koste van iets anders.

In Spaans overeenkomend met: Proliferar
Usurar
  sMet woeker geven
Zich voortplanten
WoekerdeGewoekerd
WoelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woelde, heeft gewoeld; woeler, woeling)
1 zich in bed druk of onrustig bewegen
2 wroeten.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; woelde, heeft gewoeld)
1 (landbouw) de boven- en ondergrond vermengen.

In Spaans overeenkomend met: Enrollar
Cavar
  sGraven
Hullen
Inwikkelen
Omhullen
Omspitten
Spitten
Toestoppen
WoeldeGewoeld
WokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wokte, heeft gewokt)
1 voedsel bereiden in een wok.
([[overgankelijk]] werkwoord; wokte, heeft gewokt)
1 in een wok roerbakken.

WokteGewokt
WolmaniserenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[wolmaniseerde]], heeft gewolmaniseerd)
1 bestand maken tegen insecten en schimmels.

WolmaniseerdeGewolmaniseerd
WolvenWolfdeGewolfd
WondenIn Spaans overeenkomend met: Herir, Lastimar
  sKwetsen
Pijn doen
Verwonden
WonddeGewond
WonderenWonderdeGewonderd
WonenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; woonde, heeft gewoond)
1 zijn woning hebben, gehuisvest zijn.

In Spaans overeenkomend met: Habitar
Demorar, Residir
Vivir
  sGevestigd zijn
Huizen
Resideren
Vertoeven
Zich ophouden
WoondeGewoond
WoonsparenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) bouwsparen.

WordenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; werd, is geworden; wording)
1 gaan kosten.
(hulpwerkwoord)
1 van de lijdende vorm.
(koppelwerkwoord)
1 in de genoemde toestand raken, of de genoemde hoedanigheid krijgen.

In Spaans overeenkomend met: Ponerse
Convertirse en
Hacerse
Quedarse
  sRaken
WerdGeworden
WorgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord) zie wurgen.

In Spaans overeenkomend met: Agarrotar, Estrangular
  sChoken
Wurgen
WorgdeGeworgd
WorkshoppenWorkshopteGeworkshopt
WorstelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; worstelde, heeft geworsteld; worstelaar, worsteling)
1 (vechtsport) vechten volgens bepaalde regels waarbij het doel is de tegenstander met zijn beide schouders op de grond te krijgen
2 met inspanning vechten.

In Spaans overeenkomend met: Bregar, Forcejear
Luchar
  sKampen
Spartelen
Strijden
Zich aftobben
WorsteldeGeworsteld
WortelenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wortelde, heeft/is geworteld)
1 met of als met wortels vastzitten.
([[onovergankelijk]] werkwoord; wortelde, heeft/is geworteld; worteling)
1 zich met wortels vasthechten.

In Spaans overeenkomend met: Arraigar, Radicar, Radicarse
WorteldeGeworteld
WorteltrekkenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 het berekenen van de wortel uit een getal.

WrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wraakte, heeft gewraakt; wraking)
1 (scheepvaart) afdrijven.
([[overgankelijk]] werkwoord; wraakte, heeft gewraakt)
1 afkeuren, verwerpen
2 (juridisch) op bepaalde, bij wet omschreven gronden niet toelaten of onbevoegd verklaren.

In Spaans overeenkomend met: Rechazar, Rehusar, Suspender
Censurar, Desaprobar, Reprender, Reprobar
  sAfkeuren
Afslaan
Afwijzen
Berispen
Gispen
Laken
Nee zeggen tegen
Verwerpen
Weigeren
WraakteGewraakt
WrekenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wreekte, heeft gewroken; wreker, wreking)
1 (aangedaan onrecht) vergelden
2 (iemand) voor geleden onrecht genoegdoening verschaffen door wraak te nemen.
(wederkerend werkwoord; wreekte zich, heeft zich gewroken)
1 aangedaan onrecht vergelden
2 (van zaken) schade toebrengen.

In Spaans overeenkomend met: Vengar
  sWraak nemen
WreekteGewroken
WrensenWrensteGewrenst
WriemelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wriemelde, heeft gewriemeld; wriemeling)
1 krioelen
2 met de vingers in onrustige beweging ergens aan zitten
3 jeuken.

In Spaans overeenkomend met: Escocer, Picar
Hormiguear, Pulular
  sJeuken
Kriebelen
Krielen
Krieuwelen
Krioelen
Wemelen
Zwermen
WriemeldeGewriemeld
WriggelenWriggeldeGewriggeld
WrijvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wreef, heeft gewreven)
1 (ook absoluut) met meer of minder kracht strijken
2 met een strijkende beweging (iets) in of over iets aanbrengen
3 met een strijkende beweging fijnmaken
4 poetsen.

In Spaans overeenkomend met: Frotar, Refregar, Restregar
Lustrar, Pulimentar, Pulir
  sAanstrijken
Poetsen
Polijsten
Schuren
Uitwrijven
Zoeten
WreefGewreven
WrikkelenWrikkeldeGewrikkeld
WrikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; wrikte, heeft gewrikt; wrikker, wrikking)
1 een uitstekend voorwerp dat in iets vast zit heen en weer bewegen, met [[name]] om het los te maken
2 varen door met ťťn roeiriem aan het [[achtereinde]] heen en weer gaande bewegingen te maken.

In Spaans overeenkomend met: Sacudir
  sOpschudden
Schokken
Schudden
WrikteGewrikt
WringenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wrong, heeft gewrongen; wringing)
1 knellen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wrong, heeft gewrongen)
1 (ook absoluut) (iets) met een draaiende beweging [[samenknijpen]], samenpersen
2 door draaien in een bepaalde toestand of van zijn plaats brengen.

In Spaans overeenkomend met: Retorcer, Torcer
  sTwijnen
Verbuigen
Verdraaien
Vertrekken
Verwringen
WrongGewrongen
WrochtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wrochtte, heeft gewrocht)
1 (formeel) scheppen.

WrochtteGewrocht
WroegenWroegdeGewroegd
WroetelenWroeteldeGewroeteld
WroetenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; wroette, heeft gewroet)
1 nieuwsgierig doorzoeken.
([[onovergankelijk]] werkwoord; wroette, heeft gewroet; wroeter, wroeting)
1 zoekend graven.

In Spaans overeenkomend met: Hurgar
  sRondscharrelen
WroetteGewroet
WrokkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wrokte, heeft gewrokt)
1 van wrok vervuld zijn.

WrokteGewrokt
WrongelenWrongeldeGewrongeld
WuivenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wuifde, heeft gewuifd; wuiving)
1 heen en weer buigen, zwenken
2 zwaaien, groeten door de hand heen en weer of op en neer te bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Agitarse
Wuifde, Woof™Gewuifd, Gewoven™
WurgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; wurgde, heeft gewurgd; wurger, wurging)
1 (iemand) vermoorden door het dichtknijpen van de keel.

In Spaans overeenkomend met: Estrangular
  sChoken
Worgen
WurgdeGewurgd
WurmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; wurmde, heeft gewurmd)
1 prutsen.
([[overgankelijk]] werkwoord; wurmde, heeft gewurmd)
1 (iets) op een bepaalde plaats trachten te brengen.

WurmdeGewurmd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven