Lijst van 12405 Nederlandse werkwoorden

Ga naar lijst Spaanse werkwoorden
Ir a lista de verbos espaŮoles
Laatst gewijzigd:       05 Feb 2018
ŕltima Actualizaciůn: 05 Feb 2018

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

InfinitiefVerleden tijdVoltooid deelwoord
XeroxenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[xeroxte]], heeft gexeroxt)
1 kopieŽn maken volgens het systeem van de xerografie.

XeroxteGexeroxt
YahtzeeŽnALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 yahtzee spelen.

YahtzeedeGeyahtzeed
YellenYeldeGeyeld
ZaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zaaide, heeft gezaaid)
1 (ook absoluut) (zaad) op de akker strooien
2 de kiem leggen van, veroorzaken, teweegbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Sembrar
  sInzaaien
ZaaideGezaaid
ZabbelenZabbeldeGezabbeld
ZabbenZabdeGezabd
ZabberenZabberdeGezabberd
ZadelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zadelde, heeft gezadeld)
1 (een rijdier) een zadel opleggen.

In Spaans overeenkomend met: Ensillar
  sOpzadelen
ZadeldeGezadeld
ZagenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zaagde, heeft gezaagd; zager)
1 (informeel) krassen, slecht op de viool spelen
2 (in BelgiŽ; informeel) zeuren.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zaagde, heeft gezaagd)
1 met een zaag verdelen, doorsnijden.

In Spaans overeenkomend met: Aserrar, Serrar
ZaagdeGezaagd
ZakendoenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 het verrichten van commerciŽle activiteiten.

Deed zakenZakengedaan
ZakkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zakte, is gezakt)
1 omlaaggaan
2 lager van niveau worden
3 niet slagen bij een examen
4 (muziek) niet op de juiste toonhoogte blijven
5 (scheepvaart) achterblijven.
([[overgankelijk]] werkwoord; zakte, heeft gezakt)
1 in zakken doen.

In Spaans overeenkomend met: Bajar
  sDalen
Verlagen
Verzakken
Wegzakken
ZakteGezakt
ZakkenrollenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zakkenroller)
1 behendig stelen uit de jaszakken of tassen van anderen.

ZakkenroldeGezakkenrold
ZakkenvullenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zakkenvuller)
1 zich verrijken op kosten van anderen, met [[name]] van de gemeenschap.

ZaklopenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 met de benen in een zak [[gestoken]] in wedstrijdverband naar een doel lopen.

ZaligenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zaligde, heeft gezaligd; zaliging)
1 (formeel) zalig verklaren, zalig spreken.

In Spaans overeenkomend met: Beatificar
ZaligdeGezaligd
ZalvenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zalfde, heeft gezalfd; zalving)
1 met zalf bestrijken
2 met [[zalfolie]] overgieten als wijding.

In Spaans overeenkomend met: Viaticar
  sBedienen
ZalfdeGezalfd
ZamelenZameldeGezameld
ZandenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zandde, heeft gezand)
1 met zand bedekken.

ZanddeGezand
ZandschilderenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 figuren met op de grond gestrooid gekleurd zand vervaardigen.

ZandschilderdeGezandschilderd
ZandstralenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zandstraalde, heeft gezandstraald)
1 (een gevel) met een zandstraaltoestel reinigen
2 met een zandstraal figuren in glas aanbrengen.

ZandstraaldeGezandstraald
ZanikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zanikte, heeft gezanikt; zaniker)
1 zeuren, zeiken.

In Spaans overeenkomend met: Chinchar
ZanikteGezanikt
ZantenZantteGezant
ZappenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zapte, heeft/is gezapt; zapper)
1 steeds andere tv-programma's kiezen m.b.v. de afstandsbediening.

ZapteGezapt
ZeefdrukkenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[zeefdrukte]], heeft gezeefdrukt; zeefdruk)
1 in zeefdruk vervaardigen of bedrukken.

ZeefdrukteGezeefdrukt
ZeezeilenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zeezeiler)
1 zeilen op zee als sport.

ZegelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zegelde, heeft gezegeld; zegeling)
1 een zegel aanbrengen op
2 (een brief) verzegelen.

In Spaans overeenkomend met: Lacrar, Sellar
  sBezegelen
Verzegelen
ZegeldeGezegeld
ZegenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zegende, heeft gezegend; zegening)
1 de zegen geven
2 zijn gunst of bescherming geven aan
3 als gewijd prijzen.

In Spaans overeenkomend met: Bendecir
Consagrar
  sConsacreren
Consecreren
Inwijden
Inzegenen
Wijden
ZegendeGezegend
ZegepralenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zegepraalde]], heeft gezegepraald)
1 triomferen.

ZegepraaldeGezegepraald
ZegevierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zegevierde, heeft gezegevierd)
1 de overwinning behalen.

In Spaans overeenkomend met: Triunfar
Prevalecer
Vencer
  sBevangen
Overwegen
Overwinnen
Prevaleren
Succes hebben
Verslaan
ZegevierdeGezegevierd
ZeggenALLE betekenissen van dit woord:
(het)
∂ alleen in verbindingen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zegde/zei, heeft gezegd; [[zegger]], zegging)
1 mondeling overbrengen
2 vinden, oordelen
3 betekenen, uitdrukken.

In Spaans overeenkomend met: Decir, Decirse
Echar
  sOpgeven
Uiten
Zegde, ZeiGezegd
ZeikenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeikte, heeft gezeikt/gezeken; zeikerd)
1 (grof) zeuren
2 (vulgair) plassen, urineren.
(onpersoonlijk werkwoord; zeikte, heeft gezeikt/gezeken)
1 (informeel) stortregenen.

Zeikte, ZeekGezeikt, Gezeken
ZeilderenZeilderdeGezeilderd
ZeilenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeiler)
1 (zeilde, heeft/is gezeild) met een zeilboot varen
2 (zeilde, is gezeild) zich voortbewegen op een wijze die doet denken aan een zeilend schip.

In Spaans overeenkomend met: Navegar a la vela
Hacer vela
ZeildeGezeild
ZekerenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zekerde, heeft gezekerd)
1 (jacht) (van wilde dieren) stilstaand door te ruiken en te luisteren de omgeving verkennen
2 ([[wandelsport]]) het touw voor een tochtgenoot vastmaken bij het bergbeklimmen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zekerde, heeft gezekerd)
1 beveiligen d.m.v. zekeringen.

ZekerdeGezekerd
ZemelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zemelde, heeft gezemeld; zemelaar)
1 zeuren.

ZemeldeGezemeld
ZemelknopenZemelknoopteGezemelknoopt
ZemenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van zeemleer vervaardigd.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeemde, heeft gezeemd)
1 huiden van schapen enz. tot zeemleer bereiden
2 honing persen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zeemde, heeft gezeemd)
1 met een zeemlap drogen.

ZeemdeGezeemd
ZendenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zond, heeft gezonden)
1 [[radio-]] of [[televisieprogramma's]] uitzenden.
([[overgankelijk]] werkwoord; zond, heeft gezonden; zender, zending)
1 sturen, doen gaan.

In Spaans overeenkomend met: Enderezar
Despachar, Enviar, Expedir
  sDoen toekomen
Opsturen
Opzenden
Richten
Sturen
Verzenden
Wijden
ZondGezonden
ZenderenZenderdeGezenderd
ZenderhoppenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 zappen.

ZenderhopteGezenderhopt
ZengenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zengde]], heeft gezengd; zenger, zenging)
1 verschroeien, geschroeid worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[zengde]], heeft gezengd)
1 schroeien, licht branden.

ZengdeGezengd
ZepenIn Spaans overeenkomend met: Enjabonar
  sInzepen
ZeepteGezeept
ZetelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeteling)
1 (zetelde, heeft/is gezeteld) zijn standplaats hebben, gevestigd zijn
2 (zetelde, heeft gezeteld) (formeel) gezeten zijn.

ZeteldeGezeteld
ZettenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zette, heeft gezet)
1 verwedden.
([[overgankelijk]] werkwoord; zette, heeft gezet)
1 (ook absoluut) (letters, tekst) op een bepaalde wijze schikken
2 rechtop op de genoemde plaats doen zitten, rusten, staan
3 vastzetten
4 (de genoemde houding of uitdrukking) aannemen
5 (koffie, thee) bereiden
6 (de genoemde handeling) met kracht beginnen
7 in de genoemde positie of toestand brengen
8 schrijven.
(wederkerend werkwoord; zette zich, heeft zich gezet)
1 zijn vaste vorm, zijn definitieve gesteldheid krijgen
2 (in [[BelgiŽ]]) plaatsnemen, gaan zitten.

In Spaans overeenkomend met: Extraer
Hacer una infusiůn, Infundir
Colocar, Estacionar, Hincar, Meter, Poner
Montar
Reducir
Sentarse
Componer
  sAfleiden
Aftrekken
Doen
Herleiden
Inkrimpen
Laten trekken
Leggen
Monteren
Plaatsen
Reduceren
Steken
Stellen
Stoppen
Vereenvoudigen
ZetteGezet
ZeulenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeulde, heeft gezeuld; zeuling)
1 met zeer veel moeite voortslepen.

ZeuldeGezeuld
ZeurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeurde, heeft gezeurd; zeurder)
1 langdurig op vervelende toon of lastige wijze over iets spreken, veelal om zich te beklagen of om een verlangen te uiten.

In Spaans overeenkomend met: Quejarse constantemente
ZeurdeGezeurd
ZevenALLE betekenissen van dit woord:
(de; zevens)
1 symbool waarmee het getal 'zeven' wordt voorgesteld.
([[overgankelijk]] werkwoord; zeefde, heeft gezeefd; zever)
1 met een zeef zuiveren.
(hoofdtelwoord)
1 ťťn meer dan zes
2 zevende binnen de genoemde reeks.

In Spaans overeenkomend met: Cerner, Cernir, Colar, Filtrar, Tamizar
Cribar, Zarandar, Zarandear
  sFiltreren
Selecteren
Ziften
ZeefdeGezeefd
ZeverenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zeverde, heeft gezeverd; zeveraar, zevering)
1 zeuren
2 (in BelgiŽ; informeel) kwijlen.

ZeverdeGezeverd
ZichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zichtte, heeft gezicht)
1 (iets) met een zicht, korte zeis maaien.

In Spaans overeenkomend met: Segar
  sMaaien
ZichtteGezicht
ZiedenIn de betekenis van: Figuurlijke betekenis

In Spaans overeenkomend met: Hervir
  sBorrelen
Koken
Op het kookpunt zijn
ZieddeGezied
ZiedenIn de betekenis van: Letterlijke betekenissen

In Spaans overeenkomend met: Hervir
  sBorrelen
Koken
Op het kookpunt zijn
ZoodGezoden
ZiegezagenZiegezaagdeGeziegezaagd
ZiekenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; ziekte, heeft geziekt)
1 (informeel) opzettelijk de stemming bederven.

ZiekteGeziekt
ZieltogenIn Spaans overeenkomend met: Boquear
ZieltoogdeGezieltoogd
ZienALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zag, heeft gezien)
1 uitkijken op, uitzicht geven.
(werkwoord; zag, heeft gezien)
1 proberen te.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zag, heeft gezien)
1 het vermogen hebben met het oog waar te nemen, niet blind zijn
2 het genoemde voorkomen hebben, er op een bepaalde wijze uitzien.
([[overgankelijk]] werkwoord; zag, heeft gezien)
1 (ook absoluut) met de ogen waarnemen
2 innerlijk waarnemen.

In Spaans overeenkomend met: Hallar
Ver
  sWaarnemen
ZagGezien
ZiftenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; ziftte, heeft gezift)
1 zeven, door een zeef laten lopen.

In Spaans overeenkomend met: Cribar, Zarandar, Zarandear
  sZeven
ZiftteGezift
ZigzaggenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zigzagde, heeft/is gezigzagd)
1 zich voortbewegen volgens een zigzaglijn
2 met zigzagsteek naaien.

ZigzagdeGezigzagd
ZijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[zeeg]], heeft gezegen)
1 een vloeistof zuiveren door filtreren.

In Spaans overeenkomend met: Filtrar
  sFilteren
Filtreren
ZeegGezegen
ZijnALLE betekenissen van dit woord:
(het)
1 het bestaan.
(werkwoord; was, is geweest)
1 behoren aan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; was, is geweest)
1 een werkelijkheid uitmaken, bestaan
2 zich bevinden
3 bezig zijn met
4 bedragen in aantal, lengte, prijs enz.
(hulpwerkwoord)
1 van tijd
2 van de lijdende vorm.
(koppelwerkwoord)
1 ter aanduiding dat het onderwerp de genoemde hoedanigheid heeft of in de genoemde toestand verkeert.
(bezittelijk voornaamwoord)
1 van hem.

In Spaans overeenkomend met: Estar, Ser
Quedar
Haber
Hallarse
WasGeweest
ZijpelenZijpeldeGezijpeld
ZijpenZeepGezepen
ZinderenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zinderde, heeft gezinderd; zindering)
1 (formeel) gloeiend trillen.

ZinderdeGezinderd
ZingenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zong, heeft gezongen)
1 (van vogels) een muzikaal geluid voortbrengen
2 (van bijna kokend water) het geluid van het springen van opstijgende [[luchtbelletjes]] voortbrengen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zong, heeft gezongen)
1 met de stem een muzikale opeenvolging van tonen voortbrengen.

In Spaans overeenkomend met: Cantar
ZongGezongen
ZinkenALLE betekenissen van dit woord:
(bijvoeglijk naamwoord, alleen attributief)
1 van zink vervaardigd.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zonk, is gezonken)
1 [[omlaaggaan]] in een vloeistof
2 dalen, zakken.

In Spaans overeenkomend met: Degenerar
Hundirse
Bajar, Descender
Bucear
  sAfdalen
Afgaan
Dalen
Degenereren
Naar beneden gaan
Neerdalen
Onderduiken
Ontaarden
Uitstappen
Verbasteren
Vergaan
Verworden
Verzinken
Wegzinken
Zich verdiepen
ZonkGezonken
ZinnenALLE betekenissen van dit woord:
(zelfstandig naamwoord, meervoud)
1 bewustzijn.
(werkwoord; zon, heeft gezonnen)
1 zijn gedachten en streven richten op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zinde, heeft gezind)
1 bevallen, naar de zin zijn.

In Spaans overeenkomend met: Agradar, Gustar
Meditar, Reflexionar
  sAanstaan
Bedenken
Behagen
Bevallen
Nadenken
Overdenken
Overleggen
Overpeinzen
Prettig vinden
Wikken
Zinnen op
ZonGezonnen
ZinnenIn de betekenis van: In de smaak vallen

In Spaans overeenkomend met: Agradar, Gustar
Meditar, Reflexionar
  sAanstaan
Bedenken
Behagen
Bevallen
Nadenken
Overdenken
Overleggen
Overpeinzen
Prettig vinden
Wikken
Zinnen op
ZindeGezind
ZinspelenIn Spaans overeenkomend met: Aludir, Citar
  sAlluderen
Een toespeling maken
Toespelen
ZinspeeldeGezinspeeld
ZippenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zipte, heeft gezipt)
1 het comprimeren van bestanden.

ZipteGezipt
ZittenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zat, heeft gezeten)
1 zonder toestemming aanraken.
(werkwoord; zat, heeft gezeten)
1 lid zijn van, beoefenen.
(werkwoord; zat, heeft gezeten)
1 als moeilijk ervaren.
(werkwoord; zat, heeft gezeten)
1 zich bezighouden met.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zitter)
1 (zat, heeft/is gezeten) op het zitvlak rusten, gezeten zijn
2 (zat, heeft gezeten) zich bevinden in de genoemde positie of toestand
3 (zat, heeft gezeten) (van kledingstukken) passen, staan
4 (zat, heeft gezeten) ter aanduiding van een [[nabijkomen]] of verbonden-zijn door een beweging
5 (zat, heeft gezeten) een [[gevangenisstraf]] ondergaan.

In Spaans overeenkomend met: Posar
Estar sentado
Estar
  sPoseren
ZatGezeten
ZoekbrengenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; bracht zoek, heeft zoekgebracht)
1 verloren doen gaan.

Bracht zoekZoekgebracht
ZoekenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zocht, heeft gezocht)
1 (archaÔsch) proberen.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zocht, heeft gezocht; zoeker)
1 trachten te vinden
2 trachten te verkrijgen, te bereiken
3 iedere gelegenheid aangrijpen om te vitten op
4 door zijn gedrag uitlokken.

In Spaans overeenkomend met: Procurar, Tratar de
Buscar
  sMoeite doen
Opzoeken
Pogen
Snorren
Streven
Trachten
Uitkijken
Uitzien
Zich beijveren
ZochtGezocht
ZoekmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte zoek, heeft zoekgemaakt)
1 veroorzaken dat iets verloren gaat.

Maakte zoekZoekgemaakt
ZoekrakenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; raakte zoek, is zoekgeraakt)
1 ergens belanden waar men het niet meer kan vinden.

Raakte zoekZoekgeraakt
ZoelenZoeldeGezoeld
ZoemenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zoemde, heeft gezoemd)
1 een trillend of gonzend geluid maken.

In Spaans overeenkomend met: Canturrear, Ronronear, Zumbar
  sBrommen
Gonzen
Razen
Snorren
Suizelen
Suizen
Tuiten
ZoemdeGezoemd
ZoenenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zoende, heeft gezoend; zoener)
1 stevig kussen.

In Spaans overeenkomend met: Besar
  sKussen
ZoendeGezoend
ZoetenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoette, heeft gezoet)
1 zoet maken.

In Spaans overeenkomend met: Azucarar, Dulcificar, Edulcorar
Lustrar, Pulimentar, Pulir
  sPoetsen
Polijsten
Schuren
Wrijven
Zoet maken
ZoetteGezoet
ZoetvijlenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord)
1 met de [[zoetvijl]] bewerken.

ZoetvijldeGezoetvijld
ZoevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zoefde, heeft/is gezoefd)
1 zich met grote snelheid voortbewegen zodat een suizend geluid wordt voortgebracht.

ZoefdeGezoefd
ZogenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zoogde, heeft gezoogd)
1 (een kind) aan de borst laten zuigen, met [[moedermelk]] voeden.

In Spaans overeenkomend met: Amamantar, Dar el pecho
  sDe borst geven
ZoogdeGezoogd
ZolderenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zolderde, heeft gezolderd; zoldering)
1 (informeel) van een zoldering voorzien.

ZolderdeGezolderd
ZolenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoolde, heeft gezoold)
1 (schoenen of laarzen) van zolen voorzien.

ZooldeGezoold
ZomenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoomde, heeft gezoomd)
1 van zomen voorzien.

ZoomdeGezoomd
ZomerenALLE betekenissen van dit woord:
(onpersoonlijk werkwoord; zomerde, heeft gezomerd)
1 zomer, warm weer zijn of worden.

ZomerdeGezomerd
ZonderenZonderdeGezonderd
ZondigenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zondigde, heeft gezondigd)
1 een overtreding of misslag begaan.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zondigde, heeft gezondigd; zondaar)
1 zonde begaan.

In Spaans overeenkomend met: Pecar
  sZonde doen
ZondigdeGezondigd
ZonnebadenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zonnebaadde, heeft gezonnebaad; zonnebader)
1 het naakte of zeer licht beklede lichaam aan de zonnestralen blootstellen.

In Spaans overeenkomend met: Asolear, Insolar, Solear
  sZonnen
ZonnebaaddeGezonnebaad
ZonnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zonde, heeft gezond)
1 zonnebaden.

In Spaans overeenkomend met: Asolear, Insolar, Solear
  sZonnebaden
ZondeGezond
ZoomenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zoomde, heeft gezoomd)
1 fotograferen m.b.v. een zoomlens
2 het beeld m.b.v. een zoomlens dichterbij halen.

In Spaans overeenkomend met: Subir en candela
ZoomdeGezoomd
ZorgenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zorgde, heeft gezorgd)
1 toezien en moeite doen dat iets gebeurt of onderhouden wordt
2 voortdurend en toegewijd in de weer zijn voor anderen.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zorger)
∂ alleen in verbindingen.

In Spaans overeenkomend met: Encargarse
Cuidar, Cuidar de, Preocuparse por
  sBezorgd zijn
Zich bekommeren
Zorg dragen
ZorgdeGezorgd
ZottebollenZotteboldeGezottebold
ZoutenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zoutte, heeft gezouten)
1 met zout bestrooien, toebereiden
2 in zout leggen.

In Spaans overeenkomend met: Curar con sal, Salar
  sIn het zout leggen
Inleggen
Inmaken
Pekelen
ZoutteGezouten
ZuchtenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zuchtte, heeft gezucht)
1 smachten naar.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zuchtte, heeft gezucht; zuchting)
1 met kracht hoorbaar uitademen
2 zuchten slaken als uiting van verdriet, pijn, vermoeidheid enz.

In Spaans overeenkomend met: Anhelar, AŮorar
Suspirar
Gemir
  sHunkeren
Kermen
Kreunen
Reikhalzen
Smachten
Verlangen
Zuchten naar
ZuchtteGezucht
ZuidelijkenZuidelijkteGezuidelijkt
ZuigenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zoog, heeft gezogen; zuiger, zuiging)
1 op iets sabbelen
2 (informeel; [[jongerentaal]]) waardeloos zijn.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zoog, heeft gezogen)
1 (iets) door het trekken van een vacuŁm naar een andere plaats halen
2 met de mond (iets) ergens uithalen, naar zich toehalen
3 stofzuigen.

In Spaans overeenkomend met: Chupar, Mamar ((aan de borst),(al pecho))
  sLurken
Opzuigen
ZoogGezogen
ZuimenZuimdeGezuimd
ZuipenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zoop]], heeft gezopen; zuiper)
1 (informeel) drinken, [[alcohol]] gebruiken.
([[overgankelijk]] werkwoord; [[zoop]], heeft gezopen)
1 (ook absoluut) (informeel) drinken
2 door overmatig drinken in zekere toestand brengen.

In Spaans overeenkomend met: Beber demasiado alcohol
Soplarse
Chingar
ZoopGezopen
ZuiverenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zuiverde, heeft gezuiverd; zuiveraar, zuivering)
1 vrij maken van verontreiniging
2 ontdoen van politieke tegenstanders
3 van een smet bevrijden
4 (metalen, gassen, olie) raffineren, veredelen
5 fouten of onvolkomenheden verwijderen uit.

In Spaans overeenkomend met: Adelgazar, Limpiar, Purificar
  sLouteren
Reinigen
Schoonmaken
Vegen
ZuiverdeGezuiverd
ZullenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zou, heeft gezuld)
1 moeten.
(hulpwerkwoord)
1 ter vorming van de toekomende tijd
2 van modaliteit.

Zou
ZultenZultteGezult
ZurenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zuurde, is gezuurd)
1 zuur worden.
([[overgankelijk]] werkwoord; zuurde, heeft gezuurd)
1 zuur maken.

ZuurdeGezuurd
ZwaaienALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (zwaaide, heeft gezwaaid) groeten door de hand heen en weer of op en neer te bewegen
2 (zwaaide, heeft/is gezwaaid) heen en weer bewogen worden
3 (zwaaide, is gezwaaid) zich volgens bochtige lijnen voortbewegen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zwaaide, heeft gezwaaid)
1 (iets) krachtig heen en weer bewegen.

In Spaans overeenkomend met: Blandir, Enarbolar, Tremolar
  sSlingeren
Swingen
ZwaaideGezwaaid
Zwaardvechten
ZwabbelenZwabbeldeGezwabbeld
ZwabbenZwabdeGezwabd
ZwabberenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zwabberde, heeft gezwabberd)
1 met een zwabber reinigen.

In Spaans overeenkomend met: Fregar con palo, Lampacear
ZwabberdeGezwabberd
ZwachtelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zwachtelde, heeft gezwachteld; zwachteling)
1 met een zwachtel omwinden.

In Spaans overeenkomend met: Vendar
  sOmzwachtelen
Verbinden
ZwachteldeGezwachteld
ZwadderenZwadderdeGezwadderd
ZwalkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwalkte, heeft gezwalkt; zwalker, zwalking)
1 her en der zwerven.

ZwalkteGezwalkt
ZwalpenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zwalpte]], heeft gezwalpt; zwalping)
1 zich golvend verheffen.

ZwalpteGezwalpt
ZwaluwstaartenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; [[zwaluwstaartte]], heeft gezwaluwstaart)
1 een verbinding met zwaluwstaarten maken.

ZwaluwstaartteGezwaluwstaart
ZwammenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwamde, heeft gezwamd; zwammer)
1 (informeel) ondegelijk of zonder kennis van zaken eindeloos redeneren.

ZwamdeGezwamd
ZwanzenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zwansde]], heeft gezwansd)
1 (in BelgiŽ; informeel) schertsen, gekscheren.

ZwansdeGezwansd
ZwartenIn Spaans overeenkomend met: Ennegrecer
  sZwart maken
ZwartteGezwart
ZwartepietenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwartepiette, heeft gezwartepiet)
1 het kaartspel spelen waarbij schoppenboer zwartepiet heet en de meeste strafpunten oplevert.

ZwartepietteGezwartepiet
ZwartkijkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; keek zwart, heeft zwartgekeken; zwartkijker)
1 een televisietoestel gebruiken zonder kijkgeld te betalen.

Keek zwartZwartgekeken
ZwartmakenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; maakte zwart, heeft zwartgemaakt; zwartmaking)
1 (iemand) van laakbare daden beschuldigen.

Maakte zwartZwartgemaakt
ZwartrijdenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; reed zwart, heeft zwartgereden; zwartrijder)
1 een auto gebruiken zonder de verschuldigde [[wegenbelasting]] te betalen
2 zonder geldig plaatsbewijs meerijden in een openbaar vervoermiddel.

Reed zwartZwartgereden
ZwartselenZwartseldeGezwartseld
ZwartvissenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zwartvisser)
1 vissen zonder akte.

Viste zwartZwartgevist
ZwartwerkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwartwerker)
1 werk verrichten zonder de verdiensten ervan aan de belastingen of de Sociale Dienst op te geven.

Werkte zwartZwartgewerkt
ZwatelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; [[zwatelde]], heeft gezwateld; zwateling)
1 (formeel) zacht ruisen, lispelen.

ZwateldeGezwateld
ZwavelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; zwavelde, heeft gezwaveld)
1 met [[zwaveldioxide]] bewerken om te bleken, te desinfecteren enz.

In Spaans overeenkomend met: Azufrar
Sulfatar
Sulfurar
ZwaveldeGezwaveld
ZwedenALLE betekenissen van dit woord:
(het; [[Zweeds]], Zweed)
1 staat in Europa.

ZweeddeGezweed
ZweefvliegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zweefvliegde, heeft gezweefvliegd; zweefvlieger)
1 vliegen in een zweefvliegtuig.

In Spaans overeenkomend met: Subir planeado
  sOpstijgen
ZweefvliegdeGezweefvliegd
ZwelenZweeldeGezweeld
ZwelgenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zwolg, heeft gezwolgen)
1 zich te buiten gaan aan, opgaan in.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zwolg, heeft gezwolgen)
1 schrokken, gulzig eten of drinken.

ZwolgGezwolgen
ZwellenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwol, is gezwollen; zwelling)
1 groter van volume worden.

In Spaans overeenkomend met: Abultarse, Hincharse
  sOpzetten
Opzwellen
Rijzen
Uitdijen
ZwolGezwollen
ZwemenZweemdeGezweemd
ZwemmenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwemmer)
1 (zwom, heeft/is gezwommen) zich door bepaalde geordende bewegingen in het water drijvend houden en voortbewegen
2 (zwom, heeft gezwommen) ([[wielersport]]) bij wielrennen achter [[motoren]] het contact met zijn gangmaker verloren hebben.

In Spaans overeenkomend met: Nadar
ZwomGezwommen
ZwendelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwendelde, heeft gezwendeld; zwendelaar)
1 frauderen.

In Spaans overeenkomend met: Defraudar, Estafar
  sBedriegen
Frauderen
Knoeien
ZwendeldeGezwendeld
ZwengelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwengelde, heeft gezwengeld)
1 een zwengel in beweging brengen of houden.

ZwengeldeGezwengeld
ZwenkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwenkte, is gezwenkt; zwenking)
1 opzij draaien.

In Spaans overeenkomend met: Hacer dar vueltas, Hacer girar, Voltear, Volver
  sDraaien
Keren
Omdraaien
Ronddraaien
Wenden
Wentelen
ZwenkteGezwenkt
ZwepenIn Spaans overeenkomend met: Instigar
  sAansporen
Aanvuren
Aanwakkeren
Opwekken
ZweepteGezweept
ZwerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zwoer, heeft gezworen)
1 volkomen vertrouwen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwoor, heeft gezworen; zwering)
1 tot een zweer worden, een zweer krijgen, hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zwoer, heeft gezworen)
1 een eed of eden afleggen, onder [[ede]] bevestigen.

In Spaans overeenkomend met: Enconarse
Ulcerarse
Supurar
  sEen eed afleggen
Etteren
Zweerde, ZwoorGezworen
ZwerenALLE betekenissen van dit woord:
(werkwoord; zwoer, heeft gezworen)
1 volkomen vertrouwen op.
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwoor, heeft gezworen; zwering)
1 tot een zweer worden, een zweer krijgen, hebben.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zwoer, heeft gezworen)
1 een eed of eden afleggen, onder [[ede]] bevestigen.

In Spaans overeenkomend met: Jurar
  sEen eed afleggen
Etteren
ZwoerGezworen
ZwermenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwermde, heeft gezwermd)
1 zich als een zwerm bewegen, vertonen.

In Spaans overeenkomend met: Hormiguear, Pulular
  sKrielen
Krioelen
Wemelen
Wriemelen
ZwermdeGezwermd
ZwervenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwierf, heeft gezworven; zwerver/zwerveling)
1 overal heen trekken
2 (van zaken) aangetroffen worden op willekeurige, niet voor de betreffende zaak bestemde plaatsen.

In Spaans overeenkomend met: Correr mundo, Mudarse de paŪs
Errar, Vagabundear, Vagar
  sDolen
Dwalen
Ronddolen
Ronddwalen
Rondreizen
Rondtrekken
Trekken
Waren
ZwierfGezworven
ZwetenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zweette, heeft gezweet; zweter)
1 vochtig worden.
([[overgankelijk]] werkwoord, ook absoluut; zweette, heeft gezweet)
1 (lichaamsvocht) door poriŽn in de huid uitscheiden.

In Spaans overeenkomend met: Sudar, Transpirar
  sTranspireren
ZweetteGezweet
ZwetsenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwetste, heeft gezwetst; zwetser)
1 luidruchtig en onbedachtzaam spreken.

In Spaans overeenkomend met: Fanfarronear
  sBluffen
Opscheppen
Pochen
Snoeven
Verbeelding hebben
ZwetsteGezwetst
ZwevenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zweving)
1 (zweefde, heeft gezweefd) zonder steunpunt op dezelfde hoogte blijven hangen
2 (zweefde, heeft/is gezweefd) zich door de lucht, door een vloeistof drijvend voortbewegen
3 (zweefde, heeft gezweefd) wisselen naargelang de omstandigheden.

In Spaans overeenkomend met: Cernerse, Planear
ZweefdeGezweefd
ZwichtenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwichtte, is gezwicht; zwichting)
1 bezwijken, zich onderwerpen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zwichtte, heeft gezwicht)
1 (scheepvaart) (een zeil of touw) inkorten, inhalen.

In Spaans overeenkomend met: Sucumbir
Titubear, Vacilar
  sBezwijken
Onderdoen
Overweldigd worden
Waggelen
Wankelen
Wiebelen
Wijken
Zich onderwerpen
ZwichtteGezwicht
ZwiepenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwiepte, heeft gezwiept; zwieping)
1 veerkrachtig doorbuigen en weer terugspringen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zwiepte, heeft gezwiept)
1 (informeel) met kracht gooien.

ZwiepteGezwiept
ZwierbollenZwierboldeGezwierbold
ZwierenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (zwierde, heeft gezwierd) (van zaken) zich heen en weer, in bochten of slingerend bewegen vanaf een vast punt
2 (zwierde, heeft/is gezwierd) (van personen) zich zwaaiend en draaiend voortbewegen.

ZwierdeGezwierd
ZwijgenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zweeg, heeft gezwegen; zwijger)
1 zijn stem niet laten horen, niet spreken
2 (van zaken) ophouden zich te doen horen, geen geluid meer geven.

In Spaans overeenkomend met: Callar, Callarse
  sStilzwijgen
Zich stilhouden
Zijn mond houden
ZweegGezwegen
ZwijmelenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwijmelaar, zwijmeling)
1 (zwijmelde, heeft gezwijmeld) in een roes raken, in vervoering zijn
2 (zwijmelde, heeft/is gezwijmeld) (in [[BelgiŽ]], niet algemeen) wankelen.

ZwijmeldeGezwijmeld
ZwijmenZwijmdeGezwijmd
ZwijmerenZwijmerdeGezwijmerd
ZwijnenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwijnde, heeft gezwijnd)
1 (informeel) boffen.

In Spaans overeenkomend met: Ir de juerga
Tener suerte
  sAan de rol zijn
Boemelen
Boffen
Brassen
Geluk hebben
Het treffen
Slempen
Uitspatten
ZwijndeGezwijnd
ZwikkenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord)
1 (zwikte, is gezwikt) een [[verdraaiing]] of verstuiking krijgen
2 (zwikte, heeft gezwikt) (spel) bepaald kansspel met kaarten spelen.
([[overgankelijk]] werkwoord; zwikte, heeft gezwikt)
1 (leer voor een schoen) om de leest brengen en vastzetten.

ZwikteGezwikt
ZwingelenALLE betekenissen van dit woord:
([[overgankelijk]] werkwoord; [[zwingelde]], heeft gezwingeld; zwingelaar)
1 (vlas) reinigen van houtvezeltjes.

In Spaans overeenkomend met: Tascar ((bewerking van de gebraakte vlas stengels waardoor de houtachtige delen worden weggeslagen en de vezels overblijven))
ZwingeldeGezwingeld
ZwirrelenZwirreldeGezwirreld
ZwoegenALLE betekenissen van dit woord:
([[onovergankelijk]] werkwoord; zwoegde, heeft gezwoegd; zwoeger)
1 hijgen, sterk ademen
2 zwaar werk verrichten.

In Spaans overeenkomend met: Afanar, Bregar
Anhelar
  sHijgen
Zeer hard werken
Zich zeer inspannen
ZwoegdeGezwoegd

A B C D E F G H I J K L M N O P QR S T U V W XYZ

<-- Vorige/ AnteriorVolgende/ Siguiente -->

boven